direct naar inhoud van Artikel 9 Wonen - C1
Plan: Bestemmingsplan Bolsward Hartwerdervaart
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0064.05000000hart-VG01

Artikel 9 Wonen - C1

 

9. 1.       Bestemmingsomschrijving

De voor Wonen - C1 aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.    het wonen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis;

 

met daaraan ondergeschikt:

b.    groenvoorzieningen;

c.    parkeervoorzieningen;

d.    speelvoorzieningen;

e.    wegen, straten en paden;

f.     openbare nutsvoorzieningen;

g.    water;

 

met de daarbij behorende:

h.    tuinen, erven en verhardingen.

 

9. 2.       Bouwregels

9. 2. 1. Op en in de gronden als bedoeld in lid 9.1. mogen uitsluitend worden gebouwd:

a.    gebouwen en overkappingen ten behoeve van het wonen, zoals woonhuizen;

b.    andere bouwwerken, zoals erf- en terreinafscheidingen, palen en masten.

9. 2. 2. Bouwen van gebouwen binnen een bouwvlak

Voor het bouwen van gebouwen binnen een bouwvlak gelden de volgende regels:

a.    de goothoogte van een gebouw zal ten hoogste 3,5 m bedragen;

b.    de bouwhoogte van een gebouw zal ten hoogste 12 m bedragen;

c.    het aantal woonhuizen zal ten hoogste het in het bouwvlak aangegeven aantal bedragen;

d.    de gebouwen dienen over een afstand van ten minste 60% van de breedte van de gevel in de voorbouwgrens te worden gebouwd.

9. 2. 3. Bouwen van gebouwen en overkappingen buiten een bouwvlak

Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen buiten een bouwvlak gelden de volgende regels:

a.    de goothoogte van vrijstaande gebouwen zal ten hoogste 3 m bedragen;

b.    de goothoogte van aangebouwde gebouwen zal ten hoogste 3,25 m bedragen;

c.    de bouwhoogte van gebouwen zal ten hoogste 5 m bedragen;

d.    de bouwhoogte van overkappingen zal ten hoogste 3 m bedragen;

e.    de gezamenlijke oppervlakte per bouwperceel zal ten hoogste 50 m² bedragen, met dien verstande dat:

-       ten hoogste 50% van het erf zal worden bebouwd met gebouwen en overkappingen.

9. 2. 4. Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels:

a.    de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 1 m bedragen, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen op een afstand van meer dan 1 m achter de voorbouwgrens ten hoogste 2 m zal bedragen;

b.    de bouwhoogte van overige andere bouwwerken zal ten hoogste 5 m bedragen, met dien verstande dat:

1.    de bouwhoogte van masten, niet zijnde antennemasten, en palen ten hoogste 10 m zal bedragen;

2.    de bouwhoogte van antennemasten ten hoogste 15 m zal bedragen;

tenzij in een aanduiding een andere bouwhoogte is aangegeven, in welk geval de bouwhoogte van andere bouwwerken ten hoogste de in een aanduiding aangegeven bouwhoogte zal bedragen.

9. 3.       Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend:

a.    het gebruik van vrijstaande gebouwen buiten het bouwvlak als zelfstandige woning;

b.    het gebruik van gronden en bouwwerken voor beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis, zodanig dat de beroeps- c.q. bedrijfsvloeroppervlakte meer bedraagt dan 30% van de totale gezamenlijke begane vloeroppervlakte van de aanwezige bebouwing op het bouwperceel, met dien verstande dat deze oppervlakte niet meer bedraagt dan 50 m².

 

9. 4.       Wijzigingsbevoegdheid

9. 4. 1. Burgemeester en Wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat:

a.    de bestemming “Wonen - C1” wordt gewijzigd in de bestemming “Wonen - C2” of “Tuin”, mits:

-       na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid de regels van de bestemmingen “Wonen - C2” of “Tuin” van overeenkomstige toepassing zijn;

b.    de oppervlakte van een in het plan aangegeven bouwvlak wordt vergroot, dan wel de ligging van een in het plan aangegeven bouwvlak wordt gewijzigd, mits:

1.    de vergroting ten hoogste 25% van de oppervlakte van het bouwvlak zal bedragen;

2.    de afstand ten opzichte van de zijdelingse bouwperceelgrens ten minste 3 m zal bedragen;

3.    de geluidsbelasting van de geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de geldende voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere grenswaarde;

c.    de bouwhoogte van een buiten het bouwvlak gelegen gebouw wordt vergroot, mits:

1.    de bouwhoogte ten minste 1 m lager is dan de bestaande bouwhoogte van het op hetzelfde bouwperceel gelegen gebouw dat binnen het bouwvlak is gebouwd, met dien verstande dat de bouwhoogte ten hoogste 7 m bedraagt;

2.    de lengte van de vergroting niet meer bedraagt dan 75% van de lengte van het bestaande binnen het bouwvlak gelegen gebouw behorende bij hetzelfde bouwperceel;

3.    de afstand van de vergroting tot de zijdelingse bouwperceelgrens ten minste 1 m bedraagt, tenzij het gebouw wordt aangebouwd aan een gebouw op het naastgelegen bouwperceel;

4.    geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de woonsituatie van het naastgelegen bouwperceel;

d.    in het plan in een aanduiding een grotere bouwhoogte voor het bouwen van antennemasten wordt aangegeven, mits:

-       de hoogte ten hoogste 25 m zal bedragen.

9. 4. 2. Burgemeester en Wethouders kunnen toepassing geven aan de in lid 9.4.1. bedoelde wijzigingsbevoegdheden indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de milieusituatie, de woonsituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.