| Plan: | Harkema - Quakkenburg III |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0059.HaQuIII-VG01 |
In deze voorschriften wordt verstaan onder
het bestemmingsplan als bedoeld in artikel 10 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening bestemmingsplan Harkema - Quakkenburg III met identificatienummer NL.IMRO.0059.HaQuIII-VG01 van de gemeente Achtkarspelen;
de plankaart met bijbehorende verklaring, bestaande uit één blad, waarop de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden zijn aangewezen;
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan een zelfstandige bij elkaar
behorende bebouwing is toegestaan;
een op de kaart blijkens de daarop voorkomende verklaring als zodanig aangegeven lijn, welke naar de buitenzijde van het desbetreffende terrein niet door bebouwing mag worden overschreden, behoudens overschrijdingen, die krachtens deze voorschriften zijn toegestaan ;
een op de plankaart door bouwgrenzen dan wel indelingslijnen omsloten vlak;
een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één huishouden;
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, slechts bestemd voor (het gezin van)
een persoon, wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van het gebouw of terrein,
noodzakelijk is;
een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het
in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het
hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;
een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden
kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan
het hoofdgebouw;
een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een
hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het
hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;
een gebouw dat, gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt;
voorzieningen welke behoren bij een bestemming en deze bestemming ondersteunen;
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, verkopen
en/of leveren van goederen aan de uiteindelijke verbruiker of gebruiker;
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het
verkopen en/of leveren van goederen aan wederverkopers, dan wel aan instellingen of
personen ter aanwending in een andere bedrijfsactiviteit;
detailhandel in goederen die naar hun aard zodanig brand- en/of explosiegevaar kunnen
opleveren dat uitstalling ten verkoop in een winkelgebied niet verantwoord is;
detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie;
detailhandel die vanwege de omvang van de gevoerde artikelen een groot oppervlak
nodig heeft voor de uitstalling, zoals de verkoop van auto's, boten, caravans,
landbouwwerktuigen, grove bouwmaterialen; bouwmarkten, meubelcentra en
detailhandel in tuininrichtingsartikelen, keukens en sanitair worden hiertoe niet
gerekend;
een inrichting, bij welke ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten;
een object waarvoor ingevolge het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen een
grenswaarde voor het risico c.q. een risicoafstand tot een risicovolle inrichting is bepaald,
die in acht genomen moet worden;
een object waarvoor ingevolge het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen een
richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand is bepaald, waarmee rekening moet
worden gehouden;
een al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw;
de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden.
Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;
bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van
economische en maatschappelijke diensten aan derden, waaronder zijn begrepen
kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio’s en naar de aard daarmee gelijk te
stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedijf (en
naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen) en een seksinrichting;
het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden;
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander
tegen vergoeding.
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
tussen (de lijnen, getrokken door) de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van
gemeenschappelijke scheidsmuren);
vanaf het peil tot het hoogste punt van het bouwwerk; voor wat betreft gebouwen
worden antennes, schoorstenen en andere ondergeschikte dakopbouwen hierbij niet
meegerekend;
vanaf het peil tot de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeiboord of een
daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
tussen de zijdelingse grenzen van een bouwperceel en enig punt van het op dat
bouwperceel voorkomend (hoofd-)gebouw, waar die afstand het kortst is;
tussen de buitenwerkse gevelvlakken (en/of de harten van gemeenschappelijke
scheidsmuren) en de dakvlakken, zulks met inbegrip van erkers en dakkapellen en boven
peil;
tussen (de buitenste verticale projecties van) de buitenzijde van de gevels (en/of het
hart van gemeenschappelijke scheidsmuren).
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen bouwvlakken of
bestemmingsvlakken worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen,
gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers,
balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de bouw- c.q.
bestemmingsgrens met niet meer dan 1 m wordt overschreden.
De beschrijving in dit artikel is beperkt tot algemene regels voor de toepassing van
nadere eisen, vrijstellingen en wijzigingen en de afstemming op andere wetten en
verordeningen en geldt voor alle bestemmingen.
Voor zover ten behoeve van de afzonderlijke bestemmingen een beschrijving in
hoofdlijnen noodzakelijk is geacht, is deze opgenomen bij het betreffende artikel.
In algemene zin dient de toepassing van de vrijstellingsbevoegdheid beperkt te blijven
tot incidentele gevallen, waarbij geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
Bij activiteiten waarbij ook belangen van een waterschap een rol spelen, vindt overleg
plaats met het betreffende waterschap.
De gronden die op de kaart zijn aangewezen voor ‘Bedrijventerrein’ zijn bestemd voor:
met de daarbij behorende:
In de bestemming zijn inrichtingen als bedoeld in artikel 41 van de Wet geluidhinder,
inrichtingen ten behoeve van de bedrijfsmatige exploitatie van prostitutie en risicovolle
inrichtingen niet begrepen.
Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met deze bestemming.
Burgemeester en Wethouders verlenen vrijstelling van het bepaalde in lid 4, indien strikte toepassing van dit voorschrift leidt tot een beperking van het meest doelmatige gebruik die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd;
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Burgemeester en Wethouders kunnen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan
aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de sociale
veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, vrijstelling
verlenen van:
Bouwwerken, welke op het tijdstip van de eerste terinzagelegging van dit plan bestaan dan wel worden gebouwd of kunnen worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde in of krachtens de Woningwet, en in enigerlei opzicht van het plan afwijken, mogen, mits de bestaande afwijkingen naar de aard en omvang niet worden vergroot:
Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen van het bepaalde in lid 1, dat de bestaande afwijkingen naar de omvang niet mogen worden vergroot en toestaan dat een eenmalige vergroting plaatsvindt van de in lid 1. toegelaten bouwwerken met niet meer dan 10%.
Het gebruik van gronden en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan, mag worden voortgezet of gewijzigd, zolang en voor zover de strijdigheid van dat gebruik ten opzichte van het gebruik overeenkomstig de bestemmingen in dit plan, naar de aard en omvang niet wordt vergroot.
Overtreding van het bepaalde in
wordt aangemerkt als een strafbaar feit in de zin van artikel 1a onder 2 van de Wet op de economische delicten.
Deze planregels kunnen worden aangehaald onder de titel:
Planregels deel uitmakende van het wijzigingsplan Harkema - Quakkenburg III
van de gemeente Achtkarspelen .
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van september 2020.