Artikel 3 Groen
3.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
-
groenvoorzieningen, met dien verstande dat de gronden voor ten minste 75% dienen te bestaan uit gras, beplanting en/of speelterrein;
-
sport- en speelvoorzieningen;
-
verkeers- en verblijfsvoorzieningen;
-
water.
3.2 Bouwregels
-
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.
-
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
-
de bouwhoogte van terrein- en erfscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen;
-
de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 m bedragen.
3.3 Nadere eisen
Burgemeester en Wethouders kunnen, met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van:
-
-
de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
-
het straat- en bebouwingsbeeld;
-
de sociale veiligheid;
-
de verkeersveiligheid;
-
de woonsituatie,
-
nadere eisen stellen aan de plaats en oppervlakte, goothoogte en bouwhoogte van de bebouwing.
3.4 Specifieke gebruiksregels
Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen:
-
-
het gebruik van gronden als standplaats voor kampeermiddelen.
-
Artikel 4 Natuur – Waterrecreatief medegebruik
4.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Natuur – Waterrecreatie medegebruik’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
-
water en oeverstroken;
-
rietlanden en oeverstroken,
en tevens voor:
-
water- en dagrecreatief medegebruik, uitsluitend in de vorm van recreatieve vaarroutes, recreatieve aanlegplaatsen en naar de aard daarmee gelijk te stellen kleinschalige voorzieningen,
met de daarbij behorende:
-
verkeers- en verblijfsvoorzieningen.
De bestemming is tevens gericht op het beheer, herstel en onderhoud van de ter plaatse aanwezige natuurlijke waarden van water, rietlanden en oeverstroken.
4.2 Bouwregels
-
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.
-
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende regel:
-
de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 m bedragen.
4.3 Nadere eisen
Burgemeester en Wethouders kunnen, met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van:
-
de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
-
het straat- en bebouwingsbeeld;
-
de sociale veiligheid;
-
de verkeersveiligheid;
-
de woonsituatie,
nadere eisen stellen aan de plaats en de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
4.4 Specifieke gebruiksregels
Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen:
-
het gebruik van gronden als standplaats voor kampeermiddelen;
-
het gebruik van gronden voor het zoeken naar delfstoffen;
-
het gebruik van gronden voor het aanleggen van ondergrondse en bovengrondse leidingen;
-
het gebruik van gronden voor het aanbrengen van voorzieningen in de vorm van onder meer paden en watergangen die niet ten dienste staan van het beheer met het oog op de ter plaatse aanwezige natuurlijke waarden van water, rietlanden en oeverstroken.
Artikel 5 Recreatie - Recreatiebedrijven
5.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Recreatie – Recreatiebedrijven’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
-
botenverkoop, -service en -verhuurbedrijven en andere aan de watersport verwante bedrijven die op het moment van de tervisielegging van het ontwerpplan aanwezig zijn;
-
botenverkoop, -service en -verhuurbedrijven en andere aan de watersport verwante bedrijven die zijn genoemd in de bij deze regels als bijlage opgenomen Staat van bedrijven onder categorieën 1, 2 en 3.1;
-
bedrijfswoningen,
en tevens voor:
-
ligplaatsen voor boten, uitsluitend op de gronden ter plaatse van de aanduiding “jachthaven”;
-
was- en toiletvoorzieningen ten behoeve van de jachthaven, uitsluitend op de gronden ter plaatse van de aanduiding “specifieke bouwaanduiding – gebouw jachthaven”,
met de daarbij behorende:
-
groenvoorzieningen;
-
openbare nutsvoorzieningen;
-
verkeers- en verblijfsvoorzieningen;
-
water.
Onder de bedrijfsactiviteiten is detailhandel uitsluitend begrepen voor zover deze is aan te merken als rechtstreeks voortvloeiend uit de activiteiten van het bedrijf en daaraan ondergeschikt is.
5.2 Bouwregels
-
Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van bedrijven gelden de volgende regels:
-
gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd;
-
de bouwhoogte van gebouwen ter plaatse van de aanduiding “specifieke bouwaanduiding – gebouw jachthaven” mag niet meer dan 5 m bedragen, dan wel de bestaande bouwhoogte indien deze meer is;
-
de goot- en bouwhoogte van overige gebouwen mag niet meer dan respectievelijk 7,5 m en 10 m bedragen, dan wel de bestaande goot- en bouwhoogte indien deze meer is;
-
de afstand tot de zijdelingse perceelgrens dient ten minste 3 m te bedragen;
-
het bebouwingpercentage per bouwperceel binnen een bouwvlak mag niet meer dan 70% van het bouwvlak bedragen;
-
het aantal bedrijfswoningen mag niet meer dan het bestaande aantal per bouwvlak bedragen.
-
Voor het bouwen van gebouwen op gronden ter plaatse van de aanduiding “specifieke bouwaanduiding – havenbebouwing” geldt de volgende regel:
-
de goot- en bouwhoogte van gebouwen mag niet meer dan respectievelijk 3 m en 5,5 m bedragen, dan wel de bestaande goot- en bouwhoogte indien deze meer is.
-
Voor het bouwen van openbare nutsvoorzieningen gelden de volgende regels:
-
de inhoud van een gebouw mag niet meer dan 50 m³ bedragen;
-
de bouwhoogte van een gebouw mag niet meer dan 3 m bedragen.
-
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
-
de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, buiten een bouwvlak mag niet meer dan 3 m bedragen;
-
de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, binnen een bouwvlak mag niet meer dan 10 m bedragen;
-
de bouwhoogte van hijswerktuigen mag niet meer dan 15 m bedragen;
-
steigers en vlonders, met uitzondering van de bestaande voorzieningen, zijn uitsluitend toegestaan op de gronden ter plaatse van de aanduiding “jachthaven”.
5.3 Nadere eisen
Burgemeester en Wethouders kunnen, met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van:
-
de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
-
het straat- en bebouwingsbeeld;
-
de sociale veiligheid;
-
de verkeersveiligheid;
-
de woonsituatie,
nadere eisen stellen aan:
-
de plaats bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een grotere horizontale oppervlakte dan 6 m² en/of een grotere (bouw)hoogte dan 1,5 m, voor zover wordt gebouwd buiten een bouwvlak;
-
de plaats van gebouwen ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen, voor zover wordt gebouwd buiten een bouwvlak.
5.4 Specifieke gebruiksregels
Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen:
-
het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van geluidzoneringsplichtige inrichtingen;
-
het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van risicovolle inrichtingen;
-
het gebruik van gronden en bouwwerken voor detailhandel anders dan de in lid 5.1 genoemde detailhandelsactiviteiten;
-
het gebruik van gronden als standplaats voor kampeermiddelen;
-
het gebruik van gronden als ligplaats voor woonboten.
5.5 Afwijken van de gebruiksregels
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.1 en toestaan dat tevens aan de watersport verwante bedrijven worden gevestigd die naar de aard en effecten op het woon- en leefklimaat van aangrenzende woongebieden en recreatiewoongebieden, al dan niet onder te stellen voorwaarden, gelijk te stellen zijn met bedrijven die zijn genoemd in de bijlage ‘Staat van Bedrijven’ onder de categorieën 1, 2 en 3.1.
5.6 Wijzigingsbevoegdheid
-
Burgemeester en Wethouders kunnen overeenkomstig de Wet ruimtelijke ordening, de bestemming wijzigen voor het bouwen van bedrijfswoningen, met dien verstande dat:
-
het aantal bedrijfswoningen niet meer dan 1 per bedrijf mag bedragen;
-
het aantal bedrijfswoningen dient te passen binnen het door Gedeputeerde Staten geaccordeerd gemeentelijk woonplan;
-
het bouwen van een bedrijfswoning noodzakelijk moet zijn voor de bedrijfsvoering;
-
indien de geluidsbelasting ten gevolge van het wegverkeer meer dan de voorkeursgrenswaarde bedraagt, de wijziging slechts wordt toegepast in overeenstemming met een verkregen hogere grenswaarde;
-
indien de kosten van grondexploitatie niet anderszins verzekerd zijn, tegelijkertijd met het wijzigingsplan een exploitatieplan wordt vastgesteld;
-
voor het overige de bestemmingsregels uit artikel 5 van overeenkomstige toepassing zijn.
-
De onder a bedoelde wijziging wordt uitsluitend toegepast mits er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
-
de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
-
het straat- en bebouwingsbeeld;
-
de sociale veiligheid;
-
de verkeersveiligheid;
-
de woonsituatie (o.a. milieuhygiënische inpasbaarheid).
Artikel 6 Recreatie - Verblijfsrecreatie
6.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
-
pensions;
-
kampeergebouwen;
-
zeilscholen;
-
wonen, uitsluitend op de gronden ter plaatse van de aanduiding “wonen”,
en tevens voor:
-
ligplaatsen voor boten, uitsluitend op de gronden ter plaatse van de aanduiding “jachthaven”,
met de bijbehorende:
-
openbare nutsvoorzieningen;
-
groenvoorzieningen;
-
verkeers- en verblijfsvoorzieningen;
-
water.
In de bestemming ten behoeve van kampeerboerderijen en/of zeilscholen zijn standplaatsen voor mobiele en/of demontabele kampeermiddelen begrepen voor zover deze onderdeel uitmaken van de totale bedrijfsvoering.
6.2 Bouwregels
-
Voor het bouwen van gebouwen op de gronden ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van recreatie – structuur bepalend” geldt de volgende regel:
-
van de gebouwen op de gronden ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van recreatie – structuur bepalend” dient de bestaande hoofdvorm (goothoogte, bouwhoogte en dakvorm) gehandhaafd dient te blijven.
-
Voor het bouwen van overige gebouwen gelden de volgende regels:
-
gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd;
-
de goot- en bouwhoogte van gebouwen mag niet meer dan respectievelijk 6 m en 10 m bedragen, dan wel de bestaande goot- en bouwhoogte indien deze meer is;
-
de dakhelling van gebouwen dient ten minste 30° te bedragen;
-
het bebouwingpercentage per bouwperceel binnen een bouwvlak mag niet meer dan 70% van het bouwvlak bedragen;
-
het aantal bedrijfswoningen per bestemmingsvlak mag niet meer dan het bestaande aantal per bouwvlak bedragen.
-
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
-
de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 m bedragen;
-
steigers en vlonders, met uitzondering van de bestaande voorzieningen, zijn uitsluitend toegestaan op de gronden ter plaatse van de aanduiding “jachthaven”.
6.3 Nadere eisen
Burgemeester en Wethouders kunnen, met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van:
-
de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
-
het straat- en bebouwingsbeeld;
-
de sociale veiligheid;
-
de verkeersveiligheid;
-
de woonsituatie,
nadere eisen stellen aan:
-
de goot- en bouwhoogte van bouwwerken, indien deze meer is dan respectievelijk 3 m en 6 m;
-
de plaats bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een grotere horizontale oppervlakte dan 6 m² en/of een grotere (bouw)hoogte dan 1,5 m.
Artikel 7 Verkeer - Verblijf
7.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Verkeer – Verblijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
-
straten en fiets- en voetpaden met in hoofdzaak een functie voor de ontsluiting van aanliggende gronden en het bestemmingsverkeer;
-
parkeervoorzieningen,
met de daarbij behorende:
-
bermen en groenvoorzieningen;
-
openbare nutsvoorzieningen;
-
water.
7.2 Bouwregels
-
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:
-
de inhoud van een gebouw mag niet meer dan 50 m³ bedragen;
-
de bouwhoogte van een gebouw mag niet meer dan 3 m bedragen.
-
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
-
de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan rechtstreeks ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer mag niet meer dan 3 m bedragen;
-
steigers en vlonders zijn niet toegestaan.
7.3 Nadere eisen
Burgemeester en Wethouders kunnen, met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van:
-
de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
-
het straat- en bebouwingsbeeld;
-
de sociale veiligheid;
-
de verkeersveiligheid;
-
de woonsituatie,
nadere eisen stellen aan:
-
de plaats van gebouwen;
-
de plaats en bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een grotere horizontale oppervlakte dan 6 m² en/of een grotere (bouw)- hoogte dan 1,5 m.
7.4 Specifieke gebruiksregels
Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen:
-
het gebruik van gronden als standplaats voor kampeermiddelen.
Artikel 8 Water
8.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Water’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
-
water en oeverstroken, met een functie hoofdzakelijk als vaarwater;
-
waterhuishouding en waterberging;
-
waterhuishoudkundige voorzieningen,
en tevens voor:
-
een afschermende landtong, uitsluitend op de gronden ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van water – afschermende landtong”.
8.2 Bouwregels
-
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.
-
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:
-
de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 m bedragen;
-
steigers en vlonders ten behoeve van de recreatiewoningen als bedoeld in artikel 9 mogen worden gebouwd tot een breedte van 1,2 m vanuit de oever met de bestemming ‘Wonen – Recreatief wonen’;
-
overige steigers en vlonders, met uitzondering van de bestaande voorzieningen, zijn niet toegestaan.
8.3 Nadere eisen
Burgemeester en Wethouders kunnen, met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van:
-
de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
-
het straat- en bebouwingsbeeld;
-
de sociale veiligheid;
-
de verkeersveiligheid;
-
de woonsituatie,
nadere eisen stellen aan de plaats en bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
8.4 Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
-
de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
-
het straat- en bebouwingsbeeld;
-
de sociale veiligheid;
-
de verkeersveiligheid;
-
de woonsituatie,
bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.2, sub b, onder 3 voor de bouw van steigers en/of vlonders, met dien verstande dat:
-
een onbelemmerde en veilige doorvaart is gewaarborgd;
-
evenwijdig aan de oever(s) wordt gebouwd;
-
de breedte gemeten vanaf de oever(s) niet meer mag bedragen dan 1,2 m.
8.5 Specifieke gebruiksregels
Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen:
-
-
het gebruik van gronden als standplaats voor kampeermiddelen;
-
-
het gebruik van gronden als ligplaats voor woonboten.
Artikel 9 Wonen – Recreatief wonen
9.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Wonen – Recreatief wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
-
recreatiewoningen,
met de daarbij behorende:
-
groenvoorzieningen;
-
openbare nutsvoorzieningen.
9.2 Bouwregels
-
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:
-
hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd;
-
het aantal woningen per bouwvlak bedraagt niet meer dan het bestaande aantal woningen;
-
de goot- en bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet meer dan de bestaande goot- en bouwhoogte bedragen;
-
de dakhelling mag niet minder dan het bestaande aantal graden bedragen;
-
de onderlinge afstand tussen hoofdgebouwen dient ten minste 3 m te bedragen;
-
aan- en uitbouwen dienen te voldoen aan de bouwregels voor hoofdgebouwen dan wel het gestelde in lid 9.2 sub b.
-
Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen gelden de volgende regels:
-
aan- en uitbouwen en bijgebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd dan wel ter plaatse van de aanduiding “erf”;
-
de goot- en bouwhoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen mag niet meer dan 3 m bedragen, dan wel niet meer dan de bestaande goot- en bouwhoogte indien deze meer is;
-
de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen mag niet meer dan 40 m² per hoofdvorm bedragen, dan wel niet meer dan de bestaande oppervlakte indien deze meer is.
-
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
-
de oppervlakte van dakterrassen en overkappingen per woning buiten een bouwvlak mag niet meer dan 20 m² bedragen;
-
de bouwhoogte van dakterrassen mag niet meer dan 4 m bedragen;
-
de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer dan 3 m bedragen;
-
steigers en vlonders mogen worden gebouwd tot een breedte van 1,2 m vanuit de oever.
9.3 Nadere eisen
Burgemeester en Wethouders kunnen, met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van:
-
de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
-
het straat- en bebouwingsbeeld;
-
de sociale veiligheid;
-
de verkeersveiligheid;
-
de woonsituatie,
nadere eisen stellen aan de plaats bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een grotere horizontale oppervlakte dan 6 m² en/of een grotere (bouw)hoogte dan 1,5 m.
9.4 Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
-
de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
-
het straat- en bebouwingsbeeld;
-
de sociale veiligheid;
-
de verkeersveiligheid;
-
de woonsituatie,
bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 9.2, sub a, onder 5, met dien verstande dat:
-
er wordt gebouwd binnen een bouwvlak tot een bouwhoogte van niet meer dan 3 m;
-
het bouwwerk wordt voorzien van een plat dak.
9.5 Specifieke gebruiksregels
Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen:
-
het gebruik van gronden als standplaats voor kampeermiddelen;
-
het gebruik van bouwwerken ten behoeve van permanente bewoning.