direct naar inhoud van 2.2 Huidige situatie
Plan: Meppel - Centrumschil
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0119.Centrumschil-BPC2

2.2 Huidige situatie

2.2.1 Ruimtelijke structuur

Het is duidelijk dat de verschillende buurten binnen de Centrumschil gebouwd zijn op basis van de verkeers-, water- en groenstructuren die van oorsprong in het landschap of vanuit de historische ontwikkeling van de stad Meppel aanwezig zijn.

Opvallend is dat er ten opzichte van de situatie uit 1927 aan de hoofdstructuur nagenoeg niets gewijzigd is. Uitzondering hierop is wellicht de "binnenring", maar dit wordt veroorzaakt doordat de binnenring in wezen een verkeerskundige uitvinding is, die later aan de verkeersstructuur van Meppel is toegevoegd. Door deze latere toevoeging zijn langs de binnenring "rafelige" randen ontstaan en zijn veel achterzijden van bouwblokken blootgelegd.

Enkele van de oorspronkelijke verbindingswegen vormen nu de belangrijkste verbindingen vanuit de binnenstad met de aangrenzende woonbuurten. Langs deze uitlopers staan karakteristieke panden die aan het einde van de 19e en het begin van de 20e eeuw zijn gebouwd.

2.2.2 Functionele structuur

De hoofdfunctie van het gebied is overwegend wonen met een variatie in bouwvormen. De grondgebonden woningen domineren, maar ook gestapelde woningen komen voor. Naast de woonfunctie komt in dit gebied een grote verscheidenheid aan functies voor zoals; detailhandel, horeca, dienstverlening, maatschappelijke en culturele instellingen, sport, bedrijven, recreatie en openbare ruimte.

Detailhandel is voornamelijk te vinden langs de oorspronkelijke uitlopers van de binnenstad (zoals bijvoorbeeld de Woldstraat, het Zuideinde en in mindere mate de Molenstraat), langs de binnenring en langs de Heerengracht/Oosteinde. Daarnaast hebben sommige delen van de uitlopers een specifieke functie. Zo ligt bij het noordelijke deel van het Zuideinde de nadruk op dienstverlening in de vorm van de uitzendingsbranche.

De maatschappelijke en culturele voorzieningen liggen verspreid over het gehele plangebied. Hierbij valt te denken aan scholen, de schouwburg Ogterop, het cultureel centrum Meppel, verzorgingstehuizen en kinderdagverblijven.

Verspreid over de verschillende woonbuurten in het plangebied bevinden zich een aantal (voornamelijk kleinschalige) bedrijven. Deze bedrijven zijn veelal verenigbaar met de woonfunctie, dus milieucategorie 1 en 2. Sporadisch komt een bedrijf in milieucategorie 3 voor.

Horecabedrijven zijn ook veelal te vinden langs de uitlopers van de binnenstad en direct aan de binnenring van het plangebied. Het gaat hierbij voornamelijk om enkele cafetaria's, cafe's, enkele hotels en restaurants.

Sport en recreatie komt in beperkte mate voor binnen het plangebied. Het betreft onder andere het gemeentelijk kampeerterrein aan het Westeinde en de tennisbaan op de hoek Julianastraat/Catharinastraat.

Voor het overige zijn in het plangebied onder andere de gebruikelijke groen- en speelvoorzieningen, water, nutsvoorzieningen en kunstobjecten aanwezig.

2.2.3 Verkeers- , water- en groenstructuurstructuur

Wegen
Voor het plangebied 'Centrumschil' zijn de twee belangrijkste wegenstructuren in de binnenstad de binnenring en de buitenring. De binnenring wordt gevormd door de Noteboomstraat, Vledderstraat, Marktstraat, Brouwersstraat, Kleine- en Grote Oever. De buitenring bestaat uit de Ceintuurbaan, Burgemeester Knopperslaan, Parallelweg en de Leonard Springerlaan. Belangrijke verbindingen tussen de buiten- en binnenring zijn de historische uitlopers van de binnenstad. Het gaat dan om het Zuideinde, de Woldstraat, het Noordeinde/Molenstraat en het Oosteinde. Deze uitlopers vormden oorspronkelijk de verbinding tussen het landelijk gebied en de binnenstad.

Naast de hoofdverbindingswegen verbinden belangrijke routes voor langzaamverkeer de binnenstad met de omliggende woongebieden.

Spoorverbindingen
Ten oosten van het plangebied ligt de spoorlijn Zwolle - Groningen/Leeuwarden.

Hoewel het spoor geen onderdeel uitmaakt van dit bestemmingsplan, is het een belangrijke verbinding die door zijn effecten van belang is voor nieuwe ontwikkelingen in het oostelijke deel van het centrum en dan met name vanwege het railverkeerslawaai.

Water- en groenverbindingen
In en om het plangebied liggen 3 belangrijke waterverbindingen, namelijk de Wold Aa (ten noorden van het plangebied), de Reest (in het zuiden van het plangebied) en het Meppelerdiep (aan de westzijde van het plangebied).
Dwars door het plangebied loopt de Hoogeveensche Vaart. Daarnaast is in 2008 een deel van de Gasgracht, ter hoogte van de Gasfabriek, weer open gegraven.

Het plangebied wordt aan de noord- en zuidzijde bovendien begrensd door groenvoorzieningen. Aan de noordzijde door een strook (overwegend) openbaar groen langs het Mallegat, Wold Aa en de spoorlijn. Aan de zuidzijde wordt het plangebied begrensd door een deel van de Stadsreest (inclusief het Wilhelminapark en het Prinses Beatrixplantsoen).

Afbeelding 4: De structurerende elementen van het plangebied.

afbeelding "i_NL.IMRO.0119.Centrumschil-BPC2_0004.jpg"

2.2.4 Beschermd stadsgezicht

Het gebied Oud-Zuid (Stationsweg, Zuideinde en Wilhelminapark) is gelegen in het door de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de minister van Infrastructuur en Milieu aangewezen beschermd stadsgezicht (1 juli 2011). Een beschermd stadsgezicht is een gebied dat van algemeen belang is voor de cultuurhistorische waarde van een stad.

Onder stadsgezichten worden in artikel 1 sub f van de Monumentenwet 1988 verstaan: 'Groepen van onroerende zaken die van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel hun wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en in welke groepen zich één of meer monumenten bevinden'.

Uitgangspunt is de karakteristieke met de historische ontwikkeling samenhangende structuur en ruimtelijke kwaliteit van de buurt te onderkennen als een zwaarwegend belang bij de herontwikkeling van het plangebied.

Het gebied Zuideinde - Stationsweg - Wilhelminapark vormt een typerende weerspiegeling van de gevolgen van de grote infrastructurele ingrepen van de tweede helft van de 19de eeuw: door de positie langs nationale straatwegen en spoorlijnen kreeg de lokale economie een grote impuls. Dit kreeg tot in de eerste helft van de 20ste eeuw een ruimtelijk gezicht in eigentijdse stadsuitbreidingen en een park, vormgegeven met de ontwerpinstrumenten van deze tijd.

Het Wilhelminapark vormde een bijna logische vervolgstap: het combineerde de behoefte aan hygiëne, waterbeheersing, bouwkavels en wandelrecreatie door aanleg van een villa- en wandelpark met in het ontwerp gebruik makend van een natuurlijke waterloop, de Reest. De handelsgeest van Meppel weerspiegelt zich in de exploitatieopzet: het park moest betaald worden uit de opbrengst van de bouwkavels. Door het aantrekken van een nationaal bekende tuinarchitect, L.A. Springer, wist men zich tevens verzekerd van een woonomgeving “op stand”.

De sterke samenhang tussen architectuur, groen en openbare ruimte die in de periode 1850-1940 heerste in de ontwerpstijlen, is in het hele gebied nog sterk herkenbaar en gaaf aanwezig: groen, hekwerken en muurtjes zijn de middelen waarmee overgangen tussen privé en openbaar worden gerealiseerd; dit wordt aan de Stationsweg doorgetrokken naar de profilering van trottoir en straat.

Het gebied bezit een bijzondere combinatie van verdichting, uitbreiding en tuin- en bouwstijlen op een relatief klein oppervlak. Het vormt daarmee een bijzonder ensemble in de ontwikkelingsgeschiedenis van Meppel. Bijzonder voor Drenthe is ook de aanwezigheid van een nog redelijk gaaf ontwerp van Leonard Springer, met daarin een staalkaart van bouwstijlen uit één periode.

Het Wilhelminapark vertoont nog steeds de sterke samenhang tussen de bebouwing en het park uit het ontwerp, door de structuurelementen en de bouw- en tuinstijlen. Daarbij is de ontwerpstijl van Leonard Springer nog goed herkenbaar. Centraal ligt het wandelpark dat opgebouwd is uit een sterke noord-zuid gerichte symmetrieas met daaromheen gebogen vormen. Om het park heen liggen de woonstraten. De noord-zuid as door het wandelpark vanaf de vijver wordt vormgegeven door een loper van gras, geflankeerd door wandelpaden, naar de Parklaan. De Parklaan vormt een voortzetting van deze as tot aan de Stationsweg en is daardoor de belangrijkste ruimtelijke verbinding tussen deze hoofdonderdelen. Een andere karakteristieke zichtas vanaf de vijver wordt gevormd door het graslaantje geflankeerd door geknotte bomen, met zicht op de molenstomp, direct achter de bebouwing aan het Wilhelminapark gelegen.

De overige straten volgen de gebogen vormen van vijver en park. Een aantal wandelpaden en straten zijn geasfalteerd, hetgeen enige afbreuk doet aan het materiaalgebruik van de oorspronkelijke parkinrichting. Belangrijker is echter de kenmerkende profielindeling met een smalle rijbaan die aan beide zijden direct overgaat in een groene berm: trottoirs ontbreken en waar voetpaden voorkomen zijn deze vrijliggend. De inrichting van de woonstraten is gericht op het leggen van een ruimtelijke relatie tussen groen (van park naar tuinen) en bebouwing: tussen erfscheiding en straten zijn groenstroken gelegd, met daarin bomen; de tuinen zijn van de straten gescheiden door heggen, en in het oostelijk deel door lage bakstenen muurtjes.

De bebouwing van de villawijk stamt grotendeels uit de jaren 1920-1930 en staat op royale percelen. Er is een diversiteit aan bouwstijlen. Het zijn vrijstaande of dubbele woningen, opgetrokken in baksteen in één of twee bouwlagen met kap (veelal pannen, soms riet) en georiënteerd op de straat. Andere kenmerken zijn samengestelde plattegrondvormen en dakvlakken, en lichte dakoverstekken; de gevelornamenten zijn over het algemeen vrij sober, uitgevoerd in baksteen of gepleisterde vlakken. In sommige gevallen komen villa's met verwante kenmerken groepsgewijs voor, zoals het geval is met een aantal bijeengelegen panden met rietkappen aan de westzijde van de centrale vijverpartij. In het oostelijk deel van het Wilhelminapark zijn de kavels en woningen wat bescheidener van formaat, maar ze hebben wel dezelfde vormkenmerken. Hier zijn ook wat andere functies aanwezig: sociale woningbouw, de jeugdherberg en de restanten van de gemeentelijke kwekerij (waarvoor inmiddels een herontwikkeling tot woningbouw in voorbereiding is).

In het deel grenzend aan de woonbebouwing kenmerkt het park zich door veel open ruimten en visuele relaties; meer naar het zuiden wordt het park dichter, met minder zichtlijnen naar buiten, om tenslotte te eindigen met het beloop van de Reest.

De oostelijke begrenzing van het Wilhelminapark bestaat uit een strook buitenwaarts gerichte woningen langs de Leonard Springerlaan, overwegend in een kenmerkende 30er-jaren baksteenarchitectuur met grote dakvlakken en - overstekken. Door hun afwijkende stedenbouwkundige opzet en gerichtheid onderscheiden deze zich van het parkgedeelte. De Leonard Springerlaan vormt een buffer tussen de historische bebouwing van het Wilhelminapark en de bedrijfspanden langs het spoor. Het oorspronkelijke beloop van de rijbaan langs de historische bebouwing is als ventweg gaan functioneren. De ventweg wordt van de huidige hoofdrijbaan gescheiden door een groenstrook met bomen.

Afbeelding 5: Het Wilhelminapark en omgeving.
afbeelding "i_NL.IMRO.0119.Centrumschil-BPC2_0005.jpg"