direct naar inhoud van Artikel 20 Algemene aanduidingsregels
Plan: Oostergast - Fase 1 en plandelen 2A, 2B en 2C
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0056.BPZH09UITB1-ONHR

Artikel 20 Algemene aanduidingsregels

20.1 geluidzone - spoor
  • a. De ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - spoor' aangewezen gronden zijn bestemd voor het tegengaan van een te hoge geluidsbelasting vanwege het spoorverkeer op geluidsgevoelige objecten;
  • b. Voor het bouwen van gebouwen geldt dat een op grond van de andere daar voorkomende bestemming(en) toelaatbaar geluidsgevoelig object, of de uitbreiding daarvan, mag slechts worden gebouwd indien de geluidsbelasting vanwege een spoorweg van de gevels van dit geluidsgevoelige object niet hoger zal zijn dan de voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere grenswaarde.
20.2 geluidzone - weg
  • a. De ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - weg' aangewezen gronden zijn bestemd voor het tegengaan van een te hoge geluidsbelasting vanwege weglawaai op geluidsgevoelige objecten;
  • b. Voor het bouwen van gebouwen geldt dat een op grond van de daar voorkomende bestemming(en) toelaatbaar geluidsgevoelig object of een uitbreiding van een geluidsgevoelig object niet mag worden gebouwd;
  • c. Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 20, lid 2, sub b in die zin dat nieuwe geluidsgevoelige objecten of uitbreidingen van geluidsgevoelige objecten worden gebouwd, mits de geluidsbelasting vanwege het wegverkeer van de gevels van deze geluidsgevoelige gebouwen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere grenswaarde;
  • d. Het is verboden niet-geluidsgevoelige objecten te gebruiken als geluidsgevoelig object;
  • e. Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in sub d in die zin dat niet-geluidsgevoelige objecten worden gebruikt als geluidsgevoelig object, mits de geluidsbelasting vanwege het wegverkeer van de gevels van deze geluidsgevoelige gebouwen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere grenswaarde.
20.3 veiligheidszone - leiding
  • a. De voor 'veiligheidszone - leiding' aangewezen gronden zijn, naast het bepaalde in de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, mede aangewezen voor het tegengaan van de vestiging van objecten voor langdurig verblijf van groepen verminderd zelfredzame personen.
  • b. Gebouwen en/of terreinen mogen niet worden gebruikt als een object voor langdurig verblijf van verminderd zelfredzame personen.
  • c. In afwijking van het bepaalde onder a en b mag bestaand gebruik worden voortgezet.
  • d. Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in sub b en toestaan dat gebouwen en/of terreinen worden gebruikt als een object voor het langdurig verblijf van verminderd zelfredzame personen binnen de als 'veiligheidszone - leiding' aangeduide gronden, mits vooraf een positief advies is afgegeven door de regionale brandweer.
20.4 veiligheidzone - vervoer gevaarlijke stoffen
  • a. De voor 'veiligheidzone - vervoer gevaarlijke stoffen' aangewezen gronden zijn, naast het bepaalde in de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, mede aangewezen voor het tegengaan van de vestiging van objecten voor langdurig verblijf van groepen verminderd zelfredzame personen;
  • b. Gebouwen en/of terreinen mogen niet worden gebruikt als een object voor langdurig verblijf van verminderd zelfredzame personen;
  • c. In afwijking van het bepaalde onder a en b mag bestaand gebruik worden voortgezet.