direct naar inhoud van 2.3 Kiel-Windeweer
Plan: Buitengebied
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0018.BP090Buitengebied-31va

2.3 Kiel-Windeweer

Kiel-Windeweer is ontstaan binnen de systematische veenontginning in deze regio. Vanaf 1637 werd een aftakking van het Winschoterdiep in zuidoostelijke richting gegraven. Het eerste deel werd recht naar het zuiden gegraven en daarna met een hoek parallel aan het Kalkwijksterdiep gelegd. In de daarop volgende decennia ontwikkelt zich langs dit Kielsterdiep een bijna zeven kilometer lange lintbebouwing met de dorpen Kiel (nu het noordelijke deel langs het Kieldiep tot aan de Zuidlaarderweg) en Windeweer (ten zuiden hiervan). Deze dorpen groeiden in de loop der tijd aan elkaar vast. De Kielsterachterweg vormde de grens tussen de ontginning langs het Kielsterdiep en het Kalkwijksterdiep. In 1659 is het diep van de Nieuwe Compagnie aangelegd, dat het verlengde vormde van het eerste deel van het Kielsterdiep. De Groningse hoogveenontginning langs het Kielsterdiep liep tot aan de Semslinie, de grens die begin zeventiende eeuw werd getrokken tussen Groningen en Drenthe.

De aanleg van een veenkolonie ging volgens een contractueel vastgelegd patroon. In zo'n contract werden de verschillende afmetingen en maten van het hoofddiep, de wijken etcetera vastgelegd. Het systeem van kanalen en wijken bepaalde de vorm. Haaks op het hoofddiep lagen de wijken en de zwetsloten, met een vaste onderlinge afstand. Zo bedroeg bij de veenontginning van Kiel-Windeweer de vereiste afstand tussen twee wijken ongeveer 130 meter en kregen de kavels een lengte van ongeveer 625 meter. Aan weerszijden van het diep liep een weg. De westelijke weg was de breedste. De oostelijke was niet veel meer dan een jaag- of karrepad. Ter verbinding van de beide zijden werden vele bruggen aangelegd. Ook waar de wijken en zwetsloten op het kanaal uitmondden, waren bruggetjes vereist. Deze planmatige opzet bepaalt tot op de dag van vandaag de ruimtelijke structuur van Kiel-Windeweer.

De bebouwing bestond uit boerderijen, vaak naast een wijk, groepen kleinere huisjes van de veenarbeiders, en wat rentenierswoningen. De bebouwing lag evenwijdig aan de kavel en haaks op het diep. De kleinschalige bebouwing stond dicht op de weg en was meestal aaneengesloten. De oudere boerderijen stonden vaak zeer dicht op de weg, terwijl later gebouwde op een afstand van ongeveer 20 meter lagen.

De inrichting van de kavel waarop een boerderij was gelegen, was eveneens planmatig van opzet. Direct aan het hoofddiep was de boerderij met eventueel een siertuin, stookhut en moestuin gelegen. Vervolgens lag achter de boerderij een klein weiland gevolgd door bouwland. Aan de ene lengtezijde van de kavel lag een zwetsloot en aan de andere een brede wijk. Hierdoor was geen enkel punt van de kavel meer dan 65 meter van het water verwijderd. De inrichting van de schuur van de boerderij was eveneens typerend. De schuur was aan de achterzijde gemakkelijk vanaf het land te bereiken. Door de schuurdeuren aan de voorzijde konden de producten direct op een schip worden geladen.

Na afgraving van het veen verdwenen de compagnieën en werden de gronden verkocht aan boeren die het land voor akkerbouw geschikt maakten en de veenkolonie voor agrarisch gebruik inrichtten. Kiel-Windeweer is vanaf de eerste helft van de achttiende eeuw veranderd in een agrarische nederzetting. Aan beide zijden van het kanaal werden boerderijen gebouwd. De afgegraven veengronden werden landbouwgronden. Aan beide zijden van het hoofddiep werden boerderijen gebouwd. Idealiter twee op een 'eiland', dat wil zeggen op het gedeelte grond tussen twee wijken. Doordat de verkeersstroom langs het hoofddiep bemoeilijkt werd door de dicht op het diep gelegen bebouwing, ontwikkelde de Kielsterachterweg - gelegen op de concessiegrens - zich tot een belangrijke verkeersader. Dit in tegenstelling tot de meeste achterwegen in veenkoloniale gebieden.

afbeelding "i_NL.IMRO.0018.BP090Buitengebied-31va_0023.jpg"

Schematische weergave van het veenkoloniale nederzettingstype met een enkel kanaal

In de loop van de tijd werd meer bebouwing langs beide zijden van het kanaal gerealiseerd. De verdichting concentreerde zich ter hoogte van de Nederlands Hervormde kerk. Dit centrumgebied werd ook wel Noord-Windeweer genoemd. Naar het noorden en zuiden toe werd de lintbebouwing aan beide zijden van het kanaal steeds dunner. Het gedeelte ten noorden van Noord-Windeweer werd aangeduid als De Kiel. Het gedeelte ten zuiden ervan als Zuid-Windeweer. De bebouwing bestond voornamelijk uit boerderijen en woonhuizen. In het 'centrum' kwamen tevens enige woonwinkelpanden en bedrijfspanden voor. Tot diep in de negentiende eeuw verdichtte de bebouwing langs het kanaal zich nog, daarna trad geleidelijk een terugval in, en werden op de plek van gesloopte panden niet altijd nieuwe huizen teruggebouwd.

Gedurende de negentiende eeuw en de eerste helft van de twintigste eeuw behield Kiel-Windeweer zijn agrarisch karakter. Er vond geen ontwikkeling plaats naar een meer stedelijk en industrieel gebied, zoals in de kern Hoogezand. Toch kende het dorp enige industrie en nijverheid. Rond 1900 waren langs het Kielsterdiep drie scheepswerven gevestigd. Deze waren in 1930 verdwenen. Aan de westzijde ter hoogte van de Nederlands hervormde kerk stond een korenmolen. Daarnaast was in 1898 ten westen van de splitsing met het Nieuwe Compagniesterdiep de tweede coöperatieve aardappelmeelfabriek in de Veenkoloniën, 'Eendracht' genaamd, opgericht. In Nieuwe Compagnie volgde in 1900 de oprichting van de eveneens coöperatieve aardappelmeelfabriek 'De Toekomst'. Beide fabrieken werden na 1945 gesloten. Van de 'Eendracht' resteert enkel de directeurswoning. Van 'De Toekomst' bestaat het gebouwencomplex nog.

De lintbebouwing van Kiel-Windeweer verdichtte zich in de periode 1850-1940 meer en meer. Het betrof dan vooral niet-agrarische bebouwing. Bestaande boerderijen werden in deze periode veelal vernieuwd. Vanaf 1900 vond uitbreiding vooral plaats rondom het kruispunt met de Zuidlaarderweg. Aan de noordzijde van deze weg werden in de jaren 1930 enkele middenstandswoningen gebouwd. Rond 1900 was het wegennet grotendeels verhard en lag over het Kielsterdiep een groot aantal bruggen. Ten noorden van de Zuidlaarderweg, in De Kiel, werd rond 1900 de bestaande schutsluis vervangen en ernaast, aan de drukke kant, een sluiswachterswoning gebouwd. De meeste over het diep gelegen bruggen betroffen meestal voetgangersbruggen die toegang gaven tot de 'eilanden' aan de stille zijde van het kanaal.

Na 1945 vonden geen ingrijpende veranderingen in de ruimtelijke structuur en het bebouwingsbeeld plaats. Het stelsel van hoofddiep, wijken en zwetsloten ondervond enige schade door dempingen, maar bleef voor het merendeel nog intact. Enkele draaibruggen over het diep verdwenen. Bestaande bebouwing werd hier en daar verdicht, terwijl op sommige plekken in het lint panden werden afgebroken. Veel boerderijen kregen nieuwe bijschuren.

afbeelding "i_NL.IMRO.0018.BP090Buitengebied-31va_0024.jpg"

De zogenaamde Snikhuis draai in Kiel-Windeweer, een houten draaibruggetje

De structuur en functie van Kiel-Windeweer bleef door de tijd heen vrijwel altijd gelijk. De na de veenafgraving overwegende agrarische functie is nog steeds afnemende. De modernisering en schaalvergroting in de landbouw, en het meer recreatieve gebruik van de buitengebieden legden in de tweede helft van de vorige eeuw wel steeds meer druk op de infrastructuur.

De Herinrichting Veenkoloniën is daar onder meer een gevolg van geweest. Hiervoor is een plan ontwikkeld, dat zowel de dienstbaarheid aan de landbouw als het ontwikkelen van recreatievoorzieningen omvatte. Door de historische waarde van de veenkoloniale structuren is een cultuurhistorisch advies als basis gebruikt voor de vormgeving van het geheel. De herinrichting heeft enkele veranderingen teweeggebracht, maar met respect voor de veenkoloniale structuur. Daar waar bijvoorbeeld de directe aansluiting van de wijken op het hoofddiep al was verdwenen, is een zichtbare verwijzing naar het vroegere bruggetje aangebracht door een terugspringende oeverbeschoeiing, een leuning en een verhoging in de weg. Dit heeft tevens een verkeersremmende werking. Er is een netwerk van fietspaden aangelegd in het achterliggende land. De ontsluiting van de boerderijen voor het zware agrarische verkeer werd geregeld via betonnen wegen achter de bedrijven langs. De draai- en klapbruggen zijn gebleven, en ook de sluis aan de Sluisweg bleef behouden. Wel is de brug op de kruising met de Zuidlaarderweg vervangen door een dam. Hoewel het zwaartepunt van het herinrichtingsplan, zeker financieel gezien, lag bij de verbetering van infrastructurele voorzieningen, was op vrijwel alle terreinen geldelijke ondersteuning mogelijk.

In de eerste jaren van de eenentwintigste eeuw ademt Kiel-Windeweer nog steeds de sfeer van een typisch veenkoloniaal dorp. De woonfunctie is nog steeds de belangrijkste functie in het dorp. In de laatste decennia is beperkt nieuwbouw gepleegd. In het dorp zijn nog enkele agrarische bedrijven en niet- agrarische bedrijven gevestigd, zoals een koekfabriek en een aannemersbedrijf. Als maatschappelijke voorzieningen zijn aanwezig een school en een dorpshuis. Geleidelijk is waarneembaar dat pogingen worden gedaan om in de toeristisch-recreatieve sector iets te realiseren. De aanwezigheid van het horecabedrijf De Amshof draagt hier aan bij.