5.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Recreatie – Recreatiebedrijven’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
-
botenverkoop, -service en -verhuurbedrijven en andere aan de watersport verwante bedrijven die op het moment van de tervisielegging van het ontwerpplan aanwezig zijn;
-
botenverkoop, -service en -verhuurbedrijven en andere aan de watersport verwante bedrijven die zijn genoemd in de bij deze regels als bijlage opgenomen Staat van bedrijven onder categorieën 1, 2 en 3.1;
-
bedrijfswoningen,
en tevens voor:
-
ligplaatsen voor boten, uitsluitend op de gronden ter plaatse van de aanduiding “jachthaven”;
-
was- en toiletvoorzieningen ten behoeve van de jachthaven, uitsluitend op de gronden ter plaatse van de aanduiding “specifieke bouwaanduiding – gebouw jachthaven”,
met de daarbij behorende:
-
groenvoorzieningen;
-
openbare nutsvoorzieningen;
-
verkeers- en verblijfsvoorzieningen;
-
water.
Onder de bedrijfsactiviteiten is detailhandel uitsluitend begrepen voor zover deze is aan te merken als rechtstreeks voortvloeiend uit de activiteiten van het bedrijf en daaraan ondergeschikt is.
5.2 Bouwregels
-
Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van bedrijven gelden de volgende regels:
-
gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd;
-
de bouwhoogte van gebouwen ter plaatse van de aanduiding “specifieke bouwaanduiding – gebouw jachthaven” mag niet meer dan 5 m bedragen, dan wel de bestaande bouwhoogte indien deze meer is;
-
de goot- en bouwhoogte van overige gebouwen mag niet meer dan respectievelijk 7,5 m en 10 m bedragen, dan wel de bestaande goot- en bouwhoogte indien deze meer is;
-
de afstand tot de zijdelingse perceelgrens dient ten minste 3 m te bedragen;
-
het bebouwingpercentage per bouwperceel binnen een bouwvlak mag niet meer dan 70% van het bouwvlak bedragen;
-
het aantal bedrijfswoningen mag niet meer dan het bestaande aantal per bouwvlak bedragen.
-
Voor het bouwen van gebouwen op gronden ter plaatse van de aanduiding “specifieke bouwaanduiding – havenbebouwing” geldt de volgende regel:
-
de goot- en bouwhoogte van gebouwen mag niet meer dan respectievelijk 3 m en 5,5 m bedragen, dan wel de bestaande goot- en bouwhoogte indien deze meer is.
-
Voor het bouwen van openbare nutsvoorzieningen gelden de volgende regels:
-
de inhoud van een gebouw mag niet meer dan 50 m³ bedragen;
-
de bouwhoogte van een gebouw mag niet meer dan 3 m bedragen.
-
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
-
de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, buiten een bouwvlak mag niet meer dan 3 m bedragen;
-
de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, binnen een bouwvlak mag niet meer dan 10 m bedragen;
-
de bouwhoogte van hijswerktuigen mag niet meer dan 15 m bedragen;
-
steigers en vlonders, met uitzondering van de bestaande voorzieningen, zijn uitsluitend toegestaan op de gronden ter plaatse van de aanduiding “jachthaven”.
5.3 Nadere eisen
Burgemeester en Wethouders kunnen, met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van:
-
de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
-
het straat- en bebouwingsbeeld;
-
de sociale veiligheid;
-
de verkeersveiligheid;
-
de woonsituatie,
nadere eisen stellen aan:
-
de plaats bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een grotere horizontale oppervlakte dan 6 m² en/of een grotere (bouw)hoogte dan 1,5 m, voor zover wordt gebouwd buiten een bouwvlak;
-
de plaats van gebouwen ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen, voor zover wordt gebouwd buiten een bouwvlak.
5.4 Specifieke gebruiksregels
Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen:
-
het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van geluidzoneringsplichtige inrichtingen;
-
het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van risicovolle inrichtingen;
-
het gebruik van gronden en bouwwerken voor detailhandel anders dan de in lid 5.1 genoemde detailhandelsactiviteiten;
-
het gebruik van gronden als standplaats voor kampeermiddelen;
-
het gebruik van gronden als ligplaats voor woonboten.
5.5 Afwijken van de gebruiksregels
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.1 en toestaan dat tevens aan de watersport verwante bedrijven worden gevestigd die naar de aard en effecten op het woon- en leefklimaat van aangrenzende woongebieden en recreatiewoongebieden, al dan niet onder te stellen voorwaarden, gelijk te stellen zijn met bedrijven die zijn genoemd in de bijlage ‘Staat van Bedrijven’ onder de categorieën 1, 2 en 3.1.
5.6 Wijzigingsbevoegdheid
-
Burgemeester en Wethouders kunnen overeenkomstig de Wet ruimtelijke ordening, de bestemming wijzigen voor het bouwen van bedrijfswoningen, met dien verstande dat:
-
het aantal bedrijfswoningen niet meer dan 1 per bedrijf mag bedragen;
-
het aantal bedrijfswoningen dient te passen binnen het door Gedeputeerde Staten geaccordeerd gemeentelijk woonplan;
-
het bouwen van een bedrijfswoning noodzakelijk moet zijn voor de bedrijfsvoering;
-
indien de geluidsbelasting ten gevolge van het wegverkeer meer dan de voorkeursgrenswaarde bedraagt, de wijziging slechts wordt toegepast in overeenstemming met een verkregen hogere grenswaarde;
-
indien de kosten van grondexploitatie niet anderszins verzekerd zijn, tegelijkertijd met het wijzigingsplan een exploitatieplan wordt vastgesteld;
-
voor het overige de bestemmingsregels uit artikel 5 van overeenkomstige toepassing zijn.
-
De onder a bedoelde wijziging wordt uitsluitend toegepast mits er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
-
de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
-
het straat- en bebouwingsbeeld;
-
de sociale veiligheid;
-
de verkeersveiligheid;
-
de woonsituatie (o.a. milieuhygiënische inpasbaarheid).