direct naar inhoud van Artikel 13 Sport - Manege
Plan: Tolbert
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0022.BPTBLI11BEHE1-VA01

Artikel 13 Sport - Manege

13.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Sport - Manege' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. gebouwen ten behoeve van een manege met daaraan ondergeschikte horecabedrijven, ter plaatse van de aanduiding 'horeca';
  • b. een bedrijfswoning, ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning';
  • c. aan- en uitbouwen en bijgebouwen;
  • d. tribunes, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van sport - tribune';
  • e. verblijfsrecreatie, ter plaatse van de aanduiding 'verblijfsrecreatie', met de daarbijbehorende gebouwen;

met daaraan ondergeschikt:

  • f. tentoonstellingsruimte;
  • g. wegen, straten en paden;
  • h. groenvoorzieningen;
  • i. nutsvoorzieningen;
  • j. parkeervoorzieningen;
  • k. speelvoorzieningen;
  • l. water;
  • m. ondergeschikte evenementen gerelateerd aan de manege;

met de daarbijbehorende:

  • n. tuinen, erven en terreinen;
  • o. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder lichtmasten en een stapmolen.
13.2 Bouwregels
13.2.1 Gebouwen genoemd in lid 13.1 sub a en b

Voor het bouwen van de in lid 13.1 sub a en b genoemde gebouwen gelden de volgende regels:

  • a. een gebouw zal binnen een bouwvlak worden gebouwd;
  • b. een bedrijfswoning mag uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' worden gebouwd;
  • c. de goot- en bouwhoogte van een gebouw zullen ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte (m)' aangegeven hoogte bedragen.
13.2.2 Gebouwen genoemd in lid 13.1 sub e

Voor het bouwen van de in lid 13.1 sub e genoemde gebouwen gelden de volgende regels:

  • a. gebouwen mogen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'verblijfsrecreatie' worden gebouwd, met dien verstande dat het bebouwingspercentage ten hoogste 25% zal bedragen;
  • b. de bouwhoogte van een gebouw zal ten hoogste 3,00 m bedragen.
13.2.3 Aan- en uitbouwen en bijgebouwen

Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij een bedrijfswoning gelden de volgende regels:

  • a. de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen zal ten hoogste 70 m² bedragen;
  • b. aan- en uitbouwen en bijgebouwen zullen ten minste 3,00 m achter de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning worden gebouwd;
  • c. de goot- en bouwhoogte van een aan- of uitbouw of een bijgebouw zal ten hoogste de goot- en bouwhoogte van de bedrijfswoning bedragen, met dien verstande dat:
    • 1. de goothoogte van een aan- of uitbouw of een bijgebouw ten hoogste 3,00 m bedraagt;
    • 2. de bouwhoogte van een aan- of uitbouw of een bijgebouw ten hoogste 5,50 m bedraagt;
  • d. de afstand van aan- of uitbouwen en bijgebouwen tot de perceelgrens zal ten minste 1,00 m bedragen, tenzij het gebouw in de erfgrens wordt geplaatst.
13.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 2,00 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevelrooilijn ten hoogste 1,00 m zal bedragen;
  • b. de oppervlakte van overkappingen zal ten hoogste 30 m² bedragen;
  • c. de bouwhoogte van een overkapping zal ten hoogste 3,00 m bedragen;
  • d. overkappingen zullen achter de voorgevelrooilijn worden gebouwd;
  • e. tribunes mogen uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van sport - tribune';
  • f. de bouwhoogte van lichtmasten zal ten hoogste 15,00 m bedragen;
  • g. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 5,00 m bedragen.
13.3 Afwijken van de bouwregels

Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van:

  • a. het bepaalde in lid 13.2.3 sub a. in die zin dat de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen wordt vergroot tot ten hoogste 100 m² indien de oppervlakte van het bouwperceel ten hoogste 600 m² bedraagt en na de toepassing van deze afwijkingsbevoegdheid:
    • 1. de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen per bouwperceel niet meer bedraagt dan 200 m², dan wel de bestaande bebouwing indien deze groter is dan 200 m²;
    • 2. het bebouwingspercentage van het bouwperceel ten hoogste 50% bedraagt;
  • b. het bepaalde in lid 13.2.3 sub a. in die zin dat de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen wordt vergroot tot 70 m² vermeerderd met 5% van de oppervlakte van het bouwperceel tot ten hoogste 150 m² indien de oppervlakte van het bouwperceel ten minste 600 m² bedraagt en na de toepassing van deze afwijkingsbevoegdheid:
    • 1. de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen per bouwperceel niet meer bedraagt dan 300 m², dan wel de bestaande bebouwing indien deze groter is dan 300 m²;
  • c. het bepaalde in lid 13.2.3 sub b. in die zin dat aan- en uitbouwen en bijgebouwen minder dan 3,00 m achter de voorgevelrooilijn of op de voorgevelrooilijn worden gebouwd;
  • d. het bepaalde in lid 13.2.3 sub c. in die zin dat de goot- of bouwhoogte van (gedeelten van) een aan- of uitbouw wordt vergroot tot ten hoogste de goot- of bouwhoogte van het hoofdgebouw, mits:
    • 1. de afstand van de aan- of uitbouw tot de perceelgrens ten minste 3,00 m bedraagt.
13.4 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen, ten behoeve van een goede woonsituatie, de sociale veiligheid, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing.

13.5 Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend:

  • a. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een bar of bar-/dancing;
  • b. het gebruik van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'verblijfsrecreatie' voor permanente bewoning.
13.6 Wijzigingsbevoegdheid

Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, kunnen burgemeester en wethouders het plan wijzigen in die zin dat binnen de bestemming een nieuw bouwvlak wordt aangebracht ten behoeve van de bouw van een rijhal met logiesmogelijkheden (ondergeschikt aan de manege-activiteiten) voor de manege, mits:

  • a. deze wijzigingsbevoegdheid uitsluitend wordt toegepast ter plaatse van de aanduiding 'wro-zone - wijzigingsgebied 4';
  • b. een goede ruimtelijke en stedenbouwkundige inpassing wordt gerealiseerd, waarbij wordt aangesloten op de ruimtelijke structuur en de kwaliteiten van de omgeving. Dit dient te worden aangetoond door middel van een landschappelijk inrichtings- en inpassingsplan voor de manege, het parkeerterrein en eventuele andere functies voor het gehele landschappelijke deel tussen A7 en de lintbebouwing van Tolbert;
  • c. voordat de rijhal wordt gebouwd dient een secundaire ontsluiting te zijn aangelegd ter vermindering van de verkeersdruk in de nabije omgeving;
  • d. voorafgaand aan de ontwikkeling van het gebied in vroegtijdig stadium overleg zal worden gepleegd met het waterschap;
  • e. een maximale goot- en bouwhoogte is toegestaan van 4,00 respectievelijk 8,00 m;
  • f. deze wijzigingsbevoegdheid uitsluitend wordt toegepast wanneer de Provincie de begrenzing van het buitengebied en bebouwd gebied voor dat gebied gewijzigd heeft vastgesteld.