planRegels



 


INHOUDsopgave

1      Inleidende regels....................................................................................................................... 5

artikel 1      begrippen..................................................................................................................... 5

artikel 2      wijze van meten......................................................................................................... 10

2      bestemmingsregels............................................................................................................... 11

artikel 3      bedrijf......................................................................................................................... 11

artikel 4      centrum...................................................................................................................... 13

artikel 5      detailhandel............................................................................................................. 16

artikel 6      dienstverlening....................................................................................................... 17

artikel 7      garageboxen............................................................................................................. 18

artikel 8      groen........................................................................................................................... 19

artikel 9      horeca......................................................................................................................... 20

artikel 10        maatschappelijk.................................................................................................. 22

artikel 11        tuin........................................................................................................................... 23

artikel 12        verkeer................................................................................................................... 24

artikel 13        wonen....................................................................................................................... 25

artikel 14        waarde - archeologie......................................................................................... 28

4      algemene regels...................................................................................................................... 30

artikel 15        anti-dubbeltelbepaling..................................................................................... 30

artikel 16        algemene bouwregels........................................................................................ 31

artikel 17        algemene aanduidingsregels.......................................................................... 32

artikel 18        algemene ontheffingsregels.......................................................................... 33

artikel 19        algemene wijzigingsregels.............................................................................. 34

artikel 20        overige regels...................................................................................................... 35

5      overgangs- en slotregels.................................................................................................... 36

artikel 21        overgangsbepaling voor bouwwerken......................................................... 36

artikel 22        overgangsbepaling voor gebruik.................................................................. 37

artikel 23        titel.......................................................................................................................... 38

bijlage 1               staat van horeca-activiteiten...................................................................... 39

Bijlage 2               staat van bedrijfsactiviteiten..................................................................... 40

 

 


1          Inleidende regels

 

artikel 1        begrippen

In deze regels wordt verstaan onder:

het plan

het bestemmingsplan “Geleen centrum 2009” van de gemeente Sittard-Geleen;

bestemmingsplan

De geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.xxxxx.yyyyyyy-Gzz  (P.M.) met de bijbehorende regels;

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

aanduidinggrens:

de grens van een aanduiding, indien het een vlak betreft;

aan huis gebonden bedrijf

een bedrijf, gericht op het beroepsmatig verlenen van diensten en zorg of het uitoefenen van (ambachtelijke) bedrijvigheid door middel van handwerk, dat door de bewoner(s) van een woning in of vanuit die woning of een bijbehorend bijgebouw dan wel, in geval van een meergezinswoning of bovenwoning, vanuit de begane grondverdieping van een gebouw wordt uitgeoefend, waarbij de woning in hoofdzaak de woonfunctie behoudt;

aan huis gebonden beroep

een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, zakelijk, maatschappelijk, juridisch, (para)medisch, therapeutisch, lichaamsverzorgend, ontwerptechnisch of kunstzinnig of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door de bewoner(s) van een woning in of vanuit die woning of een bijbehorend bijgebouw dan wel, in geval van een meergezinswoning of bovenwoning, vanuit de begane grondverdieping van een gebouw wordt uitgeoefend, waarbij de woning in hoofdzaak de woonfunctie behoudt, een kapsalon hieronder begrepen;

aanlegvergunning

een vergunning als bedoeld in artikel 3.3 van de Wet ruimtelijke ordening zoals deze luidt op het moment van terinzagelegging van het ontwerpplan;

afhankelijke woonruimte

een bijgebouw dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is;

ander werk

een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheid;

bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;

bebouwingspercentage

de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen op een bouwperceel, dan wel binnen een bestemmingsvlak of bouwvlak, zoals nader bepaald in deze regels, in procenten van de oppervlakte van dat bouwperceel, bestemmingsvlak respectievelijk bouwvlak;

bedrijf

een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis gebonden beroepen daaronder niet begrepen;

bedrijfsvloeroppervlak

de inpandige en overdekte ruimte die wordt benut in verband met de uitoefening van een bedrijf;

bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak;

bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

bijgebouw (= aan- en uitbouw)

een al dan niet vrijstaand gebouw, dat door zijn constructie en/of afmetingen ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel staand hoofdgebouw;

bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een standplaats;

bouwgrens

de grens van een bouwvlak;

bouwlaag

een boven het peil gelegen en doorlopend gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder;

bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels, een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

bouwperceelgrens:

een grens van een bouwperceel;

bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waarin de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;

bouwwerk

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;

bovenwoning

een woning, die zich geheel of nagenoeg geheel bevindt boven de begane grond verdieping van een gebouw;

detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of (af)leveren van goederen aan diegenen die deze goederen kopen voor gebruik en/of verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van beroeps- of bedrijfsactiviteiten;

dienstverlening

bedrijfsvoering met een publieksgerichte functie dat in hoofdzaak is gericht op het ter plaatse bedrijfsmatig verlenen van diensten aan of ten gerieve van bedrijven/personen, zoals een voorlichtings-, advies-, reis- en uitzendbureau, een makelaars- en/of verzekeringskantoor of bank;

dienstwoning/bedrijfswoning

een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die kennelijk slechts is bedoeld voor de huisvesting van (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van de grond, noodzakelijk moet worden geacht;

eengezinswoning

een complex van ruimten dat blijkens zijn indeling en inrichting bestemd is voor de huisvesting van een huishouden;

erf

een al of niet omheind stuk grond, in ruimtelijke opzicht direct behorende bij, in functioneel opzicht ten dienste van en in feitelijk opzicht direct aansluitend aan een woning of een ander gebouw, waarop ingevolge de regels van het plan geen hoofdbebouwing is toegestaan en dat in beginsel behoort tot de kavel(s) waarop de woning of het andere gebouw is geplaatst, zoals dat blijkt uit kadastrale gegevens;

erker

een uitbreiding van het hoofdgebouw op de begane grond, geen afzonderlijke ruimte zijnde, waarvan de bestemming overeenkomt met de bestemming van het hoofdgebouw;

functie- of bouwaanduidingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels een nadere specificatie ten aanzien van de functies, dan wel bepaalde bouwaanduidingen gelden;

gebouw

elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

hoofdgebouw

een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie en/of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste bouwwerk is aan te merken;

huishouden

de bewoning van een woning door:

-         een persoon;

-         meerdere personen in de vorm van een samenlevingsverband, niet zijnde kamerverhuur;

horeca

het bedrijfsmatig verstrekken van dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse, waarbij het doen beluisteren van overwegend mechanische muziek en het gelegenheid geven tot dansen een wezenlijk onderdeel kunnen vormen, alsmede het bedrijfsmatig verstrekken van logies;

kantoor

een ruimte of een complex van ruimten welke is bestemd om te worden gebruikt voor administratieve  werkzaamheden;

maatschappelijke voorzieningen

voorzieningen, bestemd voor medische en verzorgende, sociaal-culturele, religieuze, militaire, educatieve en openbare dienstverlenende instellingen;

maatvoeringsvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels een bepaalde maatvoering in acht moet worden genomen;

mantelzorg

het bieden van zorg aan een ieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband;

meergezinswoning

een gebouw dat dient voor de huisvesting van meerdere huishoudens in afzonderlijke woonruimten.

nadere eis

een nadere eis als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, sub d van de Wet ruimtelijke ordening zoals deze luidt op het moment van terinzagelegging van het ontwerpplan;

onderbouw

een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de
bovenkant minder dan 1,20 m boven het peil is gelegen;

ondergeschikte bouwdelen/bouwdelen van ondergeschikt belang

bouwdelen van beperkte afmetingen, die buiten de hoofdmassa van het hoofdgebouw uitsteken, zoals schoorstenen, antennemasten, windvanen, vlaggenmasten, wolfseinden en andere ondergeschikte dakopbouwen;

ondergronds

beneden het peil;

ontheffing

een ontheffing als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid sub c van de Wet ruimtelijke ordening zoals deze luidt op het moment van terinzagelegging van het ontwerpplan;

peil

de gemiddelde hoogte van het aansluitende, afgewerkte terrein ter plaatse van het bouwperceel;

prostitutiebedrijf

een inrichting of instelling gericht op het tegen betaling doen plaatsvinden van seksuele omgang met prostituees op een naar buiten toe kenbare wijze, zoals een bordeel of escortservice;

seks- en/of pornobedrijf

een inrichting of instelling gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van erotische en/of pornografische aard dan wel voor detailhandel in seks- en/of pornoartikelen, zoals een seksbioscoop, seksclub, seksautomaat of sekswinkel;

staat van bedrijfsactiviteiten

een als bijlage bij deze regels behorende en daarvan onderdeel uitmakende lijst van bedrijven en instellingen;

staat van horeca-activiteiten

een als bijlage bij deze regels behorende en daarvan onderdeel uitmakende lijst van horecabedrijven;

uitwerking

een uitwerking als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, sub b van de Wet ruimtelijke ordening zoals deze luidt op moment van terinzagelegging van het ontwerpplan;

verharden van wegen

het aanbrengen van een dichte deklaag in de vorm van bijvoorbeeld klinkers, asfalt of beton;

voorste bouwgrens

de naar het verkeers- of verblijfsgebied gekeerde bouwgrens;

wijziging

een wijziging als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, sub a van de Wet ruimtelijke ordening zoals deze luidt op het moment van terinzagelegging van het ontwerpplan;

woning

een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één huishouden;

Wro

de Wet ruimtelijke ordening (Stb. 2006, 566), zoals sindsdien gewijzigd;

 

In deze regels wordt mede verstaan onder:

gebruiken

het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven;

uitvoeren

het doen uitvoeren, laten uitvoeren en in uitvoering geven.


artikel 2        wijze van meten

Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

de afstand van een bouwwerk tot de zijdelingse grens

tussen de zijdelingse grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is;

de goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;

de bouwhoogte van een bouwwerk

van het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

de dakhelling:

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;

de inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;

de oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

de horizontale diepte van een bouwwerk

tussen het voorste en het achterste punt van het bouwwerk, gemeten tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidsmuren dan wel scheidslijnen en op het peil;

de verticale diepte van een ondergronds bouwwerk

van het peil tot aan de bovenzijde van de afgewerkte vloer van het ondergrondse (deel van het) bouwwerk.


2          bestemmingsregels

 

artikel 3        bedrijf

3.1        bestemmingsomschrijving

3.1.1        De voor "Bedrijf" aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a         bedrijven in de categorieën A en B als vermeld in de staat van bedrijfsactiviteiten;

 

alsmede voor:
b         erven;
c          aan huis gebonden beroepen;
d         nutsvoorzieningen;
e         parkeervoorzieningen;
f           water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding;
g         overige bijbehorende voorzieningen;

 

met bijbehorende:

h         hoofdgebouwen;
i           bijgebouwen;
j           bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
 
3.1.2        De in lid 3.1.1 bedoelde gronden zijn tevens bestemd voor de doeleinden en bouwmogelijkheden die in hoofdstuk 3 voor de betrokken bestemming zijn aangegeven, inclusief de daarin opgenomen ontheffings- en / of wijzigingsbevoegdheden en / of aanlegvergunningvereisten.
 
3.1.3        Ten aanzien van de in lid 3.1.1 genoemde functies gelden de volgende beperkingen:
a         sex- en/of pornobedrijven en/of prostitutiebedrijven zijn niet toegestaan;
b         detailhandel en zelfstandige kantoren zijn niet toegestaan, met uitzonderingen van detailhandel als genoemd in de staat van bedrijfsactiviteiten;
c          benzineservicestations met LPG-verkoop zijn niet toegestaan;
d         inrichtingen als bedoeld in artikel 2.4 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer zijn niet toegestaan;
e         het aantal bedrijven per bestemmingsvlak mag niet meer bedragen dan het op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan bestaande aantal.

3.2        bouwregels

Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in lid 3.1.1 omschreven doeleinden en met inachtneming van de volgende bepalingen:

a         gebouwen mogen uitsluitend binnen de bouwvlakken worden gebouwd;
b         de goothoogte en bouwhoogte van gebouwen alsmede de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen op een bouwvlak bedraagt maximaal de in het maatvoeringsvlak aangegeven goothoogte, bouwhoogte respectievelijk bebouwingspercentage;
c          de hoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag ten hoogste bedragen:

        van erfafscheidingen vóór de voorste bouwgrens                     1 m;

        van erfafscheidingen in of achter de voorste bouwgrens            2 m;

        van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde                    3 m.

3.3        ontheffing van de bouwregels

3.3.1        Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in lid 3.2 onder c voor de realisatie van erfafscheidingen vóór de voorste bouwgrens met een hoogte van maximaal 2 m, met in achtneming van de bepaling dat ontheffing uitsluitend kan worden verleend indien een positief advies van de gemeentelijke welstandscommissie is ontvangen.

3.4        specifieke gebruiksregels

3.4.1        Onder verboden gebruik als bedoeld in artikel 7.10 Wro wordt tevens verstaan het gebruik van gebouwen voor de uitoefening van een prostitutiebedrijf, dan wel een seks- en/of pornobedrijf.

artikel 4        centrum

4.1        bestemmingsomschrijving

4.1.1        De voor "Centrum" aangewezen gronden zijn bestemd voor:
 
uitsluitend op de begane grond:
a         detailhandel;
b         horeca in categorie I, II en III als vermeld in de staat van horeca-activiteiten;
c          zakelijke dienstverlening;
d         maatschappelijke voorzieningen;
 
op de begane grond en de verdieping:
e         wonen;
f           de functies genoemd onder a t/m d ter plaatse van de functieaanduiding “ specifieke vorm van centrum – op verdieping”
 
alsmede voor:
g         erven en tuinen;
h         terrassen;
i           nutsvoorzieningen;
j           parkeervoorzieningen, waaronder een ondergrondse parkeergarage ter plaatse van de functieaanduiding “parkeergarage”;
k          water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding;
l           groenvoorzieningen;
m        overige bijbehorende voorzieningen;

 

met bijbehorende:

n         hoofdgebouwen;
o         bijgebouwen;
p         bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
 
4.1.2        Ten aanzien van de in lid 4.1.1 genoemde functies gelden de volgende bepalingen:
a         Op gronden met de specieke functieaanduiding “centrumdoeleinden op verdieping” mogen de functies detailhandel en horeca ook op de eerste verdieping van het gebouw worden uitgeoefend;
b         het aantal horecavestigingen binnen de gezamenlijke bouwvlakken mag niet meer bedragen dan het op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan bestaande aantal;
c          na beëindiging van een van de in lid 4.1.1 genoemde functies is ter plaatse uitsluitend een nieuwe horecavestiging toegestaan indien:

1          de beëindigde functie betrekking heeft op een horecavestiging;

2          de horeca-activiteiten behoren tot categorie I of II als vermeld in de staat van horeca-activiteiten.

 

4.2        bouwregels

Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in lid 4.1.1 omschreven doeleinden en met inachtneming van de volgende bepalingen:

a         gebouwen mogen uitsluitend binnen de bouwvlakken worden gebouwd;
b         de goothoogte en bouwhoogte van gebouwen alsmede de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen op een bouwvlak bedraagt maximaal de op in het maatvoeringsvlak aangegeven goothoogte, bouwhoogte respectievelijk bebouwingspercentage;
c          de bouwhoogte van een ondergrondse parkeergarage mag maximaal 5 m bedragen;
d         de hoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag ten hoogste bedragen:

-   van erfafscheidingen vóór de voorste bouwgrens                                     1 m;

-   van erfafscheidingen in of achter de voorste bouwgrens                            2 m;

-   van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde                                    3 m.

4.3        ontheffing van de bouwregels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in lid 4.2 onder d voor de realisatie van erfafscheidingen vóór de voorste bouwgrens met een hoogte van maximaal 2 m, met in achtneming van de bepaling dat ontheffing uitsluitend kan worden verleend indien een positief advies van de gemeentelijke welstandscommissie is ontvangen.

4.4        specifieke gebruiksregels

4.4.1        Onder verboden gebruik als bedoeld in artikel 7.10 Wro wordt tevens verstaan:
a         het gebruik van hoofd- of bijgebouwen voor de uitoefening van een prostitutiebedrijf, dan wel een seks- en/of pornobedrijf;
b         het gebruik van (vrijstaande) bijgebouwen als zelfstandige woning en/of als afhankelijke woonruimte.
 
4.4.2        Onder verboden gebruik als bedoeld in artikel 7.10 Wro wordt niet verstaan het gebruik van gedeelten van het hoofdgebouw voor een aan huis gebonden beroep, mits:
a         de uitoefening van het aan huis gebonden beroep plaats vindt:

-         in een eengezinswoning;

-         op de begane grondverdieping van een meergezinswoning;

-         op de begane grondverdieping behorende tot een bovenwoning;

b         het in gebruik te nemen bedrijfsvloeroppervlak niet meer bedraagt dan 30 m² en de woonfunctie primair en in ruimtelijke zin gehandhaafd blijft.

4.5        ontheffing van de gebruiksregels

4.5.1        Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in lid 4.1.1, voor de uitoefening van een aan huis gebonden beroep in een bijgebouw, mits:
a         het totaal ten behoeve van het aan huis gebonden beroep in gebruik te nemen bedrijfsvloeroppervlak, inclusief eventueel reeds in het hoofdgebouw daarvoor in gebruik zijnde ruimte, niet meer bedraagt dan 50 m2;
b         het gebruik geen onevenredige afbreuk doet aan de verkeersafwikkeling en de parkeerbalans;
c          geen horeca en geen detailhandel plaats vindt, uitgezonderd een beperkte verkoop ondergeschikt aan de uitoefening van het aan huis gebonden beroep;
d         de aard en de activiteiten van het bedrijf niet leiden tot een onevenredige hinder voor het woonmilieu en een onevenredige afbreuk van het woon- en leefklimaat in de omgeving.
 
4.5.2        Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in lid 4.1.1, voor de uitoefening van een aan huis gebonden bedrijf, mits:
a         de uitoefening van het aan huis gebonden bedrijf plaats vindt:

-         in een eengezinswoning of een tot deze woning behorend bijgebouw;

-         op de begane grondverdieping van een meergezinswoning;

-         op de begane grondverdieping behorende tot een bovenwoning;

b         het ten behoeve van het aan huis gebonden bedrijf in gebruik te nemen bedrijfsvloeroppervlak niet meer bedraagt dan 30 m2, met dien verstande dat de woonfunctie primair en in ruimtelijke zin gehandhaafd blijft;
c          het aan huis gebonden bedrijf voorkomt in milieucategorie A in de staat van bedrijfsactiviteiten of, voor wat betreft de aard en omvang van de milieuhinder die het veroorzaakt, gelijk gesteld kan worden aan een bedrijf behorende tot die milieucategorie;
d         het gebruik geen onevenredige afbreuk veroorzaakt op de verkeersafwikkeling en de parkeerbalans;
e         geen horeca en geen detailhandel plaats vindt, uitgezonderd een beperkte verkoop ondergeschikt aan de uitoefening van het aan huis gebonden bedrijf;
f           de aard en de activiteiten van het bedrijf niet leiden tot een onevenredige hinder voor het woonmilieu en een onevenredige afbreuk van het woon- en leefklimaat in de omgeving.
 
4.5.3        Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in lid 4.1.1 onder a t/m d voor de uitbreiding van de centrumvoorzieningen op de verdieping, mits:
a         het aantal voorzieningen niet wordt vergroot;
b         is aangetoond dat de uitbreiding wegens een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is;
c          is aangetoond dat er geen uitbreidingsmogelijkheden op de begane grond zijn;
d         de uitbreiding geen onevenredige afbreuk veroorzaakt op de verkeersafwikkeling en de parkeerbalans;
e         de uitbreiding geen onevenredige afbreuk veroorzaakt op het woon- en leefklimaat in de omgeving.
 

artikel 5        detailhandel

5.1        bestemmingsomschrijving

5.1.1        De voor “Detailhandel” aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a         detailhandel;
b         (inpandige) dienstwoningen, behorende bij het ter plaatse gevestigde bedrijf;
 
alsmede voor:
c          erven en tuinen;
d         nutsvoorzieningen;
e         parkeervoorzieningen;
f           water en voorzieningen ten behoeve de waterhuishouding;
g         overige bijbehorende voorzieningen;

 

met bijbehorende:

h         hoofdgebouwen;
i           bijgebouwen;
j           bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
 
5.1.2        De in lid 5.1.1 bedoelde gronden zijn tevens bestemd voor de doeleinden en bouwmogelijkheden die in hoofdstuk 3 voor de betrokken bestemming zijn aangegeven, inclusief de daarin opgenomen ontheffings- en/ of wijzigingsbevoegdheden en/ of aanlegvergunningvereisten.

5.2        bouwregels

Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in lid 5.1.1 omschreven doeleinden en met inachtneming van de volgende bepalingen:

a         gebouwen mogen uitsluitend binnen de bouwvlakken worden gebouwd;
b         de goothoogte en bouwhoogte van gebouwen alsmede de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen op een bouwvlak bedraagt maximaal de in het maatvoeringsvlak aangegeven goothoogte, bouwhoogte respectievelijk bebouwingspercentage;
c          de hoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag ten hoogste bedragen:

van erfafscheidingen vóór de voorste bouwgrens                                1 m;

van erfafscheidingen in of achter de voorste bouwgrens                        2 m;

van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde                                               3 m.

5.3        ontheffing van de bouwregels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in lid 5.2 onder c voor de realisatie van erfafscheidingen vóór de voorste bouwgrens met een hoogte van maximaal 2 m, met in achtneming van de bepaling dat ontheffing uitsluitend kan worden verleend indien een positief advies van de gemeentelijke welstandscommissie is ontvangen.

5.4        specifieke gebruiksregels

5.4.1        Onder verboden gebruik als bedoeld in artikel 7.10 Wro wordt tevens verstaan het gebruik van hoofd- of bijgebouwen voor de uitoefening van een prostitutiebedrijf, dan wel een seks- en/of pornobedrijf;
 
5.4.2        Onder verboden gebruik als bedoeld in artikel 7.10 Wro wordt niet verstaan het gebruik van gedeelten van de dienstwoning voor een aan huis gebonden beroep.

artikel 6        dienstverlening

6.1        bestemmingsomschrijving

6.1.1        De voor “Dienstenverlening” aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a         bedrijven, kantoren en instellingen op financieel, juridisch of (ontwerp)-technisch gebied dan wel op het gebied van communicatie en informatie;
 
alsmede voor:
b         erven en tuinen;
c          nutsvoorzieningen;
d         parkeervoorzieningen;
e         water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding;
f           overige bijbehorende voorzieningen;
 

met bijbehorende:

g         hoofdgebouwen;
h         bijgebouwen;
i           bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
 
6.1.2        De in lid 6.1.1 bedoelde gronden zijn tevens bestemd voor de doeleinden en bouwmogelijkheden die in hoofdstuk 3 voor de betrokken bestemming zijn aangegeven, inclusief de daarin opgenomen ontheffings- en/ of wijzigingsbevoegdheden en/ of aanlegvergunningvereisten.

6.2        bouwregels

Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in lid 6.1.1 omschreven doeleinden en met inachtneming van de volgende bepalingen:

a         gebouwen mogen uitsluitend binnen de bouwvlakken worden gebouwd;
b         de goothoogte en bouwhoogte van gebouwen alsmede de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen op een bouwvlak bedraagt maximaal de in het maatvoeringsvlak aangegeven goothoogte, bouwhoogte respectievelijk bebouwingspercentage;
c          de hoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag ten hoogste bedragen:

van erfafscheidingen vóór de voorste bouwgrens                                1 m;

van erfafscheidingen in of achter de voorste bouwgrens                       2 m;

van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde                                               3 m.

6.3        ontheffing van de bouwregels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in lid 6.2 onder c voor de realisatie van erfafscheidingen vóór de voorste bouwgrens met een hoogte van maximaal 2 m, met in achtneming van de bepaling dat ontheffing uitsluitend kan worden verleend indien een positief advies van de gemeentelijke welstandscommissie is ontvangen.

6.4        specifieke gebruiksregels

6.4.1        Onder verboden gebruik als bedoeld in artikel 7.10 Wro wordt tevens verstaan het gebruik van hoofd- of bijgebouwen voor de uitoefening van een prostitutiebedrijf, dan wel een seks- en/of pornobedrijf;
 
6.4.2        Onder verboden gebruik als bedoeld in artikel 7.10 Wro wordt niet verstaan het gebruik van gedeelten van de dienstwoning voor een aan huis gebonden beroep.

artikel 7        garageboxen

7.1        bestemmingsomschrijving

7.1.1        De voor “garageboxen” aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a         stalling van auto’s en (motor)voertuigen;

 

alsmede voor:

b         overige bijbehorende voorzieningen;

 

met bijbehorende:

c          gebouwen;
d         bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
 
7.1.2        De in lid 7.1.1 bedoelde gronden zijn tevens bestemd voor de doeleinden en bouwmogelijkheden die in hoofdstuk 3 voor de betrokken bestemming zijn aangegeven, inclusief de daarin opgenomen ontheffings- en/ of wijzigingsbevoegdheden en / of aanlegvergunningvereisten.

7.2        bouwen

Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in lid 7.1.1 omschreven doeleinden en met inachtneming van de volgende bepalingen:

a         gebouwen mogen uitsluitend binnen de bouwvlakken worden gebouwd;
b         de goothoogte en bouwhoogte van gebouwen mag ten hoogste 3 m bedragen;
c          de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 2 m bedragen.

artikel 8        groen

8.1        bestemmingsomschrijving

8.1.1        De voor “Groen” aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a         plantsoenen, groenstroken en overige aanplanten,
 
alsmede voor:
b         voet- en fietspaden;
c          speelvoorzieningen
d         water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding;
 
met bijbehorende:
e         bouwwerken, geen gebouw zijnde;
 
8.1.2        De in lid 8.1.1 bedoelde gronden zijn tevens bestemd voor de doeleinden en bouwmogelijkheden die in hoofdstuk 3 voor de betrokken bestemming zijn aangegeven, inclusief de daarin opgenomen ontheffings- en / of wijzigingsbevoegdheden en / of aanlegvergunningvereisten.

8.2        bouwregels

Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in lid 8.1.1 omschreven doeleinden en met inachtneming van de volgende bepalingen:

a         gebouwen zijn niet toegestaan;
b         de bouwhoogte van speelvoorzieningen mag ten hoogste 6 m bedragen;
c          de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 2 m bedragen.

artikel 9         horeca

9.1        bestemmingsomschrijving

9.1.1        De voor “Horeca” aangewezen gronden zijn bestemd voor horeca overeenkomstig de subbestemming:
a         HIII middelzware horeca, als vermeld in de staat van horeca-activiteiten;
 
alsmede voor:
b         terrassen;
c          erven en tuinen;
d         nutsvoorzieningen;
e         parkeervoorzieningen;
f           water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding;
g         overige bijbehorende voorzieningen;

 

met bijbehorende:

h         hoofdgebouwen;
i           bijgebouwen;
j           bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
 
9.1.2        De in lid 9.1.1 bedoelde gronden zijn tevens bestemd voor de doeleinden en bouwmogelijkheden die in hoofdstuk 3 voor de betrokken bestemming zijn aangegeven, inclusief de daarin opgenomen ontheffings- en / of wijzigingsbevoegdheden en / of aanlegvergunningvereisten.

9.2        bouwregels

Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in lid 9.1.1 omschreven doeleinden en met inachtneming van de volgende bepalingen:

a         gebouwen mogen uitsluitend binnen de bouwvlakken worden gebouwd;
b         de goothoogte en bouwhoogte van gebouwen alsmede de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen op een bouwvlak bedraagt maximaal de in het maatvoeringsvlak aangegeven goothoogte, bouwhoogte respectievelijk bebouwingspercentage;
c          de hoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag ten hoogste bedragen:

van erfafscheidingen vóór de voorste bouwgrens                                             1 m;

van erfafscheidingen in of achter de voorste bouwgrens                    2 m;

van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde                                            3 m.

9.3        ontheffing van de bouwregels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in lid 9.2 onder d voor de realisatie van erfafscheidingen vóór de voorste bouwgrens met een hoogte van maximaal 2 m, met in achtneming van de bepaling dat ontheffing uitsluitend kan worden verleend indien een positief advies van de gemeentelijke welstandscommissie is ontvangen.

9.4        specifieke gebruiksregels

9.4.1        Onder verboden gebruik als bedoeld in artikel 7.10 Wro wordt tevens verstaan het gebruik van hoofd- of bijgebouwen voor de uitoefening van een prostitutiebedrijf, dan wel een seks- en/of pornobedrijf;
 
9.4.2        Onder verboden gebruik als bedoeld in artikel 7.10 Wro wordt niet verstaan het gebruik van gedeelten van de dienstwoning voor een aan huis gebonden beroep.

9.5        ontheffing van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in lid 9.1.1 voor:
a         de vestiging van horecabedrijven in een lagere categorie dan in deze regels aangegeven;
b         horeca-activiteiten die niet zijn vermeld in de staat van horeca-activiteiten, mits:

1          de horeca-activiteiten voor wat betreft de aard en omvang van de milieuhinder die zij veroorzaken, gelijk gesteld kunnen worden aan horeca-activiteiten behorende tot categorie I, II of III als vermeld in de staat van horeca-activiteiten;

2          de horeca-activiteiten niet leiden tot een onevenredige inbreuk op het woon- en leefklimaat in de omgeving.

 


artikel 10         maatschappelijk

10.1        bestemmingsomschrijving

10.1.1        De voor “Maatschappelijk” aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a         instellingen en voorzieningen op medisch, sociaal-cultureel, educatief of religieus gebied dan wel op het gebied van sport en recreatie of openbaar bestuur, waaronder begrepen bejaarden- en verzorgingstehuizen;
 
alsmede voor:
b         erven en tuinen;
c          nutsvoorzieningen;
d         parkeervoorzieningen
e         water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding;
f           overige bijbehorende voorzieningen;

 

met bijbehorende:

g         hoofdgebouwen;
h         bijgebouwen;
i           bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
 
10.1.2        De in lid 10.1.1 bedoelde gronden zijn tevens bestemd voor de doeleinden en bouwmogelijkheden die in hoofdstuk 3 voor de betrokken bestemming zijn aangegeven, inclusief de daarin opgenomen ontheffings- en / of wijzigingsbevoegdheden en / of aanlegvergunningvereisten.

10.2        bouwregels

Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in lid 10.1.1 omschreven doeleinden en met inachtneming van de volgende bepalingen:

a         gebouwen mogen uitsluitend binnen de bouwvlakken worden gebouwd;
b         de goothoogte en bouwhoogte van gebouwen alsmede de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen op een bouwvlak bedraagt maximaal de in het maatvoeringsvlak aangegeven goothoogte, bouwhoogte respectievelijk bebouwingspercentage;
c          op gronden met de bouwaanduiding “onderdoorgang” mag slechts bebouwing worden opgericht indien de begane grondlaag vrij blijft van bebouwing met een doorgangsruimte van ten minste 3 m;
d         de hoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, bedraagt maximaal voor:

-         erfafscheidingen                                                     2 m;

-         overige bouwwerken, geen gebouw zijnde 3 m.


artikel 11        tuin

11.1        bestemmingsomschrijving

11.1.1        De voor “Tuin” aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a          tuin;
 
alsmede voor:
b         water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding;
 
met bijbehorende:
c          gebouwen
d         bouwwerken, geen gebouw zijnde.
 
11.1.2        De in lid 11.1.1 bedoelde gronden zijn tevens bestemd voor de doeleinden en bouwmogelijkheden die in hoofdstuk 3 voor de betrokken bestemming zijn aangegeven, inclusief de daarin opgenomen ontheffings- en / of wijzigingsbevoegdheden en / of aanlegvergunningvereisten.

11.2        bouwregels

Bouwen is uitsluitend toegestaan:

a         ten dienste van de in lid 11.1.1 omschreven doeleinden en met inachtneming van de volgende bepalingen:

1          uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde, zijn toegestaan;

2          de hoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, ten hoogste mag bedragen:

van erfafscheidingen vóór de voorste bouwgrens                                              1 m;

van erfafscheidingen in of achter de voorste bouwgrens                     2 m;

van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde                                            3 m;

b         ten dienste van de in artikel 11 omschreven doeleinden ten behoeve van tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, erkers, entreeportalen, veranda’s en afdaken, mits:

1          de overschrijding niet meer bedraagt dan 1,5 m;

2          de hoogte van erkers, entreeportalen en veranda’s niet meer bedraagt dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het betreffende gebouw + 0,25 m;

3          de breedte van erkers, entreeportalen en veranda’s niet meer bedraagt dan 60% van de breedte van de betreffende gevel van het gebouw.

11.3        ontheffing van de bouwregels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in lid 11.2 onder a voor de realisatie van erfafscheidingen vóór de voorste bouwgrens met een hoogte van maximaal 2 m, met in achtneming van de bepaling dat ontheffing uitsluitend kan worden verleend indien een positief advies van de gemeentelijke welstandscommissie is ontvangen.


artikel 12        verkeer

12.1        bestemmingsregels

12.1.1        De voor “Verkeer” aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a         wegen, voet- en fietspaden;
b         pleinen;
c          parkeerterreinen en andere openbare ruimten;
d         parkeergarage, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding “parkeergarage”;
met zowel een functie voor verblijf als voor verkeer gericht op aangrenzende en nabijgelegen bestemmingen,

 

alsmede voor:

e         speelvoorzieningen;
f           groen en water(lopen);
g         overige bijbehorende voorzieningen;

 

met bijbehorende:

h         kunstuitingen;
i           nutsvoorzieningen;
j           overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

12.2        bouwregels

Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in lid 12.1 omschreven doeleinden en met inachtneming van de volgende bepalingen:

a         gebouwen zijn niet toegestaan, met uitzondering van de parkeergarage ter plaatse van de aanduiding “parkeergarage”;
b         de goothoogte en bouwhoogte alsmede de oppervlakte van de parkeergarage bedraagt maximaal de in het maatvoeringvlak aangegeven goothoogte, bouwhoogte respectievelijk bebouwingspercentage; bij een ondergrondse parkeergarage mag de bouwhoogte maximaal 5 m bedragen;
c          de hoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag ten hoogste bedragen:

-         van verlichting                                                                                               6 m;

-         van speelvoorzieningen                                                                                                 6 m;

-         van kunstuitingen                                                                                         12 m;

-         van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde                                                                 2 m.

12.3        specifieke gebruiksregels

Onder verboden gebruik als bedoeld in artikel 7.10 Wro wordt niet verstaan het gebruik van gronden voor onoverdekte terrassen.

 


artikel 13        wonen

13.1        bestemmingsomschrijving

13.1.1        De voor “Wonen” aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a         wonen;

 

alsmede voor:
b         erven;
c          water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding;

 

met bijbehorende:

d         hoofdgebouwen;
e         bijgebouwen;
f           bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

 

13.1.2        Op de met de functieaanduiding “dienstverlening” aangegeven gronden is uitsluitend op de begane grond dienstverlening toegestaan.
 
13.1.3        Op de met de functieaanduiding “detailhandel” aangegeven gronden is uitsluitend op de begane grond detailhandel toegestaan.
 
13.1.4        Op de met de functieaanduiding “horeca” aangegegeven gronden is uitsluitend op de begane grond lichte horeca, als vermeld in de categorieën 1 en 2 van de staat van horeca-activiteiten (bijlage 1) toegestaan.
 
13.1.5        De met de “specifieke bouwaanduiding - rijksmonument” aangegeven gronden zijn tevens aangewezen voor het behoud van monumentale waarden.
 
13.1.6        De in lid 13.1.1 bedoelde gronden zijn tevens bestemd voor de doeleinden en bouwmogelijkheden die in hoofdstuk 3 voor de betrokken bestemming zijn aangegeven, inclusief de daarin opgenomen ontheffings- en / of wijzigingsbevoegdheden en / of aanlegvergunningvereisten.

13.2        bouwregels

Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in lid 13.1 omschreven doeleinden en met inachtneming van de volgende bepalingen:

a         hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen de bouwvlakken worden gebouwd;
b         de voorgevel van hoofdgebouwen mag uitsluitend in de voorste bouwgrens worden gebouwd;
c          de horizontale diepte van het hoofdgebouw mag ten hoogste bedragen:

1          op de begane grond/eerste bouwlaag                                                     15     m;

2          op de volgende bouwlagen                                                                   12,5  m,

met dien verstande dat de afstand van de achtergevel tot de achterste grens van het bouwperceel minimaal 5 m bedraagt;

d         op gronden met de bouwaanduiding “onderdoorgang” mag slechts bebouwing worden opgericht indien de begane grondlaag vrij blijft van bebouwing met een doorgangsruimte van ten minste 3 m;
e         het gezamenlijk te bebouwen oppervlak van bijgebouwen mag per bouwperceel ten hoogste 50% bedragen van de gronden gelegen buiten de bouwvlakken, tot een oppervlakte van maximaal 70 m2, met dien verstande dat het oppervlak aan vrijstaande bijgebouwen maximaal 50 m2 mag bedragen;
f           bijgebouwen mogen uitsluitend op een afstand van ten minste 2 m achter de voorste bouwgrens of de lijn in het verlengde daarvan worden gebouwd;

g         de goot- en/of bouwhoogte van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste bedragen:

goothoogte                       bouwhoogte

-         van hoofdgebouwen                                          zie maatvoeringsvlak        zie maatvoeringsvlak

-         van aangebouwde bijgebouwen                          hoogte eerste                   goothoogte+afstand

                                                                           bouwlaag                        tot perceelsgrens,

                                                                           tot hoofdgebouw               maximum van 5 m;

                                                                   +0,25 m

-          van vrijstaande bijgebouwen                              3 m                                goothoogte+afstand

                                                                                                                 tot perceelsgrens,

                                                                                                                 tot maximum van 5 m;

-         van erfafscheidingen

vóór de voorste bouwgrens                            -                                     1 m;

-         van erfafscheidingen in of

achter de voorste bouwgrens                          -                                     2 m;

-         van overige bouwwerken,

geen gebouwen zijnde                                   -                                     3 m.

13.3        ontheffing van de bouwregels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in lid 13.2 onder f voor de realisatie van erfafscheidingen vóór de voorste bouwgrens met een hoogte van maximaal 2 m, met in achtneming van de bepaling dat ontheffing uitsluitend kan worden verleend indien een positief advies van de gemeentelijke welstandscommissie is ontvangen.

13.4        specifieke gebruiksregels

13.4.1        Onder verboden gebruik als bedoeld in artikel 7.10 Wro wordt tevens verstaan:
a         het gebruik van hoofd- of bijgebouwen voor de uitoefening van een prostitutiebedrijf, dan wel een seks- en/of pornobedrijf;
b         het gebruik van (vrijstaande) bijgebouwen als zelfstandige woning en/of als afhankelijke woonruimte.

13.5        ontheffing van de gebruiksregels

13.5.1        Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in lid 13.4.1. onder b voor het gebruik van een (vrijstaand) bijgebouw als afhankelijke woonruimte, mits:
a         een dergelijke bewoning noodzakelijk is uit het oogpunt van mantelzorg;
b         het gebruik beperkt blijft tot de in lid 13.2 onder d t/m f genoemde bouwmogelijkheden voor bijgebouwen;
c          de belangen van de rechthebbenden op de aan het bouwperceel grenzende gronden niet onevenredig worden geschaad.
 
13.5.2        Onder verboden gebruik als bedoeld in artikel 7.10 Wro wordt niet verstaan het gebruik van gedeelten van het hoofdgebouw en bijgebouwen voor een aan huis gebonden beroep of een aan huis gevonden bedrijf.
 
13.5.3        Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in lid 13.1.1, voor de uitoefening van een aan huis gebonden beroep, mits:
a         de uitoefening van het aan huis gebonden beroep plaatsvindt:

-         in een eengezinswoning of een tot deze woning behorend bijgebouw;

-         op de begane grondverdieping van een meergezinswoning

-         op de begane grondverdieping behorende tot een bovenwoning;

b         het ten behoeve van het aan huis gebonden beroep in gebruik te nemen vloeroppervlak niet meer bedraagt dan 30 m2,  met dien verstande dat de woonfunctie primair en in ruimtelijke zin gehandhaafd blijft;
c          het gebruik geen onevenredige afbreuk veroorzaakt op de verkeersafwikkeling en de parkeerbalans;
d         het gebruik de belangen van derden niet onevenredig schaadt;
e         geen horeca en geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd een beperkte verkoop ondergeschikt aan de uitoefening van het aan huis gebonden beroep;
f           de aard en de activiteiten van het bedrijf niet leiden tot een onevenredige hinder voor het woonmilieu en een onevenredige afbreuk van het woon- en leefklimaat in de omgeving.
 
13.5.4        Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in lid 13.1.1, voor de uitoefening van een aan huis gebonden bedrijf, mits:
a         de uitoefening van het aan huis gebonden bedrijf plaats vindt:

-         in een eengezinswoning of een tot deze woning behorend bijgebouw;

-         op de begane grondverdieping van een meergezinswoning;

-         op de begane grondverdieping behorende tot een bovenwoning;

b         het ten behoeve van het aan huis gebonden bedrijf in gebruik te nemen bedrijfsvloeroppervlak niet meer bedraagt dan 30 m2, met dien verstande dat de woonfunctie primair en in ruimtelijke zin gehandhaafd blijft;
c          het aan huis gebonden bedrijf voorkomt in milieucategorie A in de staat van bedrijfsactiviteiten of, voor wat betreft de aard en omvang van de milieuhinder die het veroorzaakt, gelijk gesteld kan worden aan een bedrijf behorende tot die milieucategorie;
d         het gebruik geen onevenredige afbreuk doet aan de verkeersafwikkeling en de parkeerbalans;
e         het gebruik de belangen van derden niet onevenredig schaadt;
f           geen horeca en geen detailhandel plaats vindt, uitgezonderd een beperkte verkoop ondergeschikt aan de uitoefening van het aan huis gebonden bedrijf;
g         de aard en de activiteiten van het bedrijf niet leiden tot een onevenredige hinder voor het woonmilieu en een onevenredige afbreuk van het woon- en leefklimaat in de omgeving.

artikel 14        waarde - archeologie

14.1        doeleinden

De voor “Waarde – Archeologie” aangewezen zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor doeleinden ter bescherming van archeologische waarden. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen.

14.2        bouwen

In afwijking van het bepaalde in hoofdstuk 2 van deze regels, mogen op de in lid 14.1 bedoelde gronden geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van:

a         ver-/nieuwbouw van bestaande gebouwen ten behoeve van het bepaalde in hoofdstuk 2 van deze regels, waarbij de bestaande oppervlakte van het gebouw, gelegen op minder dan 1 meter boven peil, niet worden vergroot of veranderd;
b         de bouw van een bijgebouw of de uitbreiding van een bestaand hoofdgebouw met ten hoogste 100 m2 eenmalig per perceel.

14.3        ontheffing

14.3.1        Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in lid 14.2, voor het bouwen van gebouwen in overeenstemming met het bepaalde in hoofdstuk 2 van deze regels, indien is gebleken dat het oprichten van het gebouw niet zal leiden tot een verstoring van de archeologische waarden.
 
14.3.2        Voor zover het oprichten van het bouwwerk, waarvoor ontheffing wordt gevraagd, kan leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kunnen burgemeester en wethouders vrijstelling verlenen van het bepaalde in lid 14.2, indien aan de vergunning de volgende voorschriften worden verbonden:
a         de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden;
b         de verplichting tot het doen van opgravingen, of
c          de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.

 

14.3.3        De ontheffing wordt niet verleend dan nadat de aanvrager een rapport heeft overgelegd, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld.

 


14.4        aanlegvergunning

14.4.1        Het is verboden zonder of in afwijking van een aanlegvergunning van burgemeester en wethouders op de in lid 14.1 bedoelde gronden de volgende andere-werken uit te voeren:
a         het vergraven, afgraven en egaliseren van gronden, dieper dan 0,30 m;
b         het aanbrengen van diepwortelende beplantingen;
c          het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden, parkeergelegenheden en andere oppervlakteverhardingen;
d         heien, draineren en diepwoelen.

 

14.4.2        Een aanlegvergunning als bedoeld in lid 14.4.1 mag alleen en moet worden geweigerd indien door het uitvoeren van de andere-werken, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen van deze andere-werken en werkzaamheden zullen leiden tot een onevenredige verstoring van de archeologische waarden.
 
14.4.3        Voor zover de in lid 14.4.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de vergunning worden verleend, indien aan de vergunning de volgende voorschriften worden verbonden:
a         de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden;
b         de verplichting tot het doen van opgravingen, of;
c          de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.

 

14.4.4        De aanlegvergunning wordt niet verleend dan nadat de aanvrager een rapport heeft overgelegd, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld.
 
14.4.5        Een aanlegvergunning als bedoeld in lid 14.4.1 is niet vereist voor:
a         andere-werken, die behoren tot het normale onderhoud en beheer;
b         andere-werken, die op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning.

4          algemene regels

artikel 15        anti-dubbeltelbepaling

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.


artikel 16        algemene bouwregels

16.1        In die gevallen dat de goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud, horizontale dan wel verticale diepte en/of de afstand tot enige in dit bestemmingsplan aangegeven lijn van bouwwerken, die in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet tot stand zijn gekomen, op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder dan wel meer bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven respectievelijk toegestaan, geldt die bestaande goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud en/of afstand in afwijking daarvan als minimaal respectievelijk maximaal toegestaan.

16.2        In die gevallen dat een bebouwingspercentage, dat in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet tot stand is gekomen, op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze regels zijn voorgeschreven, geldt dat bebouwingspercentage in afwijking daarvan als maximaal toegestaan.

16.3        Een in dit bestemmingsplan aangegeven percentage, geeft aan hoeveel van het bouwvlak van het desbetreffende bouwperceel ten hoogste mag worden bebouwd met gebouwen en overkappingen. Bij het ontbreken van een percentage mag het bouwvlak volledig worden bebouwd, tenzij in hoofdstuk 2 anders is bepaald.

16.4        Het bepaalde in dit bestemmingsplan omtrent de situering, de horizontale diepte en de oppervlakte van bouwwerken, alsmede het bebouwingspercentage, is op overeenkomstige wijze van toepassing op ondergronds bouwen, met dien verstande dat de verticale diepte van ondergrondse bouwwerken niet meer dan 5 m mag bedragen.


artikel 17        algemene aanduidingsregels

a         Op de gronden binnen de gebiedsaanduiding “geluidzone – industrie” mogen geen nieuwe woningen en andere in de zin van de Wet geluidhinder gevoelige gebouwen worden gebouwd.
b         Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in lid a, mits voor de locatie van de nieuw te bouwen woning(en) een hogere grenswaarde is vastgesteld en die grenswaarde niet wordt overschreden.

artikel 18        algemene ontheffingsregels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in het plan voor:

a         het afwijken van de voorgeschreven goothoogte, hoogte, oppervlakte, inhoud en afstand van bouwwerken, dan wel een voorgeschreven bebouwingspercentage, eventueel met overschrijding van de bouwgrenzen, mits de afwijking niet meer bedraagt dan 10% van de in deze regels voorgeschreven afmetingen en afstanden;
b         het afwijken van bestemmingsgrenzen, bouwgrenzen en overige aanduidingen in het horizontale vlak, indien en voor zover afwijking noodzakelijk is in verband met de uitmeting van het terrein en er geen dringende reden zijn die zich tegen de afwijking verzetten, mits de afwijking niet meer dan 2,5 m bedraagt;
c          het afwijken van bouwgrenzen en overige aanduidingen in het horizontale vlak, niet zijnde bestemmingsgrenzen, indien en voor zover afwijking noodzakelijk is uit een oogpunt van doelmatig gebruik van de grond, mits de afwijking niet meer dan 2,5 m bedraagt;
d         het overschrijden van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen door:

1          tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, erkers, entreeportalen, veranda’s, afdaken en andere daarmee gelijk te stellen ondergeschikte delen van gebouwen, mits:

a          de overschrijding niet meer bedraagt dan 1,5 m;

b          de hoogte van erkers, entreeportalen en veranda’s niet meer bedraagt dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het betreffende gebouw + 0,25 m;

c          de breedte van erkers, entreeportalen en veranda’s niet meer bedraagt dan 60% van de breedte van de betreffende gevel van het gebouw;

d          de afstand tot de bestemmingsgrens minimaal 2,5 m bedraagt, daar waar het bestemmingsvlak grenst aan een bestemming "verkeersgebied";

2          andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 1 m.


artikel 19        algemene wijzigingsregels

19.1        Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen op de in de navolgende leden aangegeven onderdelen.

19.2        Het wijzigen van de bestemmingen “wonen” met de functieaanduidingen “detailhandel” en “horeca” door het schrappen van de functieaanduiding of wijzigen in de functieaanduiding “dienstverlening”, met inachtneming van de volgende voorwaarden:

a         de functies detailhandel, c.q. horeca in het betreffende pand gedurende minimaal 2 jaren niet meer is uitgeoefend;
b         een eventueel nieuw te realiseren woning dient te passen binnen de onderscheiden woonmilieus in de regionale woonmilieuvisie;
c          de voorkeursgrenswaarde als bedoeld in de Wet geluidhinder, dan wel de vóór de vaststelling van het plan vastgestelde hogere grenswaarde, mag niet worden overschreden;
d         bodemsanering niet noodzakelijk is dan wel vóór uitvoering van het wijzigingsplan zal plaatsvinden.

artikel 20        overige regels

De voorschriften van de bouwverordening ten aanzien van onderwerpen van stedenbouwkundige aard blijven overeenkomstig het bepaalde in artikel 9 tweede lid van de Woningwet buiten toepassing, behoudens ten aanzien van de volgende onderwerpen:

a         de richtlijnen voor het verlenen van ontheffing van de stedenbouwkundige bepalingen in de bouwverordening;
b         de invloed van de omgeving op een bouwwerk;
c          de bereikbaarheid van gebouwen voor het wegverkeer;
d         de bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten;
e         de parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden;
f           de ruimte tussen bouwwerken;
g         erf- en terreinafscheidingen.

5          overgangs- en slotregels

artikel 21        overgangsbepaling voor bouwwerken

21.1        Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een bouwvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,

a         gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
b         na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de bouwvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

21.2        Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig ontheffing verlenen van lid 21.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 21.1 met maximaal 10%.

21.3        Lid 21.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.


artikel 22        overgangsbepaling voor gebruik

22.1        Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

22.2        Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 22.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

22.3        Indien het gebruik, bedoeld in het lid 22.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

22.4        Lid 22.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.


artikel 23        titel

Deze regels worden aangehaald als:

Regels van het bestemmingsplan “Geleen centrum 2009” van de gemeente Sittard-Geleen.


bijlage 1      staat van horeca-activiteiten

categorie I: “aan de detailhandelsfunctie verwante lichte horeca”

automatiek;

broodjeszaak;

cafetaria;

croissanterie;

koffiebar;

lunchroom;

ijssalon;

snackbar;

tearoom;

traiteur.

 

categorie II: “overige lichte horeca”

bistro;

restaurant;

hotel/pension.

 

categorie III: “middelzware horeca”

bar;

bierhuis;

biljartcentrum;

café;

proeflokaal;

dansschool;

zalenverhuur (zonder regulier gebruik ten behoeve van feesten en muziek-/dans-evenementen.

 

categorie IV: “zware horeca”

dancing;

discotheek;

nachtclub;

partycentrum (regulier gebruik ten behoeve van feesten en muziek-/dans-evenementen.

 


Bijlage 2      staat van bedrijfsactiviteiten

 

SBI-CODE

OMSCHRIJVING

CATEGORIE

15

VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN

 

151

Slachterijen en overige vleesverwerking:

 

151

- vleeswaren- en vleesconservenfabrieken, p.o. < 200 m²

B

1552

Consumptie-ijsfabrieken, p.o. < 200 m²

B

1581

Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen, v.c. < 2500 kg meel/week

B

1584

Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk:

 

1584

- Cacao- en chocoladefabrieken- vervaardigen van chocoladewerken met p.o. < 200 m²

B

1584

- Suikerwerkfabrieken zonder suiker branden, p.o. < 200 m²

B

1593 t/m 1595

Vervaardiging van wijn, cider e.d.

B

 

 

 

17

VERVAARDIGING VAN TEXTIEL

 

174, 175

Vervaardiging van textielwaren

B

176, 177

Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen en artikelen

B

 

 

 

18

VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT

 

181

Vervaardiging kleding van leer

B

 

 

 

20

HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D.

 

203, 204, 205

Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout, p.o. < 200 m2

B

205

Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken

B

22

 

 

22

UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA

 

221

Uitgeverijen (kantoren)

A

2222.6

Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen

B

2223

Grafische afwerking

A

2223

Binderijen

B

2224

Grafische reproduktie en zetten

B

2225

Overige grafische aktiviteiten

B

223

Reproduktiebedrijven opgenomen media

A

 

 

 

24

VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUKTEN

 

2442

Farmaceutische produktenfabrieken:

 

2442

- verbandmiddelenfabrieken

B

 

 

 

26

VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUKTEN

 

2615

Glasbewerkingsbedrijven

B

262, 263

Aardewerkfabrieken:

 

262, 263

- vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW

B

267

Natuursteenbewerkingsbedrijven:

 

267

- indien p.o. < 2.000 m²

B

2681

Slijp- en polijstmiddelen fabrieken

B


SBI-CODE

OMSCHRIJVING

CATEGORIE

28

VERVAARD. VAN PRODUKTEN VAN METAAL (EXCL. MACH./TRANSPORTMIDD.)

 

281

- gesloten gebouw, p.o. < 200 m2

B

284

Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d., p.o. < 200 m2

B

2852

Overige metaalbewerkende industrie, inpandig, p.o. <200m2

B

287

Overige metaalwarenfabrieken n.e.g.; inpandig, p.o. <200 m2

B

 

 

 

30

VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS

 

30

Kantoormachines- en computerfabrieken

B

 

 

 

33

VERVAARDIGING MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN

 

33

Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d.

B

 

 

 

36

VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G.

 

361

Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2

A

362

Fabricage van munten, sieraden e.d.

B

363

Muziekinstrumentenfabrieken

B

3661.1

Sociale werkvoorziening

B

 

 

 

45

BOUWNIJVERHEID

 

45

Aannemersbedrijven met werkplaats, b.o. < 1000 m2

B

 

 

 

50

HANDEL/REPARATIE VAN AUTO'S, MOTORFIETSEN; BENZINESERVICESTATIONS

 

501, 502, 504

Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven

B

5020.4

Autobeklederijen

A

5020.5

Autowasserijen

B

503, 504

Handel in auto- en motorfietsonderdelen en -accessoires

B

 

 

 

51

GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING

 

511

Handelsbemiddeling (kantoren)

A

5134

Grth in dranken

C

5135

Grth in tabaksprodukten

C

5136

Grth in suiker, chocolade en suikerwerk

C

5137

Grth in koffie, thee, cacao en specerijen

C

514

Grth in overige consumentenartikelen

C

5148.7

Grth in vuurwerk en munitie:

 

5148.7

- consumentenvuurwerk, verpakt, opslag < 10 ton

B

5153

Grth in hout en bouwmaterialen:

 

5153

- algemeen

C

5153

- indien b.o. < 2000 m2

B

5153.4

zand en grind:

 

5153.4

- indien b.o. < 200 m²

B

5154

Grth in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur:

 

5154

- algemeen

C

5154

- indien b.o. <2.000 m²

B

5156

Grth in overige intermediaire goederen

C

5162

Grth in machines en apparaten, exclusief machines voord de bouwnijverheid

C

517

Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d.

C


SBI-CODE

OMSCHRIJVING

CATEGORIE

55

LOGIES-, MAALTIJDEN- EN DRANKENVERSTREKKING

 

5511, 5512

Hotels en pensions met keuken, conferentie-oorden en congrescentra

A

553

Restaurants, cafetaria's, snackbars, ijssalons met eigen ijsbereiding, viskramen e.d.

A

 

 

 

60

VERVOER OVER LAND

 

6022

Taxibedrijven

B

6024

Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks), b.o. < 1.000 m²

C

603

Pomp- en compressorstations van pijpleidingen

B

 

 

 

61, 62

VERVOER OVER WATER / DOOR DE LUCHT

 

61, 62

Vervoersbedrijven (uitsluitend kantoren)

A

 

 

 

63

DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER

 

6321

Autoparkeerterreinen, parkeergarages

C

6322, 6323

Overige dienstverlening t.b.v. vervoer (kantoren)

A

633

Reisorganisaties

A

634

Expediteurs, cargadoors (kantoren)

A

 

 

 

64

POST EN TELECOMMUNICATIE

 

641

Post- en koeriersdiensten

C

642

Telecommunicatiebedrijven

A

642

zendinstallaties:

 

642

- FM en TV

B

642

- GSM en UMTS-steunzenders

B

 

 

 

65, 66, 67

FINANCIELE INSTELLINGEN EN VERZEKERINGSWEZEN

 

65, 66, 67

Banken, verzekeringsbedrijven, beurzen

B

 

 

 

70

VERHUUR VAN EN HANDEL IN ONROEREND GOED

 

70

Verhuur van en handel in onroerend goed

A

 

 

 

71

VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN, MACHINES, ANDERE ROERENDE GOEDEREN

 

711

Personenautoverhuurbedrijven

B

712

Verhuurbedrijven voor transportmiddelen (excl. personenauto's)

C

713

Verhuurbedrijven voor machines en werktuigen

C

714

Verhuurbedrijven voor roerende goederen n.e.g.

C

 

 

 

72

COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE

 

72

Computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d.

A

72

Switchhouses

B

 

 

 

73

SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK

 

732

Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek

A

 

 

 

 

 

 

 

 

 


SBI-CODE

OMSCHRIJVING

CATEGORIE

74

OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING

 

74

Overige zakelijke dienstverlening: kantoren

A

7481.3

Foto- en filmontwikkelcentrales

C

7484.4

Veilingen voor huisraad, kunst e.d.

A

 

 

 

75

OPENBAAR BESTUUR, OVERHEIDSDIENSTEN, SOCIALE VERZEKERINGEN

 

75

Openbaar bestuur (kantoren e.d.)

A

7525

Brandweerkazernes

C

 

 

 

80

ONDERWIJS

 

801, 802

Scholen voor basis- en algemeen voortgezet onderwijs

B

803, 804

Scholen voor beroeps-, hoger en overig onderwijs

B

 

 

 

85

GEZONDHEIDS- EN WELZIJNSZORG

 

8512, 8513

Artsenpraktijken, klinieken en dagverblijven

A

8514, 8515

Consultatiebureaus

A

853

Verpleeghuizen

B

853

Kinderopvang

B

9001

rioolgemalen

B

 

 

 

91

DIVERSE ORGANISATIES

 

9111

Bedrijfs- en werknemersorganisaties (kantoren)

A

9131

Kerkgebouwen e.d.

B

9133.1

Buurt- en clubhuizen

B

92

CULTUUR, SPORT EN RECREATIE

 

9213

Bioscopen

C

9232

Theaters, schouwburgen, concertgebouwen, evenementenhallen

C

9234

Muziek- en balletscholen

B

9234.1

Dansscholen

B

9251, 9252

Bibliotheken, musea, ateliers, e.d.

A

9261.1

Zwembaden: overdekt

C

9261.2

Sporthallen

B

9261.2

Bowlingcentra

B

9262

Schietinrichtingen:

 

9262

- binnenbanen: boogbanen

A

9262

Sportscholen, gymnastiekzalen

B

9271

Casino's

C

9272.1

Amusementshallen

B

 

 

 

93

OVERIGE DIENSTVERLENING

 

9301.3

Wasverzendinrichtingen

B

9301.3

Wasserettes, wassalons

A

9302

Kappersbedrijven en schoonheidsinstituten

A

9303

Begrafenisondernemingen: uitvaartcentra

A

9304

Fitnesscentra, badhuizen en sauna-baden

B

9305

Persoonlijke dienstverlening n.e.g.

A