Regels, behorende bij het "Uitwerkingsplan Keenenburg III - Tramkade" van de gemeente Midden-Delfland
Artikel 7 Waarde – Archeologie
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
1.1. Het plan
Het Uitwerkingsplan Keenenburg III - Tramkade deel uitmakend van het bestemmingsplan Kern Schipluiden 2007 van de gemeente Midden-Delfland.
1.2. De plankaart
De plankaart van het Uitwerkingsplan Keenenburg III - Tramkade deel uitmakend van het bestemmingsplan Kern Schipluiden 2007 van de gemeente Midden-Delfland, bestaande uit één kaartblad.
1.3. Bestemmingsplan
De geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1842.bpSL09upKeen10-vs01 met de bijbehorende regels.
1.4 Peil
Voor bouwwerken waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst, wordt de hoogte van die weg ter plaatste van de hoofdtoegang als peil genomen. In andere gevallen is het peil de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld.
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
2.1. Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. beplantingen, plantsoenen, bermen, speelvoorzieningen en voet- en fietspaden;
b. bij deze functies behorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen en water.
2.2. Bouwregels
Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, waarbij geldt dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen
dan:
a. 1 m voor terreinafscheidingen;
b. 4 m voor speeltoestellen en kunstobjecten;
c. 6 m voor lichtmasten;
d. 3 m voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
3.1. Bestemmingsomschrijving
De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. tuinen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen.
3.2. Bouwregels
Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, worden gebouwd.
Voor het bouwen gelden de volgende bepalingen:
a. erkers aan de voorgevel van het hoofdgebouw zijn binnen de bestemming toegestaan, met
in achtneming van het volgende:
- de diepte bedraagt ten hoogste 1 m gemeten vanuit de voorgevel van het hoofdgebouw;
- de bouwhoogte bedraagt ten hoogste de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,25 m;
- de breedte bedraagt ten hoogste 2/3 van de gevelbreedte;
b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan:
- 1 m voor erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevel en grenzend aan openbaar gebied;
- 2 m voor erf- en terreinafscheidingen elders;
- 15 m voor vrijstaande antenne-installaties ten behoeve van telecommunicatie, niet zijnde schotelantennes en zonder techniekkast;
- 5 m voor antenne-installaties op bouwwerken, niet zijnde schotelantennes;
- 2 m voor tuinmeubilair;
- 3 m voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
4.1. Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. wegen met een functie voor verblijf en verplaatsing;
b. fiets- en voetpaden;
c. parkeerplaatsen;
d. bermen, beplantingen, nutsvoorzieningen en water;
e. een oeververbinding, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van water – oeververbinding’.
4.2. Bouwregels
Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd tot een hoogte van maximaal 7 m.
5.1. Bestemmingsomschrijving
De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. de water aan- en afvoer alsmede voor waterberging;
b. steigers ten dienste van de bestemming ‘Wonen’;
c. een brug, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘brug’.
5.2. Bouwregels
Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend keermuren voor de
waterbeheersing, oeverbeschoeiingen, duikers en aanlegsteigers worden gebouwd.
6.1. Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. het wonen;
b. bij deze functies behorende erven;
c. bij deze functies behorende voorzieningen zoals ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen,
speelvoorzieningen, groen en water.
6.2. Bouwregels
6.2.1 Algemeen
Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd:
a. hoofdgebouwen;
b. aan- en uitbouwen en bijgebouwen;
c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
6.2.2 gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen gelden de aanduidingen op de kaart en de volgende bepalingen:
a. gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande dat balkons en (dak)terrassen uitsluitend zijn toegestaan op een afstand van meer dan 2 m van een erfgrens;
b. de op de plankaart aangegeven goothoogte mag niet overschreden worden;
c. de op de plankaart aangegeven bouwhoogte mag niet overschreden worden;
d. woningen mogen uitsluitend worden afgedekt door middel van een kap;
e. de helling van de kap mag niet minder bedragen dan 30˚ en niet meer dan 60˚;
f. indien en voor zover op de plankaart een maximum bebouwingspercentage wordt aangeduid, mag een bouwperceel tot ten hoogste het aangeduide percentage worden bebouwd;
aan- en uitbouwen en bijgebouwen
g. het gezamenlijke grondoppervlak van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen
mag ten hoogste 50% tot een maximum van 50 m² bedragen van de bij het hoofdgebouw
behorende gronden als bedoeld in lid 1, met dien verstande dat een aaneengesloten oppervlakte van ten minste 15 m² van de bij het hoofdgebouw behorende gronden als bedoeld
in lid 1 onbebouwd en onoverdekt dient te blijven;
h. in afwijking van het bepaalde onder g. mag het gezamenlijk grondoppervlak van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen 75 m² bedragen, indien de oppervlakte van de bij het hoofdgebouw behorende gronden als bedoeld in lid 1 ten minste 250 m² bedraagt;
i. de goothoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen mag niet meer dan 3 m bedragen;
j. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen mag niet meer dan 5 m bedragen;
k. de diepte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen mag ten hoogste 50% van de diepte van
de woning bedragen;
l. balkons en dakterrassen op aan- en uitbouwen en bijgebouwen zijn niet toegestaan;
bouwwerken geen gebouwen zijnde
m. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan:
- 1 m voor erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevel en grenzend aan openbaar gebied;
- 2 m voor erf- en terreinafscheidingen elders;
- 15 m voor vrijstaande antenne-installaties ten behoeve van telecommunicatie, niet
zijnde schotelantennes en zonder techniekkast;
- 5 m voor antenne-installaties op bouwwerken, niet zijnde schotelantennes;
- 2 m voor tuinmeubilair;
- 3 m voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
Artikel 7 Waarde - Archeologie
7.1 Bestemmingsomschrijving
De voor Waarden - Archeologie aangewezen gronden zijn − behalve voor de andere aldaar
geldende bestemming(en) − tevens bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden.
7.2 Bouwregels
1. Op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 4 m.
2. Ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag − met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels − uitsluitend worden gebouwd, indien:
a. de aanvrager van de bouwvergunning een rapport heeft overlegd waarin de
archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld;
b. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de bouwvergunning regels te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige.
3. Het bepaalde in dit lid onder 2 onder a en b is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken:
a. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering;
b. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 100 m²;
c. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 50 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst, voor zover gebouwd ter plaatse van de aanduiding "hoge archeologische waarde";
d. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 80 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst, voor zover gebouwd ter plaatse van de aanduiding "middelhoge archeologische waarde".
7.3 Aanlegvergunning
Aanlegverbod zonder aanlegvergunning
4. Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Waarden-Archeologie zonder of in afwijking van een schriftelijke aanlegvergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan 50 cm ter plaatse van de aanduiding "hoge archeologische waarde" en 80 cm ter plaatse van de aanduiding "middelhoge archeologische waarde", waartoe worden gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen en aanleggen van drainage, tenzij deze werkzaamheden noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor vrijstelling, zoals in lid 4 bedoeld, is verleend;
b. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen;
c. het ophogen van gronden met meer dan 30 cm;
d. het verlagen of verhogen van het waterpeil;
e. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren;
f. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd;
g. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;
h. het aanleggen en verwijderen van verhardingen ten behoeve van wegen, paden, parkeergelegenheden en andere oppervlakteverhardingen.
Uitzondering op het aanlegverbod
5. Het verbod van lid 5 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden:
a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij lid 2, 3 en 4 in acht is genomen;
b. een vloeroppervlakte beslaan van ten hoogste 50 m²;
c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan;
d. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd.
Voorwaarden voor een aanlegvergunning
6. a. de aanvrager van de aanlegvergunning een rapport heeft overlegd waarin de
archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld;
b. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de aanlegvergunning regels te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige.
8.1 Bestemmingsomschrijving
De gronden op de kaart aangewezen voor Waterstaat zijn − behalve voor de andere aldaar
geldende bestemming(en) − tevens bestemd voor:
a. de waterhuishouding, wateraanvoer en -afvoer;
b. instandhouding van waterkeringen en bijbehorende beschermingszone(s);
c. bij deze functies behorende waterstaatkundige voorzieningen.
8.2 Bouwvoorschriften
Op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 1 genoemde bestemming uitsluitend
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd.
a. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 4 m.
b. Ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag, met inachtneming van de voor de betrokken bestemming geldende (bouw)voorschriften, uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.
8.3 Vrijstellingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in lid 2.b.
met inachtneming van de voor de betrokken bestemming geldende (bouw)voorschriften. Vrijstelling
wordt verleend indien het waterstaatkundige belang niet onevenredig wordt geschaad.
8.4 Adviesprocedure
Alvorens omtrent het verlenen van vrijstelling ten behoeve van de andere bestemmingen te
beslissen, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de betrokken waterbeheerder(s).
Hoofdstuk 3 Algemene regels
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 10 Overgangsrecht
10.1 Overgangsrecht bouwwerken
10.1.1 Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
10.1.2 Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig afwijking verlenen van lid 10.1.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 10.1.1 met maximaal 10%.
10.1.3 Lid 10.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
10.2 Overgangsrecht gebruik
10.2.1 Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
10.2.2 Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 10.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
10.2.3 Indien het gebruik, bedoeld in lid 10.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
10.2.4 Lid 10.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Deze regels en de hierbij behorende verbeelding, kunnen worden aangehaald onder de naam “Uitwerkingsplan Keenenburg III - Tramkade” van het bestemmingsplan “Kern Schipluiden 2007” van de gemeente Midden-Delfland.