direct naar inhoud van Artikel 27 Algemene Afwijkingsregels
Plan: Aengwirderweg
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0074.BPNAengwirderweg-VG01

Artikel 27 Algemene Afwijkingsregels

 

Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de landschappelijke waarden, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van:

 

a.    de bij recht in de bestemmingsregels gegeven maten, afmetingen en percentages, tot ten hoogste 10% van die maten, afmetingen en percentages, met uitzondering van de inhouds- en oppervlaktematen voor de hoofd- en bedrijfsgebouwen;

b.    de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde in die zin dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot ten hoogste 10,00 m;

c.    de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde in die zin dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van zend- ontvangst- en/of antennemasten wordt vergroot tot ten hoogste 40,00 m, mits:

1.    de zend-, ontvangst of antennemast redelijkerwijs niet geplaatst kan worden op een hoogspanningsmast, een windmolen, een reclamemast, een torensilo, of een daarmee gelijk te stellen bouwwerk;

2.    de zend-, ontvangst of antennemast radiografisch noodzakelijk is;

3.    de zend-, ontvangst of antennemast wordt geplaatst op gronden die zijn bestemd voor ‘Sport’;

d.    het bepaalde ten aanzien van de maximale bouwhoogte van gebouwen in die zin dat de bouwhoogte van de gebouwen ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen, wordt vergroot, mits:

1.    deze vergroting niet meer dan 10 m² per plaatselijke verhoging zal bedragen;

2.    de gezamenlijke oppervlakte van de verhogingen ten hoogste 50% van het dakvlak zal bedragen;

3.    de vergroting leidt tot een hoogte welke ten hoogste 1,25 maal de maximale (bouw)hoogte van het betreffende gebouw zal bedragen;

e.    het bepaalde in artikel 25 onder f in die zin dat de gronden, die niet zijn bestemd voor ‘Recreatie - Verblijfsrecreatie’ tevens worden gebruikt als standplaats voor kampeermiddelen, niet zijnde stacaravans, met de daarbij behorende gebouwen ten behoeve van sanitaire voorzieningen, mits:

1.    er niet meer dan 15 kampeermiddelen worden geplaatst, tenzij de betreffende gronden zijn bestemd als ‘Agrarisch - Bedrijf’ of ‘Wonen - 3 (voormalige boerderijpanden)’ in welk geval er niet meer dan 25 kampeermiddelen mogen worden geplaatst;

2.    er geen kampeermiddelen worden geplaatst buiten de periode van 15 maart tot en met 31 oktober;

3.    er per woonhuis of bedrijf ten hoogste één kampeerterrein wordt toegestaan;

4.    deze ontheffingsbevoegdheid in ieder geval niet wordt toegepast, indien er onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de woon- of bedrijfssituatie op nabijgelegen erven. Aangenomen wordt dat deze woon- of bedrijfssituatie onevenredig wordt geschaad, als het perceel waar gekampeerd zal gaan worden op minder dan 50 m afstand is gelegen van de bestemmingsgrenzen van nabijgelegen (bedrijfs)-woningen, agrarische bedrijven of niet-agrarische bedrijven;

5.    de afstand tussen enig kampeermiddel en de eigen bebouwing, waarvan het woonhuis of de bedrijfswoning onderdeel, meer bedraagt dan maximaal 50 m, tenzij de betreffende gronden zijn bestemd als ‘Agrarisch - Bedrijf’ of – Wonen-3 (voormalige boerderijpanden)’, in welk geval de afstand tussen enig kampeermiddel en de eigen bebouwing, waarvan het woonhuis of de bedrijfswoning onderdeel, niet meer mag bedragen dan maximaal 100 m;

6.    deze ontheffingsbevoegdheid niet wordt toegepast indien het erf of perceel grenst aan een ander kampeerterrein, dan wel dat er een onderlinge afstand ontstaat met een ander kampeerterrein van minder dan 500 m;

7.    het kleinschalig kamperen niet wordt toegestaan binnen de gebieden die zijn voorzien van de bestemming ‘Bos’;

8.    de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen per kampeerterrein ten hoogste 50 m² zal bedragen;

9.    de goothoogte van een gebouw ten hoogste 3,00 m zal bedragen;

10.  geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;

f.     het bepaalde ten aanzien van het gebruik van gronden en bouwwerken in die zin dat gronden en bouwwerken worden gebruikt voor horeca of detailhandel, mits:

1.    deze horeca en/of detailhandel plaatsvindt op een kampeerterrein zoals bedoeld in artikel 27 onder e;

2.    de gezamenlijke oppervlakte van de bouwwerken en gronden voor de uitoefening van detailhandel en/of horeca niet meer bedraagt dan 50 m², met dien verstande dat de oppervlakte van bouwwerken en gronden die worden gebruikt voor de uitoefening van detailhandel niet meer bedraagt dan 25 m²;

3.    de functie geen onevenredige invloed heeft op het winkelapparaat in de diverse kernen;

4.    er sprake is van verkoop van streekeigen producten, die ter plaatse of in de streek worden bereid, verwerkt en/of toegepast met een lokaal verzorgingsgebied;

5.    tevens de in artikel 27 onder e genoemde ontheffing is verleend voor het desbetreffende kampeerterrein.