direct naar inhoud van 4.2 Beschermd dorpsgezicht Kiel-Windeweer
Plan: Buitengebied
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0018.BP090Buitengebied-31va

4.2 Beschermd dorpsgezicht Kiel-Windeweer

Vertrekpunt van beleidsvorming voor het gebied Kiel-Windeweer vormt enerzijds het behoud en de bescherming van het beschermd dorpsgezicht. Anderzijds ligt er de uitdrukkelijke wens van de bewoners van het dorp om de levendigheid in het dorp te behouden en waar mogelijk te versterken. Duidelijk mag zijn, dat de karakteristieke waarden bepalend zijn voor nieuwe ontwikkelingen in het gebied. Nieuwe ontwikkelingen die een ruimtelijke impact hebben, zullen de huidige beeldkwaliteit moeten ondersteunen of versterken.

4.2.1 Algemene beschrijving

Het beschermd dorpsgezicht Kiel-Windeweer omvat globaal gezien het gehele dorp Kiel-Windeweer. Dat wil zeggen het gedeelte van het Kielsterdiep vanaf de voormalige splitsing met het gedempte Nieuwe Compagniesterdiep in het noorden tot aan het verbindingskanaal naar Annerveenschekanaal in het zuiden en de aan weerszijden van het hoofddiep gelegen bebouwing en landerijen tot op een afstand van 625 meter uit de as van het Kielsterdiep. De kaart op de volgende pagina laat de begrenzing van het beschermd dorpsgezicht zien.

Hoewel de ruimtelijke structuur van vóór 1850 dateert, is de aanwijzing tot beschermd dorpsgezicht mede gebaseerd op het feit dat Kiel-Windeweer geldt als een zeer gaaf voorbeeld van een agrarische veenkoloniale nederzetting, waar de ruimtelijk-historische en architectuurhistorische ontwikkelingen in de periode 1850-1940 zeer duidelijk zichtbaar zijn. Deze ontwikkelingen stonden in nauw verband met de toenmalige economische, agrarische en landschappelijke ontwikkelingen in de Groningse Veenkoloniën die uniek zijn voor Nederland.

afbeelding "i_NL.IMRO.0018.BP090Buitengebied-31va_0029.jpg"

Begrenzing beschermd dorpsgezicht

4.2.2 Typering van de te beschermen waarden

Kenmerkend voor Kiel-Windeweer is de sterke binding tussen de ruimtelijke structuur, het bebouwingsbeeld en het omliggende landschap. De planmatige aanleg van het hoofddiep, de zijkanalen maar ook de positionering van de oorspronkelijke (agrarische) bebouwing zijn verantwoordelijk voor deze ruimtelijke eenheid. Veel draaibruggen zijn nog aanwezig en zorgen voor een geleding van het hoofdkanaal. De intensiteit van de bebouwing langs beide zijden van het kanaal is aan de noord- en zuidzijde van het dorpsgebied minder dicht. Terwijl in het centrumdeel van het dorp de bebouwing dichter is. Het zijn met name de te onderscheiden structuren die bepalend zijn voor het beeld. Bij het bebouwingsbeeld is vooral de dichtheid van de bebouwing, de situering van de panden ten opzichte van het diep en bij de grotere bebouwingsstructuren de positie op de kavel van belang. De beeldkwaliteit van de individuele bebouwing is minder bepalend. Met uitzondering uiteraard van de waarde die de aangewezen rijks- en gemeentelijke monumenten en beeldbepalende, karakteristieke, panden in het gebied vertegenwoordigen en toevoegen aan het totale beeld.

Hieronder volgt een opsomming van de voor het beschermd dorpsgezicht karakteristieke ruimtelijke kenmerken en het bebouwingsbeeld. Vervolgens worden (per element) de uitgangspunten van beleid geformuleerd die moeten leiden tot bescherming en versterking van die waarden. De juridische vertaling van die uitgangspunten wordt beschreven in Hoofdstuk 6 van deze toelichting en is terug te vinden in de planregels.

4.2.3 De ruimtelijke structuur

De ruimtelijke structuur wordt bepaald door de volgende elementen.

1. HET HOOFDDIEP EN DE WIJKEN

Het hoofddiep is de as van de kenmerkende lineaire structuur die bepalend is voor de ruimtelijke structuur mede in relatie tot het bebouwingsbeeld. Het hoofddiep vormt met de aangelegde wijken en zwetsloten een rationeel patroon. Diep en wijken zijn in het bestemmingsplan specifiek voorzien van de bestemming 'Water'. De resterende smalle zwetsloten die oorspronkelijk het 'eiland' tussen de wijken deelden zijn voorzien van een dergelijke bestemming of worden beschermd met een aanlegvergunningenstelsel.

2. DE OEVERS LANGS HET HOOFDDIEP

Van oudsher werden langs de oevers van het hoofddiep geen bomen of andere opgaande beplanting geplant. Momenteel zijn de oevers van het hoofddiep over grote delen slechts begroeid met gras en niet met opgaande begroeiing. Langs kleinere delen van het diep komt opgaande beplanting voor in de vorm van loofbomen. Deze beplanting kan niet worden gekwalificeerd als onacceptabel beeldverstorend. Niettemin is het ongewenst opgaande beplanting zich verder te laten uitbreiden langs het diep. Het onbegroeid laten van de oevers versterkt het beeld van de lineaire structuur. Om dezelfde reden - het zoveel als redelijk is instandhouden van de lineaire structuur - is in het bestemmingsplan de aanleg van steigers verboden, met uitzondering van bestaande steigers en de steigers/kades die in het kader van de verbetering van de vaarverbinding Oost-Groningen zijn gerealiseerd.

3. DE BRUGGEN

Veel bruggen zijn nog aanwezig in het dorpsgebied. De locatie en de omvang van de bruggen zijn in de verbeelding expliciet aangegeven. Op deze manier is de aanleg van bredere bruggen dan wel nieuwe bruggen op andere locaties uitgesloten. Vervanging van bruggen kan alleen met bouwvergunning en in overeenstemming met de karakteristieken van het dorpsgezicht.

4. HET WEGENPATROON

De wegen aan de oost- en westzijde van het diep worden expliciet op de verbeelding (plankaart) opgenomen en voorzien van een eigen bestemming.

De bepalende infrastructuur behoort tot publiek eigendom. Het Waterschap Hunze en Aa's is sinds 2005 de eigenaar van het Kieldiep. De gemeente is in de meeste gevallen eigenaar van de oevers, de bermen en de wegen naast het diep. Ingeval er geen weg grenst aan het diep is het Waterschap eveneens eigenaar van de berm en de oever. De bruggen zijn in eigendom van de gemeente Hoogezand-Sappemeer. De nieuw gerealiseerde brug over het diep ter plaatse van de Zuidlaarderweg is in eigendom van de provincie. Bij het beheer van en mogelijke veranderingen aan de infrastructuur zal rekening worden gehouden met de karakteristieke waarden daarvan.

De hierboven weergegeven onderdelen van de ruimtelijke structuur is in het bestemmingsplan op twee manieren beschermd. Enerzijds door het specifiek bestemmen van gebruiken die planologisch relevant verschillen (zoals 'water' en 'verkeer'). Anderzijds door het opnemen van een dubbelbestemming 'beschermd dorpsgezicht'. Die dubbelbestemming stelt voorwaarden aan het gebruik en de inrichting van alle bestemmingen die binnen het beschermd dorpsgezicht voorkomen. Zo is in de dubbelbestemming een aanlegvergunningstelsel opgenomen voor het reguleren van de aanplant van opgaand groen, het dempen van sloten en de aanleg van steigers.

4.2.4 Bebouwingsbeeld

De bebouwing langs het Kieldiep situeert zich hoofdzakelijk met de nokrichting haaks op het hoofddiep. De bebouwing staat op veel plaatsen dicht op elkaar en dicht op de weg. Typerend is de afwisseling van kleinschalige en grootschalige bebouwingselementen langs het kanaal. De kleinschalige elementen bestaan voornamelijk uit verschillende typen woonhuizen die vanaf ongeveer 1875 zijn gebouwd. Grootschalig zijn de boerderijen, één of twee per 'eiland'. De oudere boerderijen staan dicht op de weg. De boerderijen van meer recente datum verder van de weg. De bebouwing concentreert zich in het 'centrum' van het dorp (Windeweer-Noord) terwijl de noordzijde (De Kiel) en de zuidzijde (Windeweer-Zuid) een grove korrel van bebouwing laat zien. Elk zodanig te typeren dorpsgebied heeft zijn eigen kenmerken. Die worden hieronder beschreven. De verschillende kenmerken zijn vooral ruimtelijk-historisch van belang. In de bestemmingsregeling wordt geen onderscheid tussen de drie gebieden gemaakt.

1. DE KIEL

Langs het kanaal is dunne bebouwing dan wel geen bebouwing aanwezig. Hierdoor is er een duidelijke visuele relatie te onderscheiden met het achterliggende open gebied. De bebouwing groepeert zich in zekere mate in de omgeving van de schutsluis en vooral ter hoogte van de kruising met de Zuidlaarderweg. Hier en daar komt tussen de weg en het kanaal opgaande beplanting voor (loofbomen). Ter plaatse van de kruising met de Zuidlaarderweg is medio vorige eeuw een deel van het Kielsterdiep gedempt en zijn enkele woningen gesloopt. Het betekende een verzwakking van het karakter ter plaatse.

Handhaving van de structuur en situering van de bebouwing wordt bereikt door de wijze waarop in combinatie met de planregels op de verbeelding (plankaart) bebouwingsvlakken worden toegekend. Vergaande verbijzonderingen van de bouwregels is niet nodig. Wel wordt in de regels bepaald, dat de hoofdgebouwen met de nokrichting haaks op het hoofddiep moeten worden gebouwd. Van deze bepaling kan ontheffing worden verleend mits het bebouwingsbeeld hierdoor niet wordt aangetast.

2. WINDEWEER-NOORD

De te onderscheiden kern van het dorp - het gedeelte ten zuiden van de kruising met de Zuidlaarderweg tot ongeveer de splitsing van de Kielsterachterweg met de weg naar Borgercompagnie en Veendam - is het meest dichtbebouwd. Uiteraard met name aan de 'drukke' westzijde (Dorpsstraat) van het kanaal. De bebouwing is vooral kleinschalig. De oudere boerderijen staan pal aan de weg.

Aan de oostzijde van het kanaal (Pieter Venemakade) is de bebouwing minder dicht en daardoor is het bebouwingsbeeld hier meer oorspronkelijk. Op enkele plaatsen groeit opgaande beplanting tussen de weg en het kanaal. De omgeving van de monumentale voormalige NH kerk (thans restaurant) is aan weerszijden van het diep zeer authentiek. Bij het huidige restaurant is een in Engelse stijl aangelegde tuin aanwezig. Het bos aan de zuidzijde van het centrum wordt als beeldverstorend aangemerkt.

3. WINDEWEER-ZUID

In het zuidelijke deel van Kiel-Windeweer neemt de bebouwingsdichtheid weer af. Rechtevenredig neemt de relatie met het achterliggende open landschap wederom toe. De betonnen brug ter plaatse van de nieuwbouwlocatie wordt als detonerend ervaren. In dit deel van het dorp bevindt zich een gaslocatie in het open landschap.

Vooral de structuur van de bebouwing is bepalend voor het beeld. Dit heeft betrekking op de bebouwingsdichtheid en de situering van de bebouwing ten opzichte van het diep. Met name de positionering van de grotere bebouwingselementen ten opzichte van het diep is belangrijk. De architectonische kwaliteit van de individuele bebouwing uit zich met name in de aangewezen monumenten en beeldbepalende panden en in de boerderijen. Karakteristiek is de Veenkoloniale variant op het Oldambtster type, waarvan in Kiel-Windeweer voorbeelden uit de verschillende decennia van de negentiende en twintigste eeuw te vinden zijn.

Handhaving van de structuur en situering van de bebouwing wordt bereikt door de wijze waarop in combinatie met de planregels op de verbeelding (plankaart) bebouwingsvlakken worden toegekend. Vergaande verbijzonderingen van de bouwvoorschriften is niet nodig. Wel wordt in de voorschriften bepaald, dat de hoofdgebouwen met de nokrichting haaks op het hoofddiep moeten worden gebouwd. Van deze bepaling kan ontheffing worden verleend mits het bebouwingsbeeld hierdoor niet wordt aangetast.

4.2.5 Leefbaarheid

De aanwijzing tot beschermd dorpsgezicht door het Rijk heeft tot doel de aangewezen karakteristieke waarden te beschermen. Bevriezing van de bestaande toestand door de beschermde status is onjuist en onmogelijk, want door de maatschappelijke krachten veroorzaakte veranderingen kunnen niet worden stopgezet en zullen dan een uitweg met ongewenste gevolgen vinden. Een plan dat geen rekening houdt met toekomstige ontwikkelingen is als beleidsinstrument niet goed bruikbaar.

Voor de leefbaarheid van dorpen is van belang dat mogelijke en gewenste reële maatschappelijke ontwikkelingen moeten kunnen worden gerealiseerd: aanpassing van woningen aan veranderende behoeften, uitoefening van hobby's, ontwikkeling van kleinschalige bedrijvigheid, op peil houden en faciliteren van het verenigingsleven en van voorzieningen. Specifiek voor Kiel-Windeweer geldt dat nieuwbouw van woningen nodig is en dat (juist mede door de aanwijzing tot beschermd dorpsgezicht) het dorp recreatieve ontwikkelingsmogelijkheden heeft, die nu en in de toekomst een weg zoeken om gerealiseerd te kunnen worden.

Door in Kiel-Windeweer ruimte te bieden aan maatschappelijke ontwikkelingen, wordt bijgedragen aan de leefbaarheid van het dorp en krijgt een succesvolle bescherming van het dorpsgezicht meer kans van slagen. Ook de provincie heeft in haar provinciaal omgevingsplan verwoord dat het op peil brengen en houden van de leefbaarheid in dorpen een opgave is, waarvoor de ruimtelijke ordening zich geplaatst ziet. Zij stelt middelen ter beschikking zodat bewoners van dorpen hun eigen dorpsvisie op kunnen stellen om daar vervolgens met de gemeente vorm aan te kunnen geven. De provincie en gemeente zijn van mening dat de gemeente het dichtst bij de problematiek in en rondom de dorpen staat en dus de primaire verantwoordelijkheid heeft voor het peil van de leefbaarheid.

De bewoners van Kiel-Windeweer hebben in 2002 hun eigen toekomstvisie vastgesteld. De visie bestrijkt een groot aantal terreinen. Niet alleen het terrein van de ruimtelijke ordening. De visie kent een horizon van 5 tot 10 jaar. Uit de toekomstvisie blijkt, dat de dorpsbewoners hun fysieke woonomgeving waarderen. Men is tevreden over de voorgenomen aanwijzing van het dorp als beschermd gezicht. Maar men wil niet in een 'museumdorp' wonen. In de toekomstvisie pleit men voor behoud en juist ook stimulering van de leefbaarheid in het dorp. De opvatting van de dorpsbewoners over het dorp en de ontwikkeling daarvan kwam nogmaals duidelijk naar voren tijdens het inventariserende gesprek voorafgaand aan ontwikkeling van dit bestemmingsplan met de dorpsvereniging.

De gemeente wil met dit bestemmingsplan de randvoorwaarden formuleren, waarmee de komende tien jaren in Kiel-Windeweer op beperkte schaal woningbouw kan plaatsvinden, op particulier initiatief. Verder kent het bestemmingsplan regelingen waardoor initiatieven op het terrein van de recreatie en het toerisme, de horeca en kleinschalige bedrijvigheid kunnen worden gehonoreerd. Voor zover deze onderwerpen niet al aan de orde komen in de thematische hoofdstukken van deze toelichting, wordt er hieronder op ingegaan.

4.2.6 Woningbouw

In 2002 is in de toekomstvisie van het dorp geconstateerd dat het draagvlak voor voorzieningen de afgelopen tijd is gedaald door sociaal - demografische ontwikkelingen: ontgroening en vergrijzing. De bewoners van het dorp blijven wonen in hun huidige woning, waardoor er weinig doorstroming op de woningmarkt is. Dit heeft geleid tot een tekort aan geschikte woningen voor met name jongeren (waaronder jonge gezinnen) en ouderen. Deze groepen zien zich genoodzaakt buiten Kiel - Windeweer geschikte woonruimte te zoeken. Daardoor is de demografische samenstelling van de dorpsbevolking steeds minder divers geworden met als gevolg dat het draagvlak voor voorzieningen zich steeds meer toespitst op de steeds eenzijdiger worden demografische samenstelling. De diversiteit van het verenigingsleven en het voortbestaan van de school en het dorpshuis staan hierdoor onder druk.

Voor de leefbaarheid en de toekomstwaarde van het dorp is het van belang dat er woningbouw wordt gepleegd om de jongeren en ouderen in het dorp te kunnen behouden. De dorpsbewoners geven in hun toekomstvisie aan dat er behoefte bestaat aan ongeveer 20 nieuw te bouwen woningen.

In de Nota van Uitgangspunten (de beleidsmatige basis voor dit bestemmingsplan) is met deze woningbouw wens rekening gehouden. De gemeenteraad besloot te onderzoeken waar binnen de bestaande kenmerkende structuren van het dorp nieuwbouw van woningen tot de mogelijkheden kan behoren. Aangegeven is, dat gestreefd zal worden naar een aantal van omstreeks 20 woningen. Het aantal woningen is echter niet bepalend. Door onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige en landschappelijke karakteristieken in en om Kiel-Windeweer en eventuele milieuhinderafstanden is het mogelijk dat minder dan 20 locaties in het dorp kunnen worden bebouwd. Waar het om gaat -naast leefbaarheid- is versterking van de kenmerkende beeldkwaliteit van Kiel-Windeweer om zo de belevingswaarde te verhogen.

NIEUWE WOONLOCATIES

Bij de bepaling van geschikte locaties voor de woningbouw in Kiel-Windeweer is primair aangesloten op de beeldbepalende structuren van het dorp. Die beeldbepalende structuren komen voort uit de veenkoloniale geschiedenis van het gebied. Een geschiedenis welke direct en nagenoeg geheel de huidige stedenbouwkundige en landschappelijke karakteristiek van het gebied bepaalt.

Er is uitdrukkelijk niet gekozen voor het opnieuw laten bebouwen van de locaties waar voorheen woningen of gebouwen hebben gestaan. In het verleden zijn veel locaties langs het kanaal bebouwd geweest, zodat herinvulling daarvan willekeurig zal zijn en niet aansluit bij de structuren die in de loop der tijd in het dorp zijn ontstaan.

Op basis van de contracten voor de veenafgraving werden ongeveer elke 130 meter haaks op het hoofdkanaal wijken gegraven. De gebieden binnen de wijken werden in de loop der tijd bebouwd. Oorspronkelijk bestond de bebouwing uit één á twee boerderijen per 'eiland'. Naarmate de tijd vorderde werd de bebouwingsdichtheid van de eilanden hoger. Dit deed zich vooral in de kern van het dorp voor. Met name aan de westzijde van het Kieldiep was er sprake van een vergaande verdichting van de bebouwingsstructuur langs het kanaal. Aan de stille zijde van het diep (ten oosten van het diep) was deze verdichting minder duidelijk waar te nemen. Bij de primaire inventarisering van geschikte bouwlocaties zijn alle onbebouwde percelen met een breedte kleiner dan 70 meter in het meer verdichte dorpsgebied langs het kanaal aangemerkt als potentieel geschikte bouwlocatie. Ten aanzien van de stille zijde van het kanaal is extra zorgvuldigheid betracht; nieuwbouw aan deze zijde moet passen in de ritmiek van bebouwing zoals die daar voorkomt.

Vervolgens is gekeken of de locaties een aantasting van de landschappelijk kernkarakteristieken zoals verwoord in de provinciaal omgevingsverordening met zich meebrengen.

De locaties tasten niet de karakteristieke waterlopen aan. Die karakteristieke waterlopen komen namelijk direct voort uit de veenkoloniale geschiedenis van het gebied. En juist die geschiedenis heeft als basis gediend voor de keuze van de locaties.

Het grootschalig open landschap wordt niet onevenredig visueel aangetast door de woningbouw. Het hanteren van een minimale breedte van onbebouwde percelen van 70 meter garandeert dat karakteristieke open gebieden open blijven. Tevens worden de 'belangrijke zichtlijnen' op de in paragraaf 4.2.3 opgenomen kaarten behouden. In haar omgevingsplan geeft de provincie aan dat woningbouw in het buitengebied het autoverkeer te veel kan laten toenemen. De extra verkeersbewegingen door de woningbouw zijn verwaarloosbaar ten opzichte van de huidige woningvoorraad; zij gaan op in de bestaande verkeersintensiteiten. Dit geldt des te meer omdat de locaties niet tegelijkertijd zullen worden ontwikkeld. Een onevenredige verkeerskundige aantasting van het landschap en woonomgeving vindt dan ook niet plaats.

Van de potentiële bouwlocaties is een aantal afgevallen door de situering in de nabijheid van in werking zijnde agrarische bedrijven of andere bedrijven. Wat de gemeente pertinent niet wil, is de milieusituatie voor de agrarische ondernemers verscherpen voor de nieuwbouw van woningen. Verder is getoetst of de locaties niet vervuild zijn zodanig dat er geen woningbouw gepleegd kan worden.

De uiteindelijke selectie van geschikte locaties betreft 19 bouwkavels. Deze zijn voor het grootste gedeelte in eigendom van particulieren. Om een beeld te krijgen van de haalbaarheid van realisering van de toe te kennen bouwmogelijkheden, is in 2006 contact gezocht met de eigenaren van de gronden. Van het gros van de eigenaren is een positieve reactie ontvangen. Een aantal had de gronden reeds in eigendom verworven met het doel deze ooit eens te bebouwen.

Gelet op deze reacties en de vraag naar nieuwbouw vanuit het dorp (onder anderen blijkend uit de dorpsvisie Kiel-Windeweer) is het aannemelijk dat de bouwmogelijkheden de komende jaren ook daadwerkelijk worden benut.

In afwijking van het voorontwerp van dit bestemmingsplan worden de locaties niet met direct bouwrecht mogelijk gemaakt, maar met een wijzigingsbevoegdheid. Het opnemen van de wijzigingsbevoegdheid leidt ertoe dat -bij daadwerkelijke ontwikkeling van de locatie- met de initiatiefnemer afspraken kunnen worden gemaakt over het verhalen van te maken kosten, waaronder planschadeclaims.

Voor de ontwikkeling van de locatie gelegen tussen de percelen Pieter Venemakade 157 en 161 is inmiddels sprake van een concreet bouwverzoek van een initiatiefnemer. Deze locatie is met directe bouwtitel opgenomen onder de voorwaarde dat door de initiatiefnemer een overeenkomst waarin het planschadeverhaal is geregeld is getekend voordat het bestemmingsplan wordt vastgesteld.

INRICHTING

De gekozen locaties dienen in principe te worden bebouwd met vrijstaande woningen. In het dorp zijn de meeste woningen immers vrijstaand gebouwd. Eventueel zouden op een perceel twee onder één kap woningen kunnen worden geplaatst, mits de uitstraling van het gebouw die van een vrijstaand woonpand heeft. Gebouwd dient te worden overeenkomstig de bouwregels geldend voor dit bestemmingsplan. De regels in het beschermde dorpsgezicht zijn afgestemd op het karakter van het dorpsgezicht.

Verder dienen de woningen te voldoen aan de Welstandsnota en het 'Beeldkwaliteitsplan nieuwbouwlocaties Kiel-Windeweer', dat wordt toegevoegd aan de Welstandsnota. De procedure voor de vaststelling van het beeldkwaliteitsplan loopt parallel met de procedure van het voorliggende bestemmingsplan.

CONCLUSIE

De voorgestelde locaties en inrichtingsvoorwaarden voor de woningbouw, staan borg voor een optimale inpassing van nieuwe woningen in de beeldbepalende structuren van het dorp en tasten de karakteristieken landschapskenmerken niet aan.

Aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed is advies gevraagd over het beeldkwaliteitsplan Kiel - Windeweer. De reactie van de Rijksdienst leidt tot de conclusie dat de gekozen locaties passen binnen het beschermd dorpsgezicht. De geadviseerde aanpassingen van de inrichtingsvoorwaarden zijn inmiddels in het beeldkwaliteitsplan verwerkt.

4.2.7 Recreatief - toeristische ontwikkelingen

In het kader van de economische versterking van de Veenkoloniën, wordt onder meer ingezet op herstel van de bestaande kanalen in Oost-Groningen. Verder worden de komende jaren nieuwe verbindingen tussen de bestaande kanalen aangelegd. Door de aanleg van het kanaal vanaf het Kieldiep in het zuiden van Kiel-Windeweer richting Veendam, gaat Kiel-Windeweer een voorname plaats innemen het hoofdtracé van de vaarverbinding tussen het Zuidlaardermeer en Oost- Groningen. De verwachting is dat een flinke impuls wordt gegeven aan het (vaar)toerisme. Ook wordt met het project opnieuw de aandacht gevestigd op de cultuurhistorische kenmerken en de landschapsstructuren in het gebied. Zo worden verschillende bruggen en sluizen in oude staat hersteld. Een uniek veenkoloniaal lint wordt daarmee gerestaureerd: het water komt weer centraal te liggen in de dorpen en er ontstaat, na het beëindigen van de turfvaart, weer nieuw leven op het water: de recreatievaart.

Het project wordt in fasen uitgevoerd. De werkzaamheden, waarvan een groot deel inmiddels is gerealiseerd, bestaan uit:

  • De bouw van een nieuwe sluis in de Leinewijk (nabij 'De Toekomst');
  • Het uitbaggeren van de Leinewijk;
  • De bouw van een nieuwe brug in de Zuidlaarderweg in Kiel-Windeweer;
  • Het beweegbaar maken van de vaste brug in de Woldweg nabij de Wolfsbarge;
  • Het renoveren, vernieuwen en beweegbaar maken van diverse fiets-/voetgangersbruggen langs het gehele traject;
  • Het beweegbaar maken van enkele bruggen over de Leinewijk en het Kielsterdiep.

Voor Kiel-Windeweer kunnen deze ontwikkelingen, in samenhang met de aanwijzing tot beschermd dorpsgezicht, inhouden dat het dorp in een bredere belangstelling van toeristen komt te staan. Dit bestemmingsplan biedt dan ook de mogelijkheden voor activiteiten die hierop inspelen. Gedacht wordt aan de vestiging van horeca, minicampings, tuinrecreatie (theetuinen bijvoorbeeld), galerieën, pensions, kampeerboerderijen, erfgoedlogies. Verder kan het gaan om watergebonden recreatieve activiteiten, zoals verhuur van kano's en waterfietsen. Genoemde mogelijkheden zullen met ontheffing mogelijk worden gemaakt, zodat aan medewerking altijd een volwaardige afweging voorafgaat.

PASSANTENHAVEN

Naar aanleiding van een particulier initiatief is in het bestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om een kleinschalige passantenhaven in combinatie met recreatief verblijf te kunnen realiseren. Over de locatie, gebruik en inrichting van de passantenhaven is in 2008 en 2009 intensief overleg gepleegd met de initiatiefnemer en de provincie. Dit heeft geresulteerd in een bouwplan en een beeldkwaliteitsplan, waarover in principe overeenstemming is bereikt.

De locatie van de passantenhaven ligt aan de Dorpsstraat (op de grens van Kiel-Windeweer en Annerveenschekanaal) en is gelegen in het beschermd dorpsgezicht van Kiel Windeweer. De passantenhaven kan niet worden gerealiseerd zonder de huidige openheid van het landschap ter plekke aan te tasten; het is nu immers onbebouwde agrarische grond. Deze ingreep is echter niet van dien aard dat de te beschermen waarden van het beschermd dorpsgezicht worden aangetast. Zo worden de belangrijke zichtlijnen niet verbroken. Het Kieldiep heeft in het beschermd dorpsgezicht een hoogwaardige infrastructurele functie. Die functie stamt echter uit de tijd van de veenkoloniën en wordt nu niet meer als zodanig gebruikt. Door het gebruik van de passantenhaven zal, door de vaartuigbewegingen van de recreatievaart, de hoogwaardige infrastructurele functie voor een belangrijk deel in ere hersteld worden. Dit zal een positief gevolg hebben voor de beleving van het gehele beschermd dorpsgezicht langs het Kieldiep. Ook het dienen van het belang van de herkenbaarheid en zichtbaarheid van de cultuurhistorische waardevolle veenkoloniale diepen en kanalen, waarvan de recreatievaart gebruik maakt, mag niet worden onderschat. De passantenhaven is daardoor van groot belang voor het welslagen van de recreatievaart over de voormalige veenkoloniale kanalen en diepen en voor de recreatief-toeristische aantrekkingskracht van deze gemeente.

afbeelding "i_NL.IMRO.0018.BP090Buitengebied-31va_0030.jpg"

Beeldvormende schets passantenhaven

De passantenhaven is gelegen langs de Semslinie. Dit is de kaarsrechte grens van ongeveer 40 kilometer tussen Drenthe en Groningen die in de zeventiende eeuw is bepaald, omdat men in die jaren het veen begon af te graven. De linie is op zich zelf niet zichtbaar in het landschap, maar wordt zichtbaar door de inrichting van het landschap daar op af te stemmen. Bijvoorbeeld door beplanting of bebouwing strak langs de lijn aan te brengen. Op het grondgebied van de gemeente Hoogezand - Sappemeer is de Semslinie over veruit het grootste deel van zijn lengte niet zichtbaar in het landschap. Ter hoogte van Annerveenschekanaal zijn echter de achterste grenzen van de percelen langs het kanaal strak langs de Semslinie gesitueerd. Omdat erfafscheidingen zijn aangebracht is de Semslinie ter plekke zichtbaar in het landschap.

De voorziene aanleg van de passantenhaven heeft tot gevolg dat ter plekke de zichtbaarheid van de ligging van de Semslinie wordt onderbroken over een lengte van 200 meter. Ruimtelijke ordening kenmerkt zich door het afwegen van belangen die een claim leggen op de ruimte. Handhaving van de zichtbaarheid van de linie mag niet in alle gevallen ten koste gaan van andere ruimtelijke behoeften. Door de beperkte verstoring van de zichtbaarheid van de linie door de passantenhaven en het (bovengemeentelijk) recreatief - toeristisch belang hiervan, is het belang van de aantasting van de zichtbaarheid van ondergeschikt belang aan de realisering van de jachthaven. Deze afweging wordt versterkt door dat in de bestaande situatie de zichtbaarheid al onderbroken wordt door een tweetal loodsen met een lengte van 40 en 32 meter.