direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Parapluplan Parkeren Krimpenerwaard
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1931.BP1810DK016-ON01

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding en doel

Vanaf 1 juli 2018 komen de stedenbouwkundige voorschriften uit de Bouwverordening te vervallen. Eén van de consequenties van het vervallen van de stedenbouwkundige voorschriften is dat er vanaf dat moment bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor ontwikkelingen niet meer op basis van de Bouwverordening getoetst kan worden aan parkeernormen. In verband hiermede wordt in de meest recente bestemmingsplannen al een regeling opgenomen over parkeren.
Inmiddels is ook het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd in die zin dat omwille van flexibiliteit het mogelijk is geworden om in een bestemmingsplan te verwijzen naar beleidsregels. Er is daarmee een wettelijke grondslag gecreëerd om wat betreft het parkeren in het bestemmingsplan direct te verwijzen naar beleidsregels die parkeernormen bevatten. Met deze aanpassing van het Bro is het mogelijk geworden om het parkeren in het bestemmingsplan goed te regelen.
In een aantal geldende bestemmingsplannen van de gemeente Krimpenerwaard is nog een artikel opgenomen dat de aanvullende werking van enkele stedenbouwkundige bepalingen van de Bouwverordening regelt (waaronder bepalingen ten aanzien van parkeren). Om zo snel mogelijk een gemeente-dekkende regeling te hebben voor parkeren wordt een paraplubestemmingsplan Parkeren voorgestaan door uniforme bepalingen op te nemen die verwijzen naar de CROW-publicatie 317 van oktober 2012 ('Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie'). Hiermee kan de gemeente bij nieuwbouwplannen of wijzigingen van het gebruik eisen blijven stellen aan het aantal parkeerplaatsen en plannen toetsen aan de richtlijnen uit de CROW voor parkeren, dan wel naar later vast te stellen beleidsregels voor parkeernormen.
Het doel van dit bestemmingsplan is om ten aanzien van het parkeren uniforme bepalingen vast te stellen die verwijzen naar beleidsregels voor parkeernormen. In nieuw vast te stellen bestemmingsplannen zullen deze regels vervolgens standaard worden opgenomen. Dit bestemmingsplan heeft de vorm van een paraplubestemmingsplan. Dat maakt het mogelijk om voor alle geldende plannen deze aanpassing in één keer door te voeren.

1.2 Plangebied

Het plan wijzigt regels op het gebied van het parkeren van bestemmingsplannen en beheersverordeningen in de gemeente Krimpenerwaard met uitzondering van de bestemmingsplannen waar al een regeling is opgenomen. De begrenzing van al deze plannen tezamen vormt het plangebied. Het gebied is weergegeven in figuur 1.

afbeelding "i_NL.IMRO.1931.BP1810DK016-ON01_0001.png"

Figuur 1: Planbied parapluplan.

1.3 Geldende bestemmingsplannen

Dit bestemmingsplan heeft betrekking op door de gemeenteraad eerder vastgestelde bestemmingsplannen en beheersverordeningen op het grondgebied van de gemeente Krimpenerwaard. Bepalingen over parkeren in deze bestemmingsplannen en beheersverordeningen vervallen en worden vervangen door Artikel 3 van de regels met uitzondering van het bepaalde in 4.2.

Hoofdstuk 2 Beleidskader

2.1 Rijksbeleid

Op 29 november 2014 is de Reparatiewet Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in werking getreden. De reparatiewet vormt het sluitstuk van de wijzingen die met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening zijn doorgevoerd. De Reparatiewet regelt dat artikel 8, lid 5 van de Woningwet is vervallen. In dat artikel was geregeld dat stedenbouwkundige voorschriften (waaronder parkeernormen) in een gemeentelijke bouwverordening werden opgenomen. Het gevolg hiervan is dat voor gronden die gelegen zijn in bestemmingsplannen die na 29 november 2014 zijn vastgesteld, de stedebouwkundige regels uit de bouwverordening niet meer opgaan. Voor plannen die voor die datum zijn vastgesteld geldt overgangsrecht tot 1 juli 2018. Gelet hierop dienen de parkeernormen op een andere manier te worden vastgelegd. Dit parapluplan voorziet in uniforme parkeernormen voor het gehele grondgebied van de gemeente Krimpenerwaard.

2.2 Provinciaal beleid

2.2.1 Verordening ruimte

De Verordening ruimte is een instrument voor doorwerking van de VRM en het Programma ruimte naar gemeentelijke bestemmingsplannen. De gemeente moet bij het opstellen van bestemmingsplannen rekening houden met de hierin genoemde provinciale belangen.

Conclusie
Dit bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Evenmin zijn milieubelangen in het geding. Dit plan is niet in strijd is met de provinciale belangen.

2.3 Gemeentelijk beleid

2.3.1 Algemeen

Een bestemmingsplan is één van de instrumenten voor regulering van ruimtegebruik. In een bestemmingsplan is onder meer vastgelegd voor welke doeleinden gronden en opstallen op de desbetreffende gronden mogen worden gebruikt en welke bebouwing er is toegestaan.
Op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is het verboden om zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit activiteiten als het bouwen van een bouwwerk en/of het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan.
Het gebruik van de gronden en/of opstallen ten behoeve van parkeren is een van de gebruiksdoeleinden waarvoor regels kunnen worden opgenomen in een bestemmingsplan. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om de vraag of parkeren wel of niet ter plaatse is toegestaan. De regelgeving in een bestemmingsplan kan ook verder gaan, bijvoorbeeld door het voorschrijven van parkeernormen die in acht moeten worden genomen als het bestemmingsplan voorziet in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling (voorwaardelijke verplichting). In situaties waarin bestemmingsplannen niet voorzien in parkeernormen en/of afmetingen van parkeervoorzieningen, kan tot 1 juli 2018 worden teruggevallen op de gemeentelijke Bouwverordening.

De voormalige gemeenten Nederlek en Schoonhoven beschikten over een Nota parkeernormen. Deze regelingen zijn per 1 januari 2017 van rechtswege vervallen. Er zijn geen verlengingsbesluiten genomen, zodat deze regelingen niet meer toepasbaar zijn. Nu de gemeente nog geen beleid heeft wordt er gewerkt met de kencijfers voor parkeren van de CROW (publicatie 317).

2.3.2 Civieltechnisch Handboek

Burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard hebben op 13 september 2016 het Civiel Technisch Handboek vastgesteld. Dit handboek is een formeel document met de kaders en richtlijnen voor het ontwerpen en realiseren van civieltechnische en cultuurtechnische werken voor het inrichten van openbare buitenruimte in de gemeente.
Hierin is in artikel 7.1, lid 3 vastgelegd dat voor het aantal aan te leggen parkeerplaatsen wordt verwezen naar het maximaal genoemde aantal parkeerplaatsen zoals deze zijn opgenomen in publicatie 182 (parkeerkerncijfers - basis voor parkeernormering) van het CROW.

2.3.3 Nieuwe beleidslijn

Bij beoordeling van aanvragen omgevingsvergunning blijft de bestaande beleidslijn in stand om de parkeerbehoefte te toetsen aan de parkeerkencijfers van CROW publicatie 317 (2012), waarbij de volgende nuanceringen zijn aangebracht:

  • de gemiddelde parkeernorm wordt als uitgangspunt genomen;
  • parkeren dient plaats te vinden op eigen terrein;
  • alle dorpen (in de bebouwde kom) vallen onder de noemer 'rest bebouwde kom';
  • het buitengebied valt onder de noemer 'buitengebied';
  • voor de hele gemeente geldt dat sprake is van 'niet stedelijk'.

Als blijkt dat de parkeerbehoefte niet op eigen terrein kan worden opgelost en er geen (economisch) haalbaar alternatief in de directe omgeving voor handen is, dan zal er vanuit parkeeroptiek over de vergunningaanvraag een negatief advies worden verstrekt. Hiermee wordt voorkomen dat de extra parkeerbehoefte wordt afgewenteld op de omgeving.

Afwijking van beleidslijn
In de regeling wordt een afwijkingsmogelijkheid opgenomen dat het bevoegd gezag gemotiveerd kan afwijken van de parkeerplaatsverplichting indien redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat voldoende parkeerruimte op eigen terrein worden aangelegd. Hiervoor is in aanvulling op het uitgangspunt om voldoende parkeerplaatsen aan te leggen een afwijkingsbevoegdheid opgenomen in artikel 3.1.2 van de regels. Alvorens hiervan gebruik te maken wordt een advies ingewonnen van de verkeerskundige.

Hoofdstuk 3 Juridische en bestuurlijke aspecten

3.1 Algemeen

Voor het bestemmingsplan is gebruik gemaakt van de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012). Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld.

De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Ook is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan.

3.2 Verbeelding

Op de verbeelding is de omvang van het plangebied aangeduid. In dit geval gaat het om het volledige grondgebied van de gemeente. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van de digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart).

3.3 Opbouw van de regels

De regels zijn onderverdeeld in drie hoofdstukken:

  • Inleidende regels.
  • Algemene regels.
  • Overgangs- en slotregels.
3.3.1 Inleidende regels

In hoofdstuk 1 zijn enkele begrippen opgenomen. De begripsbepalingen zijn in alfabetische volgorde opgesomd en dienen als referentiekader voor de overige regels.

De begrippen ‘plan’ en ‘bestemmingsplan’ zijn begrippen die verplicht moeten worden verklaard en geven de naamgeving van het bestemmingsplan aan. Daarnaast wordt aangegeven wat met het begrip ‘voldoende parkeergelegenheid’ wordt verstaan.

3.3.2 Algemene regels

Hoofdstuk 2 bevat de feitelijke inhoud van het bestemmingsplan. In artikel 2 is de antidubbeltelregel opgenomen uit het Besluit ruimtelijke ordening. In artikel 3 zijn de algemene bouw- en gebruiksregels opgenomen voor parkeren met verwijzing naar de CROW-publicatie 317 (oktober 2012). Als regel wordt uitgegaan van de gemiddelde parkeernorm. Voorts is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om te kunnen afwijken van de parkeernormen uit de CROW-publicatie 317. Om hiervan gebruik te maken wordt eerst een advies van de verkeerskundige gevraagd.
In artikel 4 zijn 'Overige regels' opgenomen, waarin is vastgelegd dat dit plan op bestemmingsplannen en beheersverordeningen betrekking heeft op het grondgebied van de gemeente Krimpenerwaard met uitzondering van de bestemmingsplannen waar al een regeling is opgenomen.

3.3.3 Overgangs- en slotregels

Hoofdstuk 3 omvat de 'Overgangs- en slotregels', zoals deze twee artikelen zijn opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening met de verplichting deze over te nemen in het bestemmingsplan. In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan deze parapluherziening worden aangehaald.

Hoofdstuk 4 Economische uitvoerbaarheid

Onderzoek naar de economische uitvoerbaarheid van bestemmingsplannen heeft in het algemeen betrekking op nieuwe ontwikkelingen waarvoor bestemmingswijzigingen nodig zijn en die door de gemeente worden gerealiseerd. Het Paraplubestemmingsplan Parkeren heeft echter betrekking op een reeds bebouwd deel van de gemeente, waarbij de ontwikkelingen aan het particuliere initiatief worden overgelaten. De door de gemeente te maken kosten bestaan uitsluitend uit plankosten en de kosten van onderzoek, dat nodig is met het oog op de voorbereiding van het plan. Deze uitgaven komen ten laste van de algemene middelen van de gemeente. Omdat het voorliggende plan niet voorziet in een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, Wro, hoeft geen exploitatieplan te worden vastgesteld. Er doet zich dus geen mogelijkheid voor van kostenverhaal als bedoeld in afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening.

Hoofdstuk 5 Inspraak en vooroverleg

5.1 Vooroverleg

Conform artikel 3.1.1 van het Bro is het voorontwerpbestemmingsplan toegezonden aan een aantal adviesinstanties, waaronder de provincie en betrokken hoogheemraadschappen. De ontvangen reacties zijn verwerkt in de Nota van beantwoording vooroverleg 3.1.1 (Bijlage 1).

5.2 Communicatie

Het ontwerpbestemmingsplan wordt conform artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening en Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht 6 weken ter inzage gelegd. Gedurende deze termijn kan een ieder mondelinge en/of schriftelijke zienswijzen indienen.