direct naar inhoud van 3.1 Inleiding
Plan: Buitengebied
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0018.BP090Buitengebied-31va

3.1 Inleiding

In dit hoofdstuk worden per thema de beleidsdoelen uiteengezet waaraan het bestemmingsplan invulling moet geven. De beleidsdoelen per gebied worden in Hoofdstuk 4 uiteengezet.

De uiteenzetting van de beleidsdoelen per thema in de navolgende paragrafen, is gebaseerd op de Nota van Uitgangspunten 'Uitzicht bieden'. Deze is opgesteld ter voorbereiding op het voorontwerp van dit bestemmingsplan (dat in 2006 ter inzage heeft gelegen) en vormt de beleidsmatige vertaling van de belangrijkste thema's die in het buitengebied spelen. De nota is het resultaat van een uitgebreide en interactieve voorbereidingsprocedure. Met instellingen zoals LTO-Noord (voorheen:NLTO), de dorpsverenigingen en natuur- en milieu - organisaties, maar ook met de inwoners van het buitengebied, discussieerde de gemeente om zo informatie te vergaren wat geholpen heeft bij het maken van verantwoorde beleidskeuzes. De nota is op 21 september 2004 vastgesteld door de gemeenteraad.

Net als in de Nota van Uitgangspunten 'Uitzicht bieden' staat in dit bestemmingsplan de volgende vraagstelling centraal: hoe draagt de gemeente er via het bestemmingsplan aan bij dat het buitengebied zo leefbaar mogelijk is voor boeren en buitenlui en tegelijkertijd zijn landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteiten behoud?

De belangrijkste thema's die in antwoord hierop worden behandeld zijn:

  • Land- en tuinbouw
  • Landschap
  • Wonen
  • Niet-agrarische bedrijvigheid
  • Detailhandel, horeca & recreatie
  • Energie

De thema's grijpen soms in elkaar en keren daardoor in meerdere paragrafen terug vanuit een ander gezichtspunt. Zo wordt in de paragraaf over Detailhandel, horeca & recreatie bijvoorbeeld verteld over de omvang die detailhandel als nevenactiviteit van agrarische bedrijfsvoering mag hebben. Binnen de paragraaf Landschap is bijzondere aandacht voor Kiel-Windeweer dat een landelijke status als te beschermen dorpsgezicht heeft gekregen.

De paragrafen 3.1 en 3.2 benoemen het huidige provinciaal en gemeentelijk beleid in het algemeen. In de daarop volgende paragrafen worden de zojuist genoemde thema's toegelicht. Per thema komen steeds dezelfde elementen aan bod, te weten:

  • 1. de meningen die tijdens de inventarisatieronde werden gegeven

Deze inventarisatie heeft plaatsgevonden tijdens de opstelling van de Nota. Gezien de relatief lage dynamiek van de ruimtelijke wensen in het buitengebieden en de grondige inventarisatie daarvan, bestaat geen aanleiding om te veronderstellen dat de resultaten van de inventarisatie niet meer representatief zouden zijn.

  • 2. beperkingen die hogere regelingen aan de gemeentelijke beleidsvrijheid opleggen

Sinds de vaststelling van de Nota en het ter inzage leggen van het voorontwerp van dit bestemmingsplan is nieuwe wet- en regelgeving en beleid van kracht geworden. De wijziging met de grootste gevolgen voor dit bestemmingsplan, is de nieuwe Wet ruimtelijke ordening. Op basis van deze wet moet de gemeente rekening houden met de nieuwe provinciale omgevingsverordening. Ook de manier waarop wordt bestemd is veranderd. Zo worden voorschriften regels genoemd en wordt het bestemmingsplan gedigitaliseerd.

  • 3. de regeling in het voorliggende bestemmingsplan

De in dit bestemmingsplan opgenomen regeling is in principe dezelfde als in het voorontwerp uit 2006. Wijzigingen zijn slechts aangebracht door gewijzigd beleid en regelgeving en naar aanleiding van ingebrachte inspraakreacties en zienswijzen. Daarnaast zijn enkele aanpassingen aangebracht om de leesbaarheid te vergroten. In Hoofdstuk 6 is een toelichting op de bestemmingsregeling gegeven.