direct naar inhoud van Hoofdstuk 2 Beleidskader
Plan: Bestemmingsplan Oosterparkwijk
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0014.BP489Oosterparkwij-oh01

Hoofdstuk 2 Beleidskader

Onderstaande tekst is afkomstig uit de wijkanalyse Oosterparkwijk op het goede spoor.

Profiel van de wijk

De Oosterparkwijk, vroeger ook bekend als ‘Plan Oost’ is een typisch voorbeeld van de sociaaldemocratische idealen van voor de Tweede Wereldoorlog. Bij het ontwerp van de wijk is getracht om een grote hoeveelheid woningen zodanig te bouwen dat er toch sprake bleef van kleinschaligheid. Dat idee is goed terug te vinden in het deel van de wijk dat bekend staat als het Blauwe Dorp, een Tuindorp, dat sinds juni 2007 erkend als Gemeentelijk monument. In de Oosterparkwijk stond tot 2006 het Oosterpark Stadion, voormalig thuishaven van FC Groningen. Naast FC Groningen speelde amateur volksclub Oosterparkers haar wedstrijden ook in het stadion.


De Oosterparkwijk ligt dicht bij de binnenstad en wordt begrensd door het UMCG en de Petrus Campersingel, het Oosterhamrikkanaal, het Van Starkenborghkanaal en het Eemskanaal. Via de Petrus Campersingel, het Damsterdiep en de Zaagmuldersweg is de wijk met uitvalswegen en andere wijken verbonden. Het Oosterhamrikkanaal vormt een duidelijke scheiding met de Korrewegwijk.


De wijk telt ongeveer 10.000 inwoners. De Oosterparkwijk heeft een bevolkingsopbouw die redelijk vergelijkbaar is met die van de stad, hoewel er iets meer jongeren zijn dan in de stad. Het aandeel 20- 29 jarigen is 31 procent in de Oosterparkwijk en 26 procent in de stad. Het aandeel niet-westerse allochtonen ligt boven het stedelijk gemiddelde (13 procent, stad 11 procent). Sinds 2005 neemt dit cijfer overigens af, tegen de stedelijke trend in. De wijk telt 450 zelfstandig wonende ouderen, iets meer dan het stedelijk gemiddelde. Het aantal uitwonende studenten in de wijk is 2204, het aantal 18-24 jarigen bedraagt 1933 en het aantal kamerverhuurpanden is 162. Het is een mooie stadswijk waarin de laatste jaren hard is gewerkt aan vernieuwen en opknappen. Het gaat dus goed, maar er valt nog veel te doen. Daar gaat deze wijkanalyse over.

afbeelding "i_NL.IMRO.0014.BP489Oosterparkwij-oh01_0002.jpg"

Resultaten van de wijkvernieuwing en het Nieuw Lokaal Akkoord (NLA)

Vanaf 1998 is er een versnelling opgetreden in de wijkvernieuwing. Zowel gemeente als corporaties staken veel energie in vernieuwing, renovatie en sociale voorzieningen. Het karakter van de wijk veranderde fors, onder anderen door de succesvolle renovatie van de Gerbrand Bakkerstraat en het slopen van het oude FC Groningenstadion, waar nu nieuwbouw verrijst. Daar zal dus instroom van nieuwe bewoners plaatsvinden.

Via het Wijkteam zijn vele wijkbewoners in drie jaar tijd actief geworden en betrokken bij achttien fysieke én sociale leefbaarheidsen wijkvernieuwingsinitiatieven. De schaalgrootte varieert van klein (herinrichting binnenterreinen en tuinen, diverse sociale integratie- en ontmoetingsactiviteiten) tot groot (inrichting voormalig parkeerterrein FC Groningen).

Er gebeurt nog meer en er staat nog veel meer te gebeuren, zoals: de nieuwbouw in de Resedastraat en de Florabuurt de nieuwbouw op de Velden en het voormalige Shell terrein (de stadswerf).

De uitvoering van het Plan van Aanpak Bloemenbuurt dat in 2005 door de gemeenteraad is vastgesteld begint zijn vruchten af te werpen. Er is een start gemaakt met de grootschalige kwaliteitsverbetering van circa duizend woningen in de Bloemenbuurt, en de gemeente pakt de openbare ruimte aan. Verder is er na een lange discussie een begin gemaakt met de renovatie van het Blauwe Dorp en de verkoop van de randwoningen. Na het opknappen van de woningen wordt de openbare ruimte aangepakt, waarmee het Blauwe Dorp in oude luister is hersteld.

Het is duidelijk dat de wijk daarmee op de goede weg is. In de vorige versie van de wijkinvesteringsprogramma’s stonden voor de periode 2005 tot 2008 ruim 900 woningen in de planning. Het programma was voor een groot deel gepland langs het Oosterhamriktracé en op het

voormalige Oosterparkstadion. Door diverse oorzaken is dit niet gerealiseerd. De afgelopen jaren zijn slechts 140 woningen ook daadwerkelijk opgeleverd. Dit uitstel heeft tot gevolg dat er sprake is van verloedering en toenemende onveiligheid langs het Oosterhamriktracé.

Wonen en woonomgeving: balans bereikt?

Stedenbouwkundig zit de Oosterparkwijk goed in elkaar. De wijk kent mooie, in het oog springende architectuur, er is veel groen in de openbare ruimte en voor veel mensen is het prettig wonen. Hierdoor onderscheiden de Gorechtbuurt, de Vogelbuurt, de Bloemenbuurt en de Florabuurt zich van elkaar en van de rest van de stad. Elk van de buurten heeft een eigen sfeer en bevolkingsopbouw. De wijk heeft architectonisch gezien een aantal parels binnen zijn grenzen. Het Blauwe Dorp, de Wielewaalflat, de Zaagmulderflat en het Pioenpark zijn rijks- of gemeentelijk monument. Er is veel openbaar groen in de wijk. Daarnaast zijn er beschermde stadsgezichten, zoals de Petrus Campersingel en de Bloemenbuurt.


Het eigenwoningbezit in de Oosterparkwijk neemt toe door nieuwbouw en renovatie. Toch zijn er, veel meer dan gemiddeld, woningen beschikbaar met een lage, sociale huur. Dit biedt kansen voor Stadjers met een kleine beurs. De keerzijde is, dat dit ook de categorie woningen is waar vaak mensen terechtkomen die overlast veroorzaken. In specifieke delen van de Bloemenbuurt, de Vogelbuurt en de Gorechtbuurt leidt dit tot het samenballen van moeilijk oplosbare problemen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0014.BP489Oosterparkwij-oh01_0003.jpg"

In de Oosterparkwijk zijn inmiddels meer kansen voor starters en gezinnen en kunnen bewoners makkelijker doorstromen naar woningen die bij nieuwe wensen en behoeftes passen. Wel zijn er
weinig goedkope gezinswoningen, waardoor sommige mensen bij gezinsuitbreiding noodgedwongen uit de wijk verhuizen.

De komst van de tram, langs of door de wijk, kan grote gevolgen voor de Oosterparkwijk hebben. Het zou een impuls kunnen geven aan het vernieuwde Wielewaalplein en de structuur van de wijk. Voor de wijk is het uitgangspunt de visie uit de notitie ‘De radiaal wakker gekust’. Dit kan betekenen dat de tram via de Vinkenstraat gaat rijden en de auto via het Oosterhamriktracé. Overigens zijn er ook geluiden in de wijk om de tram als wijkvernieuwingsinstrument te gebruiken en dus het tracé dwars door de wijk (Damsterdiep/Zaagmuldersweg/Vinkenstraat) te leggen, zodat de wijk er nóg meer aan heeft.


Dat geldt ook voor: de ontsluiting van de wijk via de Berlagebrug, de herinrichting van het Wielewaalplein, de uitbreiding van het UMCG, het bouwen van groot aantal nieuwe woningen in de wijk en de ontwikkelingen langs het water, zowel het Oosterhamriktracé als de Eemskanaalzone. De bereikbaarheid van de wijk is door de heldere structuur van de straten voldoende en zal naar verwachting verbeteren door de Berlagebrug en de tram. Tegelijk betekenen eerdergenoemde ontwikkelingen dat de parkeerdruk en de verkeersdruk op vooral de wijkontsluitingswegen

wijkontsluitingswegen zal toenemen. Daarnaast wordt het UMCG, gelegen op de voormalige vestingwallen, als een barrière tussen de Oosterparkwijk en het centrum ervaren. Er ontbreken goede verbindingen door het midden, vooral voor fietsers.


De keuze voor ontwikkelingen langs een aantal stedelijke assen komt tot uiting in de woningbouwopgave, waarin veel appartementen opgenomen zijn. Nergens in de stad staan zoveel woningen gepland. Aan het Oosterhamriktraceé is een combinatie van appartementen en commerciële ruimten gedacht. De Stadswerflocatie, de Velden, de Alfa Laval locatie en de industriestrook aan de Struisvogelstraat/Paradijsvogelstraat bieden mogelijkheden voor het realiseren van grondgebonden
woningen. De vraag is of de hoogbouw strookt met de opgaven in de wijkvernieuwing waar grondgebonden bebouwing de voorkeur heeft. De uitbreiding van het UMCG is een grote kans voor het gebied, zowel wat betreft duurzaamheid (gesloten energiesystemen) als werkgelegenheid en woningbouw. Aan de andere kant levert het meer verkeersdrukte op en wordt de barriere tussen binnenstad en woonwijken groter.

Werken: economische activiteit en werkloosheid

De wijk heeft twee winkelcentra, één aan het Wielewaalplein en één aan het Linaeusplein. De komst van de tram en de bouw van nieuwe woningen kan een kans zijn om vooral het Wielewaalplein een nieuwe impuls te geven.


De wijk kent een werkloosheidspercentage van 8,6 procent (stad 5,6 procent). Maar vooral in de Bloemenbuurt ligt dit veel hoger (13,4 procent), met een bovengemiddeld aantal mensen dat meer dan vijf jaar zonder werk zit. Dit heeft als gevolg dat het gemiddeld besteedbaar inkomen lager is dan in de rest van de stad. De meeste werkgelegenheid in het Oosterpark (ten oosten van de Petrus Campersingel) vinden we in de bedrijfstakken Zakelijke dienstverlening (met het schoonmaakbedrijf
Cantorclin Nederland BV als grootste werkgever) en Gezondheids- en welzijnszorg (met Stichting Thuiszorg Groningen als grootste werkgever). Tweederde van alle bedrijven in het Oosterpark zijn éénpersoonsbedrijven (ZZP’ers: van 119 in 2003 naar 256 in 2008). Het is verstandig te onderzoeken of deze categorie bedrijvigheid gehuisvest kan worden in een aantal leegstaande bedrijfsverzamelgebouwen in de wijk.

Leren en opgroeien: blijvende problemen

Er zijn twee basisscholen in de Oosterparkwijk, maar het voortgezet onderwijs verdwijnt uit de wijk naar nieuwbouw elders in de stad. Op de scholen zitten relatief veel kinderen met een zogenaamd leerlinggewicht. Beide basisscholen hebben een minder goed imago, ondanks pogingen dit te verbeteren. Vooral de nieuwe bewoners hebben een negatief beeld, waardoor zij nu vaak kiezen voor een school buiten de wijk. Het aantal leerlingen op de scholen blijft weliswaar op peil, maar zou eigenlijk moeten groeien. De speeltuinen en jeugdvoorzieningen worden goed bezocht, maar door specifieke groepen, waardoor het bereik van de voorzieningen beperkt is. Ook sluiten voorzieningen en omgeving niet altijd meer aan door de veranderde samenstelling van de bewoners. Door de inzet van diverse programma’s hebben jongeren in de Oosterparkwijk meer vertier en zijn er minder problemen.

Veiligheid: het waterbedeffect

In de oude wijken is vooral in specifieke delen van de Oosterparkwijk, de Indische buurt en de Hoogte sprake van achterblijvende veiligheidscijfers. Het aantal mensen met complexe problemen is nog steeds hoog. Daarbij is een trend waar te nemen dat de overlast vanuit de openbare ruimte zich verplaatst naar woninggebonden overlast.

In sommige buurten blijken problemen zich hierdoor op te stapelen. Het gaat dan om drugs- en alcoholproblemen, huiselijk geweld, psychiatrie en de daaruit voorkomende overlast voor omwonenden. Dit leidt tot een lager gevoel van veiligheid dan het stedelijke gemiddelde. De
zorg voor deze mensen en het verminderen van de overlast voor de omgeving vraagt om gerichte inzet met nieuwe instrumenten. Vooral delen van de Bloemenbuurt, de Gorechtbuut en de Vogelbuurt vragen om aandacht.


De vraag is of fysieke ingrepen in deze buurten kunnen bijdragen aan het verminderen van sociale problemen. In 2009 is er al een uitgebreid pakket aan maatregelen vastgesteld op het gebied van veiligheid (overlastplegeraanpak, stratenaanpak, anti-inbraakstrips et cetera). Daarin wordt al de aanzet gegeven voor een nieuwe manier om problemen aan te pakken. De lijn daarin is een meer persoonsgerichte aanpak, een duidelijke focus en een strakke regie.

Integratie en sociale samenhang: geen volksbuurt meer

De burenbetrokkenheid tussen Oosterparkers is goed, zowel tussen nieuwe als oude bewoners. Wel valt te constateren dat nieuwe bewoners die in de duurdere (koop)woningen in de wijk wonen niet integreren met de bewoners die aangewezen zijn op een sociale huurwoning. Dit is echter niet wezenlijk anders dan in andere delen van de stad. De basisvoorzieningen en specifieke welzijnsvoorzieningen zijn in voldoende mate aanwezig, zoals het Centrum voor Jeugd en Gezin, het JOP, de bibliotheek, de speeltuinverenigingen en het STIP. Het bereik en de programmering laten echter hier en daar te wensen over. ‘Zorgen voor Morgen’ en mogelijk extra geld van het ministerie voor de wijkaanpak zullen ingezet worden om de voorzieningen te versterken.

Er zijn meerdere verenigingen en comités actief in de Oosterparkwijk, maar de bewoners voelen zich hierdoor niet goed vertegenwoordigd. De buurtaccommodaties worden door slechts een fractie van de bewoners gebruikt. In de monitor wordt gevraagd of de bewoners elkaar kennen, of zij prettig met elkaar omgaan, in hoeverre ze de woonomgeving als gezellig kenschetsen en of men zich thuis voelt in de eigen buurt. Van de bewoners van het Oosterpark beantwoordt 55 procent dit positief. Dat is veel minder dan het gemeentelijk gemiddelde van 66 procent.

Conclusie: op het goede spoor

Het gaat goed met de Oosterparkwijk. In tien jaar tijd is er al veel veranderd, zowel fysiek als in sfeer. Maar: de wijk is nog niet af en er moet nog veel gebeuren.

  • De stapeling van sociale problemen in een aantal delen van de wijk vraagt om een gerichte inzet met nieuwe instrumenten.
  • Er moet onderzocht worden wat de mogelijkheden zijn voor fysieke ingrepen die kunnen bijdragen aan het verder versterken van de wijk.
  • Het is voor de ouderen in de wijk van belang om het programma ‘Zorgen voor morgen’ verder vorm te geven, zodat er voldoende geschikte woningen zijn, de woonomgeving is aangepast en de noodzakelijke ondersteuning beschikbaar is.
  • Door de veranderende samenstelling van de wijk is het belangrijk om de welzijnsvoorzieningen en de scholen mee te laten ontwikkelen zodat ook nieuwe bewoners zich er thuis voelen en er gebruik van gaan maken.
  • Aan de randen van de wijk doet zich een groot aantal stedelijke ontwikkelingen voor. Daarvan zal de Oosterparkwijk profiteren. Het is belangrijk om dit goed af te stemmen op de wijk. De toenemende verkeersdruk verdient aandacht, maar ook de komst van de tram. De tracékeuze hiervoor is erg belangrijk voor de wijk.
  • En misschien kan de wijk profiteren van het dynamische klimaat van het UMCG dat uitnodigt tot ondernemerschap.

De Oosterparkwijk is dus een voorbeeld van een prachtwijk in opkomst. Er is al veel vernieuwing, maar het imago kan beter. Er valt ook nog veel te bouwen en er moet intensieve aandacht blijven voor de straten waar de sociale problematiek hardnekkig blijft.