direct naar inhoud van 3.5 Gemeentelijk beleid
Plan: Buitengebied 2013
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0070.BPBUITENGEBIED2013-VAS2

3.5 Gemeentelijk beleid

3.5.1 Structuurvisie buitengebied Franekeradeel 2010-2020

Zoals eerder is aangegeven, heeft de gemeenteraad in 2009 een ruimtelijk beleidskader in de vorm van een structuurvisie voor het hele buitengebied vastgesteld om een duurzame ruimtelijke ontwikkeling van het buitengebied van Franekeradeel mogelijk te maken. De Structuurvisie is opgenomen in de Bijlagen bij de toelichting.

Het volgende algemene beleidsuitgangspunt van de Structuurvisie geldt ook voor dit bestemmingsplan:

‘Voor een gezonde toekomst van het buitengebied is ruimte voor nieuwe ontwikkelingen een noodzaak. De gemeente wil met het bestemmingsplan dan ook ruimte voor ontwikkeling bieden. Ontwikkeling voor de landbouw in eerste instantie, maar ook voor recreatie en toerisme en de overige gebruiksfuncties van het buitengebied. De ontwikkelingsruimte dient echter steeds en overal te worden afgestemd op de identiteit van het landschap van Franekeradeel. Dit vanuit het besef dat zorgvuldig met het landschap moet worden omgegaan.

Voor een gezonde toekomst van het buitengebied is (planologische) ruimte voor nieuwe ontwikkelingen een noodzaak. Deze ontwikkelingen zijn mogelijk mits zorgvuldig wordt omgegaan met de omgeving en de ontwikkeling samen gaat met het behoud, herstel of zelfs het toevoegen van landschappelijke kwaliteiten.

Bovenstaande betekent dat dit bestemmingsplan randvoorwaarden geeft voor ruimtelijke ontwikkelingen waaraan wordt meegewerkt.

3.5.2 Welstandsnota

Het welstandsbeleid, vastgesteld op 6 december 2012, geeft de gemeente de mogelijkheid om de cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectonische waarden die in een bepaald gebied aanwezig zijn te benoemen en een rol te laten spelen bij de ontwikkeling en de beoordeling van bouwplannen. Door deze gebiedsgerichte aanpak wil de gemeente de belangrijke karakteristieken van de bebouwing beschermen en zorgen dat nieuwe ontwikkelingen daarop voortbouwen. De gebiedsgerichte aanpak zal eveneens een bijdrage kunnen leveren aan een bewustere omgang met de gebouwde omgeving.

Het bestemmingsplan regelt onder meer de functie en het ruimtebeslag van bouwwerken. Bouwmogelijkheden die het bestemmingsplan geeft, kunnen niet door welstandscriteria (of een beeldkwaliteitsplan) worden tenietgedaan. De architectonische vormgeving wordt exclusief door de welstandsnota geregeld. Het welstandsadvies kan zich richten op de gekozen invulling binnen de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. In een situatie waarin een bouwplan in overeenstemming is met het bestemmingsplan, kan toch een negatief welstandsadvies worden gegeven als de gekozen architectonische oplossing te sterk afbreuk doet aan de ruimtelijke beleving van het betreffende gebied. Uiteraard moet in zo'n geval de welstandsnota daartoe de argumentatie leveren.

Door het opstellen van welstandsbeleid wil de gemeente een helder, controleerbaar en klantgericht welstandstoezicht inrichten. Burgers, ondernemers en ontwerpers kunnen in de toekomst in een vroeg stadium worden geïnformeerd over de criteria die bij de welstandsbeoordeling een rol spelen.

De welstandsnota bestaat uit:

  • criteria voor veel voorkomende kleine bouwplannen: deze criteria zijn opgesteld voor veel voorkomende kleine bouwplannen. Ze zijn van belang voor aan- en uitbouwen, bijgebouwen, overkappingen, kozijn- en gevelwijzigingen, dakkapellen, dakopbouwen en (schotel)antennes. Deze criteria zijn zo concreet mogelijk geformuleerd en zijn voor het gehele gemeentelijke grondgebied gelijk;
  • gebiedsgerichte welstandscriteria: deze criteria worden gebruikt voor de kleine en middelgrote bouwplannen die zich voegen binnen de bestaande ruimtelijke structuur van Franekeradeel. Er is onderscheid gemaakt in gebiedsdelen. Voor dit bestemmingsplan zijn van toepassing de gebieden Buitengebied, Dorpskernen en Lintbebouwing (Zweins). In de Bijlagen bij de toelichting zijn de beschrijvingen en criteria van deze gebieden opgenomen;
  • objectgerichte criteria: deze criteria gelden voor de bouwwerken die bijzonder specifiek en beeldbepalend zijn voor de gemeente Franekeradeel en zijn aanvullend op de gebiedsgerichte criteria. Voor dit bestemmingsplan zijn aan de orde: historische boerderijenstal- en kasvormen, (Mest)vergistingsinstallaties, (Mest)raffinage-installaties, kleine windturbines, windturbineclusters, technische installaties delfstofwinning en paardenbakken, paddocks, longeercirkels en trainingsmolens. In de Bijlagen bij de toelichting zijn de beschrijving en criteria van deze objecten opgenomen;
  • reclame- en inrichtingscriteria: er zijn criteria opgenomen voor reclame-uitingen, zowel voor gevelreclame als voor vrijstaande reclame. Het doel daarvan is de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving te waarborgen;
  • algemene welstandscriteria: in bijzondere situaties, wanneer de gebiedsgerichte, de objectgerichte en de reclamecriteria ontoereikend zijn, kan het nodig zijn terug te grijpen op algemene uitgangspunten. Het gaat hierbij om onder andere de relatie tussen vorm, gebruik en constructie, de relatie tussen bouwwerk en omgeving, de betekenissen van vormen in de sociaal-culturele context, het evenwicht tussen helderheid en complexiteit, de schaal en maatverhoudingen en materiaal, textuur, kleur en licht.