Regels TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22D Kooilandsedijk 40 Strijen

 

Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het 'restaureren en  het wijzigen van de functie voor  de vlasroterij en de bouw van twee woningen aan de Kooilandsedijk 40 in Strijen en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22d) van het omgevingsplan van de gemeente Hoeksche Waard. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1 lid 2 Besluit elektronische publicaties bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.


De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22d van het omgevingsplan van de gemeente Hoeksche Waard. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22d.' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord ‘Bijlage’, na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage ‘22d’ gelezen worden.

 

Paragraaf 1 Inleidende regels

Artikel 1 Toepassingsbereik

  1. Het besluit als bedoeld in artikel 4.6 eerste lid onder g van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld onder c, is niet van toepassing;
  2. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3 en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in deze Paragraaf;
  3. De regels in deze Paragraaf (H22d) zijn van toepassing op de locatie Kooilandsedijk 40 in Strijen, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1963.TAM22dKld40STR-VG01 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.

 

Artikel 2 Toepassing begripsbepalingen

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I van het omgevingsplan, bijlage I van het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, Bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling zijn van toepassing op deze Paragraaf.

 

Artikel 3 Aanvullende begripsbepalingen

Voor de toepassing van deze Paragraaf gelden aanvullend op het bepaalde in artikel 2 de volgende begripsbepalingen:

3.1 aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

 

3.2 aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

 

3.3 agrarisch bedrijf

een bedrijf, gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen.

 

3.4 bed and breakfast:

een overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van een mogelijkheid voor toeristisch verblijf met het serveren van ontbijt. Een bed&breakfast is gevestigd in een woonhuis of bijgebouw, wordt gerund door de eigenaren van de betreffende woning en heeft maximaal 10 gasten.

 

3.5 huishouden

Persoon of groep personen die een huishouden voert waarbij sprake is van een onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan, die binnen een woning gebruik maakt van dezelfde voorzieningen.

 

3.6 wonen

Activiteit inhoudende de bewoning van een woning.

 

3.7 woning

Een ruimte of complex van ruimten, bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

 

Artikel 4 Meet- en regelbepalingen

 

De meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in deze Paragraaf in meters (m), m² of m³ zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet is afgeweken in het bepaalde in dit artikel. Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

 

4.1 Goothoogte van een bouwwerk:

Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

 

4.2 Overschrijding van de bouw- c.q. functiegrenzen

Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, technische installaties, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw- c.q. functiegrenzen niet meer dan 0,75m bedraagt.

 

Artikel 5 Aanvraagvereisten

 

De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van deze Paragraaf.

 

Artikel 6 Algemeen gebruiksverbod

 

Het is verboden om gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies.

 

Paragraaf 2 Functies en activiteiten

Artikel 7 Wonen

7.1 Toepassingsbereik

 

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Wonen'.

 

7.2 Functieomschrijving

 

Een als 'Wonen' aangewezen locatie op de verbeelding heeft de volgende functies:

a.       Wonen

 

Met daaraan ondergeschikt:

b.      Beroeps- of bedrijfsactiviteiten

 

Met de daarbij behorende:

c.       groenvoorzieningen;

d.      nutsvoorzieningen;

e.       ontsluitingswegen;

f.        paden en verhardingen;

g.      parkeervoorzieningen;

h.      tuinen en erven.

 

7.3 Beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken

In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 gelden tevens de volgende beoordelingsregels:

 

7.3.1 algemeen

Op deze gronden mogen ten behoeve van Wonen uitsluitend worden gebouwd:

a.       woningen

 

7.3.2  bouwregels

Voor het bouwen van woningen gelden de volgende regels:

a.       Woningen mogen uitsluitend binnen de aanduiding bouwvlak worden gebouwd;

b.      de voorgevel van een woning moet worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding ‘gevellijn’;

c.       De goothoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' is aangegeven;

d.      De bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven;

e.       de maximum inhoudsmaat van een woning bedraagt maximaal de ter plaatse van de aanduiding inhoudsmaat aangegeven inhoudsmaat (m³), wanneer geen inhoudsmaat is opgenomen geldt de bestaande inhoud als maximum.

f.        het aantal woningen per bouwvlak mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding maximaal aantal woningen is aangegeven, wanneer geen maximum is opgenomen geldt het bestaande aantal als maximum;

g.      in afwijking van het bepaalde in artikel 22.29, lid 1 onder b van het omgevingsplan van de gemeente Hoeksche Waard moet het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders, niet in strijd zijn met ter plaatse opgenomen omgevingskwaliteit, in ieder geval beoordeeld volgens de eisen zoals opgenomen in bijlage 1 (beeldkwaliteitsplan Roos Ros 1309-2025-07-02, pag. 9, 11, 13 en 19), tenzij het college van burgemeester en wethouders van oordeel is dat de omgevingsvergunning toch moet worden verleend;

h.      binnen de gebiedsaanduiding ‘garage’ mogen uitsluitend ten hoogste 2 garages worden gebouwd met een totale maximale oppervlakte die is aangegeven met de aanduiding ‘maximum bebouwd oppervlakte’.

 

7.4  Voorwaardelijke verplichting 1

 

Voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken geldt dat een omgevingsvergunning voor het bouwen binnen de zone met de aanduiding ‘voorwaardelijke verplichting 1’ uitsluitend wordt verleend nadat is aangetoond dat de restauratie van de woning met aanduiding waarde – gemeentelijk monument is gestart en nadat is aangetoond dat wordt voldaan aan de beeldkwaliteitseisen in het beeldkwaliteitsplan (Roos en Ros 1309-2025-07-02) zoals opgenomen in de bijlage 1 bij de regels.

 

7.5  specifiek functieregels gebruik

 

7.5.1. Wonen

a.       In één woning woont slechts één huishouden

b.      Voor de toepassing van deze regels geldt als één huishouden ook:

1.      een huishouden dat mantelzorg verleent, waarbij de ontvanger van mantelzorg in de woning woont of in een gebouw dat bij de woning hoort.

 

7.5.2 beroep- of bedrijfsactiviteiten aan huis

Een beroep of bedrijf aan huis is toegestaan indien voldaan wordt aan de volgende regels:

a.       een beroep of bedrijf aan huis wordt door de bewoner zelf uitgeoefend;

b.      de oppervlakte waarop het beroep of bedrijf aan huis wordt uitgeoefend, is ten hoogste 30% van de bruto vloeroppervlakte van het hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken met een maximum van 80 m2;

c.       het gebruik geen ernstige hinder voor het woonmilieu oplevert c.q. geen afbreuk doet aan het woonkarakter van de omgeving;

d.      in voldoende mate wordt voorzien in de parkeerbehoefte overeenkomstig de Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoeksche Waard houdende regels omtrent de parkeernormen.

 

Artikel 8 Agrarisch

8.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als agrarisch.

 

8.2 Functieomschrijving

Een als agrarisch aangewezen locatie heeft de volgende functies

a.       De uitoefening van activiteiten voor een volwaardig agrarisch bedrijf;

b.      voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, ontsluitingspaden/wegen en laad- en losvoorzieningen;

c.       een wandelpad van en naar Kooilandsedijk 40.

 

8.3 Beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken

In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 gelden tevens de volgende beoordelingsregels:

 

8.3.1 Algemeen

Op deze gronden mogen geen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden opgericht.

 

Artikel 9 Waarde - Gemeentelijk monument

 

9.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als waarde - gemeentelijk monument.

 

9.2 functieomschrijving

De voor Waarde - gemeentelijk monument aangewezen gronden, hebben naast de andere daar voorkomende functie(s) de volgende functies:

a.       De bescherming en het behoud van de op deze gronden voorkomende monumentale waarden.

 

9.3 verboden activiteiten

Het is verboden zonder een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag op gronden met de functie waarde-gemeentelijk monument de volgende activiteiten uit te voeren:

a.       Het geheel of gedeeltelijk slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van monumentale waarden of;

b.      Het herstellen, gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waardoor de monumentale waarden worden ontsierd of in gevaar worden gebracht.

 

9.3.1 Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend als het belang van de monumentenzorg zich daar niet tegen verzet.

 

9.3.2 adviesplicht

Ter beoordeling van artikel 9.3.1 wint het bevoegd gezag advies in bij de gemeentelijke advies commissie erfgoed.

 

9.4 Beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken

9.4.1. Regels over het uitvoeren van bouwwerkzaamheden

In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 gelden tevens de volgende beoordelingsregels:

a.       Voor de andere aldaar voorkomende functies mag uitsluitend worden gebouwd, met in achtneming van de voor die functie opgenomen bouwregels; en

b.      indien het belang van de monumentenzorg zich daar niet tegen verzet.

 

9.4.2 uitzondering

Het bepaalde in artikel 9.4.1 is niet van toepassing indien de activiteiten betrekkingen hebben op:

a.       het uitvoeren van normaal onderhoud, voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur van het monument, niet wijzigt;

b.      alleen inpandige veranderingen van een onderdeel van het monument dat uit oogpunt van monumentenzorg geen waarde heeft.

 

9.4.3 adviesplicht

Ter beoordeling van artikel 9.4.1 wint het bevoegd gezag advies in bij de gemeentelijke advies commissie erfgoed.

 

9.5 instandhoudingsplicht

Het is verboden op gronden met de functie waarde - gemeentelijk monument activiteiten uit te (laten) voeren die kunnen leiden tot het beschadigen of vernielen van de monumentale waarden, of daaraan onderhoud te onthouden dat voor de instandhouding daarvan noodzakelijk is.

 

Artikel 10 Waarde – Monumentenbiotoop

 

10.1 functieomschrijving

De voor 'Waarde - Monumentenbiotoop' aangewezen gronden hebben, naast de andere daar voorkomende functie(s), mede de functie ter bescherming van de waarde en het behoud van zicht op in de omgeving aanwezige monumenten.

 

10.2     Omgevingsvergunning voor het realiseren van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, het uitvoeren van een werk, of van werkzaamheden

10.2.1 Regels over het realiseren van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, het uitvoeren van werken, geen gebouw zijnde, of van werkzaamheden

Ter plaatse van de in artikel 10.1 bedoelde gronden is het verboden om zonder omgevingsvergunning gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde te realiseren, alsmede de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

a.       het planten van bomen en het aanleggen van bos of boomgaard;

 

 

10.3 Beoordelingsregels omgevingsvergunning voor het realiseren van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

De omgevingsvergunning voor het realiseren van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt slechts verleend indien en voor zover:

a.       er geen monumentale waarden van in de omgeving aanwezige monumenten worden geschaad;

b.      de werkzaamheden waarvoor de omgevingsvergunning wordt aangevraagd zijn toegestaan op grond van de regels van de andere functies.

 

Artikel 11 Waarde – Archeologie

 

11.1 functieomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden hebben, naast de andere daar voorkomende functie(s), de volgende functie:

a.       de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende en te verwachten archeologische waarden.

 

11.2     Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, of van werkzaamheden

11.2.1 Regels over het uitvoeren van werken, geen gebouw zijnde, of van werkzaamheden

Ter plaatse van de in artikel 11.1 bedoelde gronden is het verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

b.      het uitvoeren van grondbewerkingen waartoe worden gerekend afgraven, ophogen, verwijderen van oude funderingen, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, alsmede het verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage;

c.       het verwijderen, trekken of afbreken van funderingspalen;

d.      het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen;

e.       het verlagen of verhogen van het waterpeil;

f.        het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd;

g.      het aanleggen of verwijderen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;

h.      het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen.

 

11.2.2 uitzonderingen

Het bepaalde in artikel 11.2.1 is niet van toepassing indien de werkzaamheden:

a.       zien op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering;

b.      worden uitgevoerd ten behoeve van een bouwwerk met een oppervlakte kleiner dan 500 m²

c.       worden uitgevoerd ten behoeve van een bouwwerk waarbij de bodemingreep niet dieper reikt dan 30 cm beneden maaiveld;

d.      worden uitgevoerd ten behoeve van een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst.

 

11.2.3 bijzondere aanvraagvereisten

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

a.       een rapport waarin de archeologische waarde van het terrein is vastgesteld.

 

11.2.4 Beoordelingsregels omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt slechts verleend indien en voor zover:

a.       er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad;

b.      schade door de bodemingreep kan worden voorkomen of voldoende kan worden beperkt door aan de omgevingsvergunning een of meer van de onderstaande voorschriften te verbinden:

1.      het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden (behoud in situ);

2.      het doen van (aanvullend) inventariserend en/of waarderend archeologisch onderzoek zoals boringen, proefsleuvenonderzoek en non-destructief onderzoek (zoals grondradar- en weerstandsonderzoek);

3.      het doen van een archeologische opgraving (behoud ex situ);

4.      begeleiding van de bouwactiviteiten door een deskundige waarbij de richtlijnen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse voor de Archeologie in acht worden genomen;

c.       de werkzaamheden waarvoor de omgevingsvergunning wordt aangevraagd zijn toegestaan op grond van de regels van de andere functies.

 

Paragraaf 3 Algemene regels

 

Artikel 12 Regels over parkeren

 

12.1. toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen, het uitbreiden of wijzigen van gebouwen en het uitbreiden of wijzigen van de functie van gebouwen of gronden.

 

12.2  parkeergelegenheid

a.       Er wordt op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid gerealiseerd en in stand gehouden.

b.      Bij het beoordelen van een aanvraag om een omgevingsvergunning bepaalt het bevoegd gezag aan de hand van de 'Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoeksche Waard houdende regels omtrent de parkeernormen' of sprake is van voldoende parkeergelegenheid als bedoeld in lid 1.

c.       Als de onder 2 bedoelde beleidsregel gedurende de planperiode wijzigt, toetst het bevoegd gezag de omgevingsvergunning aan het gewijzigde beleid.

 

12.3 maatwerk- en vergunningsvoorschrift

Met een maatwerkvoorschrift of een vergunningvoorschrift kan worden afgeweken van artikel 12.2 voor zover naar het oordeel van burgemeester en wethouders:

a.       Op andere wijze in voldoende parkeer- of stallinggelegenheid wordt voorzien; of

b.      Het voldoen aan dat artikel door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit.

 

 

Artikel 13 voorwaardelijke verplichting 2 (landschappelijke inpassing)

 

Als voorwaardelijke verplichting wordt bepaald dat het gebruik van gebouwen en bouwwerken in het gehele plangebied alleen is toegestaan als:

a.       De restauratie van de woning met aanduiding waarde – gemeentelijk monument uiterlijk binnen 1 jaar na het opleveren van de laatste woning (zonder aanduiding waarde -gemeentelijk monument) is gerealiseerd volgens het beeldkwaliteitsplan (Roos en Ros 1309-2025-07-02) zoals opgenomen in de bijlage 1 bij de regels en als zodanig in stand wordt gehouden en,

b.      De inrichting van het plangebied inclusief het aan te leggen wandelpad, bruggetje, bankje, 2 infozuilen en aan te brengen beplanting uiterlijk binnen 1 jaar na het opleveren van de laatste woning (zonder aanduiding waarde -gemeentelijk monument) is gerealiseerd volgens het beeldkwaliteitsplan (Roos en Ros 1309-2025-07-02) zoals opgenomen in de bijlage 1 bij de regels en als zodanig in stand wordt gehouden. 

 

Artikel 14 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

 

Paragraaf 4 Overgangsregels

 

Artikel 15 Overgangsrecht

 

15.1 Overgangsrecht bouwwerken

 

15.1.1 Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het omgevingsplan

aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;

            na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

15.1.2 Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig afwijken van het eerste lid

voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.

15.1.3 Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het

tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

 

15.2 Overgangsrecht gebruik

             

15.2.1 Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding

van het omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

15.2.2 Het is verboden het met het omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste

lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

15.2.3 Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van

het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

15.2.4 Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het

voorheen geldende omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan

 

Bijlagen

1.      Beeldkwaliteitsplan (Roos Ros 1309-2025-07-02)

2.      ‘Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoeksche Waard houdende regels omtrent de parkeernormen’