direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Buitengebied Zuid, deelplan Trambaan 6, 2018
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0118.2018BP8000023-VG01

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding

De eigenaar van camping Schonewille aan de Trambaan 6 te Nieuweroord is voornemens de camping uit te breiden. De uitbreiding betreft het verdubbelen van het aantal standplaatsen van 25 naar 50. Tevens zal er dagrecreatieve voorziening worden ontwikkeld waar ijzertijdboerderijen mogelijk worden gemaakt. Daarbij is het de bedoeling dat de landschappelijke kwaliteit van het perceel wordt verbeterd door het uitbreiden van de vijver en het aanleggen van extra groen.

De voorgenomen uitbreiding van de camping past niet binnen het vigerende bestemmingsplan 'Buitengebied Zuid'. Om de beoogde ontwikkelingen mogelijk te maken is een bestemmingsplanherziening nodig. Dit bestemmingsplan zorgt ervoor dat de gewenste ontwikkelingen op een juiste manier worden bestemd.

1.2 Leeswijzer

In hoofdstuk 1 leest u de inleiding. Hoofdstuk 2 zal de huidige situatie duidelijk maken. In hoofdstuk 3 wordt het beleidskader behandeld. Vervolgens komen in hoofdstuk 4 de gewenste ontwikkeling aan bod. De omgevingsaspecten worden beschreven in hoofdstuk 5. In hoofdstuk 6 wordt de planbeschrijving beschreven en in hoofdstuk 7 de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid.

Hoofdstuk 2 Huidige situatie

2.1 Plangebied

Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Hoogeveen, ten oosten van Hoogeveen en net ten zuiden van het dorp Nieuweroord en de Hoogeveense vaart. Het perceel ligt aan de Trambaan. Dit is de voormalige trambaan die leidde van Hoogeveen naar Nieuw-Amsterdam.

Ten noorden van het plangebied, direct gelegen aan de Trambaan ligt momenteel akkerland. Deze gronden zijn sinds kort zo bestemd dat er ontwikkeling van woningen op royale kavels mogelijk is. Ten oosten, zuiden en westen van het plangebied worden woningen afgewisseld met akker- en grasland.

afbeelding "i_NL.IMRO.0118.2018BP8000023-VG01_0001.jpg" Afbeelding 1: Luchtfoto camping Schonewille (bron: Geoloket)

De bestaande camping is kadastraal bekend als gemeente Hoogeveen, sectie K met nummers 4614 en 4615.

De gewenste ontwikkeling zal plaats gaan vinden op gronden kadastraal bekend als gemeente Hoogeveen, sectie K met nummers 5197 en 1601.

afbeelding "i_NL.IMRO.0118.2018BP8000023-VG01_0002.jpg"

Afbeelding 2: Kadastrale kaart camping Schonewille (bron: Geoloket)

2.2 Vigerend bestemmingsplan

Het vigerende bestemmingsplan is het bestemmingsplan Buitengebied Zuid, herziening 2007 (onherroepelijk 26 maart 2008. De bestemming van het plangebied is Landelijk gebied II met de aanduiding 'woning'.

Vanwege beleidswijzigingen over kleinschalig kamperen is op 2 april 2009 het facet bestemmingsplan Buitengebied Zuid, herziening 2007, deelplan herziening vrijstellingsbepaling kleinschalig kamperen onherroepelijk geworden. Daarnaast is op 21 januari 2010 het facet bestemmingsplan Buitengebied Zuid, herziening 2007, deelplan herziening woningbouwvoorschriften onherroepelijk geworden.

Op 3 december 2015 is het bestemmingsplan Buitengebied, parapluherziening aan- en bijgebouwenregeling vastgesteld. Deze parapluherziening is opgesteld om een ruimere aan- en bijgebouwenregeling vast te stellen in het buitengebied ten opzichte van de rest van de gemeente Hoogeveen

Op onderstaande afbeelding is een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan Buitengebied Zuid, herziening 2007 weergegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.0118.2018BP8000023-VG01_0003.jpg"

Afbeelding 3: Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

De gronden die in het bestemmingsplan de bestemming Landelijk gebied II hebben zijn bestemd voor:

  • Behoud en herstel van landschappelijke en natuurlijke waarden.

En voor de volgende sociaal-economische doeleinden:

  • uitoefenen van het agrarisch bedrijf;
  • bosbouw;
  • dagrecreatie;
  • wonen, uitsluitend voor zover de gronden zijn aangegeven met 'Woning'.

2.3 Landschappelijke en ruimtelijke structuur plangebied

Camping Schonewille ligt in een veenontginningslandschap dat vanaf het begin van de zeventiende eeuw ten zuidoosten van Hoogeveen is ontstaan. In het landschap ervaart men enerzijds open gebieden, anderzijds daaruit oprijzende beboste gebieden, bomenrijen en houtwallen.

Het gebied ten westen van de Jan Knegtweg kenmerkt zich door openheid, met hier en daar bomenrijen (els en eik). Ten oosten van de Jan Knegtweg is het landschap half open/half gesloten met verspreid door het gebied een aantal grotere bospercelen.

Er is sprake van een duidelijke oost-west verkaveling.

In het westelijke gebied, waar het plangebied onderdeel van uitmaakt ligt de bebouwing verspreid in het gebied, met rondom een erf, van oorsprong voorzien van een omringende erfbeplanting; een open landschap met 'groene eilanden' met daarin een woning. De bebouwing is gelegen langs de wijk/waterlossing met de nokrichting van de woning parallel hieraan.

Langs de Verlengde Hoogeveense Vaart komt verspreid bebouwing voor. De oorspronkelijke woningen zijn bescheiden van omvang, vaak een hoofdgebouw met enkele bijgebouwen. De woningen gesitueerd in een strakke, rechte rooilijn evenwijdig aan de vaart en met de nokrichting haaks hierop.

Het gebied wordt ontsloten via een smalle asfaltweg, de Trambaan. Vanaf deze weg worden de meeste kavels in het gebied door middel van een onverhard pad verder ontsloten.

Van oudsher is er een intensieve (water)structuur van wijken aanwezig. In de loop van de tijd is deze structuur steeds minder waarneembaar geworden.

afbeelding "i_NL.IMRO.0118.2018BP8000023-VG01_0004.jpg"

Afbeelding 4: uitsnede topografische kaart Trambaan en omgeving

Hoofdstuk 3 Beleidskader

3.1 Europees beleid

3.1.1 Verdrag van Malta

In 1992 werd het Europese Verdrag van Valletta (Malta) ondertekend door een groot aantal EU-landen, waaronder Nederland, met als doel om het (Europese) archeologische erfgoed veilig te stellen. De ondertekenaars hebben zich verplicht, archeologische belangen tijdig te betrekken bij de ruimtelijke planvorming voor woningbouw, landinrichting, wegenaanleg en dergelijke. Het beleid is gericht op het behoud van de archeologische waarden in de bodem en de planologische bescherming van waardevolle archeologische vindplaatsen.

De uitgangspunten van het verdrag zijn op nationaal niveau uitgewerkt in de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz, 2007). Voor archeologische waarden geldt per 1 september 2007 op basis van de gewijzigde Monumentenwet 1988 de wettelijke verplichting om bij vaststelling van een bestemmingsplan rekening te houden met de in de grond aanwezige, dan wel te verwachten monumenten.

De gronden vallende binnen de herziening van het bestemmingsplan 'Buitengebied Zuid, deelplan Trambaan 6, 2018' en zijn getoetst aan de archeologische wet- en regelgeving. De doorwerking daarvan zijn terug te lezen in paragraaf 5.2 Bodem van dit bestemmingsplan.

3.1.2 Wet Natuurbescherming

De laatste tijd ondervindt de ruimtelijke ordening steeds meer invloed van het Europese beleid. In het bijzonder geldt dit voor de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Bij herzieningen van bestemmingsplannen wordt aandacht gevraagd voor het veiligstellen van de beschermde flora en fauna. Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet heeft de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet vervangen. De bescherming van Natura 2000 gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen (houtopstanden) wordt nu via deze wet geregeld. De provincie is per 1 januari 2017 het bevoegde gezag voor soortenbescherming en houtopstanden. Deze bevoegdheden lagen voorheen bij het Rijk. De gronden vallende binnen dit plan zijn aan deze wet getoetst. De doorwerking daarvan is opgenomen in paragraaf 5.8 Natuur van dit bestemmingsplan.

3.2 Rijksbeleid

3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

Begin 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) in werking getreden. Deze vervangt onder andere de Nota Ruimte 2006. Deze Structuurvisie is in juni 2011 als ontwerp vastgesteld door de ministerraad en op 22 november 2011 door de 2e Kamer aangenomen. Met de Structuurvisie zet het kabinet het roer om in het nationale ruimtelijke beleid. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid.

Het Rijk zet het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid in voor een concurrerend, leefbaar en veilig Nederland. Bovendien is het Rijk verantwoordelijk voor een goed systeem van ruimtelijke ordening. Om een zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte te bevorderen, wordt een ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Dat betekent dat er eerst gekeken moet worden of er vraag is naar een bepaalde nieuwe ontwikkeling, en vervolgens of het bestaande stedelijk gebied of bestaande bebouwing kan worden hergebruikt. Indien dat niet mogelijk is kan een stedelijke ontwikkeling gemotiveerd plaatsvinden buiten bestaand stedelijk gebied.

Uit gemeentelijk beleid blijkt (zie paragraaf 3.4 Gemeentelijk beleid) dat er behoefte is aan een kwantitatieve en kwalitatieve impuls betreffende verblijfsrecreatie. De gewenste ontwikkeling van camping Schonewille voldoet aan deze behoefte. Er vindt een verdubbeling plaats van het aantal kwalitatief hoogwaardige campingplaatsen. Daarnaast zal de dagrecreatieve voorziening met ijzertijdboerderijen een educatieve functie hebben die de Drentse ruimtelijke kwaliteit benadrukken. Het plan wordt zorgvuldig en groen in de omgeving ingepast en sluit daarom aan bij de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte.

3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Het kabinet heeft in de hiervoor genoemde SVIR vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet. De SVIR bepaalt welke kader stellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wro, gewenst. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken.

De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 ook als procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Daarin is in artikel 3.1.6 een lid 2 ingevoegd waarin een motiveringsplicht is opgenomen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen (inclusief detailhandel) in bestemmingsplannen. In de toelichting van het bestemmingsplan moet hiervoor een verantwoording plaatsvinden aan de hand van een drietal opeenvolgende treden ("ladder duurzame verstedelijking").

De eerste trede in deze ladder is een beschrijving dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte. Hierbij kan het gaan om zowel kwantitatieve als kwalitatieve aspecten. De beide vervolgstappen uit genoemde ladder hebben betrekking op de vraag of de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied ingepast kan worden (trede 2) en als dat niet mogelijk is op andere locaties (trede 3), die vooral goed ontsloten moeten zijn. Hierna volgt de Ladder voor Duurzame verstedelijking.

3.2.3 Ladder duurzame verstedelijking

De laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In artikel 1.1.1. onder i van het Bro is een omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Een stedelijke ontwikkeling wordt in het Bro als volgt omschreven: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.

De uitbreiding van camping Schonewille vindt plaatst in het buitengebied van de gemeente Hoogeveen. Tevens betreft het geen stedelijke ontwikkeling zoals omschreven in artikel 1.1.1. onder i van het Bro. Het uitvoeren van een laddertoets is zodoende niet noodzakelijk.

3.3 Provinciaal beleid

3.3.1 Omgevingsvisie Drenthe 2018

Provinciale Staten hebben op 3 oktober 2018 de revisies van de Omgevingsvisie- en Omgevingsverordening Drenthe 2018 vastgesteld die vervolgens op 1 november 2018 in werking zijn getreden. De Omgevingsvisie is voor Drenthe een centraal visiedocument. Deze Omgevingsvisie is het strategische kader voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe. De ambitie ziet toe op het waarderen van de Drentse kernkwaliteiten en het ontwikkelen van een bruisend Drenthe passend bij deze kernkwaliteiten. Deze ambitie vormt het hart van ons beleid waarmee wordt ingezet op 'ontwikkelen met ruimtelijke kwaliteit', mede vanuit de wetenschap dat landschapskwaliteit een belangrijke vestigingsfactor is. In de omgevingsvisie worden zes verschillende kernkwaliteiten benoemd die de Drentse ruimtelijke identiteit inhoud geven. Het gaat om landschap, cultuurhistorie, aardkundige waarden, archeologie, rust en natuur.

Drenthe is een provincie die wordt geroemd om haar prachtige landschap. Daarnaast vind je er tal van tastbare sporen van de rijke geschiedenis die het gebied kent. Er zijn enkele grote recreatieve spelers binnen de provincie, maar ook een ruim recreatief aanbod en een ijzersterke agrarische sector.

De grote 'spelers' bepalen veelal het beeld over Drenthe. Maar Drenthe is veel meer dan dat en is juist afhankelijk van het midden- en kleinbedrijf (MKB). Meer dan 95% van het Drentse bedrijfsleven behoort tot het MKB. De omgevingsvisie Drenthe 2018 is daarom ook opgesteld met de volgende missie: “Het waarderen van de Drentse kernkwaliteiten en het ontwikkelen van een bruisend Drenthe passend bij deze kernkwaliteiten.”

De landschapskwaliteit van Drenthe wordt veelvuldig aangehaald. De provincie wil 'ontwikkelen met ruimtelijke kwaliteit'.

De provincie wil in het landelijk gebied voldoende ontwikkelingsmogelijkheden bieden voor o.a. recreatie en toerisme. Het gaat hier om bijvoorbeeld het verbeteren en vernieuwen van het aanbod van verblijf- en dagrecreatie. Het versterken van verblijfsrecreatie is onder andere te bereiken door deze te verbinden aan de beleving van de Drentse ruimtelijke kwaliteit.

De provincie geeft in haar visie tevens aan dat er ruimte moet zijn voor herontwikkeling en uitbreiding van de verblijfsrecreatie. Om de marktpositie te verbeteren kan een bedrijf er voor kiezen om vernieuwende recreatieconcepten te ontwikkelen.

Het plan van Camping Schonewille voldoet aan de visie van de provincie. Momenteel betreft het een camping met 25 kwalitatief hoogwaardige standplaatsen. De camping is voornemens om dit uit te breiden met nog eens 25 standplaatsen van een vergelijkbare kwaliteit.

De camping wil deze uitbreiding gepaard laten gaan met de ontwikkeling en realisatie van een dagrecreatieve voorziening. Deze voorziening en bijbehorende ijzertijdboerderijen zullen een educatieve functie hebben betreffende de Drentse geschiedenis. Verblijfsrecreatie wordt op deze manier gekoppeld aan de beleving van de Drentse ruimtelijke kwaliteit. Dit belevingspark zal worden aangemerkt als dagrecreatie en tevens worden opengesteld voor de dagrecreant en passant.

3.3.2 Provinciale omgevingsverordening Drenthe 2018

In oktober 2018 is naast de Omgevingsvisie Drenthe 2018 de provinciale omgevingsverordening 2018 (POV) vastgesteld door Provinciale Staten. De POV is een instrument om het omgevingsbeleid uit te kunnen voeren. Het omgevingsbeleid omvat vele aspecten, onder andere ruimtelijke ontwikkeling, duurzame energie, bodemsanering, bescherming van het grondwater en verkeer en vervoer.

In de POV zijn met betrekking tot deze onderwerpen regels gesteld. Soms hebben deze regels betrekking op gemeenten of waterschappen, maar soms zijn deze regels ook rechtstreeks van toepassing op het handelen van burgers.

In artikel 2.21 stelt de POV dat nieuwe verblijfsrecreatie en de uitbreiding van verblijfsrecreatie mogelijk is onder bepaalde voorwaarden. Een ruimtelijk plan kan alleen voorzien in een nieuw park of de uitbreiding van een park indien het ruimtelijk plan regels stelt ter waarborging van levensvatbare langjarige bedrijfsmatige exploitatie van het park, zodat permanente bewoning van recreatiewoningen wordt voorkomen.

Camping Schonewille is voornemens om de camping uit te breiden van 25 standplaatsen naar 50 standplaatsen. De kleinschaligheid van de camping verdwijnt. Daarom is dit bestemmingsplan ontwikkeld. In dit bestemmingsplan wordt meermaals beschreven dat permanente bewoning van (vaste) kampeermiddelen niet is toegestaan. Zo is in de gebruiksregels een verbod op permanente bewoning opgenomen. De gemeente Hoogeveen handhaaft hier actief op.

3.3.3 Kernkwaliteitenanalyse

De Provinciale omgevingsverordening Drenthe, met inbegrip van de navolgende wijzigingen, geeft de randvoorwaarden voor het opstellen van ruimtelijke plannen. De verordening heeft onder meer als doel om de kernkwaliteiten van Drenthe te behouden en te versterken. Als bij een ruimtelijk project kernkwaliteiten betrokken zijn, moet in het ruimtelijk project uiteen gezet worden dat met het desbetreffende project wordt bijgedragen aan behoud en ontwikkeling van de bij het project betrokken kernkwaliteiten conform de provinciale ontwikkelingsvisie. Een ruimtelijk project mag geen nieuwe activiteiten dan wel wijziging van bestaande activiteiten mogelijk maken die de kernkwaliteiten significant aantasten. Er is een totaal van zes kernkwaliteiten waarmee bij elk ruimtelijk project rekening mee dient te worden gehouden. Voor het plangebied zijn twee kernkwaliteiten van toepassing. Deze kernkwaliteiten worden hieronder behandeld en toegepast op het plangebied.

Kernkwaliteit Aardkundige waarden

Het plangebied is voor de kernkwaliteit Aardkundige waarden aangeduid met het beschermingsniveau Generiek. In deze gebieden wil de provincie de lokale, aardkundige kenmerken voor de toekomst bewaren. De provincie verwacht van gemeenten dat zij in deze gebieden nagaan welke kenmerkende aardkundige waarden aanwezig zijn en dat zij hieraan bescherming geven via het gemeentelijk bestemmingsplan en plannen en initiatieven daarop beoordelen. Bij ontwikkelingen kunnen aardkundige kwaliteiten als inspiratiebron worden gebruikt. De gronden welke worden gebruikt voor de uitbreiding van de camping zijn in het verleden in gebruik geweest als agrarische grond. Gedurende het gebruik van deze grond is deze naar verwachting meermaals geroerd. Bij de ontginning van veen op deze locatie geldt dit ook. Er is zodoende geen sprake van aantasting van deze kernkwaliteit door dit plan.

Kernkwaliteit Landschap

De provincie richt zich op het in stand houden en versterken van het landschap als economisch, ecologisch en cultureel kapitaal. De ambitie is een Drents landschap waarin de verscheidenheid in landschapstypen en -onderdelen zich blijvend manifesteert. De landschapstypen met de bijbehorende landschapskenmerken wil de provincie in samenhang behouden en versterken. Daarmee wordt gestreefd naar een Drents landschap waarin het grondgebruik, het type natuur en het landschapsbeeld passen bij de ontwikkelingsgeschiedenis van het landschap. Vanuit dat perspectief wil de provincie keuzes voor nieuwe ontwikkelingen in het landschap blijvend mogelijk maken.

De provinciale doelstellingen voor de kernkwaliteit landschap zijn:

  • het behouden en versterken van de ruimtelijke afwisseling van landschapstypen;
  • het behouden en versterken van de karakteristieke kenmerken van de verschillende
    landschapstypen die we in Drenthe onderscheiden:
  • het behouden en versterken van de karakteristieke macrogradiënten van het Drents Plateau in relatie tot de aangrenzende en lager liggende veengebieden;
  • het behouden en ontwikkelen van het Nationaal Beek-en esdorpenlandschap Drentsche Aa.

Binnen Drenthe zijn zes landschapstypen te onderscheiden:

1. Esdorpenlandschap;
2. Esgehuchtenlandschap;
3. Wegdorpenlandschap van de laagveenontginning;
4. Wegdorpenlandschap van de randveenontginning
5. Landschap van de veenkoloniën;
6. Landschap van de Koloniën van Weldadigheid (UNESCO)

Het plangebied valt onder het landschapstype landschap van de veenkoloniën. Kenmerkend voor dit landschapstype is de strakke rechthoekige verkaveling, de bebouwingslinten langs de kanalen en weidse ruimtes met wijken. Dominerend is de langgerekte beplanting van opgaande bomen langs de wegen, in een open vlak landschap.

Het provinciaal beleid is gericht op het behouden en versterken van de samenhang en de openheid met de wijken en de rechtlijnige landschapsstructuur.

De plannen voor de uitbreiding van de camping houden rekening met kenmerken van het landschap. De strakke rechthoekige verkaveling zal niet worden aangetast. De camping zal worden omzoomd met een 8 meter brede landschappelijke inpassing. De ijzertijdboeredijen die met dit plan mogelijk worden gemaakt zijn noord-zuid georiënteerd. De ontwikkelingen beschreven in dit plan zorgen niet voor een afbraak van het landschap en haar kwaliteiten.

3.4 Gemeentelijk beleid

3.4.1 Toekomstvisie

In april 2018 is de Toekomstvisie voor Hoogeveen vastgesteld door de gemeenteraad. In deze toekomstvisie staan ontwikkelingen en opgaven weergegeven op het gebied van bestuur, veiligheid, sociaal, omgeving en economie.

In de Toekomstvisie komt het aspect "Visie en opgave bedrijvigheid en bereikbaarheid" ter sprake. Hierin wordt uitleg gegeven hoe gemeente Hoogeveen denkt over het ruimte geven aan ondernemen. Qua toerisme wil gemeente Hoogeveen een aantrekkelijk en veelzijdig aanbod aan vrijetijdsvoorzieningen en -activiteiten kunnen blijven aanbieden.

De voorgenomen ontwikkeling past binnen deze visie. Met 25 extra hoogwaardige standplaatsen vergroot het aantrekkelijke aanbod aan verblijfsrecreatie. Daarbij zorgt de realisatie van een tweetal ijzertijdboerderijen voor een veelzijdigheid aan aanbod qua vrijetijdsvoorziening.

3.4.2 Structuurvisie Hoogeveen 2.0

De structuurvisie 2.0 is een oplegnotitie welke is vastgesteld als aanvulling op de al bestaande structuurvisie 'Hoogeveen ruim gezien 2015-2030' welke in 2004 is vastgesteld. Nieuwe ontwikkelingen en trends hebben het nodig gemaakt om de vastgestelde beleidskaders onder de loep te nemen. Desalniettemin blijft de kern van de originele visie overeind staan, namelijk: duurzame kwaliteit. De structuurvisie is leidend voor het hele grondgebied van de gemeente.

Uit de visie blijkt dat de gemeente in brede zin de mogelijkheden in het landelijk gebied voor recreatie en toerisme stimuleert mits stedenbouwkundig en landschappelijk goed ingepast. De missie is om meer mensen (dagbezoek en overnachtingen) naar Hoogeveen te trekken en meer bekendheid te genereren.

Tevens stelt de gemeente dat de aandacht voor cultuurhistorie toeneemt. Cultuurhistorie wordt dan ook steeds meer ingezet bij ruimtelijke, economische en toeristisch-recreatieve ontwikkelingen.

Camping Schonewille richt zich op een oudere doelgroep. Een doelgroep die waarde hecht aan een rustig en kwalitatief hoogwaardige camping. Camping Schonewille wil uitbreiden naar een camping met een totaal van 50 kwalitatief hoogwaardige standplaatsen. Dit is in lijn met het beleid uit de structuurvisie. Tevens zorgt de realisatie van de dagrecreatieve voorzieningen voor een cultuurhistorische recreatieve ontwikkeling.

3.4.3 Visie landelijk gebied gemeente Hoogeveen

Hoogeveens landelijk gebied heeft kwaliteiten die worden herkend en erkend. In deze visie is op het landelijk gebied staan die beschreven, net als de maatregelen die nodig zijn om de ontwikkelingen op het plattenland te kunnen sturen. Deze visie is samen met bewoners, ondernemers en andere partners van de gemeente Hoogeveen samengesteld.

De visie op het landelijk gebied bestaat uit acht deelvisies. De deelvisie recreatie & toerisme is daar één van.

Uit de deelvisie recreatie en toerisme blijkt dat er wordt ingezet op de stimulering van cultuurtoerisme door koppeling te zoeken met andere recreatieactiviteiten. Er wordt door de gemeente ingezet op kwalitatieve thematische evenementen en activiteiten ter verbetering van het toeristisch product. Het bouwen van een tweetal ijzertijdboerderijen i.c.m. de uitbreiding van de camping is een goed voorbeeld van het benutten van deze koppeling.

Voorts is de gemeente Hoogeveen voornemens om ondernemers in de sector recreatie en toerisme te faciliteren en ondersteunen. Omdat kwaliteit boven kwantiteit gaat bevordert de gemeente onder meer een kwaliteitsslag in de bestaande verblijfsaccomodaties.

Met de uitbreiding van camping Schonewille naar een camping met 50 hoogwaardige standplaatsen i.c.m. dagrecreatieve mogelijkheden, voldoen zij aan de visie van gemeente Hoogeveen.

3.4.4 Beleid recreatie en toerisme 2018-2022

De toeristisch-recreatieve sector zit in de lift. In heel Drenthe groeien de bestedingen en werkgelegenheid binnen deze sector. Ook in Hoogeveen is deze groei zichtbaar. In de afgelopen jaren is er veel gebeurd op het gebied van recreatie en toerisme. De gemeente heeft besloten om volop in te zetten op de toeristisch-recreatieve sector. Zodoende is de beleidsnota 'Beleid Recreatie en Toerisme 2018-2022' vastgesteld. Het doel van het beleid is om de kindvriendelijkste gemeente van Nederland te worden.

In 2016 telde Drenthe 7,4 miljoen overnachtingen van Nederlandse vakantiegangers die samen 273 miljoen euro besteedden. Drenthe staat op de 5e plaats van Nederlandse vakantiebestemmingen. Buitenlandse gasten waren goed voor 829.000 overnachtingen met een geschatte waarde van 111 miljoen euro. Naast overnachtingen is Drenthe ook populair om een dag te bezoeken. Dit is goed voor 796 miljoen euro.

In de beleidsnota 'Beleid Recreatie en Toerisme 2018-2022' wordt ook ingegaan op de vitaliteit van de verblijfsrecreatie binnen de gemeente. Van de vier parken die zijn bezocht scoorden er twee een voldoende. De conclusie is dat er voldoende capaciteit is maar dat er kwalitatief een slag kan worden gemaakt.

De ambitie van de gemeente is om de kindvriendelijkste gemeente van Nederland te worden. De primaire focus ligt daarbij op de dagrecreant die in de (ruime) omgeving van Hoogeveen verblijft, om hen te verleiden Hoogeveen te bezoeken.

Hier ligt een kans voor camping Schonewille. De gemeente wil meer inzetten op recreatie en toerisme. Camping Schonewille wil graag uitbreiden. Wanneer de 25 extra standplaatsen die worden gecreëerd van een dergelijke hoge kwaliteit zijn als de al bestaande 25 standplaatsen, dan zorgt de uitbreiding van de camping niet alleen voor een kwantitatieve impuls betreffende verblijfsrecreatie binnen de gemeente, maar ook een kwalitatieve.

Daarnaast zullen de ijzertijdboerderijen op het dagrecreatieve deel kunnen worden gebruikt voor toeristische educatie. Een stuk Drentse geschiedenis wordt tastbaar gemaakt. Dit sluit aan bij de Hoogeveense ambitie om de kindvriendelijkste gemeente van Nederland te worden.

3.4.5 Nota ruimtelijke kwaliteit

Op 21 december 2017 heeft de Hoogeveense gemeenteraad de Nota Ruimtelijke Kwaliteit vastgesteld. De Nota Ruimtelijke kwaliteit vervangt de Welstandsnota met de daarbij behorende oplegnotitie voor de pilot 'welstandsvrij bouwen'. De pilot welstandsvrij bouwen is succesvol verlopen en krijgt een vervolg in de Nota Ruimtelijke Kwaliteit. In de Nota Ruimtelijke Kwaliteit zijn alleen gebieden en gebouwen opgenomen, die echt (cultuurhistorisch) waardevol zijn en daarom beschermd moeten worden. Het plangebied betreft zo'n gebied dat is aangewezen als een welstandsvrij gebied. Voor deze gebieden geldt dat het bouwplan niet wordt voorgelegd aan de welstandscommissie en positief bevonden hoeft te worden voordat een omgevingsvergunning afgegeven wordt. Het doel hiervan is om creatieve initiatieven te stimuleren en barrières weg te nemen door minder regels.

Hoofdstuk 4 Gewenste ontwikkeling en uitgangspunten

4.1 Ruimtelijke en functionele structuur

Momenteel is camping Schonewille een kleinschalige camping net ten zuiden van de kern Nieuweroord. Een kleinschalige camping houdt in dat er momenteel maximaal 25 standplaatsen zijn. Het terrein heeft daarnaast de beschikking over een sanitaire voorziening. Daarbij is er de mogelijkheid tot parkeren voor bezoekers en staat de woning van de eigenaar op hetzelfde terrein.

Het plan is om de camping uit te breiden met 25 extra standplaatsen. Het totaal komt zodoende uit op 50 staandplaatsen. Deze 25 extra standplaasten zullen worden aangelegd op het zuidelijke deel van de camping. Zij zullen van eenzelfde hoogwaardige kwaliteit zijn als de al bestaande plekken van de camping. 10 van deze nieuwe standplaatsen zullen worden ingericht als standplaats voor campers.

In de zuidoosten van de camping is er plek voor dagrecreatieve voorzieningen. Hier worden twee ijzertijdboerderijen mogelijk gemaakt. Het is de bedoeling van de eigenaar om de bezoekers van de camping bewust te maken van de rijke culturele en landschappelijke historie van Drenthe. Tevens kan dit deel van de camping worden gebruikt voor educatieve doeleinden. Passanten en bijvoorbeeld schoolkinderen kunnen op die manier ook kennis maken net de Drentse historie.

De boerderijen hebben geen verblijfsfunctie. Het is niet de bedoeling dat hierin wordt overnacht.

Bovenstaande ontwikkelingen zorgen samen met de al gerealiseerde ondergeschikte horeca ervoor dat Camping Schonewille interessant is voor zowel kampeerders als passanten en toeristen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0118.2018BP8000023-VG01_0005.jpg"

Afbeelding 5 : Indeling uitbreiding camping Schonewille

Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten

5.1 Archeologie en Cultuurhistorie

5.1.1 Inleiding

In de bodem kunnen ook aardkundige waarden aanwezig zijn. Het Verdrag van Malta voorziet in bescherming van het Europees archeologisch erfgoed onder meer door de risico's op aantasting van dit erfgoed te beperken. Deze bescherming is in Nederland wettelijk verankerd in de Erfgoedwet die op 1 juli 2016 in werking is getreden. Deze wet verplicht de gemeente bij het vaststellen van een bestemmingsplan rekening te houden met de in de grond aanwezige monumenten.

De gemeente Hoogeveen heeft in navolging van wet- en regelgeving eigen cultuurhistorisch beleid

ontwikkeld op het terrein van de deelgebieden archeologie, historische geografie en historische

bebouwing. Toetsing vindt plaats aan de daaruit volgende archeologische monumenten kaart en de gemeentelijke cultuurhistorische beleidskaarten. 

5.1.2 Onderzoek aardkundige waarden

De Archeologische Monumenten Kaart (AMK) bevat een overzicht van belangrijke archeologische terreinen in Nederland. In het plangebied zijn geen archeologische monumenten aanwezig waarmee rekening gehouden dient te worden.

Op basis van de gemeentelijke cultuurhistorische beleidskaarten, vastgesteld op 24 november 2016, ligt het plangebied grotendeels in een gebied met archeologische waarde 5, lage archeologische verwachting, waarvoor geen archeologisch (voor)onderzoek hoeft te worden uitgevoerd. Een klein gedeelte van het plangebied valt in een gebied met met archeologische waarde 4. In het gemeentelijke beleid is een vrijstellingsgrens opgenomen van 2000m2 voor gronden binnen archeologische waarde 4 . Omdat het gebied met archeologische waarde 4 een oppervlakte heeft van circa 870 m2 en daarmee kleiner is dan 2.000 m2, geldt de vrijstelling en is een arcehologisch onderzoek niet noorzakelijk.

Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet blijft voor bodemverstoringen wel de meldplicht van kracht. Als tijdens graafwerkzaamheden alsnog archeologische vondsten of indicatoren worden aangetroffen dan dient het werk onmiddellijk te worden stilgelegd en moet dit gemeld worden bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en wetenschap, dan wel bij de provinciaal archeoloog en de gemeente.

5.1.3 Meldplicht

Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet geldt voor bodemverstoringen een meldplicht. Als tijdens graafwerkzaamheden archeologische vondsten of indicatoren worden aangetroffen dan dient het werk onmiddellijk te worden stilgelegd en moet dit gemeld worden bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en wetenschap, dan wel bij de provinciaal archeoloog en de gemeente.

5.1.4 Cultuurhistorie

Uit het Geoportaal provincie Drenthe blijkt dat geen cultuur historische hoofdstructuren lijnen, locaties en/of gebieden in het plangebied aanwezig zijn die door toedoen van onderhavig plan aangetast kunnen worden. Om deze reden zijn er geen belemmeringen ten aanzien van dit aspect.

5.1.5 Conclusie

Geconcludeerd kan worden dat ten aanzien van het aspect archeologie en cultuurhistorie geen belemmeringen bestaan voor de gewenste ontwikkelingen in het plangebied.

5.2 Bodem

5.2.1 Wettelijk kader

Bodemkwaliteit

Op grond van het Bro dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Voor een nieuw geval van bodemverontreiniging geldt, in tegenstelling tot oude gevallen (voor 1987), dat niet functiegericht maar in beginsel volledig moet worden gesaneerd. Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur te worden gerealiseerd op bodem die geschikt is voor het beoogde gebruik.

Bodemkwaliteit

Op de locatie Trambaan 6 te Nieuweroord bestaat het voornemen tot het uitbreiden van de camping van 25 standplaatsen naar 50 standplaatsen. Van de locatie zijn bij de gemeente Hoogeveen geen recente bodemonderzoeksgegevens bekend. In de Regeling omgevingswet is opgenomen dat alleen een bodemonderzoek kan worden geëist bij bouwactiviteiten, bij het oprichten of veranderen van de inrichting bij bodembedreigende activiteiten. Van beide gevallen is geen sprake. Gezien de aard van de activiteiten is in het kader van de ruimtelijke procedure het niet noodzakelijk om een bodemonderzoek te laten uitvoeren.

5.2.2 Advies

Zoals uit de plannen blijkt gaan de te bouwen ijzertijdboerderijen gebruikt worden voor educatieve en recreatieve doeleinden. In het geval men gemiddeld meer dan 2 uur aanwezig is in het bouwwerk wordt het aangemerkt als verblijfsruimte. Indien voor de bouw een omgevingsvergunning activiteit bouwen noodzakelijk is dient bodemonderzoek uitgevoerd te worden conform de NEN 5725/NEN5740 en indien daar aanleiding voor bestaat de NEN5707 door een daarvoor erkend en gecertificeerd bureau.

Graafwerkzaamheden

Indien bij eventuele graafwerkzaamheden ter plaatse van de locatie afwijkingen worden geconstateerd of het vermoeden van een bodemverontreiniging bestaat, dient contact te worden opgenomen met de gemeente Hoogeveen.

Wanneer bij bouwwerkzaamheden op de locatie grond vrijkomt die elders zal worden hergebruikt, is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Ten aanzien van het Besluit bodemkwaliteit is de gemeente of het waterschap het bevoegd gezag. Aanbevolen wordt om de vrijkomende grond binnen het perceel zelf her te gebruiken. Indien dit niet mogelijk is kan mogelijk gebruik worden gemaakt van de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Hoogeveen. Wanneer de vrijkomende grond niet binnen de bodemkwaliteitskaart kan worden hergebruikt dient mogelijk de hergebruiksmogelijkheid, ten behoeve van toepassing elders, vastgesteld te worden volgens het Besluit bodemkwaliteit. Anderzijds kan op basis van de onderzoeksresultaten eventueel vrijkomende grond worden afgevoerd naar een erkend verwerker.

Meldingsplicht

Vanaf 1 juli 2008 is het Besluit bodemkwaliteit van kracht waarbij alle toepassingen van grond en baggerspecie voorafgaand aan de toepassing moeten worden gemeld (hierop zijn enkele uitzonderingen) via het landelijk meldpunt. Alle toepassingen van grond en baggerspecie (dus ook schone) dienen gemeld te worden, met uitzondering van:

- Schone grond < 50 m3

- particulieren (werk zonder aannemer)

- landbouwbedrijf, mits binnen bij bedrijf behorende perceel en vergelijkbaar gewas

- verspreiden van baggerspecie op aangrenzend perceel

Deze dienen minimaal 5 werkdagen voor toepassing gemeld te worden bij het landelijke meldpunt: www.meldpuntbodemkwaliteit.senternovem.nl

5.2.3 Conclusie

Er wordt geconcludeerd dat het aspect bodem de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg staat. De uitbreiding heeft tevens geen invloed op de aardkundige waarden.

5.3 Water

5.3.1 Algemeen

In dit bestemmingsplan worden geen (grootschalige) nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Deze waterparagraaf is erop gericht om de actuele watersituatie en het actuele waterbeleid in beeld te brengen. Daarnaast is de waterparagraaf vooral bedoeld om een brug te slaan naar de procedures en toetsingsinstrumenten van de waterbeheerder. De gemeente Hoogeveen is gelegen in het beheersgebied van het waterschap Drents Overijsselse Delta en het waterschap Vechtstromen, welke beiden verantwoordelijk zijn voor het waterkwantiteit- en waterkwaliteitsbeheer.

5.3.2 Beleid en regelgeving

Waterbeleid

De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de Nota Ruimte en het Nationaal Waterplan (inclusief de stroomgebiedbeheerplannen).

Waterschappen hebben een speciale verantwoordelijkheid voor het water. Ze hebben wettelijk vastgelegde taken die aangeven wat de maatschappij van hun mag verwachten. Namelijk het zorgen voor een goede bescherming tegen hoog water, voor een goed functionerend regionaal watersysteem en voor het zuiveren van afvalwater. In het waterbeheerplan 2016-2021 staat beschreven hoe het waterschap Drents Overijsselse Delta hier uitvoering aan gaat geven en welke maatregelen hiervoor nodig zijn.

Het beleidsplan van het waterschap Drents Overijsselse Delta is opgesteld in gezamenlijkheid met de waterschappen Rijn en IJssel en Vechtstomen, dit door de ligging in het deelstroomgebied Rijn-Oost welke behoort tot het internationale stroomgebied van de Rijn. Voor dit stroomgebied zijn de doelen van het waterbeheer en de aanpak ervan in grote lijnen gelijk. Per waterschap zijn aanvullingen of uitvoeringsmaatregelen voor het eigen beheergebied toegevoegd.

Het waterschap Drents Overijsselse Delta richt zich op de volgende aspecten:

  • bescherming tegen overstromingen en werken aan veiligheid: veilig water;
  • zorgen voor de juiste hoeveelheid water en passende waterpeilen: voldoende water;
  • zorgen voor een goede waterkwaliteit die nodig is voor mens, plant en dier: schoon water;
  • verwerken van afvalwater en het benutten van energie en grondstoffen daaruit: afvalwater.

Het waterschap adviseert bij ruimtelijke plannen (o.a. bestemmingsplannen) om te komen tot een duurzame ruimtelijke inrichting. Dit is een van de manieren om de vorengenoemde aspecten mee te laten wegen in de diverse besluitvormingsprocessen. Tevens wordt de betrokkenheid en de waterschapsbelangen gewaarborgd met het doorlopen van de digitale watertoets.

 

Veilig water

De waterschappen zijn verantwoordelijk voor het op orde brengen en houden van de dijken om overstromingen en wateroverlast te voorkomen. Dit met het oog op de waterveilige regio, waarin inwoners veilig kunnen wonen, werken en recreëren. Door klimaatverandering is de kans op overstromingen vergroot. Om de gevolgen te beperken adviseert het waterschap Vechtstromen bij ruimtelijke ontwikkelingen en werkt zij aan het vergroten van de bewustwording van risico's op wateroverlast en overstromingen.

Afvalwaterketen

Het waterschap Drents overijsselse Delta zorgt voor het opvangen en zuiveren van het afvalwater van bijna alle inwoners en bedrijven. Zo draagt zij bij aan de volksgezondheid en een goede waterkwaliteit. De afvalwaterbehandeling is een gedeelde zorg met de gemeente, omdat de gemeente verantwoordelijk is voor de riolering. Hoofddoel van het waterschap is een effectieve en efficiënte behandeling van afvalwater en een effectieve en efficiënte (afval)waterketen. Er is een functionele samenhang tussen het rioolstelsel, de rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI's) en het oppervlaktewater. De waterschappen en gemeenten in Rijn-Oost hechten daarom veel belang aan goede samenwerking binnen deze samenhang. Samenwerking leidt tot optimalisatie van de afvalwaterketen, betere dienstverlening, betere waterkwaliteit en tot kostenbesparing. Dit alles kan leiden tot een duurzamer afvalwaterketen.

Specifiek is in het waterschapsbeleid ten aanzien van de opvang en transport van afvalwater het volgende opgenomen:

Waterkwaliteitsspoor

Het waterkwaliteitsspoor wordt gebruikt om de kwaliteit van het water in het stedelijk gebied te verbeteren door inzicht te krijgen in de vervuilingsbronnen (bijv. overstorten)

  • Afkoppelen verhard oppervlak

Optimaliseren van bestaand bergingscapaciteit in het stedelijk gebied door het regenwater van de riolering af te koppelen en het bestaande rioleringsstelsel te optimaliseren

  • Verminderen rioolvreemd water

Het terugdringen van rioolvreemd water (bijv. drainage en/of bronneringswater) draagt bij aan minder lozingen uit overstorten, een betere kwaliteit van het gezuiverde afvalwater en een lager energieverbruik.

5.3.3 Watertoetsproces

Algemeen

De gemeente heeft het waterschap Drents Overijsselse Delta geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de korte procedure van de watertoets is toegepast. De bestemming en de grootte van het plan hebben een geringe invloed op de waterhuishouding. De procedure in het kader van de watertoets is goed doorlopen. Het waterschap geeft een positief wateradvies. De standaard waterparagraaf is opgenomen.

Standaard waterparagraaf

In het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het verplicht de Watertoets uit te voeren. De Watertoets is een waarborg voor water in ruimtelijke plannen en besluiten. Uit de watertoets blijkt dat de korte procedure kan worden doorlopen

Waterhuishouding

Het plan loopt geen verhoogd risico op wateroverlast als gevolg van overstromingen. Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. In het verleden is er in of rondom het plangebied geen wateroverlast of grondwateroverlast geconstateerd. De toename van het verharde oppervlak is minder dan 1500m2.

Voorkeursbeleid hemelwaterafvoer

In het plan wordt gestreefd het voorkeursbeleid van het waterschap op te volgen. Als het hemelwater niet wordt aangekoppeld of wordt afgekoppeld van het bestaande rioolstelsel is oppervlakkige afvoer en infiltreren in de bodem uitgangspunt. Als infiltratie in de bodem niet mogelijk is, is lozing op het oppervlaktewater via een bodempassage gewenst. Speciale aandacht

wordt besteed aan duurzaam bouwen en een duurzaam gebruik van de openbare ruimte om een goede kwaliteit van het afgekoppelde hemelwater te garanderen.

Aanleghoogte van de bebouwing

Voor de aanleghoogte van de gebouwen (onderkant vloer begane grond) wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter ten opzichte van de gemiddelde hoogste grondwaterstand(GHG). Bij een afwijkende maatvoering is de kans op structurele grondwateroverlast groot. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een geringere ontwateringsdiepte. Om wateroverlast en schade in woningen en bedrijven te voorkomen wordt geadviseerd om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren. Ook voor lager, beneden het maaiveld, gelegen ruimtes (kelders, parkeergarages) moet aandacht worden besteed aan het voorkomen van wateroverlast.

5.3.4 Conclusie

De gemeente heeft het waterschap geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. Het onderhavige plan heeft geen invloed op de waterhuishouding. De procedure in het kader van de watertoets is goed doorlopen conform de Handreiking Watertoets III. Het aspect water leidt niet tot een belemmering voor de uitvoering van het bestemmingsplan.

5.4 Geluid

5.4.1 Algemeen

Voor het aspect geluid zijn vier verschillende bronnen van belang:

  • Wegverkeerslawaai;
  • Industrielawaai;
  • Luchtvaartverkeerlawaai;
  • Spoorwegverkeerlawaai.

In het kader van de Wet geluidhinder is bij vaststelling of wijziging van een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek vereist naar de geluidsbelasting op geluidsgevoelige bestemmingen vanwege industrielawaai, weg- en railverkeerslawaai en luchtvaartlawaai. Dit bestemmingsplan heeft geen invloed op geluidsbronnen. Er worden geen nieuwe wegen, spoorwegen of industrielocaties mogelijk gemaakt. Bovendien vindt geen wijziging van het luchtvaartverkeer plaats op basis van het bestemmingsplan. In dat kader is dan ook geen onderzoek noodzakelijk.

5.4.2 Wettelijk kader

De Wet geluidhinder beschermt de volgende objecten:

  • woningen;
  • andere geluidsgevoelige gebouwen;
  • geluidsgevoelige terreinen.

Deze bescherming geldt als het gebruik van deze objecten is toegestaan volgens het bestemmingsplan, de beheersverordening, omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan of beheersverordening. Op tijdelijk afwijken van het bestemmingsplan met een periode van maximaal 10 jaar is de Wet geluidhinder niet van toepassing.

Onder "woning" wordt verstaan (artikel 1 Wet geluidhinder): gebouw of gedeelte van een gebouw waar bewoning is toegestaan op grond van de geldende planologische status (bestemmingsplan, de beheersverordening, omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan of beheersverordening). De Wet geluidhinder kent het begrip bedrijfswoning niet. Een bedrijfswoning is gewoon een woning, waarvoor het mogelijk is een hogere waarde (als nodig) te verlenen. Dit geldt natuurlijk alleen voor bedrijfswoningen die zijn gelegen in een geluidzone. Hotels, recreatiewoningen en kantoren zijn niet geluidgevoelig in het kader van de Wet geluidhinder.

In het Activiteitenbesluit zijn voorschriften opgenomen die bescherming bieden tegen geluidhinder van inrichtingen die onder het Besluit vallen. Deze bescherming wordt geboden aan gevoelige objecten (gevoelige gebouwen en gevoelige terreinen (artikel 1.1)). In artikel 1.1 is in de definitie van gevoelige gebouwen aangegeven dat gebouwen die bij de inrichting horen (dienst- of bedrijfswoningen) geen geluidsgevoelig object zijn waarvoor de grenswaarden uit het besluit gelden. Dienst- of bedrijfswoningen die niet tot de inrichting behoren zijn gewoon woningen van derden waarvoor de grenswaarden wel gelden.

5.4.3 Onderzoek

Voor de beschreven wijziging is in het kader van de ruimtelijke procedure geen akoestisch onderzoek noodzakelijk. Gezien de ligging en de afstanden van het bedrijf ten opzichte van de omgeving, heeft de gewenste uitbreiding geen akoestische gevolgen. De camping valt onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit en dit blijft in de nieuwe situatie ook het geval.

5.5.4 Conclusie

Het aspect geluid leidt niet tot een belemmering voor de uitvoering van het bestemmingsplan.

5.5 Luchtkwaliteit

5.5.1 Wettelijk toetsingskader

Ten aanzien van de luchtkwaliteit moet rekening worden gehouden met het gestelde in de Wet milieubeheer (Wm), hoofdstuk 5, titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen en de bijbehorende bijlagen. In deze wet en de daarop gebaseerde regelingen - Besluit NIBM (luchtkwaliteitseisen) en Regeling NIBM (luchtkwaliteitseisen) - is getalsmatig vastgelegd dat bepaalde projecten 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor stikstofdioxide (NO2)en fijn stof (PM10). Indien een voornemen 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging, hoeft geen verdere beoordeling ten aanzien van luchtkwaliteit plaats te vinden.

5.5.2 Beoordeling

Projecten die 'niet in betekenende mate' (NIBM) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Het voorliggend bestemmingsplan betreft het uitbreiden van een bestaande camping. Er is geen sprake van een verslechtering van de luchtkwaliteit ten opzichte van de huidige situatie. Er is derhalve sprake van een 'NIBM'-situatie waardoor nader onderzoek achterwege kan blijven.

5.5.3 Conclusie

Het aspect lucht vormt leidt niet tot een belemmering voor de uitvoering van het bestemmingsplan.

5.6 Externe veiligheid

5.6.1 Wettelijk kader

Externe veiligheid gaat om het zoveel mogelijk beperken van de kans op het effect van een ernstig ongeval voor de omgeving door:

  • Het gebruik, de opslag en productie van gevaarlijke stoffen (inrichtingen);
  • Het transport van gevaarlijke stoffen (buisleidingen, wegen en spoorwegen).
  • Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het beperken van de risico's voor de burger door bovengenoemde activiteiten. Hiertoe zijn risico's gekwantificeerd, namelijk door middel van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico.

Plaatsgebonden risico (PR)

Het PR is de berekende kans per jaar, dat een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft.

Groepsrisico (GR)

Dit is de kans dat een groep mensen overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR moet worden gezien als een maat voor maatschappelijke ontwrichting.

5.6.2 Onderzoek

Ten oosten en ten westen liggen hoge druk aardgasleidingen van de Gasunie. In 2014 is voor deze locatie reeds eerder een onderzoek externe veiligheid uitgevoerd. Ten opzichte van 2014 zijn aan deze hoge druk aardgasleidingen geen wijzigingen doorgevoerd.

afbeelding "i_NL.IMRO.0118.2018BP8000023-VG01_0006.jpg"

Afbeelding 6 : Invloedsgebied aardgasleidingen

De activiteiten die binnen het plangebied plaats gaan vinden zijn niet risicovol. In de afbeelding hierboven is te zien dat het plangebied buiten het invloedsgebied van de buisleidingen ligt. In de omgeving van de planlocatie liggen verder geen risicobronnen. Het aspect externe veiligheid levert voor dit plan dan ook geen belemmeringen op.

5.6.3 Conclusie

Het aspect externe veiligheid leidt niet tot een belemmering voor de uitvoering van het bestemmingsplan.

5.7 Bedrijven en milieuzonering

5.7.1 Wettelijk kader

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009).

5.7.2 Onderzoek

In de directe omgeving van het plangebied komen geen milieubelastende functies voor. Het gaat om uitbreiding van een bestaande camping. In dit geval hoeft er geen toetsing aan de richtafstanden uit de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' plaats te vinden.

5.7.3 Conclusie

Het aspect milieuhinder staat de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg.

5.8 Natuur

5.8.1 Wettelijk kader

Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet heeft de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet vervangen. De bescherming van Natura 2000 gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen (houtopstanden) wordt nu via deze wet geregeld. De provincie is per 1 januari 2017 het bevoegde gezag voor soortenbescherming en houtopstanden. Deze bevoegdheden lagen voorheen bij het Rijk. Daarnaast is de provincie bevoegd gezag gebleven voor Natura 2000 bescherming en faunabeheer. De provincie is verantwoordelijk voor het afgeven van vergunningen en ontheffingen voor al deze gebieden. Hierop geldt alleen een uitzondering als het rijksaangelegenheden betreft.

Provinciale Staten hebben op 14 december 2016 regels gesteld en vrijstelling gegeven over de soortenbescherming, faunabeheer en houtopstanden in de Provinciale omgevingsverordening Drenthe. In deze verordening zijn de vrijstelling voor beweiden en bemesten en de soortenvrijstellingen van het rijk overgenomen. Verder zijn er regels gesteld om faunabeheer mogelijk te maken. Ten slotte de spelregels voor houtopstanden (voorheen Boswet) vastgelegd. Zo is bepaald aan welke eisen een compensatieverzoek moet voldoen en is de mogelijkheid voor het aanleggen van tijdelijk bos geregeld. Daarnaast hebben Gedeputeerde Staten op 20 december 2016 de beleidsregels Wet natuurbescherming Drenthe vastgesteld. Deze beleidsregels gaan over het toedelen van ontwikkelingsruimte in relatie tot de PAS (Natura 2000), soortenbescherming en houtopstanden. De provincie Drenthe zet zich ook in voor actieve soortenbescherming. Deze taak zal in 2017 verder worden uitgewerkt overeenkomstig het Flora- en faunabeleidsplan en de natuurvisie.

5.8.2 Onderzoek

Het is noodzakelijk om op basis van de Wet natuurbescherming vooraf te toetsen of ruimtelijke ingrepen en andere plannen en activiteiten niet conflicteren met aanwezige beschermde plant- en diersoorten en habitats. Het voorliggend plan omvat het uitbreiden van de bestaande camping. De gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) zijn geraadpleegd.

Gebiedsbescherming

In of in de nabijheid van het plangebied liggen geen gebieden die zijn aangewezen als Natura 2000-gebied. Er zijn dan ook geen significant negatieve effecten van het plan op deze gebieden te verwachten en een vervolgtraject in het kader van de Natuurbeschermingswet is dus niet noodzakelijk. Het plangebied ligt niet binnen het Nationaal Natuurnetwerk (voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS)). Het voorliggend plan heeft dan ook geen negatieve effecten op de natuurdoelen van het Nationaal Natuurnetwerk.

Soortenbescherming

Ten aanzien van de Natuurbeschermingswet geldt dat geen sprake is van sloop van (bedrijfs)gebouwen en of opstallen of aantasting van groen en/of water. Een verstorend effect kan niet optreden. Voor het uitbreiden van de camping is het niet nodig om een aanvullende quicscan naar mogelijke verblijfplaatsen of soorten uit te voeren. Het perceel is agrarisch gebruikt en intensief beheert middels maaien. Op basis van de Nationale databank flora en fauna (NDFF) zijn geen waarnemingen bekend in het plangebied van middelzwaar tot zwaar beschermde soorten (tabel 2 of 3-soorten) uit de Wet. Derhalve is nader ecologisch onderzoek op dit aspect niet noodzakelijk.

Werkzaamheden die broedbiotopen van alle aanwezige vogels beschadigen dienen te allen tijde te worden voorkomen. Dit is voor de meeste soorten mogelijk door gefaseerd te werken en de uitvoering in elk geval op te starten in de periode voor half maart en na eind juli of het onderzoeksgebied te controleren op broedende vogels en nesten binnen de invloedsfeer van de plannen. Voor het broedseizoen wordt geen standaardperiode gehanteerd, maar is het van belang of nesten of eieren van broedvogels worden beschadigd of vernield, ongeacht de datum. Mochten de werkzaamheden toch opgestart worden in de periode half maart – half november wordt geadviseerd een deskundige ecoloog in te schakelen om een broedvogelcheck uit te voeren.

5.8.3 Conclusie

Het plan heeft geen effecten op de beschermde natuurgebieden of op de flora en fauna. Er kan geconcludeerd worden dat er ten aanzien van natuur geen belemmeringen zijn voor de uitvoering van het bestemmingsplan. Bij elk voornemen voor een toekomstige ruimtelijke ontwikkeling in het plangebied zal worden getoetst wat de effecten hiervan zijn op de aanwezige beschermde soorten.

5.9 Milieueffectrapportage (MER)

5.9.1 Wettelijk kader

In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen:

  • de kenmerken van de projecten;
  • de plaats van de projecten;
  • de kenmerken van de potentiële effecten.

5.9.2 Onderzoek

De uitbreiding van de camping heeft geen betrekking op een activiteit die voorkomt op de D-lijst in de bijlage bij het Besluit m.e.r. Daarnaast is de wijziging dusdanig klein van aard dat geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden.

5.9.3 Conclusie

Voor dit bestemmingsplan is dan ook geen mer-procedure of mer-beoordelingsprocedure noodzakelijk conform het Besluit m.e.r.

5.10 Duurzaamheid

5.10.1 Beleid

Hoogeveen streeft naar een duurzame ontwikkeling in haar gemeente. De gemeente heeft haar ambities op het gebied van duurzaamheid verwoord in de Milieuvisie. Een van de speerpunten is energieneutraal bouwen. Er moet een stap worden gezet naar een duurzame leefomgeving. Belangrijk hierbij is het vergroten van de bewustwording.

Duurzaam bouwen is niet alleen het ontwikkelen van een woning die zo lang mogelijk kan voldoen aan onze woonbehoefte. Het is vooral ook een bouwwijze die goed is voor mens en milieu. Het betekent verantwoord omgaan met water, energie, grondstoffen en ook de open ruimte. Duurzaam bouwen vraagt met andere woorden om een integrale aanpak waarbij je bewust vooraf keuzes maakt.

5.10.2 Milieukwaliteit

Met betrekking tot milieukwaliteit (en daaraan de gezondheidskwaliteit gekoppeld) van woningen, gebouwen en andere bouwwerken kunnen drie belangrijke thema's worden onderscheiden:

  • energiebesparing en toepassing van opties van hernieuwbare energie met als doel de terugdringing van de CO2-emissie door de gebouwde omgeving;
  • toepassing van verantwoord materiaalgebruik ten einde de condities voor het milieu te verbeteren;
  • maatregelen gericht op verbetering van het binnenklimaat met het oog op de gezondheid van bewoners en gebouwgebruikers.

Er zijn verschillende strategieën voor het ontwerp van duurzame woningen en gebouwen. In onderstaande afbeelding zijn verschillende mogelijkheden weergegeven die toegepast kunnen worden bij de bouw van een nieuwe woning.

afbeelding "i_NL.IMRO.0118.2018BP8000023-VG01_0007.jpg"

Afbeelding 7: Duurzame mogelijkheden voor een energiezuinige woning

5.11 Verkeer en parkeren

Camping Schonewille zal na realisatie van de uitbreiding een capaciteit hebben van 50 standplaatsen. Tien van deze standplaatsen zullen camperplaatsen zijn. Een camper is een kampeermiddel en voertuig in een. Hiermee dient rekening te worden gehouden bij het bepalen van de parkeereisen voor camping Schonewille.

Gemeente Hoogeveen hanteert de parkeernormen uit de CROW 317 publicatie. Hierin wordt voor campings een parkeernorm van 1-1,4 parkeerplaats per standplaats gehanteerd. Hoogeveen gaat a.h.v. deze gegevens uit van een parkeernorm van 1,2 parkeerplaats per standplaats.

50 standplaatsen zorgt zodoende voor een vereiste parkeercapaciteit van 60 parkeerplaatsen. Dit wordt op de volgende manier geregeld:

  • 15 parkeerplekken op standplaats;
  • 10 campers;
  • 35 op een centraal gelegen parkeerterrein nabij ingang.

De camping kent tevens een theehuis (<80m2 ) welke wordt gezien als zijnde ondergeschikte horeca op de camping. De parkeernorm voor een bar/cafetaria in niet stedelijk gebied bedraagt 6-8 parkeerplaatsen per 100m2 aan bvo. Gemeente Hoogeveen gaat a.h.v. deze gegevens uit van een parkeernorm van 7 parkeerplaatsen per 100m2 bvo. Voor het theehuis van 80m2 geldt dan een parkeernorm van 5,6 parkeerplaatsen.

Camping Schonewille biedt momenteel plek aan 40 parkeerplaatsen op het centraal gelegen parkeerterrein nabij de ingang van de camping waar een totaal van 40,6 benodigd is. Een totaal van 40 parkeerplekken wordt als voldoende beschouwd.

Hoofdstuk 6 Planbeschrijving

6.1 Juridisch systeem

Als opzet voor de planologische regeling van dit gebied, is gekozen voor een verbeelding met flexibele bestemmings- en bouwregels, waarin het door de gemeente vastgestelde beleid wordt omschreven. Hiermee wordt een materiële rechtszekerheid beoogd; alleen activiteiten die in het karakter van het gebied passen zijn toegestaan. De in het plangebied voorkomende stedenbouwkundige kwaliteiten worden door de keuze van de bestemming en de daarin gegeven bouwregels zoveel mogelijk gewaarborgd.

Het bestemmingplan valt onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro), die op 1 juli 2008 in werking is getreden. Dit betekent dat het bestemmingsplan is opgezet volgens de nieuwste wettelijke regelgeving en volgens de nieuwste Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. Deze nieuwe standaard is per 1 juli 2013 verplicht volgens het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).

Het plan is technisch als een digitaal raadpleegbare versie uitgevoerd en voldoet aan de eisen van DURP (Digitale Uitwisseling in Ruimtelijke Processen). Deze digitale versie is bedoeld om de burger 'online' informatie te verschaffen omtrent het bestemmingsplan. Bovendien is de digitale versie bedoeld voor uitwisseling van gegevens binnen de gemeente en met andere overheidsinstanties. De digitale versie is voor (ontwerp)plannen die na 1 januari 2010 ter inzage worden gelegd verplicht op grond van de nieuwe Wro. Er zal een analoge (papieren) versie van het bestemmingsplan naast het digitale plan blijven bestaan.

6.2 Regels

De regels zijn vervat in artikelen die onderverdeeld zijn in vier delen. In de "Inleidende regels" zijn algemene artikelen opgenomen die voor het gehele plan van belang zijn. In artikel 1 zijn omschrijvingen opgenomen van de in het plan voorkomende relevante begrippen. In artikel 2 is vastgelegd op welke wijze dient te worden gemeten.

Door deze vaste omschrijving van de begrippen en van de wijze van meten wordt eenduidigheid in de bedoelingen van het plan gegeven en wordt de rechtszekerheid vergroot.

In de "Bestemmingsregels" zijn de bestemmingen en de gebruiks- en/of bebouwingsmogelijkheden van de betreffende gronden aangegeven. De bestemmingen zijn op alfabetische volgorde benoemd. Deze bestemmingsregels worden in paragraaf 6.3 Verklaring van de bestemmingen nader uitgewerkt.

In de "Algemene regels" staan artikelen benoemd die voor alle of meerdere bestemmingen gelden. Het betreffen onder andere de voor alle bestemmingen geldende afwijkingsregels en de algemeen geldende aanduidingsregels.

De algemene afwijkingsregels zorgen voor enige verruiming ten behoeve van de flexibiliteit van het plan. Deze afwijkingen zijn niet specifiek op één bestemming gericht. Zij kunnen gebruikt worden ten aanzien van alle bestemmingen.

De algemene aanduidingsregels geven de mogelijkheid voor algemene aanduidingen, die als een extra laag over meerdere bestemmingen liggen. In dit bestemmingsplan zijn geen algemene aanduidingen aanwezig.


In de "Overgangs- en slotregels" staan artikelen benoemd die voor alle voorgaande regels gelden. Het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik is hierin geregeld alsmede de slotregel.

6.3 Verklaring van de bestemmingen

In deze paragraaf wordt een verklaring gegeven van de inhoud van de bestemmingen. De bestemmingen worden in alfabetische volgorde besproken.

6.3.1 Dagrecreatie

Het gebied dat is bestemd als zijnde dagrecreatie is het gebied in de zuidoosthoek van de camping. Dit gebied is bedoeld voor dagrecreatieve voorzieningen. Binnen dit gebied wordt de realisatie van twee ijzertijdboerderijen mogelijk. Het gebied is bedoeld voor dagactiviteiten, er mag niet worden overnacht.

6.3.2 Verblijfsrecreatie

Het gebied dat is bestemd als zijnde verblijfsrecreatie is het deel van het gebied waar de campingplaatsen zich bevinden. De bedrijfswoning bevindt zich binnen het bouwvlak. De camping kent tevens ondergeschikte horeca in de vorm van een theehuis. Dit theehuis betreft een ondergeschikte horecavoorziening en is gepositioneerd ter plaatse van de aanduiding 'ondergeschikte horeca'. Binnen dit gebied zijn ook sanitaire voorzieningen mogelijk.

6.3.3 Tuin

Het gebied dat is bestemd als zijnde tuin is het deel van het gebied wat wordt gezien als gronden behorende bij de bedrijfswoning. De gronden zullen alleen voor het doeleinde tuin kunnen worden gebruikt.

Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid

7.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

In het kader van artikel 3.1.1 Besluit op de ruimtelijke ordening is het conceptbestemmingsplan toegezonden aan verschillende overlegpartners ten behoeve van het zogenaamde vooroverleg.

Vooroverleg artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro)

Artikel 3.1.1 van het Bro schrijft voor dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met verschillende instanties cq besturen.

Hierna zijn de instanties weergegeven die met betrekking tot onderliggend conceptbestemmingsplan hebben gereageerd alsmede hun reacties daarop. Vervolgens worden de reacties van commentaar voorzien.

Provincie Drenthe

Provincie Drenthe is akkoord met het bestemmingsplan. Wel hebben zij een kleine opmerking/verbetering over regel 4.4 Strijdig gebruik.

Reactie:

In de regel werd vermeld dat de gronden enkel voor stacaravans kon worden gebruikt. Dit is foutief.

Conclusie:

De regel 4.4. Strijdig gebruik is aangepast.

Veiligheidsregio Drenthe

De Veiligheidsregio Drenthe is akkoord met wat staat beschreven in het hoofdstuk welke gaat over externe veiligheid.

Conclusie:

Bovenstaande reactie geeft geen aanleiding tot aanpassing van het plan.

Recreatieschap Drenthe

Recreatieschap Denthe kent de camping als een zeer nette camping met een hoge bezettingsgraad. Een uitbreiding is zodoende een logische stap. Het recreatieschap is hiermee akkoord. Wel zijn zij benieuwd wat er gebeurt of wordt ondernomen aan de Trambaan om de hogere verkeersintensiteit te waarborgen. Tevens is er het advies voor sluiting in de winterperiode om zo permanente bewoning te voorkomen.

Reactie:

Een hogere verkeersintensiteit is te verwachten a.h.v. de voorgenomen ontwikkeling (25 extra campingplaatsen). Dit geldt ook voor de ontwikkelingen voortkomende uit het al onherroepelijke bestemmingsplan 'Buitengebied Zuid, deelplan Trambaan 2013' waardoor woningbouw aan de Trambaan mogelijk is gemaakt.

Conclusie:

Dit bestemmingsplan betreft geen nieuwe ontwikkelingen aan de weg Trambaan zelf. In dit bestemmingsplan kan hier dan ook niet ruimte voor worden gemaakt. Wel is het aan de gemeente Hoogeveen om de nieuwe situatie te beoordelen en waar nodig de Trambaan aan te passen voor het behoud van een goede bereikbaarheid. In het bestemmingsplan 'Buitengebied Zuid, deelplan Trambaan 2013' wordt hier ook al nader op in gegaan. Er zal sprake zijn van de aanleg van passeerhavens.

Gasunie

Het bestemmingslan is gelegen buiten het invloedsgebied van aardgastransportleidingen. Zodoende wordt er niet inhoudelijk gereageerd op dit bestemmingsplan.

Conclusie:

Bovenstaande reactie geeft geen aanleiding tot aanpassing van het plan.

Niet gereageerd

Natuur- en milieufederatie Drenthe, Rendo, WMD water en Waterschap Vechtstromen hebben niet gereageerd op het conceptbestemmingsplan.

Ontwerpbestemmingsplan

Het ontwerpbestemmingsplan heeft ter inzage gelegen gedurende een periode van 6 weken van 2 mei 2019 t/m 12 juni 2019. De bekendmaking hiervan heeft plaatsgevonden in de Hoogeveensche Courant alsmede in de Staatscourant en via elektronische weg. Gedurende deze inzagetermijn kon een ieder een zienswijze kenbaar maken. Er is geen zienswijze ontvangen.

Het vervolg daarop bestaat, kort samengevat, uit de volgende stappen in de procedure:

  • vaststelling door de gemeenteraad;
  • beroepsmogelijkheid bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

7.2 Economische uitvoerbaarheid

Conform artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening dient een onderzoek te worden verricht naar de uitvoerbaarheid van het plan. De gemeente Hoogeveen heeft met de initiatiefnemer een overeenkomst gesloten. Hierin is overeengekomen wat de legeskoten zijn voor de ontwikkeling van het bestemmingsplan. Tevens zijn eventuele planschadekosten ten gevolge van de gewenste ontwikkeling afgedekt door deze overeenkomst.

De kosten voor de uitvoering van dit bestemmingsplan komen voor rekening van de initiatiefnemer.

Gelet op bovenstaande wordt het plan economisch uitvoerbaar geacht.