direct naar inhoud van 5.3 Milieuaspecten
Plan: De Hoven 2010
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0150.D115-OH01

5.3 Milieuaspecten

Het onderhavige bestemmingsplan is, ondanks het conserverende karakter, getoetst voor wat betreft de uitvoerbaarheid. Ten behoeve van dit bestemmingsplan zijn de volgende milieukundige aspecten van belang, te weten:

  • bedrijven en milieuzonering;
  • geluid;
  • bodemkwaliteit;
  • luchtkwaliteit;
  • risico/veiligheid;
  • ecologie;
  • duurzaamheid.
5.3.1 Bedrijven en milieuzonering

Indien door middel van een plan nieuwe, milieuhindergevoelige functies mogelijk worden gemaakt, dient te worden aangetoond dat deze niet worden gerealiseerd binnen de hinderzone van omliggende bedrijven. Anderzijds mogen milieuhindergevoelige functies in de directe omgeving van het plangebied niet negatief worden beïnvloed door de ontwikkelingen die met plan mogelijk worden gemaakt en mogen omliggende (agrarische) bedrijven niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden aangetast.

De in het plangebied aanwezige bedrijven behoren voor het grootste deel tot buurtverzorgende bedrijvigheid met de nadruk op detailhandel en dienstverlening. Op maatschappelijk/sociaal vlak zijn er binnen het plangebied een basisschool, peuterspeelzaal, kinderopvang, een wijkcentrum, praktijkruimten en een kerk aanwezig. Verder is er een tuinbouwbedrijf binnen het plangebied gelegen. Deze soorten bedrijven zijn veelal ingedeeld in milieucategorie 1 en 2, waarbij een beperkte invloed geldt voor de woonomgeving. De bedrijven zijn min of meer verspreid in de woonomgeving gelegen en in onderstaande afbeelding met blauwe stippen aangegeven. Mogelijke overlast door bedrijven worden voldoende beperkt door de voorschriften op grond van de Wet milieubeheer. Voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zullen vanuit de systematiek van de 'omgekeerde werking' de vergunde rechten van de al aanwezige bedrijven beschouwd moeten worden.

afbeelding "i_NL.IMRO.0150.D115-OH01_0016.jpg"

Bedrijvigheid in het plangebied, aangegeven met blauwe stippen

Nieuwe ontwikkelingen

Langestraat 27:

Het oprichten van de woning zelf is niet vergunningsplichtig vanuit de Wet milieubeheer. In relatie tot vergunde rechten van omliggende bedrijven kan gemeld worden dat er een supermarkt op meer dan 10 meter is gelegen en diverse kantoorfuncties. Deze functies liggen allen op voldoende afstand en van deze bedrijven wordt de milieuruimte bepaald door bestaande woningen die dichter op deze bedrijven zijn gelegen. De nieuwe woning vormt geen belemmering voor vergunde rechten van deze omliggende bedrijven.

Direct naast het plangebied ligt het (winkel)pand van het (tuinbouw)bedrijf van Ten Kate groenverhuur en bloemdecorateurs (Twelloseweg 8). Deze locatie wordt beschouwd als in hoofdzaak detailhandel met een VNG richtafstand van 10 m. Deze afstand wordt door het aspect geluid bepaald. De nieuwe woning wordt dichter op dit bedrijfspand gesitueerd, waardoor niet meer aan deze richtafstand kan worden voldaan. Uit het akoestisch onderzoek dat is uitgevoerd, is gebleken dat door de realisatie van deze nieuwe woning de rechten van het tuinbouwbedrijf niet verder worden beperkt (zie paragraaf 5.3.2).

Conclusie

Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.

5.3.2 Geluid

Algemeen

De mate waarin het geluid, veroorzaakt door industrie en (spoor)wegverkeer, het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder. De wet stelt dat de geluidsbelasting op woningen bij wegverkeerslawaai en industrielawaai in principe niet hoger mag zijn dan 48 dB (voorkeursgrenswaarde). Voor spoorweglawaai geldt een voorkeursgrenswaarde van 55 dB. Indien een bestemmingsplan de realisatie van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen, zoals woningen, mogelijk maakt, zal met een akoestisch onderzoek moeten worden aangetoond dat voldaan kan worden aan de wettelijke geluidsnormen.

Bestaande situaties hoeven niet getoetst te worden bij het vaststellen van een bestemmingsplan. De feitelijke of toekomstige geluidbelasting speelt juridisch geen rol bij het opnieuw vaststellen van bestaande situaties binnen het plangebied. De regels voor geluid in de woning zijn opgenomen in het Bouwbesluit. Voor bestaande woningen met een te hoge geluidbelasting bestaat er een saneringsregeling. Hiervoor komen alleen woningen in aanmerking die in 1987 ten gevolge van het geluidsaspect railverkeer een te hoge geluidbelasting ondervonden.

Wegverkeerslawaai

In de Wet geluidhinder is bepaald dat elke weg een zone heeft, met uitzondering van de wegen die gelegen zijn binnen een woonerf of wegen waarvoor een maximumsnelheid geldt van 30 km/uur (woon- en buurtstraten). In de Wet geluidhinder is bepaald dat de voorkeursgrenswaarde voor nieuw te bouwen woningen in de zone langs genoemde wegen 48 dB bedraagt. Nieuwbouw van woningen buiten deze 48 dB contour is zonder nadere eisen vanwege de Wet geluidhinder mogelijk. In geval het niet mogelijk is te voldoen aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB en toepassing van maatregelen, gericht op het terugdringen van de geluidbelasting, op bezwaren stuit kunnen burgemeester en wethouders onder voorwaarden een hogere waarde vaststellen.

Spoorweglawaai

De voorkeursgrenswaarde voor nieuw te projecteren woningen ten gevolge van railverkeerslawaai bedraagt 55 dB. Er zijn geen nieuwe ontwikkelingen binnen de spoorzone.

Nieuwe situatie Langestraat 27

Er is een nieuwe woonbestemming opgenomen op het adres Langestraat 27. Hiervoor is een akoestisch onderzoek uitgevoerd (Adviesbureau Van der Boom BV, kenmerk 10-269, 10-01-11). De geplande nieuwe woning komt dichterbij het bedrijf Ten Kate Groenverhuur dan de bestaande woningen. Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd om te onderbouwen dat de nieuwe woning niet belemmerend is voor het bedrijf. Uit het onderzoek blijkt dat het bedrijf Ten Kate Groenverhuur niet beperkt wordt in zijn bedrijfsvoering t.g.v. de nieuwe woning.

Conclusie

De geluidsnormen uit de Wet geluidhinder en de Wet milieubeheer vormen geen belemmering voor de vaststelling van het plan.

5.3.3 Bodem

Algemeen

Voordat een bestemmingsplan wordt vastgesteld, moet aangetoond zijn dat de bodem en het grondwater geschikt zijn voor het beoogde gebruik.

Op basis van het historisch bodembestand zijn binnen het plangebied "De Hoven" de volgende potentieel bodemverontreinigende activiteiten (mogelijk voormalig) uitgevoerd:

  • Tankstation (voormalig): Leliestraat 50-52 en Kortestraat voormalig nummer 6;
  • Diverse ondergrondse tanks, de meeste ondergrondse tanks zijn volgens KIWA-richtlijnen gesaneerd;
  • Diverse bedrijfsactiviteiten waaronder bouwbedrijf, smederij, autoreparatiebedrijf, visverwerkend bedrijf.

Uitgevoerd bodemonderzoek

Binnen het plangebied "De Hoven" zijn diverse onderzoeken uitgevoerd. Op locaties aan de Rozenstraat, Worp, Langestraat en Leliestraat zijn bodemsaneringen uitgevoerd. Bij de saneringen zijn de sterke verontreinigingen door ontgraving verwijderd. In een aantal gevallen is een beperkte restverontreiniging (in gehalte en/of omvang) achtergebleven. Op de locaties Langestraat 118 en Worp 109 zijn sterke verontreinigingen aangetoond. De aangetoonde verontreinigingen hebben een beperkte omvang en zijn niet ernstig. De aanwezige verontreinigingen vormen geen bezwaar voor het huidige gebruik.

Op een aantal onderzoekslocaties zijn bijmengingen met puin en/of kooldeeltjes aangetroffen. In de vaste bodem zijn lokaal licht tot matig verhoogde gehalten aan zware metalen en licht verhoogde gehalten aan PAK en/of minerale olie aangetoond. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aan zware metalen en/of vluchtige aromaten aangetoond. De aangetoonde licht tot matig verhoogde gehalten vormen geen aanleiding tot nader onderzoek en/of (sanerings)maatregelen.

De algemene kwaliteit van de vaste bodem en het grondwater binnen het gebied "De Hoven" vormen geen bezwaar voor de huidige bestemming.

Nieuwe ontwikkelingen

Langestraat 27:

Bij nieuwe ontwikkelingen is minimaal een historisch onderzoek nodig. Indien een locatie van functie wijzigt en ter plaatse een voor bodemverontreiniging verdachte activiteit is uitgevoerd, is een bodemonderzoek conform de NEN-5740 nodig. Uit het onderzoek blijkt of de locatie geschikt is voor het toekomstige gebruik of aanvullende bodemwerkzaamheden (onderzoek en/of sanering) nodig zijn. Voorafgaand aan nieuwbouw is uitvoering van een bodemonderzoek conform de NEN-5740 (in het kader van het Bouwbesluit) nodig.

De nieuwe woning op het perceel Langestraat 27 wordt anders op het bouwvlak gesitueerd en komt dichter op de naastgelegen kwekerij te liggen.

Op basis van het historisch bodembestand blijkt dat op de locatie geen voor bodemverontreiniging verdachte activiteiten zijn uitgevoerd. Dit betekent dat de locatie onverdacht is voor bodemverontreiniging. Voor zover bekend is op de locatie in het verleden geen bodemonderzoek uitgevoerd.

Op de locatie Twelloseweg 8 (gelegen ten oosten van de locatie is in het verleden een bodemonderzoek uitgevoerd (1997, projectnummer DV561.1, BIScode 0674-01). Uit de onderzoeksresultaten kan geconcludeerd worden dat:

  • Zintuiglijk plaatselijk puin en kooldeeltjes zijn aangetroffen;
  • De bovengrond licht verontreinigd is met koper, lood, kwik, PAK, minerale olie en DDE;
  • De ondergrond licht verontreinigd is met lood;
  • Het grondwater licht verontreinigd is met zink.

Aangezien deze locatie onverdacht is ten aanzien van bodemverontreiniging, is een bodemonderzoek niet noodzakelijk.

Conclusie

Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.

5.3.4 Luchtkwaliteit

Algemeen

Op 15 november 2007 is titel 5.2: luchtkwaliteitseisen van de gewijzigde Wet milieubeheer (de 'Wet luchtkwaliteit') in werking getreden (Stb. 2007, 414). De regelgeving is uitgewerkt in de onderliggende Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB's) en ministeriele regelingen.

Langs de wegen in Nederland vinden geen overschrijdingen plaats van de richtwaarden en grenswaarden van de zware metalen (lood, arseen, cadmium en nikkel) en ozon. Om deze reden zijn deze stoffen niet opgenomen in de rekenmodellen.

Te beschouwen grenswaarden met betrekking tot luchtkwaliteit

Op landelijk niveau leveren fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) knelpunten op. De concentraties van de overige stoffen die op grond van de 'Wet luchtkwaliteit' getoetst dienen te worden voldoen aan de grenswaarden, zie Preliminary assessment of air quality, RIVM nr. 756021005 voor lood (Pb) en zwaveldioxide (SO2) en nr. 756021007 voor koolmonoxide (CO) en benzeen. Om deze reden zijn deze stoffen verder buiten beschouwing gelaten.

Voor de stoffen NO2 en PM10 zijn in de Wet luchtkwaliteit grenswaarden gesteld voor de jaargemiddeldeconcentratie van 40 µg/m3. Voor NO2 geldt voor het prognosejaar 2008 een plandrempel van 44 µg/m3.

Daarnaast geldt een grenswaarde van de uurgemiddelde concentratie voor NO2 van 200 µg/m3 die maximaal 18 keer per jaar mag worden overschreden en een grenswaarde voor de 24-uursgemiddelde concentratie voor PM10 (50 µg/m3) die maximaal 35 dagen per jaar mag worden overschreden.

De grenswaarde voor het uurgemiddelde van NO2 wordt in Nederland alléén langs zeer drukke verkeerswegen meerdere malen overschreden. Het komt in Nederland niet voor dat deze grenswaarde vaker dan 18 keer per jaar wordt overschreden.

Onderzoek en resultaten

In het kader van het voeren van een bestemmingsplanprocedure heeft een onderzoek plaatsgevonden naar de concentraties van twee, in de 'Wet luchtkwaliteit' opgenomen stoffen, te weten stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10).

Om te kunnen vaststellen of ter hoogte van het plangebied wordt voldaan aan de bepalingen van de Wet luchtkwaliteit is gebruik gemaakt van de gegevens zoals die in de Verkeersmilieukaart (VMK; programma Promil Spatial) zijn opgenomen. De meest relevante wegen zijn de Worp en de Rijksstraatweg. De concentraties van fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) zijn bepaald voor de prognosejaren 2010 en 2020.

Uit het onderzoek blijkt dat langs de onderzochte wegen in 2010 en 2020 géén overschrijdingen van de grenswaarden uit de Wet luchtkwaliteit optreden of te verwachten zijn. De concentraties liggen ver onder de grenswaarden uit de Wet luchtkwaliteit.

Nieuwe ontwikkelingen

Langestraat 27:

De bouw van een nieuwe woning op het perceel Langestraat 27 heeft betrekking op de sloop en het terugbouwen van één woning. Per saldo is het plan dus niet van invloed op de luchtkwaliteit.

Conclusie

Bij de bestemmingsplanprocedure voor het conserverend bestemmingsplan De Hoven is onderzocht of voldaan kan worden aan de bepalingen vanwege de Wet luchtkwaliteit. Op basis van de concentraties voor de prognosejaren 2010 en 2020 kan worden geconcludeerd dat de grenswaarden uit de Wet luchtkwaliteit niet worden, of zullen worden, overschreden.

Voor wat betreft het aspect luchtkwaliteit kan worden gesteld dat wordt voldaan aan de normen voor de luchtkwaliteit. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.

5.3.5 Externe veiligheid

Algemeen

De regelgeving op het gebied van externe veiligheid beoogt om een minimaal veiligheidsniveau te garanderen voor de burger voor wat betreft risico's van opslag en transport van gevaarlijke stoffen. Hiervoor zijn normen opgenomen in de regelgeving op dit gebied in de vorm van het plaatsgebonden risico, dat is de kans van één op de miljoen jaar op overlijden ten gevolge van een zwaar ongeval met gevaarlijke stoffen op een bepaalde plaats, en de zogenaamde "oriënterende waarde" van het groepsrisico, de kans op overlijden van een groep mensen ten gevolge van een zwaar ongeval met gevaarlijke stoffen. Daarbij geldt, hoe groter de groep, hoe kleiner de kans mag zijn dat dit ongeval kan plaatsvinden. Voor de verschillende typen risicobronnen is regelgeving vastgesteld. Voor bedrijven is de normstelling vastgesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen en voor transportassen voor vervoer van gevaarlijke stoffen in de circulaire "Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen".

Bedrijven of installaties met gevaarlijke stoffen

Op een afstand van 140 meter ten zuiden van het plangebied bevindt zich het lospunt voor LPG tankauto's van het Shell tankstation aan de Rijksstraatweg 2 te Steenenkamer. De meest zuidelijk gelegen woning van het plangebied valt daarmee binnen het invloedsgebied van 150 meter rondom het lospunt. LPG tankstations en daarmee deze situatie valt onder werkingssfeer van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. De contour van het plaatsgebonden risico valt ruim buiten het plangebied De Hoven. Het berekende groepsrisico blijft onder de oriënterende waarde.

Vervoersassen met gevaarlijke stoffen.

Spoor

In het plangebied ligt het spoor Apeldoorn - Deventer. Tot op een afstand van 200 meter vanaf een vervoersas met gevaarlijke stoffen dient volgens de circulaire Vervoer gevaarlijke stoffen rekening gehouden te worden met de mogelijke risico's van een dergelijke vervoersas. De risico's van de vervoersas zijn berekend in het rapport "Risico inventarisatie spoor gemeente Deventer" van maart 2007. Hierin is de conclusie dat er geen plaatsgebonden risicocontour wordt berekend en dat de oriënterende waarde van het groepsrisico niet wordt overschreden.

Zelfredzaamheid

De opslaglocatie voor LPG ligt relatief vrij van bebouwing in zijn omgeving. In het kader van dit bestemmingsplan liggen binnen het invloedsgebied van 150 meter vanaf het vulpunt voor LPG 3 woningen binnen de planbegrenzing. De overige woningen binnen 150 meter van het vulpunt liggen in de gemeente Voorst. De bewoners van de wijk “De Hoven” kunnen van de risicobron af vluchten via de Rijksstraatweg in oostelijke richting en via de route Leliestraat, Achter de Hoven en de Worp in noordelijke richting.

De vluchtmogelijkheden vanaf het spoor Deventer – Apeldoorn zijn goed. De wijk is ten zuiden van het spoor gelegen. In zuidelijke richting zijn er meerdere mogelijkheden tot ontvluchting. Vanuit de wijk kan via een fijnmazig stratennet van de bron af gevlucht worden via de Wilpsedijk of via de Wilhelminabrug in oostelijke richting. Indien noodzakelijk kan ook in noordelijke richting gevlucht worden via de Lage Steenweg. De wijk is voorzien van voldoende brandkranen.

Bereikbaarheid en bestrijdbaarheid

De opslaglocatie voor LPG, bereikbaar via de inrit aan de Wilpsedijk, is vanuit verschillende richtingen bereikbaar voor de hulpdiensten. Voor de Deventer brandweer is de aanrijroute via de Wilhelminabrug de snelste route. Mocht deze geblokkeerd zijn dan kunnen de korpsen uit Twello Terwolde en Voorst de locatie binnen de aanrijtijden bereiken. In de omgeving van de opslaglocatie zijn voldoende brandkranen aanwezig.

Het spoor Deventer – Apeldoorn is binnen de begrenzing van dit bestemmingsplan voor de hulpdiensten bereikbaar via de parallel gelegen wegen “Achter de hoven” en in het verlengde daarvan de Geraniumstraat. Deze wegen kunnen vanuit verschillende windrichtingen benaderd worden via de “Worp”, de Leliestraat en de Dahliastraat. De wijk is voorzien van voldoende brandkranen.

Basisnet spoor

Inmiddels wordt het Basisnet spoor voor het vervoer van gevaarlijke stoffen ontwikkeld. Bij de berekening van het Basisnet spoor wordt een hogere aanname gehanteerd voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Naar verwachting levert dit ook een hoger groepsrisico voor de omgeving op. Het ontwerpbesluit is inmiddels gepubliceerd. Voor het spoorgedeelte binnen het plangebied wordt geen overschrijding van de oriënterende waarde berekend. Naar verwachting wordt in 2011 het Basisnet spoor vastgesteld.

Eindafweging

Het betreft een conserverend bestemmingsplan. In dat kader zijn er nauwelijks mogelijkheden om verbeteringen in het plan aan te brengen. In dat kader moeten de risicobronnen ook gezien worden als een gegeven. Desalniettemin zijn de mogelijkheden voor zelfredzaamheid gunstig. Er kan voldoende in meerdere richtingen gevlucht worden. Ook de bereikbaarheid van de risicobronnen voor de hulpdiensten zijn gunstig. Daarbij moet nog worden aangemerkt een zeer klein deel van de woningen binnen dit plan in het invloedsgebied van het LPG station liggen. Verder laat het ontwerp Basisnet spoor een gunstiger risicobeeld zien. Natuurlijk moet voor het uiteindelijke risiconiveau vanwege het spoor voor de wijk de vaststelling van het Basisnet spoor worden afgewacht.

Nieuwe ontwikkelingen

Langestraat 27:

De op te richten woningen ligt op meer dan 200 meter van het spoor Deventer-Apeldoorn en de IJssel, aangewezen routes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Hiermee buiten het invloedgebied voor het groepsrisico. Ook het invloedsgebied (150m) van het langs de Rijksstraatweg N344 gelegen LPG tankstation reikt niet tot het plangebied. Voor wat betreft het aspect externe veiligheid is er geen belemmering voor deze ontwikkeling.

Conclusie

Aan de ambitieniveaus van de Omgevingsvisie externe veiligheid Deventer wordt voldaan. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het plan.

5.3.6 Ecologie

Algemeen

Vanuit het oogpunt van natuurwetgeving is een aantal wettelijke regelingen relevant in het kader van dit bestemmingsplan. Direct ten oosten van De Hoven ligt het Natura 2000-gebied 'Uiterwaarden IJssel'. Dit gebied is in de Omgevingsvisie Overijssel tevens aangegeven als 'concreet begrensde Ecologische hoofdstructuur en nieuwe natuur' (EHS).

Er zijn in De Hoven en directe omgeving waarnemingen bekend van in het kader van de Flora- en faunawet beschermde planten- en diersoorten, waaronder enkele juridisch zwaarder beschermde soorten zoals steenmarter, gewone dwergvleermuis, ruige vleermuis, laatvlieger, franjestaart, gewone grootoorvleermuis en rosse vleermuis. Tevens komen in de wijk broedvogels voor met een jaarrond beschermde nestplaats. Het betreft Huismus (ca. 300 broedparen) en Gierzwaluw (ca. 2 paren).

Nieuwe ontwikkelingen

Langestraat 27:

Bij planvorming voor nieuwe ontwikkelingen dient te worden onderzocht of deze ontwikkelingen nadelige effecten kunnen hebben op aanwezige beschermde flora en fauna of op het Natura 2000-gebied 'Uiterwaarden IJssel' en de EHS. Hierbij kan gedacht worden aan het verstoren, aantasten of vernietigen van beschermde flora en fauna en hun leefgebied of het aantasten van nesten of vaste rust- en verblijfplaatsen. Ook kunnen er nadelige uitstralende effecten zijn naar het Natura 2000-gebied 'Uiterwaarden IJssel' of de EHS.

Het te slopen pand is oud. Binnen het kilometerhok waarin het plangebied ligt komen volgens het Natuurloket drie zwaarder beschermde zoogdiersoorten voor, die ook habitatrichtlijnsoort zijn, waarschijnlijk zijn dit vleermuizen. Het is mogelijk dat de te slopen bebouwing potentiële vaste verblijfplaatsen (bijvoorbeeld achter daklijsten/dakpannen) heeft voor strikt beschermde vleermuizen.

Uit onderzoek van Van Maanen & Hoksberg (2008)  blijkt dat de middelhoog beschermde Steenmarter in de omgeving van het plangebied is waargenomen. Aangezien dit een gebouwbewonend dier is, is het mogelijk dat deze soort ook binnen het plangebied voorkomt. Daarnaast kunnen broedvogels aanwezig zijn, waaronder huismus en gierzwaluw waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn. Deze soorten broeden tussen dakpannen op mansardedaken. De te slopen woning heeft zo'n dak.

Het plangebied ligt op ca. 440 meter van de begrensde EHS (bron: Omgevingsvisie Overijssel) en dit is tevens onderdeel van Natura 2000-gebied 'Uiterwaarden IJssel'. Aangezien de te slopen woning in de bebouwde kom staat, worden er op voorhand geen effecten verwacht op de EHS en Natura 2000-gebied. Voor het slopen van de bebouwing en de nieuwbouw is het noodzakelijk een quickscan natuurtoets te laten uitvoeren.

Onderzoek

EcoGroen Advies BV heeft op 24 november 2010 een locatiebezoek gebracht aan het perceel Langestraat 27. Op basis van dit bezoek en een inventarisatie van bekende verspreidingsgegevens is een Quickscan Natuurtoets opgesteld (projectcode 10-404). De belangrijkste resultaten zijn:

  • Op basis van de afstand, de aard van de ruimtelijke ingrepen en de binnenstedelijke ligging wordt ingeschat dat de beoogde plannen geen negatieve effecten hebben op de in de omgeving aanwezige Natura 2000-gebieden, beschermde natuurmonumenten, EHS of belangrijke natuurwaarden buiten de EHS;
  • Tijdens het veldonderzoek zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen deze worden ook niet verwacht;
  • In de bomen en gebouwen op het perceel zijn geen wettelijk beschermde verblijfplaatsen van vleermuizen te verwachten. Mogelijk zijn op incidentele basis vleermuizen aanwezig onder dakpannen. Winterverblijven worden in het geheel niet verwacht;
  • Er is geen schade aan vliegroutes van vleermuizen te verwachten. Mogelijk wordt het perceel als foerageergebied gebruikt door enkele vleermuizen. Van een onmisbaar foerageergebied is echter geen sprake;
  • In het gebied zijn enkel laag beschermde soorten zoals de bosmuis, rosse woelmuis, egel en huisspitsmuis te verwachten. Er zijn geen sporen van de uit de omgeving bekende steenmarter aangetroffen. ook andere zwaarder beschermde zoogdieren zijn uit te sluiten op basis van biotoopkenmerken en bekende verspreidngsgegevens;
  • In het dak broeden naar verwachting enkele paren van de huismus. Van deze soort zijn de nestplaatsen jaarrond beschermd. Broedplaatsen van de andere broedvogels met jaarrond beschermde nestplaatsen, zoals de gierzwaluw zijn niet aangetroffen en ook niet te verwachten;
  • In het gebied komen diverse algemene broedvogels tot broeden zoals de merel, heggenmus en winterkoning;
  • In de vijvertjes vindt mogelijk voortplanting plaats van algemene en laag beschermde amfibieën als de bruine kikker en de kleine watersalamander. overwintering van laag beschermde amfibieën is te verwachten onder strooisellaag en ruigte. zwaarder beschermde amfibieën zijn op basis van bekende verspreidingsgegevens en biotoopkenmerken niet te verwachten;
  • reptielen, beschermde vissen, libellen, dagvlinders en andere ongewervelden zijn niet aangetroffen en worden op basis van biotoopkenmerken en bekende verspreidingsgegevens ook niet verwacht.

Aangezien er jaarrond beschermde nestplaatsen van de huismus verwacht worden dienen krachtens de Flora- en faunawet mitigerende maatregelen worden getroffen om de nadelige gevolgen en schadelijke effecten te compenseren. In de nieuwbouw (en tijdens de aanleg) moeten speciale neststenen en mussenpannen worden aangebracht zodat er vervangende broedgelegenheid ontstaat.

Tevens moeten de werkzaamheden die broedbiotopen van aanwezige vogels verstoren of beschadigen te allen tijde worden voorkomen. Dit is voor de meeste soorten mogelijk door gefaseerd te weken en de uitvoering op te starten in de periode voor of na het broedseizoen (circa half maart tot half juli). om schade aan kleine landzoogdieren en amfibieën te minimaliseren is het wenselijk graafwerkzaamheden zoveel mogelijk uit te voeren in de periode september tot december, mits vorstvrij.

Conclusie

Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de uitvoering van onderhavig bestemmingsplan.