direct naar inhoud van 4.3 Waterhuishouding
Plan: Rogat
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0119.Rogat-BPC1

4.3 Waterhuishouding

Bij elk besluit binnen de ruimtelijke ordening is de betrokkenheid van de waterbeheerder van groot belang. Met het uitvoeren van de zogenaamde 'watertoets' wordt de waterbeheerder actief bij ruimtelijke besluitvormingsprocessen betrokken en krijgt water een duidelijke plek binnen de ruimtelijke ordening. Het plangebied is gelegen in het beheersgebied van het waterschap Reest en Wieden (WR&W) dat zowel de kwantiteit als de kwaliteit van het oppervlaktewater beheert.

4.3.1 Europees beleid

De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Streefdatum voor het bereiken van gewenste waterkwaliteit is 2015, met eventueel uitstel tot 2027. De doelstellingen worden uitgewerkt in (deel)stroomgebieds-beheerplannen. In deze plannen staan de ambities en maatregelen beschreven; ook de ecologische ambities worden op dit niveau geregeld.

Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Reest en Wieden, Velt en Vecht, Regge en Dinkel, Groot Salland en Rijn en IJssel. In het Regionaal Bestuurlijk Overleg werken deze instanties samen met onder andere de gemeente Meppel en diverse andere overheden en bij het waterbeheer betrokken instanties.

4.3.2 Rijksbeleid

Het Rijksbeleid is in diverse nota's vastgelegd. Het meest directe beleidsplan is het Nationaal Waterplan. Dit plan is de opvolger van de Vierde Nota Waterhuishouding uit 1998 en vervangt alle voorgaande Nota's Waterhuishouding. Het Nationaal Waterplan is opgesteld op basis van het wetsvoorstel Waterwet en beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie. Belangrijke onderdelen van het Nationaal Waterplan zijn het nieuwe beleid op het gebied van waterveiligheid, het beleid voor het IJsselmeergebied, het Noordzeebeleid en de Stroomgebiedbeheerplannen op grond van de KRW. Tevens bevat het een eerste beleidsmatige uitwerking op het advies van de Deltacommissie.

4.3.3 Provinciaal beleid

Het beleid van de provincie Drenthe met betrekking tot water is vastgelegd in het Omgevingsvisie Drenthe. Dit plan is op 2 juni 2010 door Provinciale Staten vastgesteld. Door middel van dit beleid streeft de provincie Drenthe naar een robuust watersysteem dat voldoende schoon grond- en oppervlaktewater biedt voor alle waterafhankelijke functies. Het watersysteem moet in staat zijn om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen, waardoor wateroverlast en watertekort tot een maatschappelijk aanvaardbaar niveau beperkt blijven. Ook moet het watersysteem voldoen aan de kwaliteitseisen die voortvloeien uit de Europese Kaderrichtlijn Water.

Ruimte voor water wordt vooral gezocht in de bovenlopen van de beekdalen. Door hier water vast te houden, wordt wateroverlast in de lager gelegen gebieden verkomen, vermindert de verdroging bovenstrooms, verbetert de waterkwaliteit en neemt de grondwatervoorraad toe. De beekdalen zijn aangegeven op de visiekaart van de Omgevingsvisie Drenthe en zijn bovengeschikt aan de functies. Deze aanduiding betekent een verbijzondering dat randvoorwaarden en uitgangspunten de inrichting bepalen van de onderliggende functies landbouw, multifunctioneel en natuur.

Om de ruimte voor water te garanderen, wordt een 'nee, tenzij-beleid' gevoerd. Dit betekent dat kapitaalintensieve functies zo veel mogelijk worden geweerd. Daarbij gaat het om woon- en werkgebieden en kapitaalintensieve vormen van agrarisch grondgebruik, zoals glastuinbouw, intensieve veehouderijen en kwekerijen. Nieuwe kapitaalintensieve functies zijn alleen toegestaan als aan vier voorwaarden is voldaan:

  • er is sprake van een zwaarwegend maatschappelijk belang;
  • er zijn geen alternatieven;
  • de functie vormt op de locatie geen feitelijke belemmering om in de toekomst de afvoer- en bergingscapaciteit van het regionale watersysteem te vergroten;
  • het negatieve effect op het watersysteem wordt in het plan gecompenseerd.
4.3.4 Regionaal beleid

Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben de beheerders van het deelstroomgebied Rijn-Oost - de waterschappen Reest en Wieden, Velt en Vecht, Regge en Dinkel, Groot Salland en Rijn en IJssel - de afgelopen jaren intensief samengewerkt met elkaar en met andere partners. Dit heeft onder andere geresulteerd in één waterbeheerplan per beheerder, waarbij de vijf plannen onderling qua opzet en inhoud grotendeels hetzelfde zijn.

Het WR&W heeft zijn waterbeheerplan 2010-2015 vastgesteld op 24 november 2009. Het beleid is met name gericht op een duurzame aanpak van het waterbeheer: geen afwenteling, herstel van de veerkracht van het watersysteem, streven naar een meer natuurlijk waterbeheer, zoeken naar meer ruimte voor water, water toepassen als ordenend principe middels het gebruik van waterkansenkaarten en water langer vasthouden mede door flexibeler peilbeheer. Ook het streven naar een betere waterkwaliteit als onderdeel van duurzaamheid is een belangrijk speerpunt (tegengaan van lozingen, minder belasting van het water en het zoveel mogelijk tegengaan van diffuse verontreinigingen). Een signaleringskaart 'Ruimte voor Water' maakt onderdeel uit van het waterbeheerplan. Deze kaart sluit aan bij de werknormen uit het Nationaal Bestuursakkoord Water en het vormt een toetsingskader voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.

Naast het waterbeheerplan is ook de Keur van het WR&W van toepassing; deze is vastgesteld op 17 december 2009. De Keur bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot waterstaatswerken en watersystemen en biedt een mogelijkheid om uitvoering van het beleid uit het Waterbeheerplan af te dwingen. In de Keur zijn onder meer de volgende onderwerpen opgenomen:

  • regeling van onderhoud van waterstaatswerken (oppervlaktewaterlichamen, waterkeringen en ondersteunende kunstwerken);
  • watervergunning voor het gebruik van waterstaatswerken verboden in geval van calamiteiten;
  • watervergunning voor het af- en aanvoeren, het onttrekken en lozen van oppervlaktewater, het onttrekken van grondwater en het infiltreren van water in de bodem;
  • vrijstellingen;
  • zorgplicht voor het watersysteem.

Rondom elke primaire watergang is een beschermingszone opgenomen. Binnen deze zone mogen enkel bouwwerken van geringe omvang, welke noodzakelijk zijn voor het beheer en onderhoud van de watergang worden gebouwd. De beschermingszone is 5 meter breed, gemeten vanaf de grens van de watergang (insteek of buitenzijde van de aanwezige onderhoudsstrook). De beschermingszone heeft behalve voor het handhaven van de bereikbaarheid als nevenfunctie om eventuele toekomstige herinrichtingen of verbeteringen (capaciteitsvergroting) mogelijk te houden.

4.3.5 Gemeentelijk beleid

De stedelijke wateropgave Meppel is een concretisering van het Waterplan van gemeente, waterschap en Vitens uit 2001. De wateropgave bestaat uit de aanpak van wateroverlast door overstromend oppervlaktewater, van de wateroverlast in relatie tot rioolcapaciteit en van grondwateroverlast. In het geactualiseerde Nationaal bestuursakkoord Water is afgesproken dat het waterschap en de gemeente de stedelijke wateropgave gezamenlijk in kaart brengen en afspraken maken over een maatregelenprogramma en bijbehorende financiering. Het waterschap is verantwoordelijk voor het regionale watersysteem en daarmee ook voor de wateroverlast door overstromend oppervlaktewater. De gemeente kent enkele zorgplichten ten aanzien van hemelwater, grondwater en oppervlaktewater.

Ten aanzien van de kern Rogat is in de wateropgave geconstateerd dat in theorie te weinig oppervlaktewater aanwezig is. Knelpunten met riolering en grondwater zijn niet aanwezig. In de praktijk wordt geen probleem met gebrek aan oppervlaktewater ervaren, omdat het water afgevoerd wordt naar de Hoogeveense Vaart. In theorie is hier sprake van afwenteling op het regionale systeem. De gemeente Meppel en het WR&W kiezen echter voor een integrale benadering van de stedelijke wateropgave waarbij de knelpunten op het vlak van oppervlaktewater, hemelwater en grondwater integraal worden opgelost. Zij hebben daarom besloten, dat buiten het bebouwd gebied ruimte voor water moet wordt gezocht. Daarin wordt ook de afwenteling van Rogat op de Hoogeveense Vaart gecompenseerd. In die zin ligt er geen concrete opgave in de kern, bij ontwikkelingen kunnen altijd kansen worden meegenomen om meer ruimte voor water te realiseren.

De beleidsvoornemens en (bijbehorende) maatregelen voor inzameling, transport en verwerking van stedelijk afval-, hemel- en grondwater in de gemeente Meppel is vastgelegd in het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) en beslaat de periode 2011 tot 2015. Het vGRP vertaalt de voorgenomen maatregelen in een kostendekkingsplan en geeft aan welke gevolgen dit heeft voor de rioolheffing en de organisatie. In tegenstelling tot het voorgaande GRP is dit vGRP meer geschreven vanuit de beleidskaders in plaats van vanuit het operationele programma (de activiteiten).

4.3.6 Watersysteem

In het gebied ten oosten van Meppel is door opstuwing van landijs een

aaneengesloten keileempakket ontstaan, dat relatief hooggelegen is: het Drents

Plateau. Regenwater infiltreert op het hoger gelegen Drents Plateau en komt als kwel ten westen van Meppel (De Wieden en Nijeveense Polder) weer omhoog. Daarnaast zijn er plaatselijke ondiepe systemen (regionale kwel). Bijvoorbeeld langs de rand van het beekdal van de Reest ligt een zandrug waar water infiltreert dat in het beekdal opkwelt. De Reest wordt zo vooral gevoed door kwelwater. Rondom de Wold Aa speelt regionale kwel nauwelijks een rol.

Rogat is gelegen in het beekdallandschap tussen de Wold Aa en De Reest en maakt onderdeel uit van het stroomgebied van de Hoogeveense Vaart. Deze wateren komen tezamen met de Drentsche Hoofdvaart, de Oude Vaart en de omgelegde Hoogeveense Vaart samen in Meppel. Het oppervlaktewater wordt uiteindelijk via het Meppelerdiep via het gemaal Zwartsluis afgevoerd in de richting van het Zwarte Water.

De Hoogeveense Vaart kent een weinig natuurlijk karakter en heeft een functie voor scheepvaart. Net voorbij Rogat wordt de hoofdstroom van de vaart zuidelijk om Meppel heen geleid. De oorspronkelijke Hoogeveense Vaart loopt door in de richting van Meppel om uit te monden in het Meppelerdiep. Net voor Meppel kruist De Reest via een duiker de omgelegde vaart, terwijl circa 80% van het water uit

De Reest in de Hoogeveense Vaart terecht komt.

De waterkwaliteit is in de laatste jaren sterk verbeterd, maar de meeste wateren voldoen nog niet volledig aan de gestelde eisen ten aanzien van de basiskwaliteit. Dit is hoofdzakelijk het gevolg van een te hoge concentratie aan stikstof en fosfaat. De Wold Aa benadert de eisen van de basiskwaliteit.

Stedelijk watersysteem
Ter hoogte van de woonkern Rogat is overwegend grondwatertrap VId van toepassing. Dit betekent dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) gelegen is op ongeveer 60 centimeter beneden maaiveld (cm-mv); de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) ligt circa 200 cm-mv. Ter plaatse van het bedrijventerrein is overwegend sprake van grondwatertrap IVu. Deze trap kent een GHG van 50 cm-mv en een GLG van 110 cm-mv. Uit nadere informatie van WR&W blijkt dat de maximale grondwaterstand gelegen is tussen de 40 en 80 cm-mv.

Rond en in het plangebied zijn diverse watergangen gelegen, waaronder een aantal schouwsloten van het waterschap. Rogat kent drie peilgebieden. De maximale peilhoogten variëren tussen ca. 0,95 en 1,8 m + NAP. Opgemerkt wordt dat dit peil de instelhoogte van het kunstwerk is en zodoende voor het laagste deel van het peilvak de drooglegging garandeert. Lokaal kunnen dus (grote) verschillen optreden.

Het rioolstelsel van de kern Rogat bestaat uit een gescheiden stelsel ter plaatse van het bedrijventerrein; de woonkern is nog aangesloten op een gemengd rioolstelsel. Beide transporteren het afvalwater naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie te Echten.

Afbeelding 9: Bestaande waterhuishouding.
afbeelding "i_NL.IMRO.0119.Rogat-BPC1_0010.jpg"

Het plangebied bevindt zich niet in een waterwin- en/of grondwaterbeschermingsgebied. Wel zijn de beleidsthema's "beekdal" en "GGOR (Gewenste Grond- en Oppervlaktewater Regime)" aan de orde. Vanwege het conserverende karakter van het bestemmingplan worden hier geen nadelige consequenties aan verbonden.

4.3.7 Knelpunten

Uit de "Kansen en Knelpunten"-kaart behorende bij het waterplan Meppel blijkt dat binnen het plangebied geen knelpunten aanwezig zijn.

4.3.8 Watertoets

Op 7 april 2011 heeft het waterschap een Watertoetsdocument opgesteld. Deze is bij de totstandkoming van deze waterparagraaf betrokken. In het kader van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro is het waterschap om een nadere reactie gevraagd.