Regels
Preambule
Dit plan beoogt de verplaatsing van de detailhandelsactiviteiten op het adres Dorpsstraat 154 te Oost-Vlieland te verplaatsen naar Dorpsstraat 56 te Oost-Vlieland. Op het adres aan de Dorpsstraat 154 vinden alleen nog woonactiviteiten plaats.
Juridisch is het plan een nieuw hoofdstuk in het omgevingsplan van de gemeente Vlieland.
De in deze wijziging van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als afdelingen van hoofdstuk [22A] van het omgevingsplan van de gemeente Vlieland.
In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '[22A]' gelezen worden.
In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord ‘Bijlage’, na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage ‘[22A]’ gelezen worden.
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
Artikel 1 Begripsbepalingen
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij hierna daarvan is afgeweken.
In aanvulling zijn de volgende begripsbepalingen van toepassing:
1.1 plan
het omgevingsplan van de gemeente Vlieland;
1.2 TAM-omgevingsplan
het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Oost-Vlieland - Dorpsstraat 56 en 154 met identificatienummer NL.IMRO.0096.20210808-VA01 van de gemeente Vlieland.
Artikel 2 Toepassingsbereik
-
a. De regels van het Omgevingsplan gemeente Vlieland, zoals opgenomen in artikel 7 'Detailhandel', artikel 23 'Wonen - 1', artikel 28 'Waarde - Archeologie' en artikel 29 'Waarde - Beschermd dorpsgezicht' van het bestemmingsplan Bestemmingsplan Vlieland kom, vastgesteld 17 oktober 2011, zijn van toepassing op de locaties als bedoeld onder d.
-
b. De regels van het Omgevingsplan gemeente Vlieland blijven onverminderd van toepassing op de locatie als bedoeld onder d, voorzover de regels in dit hoofdstuk deze regels niet hebben gewijzigd.
-
c. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 van dit omgevingsplan zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk.
-
d. De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Oost-Vlieland - Dorpsstraat 56 en 154', waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0096.20210808-VA01 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl/.
Artikel 3 Algemeen gebruiksverbod
Niet genoemde functies en activiteiten en functies en activiteiten die in strijd zijn met dit TAM-omgevingsplan zijn niet toegestaan, met uitzondering van bestaande functies en activiteiten.
Hoofdstuk 2 Functies
Artikel 4 Detailhandel
4.1 Toepassingsbereik
Voor de gronden waarop de bestemming 'Detailhandel' van toepassing is, gelden de regels van artikel 7 van het bestemmingsplan 'Vlieland kom', vastgesteld op 17 oktober 2011.
Artikel 5 Wonen - 1
5.1 Toepassingsbereik
Voor de gronden waarop de bestemming 'Wonen - 1' van toepassing is, gelden de regels van artikel 23 van het bestemmingsplan 'Vlieland kom', vastgesteld op 17 oktober 2011.
Artikel 6 Waarde - Archeologie
6.1 Toepassingsbereik
Voor de gronden waarop de bestemming 'Waarde - Archeologie' van toepassing is, gelden de regels van artikel 28 van het bestemmingsplan 'Vlieland kom', vastgesteld op 17 oktober 2011.
Artikel 7 Waarde - Beschermd dorspgezicht
7.1 Toepassingsbereik
Voor de gronden waarop de bestemming 'Waarde - Beschermd dorpsgezicht' van toepassing is, gelden de regels van artikel 29 van het bestemmingsplan 'Vlieland kom', vastgesteld op 17 oktober 2011.
Hoofdstuk 3 Algemene regels
Artikel 8 Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Hoofdstuk 4 Overgangsregels
Artikel 9 Overgangsregels
9.1 Overgangsrecht bouwwerken
-
1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het TAM-omgevingsplan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
-
a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
-
b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
-
2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.
-
3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat bestemmingsplan.
9.2 Overgangsrecht gebruik
Behoudens voor zover uit de Richtlijnen 79/409/EEG en 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand onderscheidenlijk van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna beperkingen voortvloeien ten aanzien van ten tijde van de inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan bestaand gebruik, zijn de volgende overgansregels van toepassing voor gebruik:
-
1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
-
2. Het is verboden het met het TAM-omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
-
3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
-
4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.