direct naar inhoud van 5.1 De gewenste hoofdstructuur
Plan: Bierum, Losdorp, Godlinze
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0010.21BP-OH01

5.1 De gewenste hoofdstructuur

De gewenste hoofdstructuur van de dorpen in het plangebied wordt bepaald door het ruimtelijke en het functionele aspect. Deze gewenste ruimtelijke en functionele hoofdstructuur wordt in deze paragraaf besproken.

5.1.1 Ruimtelijke hoofdstructuur

Het belangrijkste uitgangspunt voor dit bestemmingsplan is het behoud van de bestaande situatie, zoals die beschreven is in hoofdstuk 2 van deze toelichting. Zoals ook uit het beleid (hoofdstuk 3) blijkt is vooral het behoud en de uitstraling van de dorpen als wierdedorpen van belang. De ruimtelijke kenmerken die daarbij horen moeten waar mogelijk behouden blijven en beschermd worden. In het plangebied gaat het vooral om:

  • de historische kernbebouwing op de wierden, waaronder de kerk op het hoogste punt in Losdorp en Godlinze;
  • de historische kernbebouwing langs de Hereweg in Bierum;
  • de lintbebouwingsstructuur langs de (voormalige) uitvalswegen van de dorpen;
  • de ringvormige hoofdstructuur van de wierde bij Losdorp en Godlinze;
  • de plaatsing en gerichtheid van de (woon)bebouwing op de wegen op de wierde;
  • het vrije zicht op de wierde van Godlinze;
  • het voormalige borgterrein in Bierum;
  • de landschappelijke structuur (groen- en waterstructuur) in en langs de randen van de kernen.

In het plangebied komen enkele rijksmonumenten voor. Omdat deze via de Monumentenwet beschermd worden, hebben deze in dit bestemmingsplan geen eigen regeling.

Ontwikkelingen in de ruimtelijke hoofdstructuur worden in het plangebied niet voorzien. Wel kunnen ontwikkelingen wenselijk zijn waar het gaat om bijvoorbeeld de herinrichting van openbare ruimte. Hiervoor biedt dit bestemmingsplan de nodige flexibiliteit.

Ook perceelsgebonden ontwikkelingen zijn mogelijk. Daarbij kan gedacht worden aan nieuwe aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij woningen. Deze zijn echter wel gebonden aan voorwaarden (de gebruiks- en bouwregels), zodat de ruimtelijke hoofdstructuur behouden kan blijven.

5.1.2 Functionele hoofdstructuur

In de dorpen van het plangebied ligt het accent op het behoud van de woonfunctie. Dit is en blijft ook in de toekomst de hoofdfunctie. Het is echter wel van belang de leefbaarheid van de dorpen op peil te houden, zodat de dorpen plezierig blijven om in te wonen.

Behoud van de leefbaarheid heeft in eerste instantie te maken met een goed onderhouden en plezierige leefomgeving. Deze leefomgeving moet ruimte en voorzieningen bieden aan alle bewoners van de dorpen. In het plangebied gaat het in ieder geval om het behoud van:

  • de aanwezige voorzieningen, zoals de maatschappelijke (kerk, school), detailhandels- (winkel), horeca- (cafetaria, restaurant), recreatie- (speelterrein) en de sportvoorzieningen;
  • infrastructuur van een goede kwaliteit, in verband met het behoud van de goede bereikbaarheid;
  • parkeerruimte voor de bewoners en de bezoekers van de voorzieningen;
  • de speelterreinen en parkjes met wandelpaden.

Dit bestemmingsplan voorziet in het behoud van de functionele hoofdstructuur. Grootschalige ontwikkelingen in de functionele hoofdstructuur worden niet voorzien en daarom ook niet gefaciliteerd. Perceelsgebonden ontwikkelingen zijn wel mogelijk. Bij de functie wonen wordt bijvoorbeeld - binnen voorwaarden - ruimte gegeven voor het uitoefenen van een beroep-aan-huis.