direct naar inhoud van Regels
Plan: Windpark Wieringermeer
Status: vastgesteld
Plantype: inpassingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0000.EZip14wpwieringer-0003

Regels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

1.1 plan

het inpassingsplan Windpark Wieringermeer met identificatienummer NL.IMRO.0000.EZip14wpwieringer-0003 van de minister van Economische Zaken en de minister van Infrastructuur en Milieu.

1.2 inpassingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.

1.3 aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of een figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.4 aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.5 antennedrager

een antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne.

1.6 antenne-installatie

een installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie.

1.7 archeologische waarde

de aan een gebied toegekende waarde, dan wel de aan een gebied toegekende hoge of middelhoge verwachtingswaarde, in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden.

1.8 Beeldkwaliteitsplan

deel 1 (Beeldkwaliteitprincipes) van het Beeldkwaliteitplan Windenergie Wieringermeer, gedateerd 8 oktober 2014 zoals vastgesteld op 17 maart 2015 door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hollands Kroon.

1.9 bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen

afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

1.10 bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak.

1.11 bestemmingsplan Buitengebied

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0463.BPLG2009-va01.

1.12 bestemmingsplan Landelijk Gebied 1973

het bestemmingsplan Landelijk Gebied zoals dat op 5 oktober 1973 door de gemeenteraad van de gemeente Wieringermeer is vastgesteld.

1.13 bestemmingsplan Agriport A7

het bestemmingsplan Agriport A7 Bedrijventerrein agribusiness en logistiek en het bestemmingsplan Agriport A7 Grootschalige glastuinbouw zoals op 22 juni 2006 door de gemeenteraad van de gemeente Wieringermeer is vastgesteld.

1.14 bestemmingsplan Wieringerwerf

de geometrisch bepaalde planobjecten met bijbehorende regels als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1911.WieringerwerfWM-0002.

1.15 bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

1.16 bevoegd gezag

bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

1.17 bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.

1.18 bouwgrens

de grens van een bouwvlak.

1.19 bouwperiode

de periode:

  • 1. in artikel 7.2 onder a die start met het aanleggen van de fundering van de eerste windturbine waarvoor op grond dat artikel omgevingsvergunning is verleend;
  • 2. in artikel 7.2 onder b die start met het aanleggen van de fundering van de eerste windturbine waarvoor op grond dat artikel omgevingsvergunning is verleend;
  • 3. in artikel 7.2 onder c ten eerste tot en met ten vijfde die start met het aanleggen van de fundering van de eerste windturbine waarvoor op grond dat artikel omgevingsvergunning is verleend;

en die eindigt na 700 dagen.

1.20 bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.

1.21 bouwwerk

een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

1.22 gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.23 gondel van een windturbine

de behuizing van de rotoras, generator of tandwielkast van een windturbine.

1.24 high impact zone

de veiligheidszone die aangehouden wordt bij windturbines in de nabijheid van ondergrondse gasleidingen met een werkdruk van meer dan 15 Bar.

1.25 NEN

door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut uitgegeven norm, zoals deze luidde op het moment van vaststelling van het plan.

1.26 nutsvoorzieningen

voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie.

1.27 Onze minister

de minister van Economische Zaken.

1.28 peil
  • a. voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogte van die weg;
  • b. in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld, op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan.
1.29 rotor

het samenstel van rotorbladen (wieken) en hub (neus) van een windturbine.

1.30 rotorblad

de wiek van een windturbine.

1.31 rotordiameter

de diameter van de cirkel die door de tip (het uiteinde) van een rotorblad (wiek) wordt beschreven.

1.32 schakelkasten en transformatoren

bouwwerken behorende bij een windturbine ten behoeve van het transporteren van opgewekte elektriciteit en het op spanning houden van de interne parkbekabeling van het windturbinepark als geheel.

1.33 verschijningsvorm van een windturbine

het uiterlijk van de windturbine zoals dat wordt bepaald door het samenstel van de vorm van de gondel, de ashoogte en de rotordiameter van een windturbine.

1.34 windturbine

een bouwwerk ter opwekking van elektrische energie door benutting van windkracht, met uitzondering van bemalingsinstallaties ten behoeve van de waterhuishouding.

Artikel 2 Wijze van meten

Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1 afstand

de afstand tussen bouwwerken onderling en de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn.

2.2 bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

2.3 breedte, lengte en diepte van een gebouw

tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidingsmuren.

2.4 goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

2.5 tiphoogte van een windturbine

vanaf het peil tot aan de tip (uiteinde) van het bovenste verticaal staande rotorblad.

2.6 minimale wiekafstand

vanaf het peil tot aan de tip (uiteinde) van het onderste verticaal staande rotorblad.

2.7 ashoogte van een windturbine

vanaf het peil tot aan de as van de windturbine.

2.8 masthoogte van een windturbine

vanaf het peil tot aan de onderkant van de gondel van de windturbine.

2.9 high impact zone

de masthoogte vermeerderd met eenderde van de lengte van het rotorblad van de windturbine.

2.10 inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

2.11 oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

2.12 vloeroppervlakte

de gebruiksoppervlakte volgens NEN 2580.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 3 Agrarisch

3.1 Bestemmingsomschrijving Buitengebied

Op de gronden die deel uitmaken van dit inpassingsplan en die zijn voorzien van de bestemming Agrarisch van artikel 3 van het Bestemmingsplan Buitengebied, zijn de regels van artikel 3 van het Bestemmingsplan Buitengebied van overeenkomstige toepassing, met inachtneming van het volgende:

A. De volgende regels worden aan artikel 3.1 van het Bestemmingsplan Buitengebied toegevoegd.

'3.1.28

Ter plaatse van de aanduiding 'windturbinepark' zijn de in lid 3.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor:

  • a. het overdraaien van rotoren van windturbines als bedoeld in de in artikelen 6 en 7 van het inpassingsplan Windpark Wieringermeer met identificatienummer NL.IMRO.0000.EZip14wpwieringer-0003;
  • b. bij de in artikel 6 en artikel 7 van het inpassingsplan Windpark Wieringermeer met identificatienummer NL.IMRO.0000.EZip14wpwieringer-0003 bedoelde bestemmingen behorende voorzieningen waaronder in elk geval worden begrepen schakelkasten en transformatoren, kabels en leidingen, onderhoudswegen, op- en afritten en kraanopstelplaatsen ten behoeve van het onderhoud van de windturbines.

3.1.29

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - bedrijfswoning bij het windturbinepark' zijn de in lid 3.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor een bedrijfswoning behorende bij het in artikel 7 van het inpassingsplan Windpark Wieringermeer met identificatienummer NL.IMRO.0000.EZip14wpwieringer-0003 genoemde windpark.

3.1.30

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - windmeetmast' zijn de in lid 3.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor windmeetmasten behorende bij het in artikel 6 van het inpassingsplan Windpark Wieringermeer met identificatienummer NL.IMRO.0000.EZip14wpwieringer-0003 genoemde testpark voor windturbines.'

B. Sublid 3.2.1, onder o, wordt vervangen door deze bepaling:

'o. ter plaatse van de aanduiding 'te saneren lijnopstelling windturbines' mogen bestaande windturbines worden vervangen door eenzelfde aantal nieuwe windturbines, mits wordt voldaan aan de volgende bepalingen:

  • 1. de ashoogte niet meer bedraagt dan de bestaande ashoogte;
  • 2. het aantal rotorbladen gelijk blijft;
  • 3. de rotordiameter niet meer bedraagt dan de bestaande rotordiameter.'

C. Sublid 3.2.1, onder p, wordt vervangen door deze bepaling:

'p. ter plaatse van de aanduiding 'te saneren windturbine 1' en 'te saneren windturbine 2' mag één bestaande windturbine worden vervangen door één nieuwe windturbine mits wordt voldaan aan de volgende bepalingen:

  • 1. de ashoogte niet meer bedraagt dan de bestaande ashoogte;
  • 2. het aantal rotorbladen gelijk blijft;
  • 3. de rotordiameter niet meer bedraagt dan de bestaande rotordiameter.'

D. Aan lid 3.2.4 wordt een sublid h toegevoegd, luidende:

'h. Voor de gronden die zijn voorzien van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - windmeetmast'

gelden de volgende bepalingen:

  • 1. ter plaatse zijn uitsluitend ongetuide windmeetmasten toegestaan;
  • 2. het aantal windmeetmasten bedraagt:
    • a. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding-7': ten hoogste 3;
    • b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding-8': ten hoogste 9, waarbij het aantal windmeetmasten gelijk is aan het aantal gebouwde windturbines op de gronden als bedoeld in artikel 6 van het inpassingsplan Windpark Wieringermeer met identificatienummer NL.IMRO.0000.EZip14wpwieringer-0003 met specifieke bouwaanduiding-3 en specifieke bouwaanduiding-6;
  • 3. de bouwhoogte van een windmeetmast bedraagt:
    • a. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding-7': ten hoogste 150 m;
    • b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding-8': ten hoogste 150 m.'

E. Aan lid 3.4 wordt een sublid n toegevoegd, luidende:

'k. lid 3.2.4 onder h sub 1 voor het toestaan van getuide windmeetmasten, onder de voorwaarden dat:

  • 1. het aantal getuide windmeetmasten niet meer dan zes bedraagt;
  • 2. de landschappelijke uitstraling van de getuide windmeetmasten geen afbreuk doet aan de landschapswaarden van het gebied zoals omschreven in het Beeldkwaliteitsplan.'

F. Aan artikel 3.5 (de gebruiksbepalingen) van het Bestemmingsplan Buitengebied wordt een nieuw

lid toegevoegd, luidende:

"3.5.8 Ter plaatse van de aanduiding 'te saneren windturbine 1', 'te saneren windturbine 2' en 'te

saneren lijnopstelling windturbines:

  • a. is het gebruik van een windturbine, anders dan een windturbine die reeds was opgericht of vergund ten tijde van inwerkingtreding van dit inpassingsplan, of die is vervangen met toepassing van sublid 3.2.1, onder o respectievelijk onder p, niet toegestaan;
  • b. indien het gebruik van een windturbine die reeds was opgericht ten tijde van inwerkingtreding van het inpassingsplan Windpark Wieringermeer met identificatienummer NL.IMRO.0000.EZip14wpwieringer-0003, of die is vervangen met toepassing van sublid 3.2.1 onder o respectievelijk onder p, na het tijdstip van inwerkingtreding van dat inpassingsplan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het niet toegestaan dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten en geldt de verplichting dat de betreffende windturbine wordt verwijderd.".

G. Aan artikel 3.8 (wijzigingsbevoegdheden) van het Bestemmingsplan Buitengebied wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:

'3.8.6

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, indien de wijziging betrekking heeft op het wederom bestemmen van het bestaande zweefvliegveld, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a. planwijziging houdt in:
    • 1. dat aan de gronden van het bestaande zweefvliegveldterrein de bestemming Recreatie met de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - zweefvliegveld' wordt toegekend;
    • 2. dat aan de gronden waarop de bestaande bebouwing is gesitueerd de aanduiding 'bouwvlak' wordt toegekend;
  • b. na planwijziging is voor het gebruik en bouwen van deze gronden artikel 10 van bestemmingsplan Buitengebied van toepassing;
  • c. planwijziging is uitsluitend toegestaan wanneer artikel 7 van het inpassingsplan Windpark Wieringermeer met identificatienummer NL.IMRO.0000.EZip14wpwieringer-0003 niet of slechts gedeeltelijk inwerking treedt.'
3.2 Bestemmingsomschrijving Wieringerwerf

Op de gronden die deel uitmaken van dit inpassingsplan en die zijn voorzien van de bestemming Agrarisch van artikel 3 van het Bestemmingsplan Wieringerwerf, zijn de regels van artikel 3 van het Bestemmingsplan Wieringerwerf van overeenkomstige toepassing, met inachtneming van het volgende:

A. Aan artikel 3.1 van het Bestemmingsplan Wieringerwerf wordt een sublid h toegevoegd, luidende:

'h. Ter plaatse van de aanduiding 'windturbinepark' zijn de gronden tevens bestemd voor het overdraaien van rotoren van een windturbine als bedoeld in artikel 7 van het inpassingsplan Windpark Wieringermeer met identificatienummer NL.IMRO.0000.EZip14wpwieringer-0003 .'

Artikel 4 Agrarisch - Agrarisch Gebied

4.1 Bestemmingsomschrijving

Op de gronden die deel uitmaken van dit inpassingsplan en die zijn voorzien van de bestemming Agrarisch-Agrarisch Gebied van artikel 4 van het Bestemmingsplan Agriport A7, zijn de regels van artikel 3 van het Bestemmingsplan Agriport A7 van overeenkomstige toepassing, met inachtneming van het volgende:

A. Aan artikel 4 van het Bestemmingsplan Agriport A7 wordt een lid 4.1 toegevoegd, luidende:

'4.1

Ter plaatse van de aanduiding 'windturbinepark' zijn de gronden tevens bestemd voor:

  • a. het overdraaien van rotoren van windturbines als bedoeld in artikel 7 van het inpassingsplan Windpark Wieringermeer met identificatienummer NL.IMRO.0000.EZip14wpwieringer-0003;
  • b. bij de in artikel 7 van het inpassingsplan Windpark Wieringermeer met identificatienummer NL.IMRO.0000.EZip14wpwieringer-0003 bedoelde bestemming behorende voorzieningen waaronder in elk geval worden begrepen schakelkasten en transformatoren, kabels en leidingen, onderhoudswegen, op- en afritten en kraanopstelplaatsen ten behoeve van het onderhoud van de windturbines.'

Artikel 5 Agrarisch - Agrarische Doeleinden I

5.1 Bestemmingsomschrijving

Op de gronden die deel uitmaken van dit inpassingsplan en die zijn voorzien van de bestemming Agrarisch-Agrarische Doeleinden I van artikel 7 van het Bestemmingsplan Landelijk Gebied 1973, zijn de regels van artikel 7 van het Bestemmingsplan Landelijk Gebied 1973 van overeenkomstige toepassing, met inachtneming van het volgende:

A. Aan artikel 7 Bestemmingsplan Landelijk Gebied 1973 wordt een lid 4 toegevoegd, luidende:

'4. Ter plaatse van de aanduiding 'windturbinepark' zijn de gronden tevens bestemd voor het overdraaien van rotoren van windturbines als bedoeld in artikel 7 van het inpassingsplan Windpark Wieringermeer met identificatienummer NL.IMRO.0000.EZip14wpwieringer-0003 .'

Artikel 6 Bedrijf - Testpark voor windturbines

6.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijf - Testpark voor windturbines' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. een testpark voor het testen en certificeren van windturbines en het verrichten van onderzoek naar de werking van windturbines;
  • b. met daaraan ondergeschikt het opwekken en leveren van elektrische energie door middel van windturbines;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch': tevens voor grondgebonden agrarische activiteiten en het behoud van landschappelijke en waterstaatkundige belangen van de gronden;
  • d. bij deze bestemming behorende voorzieningen waaronder in elk geval worden begrepen schakelkasten en transformatoren, containerunits voor testapparatuur, kabels en leidingen, onderhoudswegen, op- en afritten en kraanopstelplaatsen ten behoeve van het onderhoud van de windturbines.
6.2 Bouwregels

Op deze gronden mag ten behoeve van de bestemming 'Bedrijf - Testpark voor windturbines' worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen:

  • a. ter plaatse van de aanduiding bouwvlak zijn de volgende bouwwerken toegestaan:
    • 1. windturbines;
    • 2. schakelkasten en transformatoren;
    • 3. containerunits met meetapparatuur;
    • 4. bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch' mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet zijnde sleufsilo's worden opgericht;
  • c. het aantal windturbines bedraagt ten hoogste het aantal op de verbeelding aangegeven windturbines;
  • d. de ashoogte van een windturbine bedraagt:
    • 1. ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding-3: ten hoogste 150 m;
    • 2. ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding-4: ten hoogste 120 m;
    • 3. ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding-5: ten hoogste 120 m;
    • 4. ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding-6: ten hoogste 120 m;
  • e. de rotordiameter van een windturbine bedraagt:
    • 1. ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding-3: ten hoogste 175 m;
    • 2. ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding-4: ten hoogste 130 m;
    • 3. ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding-5: ten hoogste 130 m;
    • 4. ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding-6: ten hoogste 130 m;
  • f. de tiphoogte van een windturbine bedraagt:
    • 1. ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding-3:
      • op gronden met de aanduiding 'wetgevingszone - ontheffingsgebied': ten hoogste 225 m;
      • op overige gronden ten hoogste 237,5 m;
    • 2. ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding-4: ten hoogste 185 m;
    • 3. ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding-5: ten hoogste 185 m;
    • 4. ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding-6: ten hoogste 185 m;
  • g. op gronden:
    • 1. met de specifieke bouwaanduiding-4: is de verschijningsvorm van de windturbines gelijk;
    • 2. met de specifieke bouwaanduiding-5: is de verschijningsvorm van de windturbines gelijk;
  • h. op gronden:
    • 1. met de specifieke bouwaanduiding-3 worden de windturbines in één lijn gebouwd, waarbij:
      • de afwijking ten opzichte van de turbines in de lijnopstelling ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding-4 ten hoogste 30 m mag afwijken;
    • 2. met de specifieke bouwaanduiding-4 worden de windturbines in één lijn gebouwd, waarbij:
      • de afwijking ten opzichte van de turbines in de lijnopstelling ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding-3 ten hoogste 30 m mag afwijken;
    • 3. met de specifieke bouwaanduiding-5 worden de windturbines in één lijn gebouwd, waarbij:
      • de afwijking ten opzichte van de turbines in de lijnopstelling ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding-6 ten hoogste 30 m mag afwijken;
    • 4. met de specifieke bouwaanduiding-6 worden de windturbines in één lijn gebouwd, waarbij:
      • de afwijking ten opzichte van de turbines in de lijnopstelling ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding-5 ten hoogste 30 m mag afwijken en
      • de turbine niet verder in noordelijke richting verschoven wordt dan de turbines in de lijnopstelling ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding-5;
  • i. het aantal containerunits voor testapparatuur bedraagt:
    • 1. ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding-3: ten hoogste 3;
    • 2. ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding-4: ten hoogste 1;
    • 3. ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding-5: ten hoogste 1;
    • 4. ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding-6: ten hoogste 3;
  • j. de bouwhoogte van een containerunit voor testapparatuur bedraagt ten hoogste 3 m;
  • k. de oppervlakte van een containerunit voor testapparatuur bedraagt ten hoogste 50 m²;
  • l. het aantal schakelkasten en transformatoren bedraagt ten hoogste 1 per windturbine;
  • m. de bouwhoogte van schakelkasten en transformatoren bedraagt:
    • 1. ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding-3: ten hoogste 4 m;
    • 2. ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding-4: ten hoogste 3 m;
    • 3. ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding-5: ten hoogste 3 m;
    • 4. ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding-6: ten hoogste 4 m;
  • n. de oppervlakte van schakelkasten en transformatoren bedraagt ten hoogste 25 m²;
  • o. in aanvulling op hetgeen in subleden k en l is bepaald, geldt dat ter plaatse van:
    • 1. de specifieke bouwaanduiding-3: naast de in sublid l bedoelde schakelkast en transformator, ten hoogste één schakelkast en transformator van ten hoogste 80 m² is toegestaan;
    • 2. de specifieke bouwaanduiding-4: naast de in sublid l bedoelde schakelkast en transformator, ten hoogste één schakelkast en transformator van ten hoogste 80 m² is toegestaan;
    • 3. de specifieke bouwaanduiding-5: naast de in sublid l bedoelde schakelkast en transformator, ten hoogste één schakelkast en transformator van ten hoogste 80 m² is toegestaan;
    • 4. de specifieke bouwaanduiding-6: naast de in sublid l bedoelde schakelkast en transformator, ten hoogste één schakelkast en transformator van ten hoogste 80 m² is toegestaan;
  • p. de bouwhoogte voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m;
  • q. de bouwhoogte van een terreinafscheiding bedraagt niet meer dan 3 m.
6.3 Afwijken van bouwregels

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 6.2 onder f1. voor het toestaan van een windturbine met een hogere tiphoogte, met in achtneming van het volgende:

  • a. de bouwhoogte bedraagt na afwijking ten hoogste 237,5 m;
  • b. afwijking leidt niet tot onaanvaardbare hinder op de radarstations Wier en Leeuwarden;
  • c. alvorens af te wijken winnen burgemeester en wethouders advies in bij het Ministerie van Defensie over het bepaalde in sublid b.
6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
6.4.1 Aanlegverbod

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op gronden met de aanduiding 'agrarisch', de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het aanleggen van waterbassins en mestbassins;
  • b. het vellen of rooien van houtopstanden met een minimale breedte van 10 m;
  • c. het dempen, graven en vergraven van watergangen, hieronder het aanleggen van dammen en bruggen mede begrepen;
  • d. de aanleg van verharde wandel-, fiets-, en kavelpaden;
  • e. het bebossen of inplanten op gronden die op het tijdstip van inwerkingtreding dit plan niet bebost of ingeplant waren.

6.4.2 Uitzonderingen op het aanlegverbod

Het verbod van lid 6.4.1 geldt niet voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden, welke uit het oogpunt van te beschermen belangen van ondergeschikte betekenis zijn.

6.4.3 Voorwaarden omgevingsvergunning

De werken en werkzaamheden als bedoeld in lid 6.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien door de uit te voeren werkzaamheden geen onevenredige schade wordt of kan worden toegebracht aan de landschappelijke waarde dan wel de waterstaatkundige belangen van de gronden.

6.4.4 Advies

Het bevoegd gezag wint ten behoeve van de beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 6.4.1 voor zover het gaat om werkzaamheden zoals bedoeld in lid 6.4.1 onder c en d advies in bij de waterbeheerder over de voorwaarden als bedoeld in lid 6.4.3.

Artikel 7 Bedrijf - Windturbinepark

7.1 Bestemmingsbeschrijving

De voor 'Bedrijf - Windturbinepark' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. het opwekken van elektrische energie door middel van windturbines;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - onderhoudsvoorziening': uitsluitend een gebouw voor opslag en onderhoudswerkzaamheden ten behoeve van de onder a genoemde windturbines;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch': tevens voor grondgebonden agrarische activiteiten en het behoud van landschappelijke en waterstaatkundige belangen van de gronden;
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch gebied': tevens voor grondgebonden agrarische activiteiten;
  • e. bij deze bestemming behorende voorzieningen waaronder in elk geval worden begrepen: schakelkasten en transformatoren, kabels en leidingen, onderhoudswegen, op- en afritten en kraanopstelplaatsen ten behoeve van het onderhoud van de windturbines.
7.2 Bouwregels

Op deze gronden mag ten behoeve van de bestemming 'Bedrijf - Windturbinepark' worden gebouwd met in achtneming van de volgende bepalingen:

  • a. op gronden voorzien van de specifieke bouwaanduiding-1 geldt dat omgevingsvergunning voor bouwen uitsluitend wordt verleend indien de aanvrager bij zijn aanvraag aantoont dat binnen een termijn van vijf jaar na afronden van de bouwperiode, ten minste eenzelfde aantal windturbines, voorzien van de aanduiding 'te saneren windturbine 1', als het maximaal aantal toegelaten nieuwe turbines wordt verwijderd;
  • b. op gronden voorzien van de specifieke bouwaanduiding-11 geldt dat omgevingsvergunning voor bouwen uitsluitend wordt verleend indien de aanvrager bij zijn aanvraag aantoont dat binnen een termijn van vijf jaar na afronden van de bouwperiode de windturbine voorzien van de aanduiding 'te saneren windturbine 2' wordt verwijderd;
  • c. op gronden voorzien van:
    • 1. de specifieke bouwaanduiding-12: geldt dat omgevingsvergunning voor bouwen uitsluitend wordt verleend indien de aanvrager bij zijn aanvraag aantoont dat bij het afronden van de bouwperiode alle bestaande turbines die zijn voorzien van de aanduiding 'te saneren lijnopstelling windturbines-1' zijn verwijderd;
    • 2. de specifieke bouwaanduiding-13: geldt dat omgevingsvergunning voor bouwen uitsluitend wordt verleend indien de aanvrager bij zijn aanvraag aantoont dat bij het afronden van de bouwperiode alle bestaande turbines die zijn voorzien van de aanduiding 'te saneren lijnopstelling windturbines-2' zijn verwijderd;
    • 3. de specifieke bouwaanduiding-14: geldt dat omgevingsvergunning voor bouwen uitsluitend wordt verleend indien de aanvrager bij zijn aanvraag aantoont dat bij het afronden van de bouwperiode alle bestaande turbines die zijn voorzien van de aanduiding 'te saneren lijnopstelling windturbines-3' zijn verwijderd;
    • 4. de specifieke bouwaanduiding-15: geldt dat omgevingsvergunning voor bouwen uitsluitend wordt verleend indien de aanvrager bij zijn aanvraag aantoont dat bij het afronden van de bouwperiode alle bestaande turbines die zijn voorzien van de aanduiding 'te saneren lijnopstelling windturbines-4' zijn verwijderd;
    • 5. de specifieke bouwaanduiding-16: geldt dat omgevingsvergunning voor bouwen uitsluitend wordt verleend indien de aanvrager bij zijn aanvraag aantoont dat bij het afronden van de bouwperiode alle bestaande turbines die zijn voorzien van de aanduiding 'te saneren lijnopstelling windturbines-5' zijn verwijderd;
  • d. ter plaatse van de aanduiding bouwvlak zijn de volgende bouwwerken toegestaan:
    • 1. windturbines;
    • 2. schakelkasten en transformatoren;
    • 3. bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
  • e. ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch' mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet zijnde sleufsilo's worden opgericht;
  • f. het aantal windturbines bedraagt:
    • 1. in geval op de verbeelding een exact aantal windturbines is aangegeven, het aantal op de verbeelding aangegeven windturbines;
    • 2. in geval een minimum en maximum aantal windturbines op de verbeelding is aangegeven, ten minste en ten hoogste het aantal op de verbeelding aangegeven windturbines;
  • g. de tiphoogte van een windturbine bedraagt ten hoogste 178,5 m;
  • h. de ashoogte van een winturbine bedraagt:
    • 1. ter plaatse van gronden met de specifieke bouwaanduiding-1 en specifieke bouwaanduiding-2: ten minste 100 m en ten hoogste 120 m;
    • 2. ter plaatse van gronden met de specifieke bouwaanduiding-9: ten minste 70 m en ten hoogste 120 m;
    • 3. ter plaatse van gronden met de specifieke bouwaanduiding-10: ten minste 100 m en ten hoogste 120 m;
  • i. de rotordiameter van een windturbine bedraagt ten minste 90 m en ten hoogste 117 m;
  • j. indien binnen een bouwvlak twee of meer windturbines worden gebouwd, is de onderlinge afstand tussen twee windturbines gelijk met een marge van 5%;
  • k. indien binnen een bouwvlak twee of meer windturbines worden gebouwd, worden de windturbines in één lijn gebouwd;
  • l. op gronden:
    • 1. met de specifieke bouwaanduiding-1: is de verschijningsvorm van de windturbines gelijk;
    • 2. met de specifieke bouwaanduiding-2: is de verschijningsvorm van de windturbines gelijk;
    • 3. met de specifieke bouwaanduiding-10: is de verschijningsvorm van de windturbines gelijk;
  • m. het aantal schakelkasten en transformatoren bedraagt ten hoogste 1 per windturbine;
  • n. de oppervlakte van schakelkasten en transformatoren bedraagt ten hoogste 25 m²;
  • o. in aanvulling op hetgeen in subleden l en m is bepaald, geldt dat ter plaatse van:
    • 1. naast de in sublid m bedoelde schakelkast en transformator, per lijnopstelling van ten hoogste 12 windturbines ten hoogste één schakelkast en transformator van ten hoogste 25 m² is toegestaan;
    • 2. naast de in sublid m bedoelde schakelkast en transformator, per lijnopstelling van 13 windturbines of meer, ten hoogste één schakelkast en transformator van ten hoogste 35 m² is toegestaan;
  • p. de bouwhoogte van schakelkasten en transformatoren bedraagt ten hoogste 3 m;
  • q. de goothoogte voor een gebouw voor opslag en onderhoudswerkzaamheden bedraagt ten hoogste 5 m;
  • r. de bouwhoogte voor een gebouw voor opslag en onderhoudswerkzaamheden bedraagt ten hoogste 8 m;
  • s. de bouwhoogte voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m;
  • t. de bouwhoogte van een terreinafscheiding bedraagt niet meer dan 3 m.
7.3 Nadere eisen

Onze minister is bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de situering van windturbines en de situering van overige bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van:

  • a. een samenhangend bebouwingsbeeld binnen een lijnopstelling van windturbines;
  • b. het kunnen voldoen aan risicoafstanden vanwege het aspect externe veiligheid;
  • c. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bebouwing.
7.4 Afwijken van bouwregels
7.4.1 Bouwen van turbines met afwijkende verschijningsvorm

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 7.2 onder l voor het toestaan van windturbines met een afwijkende verschijningsvorm, met in achtneming van het volgende:

  • a. de afwijking is uitsluitend mogelijk voor gronden die zijn voorzien van de specifieke bouwaanduiding-1;
  • b. de afwijkingsbevoegdheid kan maximaal twee keer worden toegepast;
  • c. afwijking is enkel mogelijk indien in hetzelfde bouwvlak drie of meer windturbines gebouwd kunnen worden;
  • d. de ashoogte bedraagt na afwijking ten minste 90 m;
  • e. de minimale wiekafstand bedraagt na afwijking ten minste 28 m;
  • f. de afwijking leidt niet tot een onevenredige aantasting van het landschappelijke beeld van het windturbinepark als geheel zoals beschreven in het Beeldkwaliteitsplan.

7.4.2 Bouwen van turbines met een lagere ashoogte

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 7.2 onder h.1 voor het toestaan van windturbines met een lagere ashoogte, met in achtneming van het volgende:

  • a. de ashoogte bedraagt na afwijking ten minste 90 m;
  • b. de minimale wiekafstand bedraagt na afwijking ten minste 28 m;
  • c. ook na afwijking kan worden voldaan aan het bepaalde in lid 7.2 onder j;
  • d. de afwijking leidt niet tot een onevenredige aantasting van het landschappelijke beeld van het windturbinepark als geheel zoals beschreven in het Beeldkwaliteitsplan.

7.4.3 Bouwen van turbines met een afwijkende onderlinge afstand

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 7.2 onder j voor het toestaan van windturbines met een afwijkende onderlinge afstand, met in achtneming van het volgende:

  • a. de onderlinge afstand tussen twee windturbines bedraagt na afwijking ten hoogste 15%;
  • b. de afwijking leidt niet tot een onevenredige aantasting van het landschappelijke beeld van het windturbinepark als geheel zoals beschreven in het Beeldkwaliteitsplan.

7.4.4 Verspringen van lijnopstellingen

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 7.2 onder k voor het toestaan dat windturbines niet in één lijn worden gebouwd, met in achtneming van het volgende:

  • a. de afwijking bedraagt ten hoogste 30 m;
  • b. de afwijking leidt niet tot een onevenredige aantasting van het landschappelijke beeld van het windturbinepark als geheel zoals beschreven in het Beeldkwaliteitsplan.
7.5 Specifieke gebruiksregels

Met betrekking tot het gebruik van deze gronden geldt:

  • a. dat het in gebruik nemen en houden van een windturbine na de termijn genoemd in artikel 7.2 onder a, b en c, zonder dat de in dat lid genoemde windturbines met de aanduiding 'te saneren windturbine-1', 'te saneren windturbine-2' dan wel 'te saneren lijnopstelling windturbines-1 tot en met 5' zijn verwijderd, niet is toegestaan;
  • b. dat ter plaatse van de aanduiding 'te saneren lijnopstelling windturbines-1 tot en met 5' bestaande windturbines mogen worden vervangen door eenzelfde aantal nieuwe windturbines, mits wordt voldaan aan de volgende bepalingen:
    • a. de ashoogte niet meer bedraagt dan de bestaande ashoogte;
    • b. het aantal rotorbladen gelijk blijft;
    • c. de rotordiameter niet meer bedraagt dan de bestaande rotordiameter;
  • c. dat het in gebruik nemen en houden van een windturbine voorzien van de specifieke bouwaanduiding-10, zonder dat voorafgaand uitvoering is gegeven van een met de provincie Noord-Holland overeengekomen overeenkomst voor de verwezenlijking van de bestemming Bos als bedoeld in artikel 8 van dit plan, niet is toegestaan.
7.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
7.6.1 Aanlegverbod

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op gronden met de aanduiding 'agrarisch', de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het aanleggen van waterbassins en mestbassins;
  • b. het vellen of rooien van houtopstanden met een minimale breedte van 10 m;
  • c. het dempen, graven en vergraven van watergangen, hieronder het aanleggen van dammen en bruggen mede begrepen;
  • d. de aanleg van verharde wandel-, fiets-, en kavelpaden;
  • e. het bebossen of inplanten op gronden die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan niet bebost of ingeplant waren.

7.6.2 Uitzonderingen op het aanlegverbod

Het verbod van lid 7.6.1 geldt niet voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden, welke uit het oogpunt van te beschermen belangen van ondergeschikte betekenis zijn.

7.6.3 Voorwaarden omgevingsvergunning

De werken en werkzaamheden als bedoeld in lid 7.6.1 zijn slechts toelaatbaar, indien door de uit te voeren werkzaamheden geen onevenredige schade wordt of kan worden toegebracht aan de landschappelijke waarde dan wel de waterstaatkundige belangen van de gronden.

7.6.4 Advies

Het bevoegd gezag wint ten behoeve van de beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 7.6.1 voor zover het gaat om werkzaamheden zoals bedoeld in lid 7.6.1 onder c en d advies in bij de waterbeheerder over de voorwaarden als bedoeld in lid 7.6.3.

Artikel 8 Bos

8.1 Bestemmingsomschrijving

Op de gronden die deel uitmaken van dit inpassingsplan en die zijn voorzien van de bestemming Bos van artikel 6 van het Bestemmingsplan Buitengebied, zijn de regels van artikel 6 van het Bestemmingsplan Buitengebied van overeenkomstige toepassing, met inachtneming van het volgende:

A. Aan artikel 6.1 van het bestemmingsplan Buitengebied wordt een sublid 6.1.7 toegevoegd, luidende:

'6.1.7

Ter plaatse van de aanduiding 'windturbinepark' zijn de in lid 6.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor het overdraaien van rotoren van windturbines als bedoeld in de in artikelen 6 en 7 van het inpassingsplan Windpark Wieringermeer met identificatienummer NL.IMRO.0000.EZip14wpwieringer-0003 .'

B. Na artikel 6.4 van het Bestemmingsplan Buitengebied wordt een artikel 6.5 lid toegevoegd, luidende:

'6.5 Wijzigingsbevoegdheid

6.5.1

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, indien de wijziging betrekking heeft op het herstellen van de Agrarische bestemming op enkele gronden vanwege het ontbreken van de noodzaak tot natuurcompensatie, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a. planwijziging houdt in dat aan de gronden waaraan in het inpassingsplan Windpark Wieringermeer met identificatienummer NL.IMRO.0000.EZip14wpwieringer-0003 de bestemming Bos is toegekend, de bestemming Agrarisch wordt toegekend;
  • b. na planwijziging is voor het gebruik en bouwen van deze gronden artikel 3 van bestemmingsplan Buitengebied van toepassing;
  • c. planwijziging is uitsluitend toegestaan wanneer de bouwmogelijkheid voor windturbines die zijn voorzien van de specifieke bouwaanduiding-10 zoals bedoeld in artikel 7 van het inpassingsplan Windpark Wieringermeer met identificatienummer NL.IMRO.0000.EZip14wpwieringer-0003 niet inwerking treedt.'

Artikel 9 Groen

9.1 Bestemmingsomschrijving

Op de gronden die deel uitmaken van dit inpassingsplan en die zijn voorzien van de bestemming Groen van artikel 11 van het Bestemmingsplan Wieringerwerf, zijn de regels van artikel 11 van het Bestemmingsplan Wieringerwerf van overeenkomstige toepassing, met inachtneming van het volgende:

A. Aan artikel 11.1 van het Bestemmingsplan Wieringerwerf wordt een sublid i toegevoegd, luidende:

'i. Ter plaatse van de aanduiding 'windturbinepark' zijn de gronden tevens bestemd voor het overdraaien van rotoren van een windturbine als bedoeld in artikel 7 van het inpassingsplan Windpark Wieringermeer met identificatienummer NL.IMRO.0000.EZip14wpwieringer-0003 .'

Artikel 10 Recreatie

10.1 Bestemmingsomschrijving

Op de gronden die deel uitmaken van dit inpassingsplan en die zijn voorzien van de bestemming Recreatie van artikel 14 van het Bestemmingsplan Wieringerwerf, zijn de regels van artikel 14 van het Bestemmingsplan Wieringerwerf van overeenkomstige toepassing, met inachtneming van het volgende:

A. Aan artikel 14.1 van het Bestemmingsplan Wieringerwerf wordt een sublid k toegevoegd, luidende:

'k. Ter plaatse van de aanduiding 'windturbinepark' zijn de gronden tevens bestemd voor het overdraaien van rotoren van een windturbine als bedoeld in artikel 7 van het inpassingsplan Windpark Wieringermeer met identificatienummer NL.IMRO.0000.EZip14wpwieringer-0003 .'

Artikel 11 Verkeer

11.1 Bestemmingsomschrijving Buitengebied

Op de gronden die deel uitmaken van dit inpassingsplan en die zijn voorzien van de bestemming Verkeer van artikel 14 van het Bestemmingsplan Buitengebied, zijn de regels van artikel 14 van het Bestemmingsplan Buitengebied van overeenkomstige toepassing, met inachtneming van het volgende:

A. Aan artikel 14.1 van het Bestemmingsplan Buitengebied wordt een sublid 14.1.4 toegevoegd, luidende:

'14.1.4

Ter plaatse van de aanduiding 'windturbinepark' zijn de in lid 14.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor:

  • a. het overdraaien van rotoren van windturbines als bedoeld in de in artikelen 6 en 7 van het inpassingsplan Windpark Wieringermeer met identificatienummer NL.IMRO.0000.EZip14wpwieringer-0003;
  • b. bij de in artikel 6 en artikel 7 van het inpassingsplan Windpark Wieringermeer met identificatienummer NL.IMRO.0000.EZip14wpwieringer-0003 bedoelde bestemmingen behorende voorzieningen ten behoeve van het transporteren van de opgewekte elektriciteit door middel van kabels en leidingen, op- en afritten en kraanopstelplaatsen ten behoeve van het onderhoud van de windturbines.'
11.2 Bestemmingsomschrijving Wieringerwerf

Op de gronden die deel uitmaken van dit inpassingsplan en die zijn voorzien van de bestemming Verkeer van artikel 16 van het Bestemmingsplan Wieringerwerf, zijn de regels van artikel 16 van het Bestemmingsplan Wieringerwerf van overeenkomstige toepassing, met inachtneming van het volgende:

A. Aan artikel 16.1 van het Bestemmingsplan Wieringerwerf wordt een i toegevoegd, luidende:

'i. Ter plaatse van de aanduiding 'windturbinepark' zijn de gronden tevens bestemd voor:

    • 1. het overdraaien van rotoren van een windturbine als bedoeld in artikel 7 van het inpassingsplan Windpark Wieringermeer met identificatienummer NL.IMRO.0000.EZip14wpwieringer-0003;
    • 2. bij de in artikel 7 van het inpassingsplan Windpark Wieringermeer met identificatienummer NL.IMRO.0000.EZip14wpwieringer-0003 bedoelde bestemming behorende voorziening ten behoeve van het transporteren van de opgewekte elektriciteit door middel van kabels en leidingen.'

Artikel 12 Verkeer - Wegen

12.1 Bestemmingsomschrijving

Op de gronden die deel uitmaken van dit inpassingsplan en die zijn voorzien van de bestemming Verkeer-Wegen van artikel 12 van het Bestemmingsplan Landelijk Gebied 1973, zijn de regels van artikel 12 van het Bestemmingsplan Landelijk Gebied 1973 van overeenkomstige toepassing, met inachtneming van het volgende:

A. Aan artikel 12 van het Bestemmingsplan Landelijk Gebied 1973 wordt een lid 3 toegevoegd, luidende:

'3. Ter plaatse van de aanduiding 'windturbinepark' zijn de gronden tevens bestemd voor het overdraaien van rotoren van windturbines als bedoeld in artikel 7 van het inpassingsplan Windpark Wieringermeer met identificatienummer NL.IMRO.0000.EZip14wpwieringer-0003.'

Artikel 13 Water

13.1 Bestemmingsomschrijving

Op de gronden die deel uitmaken van dit inpassingsplan en die zijn voorzien van de bestemming Water van artikel 15 van het Bestemmingsplan Buitengebied, zijn de regels van artikel 15 van het Bestemmingsplan Buitengebied van overeenkomstige toepassing, met inachtneming van het volgende:

A. Aan artikel 15 van het Bestemmingsplan Buitengebied wordt een sublid 15.1.6 toegevoegd, luidende:

'15.1.6

Ter plaatse van de aanduiding 'windturbinepark' zijn de in lid 15.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor:

  • a. het overdraaien van rotoren van windturbines als bedoeld in de artikelen 6 en 7 van het inpassingsplan Windpark Wieringermeer met identificatienummer NL.IMRO.0000.EZip14wpwieringer-0003;
  • b. bij de in artikel 6 en artikel 7 van het inpassingsplan Windpark Wieringermeer met identificatienummer NL.IMRO.0000.EZip14wpwieringer-0003 bedoelde bestemmingen behorende voorzieningen ten behoeve van het transporteren van de opgewekte elektriciteit door middel van kabels en leidingen.'

Artikel 14 Wonen

14.1 Bestemmingsomschrijving

Op de gronden die deel uitmaken van dit inpassingsplan en die zijn voorzien van de bestemming Wonen van artikel 17 van het Bestemmingsplan Buitengebied, zijn de regels van artikel 17 van het Bestemmingsplan Buitengebied van overeenkomstige toepassing, met inachtneming van het volgende:

A. Aan artikel 17 van het Bestemmingsplan Buitengebied wordt een sublid 17.1.4 toegevoegd, luidende:

'17.1.4

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - bedrijfswoning windturbinepark' zijn de in lid 17.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor een bedrijfswoning behorende bij het in artikel 7 van het inpassingsplan Windpark Wieringermeer met identificatienummer NL.IMRO.0000.EZip14wpwieringer-0003 genoemde windturbinepark.'

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 15 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 16 Verhouding met bestemmingsplannen

  • a. Voor zover de enkelbestemming Bedrijf - Testpark voor windturbines, bedoeld in artikel 6 van dit plan, de enkelbestemming Bedrijf - Windturbinepark, bedoeld in artikel 7 van dit plan, samenvalt met de bestemmingen uit de onderliggende bestemmingsplannen komen de enkelbestemmingen uit die bestemmingsplannen te vervallen.
  • b. Voor zover de enkel bestemming Agrarisch, als bedoeld in artikel 3 van dit plan, samenvalt met de bestemming Agrarisch uit het onderliggende bestemmingsplan Buitengebied vervallen de aanduidingen 'specifieke vorm van agrarisch - testlocatie windmolens', 'specifieke vorm van agrarisch - scaled wind farm', 'specifieke vorm van agrarisch - windturbine' en 'specifieke vorm van agrarisch - windmolens in lijnopstelling'.
  • c. Voor zover de enkel bestemming Agrarisch, als bedoeld in artikel 3 van dit plan, samenvalt met de bestemming Agrarisch Gebied uit het onderliggende bestemmingsplan Agriport A7 vervalt de aanduiding 'Windturbines toegestaan'.
  • d. Voor zover dit inpassingsplan de bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen voor strijdig gebruik als bedoeld in artikel 2.12 Wabo niet wijzigt, blijven de regels uit genoemde bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen onverkort van toepassing.

Artikel 17 Algemene aanduidingsregels

17.1 Veiligheidszone- windturbine

Op gronden met de aanduiding Veiligheidszone - Windturbines voldoen windturbines aan de highimpactzone voor aardgasleiding zoals gedefinieerd in artikel 1.24 en berekend overeenkomstig artikel 2.9 van dit plan.

17.2 Afwijkingsbevoegdheid

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 17.1 voor het toestaan van windturbines op een kortere afstand dan de high impact zone, met in achtneming van het volgende:

  • a. afwijken leidt niet tot onaanvaardbare externe veiligheidsrisico's;
  • b. alvorens de omgevingsvergunning te verlenen wint het bevoegd gezag advies in bij de leidingbeheerder over het bepaalde in sublid a.

Artikel 18 Algemene wijzigingsregels

18.1 Wetgevingszone - wijzigingsgebied

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de bestemming op de gronden met de aanduiding Wetgevingszone - wijzigingsgebied te wijzigen in de bestemming Bedrijf - Windturbinepark, met de aanduidingen 'bouwvlak', 'agrarisch' en 'specifieke bouwaanduiding - 1', met in achtneming van het volgende:

  • a. het aantal windturbines dat na wijziging mogelijk wordt gemaakt bedraagt 2;
  • b. alvorens tot wijziging over te gaan, wordt door burgemeester en wethouders zeker gesteld dat kan worden voldaan aan het bepaalde in artikel 7.2 onder a van dit inpassingsplan;
  • c. wijziging leidt niet tot een onevenredige aantasting van het landschappelijke beeld van het windturbinepark als geheel zoals beschreven in het Beeldkwaliteitsplan;
  • d. wijziging leidt niet tot een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van de omliggende gronden.

Artikel 19 Overige regels

  • 1. Gemeenteraden en Provinciale Staten zijn na vijf jaar na vaststelling van dit inpassingsplan bevoegd een bestemmingsplan, respectievelijk een inpassingsplan, vast te stellen voor de gronden waarop dit inpassingsplan betrekking heeft.
  • 2. In afwijking van het eerste lid kan de gemeenteraad een bestemmingsplan vaststellen of kunnen Provinciale Staten een inpassingsplan vaststellen indien daarbij wordt voorzien in de bestemmingen en aanduidingen zoals neergelegd in dit het inpassingsplan.
  • 3. Als een geval als bedoeld in het tweede lid wordt in elk geval een provinciaal inpassingsplan verstaan voor kabeltracés ten behoeve van de afvoer van elektrische energie die wordt opgewekt door middel van de windturbines als bedoeld in de artikelen 6 en 7 van dit inpassingsplan.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Artikel 20 Overgangsrecht

20.1 Overgangsrecht bouwwerken
  • a. een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:
    • 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    • 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan;
  • b. het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van dit lid onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in dit lid onder a met maximaal 10%;
  • c. dit lid onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
20.2 Overgangsrecht gebruik
  • a. het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet;
  • b. het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in dit lid onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind;
  • c. indien het gebruik, bedoeld in dit lid onder a, na het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten;
  • d. dit lid onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 21 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: 'Regels van het inpassingsplan Windpark Wieringermeer'.