direct naar inhoud van Artikel 23 Leiding - Gas
Plan: Woongebieden
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0018.BP096Woongebieden-31va

Artikel 23 Leiding - Gas

23.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor gastransportleidingen en gasontvangstations.

23.2 Bouwregels

In afwijking van het bepaalde in de andere voorkomende bestemming(en), gelden voor het bouwen van alle bouwwerken de volgende regels:

  • a. alleen bouwwerken voor het leidingtransport van gas zijn toegelaten;
  • b. bouwwerken zijn toegelaten tot een hoogte van 5 meter, waarvan gebouwen elk tot een oppervlak van 20 m2. Als de bestaande maten groter zijn dan gelden deze als maximum hoogte respectievelijk maximale oppervlakte.
23.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan, mits hierbij

  • sprake is van een veilige (verkeers-, sociale en/of externe veiligheid) invulling, wat onder anderen inhoudt dat geen kwetsbare objecten worden toegelaten, en
  • geen sprake is van verslechtering van de milieusituatie, en
  • geen sprake is van een onevenredige beperking van de gebruiksmogelijkheden van de omliggende percelen, en
  • geen onevenredige afbreuk gedaan wordt aan het doelmatig functioneren van de leiding en de veiligheid daarvan, wat dient te blijken uit een vooraf ingewonnen schriftelijk advies van de betreffende leidingbeheerder,

met een omgevingsvergunning afwijken van:

  • a. de op de plankaart of in de planregels gegeven maten, afmetingen en percentages, tot ten hoogste 10% van die maten, afmetingen en percentages, behalve waarvoor hiernavolgend andere maten en percentages genoemd worden;
  • b. de planregels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, als een meetverschil daartoe aanleiding geeft;
  • c. het bepaalde onder 23.1 en bouwwerken voor de andere voorkomende bestemming(en) toestaan, mits die bebouwing geen onevenredige afbreuk doet aan het doelmatig functioneren van de leiding en de veiligheid daarvan.
23.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
23.4.1 Verbod

Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het afgraven of ophogen van gronden, inclusief woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, aanleggen van drainage en overige grondbewerkingen;
  • b. het aanbrengen van gesloten verharding;
  • c. het planten van diepwortelende of hoogopgaande beplanting en bomen, het rooien van bomen en diepwortelende of hoogopgaande beplanting;
  • d. het permanent opslaan van goederen en/of afvalstoffen;
  • e. het indrijven van voorwerpen in de bodem, zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair;
  • f. het aanleggen, dempen of vergraven van watergangen en andere wateren.
23.4.2 Uitzondering

Het onder het 23.4.1 genoemde verbod geldt niet voor de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die:

  • a. het normale onderhoud betreffen;
  • b. reeds in uitvoering zijn op de eerste dag van terinzagelegging van het ontwerp van het plan;
  • c. waarvoor eerder vergunning is verleend dan de eerste dag van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan;
  • d. graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten.
23.4.3 Voorwaarden

De vergunning wordt alleen verleend als:

  • a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het doelmatig functioneren van de leiding en de veiligheid daarvan;
  • b. werken of werkzaamheden geen gevaar voor personen en/of goederen opleveren;
  • c. vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de beheerder van de leiding.
23.5 Wijzigingsbevoegdheid

Het bevoegd gezag kan, na overleg met de leidingbeheerder, het plan wijzigen door de dubbelbestemming 'Leiding - Gas' te laten vervallen, mits het gebruik van de leiding permanent is komen te vervallen of de leiding zelf niet meer aanwezig is.