direct naar inhoud van Artikel 8 Leiding - Gas
Plan: Gildenveld 2012
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0050.BPGildenveld2012-VS01

Artikel 8 Leiding - Gas

8.1 Bestemmingsomschrijving

De voor Leiding - Gas aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor een ondergrondse gasleiding met de daarbij behorende beschermingszone, waarbij de bestemming Leiding - Gas voorrang heeft op de andere daar voorkomende bestemmingen.

8.2 Bouwregels

Voor het bouwen gelden de volgende regels:

Op de voor Leiding - Gas aangewezen gronden zijn uitsluitend bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van de gasleiding toegestaan met een bouwhoogte van maximaal 3 meter.

8.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.2 voor het bouwen volgens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits:

  • a. de belangen van de leiding door de voorgenomen bouwactiviteiten niet worden geschaad;
  • b. de veiligheid met betrekking tot de leiding niet wordt geschaad;
  • c. de leidingbeheerder omtrent het bepaalde onder a en b heeft geadviseerd;
  • d. er geen kwetsbare object wordt toegelaten.
8.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

8.4.1 Verbod

Het is verboden om op de voor Leiding - Gas aangewezen gronden de volgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden:

  • a. het afgraven of ophogen van gronden;
  • b. het beplanten met diepwortelende beplanting;
  • c. het vellen, rooien van bomen en andere houtopstanden;
  • d. aanleggen van onder- en/of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen, en de daarmee verband houdende constructies en/of installaties;
  • e. het permanent opslaan van goederen waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen;
  • f. het indrijven van voorwerpen in de bodem, zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair;
  • g. het aanbrengen van gesloten verhardingen.

8.4.2 Uitzonderingen op het verbod

Het in 8.4.1 genoemde verbod is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die:

  • a. noodzakelijk zijn voor het normale onderhoud van de gronden;
  • b. worden uitgevoerd ten behoeve van de instandhouding en/of onderhoud aan de leiding(en);
  • c. noodzakelijk zijn voor de realisering van een bouwwerk waarvoor de aanvraag voor omgevingsvergunning voor bouwen is gehonoreerd;
  • d. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan;
  • e. graafwerkzaamheden betreffen als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten.

8.4.3 Criteria voor verlening

De in 8.4.1 genoemde vergunning wordt slechts verleend indien:

  • a. de werken en/of werkzaamheden nodig zijn voor de realisering of handhaving van de aan de gronden gegeven bestemming, functies of waarden;
  • b. de belangen van het aardgastransport daardoor niet onevenredig worden aangetast of door het treffen van maatregelen afdoende kunnen worden beschermd;
  • c. de desbetreffende beheerder van de gasleiding daaromtrent positief heeft geadviseerd.