direct naar inhoud van 4.3 Water
Plan: Recreatieterreinen en recreatiewoningen gemeente Dalfsen
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0148.RterwngDlfs-vs02

4.3 Water

4.3.1 Watertoets

Sinds 1 november 2003 is het verplicht plannen in het kader van de Wet op de Ruimtelijke Ordening te toetsen op water, de zogenaamde watertoets. De watertoets is een waarborg voor water in ruimtelijke plannen en besluiten. Waterhuishoudkundige doelstellingen worden daarbij expliciet en op een evenwichtige wijze in beschouwing genomen binnen deze ruimtelijke plannen en besluiten. Het watersysteem wordt hierbij op een integrale wijze benaderd. Zowel het oppervlaktewater als het grondwater worden dus (in samenhang) in beschouwing genomen. Daarbij gaat het naast de kwantiteit ook om de kwaliteit. De integrale benadering van het watersysteem betekent ook dat het watersysteem wordt benaderd in samenhang met andere beleidsvelden. De watertoets is een instrument om deze integrale benadering vorm te geven en om het watersysteem gezamenlijk op orde te krijgen. De belangrijkste beleidsdocumenten waarin de waterhuishoudkundige doelstellingen zijn beschreven zijn het Nationaal Waterplan, Anders omgaan met water: Waterbeleid in de 21e eeuw, de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW), Beleidslijn Grote Rivieren en de Nota Ruimte.

In het Nationaal Bestuursakkoord Water (2003) wordt de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het op orde krijgen van het watersysteem benadrukt. De drietrapsstrategie vasthouden-bergen-afvoeren wordt hierin onderschreven. De verantwoordelijkheid voor het treffen van de waterhuishoudkundige maatregelen ligt bij het waterschap. De verantwoordelijkheid voor de integrale afweging ligt bij de provincie en de gemeente. Zij leggen deze vast in provinciale plannen en streekplannen en in gemeentelijke structuurvisies en bestemmingsplannen.

Eén van de belangrijke speerpunten in het NBW is het opstellen van een (gemeentelijk) Waterplan. In een waterplan wordt een kader geschapen voor het maken van beleidsmatige en procesmatige afspraken over de wijze waarop ruimtelijke ordening en water op elkaar afgestemd moeten worden. In het waterplan wordt gesteld dat de ontwatering van het particulier terrein niet de verantwoordelijkheid van de gemeente is, maar de verantwoordelijkheid van de eigenaar van het terrein. De overheid is er wel verantwoordelijk voor dat de burger de eigen verantwoordelijkheid ook waar kan maken. Dit houdt in dat de gemeente de "zorgplicht" heeft voor inzameling en afvoer van overtollig grondwater. Het gemeentelijk rioleringsplan (GRP) geeft een verdere invulling aan de zorgplicht, die de gemeente door de Wet milieubeheer (Wm) wordt toebedeeld.

Het beleid van waterschap Groot Salland staat beschreven in het Waterbeheersplan 2010-2015, de beleidsnota Leven met Stedelijk Water in Stedelijke Gebied, Strategische Nota Rioleringsbeleid 2007, Visie Beheer en Onderhoud 2050 en het Beleidskader Recreatief Medegebruik. Daarnaast is de Keur van het waterschap Groot Salland een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. De genoemde beleidsdocumenten liggen ter inzage op het hoofdkantoor van het waterschap. Ook zijn deze te raadplegen op de internetsite www.wgs.nl. Omdat het planvoornemen de mogelijkheid biedt om bestaande verblijfsrecreatieterreinen te herontwikkelen is, is het gemeentelijk beleid doorslaggevend. Het waterschapsbeleid is wel leidend op gebied van waterbeheer en waterveiligheid.

4.3.2 Beleid

De gemeente Dalfsen heeft in haar Waterplan de volgende visie opgenomen ter attentie van het waterbeleid in de gemeente: Het streven is om een veilig, veerkrachtig, flexibel, ecologisch gezond watersysteem te hebben, dat minimaal voldoet aan de randvoorwaarden gesteld in het Europees, nationaal en regionaal waterbeleid. In het gemeentelijk rioleringsplan is opgenomen dat bij (kleinschalige) locaties binnen de bestaande bebouwing (waar bijvoorbeeld vervangende nieuwbouw plaats gaat vinden) de riolering wordt aangepast. Hemelwater afkomstig van nieuwbouw wordt zo mogelijk niet op de vuilwaterriolering aangesloten. Dit streven krijgt een wettelijke basis in de bouwverordening in overeenstemming met de landelijke richtlijnen. Het hemelwater wordt waar mogelijk - na buffering - geïnfiltreerd in de bodem en/of worden afgevoerd naar oppervlaktewater (volgens de bekende trits vasthouden - bergen - afvoeren).

Binnen de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is regelgeving opgenomen ter bescherming van waterlichamen door middel van het stellen van chemische en ecologische doelstellingen die in 2015 gehaald moeten worden. De uitvoering van de KRW vraagt een inspanning van vele partijen op internationaal, nationaal en regionaal niveau.

Het Waterschap Groot Salland hanteert de drietrapsstrategieën vasthouden-bergen-afvoeren (kwantiteit) en schoonhouden-scheiden-zuiveren (kwaliteit). Een afname van de aanwezige ruimte voor waterberging ten gevolge van de uitvoering van ruimtelijke maatregelen moet worden gecompenseerd. In eerste instantie moet deze compensatie binnen het plangebied worden gerealiseerd. Ook moet binnen nieuwe stedelijke gebieden worden voldaan aan de stedelijke wateropgave. Hierom moet binnen (nieuw) stedelijk gebied voldoende oppervlaktewater worden gecreëerd en de afvoer van overtollig hemelwater worden begrensd op de landbouwkundige afvoer. Bij het vasthouden van het hemelwater hanteert het Waterschap Groot Salland infiltreren in de bodem als uitgangspunt. Oppervlakkige afvoer naar de infiltratievoorziening en oppervlakkige infiltratie via wadi's geniet daarbij de voorkeur. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool een optie. Als infiltratie niet mogelijk is kan water (in eerste instantie via een bodempassage) worden geloosd op oppervlaktewater.

Bij het infiltreren van hemelwater is speciale aandacht vereist voor de kwaliteit van het afstromende hemelwater. Duurzaam bouwen en het voorkomen van verontreinigende activiteiten zijn daarbij belangrijk. Als de kwaliteit van het afstromende hemelwater infiltreren niet toestaat, moet het aangesloten worden op het vuilwaterstelsel.

4.3.3 Watersysteem en waterkeringen

Voor watergangen in en direct grenzend aan het plangebied geldt in zijn algemeenheid de functie van deze watergang te allen tijde moet worden gegarandeerd. Hierbij wordt rekening gehouden met de kern- en beschermingszone van deze watergang zoals in de Keur van het Waterschap Groot Salland is beschreven. Met betrekking tot deze watergangen gelden binnen de Keur van het Waterschap Groot Salland opgenomen gebods- en verbodsbepalingen. Werkzaamheden binnen de kern- en beschermingszone zijn ontheffingsplichtig. Ten behoeve van het beheer en onderhoud geldt langs de watergang een obstakelvrije zone van 5 meter.

4.3.4 Rioleringssysteem en waterketen

Binnen het plangebied is geen rioleringssysteem aanwezig. Regenwater infiltreert en/of wordt afgevoerd door de bodem of naar de omliggende watergangen. Bedrijfsafvalwater (vergelijbaar met huishoudelijk afvalwater) wordt opgevangen via een IBA-systeem. Huishoudelijk afvalwater wordt opgevangen via septic tanks en het IBA-systeem en volgens wettelijke voorschriften geloosd in de bodem of op het oppervlaktewater.  

4.3.5 Waterhuishouding

Het plangebied is niet gesitueerd binnen een waterwingebied. Er is geen toename van verhard oppervlak ten opzichte van de oorspronkelijke situatie. Hierdoor is het niet noodzakelijk om binnen het bestemmingsplan extra waterberging te creëren.

Nierveer, de Stokte, Tolhuis, de Stuw en een deel van het plangebied Hessum-Bosweg liggen in het buitendijkse gebied van de Vecht. Voor deze gebieden gelden eisen ten aanzien van de doorstroombaarheid bij hoog water. Nieuwe bebouwing en bepaalde bodemingrepen zijn hier niet toegestaan. Ingrepen in de bodem in en bij de dijken zijn vergunningplichtig. De stabiliteit van de dijk moet namelijk ten allen tijde gegarandeerd blijven.

Nierveer, het Tolhuis, Starnbosch, Vlierhoek, Hessum/Bosweg, Moezenbeltweg en Immenhorst liggen in de boringsvrije zone. De boringsvrije zone is de zone waarbinnen (diepliggende) beschermende kleilagen niet zonder meer doorboord mogen worden. Hiermee wordt het diepe grondwater beschermd en kan deze voorraad gereserveerd worden voor de openbare drinkwatervoorziening. Het diepe pakket van Salland is het gebied waarin alle inrichtingen ten behoeve van het onttrekken van grondwater, op een diepte van 50 meter beneden maaiveld, registratie- en vergunningplichtig zijn. Met dit bestemmingsplan worden geen waterwinningen of andere diepe bodemingrepen mogelijk gemaakt.

4.3.6 Overstromingsrisicoparagraaf

Het huidige waterveiligheidsbeleid is primair gericht op het voorkomen van overstromingen. De provincie Overijssel zorgt daarom voor een voldoende niveau van bescherming. Absolute veiligheid bestaat echter niet. De kans dat een waterkering faalt, blijft altijd bestaan. Daarom is er ook aandacht nodig voor het beperken van de gevolgen van een overstroming. Klimaatverandering (zeespiegelstijging en toenemende rivierafvoeren) vergroot deze noodzaak.

Voor gebieden in de provincie Overijssel met een risico op overstroming is via de Omgevingsverordening 2009 verplicht gesteld dat bij ruimtelijke ontwikkelingen een overstromingsrisicoparagraaf wordt opgenomen in de toelichting van het bestemmingsplan. De overstromingsrisicoparagraaf dient inzicht te geven in de risico's bij overstroming en de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om deze risico's te voorkomen dan wel te beperken. De volgende regels zijn hiervoor opgenomen in de Omgevingsverordening (artikel 2.14.3):

  • 1. Bestemmingsplannen die betrekking hebben op gebieden die gelegen zijn binnen de dijkringen 9: Vollenhove, 52: Oost-Veluwe en 53: Salland (wettelijk vastgelegde dijkringgebieden) en als zodanig op de kaart Waterveiligheid nr. 09295054 zijn aangegeven, voorzien alleen in nieuwe grootschalige ontwikkelingen binnen deze gebieden als in het desbetreffende bestemmingsplan zodanige voorwaarden worden gesteld dat de veiligheid ook op lange termijn voldoende is gewaarborgd.

  • 2. De toelichting bij bestemmingsplannen die betrekking hebben op gebieden als bedoeld in lid 1, is voorzien van een overstromingsrisicoparagraaf die inzicht biedt in"
  • de risico's bij overstroming
  • de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om de risico's te voorkomen dan wel te beperken.

Het plangebied ligt gedeeltelijk binnen dijkring 9: Vollenhove, een gebied dat op grond van de Omgevingsverordening 2009 gekarakteriseerd staat als een gebied dat bij overstroming "langzaam en ondiep onderloopt". Voor het gebied binnen dijkring 9 wordt het overstromingsrisico gevormd door hoge waterstanden in het buitendijkse Zwarte Water en in de Vecht. Hoogwater wordt hier in het Zwarte Water en de benedenloop van de Vecht bepaald door twee factoren: hoge rivierafvoeren en hoge waterstanden in het IJsselmeer. Het Zwarte Water staat namelijk via het Zwarte Meer en het Ketelmeer in verbinding met het IJsselmeer. Verder zorgt de balgstuw bij Ramspol bij een noordwestenstorm voor bescherming tegen hoogwater vanaf het IJsselmeer.

Het Interprovinciaal Overleg heeft een digitale risicokaart uitgewerkt, waarop de gebieden aangegeven worden die bij een overstroming onder water kunnen lopen. De risicokaart geeft hierbij ook een indicatie van de overstromingsdiepten. Op basis van de risicokaart blijkt dat bij het falen van dijkring 9 het gebied vanuit het Zwarte Water en de benedenloop van de Vecht richting het oosten overstroomt, tot aan de Ankummerdijk.

Omdat het grootste deel van het plangebied in het oostelijke deel van de gemeente ligt zal bij een dijkdoorbraak dit deel van het plangebied niet bereikt worden. Uit de risicokaart blijkt dat de overstromingsdiepte in het overgrote deel van plangebied 0 meter is, of in het uiterste westen beperkt blijft tot maximaal 0,2 of 0,5 meter. De terreinen die in dit bestemmingsplan zijn opgenomen liggen niet in deze gebieden.

Voor de terreinen die in de uiterwaarden van de Vecht liggen gelden natuurlijk andere overstromingsrisico's. Dit zijn buitendijkse gebieden waar jaarlijks een overstroming plaats kan vinden. Een aantal terreinen ligt in deze buitendijkse gebieden. Hoog water in de Vecht is te voorspellen. Mensen en terreinen kunnen tijdig geëvacueerd worden.

Een dijkdoorbraak kan veel plotselinger plaatsvinden of kan juist gecontroleerd plaatsvinden. De overstromingsdiepte bij een dijkdoorbraak bereikt alleen in het uiterste westelijk deel van de gemeente een niveau van enkele decimeters, dat (ernstige) hinder, maar geen groot gevaar oplevert. Kelders en begane grond van gebouwen zullen onder kunnen lopen. Verkeer kan ook hinder ondervinden. Er is echter voldoende tijd om mensen te waarschuwen via het luchtalarmsysteem en de regionale media (de rampenzender).

Dit bestemmingsplan regelt overigens geen nieuwe of grootschalige ontwikkelingen. Alleen bestaande recreatieterreinen en recreatiewoningenterreinen zijn bestemd. Ook is het bestaande aantal recreatiewoningen vastgelegd. Op een aantal plaatsen kunnen wel extra stacaravans geplaatst worden. Deze zijn verplaatsbaar en kunnen in uiterwaardengebieden in de wintermaanden verwijderd worden. Voor de Vecht is te voorspellen wanneer er hoog water aan komt. De recreatieterreinen liggen op de hogere delen van de uiterwaarden. Een beperkte uitbreiding van de centrale voorzieningen (maximaal 15% van de bestaande oppervlakte) is ook mogelijk gemaakt. Deze uitbreidingsmogelijkheden vallen ook niet onder de noemer "grootschalige nieuwe ontwikkelingen", maar maken enkel een beperkte uitbreiding van de bestaande functies mogelijk.

4.3.7 Watertoetsproces

De gemeente Dalfsen zal het Waterschap Groot Salland te zijner tijd inlichten over het bestemmingsplan. Er wordt rekening gehouden met de bestaande regel- en wetgeving op het gebied van het watersysteem en het gemeentelijk Waterplan.