direct naar inhoud van Artikel 19 Wonen - 1
Plan: Voorburg Midden
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1916.bpvoorburgmidden-0010

Artikel 19 Wonen - 1

19.1 Bestemmingsomschrijving
19.1.1 Algemeen

De voor 'Wonen - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. wonen, gestapeld, met inbegrip van een aan huis verbonden beroep;
  • b. een onderdoorgang ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang';
  • c. gezondheidszorg ter plaatse van de aanduiding 'gezondheidszorg';
  • d. een parkeergarage ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage';
  • e. 'cultuur en ontspanning', met daarbij behorende ondersteunende horeca op de eerste twee bouwlagen ter plaatse van de aanduiding 'cultuur en ontspanning';
  • f. congrescentrum, met daarbij behorende ondersteunende horeca op de eerste twee bouwlagen ter plaatse van de aanduiding 'congrescentrum';
  • g. een verblijfsgebied ter plaatse van de aanduiding 'verblijfsgebied';

met de daarbij behorende:

  • h. groenvoorzieningen;
  • i. nutsvoorzieningen;
  • j. ontsluitingswegen;
  • k. paden;
  • l. parkeervoorzieningen;
  • m. tuinen en erven.
19.1.2 Dubbelbestemming

Voor zover de in sublid 19.1.1 genoemde gronden tevens zijn aangewezen voor de bestemming 'Waarde - Archeologie 2', 'Waarde - Archeologie 5', 'Waarde - Archeologie 6', en/of respectievelijk 'Waterstaat - Waterkering', is het bepaalde in artikel 20, 21, 22, en/of 24 behorende bij de desbetreffende bestemming(en) primair van toepassing.

19.1.3 Aan huis verbonden beroep

Voor het uitoefenen van een aan huis verbonden beroep gelden de volgende regels:

  • a. het vloeroppervlak dat wordt gebruikt ten behoeve van een aan huis verbonden beroep mag niet meer bedragen dan 30% van het vloeroppervlak van de desbetreffende woning (aan- of uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen daaronder begrepen) tot een maximum van 40 m²;
  • b. ten behoeve van een aan huis verbonden beroep dient in voldoende parkeergelegenheid te worden voorzien;
  • c. het aan huis verbonden beroep mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer ter plaatse;
  • d. het aan huis verbonden beroep mag niet gepaard gaan met horeca respectievelijk met detailhandel, uitgezonderd detailhandel in beperkte omvang die ondergeschikt is aan de uitoefening van het aan huis verbonden beroep;
  • e. de uitoefening van het aan huis verbonden beroep dient een uitstraling te hebben die in overeenstemming is met de woonfunctie.

19.2 Bouwregels
19.2.1 Algemeen

Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd:

  • a. hoofdgebouwen;
  • b. aan- of uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen;
  • c. vrijstaande bijgebouwen;
  • d. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
19.2.2 Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:

  • a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen de bouwvlakken worden gebouwd;
  • b. de goothoogte, respectievelijk de bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven;
  • c. voor zover de in lid 19.1 genoemde gronden tevens zijn aangewezen voor ‘vrijwaringszone-straalpad’ is daarbij tevens het bepaalde in lid 28.1 van toepassing.
19.2.3 Aan- of uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen

Voor het bouwen van aan- of uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen tegen het hoofdgebouw gelden de volgende regels:

  • a. aan- of uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen mogen binnen het bestemmingsvlak worden opgericht;
  • b. aan- of uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen mogen uit ten hoogste 1 bouwlaag bestaan, waarbij de goothoogte niet meer mag bedragen dan de hoogte van de vloer van de eerste verdieping van het bijbehorende hoofdgebouw plus 0,30 meter;
  • c. aan de achtergevel mogen over de gehele breedte van de oorspronkelijke achtergevel van het bijbehorende hoofdgebouw aan- of uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen worden gebouwd met een diepte van maximaal 3 meter;
  • d. aan de zijgevel mogen aan- of uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen worden gebouwd:
    • 1. op ten minste 3 meter achter het verlengde van de oorspronkelijke voorgevel van het bijbehorende hoofdgebouw;
    • 2. waarvan de breedte maximaal de helft mag bedragen van de breedte van het bijbehorende hoofdgebouw, met dien verstande dat de breedte van de aan- en uitbouw of het aangebouwde bijgebouw tenminste 3 meter mag bedragen;
    • 3. waarvan de achterzijde maximaal 3 meter achter de oorspronkelijke achtergevel van het bijbehorende hoofdgebouw mag liggen.
19.2.4 Vrijstaande bijgebouwen

Voor het bouwen van vrijstaande bijgebouwen gelden de volgende regels:

  • a. vrijstaande bijgebouwen mogen uitsluitend binnen het bestemmingsvlak worden gebouwd, met dien verstande dat deze op ten minste 3 meter achter de voorgevel van het bijbehorende hoofdgebouw dienen te worden gebouwd;
  • b. de bouwhoogte mag niet meer dan 3 meter bedragen.
19.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen binnen het bestemmingsvlak worden opgericht;
  • b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan aangegeven in lid 26.1.
19.2.6 Bebouwingspercentage
  • a. het bouwvlak mag met maximaal het op de verbeelding aangegeven bebouwingspercentage worden bebouwd;
  • b. indien op de verbeelding geen percentage is opgenomen mag het bouwvlak voor 100% worden bebouwd;
  • c. indien op de verbeelding een bebouwingspercentage is opgenomen buiten het bouwvlak mag dat niet worden overschreden;
  • d. daar waar buiten het bouwvlak geen bebouwingspercentage is aangegeven, mag het gezamenlijk oppervlak van aan- of uitbouwen, aangebouwde bijgebouwen en vrijstaande bijgebouwen niet meer bedragen dan 50% van de oppervlakte van het bijbehorende perceel, met een maximum van 40 m².

19.3 Afwijken van de bouwregels
  • a. het bevoegd gezag kan ten behoeve van het realiseren van een dakterras afwijken van het bepaalde in sublid 19.2.3 met toepassing van de regels gesteld in de Nota "Het dak op";
  • b. het bevoegd gezag kan in afwijking van het bepaalde in sublid 19.2.3 voor een bouwhoogte van maximaal 6 meter, indien de helling van het dak van de woning voortgezet of herhaald wordt bij de aan-, uitbouw, aangebouwde bijgebouw, mits deze verhoging niet onevenredig nadelig is voor de lichttoetreding in aangrenzende woningen;
  • c. het bevoegd gezag kan in afwijking van het bepaalde in sublid 19.2.3 en sublid 19.2.4 voor het plaatsen van een kap, waarbij de totale bouwhoogte niet meer bedraagt dan 6 meter en deze kap niet onevenredig nadelig is voor de lichttoetreding in aangrenzende woningen.

19.4 Afwijken van de gebruiksregels

Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in sublid 19.1.3 voor het vergroten van het vloeroppervlak tot een maximum van 65 m², mits er geen sprake is van onevenredige verkeersaantrekkende werking en het parkeren ten behoeve van een aan huis verbonden beroep zoveel mogelijk op eigen terrein plaatsvindt.