6.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
-
pensions;
-
kampeergebouwen;
-
zeilscholen;
-
wonen, uitsluitend op de gronden ter plaatse van de aanduiding “wonen”,
en tevens voor:
-
ligplaatsen voor boten, uitsluitend op de gronden ter plaatse van de aanduiding “jachthaven”,
met de bijbehorende:
-
openbare nutsvoorzieningen;
-
groenvoorzieningen;
-
verkeers- en verblijfsvoorzieningen;
-
water.
In de bestemming ten behoeve van kampeerboerderijen en/of zeilscholen zijn standplaatsen voor mobiele en/of demontabele kampeermiddelen begrepen voor zover deze onderdeel uitmaken van de totale bedrijfsvoering.
6.2 Bouwregels
-
Voor het bouwen van gebouwen op de gronden ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van recreatie – structuur bepalend” geldt de volgende regel:
-
van de gebouwen op de gronden ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van recreatie – structuur bepalend” dient de bestaande hoofdvorm (goothoogte, bouwhoogte en dakvorm) gehandhaafd dient te blijven.
-
Voor het bouwen van overige gebouwen gelden de volgende regels:
-
gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd;
-
de goot- en bouwhoogte van gebouwen mag niet meer dan respectievelijk 6 m en 10 m bedragen, dan wel de bestaande goot- en bouwhoogte indien deze meer is;
-
de dakhelling van gebouwen dient ten minste 30° te bedragen;
-
het bebouwingpercentage per bouwperceel binnen een bouwvlak mag niet meer dan 70% van het bouwvlak bedragen;
-
het aantal bedrijfswoningen per bestemmingsvlak mag niet meer dan het bestaande aantal per bouwvlak bedragen.
-
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
-
de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 m bedragen;
-
steigers en vlonders, met uitzondering van de bestaande voorzieningen, zijn uitsluitend toegestaan op de gronden ter plaatse van de aanduiding “jachthaven”.
6.3 Nadere eisen
Burgemeester en Wethouders kunnen, met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van:
-
de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
-
het straat- en bebouwingsbeeld;
-
de sociale veiligheid;
-
de verkeersveiligheid;
-
de woonsituatie,
nadere eisen stellen aan:
-
de goot- en bouwhoogte van bouwwerken, indien deze meer is dan respectievelijk 3 m en 6 m;
-
de plaats bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een grotere horizontale oppervlakte dan 6 m² en/of een grotere (bouw)hoogte dan 1,5 m.