Bestemmingsplan
‘Keizersdijk 82’
Gemeente Hoeksche Waard ’
Regels
Planstatus: Vastgesteld 7 november 2023
Artikel 3 Agrarisch met waarden – Landschapswaarden
Artikel 6 Waarde Archeologie – 1
Artikel 7 Waarde Archeologie – 2
Artikel 10 Specifieke gebruiksregels
Artikel 11 Algemene aanduidingsregels
Artikel 12 Algemene afwijkingsregels
Artikel 13 Algemene
wijzigingsregels
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
-Landschappelijk
kader & Beeldkwaliteitsplan (Wissing, . 8 mei 2023)
-notitie externe
veiligheid (Adromi, 5 november 2021, kenmerk M202146/2101b)
In deze regels wordt verstaan onder:
1.1 plan
het bestemmingsplan 'Keizersdijk 82 Strijen' met identificatienummer NL.IMRO.1963.BPKeizersd82STR22-VG01 van de gemeente Hoeksche Waard;
1.2 bestemmingsplan
de geometrisch
bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels;
1.3 aanduiding
een geometrisch
bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge dit
bestemmingsplan regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het
bebouwen van deze gronden;
1.4 aanduidingsgrens
de grens van een
aanduiding indien het een vlak betreft;
1.5 aan- en uitbouw
een aan een hoofdgebouw
gebouwd gebouw of een deel van een gebouw dat door zijn verschijningsvorm een
ondergeschikte bouwmassa vormt.
1.6 aan-huis-verbonden beroep
een dienstverlenend
beroep, dat in of bij een woning door de bewoner wordt
uitgeoefend, waarbij
de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat
een ruimtelijke
uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.
1.7 agrarisch bedrijf
een bedrijf, gericht
op het voortbrengen van producten door middel van het telen van
gewassen en/of het
houden van dieren, nader te onderscheiden in:
niet begrepen boomkwekerij, fruit- en bollenteelt;
op open grond;
en (nagenoeg) zonder weidegang, waarbij het fokken niet afhankelijk is van
de
agrarische grond als productiemiddel;
intensieve veehouderij) (nagenoeg) zonder gebruik te maken van daglicht;
heesters in kassen en in open grond;
gecombineerd met de verhandeling daarvan;
1.8 antennedrager
antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een
antenne.
1.9
antenne-installatie
installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en
de al dan
niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende
bevestigingsconstructie.
1.10 archeologische
waarde
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied
voorkomende
overblijfselen uit oude tijden.
1.11 archeologisch
deskundige
een door burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijke
deskundige of
commissie van deskundigen inzake archeologie.
1.12 bebouwing
één of meer gebouwen
en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;
1.13 bed & breakfast
het bieden van
recreatief nachtverblijf, kortdurend, in de vorm van logies al dan niet met
ontbijt, binnen oorspronkelijk voor een andere functie gebouwd (deel van een)
hoofdgebouw, aanbouw en bijgebouw.
1.14 bestemmingsgrens
de grens van een
bestemmingsvlak;
1.15 bestemmingsvlak
een geometrisch
bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
1.16 bijbehorend
bouwwerk
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel
met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan
niet tegen aangebouwd gebouw, of ander
bouwwerk, met een dak.
1.17 bouwen
het plaatsen, het
geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van
een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of
veranderen van een standplaats;
1.18 bouwgrens
de grens van een
bouwvlak;
1.19 bouwperceel
een aaneengesloten
stuk grond waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende
bebouwing is toegestaan;
1.20 bouwvlak
een geometrisch
bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde
gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten tenzij in de regels anders is bepaald.;
1.21 bouwwerk
elke constructie van
enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct,
hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun
vindt in of op de grond;
1.22 bijgebouw
een vrijstaand gebouw
dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde
bouwperceel gelegen hoofdgebouw.
1.23 detailhandel
het bedrijfsmatig te
koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en
leveren van goederen aan personen die goederen kopen of huren voor gebruik,
verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of
bedrijfsactiviteit;
1.24 dienstverlening
het bedrijfsmatig
verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via
een balie) te woord
wordt gestaan en geholpen, zoals reis- en uitzendbureaus,
kapsalons, pedicures,
wasserettes, makelaarskantoren, internetwinkels en bankfilialen, zulks met
uitzondering van horecabedrijven en seksinrichtingen;
1.25 gebouw
elk bouwwerk, dat een
voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden
omsloten ruimte vormt;
1.26 hoofdgebouw
een gebouw, dat op een
bouwperceel door zijn constructie of afmetingen als het
belangrijkste gebouw
valt aan te merken;
1.27 kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten
het in of bij de
woning door de bewoner op bedrijfsmatige wijze uitoefenen van
activiteiten, waarvoor
geen melding- of vergunningplicht op grond van het Besluit omgevingsrecht geldt
en waarbij de woning in overwegende mate
zijn woonfunctie
behoudt met een ruimtelijke uitstraling die daarbij past.
1.28 mantelzorg
intensieve zorg of
ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden
aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie,
rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie,
die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de
behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere
door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond.
1.29 peil
a. voor gebouwen die onmiddellijk aan de
weg grenzen: de hoogte van die weg;
b. in
andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte
van het aansluitende afgewerkte maaiveld.
1.30 waterpeil
de hoogte van het
water ten opzichte van NAP (Normaal Amsterdams Peil).
1.31 woning
een complex van
ruimten, uitsluitend bedoeld voor de zelfstandige huisvesting van één
afzonderlijk huishouden.
Bij de toepassing van
de regels wordt als volgt gemeten:
2.1 afstand
de afstand tussen
bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen
worden daar gemeten waar deze afstand het kleinst zijn.
2.2 bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan
het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen
gebouw zijnde, met
uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals
schoorstenen, antennes
en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
2.3 breedte, lengte en diepte van
een bouwwerk
tussen (de lijnen
getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren.
2.4 goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan
de bovenkant van de goot/de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te
stellen constructiedeel.
2.5 inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde
van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de
scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
2.6 oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren,
neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte
bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
2.7 vloeroppervlakte
de
gebruiksvloeroppervlakte volgens NEN 2580.
Artikel
3 Agrarisch met waarden -
Landschapswaarden
3.1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch met
waarden – Landschapswaarden' aangewezen gronden zijn
bestemd voor:
b;
1. de in het gebied voorkomende landschapswaarden
in de vorm van het contrast
tussen open agrarisch gebied en de meer
verdichte dijken, de herkenbaarheid
van het landschap door de bochtige dijken met
bebouwing/beplanting en de
rationele, rechte verkaveling hierbinnen;
2. de in dit gebied voorkomende cultuurhistorische
waarden in de vorm van de
historische bebouwing en het
ontginningspatroon;
alsmede voor:
met de daarbij behorende:
laad- en losvoorzieningen.
Tabel 3.1
Niet-agrarische nevenfuncties die rechtsreeks toegestaan zijn
|
nevenfunctie |
Toegestaan aantal m2 |
|
|
|
bebouwing |
gebruik van ongebouwde
gronden |
|
agrarisch
natuur- en landschapsbeheer |
- |
gehele
boerenland |
|
blauwe
diensten (waterberging) |
- |
gehele
boerenland |
|
wandel-
fiets- of ruiterpaden over het boerenland |
- |
gehele
boerenland |
3.2 Bouwregels
3.2.1 Toegestane bouwwerken
Voor het bouwen gelden
de volgende regels:
3.3 Specifieke
gebruiksregels
Met betrekking tot het
gebruik van gronden en bouwwerken gelden de volgende regels:
overwegend voorziet in de behoefte van het eigen grondgebonden
veehouderijbedrijf;
stapelhoogte van meer dan 4 m is op onbebouwde gronden niet toegestaan
4.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen bij de op de
aangrenzende gronden gelegen gebouwen.
4.2 Bouwregels
Voor het bouwen gelden de volgende regels:
5.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen'
aangewezen gronden zijn bestemd voor:
kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten;
met daaraan ondergeschikt:
met de daarbij behorende:
en water.
5.2 Bouwregels
Voor het bouwen gelden
de volgende regels:
overkappingen en gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden
gebouwd;
i.
de
maximale bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde
bedraagt 2 m, met dien verstande, dat de maximale bouwhoogte van erf- en
terreinafscheidingen voor de voorgevel 1 m bedraagt;
j.
de
maximale bouwhoogte van terreinafscheidingen bedraagt voor de voorgevel van
een woning 1 m en overigens 2m.
5.3 Voorwaardelijke
verplichting
5.4 Specifieke
gebruiksregels
5.4.1 Bed&breakfast
Bed&breakfast in en bij woningen is toegestaan onder de
volgende voorwaarden:
5.4.2 beroepen en
bedrijfsmatige activiteiten
betrokken woning met een maximum van 80 m² met inachtneming van het
volgende:
1.
er wordt
geen onevenredige afbreuk gedaan aan het woon- en leefmilieu in de
omgeving;
2.
ten
behoeve van de gewijzigde functie geen extra parkeergelegenheden
noodzakelijk zijn;
3.
het
gebruik heeft geen nadelige invloed op de normale afwikkeling van het
verkeer;
4.
er mag
geen horeca of detailhandel plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte
verkoop ondergeschikt aan de uitoefening van de bedrijfsmatige
activiteiten;
5.
degene die
de activiteiten verricht dient tevens de gebruiker van de eigenlijke
woning te zijn;
stapelhoogte van meer dan 4 m is op onbebouwde gronden niet toegestaan;
5.5 Afwijken van de
gebruiksregels
5.5.1 Ten behoeve
van mantelzorg
Burgemeester en
wethouders kunnen omgevingsvergunning verlenen om af te wijken van het bepaalde
in lid 5.1 ten behoeve van het creëren een zelfstandige woonvorm in een
bijgebouw of een niet via het hoofdgebouw toegankelijke aanbouw ten behoeve van
mantelzorg, met inachtneming van het volgende:
de niet via het hoofdgebouw toegankelijke aanbouw als afhankelijke
woonruimte te
worden beëindigd;
bijgebouwen binnen de bebouwingsregeling blijft zoals opgenomen in lid 5.2;
voor mantelzorg mag geen extra of nieuwe zelfstandige woning vormen;
aanbouw mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de omgeving;
milieuhygiënisch inpasbaar te zijn.
Artikel 6 Waarde – Archeologie 1
6.1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde –
Archeologie 1' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar
geldende bestemming(en) - tevens bestemd voor de bescherming en
veiligstelling van archeologische waarden.
6.2 Bouwregels
Voor het bouwen
gelden de volgende regels:
a. op deze gronden mogen ten behoeve van de in
lid 6.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde,
worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m;
b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden
geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken
bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien:
1. de aanvrager van de bouwvergunning een rapport
heeft overlegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar
het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld;
2. de betrokken archeologische waarden, gelet op
dit rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade
kan worden voorkomen door aan de bouwvergunning regels te verbinden, gericht op
het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen
dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische
deskundige;
c. het bepaalde in dit lid onder b1 en b2 is
niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de
volgende activiteiten of bouwwerken:
1. vervanging, vernieuwing of verandering van
bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder
peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande
fundering;
2. een bouwwerk met een oppervlakte van ten
hoogste 100 m²;
3. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden
dieper dan 30 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst.
6.3
Omgevingsvergunning aanleg werken
6.3.1
Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning
Het is verboden op
of in de gronden met de bestemming 'Waarde – Archeologie 1' zonder of in
afwijking van een schriftelijke omgevingsvergunning van burgemeester en
wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te
voeren:
a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een
grotere diepte of hoogte dan 30 cm, waartoe worden gerekend afgraven,
woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van
drainage;
b. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op
een of ander wijze indrijven van voorwerpen;
c. het verlagen of verhogen van het waterpeil;
d. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard
waarbij stobben worden verwijderd;
e. het aanleggen van ondergrondse kabels en
leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies,
installaties of apparatuur.
6.3.2
Uitzondering op het aanlegverbod
Het verbod van
6.3.1 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden:
a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een
bouwplan waarbij lid 6.2 in acht is genomen;
b. een oppervlakte beslaan van ten hoogste
500 m²;
c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de
inwerkingtreding van het plan;
d. ten dienste van archeologisch onderzoek worden
uitgevoerd.
Artikel
7 Waarde – Archeologie 2
7.1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde –
Archeologie 2' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar
geldende bestemming(en) - tevens bestemd voor de bescherming en
veiligstelling van archeologische waarden.
7.2 Bouwregels
Voor het bouwen gelden
de volgende regels:
7.3
Omgevingsvergunning aanleg werken
7.3.1 Aanlegverbod
zonder omgevingsvergunning
Het is verboden op of
in de gronden met de bestemming 'Waarde – Archeologie 2' zonder of in afwijking
van een schriftelijke omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de
volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
7.3.2 Uitzondering
op het aanlegverbod
Het verbod van 7.3.1
is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden:
Grond die eenmaal in aanmerking
is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of
alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen
buiten beschouwing.
9.1 toegelaten
bouwwerken met afwijkende maten
inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan
wel
gebouwd kan worden en dat in het plan ingevolge de bestemming is
toegelaten,
maar waarvan de bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen
afwijken van de maatvoeringbepalingen in de bouwregels van de betreffende
bestemming, geldt dat:
i. bestaande maten, die meer bedragen dan in
hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden
aangehouden;
ii. bestaande maten, die minder bedragen dan in
hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten minste toelaatbaar worden
aangehouden.
b.
Ingeval
van herbouw is lid a onder 1 en 2 uitsluitend van toepassing, indien de
herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt.
c.
Op een
bouwwerk zoals bedoeld in sub a, is het Overgangsrecht bouwwerken als opgenomen
in dit plan niet van toepassing.
9.2 Overschrijding
bouwgrenzen
De bouwgrenzen, niet
zijnde bestemmingsgrenzen, mogen in afwijking van
aanduidingsgrenzen, aanduidingen en bestemmingsregels worden
overschreden door:
hellingbanen, funderingen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken,
mits de
overschrijding ten hoogste 2,5 m bedraagt;
bedraagt;
hoogste 1,5 m bedraagt.
9.3 Ondergronds
bouwen
Voor het bouwen van
ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels
opgenomen afwijkingen,
de volgende regels:
gevelvlakken van een bovengronds hoofdgebouw;
9.4 Voldoende parkeergelegenheid
Artikel 10 Specifieke gebruiksregels
Het gebruik van
bijgebouwen als zelfstandige of afhankelijke woonruimte is niet toegestaan.
Artikel 11 Algemene aanduidingsregels
In afwijking van hoofdstuk 2 geldt ter plaatse van de aanduiding
'geluidszone - industrie' de volgende regel:
Artikel 12 Algemene afwijkingsregels
Burgemeester en
wethouders kunnen – tenzij op grond van hoofdstuk 2 reeds kan worden afgeweken
– bij omgevingsvergunning afwijken van de planregels voor:
zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het
terrein; de
overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen en het bouwvlak mag
met
ten hoogste 10% worden vergroot.
Omgevingsvergunning
wordt niet verleend, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge
de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en
bouwwerken.
Artikel 13 Algemene wijzigingsregels
13.1 Overschrijding bestemmingsgrenzen
Burgemeester en wethouders zijn overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6, eerste lid onderdeel a van de Wet ruimtelijke ordening bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot.
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
14.1 Overgangsrecht bouwwerken
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van
inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel
gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan,
mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:
1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden
vernieuwd of
veranderd, mits de aanvraag van
de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen
twee jaar na de dag waarop het
bouwwerk is teniet gegaan.
b. Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig
in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het
vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a. met maximaal 10%.
c. Het bepaalde onder a. is niet van toepassing
op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van
het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor
geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
14.2 Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat
bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee
in strijd is, mag worden voortgezet.
b. Het is verboden het met het bestemmingsplan
strijdige gebruik, bedoeld onder a. te veranderen of te laten veranderen in een
ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking
naar aard en omvang wordt verkleind.
c. Indien het gebruik, bedoeld onder a., na het
tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar
wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten
hervatten.
d. Het bepaalde onder a. is niet van toepassing
op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende
bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Deze regels worden
aangehaald als:
Regels van het
bestemmingsplan ‘Keizersdijk 82 Strijen’.