direct naar inhoud van Toelichting
Plan: LOS percelen
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding

Op 27 oktober 2020 heeft het college de 'Handhavingsstrategie thema glastuinbouw Westland 2020’ vastgesteld en besloten de vastgestelde handhavingsstrategie planologisch te verwerken.

Op 8 december 2020 is de handhavingsstrategie voor het duurzaam glastuinbouwgebied van Westland voorgelegd aan de gemeenteraad, welke ingestemd heeft met de nieuwe strategie.

De doelstelling van het besluit betrof het actualiseren van de handhavingsstrategie voor het duurzaam glastuinbouwgebied van Westland en het verzoeken tot juridificering van legalisatie van ca. 250 oude strijdigheden middels een bestemmingsplan.

Met de nieuwe handhavingsstrategie worden oude, bestaande en nieuwe overtredingen eenduidig

gepositioneerd, waardoor willekeur wordt vermeden. Handhaving gebeurt echter wel op basis van

wet- en regelgeving. Dat heeft tot gevolg dat de gemaakte keuzes in de handhavingsstrategie, de

ruimtelijke plannen en het beleid de kaders vormen voor het handhavend optreden.

De afgelopen twee jaar is de werkvoorraad volledig gescreend. ln dit screeningsproces zijn alle oude overtredingen gecategoriseerd en langs een transparant en helder toetsingskader gelegd (zie hoofdstuk 2.4 van de handhavingsstrategie), met als uitgangspunt: Het Iegaliseren van langdurig, ongewijzigd, strijdig privégebruik van gronden en/of opstallen in het duurzaam glastuinbouwgebied voor zover dit niet leidt tot onevenredige aantasting van de (uitoefening van de) bestemming. Met dit uitgangspunt en toetsingskader, door middel van een beslisboom, wordt rekening gehouden met historisch context van het Westlands glastuinbouwgebied.

Voor oude overtredingen geldt dat deze (tijdelijk) gelegaliseerd kunnen worden. Om die legalisatie gestand te doen is een bestemmingswijziging benodigd . De resterende dossiers, zowel gewijzigde oude overtredingen (als bestaande overtredingen gekwalificeerd) als overtredingen die leiden tot onevenredige aantasting, kunnen in aanmerking komen voor de beleidsregels bij de handhavingsstrategie.

1.2 Ligging plangebied

Het bestemmingsplan betreft geen aaneengesloten gebied. Het plangebied beslaat bijna 400 verschillende percelen, welke gelegen zijn in het (duurzame) glastuinbouwgebied van de gemeente Westland. Het betreffen verschillende percelen, met een variërende oppervlakte.

1.3 Geldend bestemmingsplan

Binnen het plangebied waren, voor het van kracht worden van dit bestemmingsplan, de volgende planregimes van kracht:

  • Bestemmingsplan Glastuinbouwgebied Westland, zoals vastgesteld op 18 december 2012 ;
  • Bestemmingsplan Poelzone, zoals vastgesteld op 19 maart 2013;
  • Bestemmingsplan Glastuinbouwgebied Boomawatering, zoals vastgesteld op 28 januari 2014;
  • Paraplubestemmingsplan Geluidszone Honderdland fase 2, zoals vastgesteld op 4 juli 2017;
  • Parapluherziening Parkeernormen, zoals vastgesteld op 20 februari 2018;
  • Parapluherziening Wonen Westland, zoals vastgesteld op 1 september 2020.

1.4 Leeswijzer

Het bestemmingsplan "LOS percelen" bestaat uit een toelichting, planregels en een planverbeelding. De toelichting is als volgt opgebouwd. In Hoofdstuk 2 komt de gebiedsvisie aan de orde. Hierin wordt de ruimtelijke en functionele hoofdstructuur van het plangebied beschreven met aandacht voor cultuurhistorisch waardevolle elementen, overige ruimtelijke kwaliteiten, aanwezige knelpunten en te verwachte ontwikkelingen. Dit tezamen leidt tot een beschrijving van de gemeentelijke visie op het gewenste behoud en beheer van de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied. In Hoofdstuk 3 wordt onderzoek op het gebied van milieu, ecologie, archeologie en cultuurhistorie en water behandeld. In Hoofdstuk 4 wordt dieper ingegaan op de planvorm en de achtergrond bij de regels die zijn opgenomen voor de verschillende bestemmingen. Tot slot wordt in Hoofdstuk 5 ingegaan op de economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

Hoofdstuk 2 Gebiedsvisie

2.1 Beleidskader

De beleidscontext voor de visie op het plangebied wordt gevormd door gemeentelijke, regionale, provinciale en landelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat. Het hier samengevatte beleidskader is niet uitputtend. In de toelichting wordt op een aantal plaatsen verwezen naar specifiek beleid of beleidsnotities die niet in deze paragraaf worden behandeld. Tot slot wordt in dit hoofdstuk een beschrijving gegeven van de visie op het plangebied. Deze visie is gericht op het behoud en beheer van de ruimtelijke kwaliteit.

2.1.1 Gemeentelijk beleid

Omgevingsvisie 2.0: Visie op Westland

Op 8 december 2020 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie 2.0: Visie op Westland vastgesteld. De Omgevingsvisie gaat onder andere in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur en cultureel erfgoed. De Omgevingsvisie is breder dan alleen de fysieke leefomgeving; ook onderwerpen als gezondheid, veiligheid en duurzaamheid moeten onderdeel uitmaken van de visie. De Omgevingsvisie geeft weer waar we met Westland naartoe willen en bindt de gemeente aan haar eigen voornemens en ambities.

De Omgevingsvisie werkt door in het (later nog op te stellen) omgevingsprogramma, waarin beleidsvoornemens en maatregelen staan die dienen om de doelen in de leefomgeving te bereiken. De Omgevingsvisie geeft ook richting aan het ontwikkelen van het omgevingsplan. Hierin worden de algemene regels en vergunningsplichten vastgelegd die bindend zijn voor burgers en bedrijven (bestemmingsplannen en verordeningen worden hiermee vervangen).

De belangrijkste opgave is het verhogen van de leefkwaliteit in Westland, waarbij het sociaal-maatschappelijke en economische belang van het tuinbouwcluster niet uit het oog wordt verloren. De oorspronkelijke structuren in het landschap moeten behouden blijven, net als de gemeenschapszin in de dorpen. Westland wil een groenere, gezonde en aantrekkelijke gemeente zijn. Met een people – planet – profit benadering, vindt vergroening plaats langs de belangrijke groene verbindingen en in de wijken, terwijl initiatiefnemers en ontwikkelaars worden gevraagd groeninclusief te ontwerpen en in te richten. Een klimaatbestendig beleid wordt doorgevoerd in ruimtelijke inrichting, nieuwbouw en verkeersmaatregelen. Bodemwarmte moet worden benut en er wordt aangesloten op warmtenetten in de regio. Betere bereikbaarheid en een toonaangevende rol op het gebied van kennis, innovatie en duurzaamheid in de Greenport blijven een belangrijke rol spelen.

De autonome groei van inwoners wordt geaccommodeerd door het invullen van de zachte plannen voor woningbouw in combinatie met inbreiding door bv. hoger te bouwen. De kwaliteit van de omgeving wordt verbeterd met een groen/blauwe inrichting (groene daken, beleefbaar groen en waterberging) om hittestress en wateroverlast tegen te gaan. Voor 2040 wordt één vierkante meter groen per huishouden extra gerealiseerd, voor nieuwbouwprojecten geldt een norm van 50 m2 verblijfsgroen per woning. Bij projectontwikkeling worden zoveel mogelijk de minimale eisen uit het Convenant Klimaatadaptief Bouwen gehanteerd en is het uitgangspunt dat niet langer gebruik wordt gemaakt van fossiele brandstoffen. Het woningaanbod moet aansluiten uit bij de Westlandse behoeften en economisch verbondenen. Westland wil meer dan 8000 woningen realiseren, waarvan een grote opgave betaalbaar wonen. Er ligt ook een opgave voor de huisvesting van (tijdelijke) arbeidsmigranten.

Het duurzaam glastuinbouwgebied behoudt voldoende kritische massa om een innovatieve glastuinbouwgemeente te blijven, maar het toevoegen van beleefbaar groen mag ten koste gaan van glastuinbouw. De glastuinbouw produceert in de toekomst circulair, wordt energieneutraal en klimaatadaptief. Om de modernisering en herstructurering op gang te brengen moet er letterlijk ruimte worden gemaakt, bv. door het uitplaatsen van (bedrijfs)woningen naar de dorpen. Integrale gebiedsplannen moeten betaalbaar en met voldoende draagvlak gerealiseerd kunnen worden. Langs de kust is een strand dat uitblinkt in rust en ruimte met een goede balans tussen natuur en recreatie. Daarnaast wil Westland sluitende recreatieve netwerken creëren voor verschillende gebruiksgroepen d.m.v. robuuste groen-blauwe aders. Er wordt ingezet op een hoogwaardige OV verbinding tussen Den Haag en de Hoekse Lijn richting Delft.

epaalde bedrijventerreinen kunnen uitbreiden, in de kernen worden (compacte) kernwinkelgebieden aangewezen. Rond 2030 zijn grote ingrepen nodig om de infrastructuur op orde te houden (vrijliggend logistiek netwerk, ongelijkvloerse kruispunten), er komt een verkenning naar de mogelijkheden voor lightrail. Het fietsnetwerk binnen en van/naar Westland wordt verbeterd met o.a. metropolitane fietspaden. Vrachtverkeer krijgt wellicht hubs en goede doorstroming naar de A4/A20 blijft een belangrijk aandachtspunt.

Natuurgebieden (Natura 2000 en het Natuur Netwerk Nederland) moeten robuust, veerkrachtig, aaneengesloten en beleefbaar worden gemaakt. Voor 2030 zijn ontbrekende zones en schakels in ecologische verbindingen ingevuld, zodat de biodiversiteit bevorderd wordt. De waterkwaliteit moet worden verbeterd en er komt meer ruimte voor het vasthouden van water. Dit vraagt ook inspanningen van de glastuinbouw om meer circulair te worden, minder grondwater te onttrekken en water te bergen.

De toekomstkaart van Westland:

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0001.png"

Verkeer- en vervoerbeleid

In de structuurvisie Westland uit 2014 is in hoofdlijnen het verbeteren van de bereikbaarheid van Westland opgenomen. Het verbeteren van de bereikbaarheid ondersteunt de ambities om een duurzame Greenport gemeente zijn, waar het goed wonen, werken en recreëren is. Speerpunten voor de bereikbaarheid zijn:

  • Aansluiting op het rijkswegennet verbeteren;
  • Realiseren vlinderstructuur Westland;
  • Mobiliteitsmanagement;
  • Hoogwaardig openbaar vervoer ontwikkelen;
  • Langzaam verkeer stimuleren;
  • Ontsluiting kernen en glastuinbouwgebieden verbeteren.


De kaders voor onder andere duurzaam veilige inrichting van de wegen en de parkeernormen zijn opgenomen in het Westlands Verkeer en Vervoerplan, vastgesteld door de raad van de gemeente op 28 november 2006.

Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018

In de vergadering van burgemeester en wethouders van 16 januari 2018 is de 'Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018' vastgesteld. Hiermee vervalt de verwijzing naar het WVVP. In het beleid is de parkeernormering van de gemeente Westland geactualiseerd en in overeenstemming gebracht met de meest recente kerncijfers van het CROW (landelijke richtlijnen) .Aanvullend op deze beleidsregel zijn er afspraken gemaakt met 's-Heerenloo met betrekking tot het vereeiste aantal parkeerplaatsen, welke noodzakelijk zijn voor de gebiedsontwikkeling.

Beleidsnotitie conventionele explosieven in het Westland

In de beleidsnotitie conventionele explosieven in het Westland wordt beschreven hoe om moet worden gegaan met diepte werkzaamheden op locaties die mogelijk conventionele explosieven bevatten. De basis voor het gemeentelijk beleid voor het opsporen van explosieven is de explosieven risicokaart. Deze kaart geeft een eerste indicatie van het mogelijke gevaar van diepte werkzaamheden op bepaalde locaties in het Westland. In het projectgebied zijn geen mogelijke vindplaatsen van conventionele explosieven aanwezig.

Handhaven op maat

Op 17 november 2015 hebben burgemeester en wethouders van Westland de beleidsnota 'Handhavingsbeleid, integrale handhaving Wabo taken' vastgesteld. Hierin zijn de doelen en richting voor milieuhandhaving en bouw- en woningtoezicht beschreven. De naleving van wet- en regelgeving is daarbij een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente, burgers en bedrijven. De wet- en regelgeving zijn bedoeld om kwaliteit, veiligheid en leefbaarheid binnen de leefomgeving te beschermen en bevorderen en dat is in ieders belang. Dit draagt bij aan een prettige woon-, werk- en leefomgeving voor de burgers en ondernemers van de Gemeente Westland. De handhaving van de regelgeving vervat in dit plan is een bevoegdheid van burgemeester en wethouders. Het gaat daarmee vooral om de planregels inzake het bouwen en het gebruik van gronden en bouwwerken. Een aantal vormen van gebruik wordt specifiek aangeduid als strijdig met de bestemming, zodat handhavend optreden hiertegen eenduidig mogelijk te maken. Uiteraard betreft het hier een niet-limitatieve opsomming. Handhaving van dit plan is van belang om de ruimtelijke kwaliteit en de leefbaarheid er van in stand te houden. Daarnaast heeft handhaving uiteraard ook een belangrijke functie in het kader van de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid. De planregels in dit plan zijn voldoende duidelijk, concreet en toepasbaar om te kunnen handhaven. Handhaving van het plan zal in de praktijk primair plaatsvinden via de bestemmingsplantoets in het kader van de omgevingsvergunning en door feitelijk toezicht op de aanwezigheid van bouwwerken en op gebruiksactiviteiten. Binnen de gemeente heeft het team bouw- en woningtoezicht van de afdeling Ruimte, Omgeving en Veiligheid hierin een centrale taakstelling. Bij gebleken strijdigheid met het plan wordt, afhankelijk van de prioriteitsstelling, een handhavingstraject ingezet.

Woonvisie

De Woonvisie Westland 2020-2030 is een actualisatie van de Woonvisie van 2016 en richt zich op het deelonderwerp "wonen" van de Ontwerp-Omgevingsvisie Westland. De Woonvisie is vastgesteld in juli 2020. De Omgevingsvisie van gemeente Westland vormt de rode draad voor de ruimtelijke plannen en woningbouwplannen in Westland de komende jaren. Onze focus blijft op het tuinbouwcluster liggen, maar we zoeken daarin een betere balans met de leefomgeving. Westland wil een groenere, gezonde en aantrekkelijke gemeente zijn. In de toekomst ligt de drijfveer bij bouwen in het creëren van maatschappelijke meerwaarde. Westland werkt aan een beheersbare groei van het aantal woningen, zodat het aanbod aansluit bij de behoeften van de Westlandse bevolking en mensen die economisch verbonden zijn met de gemeente. Het woonmilieu in Westland is onderscheidend ten opzichte van de omliggende steden en sluit aan bij het dorpse leefklimaat.

De woningmarkt is continu in beweging. Dit verdraagt geen strak gedetailleerd programma, maar een kader voor beslissingen. De Woonvisie biedt het kader voor besluiten over programma's, inzet van middelen en capaciteit en geeft richting aan het handelen van de gemeente en haar partners. De Woonvisie is in overleg met de woningcorporaties, huurdersorganisaties, zorgorganisaties, uitzenders en tuindersorganisaties tot stand gekomen.

Prioriteiten en uitgangspunten van de Woonvisie

De "Woonvisie Westland 2020-2030" geeft de prioriteiten, uitgangspunten en visie hoe Westland er in 2030 uit moet zien op het gebied van (zorg)wonen en huisvesting arbeidsmigranten.

De hoofdthema's van Woonvisie zijn:

Betaalbaarheid

  • doelgroepen die aangewezen zijn op betaalbare woningen (starters, gezinnen, ouderen, zorgbehoevenden, corporatiedoelgroepen, middeninkomens, arbeidsmigranten, vergunningshouders, woonwagenbewoners);
  • grootte en differentiatie sociale woningvoorraad;
  • woonlasten;
  • gevolgen verkoop Vestia-woningen.

Doorstroming en wooncarrière

  • bevorderen doorstroming;
  • senioren (doorstroming vanuit sociale eengezinswoning);
  • slaagkansen inwoners Westland.

Nieuwe bouwambitie

  • behoud karakter kernen;
  • vergroening en verduurzaming;
  • huisvestingsoplossingen buiten de kernen;
  • wonen met zorg: levensloopgeschiktheid / aanpasbaarheid;
  • programma voor nieuwe projecten/locaties: 30-5-20-45*;
  • herbestemming maatschappelijk vastgoed;
  • flexwonen;
  • huisvesting arbeidsmigranten, ook buiten kernen en op percelen glastuinbouwbedrijven.

(*) 30% sociale huur, 5% goedkope koop, 20% middeldure koop of huur, 45% duurdere koop

Beleid en beleidsregels voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk in Westland

In deze Nota wordt aangegeven dat het wenselijk is een goede ruimtelijke spreiding van de verkooppunten van consumentenvuurwerk te bewerkstelligen. Doel bij een ruimtelijke benadering is het bereiken van een gelijkmatige spreiding van (kleine) bedrijven voor verkoop en opslag van consumentenvuurwerk over Westland, om op deze wijze straathandel en vuurwerktoerisme zoveel mogelijk te voorkomen. Daarbij moet er binnen elk verzorgingsgebied sprake zijn van voldoende (vuurwerk)aanbod om de lokale markt te voorzien en zodoende illegale handel in principe overbodig te maken en te voorkomen.

Het uitgangspunt voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk van de gemeente Westland is:

Ruimte bieden aan ondernemers voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk met inachtneming van veiligheid en milieuregelgeving onder voorwaarde van een goede ruimtelijke spreiding.

Met daarbij de volgende randvoorwaarden:

  • in de gemeente Westland wordt alleen consumentenvuurwerk opgeslagen. Opslag en verkoop van professioneel vuurwerk is niet toegestaan;
  • iedere vestiging van opslag en verkoop van consumentenvuurwerk zal worden getoetst aan voldoende ruimtelijke spreiding in de gemeente Westland;
  • in de gemeente Westland worden maximaal 18 vestigingen voor opslag- en verkooppunten van consumentenvuurwerk toegestaan;
  • opslag tot en met 1.000 kg is beperkt toegestaan in de dorpskernen;
  • nieuwe vestiging in dorpskernen is niet toegestaan;
  • de vestiging van bedrijven met een opslag tot en met 10.000 kg heeft de voorkeur in gebieden waar een bedrijfsbestemming geldt of in tuincentra;
  • opslag boven de 10.000 kg consumentenvuurwerk is uitgesloten;
  • bestaande bedrijven in strijd met deze uitgangspunten mogen de activiteiten voortzetten.

In de planregels van het voorliggende bestemmingsplan is opgenomen dat opslag en verkoop van consumentenvuurwerk niet is toegestaan.

Convenant klimaatadaptief bouwen Zuid-Holland (2018)

Nieuwbouwlocaties in Zuid-Holland worden zoveel mogelijk klimaatadaptief gebouwd, zodat ze bestand zijn tegen weersextremen als gevolg van klimaatverandering. Deze ambitie is vastgelegd in het convenant (overeenkomst) klimaatadaptief Bouwen. Dit is ondertekend door onder meer bouwbedrijven, gemeenten -waaronder Westland-, de provincie, waterschappen, maatschappelijke organisaties, financiers en projectontwikkelaars.

Klimaatverandering heeft grote impact op de leefomgeving en het aantal weersextremen neemt toe. Zuid-Holland staat voor een grote bouwopgave, tot 2025 zijn er in de provincie 100.000 nieuwe woningen nodig. Deze ontwikkelingen maken het van belang dat klimaatadaptief bouwen zo snel mogelijk de nieuwe norm wordt. Dit is concreet vertaald in het convenant klimaatadpatief bouwen in Zuid-Holland. Hierin zijn procesafspraken gemaakt gericht op het verminderen van de wateroverlast, hittestress, droogte en bodemdaling en het vergroten van de biodiversiteit. Het convenant is op 4 oktober 2018 van start gegaan. In de eerste fase van dit convenant is toegewerkt naar een minimaal programma van eisen voor nieuwbouw in relatie tot:

  • Hevige neerslag: Hevige neerslag leidt niet tot grote schade aan infrastructuur, gebouwen, eigendommen of groen in of buiten het plangebied;
  • Droogte: Langdurige droogte leidt niet tot verdroging of schade aan de gebouwde omgeving;
  • Hitte: Tijdens hitte biedt de bebouwd omgeving een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving;
  • Bodemdaling: Bodemdaling in bebouwd gebied blijft beperkt en betaalbaar;
  • Overstromingen: Bebouwde omgeving is bestand tegen overstromingen;
  • Biodiversiteit: Groenblauwe structuur en biodiversiteit worden versterkt op de planlocatie en in de directe stedelijke omgeving.
2.1.2 Regionaal beleid

Metropoolregio Den Haag-Rotterdam

In de metropoolregio Rotterdam Den Haag werken 23 gemeenten samen aan het verbeteren van de bereikbaarheid en het vernieuwen van de economie. Daarmee versterken ze onder meer de (internationale) concurrentiepositie van de regio. Met elkaar vormen deze 23 gemeenten het bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH).

Voor het overleg tussen de 23 gemeenten en het nemen van besluiten kent de MRDH de volgende besturen en commissies: het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de bestuurscommissie Vervoersautoriteit (Va), de bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat (EV) en de voorzitter. Met 23 gemeenten, 2,3 miljoen mensen, 1,2 miljoen banen met werk voor 13,5% van de Nederlanders en een bijdrage van 15% aan het BNP is de metropoolregio een regio die er toe doet. Voor een grootstedelijke regio waar het goed wonen, werken en recreëren is, heeft de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) zichzelf twee belangrijke ambities gesteld: het vernieuwen van economie en het verbeteren van de bereikbaarheid. Het Rijk gaf de Metropoolregio Rotterdam Den Haag de status van vervoerregio. En daarmee ook wettelijke taken rond verkeer en vervoer. Aan het begin van elke nieuwe bestuursperiode (elke vier jaar) stelt het bestuur een regionale strategische agenda vast, van waaruit de regionale vraagstukken worden opgepakt. De huidige strategische agenda loopt tot en met 2022.

2.1.3 Provinciaal beleid

Het omgevingsbeleid Zuid-Holland is op 1 april 2019 in werking getreden. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd.

Het beleid is eenvoudiger, transparanter en toegankelijker gemaakt voor initiatiefnemers in Zuid-Holland. Al het sectorale beleid is samengevoegd in een digitaal systeem, dubbele teksten zijn er uit gehaald en samenhang is inzichtelijker gemaakt. Hiermee is een einde gekomen aan sectorale visies en nota's. Het beleid kan nu modulair worden aangepast en daarmee kan het Omgevingsbeleid doorontwikkeld worden richting inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Met het samenbrengen van verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving tot 1 integraal Omgevingsbeleid sorteert de provincie voor op de Omgevingswet. De Omgevingswet verplicht provincies om 1 Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening te maken.

De Omgevingsvisie bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Een introductie op het Omgevingsbeleid, waarin opgenomen de ruimtelijke hoofdstructuur;
  • De ontwikkelrichting die is opgenomen in het deel Ambities en sturing;
  • Een beschrijving van de omgevingskwaliteit van Zuid-Holland, waaronder de provinciale inzet voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit;
  • Samenhangende beleidskeuzes, integraal toegankelijk via de digitale raadpleegomgeving.

Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Hieraan wordt richting gegeven door het maken van samenhangende beleidskeuzes, die volgen uit onze provinciale opgaven. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma's en naar regels in de verordening. Het geheel aan bestaande beleidskeuzes, inclusief de doorwerking naar programma's en verordening, vormt het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving.

.

Ruimtelijke hoofdstructuur

De ruimtelijke hoofdstructuur toont de essentie en de samenhang van verschillende ruimtelijke beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie. Het integrale kaartbeeld van de ruimtelijke hoofdstructuur is opgebouwd uit de volgende kaartbeelden:

  • het dagelijks stedelijk systeem, dat bestaat uit de stedelijke agglomeratie en de daarmee via h.o.v. verbonden regiokernen;
  • de hoogstedelijke zone tussen leiden en dordrecht;
  • het logistiek-industriële systeem van mainport, greenports langs vaarwegen en zware infrastructuur;
  • de samenhang van grote landschappelijke eenheden met de stedelijke agglomeratie;
  • de groene ruimte en de groenblauwe structuur;
  • het bodem- en watersysteem;
  • energie

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0002.jpg"

De ruimtelijke hoofdstructuur

De drukte in de ondergrond neemt toe als gevolg van nieuwe mogelijkheden om de ondergrondse ruimte te benutten en de toenemende druk op de bovengrondse ruimte. Dat vraagt om een actieve ordening van ondergrondse functies, afgestemd met bovengrondse ontwikkelingen, in een driedimensionale planvorming (3D-ordening).

De ruimtelijke hoofdstructuur van de ondergrond toont indicatief en informatief de huidige ruimtelijke situatie van de ondergrond en strategische doelstellingen voor de ondergrond. De kaart verbeeldt de grotere ondergrondse infrastructuur van bovenlokaal belang én de gebieden met een specifieke betekenis vanuit een ondergronds belang. Onder de grote ondergrondse infrastructuur van bovenlokaal belang zijn meegenomen de (buis)leidingen, warmtenetwerken, tunnels in het openbaar vervoer en wegennetwerk. Gebieden met een specifiek ondergronds belang hebben betrekking op de bescherming/reservering voor de drinkwatervoorziening, de ambitie voor bodemenergie, de stimulering van ondergrondse waterberging, aardkundige waarden en hoge archeologische waarden.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0003.png"

Programma Ruimte

Een nieuwe versie van het Programma ruimte is gelijktijdig met de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening vastgesteld en in werking getreden. Het nieuwe Programma ruimte heeft een iets andere opzet gekregen dan voorheen. Er is gekozen om het algemene beleid zoveel mogelijk bij elkaar te zetten in de Omgevingsvisie. Een deel van het beleid uit het oude Programma ruimte is daarom overgezet naar de Omgevingsvisie. Het resterende deel van het Programma ruimte bevat vooral locatie specifieke en programmatische gegevens. Het gaat om een nadere invulling en uitwerking van een aantal ruimtelijk relevante onderdelen van de Omgevingsvisie. De 3 ha kaart en de tabellen met locaties groter dan 3 ha buiten bestaand stads- en dorpsgebied is terug te vinden in het nieuwe Programma ruimte.

Ambitie

Zuid-Holland is een strategisch gelegen, vruchtbare delta, grotendeels onder zeeniveau, met een dalende bodem en mede daardoor met een uniek gevarieerd kust-, veen- en rivierenlandschap. In dit gebied hebben inwoners het landschap gevormd en bewoonbaar gemaakt door inpoldering. Ook hebben onze inwoners het gebied verbonden met de rest van de wereld. In de loop der eeuwen heeft zich in Zuid-Holland een meerkernig stedelijk netwerk ontwikkeld. Een centrum van handel, cultuur en wetenschap, met als kenmerk en kracht de diversiteit aan mensen, landschap en economie. Een dynamische delta die altijd dreigingen heeft weten om te zetten in kansen.

Zuid-Holland is kwetsbaar voor veranderingen, zoals globalisering, klimaatverandering, demografische trends en nieuwe technologie. In ons laaggelegen deltagebied heeft de klimaatverandering grote ruimtelijke, economische en sociale gevolgen. Zuid-Holland is als open economie gevoelig voor de gevolgen van globalisering. De segregatie neemt toe. Onze energie-intensieve economie heeft, zoals ook benoemd in het klimaatakkoord van Parijs, alleen toekomst als wordt overgegaan tot verduurzaming. Daarnaast zorgt de trek naar de stad voor een toenemende druk op onze schaarse ruimte. Tegelijkertijd herbergt deze regio een groot reservoir van talent, creativiteit en ondernemerskracht.

De Provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. Onze ambities zijn de kaders waarbinnen wij ruimte geven.

  • Naar een klimaatbestendige delta;
  • Naar een nieuwe economie: the next level;
  • Naar een levendige meerkernige metropool;
  • Energievernieuwing;
  • Best bereikbare provincie;
  • Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving

GLASTUINBOUW

De tuinbouw in Zuid-Holland is in de fase van volwassenheid van hun levenscyclus beland. De werkgelegenheid, de afzet en innovatiekracht van deze sectoren stabiliseren en dreigen zonder bijsturing op termijn wellicht zelfs af te nemen. De opgave voor de glastuinbouw is om te vernieuwen en verduurzamen. Kansen op innovatie en groei ontstaan door meer interactie tussen economische clusters en door nieuwe economische sectoren binnen de traditioneel sterke clusters. Nauwe samenwerking tussen overheden, ondernemers en onderzoekers en een betere aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt kunnen daarbij tot stroomversnelling leiden. Het sneller naar de markt brengen van nieuwe kennis (valorisatie) wordt daardoor bevorderd.

De opgave voor de sector is om meer toegevoegde waarde te genereren bij het zelfde ruimtegebruik met minder verbruik van energie en water. Het proces van schaalvergroting stelt eisen aan de ruimtelijke inrichting van de Greenports en vraagt om modernisering van teeltareaal. Verder experimenteert de sector op grote schaal met nieuwe vormen van energiewinning en waterberging. Naast de primaire productie groeien vooral de toeleverende bedrijven sterk, wat tot conflicterende ruimteclaims leidt, omdat het eveneens van groot belang voor het innovatief vermogen van de sector is dat binnen de provincie voldoende teeltareaal voor (glas)tuinbouw beschikbaar blijft.

Westland is een glastuinbouwgebied dat zich door herstructurering, modernisering en intensivering van het bestaande areaal verder moet ontwikkelen. Binnen Westland is ruimte voor glasopstanden, maar de Provincie biedt bij uitzondering ook ruimte voor weloverwogen vormen van functiemenging, als die het greenportcluster versterken. Bedrijven kunnen worden toegelaten als ze behoren tot de keten glastuinbouw en een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de Greenport als internationaal centrum voor teelt, kennis en handel.

2.1.3.1 Afwijken middels 6.15 Omgevingsverordening

Volgens de kaart zijn de gronden aangewezen als 'Glastuinbouwgebieden'. Concentratiegebieden voor glastuinbouw kunnen qua belevingswaarde worden beschouwd als bedrijventerrein. Ontwikkelingen in de glastuinbouw dienen bij voorkeur bij te dragen aan een grootschalig, geconcentreerd, modern uiterlijk en functioneren. Gericht op zoveel mogelijk meervoudig ruimtegebruik en collectieve voorzieningen, met aandacht voor aansluiting op bestaande landschappelijke structuren. Een dooradering van het gebied met water en recreatieve routes is gewenst.

Volgens artikel 6.15 lid 1 is het volgende toegestaan:

Een bestemmingsplan voor gronden binnen het glastuinbouwgebied, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 11 in bijlage II, laat alleen glastuinbouwbedrijven en openlucht tuinbouwbedrijven toe, alsmede de daarbij behorende voorzieningen en voorzieningen voor energieopwekking.

2.1.4 Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte & AMvB ruimtelijke ordening

Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig. Daar streeft het Rijk naar met een aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Een actualisatie van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid is daarvoor nodig. De verschillende beleidsnota's op het gebied van ruimte en mobiliteit zijn gedateerd door nieuwe politieke accenten en veranderende omstandigheden zoals de economische crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen onder andere omdat groei, stagnatie en krimp gelijktijdig plaatsvinden. De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. 

 

Doelen

In de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte formuleert het Rijk drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig te houden voor de middellange termijn (2028):

  • het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland;
  • het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat;
  • het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.

Het Westland is op de kaart van de nationale ruimtelijke hoofdstructuur aangewezen als Greenport.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0004.jpg" 

Figuur - Uitsnede kaart nationale ruimtelijke hoofdstructuur

 

Nationale belangen

De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is vertaald in de AMvB ruimtelijke ordening. De AMvB omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met de AMvB Ruimte maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij de AMvB kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit. Voor het projectgebied zijn geen nationale belangen in het geding.

2.1.5 Conclusie

Het bestemmingsplan is in overeenstemming met de beleidskaders van de verschillende overheden.

2.2 Handhavingsstrategie Thema Glastuinbouw Westland 2020

2.2.1 Inleiding

Op 31 januari 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Westland

de 'Handhavingsstrategie strijdig gebruik in het duurzaam glastuinbouwgebied' vastgesteld. Dit betrof een handhavingsstrategie ten aan zien van het strijdige gebruik van glastuinbouwgronden in de gemeente Westland. Deze handhavingsstrategie moest worden beschouwd als een aanvulling op, en op onderdelen een wijziging van, het bestaande 'Handhavingsbeleid, integrale handhaving Wabo-taken gemeente Westland', zoals vastgesteld op 5 oktober 2015.

De handhavingsstrategie had uitsluitend betrekking op het gebruik van gronden en opstallen in het duurzaam glastuinbouwgebied in strijd met de aan de gronden gegeven bestemming 'Agrarisch - Glastuinbouw' en de wijze waarop daar vanuit het oogpunt van handhaving mee werd omgegaan.

De 'Handhavingsstrategie thema glastuinbouw Westland 2020' vervangt de 'Handhavingsstrategie strijdig gebruik in het duurzaam glastuinbouwgebied' van 31 januari 2017, doch betreft inhoudelijk voornamelijk op onderdelen een wijziging van deze strategie en de aanhangende beleidsregels.

Dit beleid moet worden beschouwd als sectorale uitwerking van het bestaande 'Handhavingsbeleid, integrale handhaving Wabo-taken gemeente Westland'.

2.2.2 Aanleiding

In 2009, ter voorbereiding op de te ontwikkelen bestemmingsplannen (Glastuinbouwgebied Westland en Galstuinbouwgebied Boomawatering) voor ca. 4,8 miljoen m2 glastuinbouwgebied van Westland, heeft een inventarisatie plaatsgevonden van alle strijdigheden in dit gebied. In totaal zijn 1.037 dossiers aangelegd, waarvan er eind 2019 nog 566 over waren (afname van ca. 46%).

2.2.2.1 Eindrapport CWP 2015-2018

In de eindrapportage van het Collegewerkprogramma 2015-2018 (CWP) is opgenomen dat de omvang van de ruimtelijke belemmeringen is afgenomen, maar nog steeds substantieel is: "Onze handhavingskoers is, ondanks nieuw instrumentarium en afstemming met de gemeenteraad in de werkgroep herstructurering, continue onderwerp van discussie geweest, waarbij beëindiging van strijdigheden niet altijd draagvlak ondervond. Wij concluderen dat de feítelijke vernieuwing van het glastuinbouwgebied in een opwaartse spiraal zit, maar nog niet voldoet aan het wensbeeld voor moderne glastuinbouw. Het doen naleven van wet- en regelgeving door gebruikers in het duurzaam glastuinbouwgebied blijft een punt van zorg en aandacht."

2.2.2.2 Rapport Berenschot

Gelet op de conclusies uit de eindrapportage is in 2018 door bureau Berenschot een rapport opgesteld met aanbevelingen. Deze aanbevelingen geven aanleiding om het beleid op handhaving (van met name strijdig gebruik van agrarische gronden) in het duurzaam glastuinbouwgebied deels bij te sturen.

Er is de wens uitgesproken, mede gelet op het advies van Berenschot, voor langdurige strijdigheden die van beperkte invloed zijn op de ontwikkelmogelijkheden voor moderne glastuinbouw in Westland, een aparte regeling te ontwerpen. In het advies van Berenschot staat hierover het volgende op de vraag welke mogeIijkheden Westland heeft voor het afhandelen van bestaande dossiers en het afhandelen en/of

voorkomen van nieuwe dossiers.

Teneinde voortgang te behouden wordt de volgende aanpak voorgesteld:

  • 1. Ontwikkel een transparant en helder toetsingskader
  • 2. Inventariseer de mogelijkheden voor het positief bestemmen van bestaand gebruik
  • 3. Een deel van de strijdigheden stamt uit de periode van vóór de oprichting van de gemeente Westland en is daarmee relatief oud. Het is te overwegen om, onder strikte voorwaarden, het positief bestemmen voor strijdig gebruik van glastuinbouwgrond te introduceren. Om precedentwerking te voorkomen dient het positief bestemmen gepaard te gaan met een goede communicatiestrategie waarbij helder wordt aangegeven dat het hierbij gaat om een eenmalige actie, bedoeld om een schone lei te creëren.
  • 4. Screen de huidige werkvoorraad
  • 5. Zorg voor structurele capaciteit en middelen voor de uitvoering
  • 6. Communiceer over werkwijze.

2.2.2.3 Uitvoeringsprogramma 2019

In het Uitvoeringsprogramma Westland 2019 is (onder maatregel 38: Handhaving thema glastuinbouw) opgenomen dat de handhaving op het thema glastuinbouw wordt geïntensiveerd. Van de gemeente wordt een duidelijke, rechtmatige en rechtszekere koers verlangd. Dit kan door bestaand beleid op eenduidige wijze voort te zetten en uit te voeren, nieuw beleid te maken, bestaand beleid anders te accentueren (bijvoorbeeld in prioriteiten of te concretiseren) of ruimtelijke keuzes te maken (bijvoorbeeld herdefiniëring van 'duurzame glastuinbouwgebieden').

Het is de ambitie om herstructurering en modernisering van de glastuinbouw verder aan te sporen. Om strijdig gebruik en speculatie van tuinbouwgrond tegen te gaan (en daarmee onder andere de herstructurering en het optimaal ruimtegebruik te belemmeren), is handhaving op basis van de geldende

bestemmingsplannen noodzakelijk. Dit zal consequent worden uitgevoerd.

"Verder zetten we actief in op het overheidsinstrumentarium bestemmingsplannen en handhaving. Vanaf 2019 werken we structureel aan het minimaliseren van strijdigheden. Dit geldt voor zowel handhaving als legalisatie. We handhaven daarbij ook als er geen directe herstructureringscase is. De gemeente trekt drie collegeperiodes (2018 t/m 2030) uit om zowel bestaande als nieuwe strijdigheden aan te pakken en op te lossen."

2.2.3 Doelstelling

De primaire glastuinbouw is een belangrijke pijler onder de Westlandse economie en biedt direct en indirect werk aan vele Westlanders. Een vitaal glastuinbouwgebied is dan ook van groot belang voor Westland.

De primaire glastuinbouw zat enkele járen geleden in zwaar weer. Om het tij te keren zijn in het rapport 'Moderne glastuinbouw Westland', verscheidene ontwikkelingen, oorzaken en benodigde acties benoemd. Om ruimte te bieden aan moderne glastuinbouwbedrijven in Westland moeten de randvoorwaarden om te kunnen ondernemen zo optimaal mogelijk zijn.

De Westlandse ruimtelijke structuren, (fysieke) obstakels en het strijdig gebruik van gronden en opstallen maken benodigde schaalgroottes en optimale lengte-breedte verhoudingen voor primaire glastuinbouwbedrijven echter lastig realiseerbaar. Om Westland concurrerend te houden als primair productiegebied in de glastuinbouw is het dan ook ten minste noodzakelijk om het duurzaam glastuinbouwgebied obstakelvrij te maken en ruimtelijke structuren te versterken om zo ruimte te kunnen bieden aan schaalvergroting.

Uit ervaringen in de praktijk blijkt dat het strijdige gebruik van agrarische gronden en opstallen voor niet-agrarische doeleinden zeer vertragend kan werken bij concrete initiatieven van glastuinbouwondernemers en zelfs bepalend kan zijn voor het al dan niet slagen van deze initiatieven. Strijdig gebruik heeft namelijk een fors prijsopdrijvend effect: door het strijdige gebruik krijgen de gronden voor de gebruiker een hogere waarde dan de agrarische waarde, waar door er geen of slechts een zeer geringe bereidheid bestaat om de gronden voor een reële agrarische marktwaarde ter beschikking te stellen aan de glastuinbouw. Handhavend optreden tegen dit strijdige gebruik kan een belangrijke bijdrage leveren aan de beschikbaarheid van areaal voor de modernisering van de glastuinbouw.

Dit is dan ook gelijk het voornaamste achterliggende doel van handhavend optreden tegen strijdig gebruik van gronden en opstallen met de bestemming 'Agrarisch - Glastuinbouw': gronden en opstallen, die bestemd en geschikt zijn voor glastuinbouw, zijn voor een marktconforme agrarische prijs beschikbaar voor de glastuinbouw.

Dit doel kan in een aantal gevallen door handhavend optreden worden bereikt. Indien strijdig gebruik gestaakt moet worden en gronden of opstallen niet meer voor afwijkende doeleinden gebruikt kunnen worden, beweegt dat mensen er immers eerder toe, aangezien ze toch geen gebruik meer kunnen maken van de gronden, om de gronden beschikbaar te stellen voor de glastuinbouw.

Omdat ze de gronden niet meer kunnen gebruiken en de gronden daarmee voor de eigenaar minder waard worden, zullen de gronden ook eerder voor een marktconforme prijs worden verkocht.

2.2.4 Handhavingskader

2.2.4.1 Beginselplicht

Handhaving van het recht is belangrijk voor de geloofwaardigheid van de gemeente en de

regels die zij stelt. Handhaving is elke (re)actie die erop gericht is de naleving van het bij of krachtens wet- en regelgeving geldende recht te bevorderen en te bewerkstelligen, zo nodig door het opleggen van sancties. Handhaving ziet ook op het beïnvloeden van het gedrag van burgers. Hiervoor is duidelijke informatievoorziening en communicatie van groot belang. Met handhaving worden ook randvoorwaarden gecreëerd.

Intern vraagt handhaving om samenwerking tussen de handhavingspartners en maakt dit onderdeel uit van het bredere veiligheidsbeleid in een gemeente (fysieke veiligheid en sociale veiligheid). Een goede handhavingsorganisatie is cruciaal. Het opzetten van een goede organisatie is één, maar een organisatie moet ook nog worden 'bemenst'. De ambtelijke capaciteit moet zowel kwantitatief als kwalitatief op voldoende niveau zijn om het handhavingsbeleid goed te kunnen uitvoeren.

Handhaving is noodzakelijk om:

  • 1. de naleving van democratisch vastgestelde regels te bewerkstelligen en te bevorderen;
  • 2. beoogde beleidsdoelstellingen te behalen;
  • 3. rechtszekerheid en gelijke behandeling van burgers te waarborgen;
  • 4. geloofwaardigheid, betrouwbaarheid en integriteit van bestuurders te bevorderen;
  • 5. normvervaging tegen te gaan;
  • 6. civiele claims van burgers wegens inadequate handhaving en onverzekerbare risico's tegen te gaan.

Voor gemeenten geldt een beginselplicht tot handhaving. Dit betekent dat een gemeente alleen in bijzondere omstandigheden kan afzien van handhaving (bijvoorbeeld wanneer concreet zicht is op legalisatie dan wel handhavend optreden onevenredig zou zijn in relatie tot de daarmee te dienen belangen).

De gemeente heeft de bevoegdheid om handhavend op te treden bij overtreding van wetten en regels door burgers of bedrijven. De Algemene wet bestuursrecht biedt hiervoor handvatten en sancties. Het is echter onmogelijk voor bestuursorganen om tegen alle overtredingen handhavend op te treden. Hiervoor ontbreekt gewoonweg de capaciteit. Voor bestuursorganen is het daarom mogelijk en vereist om handhavingsbeleid op te stellen. In dit beleid mogen prioriteiten worden gesteld in het kader van doelmatige handhaving. Het mag er alleen niet op neerkomen dat in het geheel niet wordt gehandhaafd .

2.2.4.2 Wettelijk kader

Het bevoegd gezag voor de handhaving van de (bouw)regelgeving heeft op basis van artikel 5.2, lid 1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo) de volgende taken:

  • zorg dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving;
  • zorg dragen voor de verzameling van gegevens om invulling te geven aan deze taak;
  • het optreden door middel van het toepassen van bestuursdwang, het opleggen van een last onder dwangsom of het intrekken van (delen van) de omgevingsvergunning.
2.2.5 Thematisch handhaven

2.2.5.1 Handhaving in glastuinbouw

Binnen Westland wordt onderscheid gemaakt tussen thematische handhaving en reguliere handhaving. De thematische handhaving heeft momenteel betrekking op strijdigheden die zich voordoen op glastuinbouwgrond. Deze strijdigheden belemmeren de modernisering van de glastuinbouw en werken uiteindelijk in het nadeel van het glastuinbouwcluster.

Eén van de prioriteiten van het college is het versnellen van de herstructurering van de glastuinbouw. Om deze herstructurering en handhaving adequaat en resultaatgericht voort te zetten, is het van belang te zorgen dat de handhavingsinstrumenten consequent dienen te worden toegepast om beoogde doelstellingen en de benodigde helderheid te realiseren.

Dit geldt niet alleen voor de reeds geïnventariseerde strijdigheden, maar ook voor nieuwe strijdigheden die ontstaan. Aan de ene kant worden dossiers opgelost, maar nieuwe strijdigheden dienen zich aan. Het is dan ook een doorlopend proces.

Handhaving is een kerntaak van de gemeente die, zoals eerder vermeld, vraagt om een goede organisatie. Handhaving vereist een door lopende samenwerking tussen beleid en uitvoering. Dit geldt voor de reguliere handhavingsdossiers, maar ook voor de dossiers die betrekking hebben op de herstructurering van de glastuinbouw.

2.2.5.2 Naleving van regels

In de gemeente Westland, zowel haar voorgangers als een groot deel van het eerste decennium van haar bestaan, is langdurig niet structureel actief handhavend opgetreden tegen het strijdige gebruik van gronden en/of opstallen in het glastuinbouwgebied, anders dan op het verzoek van een belanghebbende om over te gaan tot handhavend optreden. Dit heeft er mede toe geleid dat er in het glastuinbouwgebied, bijna vijf miljoen vierkante meter groot, honderden gevallen van strijdig gebruik zijn ontstaan.

In de periode 2009-2012 heeft het college van burgemeester en wethouders een groot deel van deze strijdigheden geïnventariseerd en eigenaren en/of gebruikers op de hoogte gebracht van de constatering. Zoals aangegeven is geconstateerd dat de randvoorwaarden om te kunnen ondernemen zo optimaal mogelijk zijn om in het perspectief van de mondiale economie een toekomstbestendige en modern glastuinbouwcluster te kunnen faciliteren.

In 2015 heeft het college van burgemeester en wethouders daarom besloten om intensiever op te treden tegen strijdig gebruik van gronden en opstallen in het glastuinbouwgebied. Het college besloot ertoe nieuwe gevallen van strijdig gebruik in heel Westland direct aan te pakken en bestaande gevallen van strijdig gebruik conform een prioritering op te pakken, te beginnen (maar niet uitsluitend) in de destijds prioritaire gebieden Boomawatering en Poelzone.

2.2.5.3 Spanningsveld

De intensivering van handhaving heeft bij veel eigenaren en gebruikers tot onbegrip geleid. Zij zeggen in grote meerderheid wel begrip te hebben voor het hierboven geformuleerde doel, maar vinden het handhavend optreden op dit moment niet evenredig in verhouding tot het doel.

Daarbij wijzen zij er veelal op dat er op dit moment geen glastuinbouwbedrijven zijn die concrete interesse hebben in de strijdig gebruikte agrarische gronden en/of opstallen. Dit, in combinatie met het feit dat de gemeente lange tijd niet handhavend heeft opgetreden, maakt dat handhaving op dit moment door veel eigenaren als onrechtvaardig wordt ervaren.

Deze combinatie van omstandigheden leidt er soms toe dat betrokkenen het strijdige gebruik wel staken, al dan niet na een handhavingsbesluit, maar tegelijkertijd aangeven de grond nooit te zullen verkopen aan een glastuinbouwbedrijf, na het "onrecht" dat hen is aangedaan.

In andere gevallen willen sommigen de voor glastuinbouw bestemde grond wel beschikbaar stellen voor de ontwikkeling van de glastuinbouw, maar is er simpelweg geen interesse. Zodoende bestaat er een risico op leegstand en mogelijk verrommeling in/van het gebied.

2.2.6 Onderscheid tussen oud en nieuw

De gemeente Westland is op 1 januari 2004 ontstaan door een gemeentelijke herindeling. De voormalige gemeenten De Lier, 's-Gravenzande (inclusief Heenweg), Monster (inclusief Poeldijk en Ter Heijde), Naaldwijk (inclusief Honselersdijk en Maasdijk) en Wateringen (inclusief Kwintsheul) werden samengevoegd. In alle voormalige gemeenten was sprake van een buitengebied met glastuinbouw.

Tot de samenvoeging naar één gemeente waren er verschillende bestemmingsplannen voor elk van de glastuinbouwgebieden van de voormalige gemeenten van kracht. Deze bestemmingsplannen hadden verschillend luidende planregels en verschillend uitziende verbeeldingen (plankaarten), hetgeen leidde tot ongelijke bouw- en gebruiksmogelijkheden en situaties. Ook op het gebied van het overgangsrecht waren de regels in de gemeenten verschillend.

2.2.6.1 Harmonisatie van regels

Op 26 mei 2009 is door de gemeenteraad een parapluherziening van de bestemmingsplannen van het buitengebied Westland vastgesteld (hierna: Parapluplan), met uniforme planregels voor alle agrarische gronden en alle burgerwoningen. Met ter inzage ligging van het ontwerp van dit bestemmingsplan, op 4 december 2008, is feítelijk sprake geweest van openbaarmaking van de gelijke regels voor een ieder in het glastuinbouwgebied van Westland. Vanaf dat moment was van enig conflict met rechtsongelijkheid binnen Westland geen sprake meer.

Daar de verschillen tussen de voormalige gemeenten in juridische zin dusdanig waren dat toetsing van gelijke overtredingen (die voor eenwording van Westland zijn ontstaan) verschillende uitkomsten kunnen bieden, biedt op zichzelf al voldoende handvat om onderscheid te maken tussen oude en nieuwe overtredingen.

2.2.6.2 Nieuwe regels

De harmonisatie van de regels, middels het Parapluplan, bevatte echter ook nieuwe regels, zoals een beperking aan het toelaatbare gebruiksoppervlak voor privégenot bij een bedrijfswoning. Hierdoor ontstond eveneens een nieuwe scheiding tussen overtredingen op basis van de nieuwe regels en bestaande overschrijdingen van deze beperking.

2.2.6.3 Rechtszekerheid

Hoewel vaak wordt gedacht dat een overtreding niet meer kan worden aangepakt wanneer dit maar zo lang mogelijk wordt stilgezwegen, is dit een misvatting. Door verloop van tijd wordt een illegale situatie in beginsel niet opeens legaal. Handhaving door de overheid is dan nog altijd mogelijk en van verjaring is dan ook geen sprake.

De afweging die bij langdurige situaties gemaakt dient te worden is of uitvoering van de bestemming waarvan wordt afgeweken in redelijkheid verwezenlijkt kan worden in relatie tot de ontwikkelingen die in de desbetreffende sector plaatsvinden. In het geval van het Westlands glastuinbouwgebied is deze afweging afhankelijk van veel factoren. Immers, met een gemiddelde leeftijd van 23 jaar (2019) van het productieareaal moet enerzijds over (voorheen) twee planperiodes (10 jaar) gekeken worden naar de effecten van een overtreding op het functioneren van het productieareaal en anderzijds -in geval het een woning betreft- over een periode van 40 tot 70 jaar gekeken worden of een woning onevenredig effect heeft op de structuur van de glastuinbouw.

Daartegenover staat de redelijkheid en billijkheid om eigenaren/gebruikers niet (te) langdurig in het ongewisse te laten over een eventuele legalisatie van hun overtreding. Daar Westland ter voorbereiding op de bestemmingsplannen voor het glastuinbouwgebied (2009-2012) vele constateringsbrieven heeft gestuurd (> 1.000 stuks) over strijdig heden die vóór harmonisatie en vernieuwing van de regels waren ontstaan, is ca. 10 jaar later voor nog ruim 500 van deze zaken geen duidelijkheid of het gebruik van de grond en/of bouwwerk kan worden voortgezet.

Vorenstaande kan tot de veronderstelling leiden dat naarmate een overtreding langdurig voort blijft bestaan, dit kan conflicteren met rechtszekerheid, bijvoorbeeld door gewijzigd beleid, overgangsrecht en doelmatigheid van handhavend optreden in relatie tot het te dienen (algemeen) belang.

De combinatie van voornoemde factoren, zoals de verschillen in dynamiek tussen vernieuwing in de glastuinbouw en die van woningen en de samenvoeging tot één gemeente met naderhand een harmonisatie van regels, maakt het redelijk en billijk, in het belang van rechtszekerheid een streep te zetten onder de legalisatievraag van oude strijdigheden.

2.2.6.4 Eenmalige legalisatie

In de rapportage van Berenschot is eveneens geadviseerd om “te overwegen om -onder strikte voorwaarden- het positief bestemmen voor strijdig gebruik van glastuinbouwgrond te introduceren waarbij het gaat om een eenmalige actie, bedoeld om een schone lei te creëren. De achtergrond van dit advies was omdat een deel van de strijdigheden uit de periode van vóór de oprichting van de gemeente Westland stamt en daarmee relatief oud is. "

Er is een duidelijk onderscheid te maken tussen oude overtredingen, ontstaan vóór 4 december 2008, en nieuwe overtredingen, ontstaan ten tijde van regels en beleid die voor de gehele gemeente eensluidend van toepassing waren. In het belang van de rechtszekerheid is het redelijk en billijk een streep te zetten onder de legalisatievraag van oude strijdigheden. Om dit hier invulling aan te geven kan middels een ruimtelijk plan, thans nog een bestemmingsplan, legalisatie vanuit overheidswege worden geïnitieerd.

Deze planvorm doet het meest recht aan een eenmalige legalisatie van oude overtredingen. Daarbij is het voor overtreders niet noodzakelijk om daartoe zelf een aanvraag in te dienen, maar kan op initiatief van de gemeente zelf worden voorbereid. Met de verwachte inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 juli 2022 is het dan ook gewenst voortijdig een actueel ruimtelijk plan te hebben die recht doet aan een "passende toedeling van functies".

In het advies van Berenschot is echter wel een belangrijke randvoorwaarde meegegeven, namelijk "onder strikte voorwaarden". Dat betekent uiteraard dat niet alle strijdigheden zonder meer gelegaliseerd kunnen worden als zijnde een "generaal pardon".

Een goede afweging blijft noodzakelijk, in het belang van een goede ruimtelijke ordening, ter voorkoming van willekeur, maar bovenal ter voorkoming van de mogelijke suggestie dat langdurig (bewust) overtreden van wet- en regelgeving op termijn kan lonen.

2.2.7 Legalisatie oude overtredingen

In navolging van het advies van Berenschot kan legalisatie van oude overtredingen alleen plaatsvinden onder strikte voorwaarden.

Aan die strikte voorwaarden zit een sterke belangenafweging vast. Immers, de belangen die met handhaving worden gediend hebben primair betrekking op het faciliteren van de uitoefening van de toegekende bestemming aan een perceel. In het geval van handhaving in het glastuinbouwgebied betreft dit uiteraard primair het beschikbaar houden van gronden om deze te kunnen gebruiken voor de uitoefening van een glastuinbouwbedrijf met alle daarbij behorende voorzieningen.

Om invulling te geven aan de strikte voorwaarden is een centrale doelstelling geformuleerd:

Het legaliseren van langdurig, ongewijzigd, strijdig privégebruik van gronden en/of opstallen in het duurzaam glastuinbouwgebied voor zover dit niet leidt tot onevenredige aantasting van de (uitoefening van de) bestemming .

In de uitwerking van deze doelstelling zijn de navolgende strikte voorwaarden van belang:

2.2.7.1 Ongewijzigd gebruik

Voor oude gevallen, ofwel langdurig strijdig gebruik is een concreet kantelpunt benoemd, namelijk de openbaarmaking van het ontwerp bestemmingsplan 'Parapluherziening bestemmingsplannen buitengebied Westland' op 4 december 2008. Van langdurig strijdig gebruik is echter geen sprake in het geval dat overtredingen 'gewijzigd' zijn. Daaronder moet worden verstaan:

  • 1. Het toevoegen van bouwwerken;
  • 2. Het qua aard intensiveren van het strijdig gebruik;
  • 3. Het qua omvang vergroten van het strijdig gebruik;
  • 4. Het wijzigen van het eigendom, met uitzondering van vererving.

1. Toevoegen van bouwwerken

Middels het toevoegen van bouwwerken na voornoemde datum, is er sprake van zowel een bewuste overtreding, (veelal) het handelen zonder daartoe benodigde vergunning, als het creëren van een nieuwe situatie. Zodoende is geen sprake meer van een oude overtreding, maar van een nieuwe overtreding.

2. Intensiveren van het gebruik

Met het intensiveren van de aard van het gebruik, bijvoorbeeld door de aanleg van siertuinen, waterlopen of -partijen, paardenbakken, dierenweides, etc. zijn de gebruiksmogelijkheden conform de agrarische bestemming bewust beperkt. Ook hiervoor geldt dat er sprake is van het bewust afwijken van de gebruiksregels die sinds de harmonisatie van toepassing waren. Daarbij was reeds algemeen bekend dat veel bewoners (meer dan 1.000) in het Westland met een overtreding van het bestemmingsplan een constateringsbrief hadden ontvangen.

3. Vergroten van het gebruik

De derde wijze van een nieuwe overtreding is in de praktijk goed zichtbaar, namelijk het feitelijk vergroten van de overtreding door meer gronden privé te gebruiken dan in de situatie van 4 december 2008. De strijdigheid is daarmee ruimtelijk vergroot, ondanks de wetenschap van de geharmoniseerde regels. Eigenaren hebben hiermee bewust de overtreding vergroot, waardoor een nieuwe situatie is ontstaan.

4. Wijzigen van het eigendom

Tot slot is er ook sprake van een gewijzigde situatie indien het eigendom is overgegaan. Een nieuwe eigenaar had zich er van moeten en kunnen vergewissen dat (bijvoorbeeld) het gebruik van agrarische gronden t.b.v. het privégenot niet toelaatbaar was.

Primair zou dit door de voormalig eigenaar hersteld moeten zijn alvorens tot verkoop over zou zijn gegaan. Vervolgens had de verkopend makelaar de verplichting de overtreding van de regels te vermelden als te aanvaarden risico bij de verkoop. Als laatste had de koper zich ervan kunnen vergewissen en zelf over kunnen gaan tot het terugbrengen van de situatie naar het planologisch toelaatbare gebruik.

Indien hiervan niet is gebleken heeft de nieuwe eigenaar (waarvan het eigendom na 4 december 2008 is aangevangen) een nieuwe situatie laten ontstaan. Daarbij komt dat vele eigenaren door de gemeente reeds op de hoogte waren gesteld van een constatering van de overtreding en/of gedurende het verkoopproces een verzoek tot aanpassing van de verkooptekst hebben ontvangen.

Voor 'gewijzigde' gevallen, uitgezonderd uiteraard de gewijzigde gevallen waarin sprake is van verkleining van de overtreding, worden deze niet beschouwd als langdurige/oude overtredingen/gevallen.

2.2.7.2 Speculatie, belegging en extern

De tweede belangrijke voorwaarde is een directe koppeling aan een privébelang ter plaatse. Speculatief grondbezit, het beleggen in grond of extern grondbezit (het bezit van grond door een eigenaar die niet ter plaatse woonachtig is; veelal eigenaren die woonachtig zijn in één van de dorpen van Westland en in het glastuinbouwgebied een kavel gekocht hebben voor het houden van dieren) hebben geen betrekking op het woongenot en zijn veelal niet het gevolg van een ruimtelijke splitsing van gebruiksfunctie na een herstructurering uit het verleden.

Het is ongewenst een dergelijke vorm van grondbezit te legaliseren. Ondanks dat deze vorm langdurig heeft kunnen voortbestaan, is dit een bewuste ondermijning van de uitoefening van de bestemming geweest zonder dat hier, in tegenstelling tot een siertuin bij een woning, een ruimtelijke binding met de locatie is. Deze gebruiksvormen zijn zogezegd relatief plaats-onafhankelijk. Legalisatie zou dan ook kunnen leiden tot een ongewenste toename van speculatief grondbezit, waardoor het functioneren van het glastuinbouwgebied onevenredig wordt beperkt.

2.2.7.3 Onevenredige aantasting

De derde belangrijke voorwaarde is ruimtelijk de meest relevante van de voorwaarden.

In de afweging of legalisatie wenselijk is dienen de belangen van de (omvang van) de overtreding tegen de belangen die gediend zijn bij uitoefening van de bestemming te worden gezet. In de basis wijkt dit niet af van de gebruikelijke beoordeling in een handhavingszaak. Immers, afzien van handhaving kan indien legalisatie mogelijk is.

Voor de beoordeling in een handhavingszaak wordt gehandeld binnen de kaders van het bestaande beleid of, in gevallen van een maatschappelijke opgave, in het belang van een ruimere beoordeling over een goede ruimtelijke ordening. Daarbij wordt immer de precedentwerking die uitgaat van een beoordeling tot legalisatie in ogenschouw meegenomen.

Voor oude gevallen wordt eenmalig afgeweken. De beoordeling of sprake is van onevenredigheid is namelijk een andere dan de toetsing of sprake is van het handelen overeenkomstig het huidige beleid. Dit impliceert niet dat het huidige beleid onevenredig is, maar wel dat met inachtneming van de historische context van de totstandkoming van de overtreding het huidige beleid niet altijd recht doet aan die context. Kortom, de (on)evenredigheid komt vanwege de historisch context in een ander daglicht te staan dan overtredingen die onder de geharmoniseerde wet- en regelgeving zijn ontstaan.

In de beoordeling van de evenredigheid betekent een ruimere toetsing voornamelijk dat maximale maatvoeringen in het huidige beleid niet leidend zijn in een toetsing. De nadruk ligt op de impact van het gebruik op de ruimtelijke structuur voor de glastuinbouw.

Voor de beoordeling van strijdige bewoning ligt evenredigheid daarnaast ook in de beoordeling of het behouden van ten minste één bedrijfswoning bij een glastuinbouwbedrijf nog redelijk is indien gedurende meer dan tien jaar geen aanspraak is gemaakt op deze woning als bedrijfswoning. Daarin dient mede beoordeeld te worden of de overtreder zich daartoe niet heeft verzet of anderszins heeft doen voorkomen dat gebruik van de woning overeenkomstig de bestemming op enige wijze is bemoeilijkt.

2.2.7.4 Uitzondering

Een substantieel deel van de agrarische bedrijfswoningen in het glastuinbouwgebied voldoen niet aan het criterium van 'onevenredige aantasting'. Dit is er voornamelijk in gelegen dat de woningen op een dusdanige locatie zijn gelegen dat deze aldaar niet duurzaam kunnen blijven. De woningen liggen de ontwikkeling van de glastuinbouw dus onevenredig in de weg.

Als gevolg van deze constatering zou de bewoning van deze woningen moeten worden beëindigd. In overweging is echter genomen dat de strijdige bewoning langdurig is en thans meer dan één (bestemmings-)planperiode -tien jaar- zich voordoet. Binnen het verstrijken van deze periode is klaarblijkelijk ook de urgentie tot het aanwenden van deze woningen ter uitvoering van de bestemming niet aan de orde geweest. Daarin speelt mee dat het aantal glastuinbouwbedrijven de afgelopen 10 jaar jaarlijks met meer dan 5% is afgenomen. Dit resulteert dan ook jaarlijks in het vrijvallen van meerdere bedrijfswoningen.

Mede gelet op de overwegingen die eerder zijn genoemd, vorenstaande en de mogelijkheid dat enkele gevallen zelfs onder overgangsrecht van voormalige planregimes vallen, worden oude overtredingen van burgerbewoning van een agrarische bedrijfswoning (die dus niet voor legalisatie in aanmerking komen wegens onevenredige aantasting van het glastuinbouwgebied) ondergebracht in een persoonlijk overgangsrecht.

Dit overgangsrecht komt er op neer dat de huidige bewoners van deze woningen in de woning mogen blijven wonen, maar dat de bewoning bij het beëindigen van de bewoning door de huidige bewoners overeenkomstig het bestemmingsplan moet zijn. De strijdige bewoning is dus eindig en uitsluitend voorbehouden aan de huidige bewoners, die immers ook al langdurig de woning bewonen. In geval de woning verkocht of verhuurd wordt voor bewoning in strijd met het bestemmingsplan, is dit een 'nieuwe overtreding'. Met deze eenmalige uitzondering is handhavend optreden voor deze bewoners afgewenteld. De woning blijft verkoopbaar, doch uitsluitend als agrarische bedrijfswoning. Doordat de ligging van de woning het voorname punt is waarom legalisatie niet mogelijk en gewenst is, is verplaatsing van de woning de meest wenselijke oplossingsrichting. Bij verplaatsing van de woning (sloop op huidige locatie en nieuwbouw op een aanvaardbare locatie) is eventueel gewenste bestemmingswijziging om burgerbewoning toe te laten wel mogelijk.

2.2.8 Bestaande/nieuwe overtredingen

Met het onderscheid tussen oude en bestaande of nieuwe overtredingen wordt een concrete 'streep' gezet onder de oude overtredingen. Desalniettemin is gebleken dat een substantieel deel van de oude overtredingen is gewijzigd, waardoor deze tevens nieuwe (voor het onderscheid in beleidsregels 'bestaand' genoemd) overtredingen zijn geworden. Daarnaast worden (helaas) jaarlijks nog steeds enkele tientallen nieuwe overtredingen geconstateerd. Deze variëren van het vergroten van het privégenot middels ingebruikname van agrarische gronden, het onttrekken van meer dan 1.000m2 bij een herstructurering, het realiseren van bouwwerken zonder vergunning en het houden van dieren tot het bedrijfsmatig in gebruik nemen van (oude) glastuinbouwopstallen.

Ondanks de afhechting van oude overtredingen is het aantal resterende strijdigheden nog substantieel. Met de eerdere constatering dat het onmogelijk is voor bestuursorganen om tegen alle overtredingen (direct) handhavend op te treden, is een handhavingsstrategie noodzakelijk. Onderstaande strategie bestaat zowel uit een prioritering als een beleidsmatige keuze in veel voorkomende situaties, zoals bedrijfsmatige functies, strijdige bewoning en privégebruik van agrarische gronden.

2.2.8.1 Prioritering

Een van de mogelijke invullingen van een handhavingsstrategie is onderscheid in prioriteit. Voor het duurzaam glastuinbouwgebied van Westland wordt al enige jaren gebruik gemaakt van een prioritering. Prioritering draagt bij aan de effectiviteit van de inzet van het instrument handhaving en geeft richting aan de mate van urgentie.

Het strijdige gebruik van glastuinbouwgronden in het duurzame glastuinbouwgebied wordt conform de onderstaande prioritering opgepakt; prioriteit 1 is de hoogste, prioriteit 4 de laagste:

  • 1. Gebieden of locaties waar herstructurering door het college kansrijk worden geacht (door het college per gebied of locatie te motiveren)
  • 2. Strijdig gebruik waarbij expliciete afspraken met gemeente zijn geschonden of vergunningsvoorwaarden niet worden nageleefd
  • 3. Bedrijfsmatig gebruik anders dan de uitoefening van een glastuinbouwbedrijf
  • 4. Overige gevallen.

In tegenstelling tot eerdere prioritering zijn de projecten 'Boomawatering' en 'Poelzone' niet langer expliciet opgenomen. Nu deze projecten grotendeels zijn afgerond staan deze niet meer expliciet benoemd in de prioritering, maar kunnen als onderdeel van prioriteit 1 worden beschouwd.

Daarnaast is bijvoorbeeld een gebiedsproces in de Broekpolder gestart. Hoewel dit enige mate van projectmatigheid in zich heeft, is handhavend optreden vanuit dit bottom-up proces geen randvoorwaarde om te komen tot ontwikkeling, maar een mogelijk sluitstuk indien het vrijwillig opheffen van strijdigheden in het belang van de gebiedsontwikkeling niet tot wasdom komt.

2.2.8.2 Bedrijfsmatige activiteiten

Een uitzondering op het onderscheid tussen oude en nieuwe overtredingen zijn de bedrijfsmatige functies. Van oudsher zijn veel bedrijven gevestigd in het buitengebied. De omvang van alle bedrijven in het buitengebied is circa 110 ha bruto. Op een totaal van ruim 600 ha bruto bedrijventerrein (439 ha netto) is dat veel [meer dan 150ha red].

Zelfs de legaal gevestigde bedrijven kunnen een obstakel vormen voor de herstructurering van glastuinbouwgebieden. Tegelijkertijd concurreren deze locaties met bedrijventerreinen. Het georganiseerd bedrijfsleven heeft dan ook aangegeven dit te beschouwen als oneerlijke concurrentie. Voor illegaal gevestigde bedrijfsfuncties geldt dit des te meer.

Voor de ondernemer is het buitengebied aantrekkelijk. Een vierkante meter in het buitengebied is aanmerkelijk goedkoper dan datzelfde oppervlak op een bedrijventerrein. Tweede voordeel is het extensieve ruimtegebruik in het buitengebied waardoor milieuafstanden en parkeertekorten minder knellen.

Deze situatie is niet het gewenste ruimtegebruik. Bedrijven horen op bedrijventerreinen en in het glastuinbouwgebied horen kassen. Zowel vanuit het perspectief van oneerlijke concurrentie, de negatieve gevolgen voor de uitoefening van moderne glastuinbouwbedrijvigheid, de beeldvorming als internationaal toonaangevend productieareaal als milieu hygiënische gevolgen voor veelal omliggende (bedrijfs)woningen, is een toename van bedrijfsmatige activiteiten ongewenst. Het handhaven van bedrijfsmatige functies behoort daarom tot de drie topprioriteiten.

2.2.8.3 Privégebruik van gronden

Een van de grootste groep overtredingen is het strijdig gebruik van agrarische gronden bij een woning met de bestemming 'Wonen': het privégebruik van agrarische gronden ofwel het gebruik van agrarische gronden ten behoeve van het privégenot. Ook nieuwe overtredingen van de maximering van privé gebruik bij een agrarische bedrijfswoning moet hieronder worden verstaan.

Deze vormen van gebruik van agrarische gronden is expliciet uitgesloten onder de gebruiksregels van de bestemmingsplannen voor het duurzaam glastuinbouwgebied van Westland: "Tot een strijdig gebruik van de gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: privé gebruik van gronden en bouwwerken met een grotere oppervlakte dan 1.000m2, te meten aansluitend aan het hoofdgebouw van de woning (inclusief de woning)".

Draagvlak

Het handhaven op strijdig gebruik van agrarische gronden nabij woningen stuit in de praktijk op beperkt draagvlak, zo werd geconstateerd in voorgaande handhavingsstrategie. Gelet op de omvang van het gehele glastuinbouwgebied, wat zo'n klein vijf miljoen vierkante meter beslaat met daarbinnen ongeveer 2,7 miljoen m2 ofwel 2.700 hectare aan productieareaal, wordt het nut van handhavend optreden in het belang van de uitoefening van de bestemming in twijfel getrokken. Zeker in gevallen waarin niet direct een belang van een derde, die concreet uitoefening wil geven aan de bestemming, in het spel is.

Een oplossing die vaak wordt genoemd is dat pas handhavend moet worden opgetreden als de gronden nodig zijn voor de ontwikkeling van de glastuinbouw, bijvoorbeeld als een glastuinbouwbedrijf de strijdig gebruikte gronden/opstallen daadwerkelijk nodig heeft voor de bedrijfsvoering. Dit is echter om meerdere redenen problematisch.

Belangenweging

Als pas handhavend wordt opgetreden op het moment dat de gronden nodig zijn, kan het voor het glastuinbouwbedrijf al te laat zijn. Dat bedrijf wil snel kunnen inspelen op ontwikkelingen in de markt, op het nieuwe teeltseizoen of op de wet- en regelgeving en wil snel zijn plannen kunnen uitvoeren, terwijl een handhavingsprocedure en juridische procedures over het strijdige gebruik enkele jaren in beslag kunnen nemen.

Zolang die procedures lopen krijgt het glastuinbouwbedrijf geen zekerheid over de beschikbaarheid van de gronden en komen de plannen tot stilstand of lopen zij flinke vertraging op. Dit schaadt de ontwikkeling en modernisering van de glastuinbouw en is in strijd met het gemeentelijk beleid dat juist is gericht op het faciliteren van de ontwikkeling en modernisering van de glastuinbouw.

Verstoring economisch speelveld

Daarnaast is er een kip-ei-probleem: in de praktijk blijkt dat er glastuinbouwbedrijven zijn die wel een plan hebben voor schaalvergroting, maar in de omgeving zoveel strijdig gebruik zien dat ze de uitwerking van hun plan niet eens doorzetten, omdat ze weten dat ze de benodigde gronden nooit voor een agrarische prijs kunnen kopen van de strijdige gebruikers.

Waarom zouden die laatstgenoemden ook?

Zij gebruiken de gronden al járen (illegaal) voor, bijvoorbeeld, hun woongenot en die gronden zijn voor hen veel meer waard dan de agrarische waarde. Door deze verstoring van het gelijke speelveld op de markt worden initiatieven soms bij voorbaat al kansloos. Het wachten met handhaving tot de gronden daadwerkelijk nodig zijn voor de ontwikkeling van de glastuinbouw, stuit derhalve ook op grote bezwaren.

Impliciet gedogen en rechtszekerheid

Passief handhaven is feítelijk het impliciet gedogen van een overtreding. Het impliciet gedogen staat op gespannen voet met de rechtszekerheid voor zowel overtreder als belanghebbenden.

Voor de overtreder blijft immers onduidelijkheid over de termijn wanneer de overtreding moet worden beëindigd. Dit 'Zwaard van Damocles' blijft zodoende constant boven het hoofd van de overtreder hangen. Zelfs een keuze voor expliciet gedogen biedt hier door recente jurisprudentie geen soelaas. Immers, op 16 januari 2019 heeft de staatsraad advocaat-generaal van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2019:86) geconcludeerd dat: "De gedoogverklaring als zodanig en de weigering en intrekking van zo'n verklaring zijn geen besluiten of beschikkingen". Kortom, zowel het impliciet als expliciet gedogen geeft geen rechtszekerheid aan zowel overtreder als derde belanghebbende.

Actief handhaven

Geconcludeerd moet worden dat zowel actief handhaven als wachten met handhaven tot de gronden daadwerkelijk nodig zijn voor de ontwikkeling van de glastuinbouw op reële bezwaren stuiten.

In het eerste geval moet strijdig gebruik na jarenlang soepel handhavingsbeleid beëindigd worden, zonder dat in alle gevallen concreet is hoe de gronden gaan worden ingezet voor de ontwikkeling van de glastuinbouw.

In het tweede geval, waarin wordt gewacht met handhaving, wordt de modernisering van het glastuinbouwcluster gehinderd, met als risico dat Westland zijn positie als topspeler in de glastuinbouw verliest, waardoor een substantieel deel van de werkgelegenheid in Westland verloren kan gaan. Dat is eer onwenselijk. Daarbij is de rechtszekerheid van alle partijen in het geding.

Gelet op vorenstaande en de eerder genoemde beginselplicht tot handhavend optreden wegen deze bestuursrechtelijke belangen zwaarder dan de directe verwezenlijking van de bestemming en de gevoelens van nut en noodzakelijkheid.

2.2.8.4 Tijdelijk legalisatie grondgebruik

Het afzien van handhaving is mogelijk indien er concreet zicht is op legalisatie. In de verschillende planfiguren die bestuursrechtelijk kunnen worden toegepast is er de mogelijkheid om een tijdelijke (omgevings) vergunning te verlenen voor afwijkend gebruik.

In de 'Handhavingsstrategie strijdig gebruik in het duurzaam glastuinbouwgebied (2017)' is een beleidsregel opgenomen als alternatief voor handhavend optreden tegen strijdig gebruik van agrarische gronden, zonder concreet zicht op uitoefening van de bestemming. Dit alternatief vloeide voort uit de vele gesprekken met overtreders gedurende handhavingsprocessen.

In gesprekken werd namelijk aangegeven dat zij bereid zijn om hun gronden en opstallen beschikbaar te stellen voor de ontwikkeling van de glastuinbouw en mee te werken aan de verkoop van die gronden, als zij tot die tijd maar het strijdige gebruik mogen voortzetten. Dit leek een breed gedragen oplossing zijn voor vele bestaande gevallen van strijdig gebruik.

Tijdelijke omgevingsvergunning en koopoptie

In 2017 is deze oplossing in de handhavingsstrategie als volgt vormgegeven:

  • het strijdige gebruik mag worden voortgezet en het college verleent met dit doel - het tijdelijk voortzetten van het strijdige gebruik - een omgevingsvergunning waarmee het met het bestemmingsplan strijdige gebruik tijdelijk wordt toegestaan.
  • de eigenaar verleent aan de gemeente een koopoptie, waarmee de gemeente een optie tot koop verkrijgt voor verwerving van een perceel(sgedeelte) of percelen.
  • De gemeente kan deze optie alleen uitoefenen op verzoek van een (kandidaat) koper die het perceel aan zal wenden voor de ontwikkeling van de glastuinbouw.
  • De gemeente levert het registergoed direct door aan deze koper, door middel van een ABC-akte. Deze overeenkomst ontslaat de eigenaar niet van de mogelijkheid het perceel te verkopen aan een derde, indien deze derde het perceel wil gebruiken voor de ontwikkeling van de glastuinbouw.

Rechtszekerheid

Door voornoemde mogelijkheid te bieden, via een vergunningstelsel, is er sprake van een rechtszekerheid voor zowel eigenaar als een eventuele kandidaat koper van de gronden. De eigenaar heeft het formele recht om de overtreding legaal voort te mogen zetten, totdat de gronden waarop dit gebruik aanwezig is daadwerkelijk nodig is ter uitvoering van de bestemming. Doordat het afwijkende gebruik van de grond tijdelijk wordt gelegaliseerd is er juridisch ook geen grond meer om handhavend op te treden.

Een ondernemer die nu of in de toekomst voornemens is om mede op de gronden waarop de koopoptie rust een nieuw glastuinbouwbedrijf of uitbreiding van het bestaande glastuinbouwbedrijf te realiseren, heeft de zekerheid dat deze de gronden kan verwerven voor een markt conforme prijs. Met die zekerheid zien we in de praktijk dat ondernemers dit zich realiseren en de eventuele verwerving van de gronden waarop een koopoptie rust als sluitstuk zien van een totale herstructurering. Het onnodig verwerven van een agrarisch perceel waarop een koopoptie rust heeft zich tot op heden niet voorgedaan.

De combinatie van de twee instrumenten, de omgevingsvergunning en de koopoptie, kunnen in dit kader niet los van elkaar worden gezien. Zonder de vergunning bestaat er nog steeds de beginselplicht tot handhaving, terwijl zonder de koopoptie er geen enkele zekerheid is dat de agrarische gronden beschikbaar zijn voor de ontwikkeling van de glastuinbouw op het moment dat het nodig is.

Draagvlak

Het instrument faciliteert dat gronden beschikbaar blijven voor de ontwikkeling van de glastuinbouw en in de tussenliggende periode het huidig strijdig gebruik voortgezet kan worden. Daarmee is beoogd de maatschappelijke aanvaardbaarheid te vergroten zonder dat dit afbreuk doet aan de rechtsstaat. Immers, de overtreding moet worden beëindigd, maar middels dit instrument op het moment dat dit er daadwerkelijk toe doet en zonder dat 'onnodig' handhavend wordt opgetreden.

Daarbij moet worden opgemerkt dat het verstrekken van de koopoptie niet wordt afgedwongen. De koopoptie wordt uitsluitend op vrijwillige basis verstrekt en de vergunning wordt uitsluitend op aanvraag verleend. Als mensen niet kiezen voor de alternatieve oplossing, dan maakt het college in principe gebruik van zijn bestuursrechtelijke handhavingsbevoegdheid, waartoe het in beginsel ook gewoon verplicht is, om zo het strijdige gebruik van de gronden te beëindigen en er op die manier al het mogelijke aan te doen om de gronden beschikbaar te maken voor de ontwikkeling van de glastuinbouw.

Oude, bestaande en nieuwe overtredingen

Onderscheid in oude, bestaande en nieuwe overtredingen is van evident belang. Voorkomen moet namelijk worden dat de handhavingsstrategie nieuwe overtredingen in de hand werkt. In 2017 is in de handhavingsstrategie onderscheid gemaakt tussen oude en nieuwe gevallen, met een peildatum van 1 januari 2015. In deze handhavingsstrategie is een ander onderscheid gemaakt tussen oude, bestaande en nieuwe gevallen, met een peildatum van 4 december 2008 voor oude gevallen. Nu een eenmalige legalisatieslag gemaakt wordt voor de oude strijdigheden en hierdoor nieuwe situaties worden gecreëerd door bijvoorbeeld gedeeltelijke legalisaties, is het redelijk en billijk om vanaf heden een helder speelveld vast te leggen.

2.2.8.5 Bewoning van een bedrijfswoning

Handhavend optreden kan grote gevolgen hebben voor mensen. Dit geldt in het bijzonder voor handhavend optreden tegen het in afwijking van het bestemmingsplan bewonen van een agrarische dienstwoning door een ander dan (het huishouden van) de ondernemer of het op zijn glastuinbouwbedrijf werkzaam personeel. Deze 'strijdige bewoning' komt, door de gestage terugloop van het aantal glastuinbouwbedrijven, veelvuldig voor in Westland.

Handhavend optreden tegen deze strijdige bewoning grijpt diep in de levens van mensen, aangezien een 'dak boven je hoofd' een primaire levensbehoefte is. Zeker in gevallen waarin er geen concrete interesse bestaat vanuit de glastuinbouw zal handhaving als onevenredig worden ervaren.

Tijdelijke omgevingsvergunning en koopoptie

In de handhavingsstrategie en beleidsregels uit 2017 is daarom een maatwerkoplossing opgenomen. Een oplossing waarmee wel moest worden bereikt dat gronden beschikbaar zijn voor de ontwikkeling van glastuinbouw, maar waarmee belanghebbenden zo min mogelijk in hun belangen worden geschaad. Deze maatwerkoplossing betrof eenzelfde constructie als bij het strijdig gebruik van agrarische gronden: een tijdelijke omgevingsvergunning met een koopoptie.

Draagvlak

Het instrument beoogde, evenals bij het strijdig gebruik van agrarische gronden, handhaving af te wentelen en de woning en onder- en omliggende gronden beschikbaar te houden voor de ontwikkeling van de glastuinbouw en in de tussenliggende periode de bewoning van de woning voort te kunnen laten bestaan.

Hoewel intentioneel gelijk aan het strijdig gebruik van agrarische gronden is, mede gelet op het feit dat de afgelopen jaren zelden gebruik is gemaakt van de (tijdelijke) legalisatiemogelijkheid, gebleken dat er nauwelijks tot geen draagvlak was voor deze oplossing. In de praktijk bleek dat een aantal aspecten ten grondslag lagen aan dit beperkte draagvlak.

De inperking van de mogelijkheid tot onderhandeling over de verkoop(waarde) van de woning en de korte termijn tussen het verzoek tot lichting van de koopoptie door een geïnteresseerde en het leveren van de woning en onder- en omliggende gronden bleken in de beeldvorming niet opgewassen tegen de te verkrijgen tijdelijke rechtszekerheid en mogelijkheid te kunnen blijven wonen. Daarbij speelde eveneens de onzekerheid dat de woning eventueel kon worden verworven t.b.v. huisvesting van personeel, waaronder arbeidsmigranten die werkzaam zouden zijn bij het aangrenzend glastuinbouwbedrijf.

Tot herstructurering plaatsvindt

Nu gebleken is dat het huidige instrumentarium onvoldoende invulling heeft gegeven aan de beleidswens om enerzijds een overtreding niet te belonen en anderzijds, met inachtneming van de impact van het moeten verlaten van je woning, het bieden van een aanvaardbaar alternatief waarbij de uitoefening van de bestemming zo min mogelijk zou worden beperkt, is een ander alternatief wenseIijk. Immers, zonder de mogelijkheid tot legalisatie resteert de beginselplicht tot handhaving.

Op 9 juni 2020 is besloten om voor (43) woningen die een zogenaamde 'gedoogbrief' hadden ontvangen een vergunningsmogelijkheid te bieden. Deze tijdelijke omgevingsvergunning werd niet afgegeven indien een koopoptie was gesloten, maar onder voorwaarde dat de vergunning vervalt zodra "herstructurering in het gebied plaatsvindt". Deze voorwaarde was immers ook opgenomen in de gedoogbrief.

Het verschil tussen deze twee figuren, de tijdelijke vergunning met koopoptie of onder voorwaarden, is de verplichting tot verkoop van de woning in het eerste figuur. Met het wegvallen van deze verplichting kan een belangrijke angel gehaald worden uit de desinteresse om een tijdelijke vergunning aan te vragen.

De koopoptie als voorwaarde voor een tijdelijke vergunning was uiteraard ingegeven om de rechtspositie van een glastuinbouwonderneming zo sterk mogelijk te faciliteren. Nu gebleken is dat het huidige figuur met koopoptie zijn werking grotendeels mist, is ook de glastuinbouwonderneming niet gebaat bij voortzetting hiervan. De consequentie van aanpassing van deze hand havingsstrategie voor strijdig gebruik van een agrarische bedrijfswoning is dus het ontbreken van de verplichte verkoop voor een marktconforme prijs. Het afwijkend gebruik dient wel te worden gestaakt indien concreet sprake is van een herstructurering. Daarmee is de strijdige situatie wel eindig en wordt de glastuinbouw niet onevenredig gehinderd door het afwijkend gebruik. Hoewel er dus geen sprake is van een dwingende verkoop, heeft de tijdelijke vergunning wel impact op de (emotionele) waarde. Het is een compromis tussen het mogen wonen en verkopen van de woning voor zolang uitoefening van de bestemming niet aan de orde is.

Gelet op eerdere motivering aangaande de dynamiek van de ontwikkelingen in de glastuinbouw doet een dergelijke regeling het meest recht aan alle belangen. Daarbij speelt dat de komende Omgevingswet de mogelijkheid biedt om deze tijdelijke situaties niet langer te koppelen aan een periode van ten hoogste tien jaar, maar uitsluitend tot het moment uitoefening van de bestemming noodzakelijk is.

Oude en nieuwe overtredingen

In de beleidsregels voor strijdig gebruik van agrarische bedrijfswoningen is betoogd dat, gelet op het feit dat dit diep ingrijpt in de levens van mensen, geen onderscheid gemaakt wordt tussen oude en nieuwe situaties.

In onderhavig beleid is echter wel onderscheid gemaakt tussen langdurige en nieuwe overtredingen. Voor oude overtredingen van burgerbewoning van een agrarische bedrijfswoning (die dus niet voor legalisatie in aanmerking komen wegens onevenredige aantasting van het glastuinbouwgebied) is aangegeven dat deze worden ondergebracht in een persoonlijk overgangsrecht. Dit overgangsrecht komt, zoals eerder beschreven, er op neer dat de huidige bewoners van deze woningen in de woning mogen blijven wonen, maar dat de bewoning bij het beëindigen van de bewoning door de huidige bewoners overeenkomstig het bestemmingsplan moet zijn.

Voor bestaande overtredingen (die na 4 december 2008 zijn ontstaan) en nieuwe overtredingen (die zich nog voor moeten doen) geldt de mogelijkheid tot een tijdelijke omgevingsvergunning, onder voorwaarden. In tegenstelling tot het persoonlijk overgangsrecht is deze vergunning niet persoonsgebonden, maar object gebonden. Dit maakt de vergunning weliswaar overdraagbaar, maar daar tegenover staat eigenaren onder het persoonsgebonden overgangsrecht dit recht behouden in geval er concreet sprake is van herstructurering.

Dit onderscheid is bewust gemaakt. Immers, de woningen zijn primair gelegen op een locatie waarbij legalisatie niet mogelijk of wenselijk is, waardoor beëindiging van de strijdige situatie en bij voorkeur ook verplaatsing van de woning de meest wenselijke oplossing is. Dit maakt dat de afweging in de bereidheid tot medewerking bij bestaande overtredingen anders is dan die bij nieuwe overtredingen.

Voor nieuwe overtredingen zal een stringentere belangenafweging plaatsvinden. Dit geldt dus zowel voor geheel nieuwe overtredingen als aanvragen voor een vergunning onder voorwaarden van (nieuwe) eigenaren van woningen die onder het persoonsgebonden overgangsrecht vielen. In die belangenafweging zal moeten worden bezien of er bijvoorbeeld niet al concreet sprake is van een herstructurering, of privaatrechtelijke handelingen niet bewust hebben geleid tot creatie van deze situatie, of sprake is (geweest) van intensivering van de overtreding of dat legalisatie wegens gewijzigde omstandigheden niet in de rede ligt.

2.3 Opgenomen percelen

2.3.1 De Lier
2.3.1.1 Blaker 3

Blaker 3 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk hindert (categorie 2 woning).

Aangezien het merendeel van de woningen aan die zijde van de tuinderslaan geen woonbestemming heeft en dit deel van de tuinderslaan invloed heeft op de schaalgrote van de ter plaatse aanwezige tuinbouwbedrijven levert het wijzigen van de bestemming, naar de bestemming 'Wonen', een onevenredige hinder op voor het funtioneren van het glastuinbouwgebied. Hierdoor is het niet wenselijk de woning te voorzien van de bestemming 'Wonen'.

De woning is voorzien van een persoonsgebonden overgangsrecht. De woning mag, zolang de huidige bewoner gebruiker is van de woning, gebruikt worden als burgerwoning. Zodra de huidige bewoner de woning verlaat, mag de woning alleen nog maar gebruikt worden voor de glastuinbouw. De huidige bewoner mag de woning dus alleen verkopen aan een glastuinbouwondernemer.

Op het perceel bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 150m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0005.png"

Het perceel Blaker 3

2.3.1.2 Burgemeester Crezeelaan 2

Burgemeester Crezeelaan 2 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft en oppervlakte van 973m2. De resterende gronden, welke wel in privegebruik zijn, met een oppervlakte van 387m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen direct achter de woning de woning.

Vanwege het feit dat op een aanpalend perceel een niet tuinbouwbestemming is gelegen, is het niet mogelijk om de genoemde locatie nog te benutten voor een glastuinbouwontwikkeling.

Dit in verband met de geldende afstandsmaten ten aanzien van de bestemmingsgrens met niet-tuinbouwfuncties.

Het perceel met daarop de woning Burgemeester Crezeelaan 2 wordt daarom geheel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 290m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0006.png"

Het perceel Burgemeester Crezeelaan 2

2.3.1.3 Burgemeester Crezeelaan 8

Burgemeester Crezeelaan 8 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 535m2. De resterende gronden, welke wel in privegebruik zijn, met een oppervlakte van 1380m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen direct achter de woning de woning.

Vanwege het feit dat op een aanpalend perceel een niet tuinbouwbestemming is gelegen, is het niet mogelijk om de genoemde locatie nog te benutten voor een glastuinbouwontwikkeling.

Dit in verband met de geldende afstandsmaten ten aanzien van de bestemmingsgrens met niet-tuinbouwfuncties.

 

Het perceel met daarop de woning Burgemeester Crezeelaan 8 wordt daarom geheel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0007.png"

Het perceel Burgemeester Crezeelaan 8

2.3.1.4 Burgemeester Crezeelaan 10

Burgemeester Crezeelaan 10 in De Lier betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De woning Burgemeester Crezeelaan 10 wordt daarom voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 220m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0008.png"

Het perceel Burgemeester Crezeelaan 10

2.3.1.5 Burgemeester Crezeelaan 46

Burgemeester Crezeelaan 46 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hindert (categorie 1 woning).

Het omzetten van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' naar 'Wonen' levert een onevenredige hinder op voor het functioneren van het glastuinbouwgebied. Hierdoor is het niet wenselijk de woning te voorzien van de bestemming 'Wonen'.

De woning is voorzien van een persoonsgebonden overgangsrecht. De woning mag, zolang de huidige bewoner gebruiker is van de woning, gebruikt worden als burgerwoning. Zodra de huidige bewoner de woning verlaat, mag de woning alleen nog maar gebruikt worden voor de glastuinbouw. De huidige bewoner mag de woning dus alleen verkopen aan een glastuinbouwondernemer.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0009.png"

Het perceel Burgemeester Crezeelaan 46

2.3.1.6 Burgemeester Crezeelaan 58

Burgemeester Crezeelaan 58 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 991m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 1494m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen direct achter de woning en op het toegangspad links van de woning.

De gronden met daarop het toegangspad liggen ingesloten tussen de aanwezige woonbestemmingen en zijn daardoor niet meer bruikbaar voor de glastuinbouw. Deze gronden worden daarom voorzien van de bestemming 'Wonen'.

De gronden achter de woning zijn prima inzetbaar voor glastuinbouwontwikkelingen. Deze gronden, met een oppervlakte van 1300m2, blijven daarom voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Het perceel met daarop de woning Burgemeester Crezeelaan 58 wordt daarom gedeeltelijk voorzien van de bestemming 'Wonen'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0010.png"

Het perceel Burgemeester Crezeelaan 58

2.3.1.7 Burgemeester Crezeelaan 68

Burgemeester Crezeelaan 68 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 989m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 3083m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen aan de voorzijde van de woning de woning en direct rechts van de woning.

De gronden aan de voorzijde zijn gelegen tussen de woonbestemming van Burgemeester Crezeelaan 68 en de Kralingerweg. Deze gronden zijn daarom niet meer bruikbaar voor de glastuinbouw. Ook de gronden rechts van de woning zijn niet meer bruikbaar voor de glastuinbouw, aangezien deze zijn ingesloten tussen deze woonbestemming en de woonbestemming van Kralingerweg 1a.

Het perceel met daarop de woning Burgemeester Crezeelaan 68 wordt daarom geheel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0011.png"

Het perceel Burgemeester Crezeelaan 68

2.3.1.8 Burgemeester van der Goeslaan 24

Burgemeester van de Goeslaan 24 betreft een tuinbouwbedrijf, welke niet voldeed aan de minimaal gestelde oppervlaktemaat uit het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland.'

Het bedrijf heeft een oppervlakte kleiner dan 5000m2.

De locatie is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Aangezien het bedrijf al als zodanig aanwezig was voor de gestelde peildatum is het kleinschalige tuinbouwbedrijf opgenomen in dit bestemmingsplan.

Het bedrijf is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw', met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch-kleinschalig glastuinbouwbedrijf'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0012.png"

Het perceel Burgemeester van der Goeslaan 24

2.3.1.9 Burgemeester van Doornlaan 1d

Burgemeester van Doornlaan 1d betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning). De woning staat op voldoende afstand van de omliggende glastuinbouwbedrijven. Het dichtstbijzijnde functionerend glastuinbouwbedrijf bevindt zich op 20 meter van de gevel van de woning.

De woning Burgemeester van Doornlaan 1d wordt daarom voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Gezien de ligging en de grootte van het perceel kan niet het gehele perceel voorzien worden van de bestemming 'Wonen'. Dit zou wel leiden tot een onevenredige afbruik van de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied. Hierbij is aansluiting gezocht bij de terreininrichting van het perceel.

Het achterste deel van het perceel, met een oppervlakte van 5240m2, blijft voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0013.png"

Het perceel Burgemeester van Doornlaan 1d

2.3.1.10 Burgemeester van Doornlaan 11

Burgemeester van Doornlaan 11 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

Echter is deze woning gelegen direct nabij de bedrijfslocatie Burgemeester van Doornlaan 9b. Er kan niet voldaan worden aan de gestelde richtafstand ten aanzien van dit bedrijf. Ter plaatse kan, in de woning, geen goed woon- en leefklimaat gegarandeerd worden.

De woning Burgemeester van Doornlaan 11 kan daarom niet voorzien worden van de bestemming 'Wonen'.

De woning is voorzien van een persoonsgebonden overgangsrecht. De woning mag, zolang de huidige bewoner gebruiker is van de woning, gebruikt worden als burgerwoning. Zodra de huidige bewoner de woning verlaat, mag de woning alleen nog maar gebruikt worden voor de glastuinbouw. De huidige bewoner mag de woning dus alleen verkopen aan een glastuinbouwondernemer.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0014.png"

Het perceel Burgemeester van Doornlaan 11

2.3.1.11 Burgerdijkseweg 1a

Burgerdijkseweg 1a betreft een bedrijfswoning, welke als zodanig nog in gebruik is.

Echter heeft de bedrijfswoning meer dan 1.000m2 aan gronden in gebruik (ten behoeve van de bedrijfswoning)

Aangezien dit privégebruik al als zodanig aanwezig was voor de gestelde peildatum wordt het surplus aan gronden in dit bestemmingsplan gelegaliseerd.

De woning is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw', met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch-bedrijfswoning met grote siertuin'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0015.png"

Het perceel Burgerdijkseweg 1a

2.3.1.12 Burgerdijkseweg 19

Burgerdijkseweg 19 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hindert (categorie 1 woning).

Het omzetten van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' naar 'Wonen' levert een onevenredige hinder op voor het functioneren van het glastuinbouwgebied. Hierdoor is het niet wenselijk de woning te voorzien van de bestemming 'Wonen'.

De woning is voorzien van een persoonsgebonden overgangsrecht. De woning mag, zolang de huidige bewoner gebruiker is van de woning, gebruikt worden als burgerwoning. Zodra de huidige bewoner de woning verlaat, mag de woning alleen nog maar gebruikt worden voor de glastuinbouw. De huidige bewoner mag de woning dus alleen verkopen aan een glastuinbouwondernemer.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0016.png"

2.3.1.13 Hoefweg 26

Hoefweg 26 in De Lier betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning). De woning staat op voldoende afstand van de omliggende glastuinbouwbedrijven. Het dichtstbijzijnde functionerend glastuinbouwbedrijf bevindt zich op 40 meter van de gevel van de woning

De woning Hoefweg 26 wordt daarom voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 180m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0017.png"

Het perceel Hoefweg 26

2.3.1.14 Hofzichtlaan 2

Hofzichtlaan 2 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).De woning staat op voldoende afstand van de omliggende glastuinbouwbedrijven. Het dichtstbijzijnde functionerend glastuinbouwbedrijf bevindt zich op 30 meter van de gevel van de woning

De woning Hofzichtlaan 2 wordt daarom voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Gezien de ligging en de grote van het perceel kan niet het gehele perceel voorzien worden van de bestemming 'Wonen'. Dit zou wel leiden tot een onevenredige afbruik van de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied. Hierbij is aansluiting gezocht bij de terreininrichting van het perceel en de geldende afstandsmaten tot aan tuinbouwbedrijven..

Een deel van het perceel, met een oppervlakte van 11.2100m2, blijft voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0018.png"

Het perceel Hofzichtlaan 2

2.3.1.15 Hofzichtlaan 4

Hofzichtlaan 4 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk hindert (categorie 2 woning).

Aangezien het merendeel van de woningen aan die zijde van de tuinderslaan geen woonbestemming heeft en dit deel van de tuinderslaan invloed heeft op de schaalgrootte van de ter plaatse aanwezige tuinbouwbedrijven levert het wijzigen van de bestemming, naar de bestemming 'Wonen', een onevenredige hinder op voor het functioneren van het glastuinbouwgebied. Hierdoor is het niet wenselijk de woning te voorzien van de bestemming 'Wonen'.

De woning is voorzien van een persoonsgebonden overgangsrecht. De woning mag, zolang de huidige bewoner gebruiker is van de woning, gebruikt worden als burgerwoning. Zodra de huidige bewoner de woning verlaat, mag de woning alleen nog maar gebruikt worden voor de glastuinbouw. De huidige bewoner mag de woning dus alleen verkopen aan een glastuinbouwondernemer.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0019.png"

Het perceel Hofzichtlaan 4

2.3.1.16 Hofzichtlaan 6

Hofzichtlaan 6 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk hindert (categorie 2 woning).

Aangezien het merendeel van de woningen aan die zijde van de tuinderslaan geen woonbestemming heeft en dit deel van de tuinderslaan invloed heeft op de schaalgrootte van de ter plaatse aanwezige tuinbouwbedrijven levert het wijzigen van de bestemming, naar de bestemming 'Wonen', een onevenredige hinder op voor het functioneren van het glastuinbouwgebied. Hierdoor is het niet wenselijk de woning te voorzien van de bestemming 'Wonen'.

De woning is voorzien van een persoonsgebonden overgangsrecht. De woning mag, zolang de huidige bewoner gebruiker is van de woning, gebruikt worden als burgerwoning. Zodra de huidige bewoner de woning verlaat, mag de woning alleen nog maar gebruikt worden voor de glastuinbouw. De huidige bewoner mag de woning dus alleen verkopen aan een glastuinbouwondernemer.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0020.png"

Het perceel Hofzichtlaan 6

2.3.1.17 Hoogweg 2d

Hoogweg 2d betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 573m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 720m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen achter de woning. Deze gronden zijn gelegen aan een 'inprikker' met daaraan meerdere woningen. Gezien de geldende afstandsmaten ten aanzien van woningen is het niet aannemelijk dat deze gronden nog gebruikt kunnen worden ten behoeve van glastuinbouwontwikkelingen.

Het perceel met daarop de woning Hoogweg 2d wordt daarom gedeeltelijk voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 430m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0021.png"

Het perceel Hoogweg 2d

2.3.1.18 Hoogweg 4a

Hoogweg 4a betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk hindert (categorie 2 woning).

Aangezien het merendeel van de woningen aan die zijde van de tuinderslaan een woonbestemming heeft, de afstand tussen de zijgevel van de woning en de eerstvolgende woning minder is dan 150 meter en deze tuinderslaan geen invloed meer heeft op de schaalgrootte van de ter plaatse aanwezige tuinbouwbedrijven levert het wijzigen van de bestemming, naar de bestemming 'Wonen', geen onevenredige hinder op voor het functioneren van het glastuinbouwgebied. Daarnaast staat de woning op voldoende afstand van de omliggende glastuinbouwbedrijven. Het dichtstbijzijnde functionerend glastuinbouwbedrijf bevindt zich op 33 meter van de gevel van de woning.

De woning Hoogweg 4a wordt daarom voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 1110m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0022.png"

Het perceel Hoogweg 4a

2.3.1.19 Hoogweg 6

Hoogweg 6 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk hindert (categorie 2 woning).

Aangezien het merendeel van de woningen aan die zijde van de tuinderslaan een woonbestemming heeft, de afstand tussen de zijgevel van de woning en de eerstvolgende woning minder is dan 150 meter en deze tuinderslaan geen invloed meer heeft op de schaalgrootte van de ter plaatse aanwezige tuinbouwbedrijven levert het wijzigen van de bestemming, naar de bestemming 'Wonen', geen onevenredige hinder op voor het functioneren van het glastuinbouwgebied. Daarnaast staat de woning op voldoende afstand van de omliggende glastuinbouwbedrijven. Het dichtstbijzijnde functionerend glastuinbouwbedrijf bevindt zich op 15 meter van de gevel van de woning.

De woning Hoogweg 6 wordt daarom voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 860m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0023.png"

Het perceel Hoogweg 6

2.3.1.20 Hoogweg 6a

Hoogweg 6a betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 514m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 889m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

 

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 2 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen achter en rechts van de woning. Deze gronden zijn gelegen aan een 'inprikker' met daaraan meerdere woningen. Gezien de geldende afstandsmaten ten aanzien van woningen is het niet aannemelijk dat deze gronden nog gebruikt kunnen worden ten behoeve van glastuinbouwontwikkelingen. Alleen het pad links van de woning, welke kan dienen als noodontsluiting voor de tuinbouw kan nog gebruikt worden ten behoeve van de glastuinbouw.

Dit deel, met een oppervlakte van 65m2, blijft voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw.

Het perceel met daarop de woning Hoogweg 6a wordt daarom voor een deel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 860m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0024.png"

Het perceel Hoogweg 6a

2.3.1.21 Hoogweg 6c

Hoogweg 6c betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 325m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 775m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

 

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 2 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen achter en rechts van de woning. Deze gronden zijn gelegen aan een 'inprikker' met daaraan meerdere woningen. Gezien de geldende afstandsmaten ten aanzien van woningen is het niet aannemelijk dat deze gronden nog gebruikt kunnen worden ten behoeve van glastuinbouwontwikkelingen. Alleen het deel van het perceel wat verder het tuinbouwgebied insteekt dan de rest van de kavels kan in de toekomst nog gebruikt worden ten behoeve van de glastuinbouw.

Dit deel, met een oppervlakte van 70m2, blijft voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw.

Het perceel met daarop de woning Hoogweg 6c wordt daarom voor een deel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 300m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0025.png"

Het perceel Hoogweg 6c

2.3.1.22 Hoogweg 8

Hoogweg 8 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 822m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 640m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

 

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 2 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen achter en rechts van de woning. Deze gronden zijn gelegen aan een 'inprikker' met daaraan meerdere woningen.

De gronden rechts van de woning zijn niet meer effectief bruikbaar voor de glastuinbouw, gezien de geldende afstandsmaten ten aanzien van andere bestemmingen.

Aangezien de bestaande woonbestemming van Hoogweg 8 de diepste woonbestemming is, kan geconcludeerd worden dat dit ook de achterste grens is van de woonbestemmingen aan deze zijde van de Hoogweg. De gronden achter deze bestemming zijn daarom nog bruikbaar voor glastuinbouwontwikkelingen.

Dit deel, met een oppervlakte van 290m2, blijft voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw.

Het perceel met daarop de woning Hoogweg 8 wordt daarom voor een deel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 170m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0026.png"

Het perceel Hoogweg 8

2.3.1.23 Hoogweg 19

Hoogweg 19 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 1047m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 314m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

 

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen links en rechts van de woning.

De gronden links van de woning liggen ingeklemd tussen de woonbestemming van Hoogweg 17 en 19 en zijn daardoor niet meer bruikbaar voor de glastuinbouw. Ook de gronden rechts van de woning leveren geen onevenredige hinder op voor de bouw- en gebruiksmogelijkheden van het achterliggende glastuinbouwgebied.

Het perceel met daarop de woning Hoogweg 19 wordt daarom geheel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0027.png"

het perceel Hoogweg 19

2.3.1.24 Laan van Boekesteyn 17

Laan van Boekesteyn 17 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hindert (categorie 1 woning).

Het omzetten van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' naar 'Wonen' levert een onevenredige hinder op voor het functioneren van het glastuinbouwgebied. Hierdoor is het niet wenselijk de woning te voorzien van de bestemming 'Wonen'.

De woning is voorzien van een persoonsgebonden overgangsrecht. De woning mag, zolang de huidige bewoner gebruiker is van de woning, gebruikt worden als burgerwoning. Zodra de huidige bewoner de woning verlaat, mag de woning alleen nog maar gebruikt worden voor de glastuinbouw. De huidige bewoner mag de woning dus alleen verkopen aan een glastuinbouwondernemer.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0028.png"

Het perceel Laan van Boekesteyn 17

2.3.1.25 Kanaalweg 6

Kanaalweg 6 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning). Echter is deze woning geheel omsloten door het glastuinbouwbedrijf Kanaalweg 4b. Het glastuinbouwbedrijf bevindt zich ook op minder dan 6 meter van de gevel van het hoofdgebouw.

Hiermee kan geconcludeerd worden de woning de glastuinbouw nu en in de toekomst in de weg ligt en dat er geen goed woon- en leefklimaat in de woning gegarandeerd kan worden.

De woning Kanaalweg 6 kan daarom niet voorzien worden van de bestemming 'Wonen'.

De woning is voorzien van een persoonsgebonden overgangsrecht. De woning mag, zolang de huidige bewoner gebruiker is van de woning, gebruikt worden als burgerwoning. Zodra de huidige bewoner de woning verlaat, mag de woning alleen nog maar gebruikt worden voor de glastuinbouw. De huidige bewoner mag de woning dus alleen verkopen aan een glastuinbouwondernemer.

Op het perceel bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 190m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0029.png"

Het perceel Kanaalweg 6

2.3.1.26 Kanaalweg 22

Kanaalweg 22 betreft een bedrijfswoning, welke als zodanig nog in gebruik is.

Echter heeft de bedrijfswoning meer dan 1.000m2 aan gronden in gebruik (ten behoeve van de bedrijfswoning)

Aangezien dit privégebruik al als zodanig aanwezig was voor de gestelde peildatum wordt het surplus aan gronden in dit bestemmingsplan gelegaliseerd.

De woning is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw', met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch-bedrijfswoning met grote siertuin'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0030.png"

Het perceel Kanaalweg 22

2.3.1.27 Kralingerweg 5

Kralingerweg 5 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 738m2. De resterende gronden, welke wel in privegebruik zijn, met een oppervlakte van 1440m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

 

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen achter de woning.

De woning is gelegen aan een "inprikker", waarbij de al aanwezige woning volledig zijn voorzien van een woonbestemming. De achtergrens van het perceel loopt gelijk met de overige woonbestemmingen aan de Kralingerweg. Achter het perceel bevindt zich een robuuste watergang, welke de woningen aan de Kralingerweg afscheid van het achterliggende Seed Quality Center.

Er kan geconcludeerd worden dat deze gronden niet meer in aanmerking komen voor een glastuinbouwontwikkeling.

Het perceel met daarop de woning Kralingerweg 5 wordt daarom geheel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 140m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0031.png"

Het perceel Kralingerweg 5

2.3.1.28 Noord-Lierweg 26

Noord-Lierweg 26 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 640m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 735m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

 

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen links en rechts van de woning.

De gronden rechts van de woning liggen ingesloten tussen de woonbestemming van Noord-Lierweg 26 en Noord-Lierweg 28. Deze gronden zijn daardoor niet meer bruikbaar voor de glastuinbouw.

De gronden links van de woning zijn, gezien de geldende afstandsmaten tot aan de gevel van de aanwezige woning, ook niet meer bruikbaar voor de glastuinbouw.

Er kan geconcludeerd worden dat deze gronden niet meer in aanmerking komen voor een glastuinbouwontwikkeling.

Het perceel met daarop de woning Noord-Lierweg 26 wordt daarom geheel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 410m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0032.png"

het perceel Noord-Lierweg 26

2.3.1.29 Noord-Lierweg 28

Noord-Lierweg 28 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 1117m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 1266m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

 

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen links en rechts van de woning.

De gronden links van de woning liggen ingesloten tussen de woonbestemming van Noord-Lierweg 26 en Noord-Lierweg 28. Deze gronden zijn daardoor niet meer bruikbaar voor de glastuinbouw.

De gronden rechts van de woning zijn, gezien hun vorm en de afstandsmaten tot aan de gecategoriseerde weg, ook niet meer bruikbaar voor de glastuinbouw.

Er kan geconcludeerd worden dat deze gronden niet meer in aanmerking komen voor een glastuinbouwontwikkeling.

Het perceel met daarop de woning Noord-Lierweg 28 wordt daarom geheel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 680m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0033.png"

Het perceel Noord-Lierweg 28

2.3.1.30 Noord-Lierweg 33a

Noord-Lierweg 33a betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hindert (categorie 1 woning).


Op basis van de handhavingsstrategie zou deze woning voorzien worden van een persoonsgebonden overgangsrecht.

Echter betreft dit een bijzonder situatie. In 2007 heeft de voormalige gemeente Schipluiden schriftelijk toegezegd dat de woning voorzien zou worden van de bestemming 'Wonen'.

Daarnaast heeft een beoordeling plaatsgevonden over de bruikbaarheid van dit perceel in relatie tot het omliggende glastuinbouwcluster.

Op basis van de inrichting van het glastuinbouwcluster ter plaatse en dat de woning is gelegen naast een watergang en in een overhoek kan geconcludeerd worden dat de woning, ook bij een schaalvergroting van de naastgelegen tuinbouwbedrijven, de glastuinbouw niet in de weg ligt.

De woning Noord-Lierweg 33 zal dan ook voorzien worden van de bestemming 'Wonen'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0034.png"

Het perceel Noord-Lierweg 33a

2.3.1.31 Oostbuurtseweg 3

Oostbuurtseweg 3 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 1800m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 1745m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen links van de woning.

De gronden, met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen in een taps toelopende punt. Gezien de geldende afstandsmaten te aanzien van woningen en gecategoriseerde wegen kan geconcludeerd worden dat deze gronden niet meer effectief bruikbaar zijn voor de glastuinbouw.

Het perceel met daarop de woning Oostbuurtseweg 3 wordt daarom geheel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0035.png"

Het perceel Oostbuurtseweg 3

2.3.1.32 Oostbuurtseweg 5

Oostbuurtseweg 5 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 1068m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 1117m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen achter en rechts van de woning.

De gronden, met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' worden van het glastuinbouwgebied afgescheiden door een hoofdwatergang. Daarnaast zijn rondom het perceel Oostbuurtseweg 5 al diverse woonpercelen gelegen, welke dieper het glastuinbouwgebied in steken.

Hiermee kan geconcludeerd worden dat deze gronden de ontwikkelmogelijkheden voor de glastuinbuw nu en in de toekomst niet meer hinderen.

Het perceel met daarop de woning Oostbuurtseweg 5 wordt daarom geheel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0036.png"

Het perceel Oostbuurtseweg 5

2.3.1.33 Oostbuurtseweg 30

Oostbuurtseweg 30 betreft een tuinbouwbedrijf, welke niet voldeed aan de minimaal gestelde oppervlaktemaat uit het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland.'

Het bedrijf heeft een oppervlakte kleiner dan 5000m2.

De locatie is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Aangezien het bedrijf al als zodanig aanwezig was voor de gestelde peildatum is het kleinschalige tuinbouwbedrijf opgenomen in dit bestemmingsplan.

Het bedrijf is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw', met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch-kleinschalig glastuinbouwbedrijf'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0037.png"

Het perceel Oostbuurtseweg 30

2.3.1.34 Oostbuurtseweg 31

Oostbuurtseweg 31 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 260m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.Dit betreft een verwaarloosbaar klein oppervlakte.

Gezien het feit dat dit een verwaarloosbaar klein oppervlakte betreft en dit deel is ingesloten door overige woonbestemmingen, kan geconcludeerd worden dat dit de glastuinbouwontwikkelingen niet hindert.

Het perceel met daarop de woning Oostbuurtseweg 31 wordt daarom geheel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0038.png"

Het perceel Oostbuurtseweg 31

2.3.1.35 Oostbuurtseweg 33

Oostbuurtseweg 33 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 690m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.Dit betreft een verwaarloosbaar klein oppervlakte.

Gezien het feit dat dit een verwaarloosbaar klein oppervlakte betreft en dit deel is ingesloten door overige woonbestemmingen, kan geconcludeerd worden dat dit de glastuinbouwontwikkelingen niet hindert.

Het perceel met daarop de woning Oostbuurtseweg 33 wordt daarom geheel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0039.png"

Het perceel Oostbuurtseweg 33

2.3.1.36 Oostbuurtseweg 35

Oostbuurtseweg 35 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 1250m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.Dit betreft een verwaarloosbaar klein oppervlakte.

Gezien het feit dat dit een verwaarloosbaar klein oppervlakte betreft en dit deel is ingesloten door overige woonbestemmingen, kan geconcludeerd worden dat dit de glastuinbouwontwikkelingen niet hindert.

Het perceel met daarop de woning Oostbuurtseweg 35 wordt daarom geheel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0040.png"

Het perceel Oostbuurtseweg 35

2.3.1.37 Oostbuurtseweg 37

Oostbuurtseweg 37 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 430m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.Dit betreft een verwaarloosbaar klein oppervlakte.

Gezien het feit dat dit een verwaarloosbaar klein oppervlakte betreft en dit deel is ingesloten door overige woonbestemmingen, kan geconcludeerd worden dat dit de glastuinbouwontwikkelingen niet hindert.

De woning Oostbuurtseweg 37 wordt daarom geheel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0041.png"

Het perceel Oostbuurtseweg 37

2.3.1.38 Oostbuurtseweg 39

Oostbuurtseweg 39 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 1023m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 2958m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen rondom de woning.

De gronden links van de woning zijn ingesloten tussen de woonbestemming van Oostbuurtseweg 39 en de naastgelegen woonbestemmingen. Gezien de geldende afstansmaten zijn deze gronden niet meer effectief bruikbaar voor de glastuinbouw.

De gronden rechts van de woning zijn ingesloten tussen de woonbestemming van de Oostbuurtseweg 39 en de privé gronden behorende bij de agrarsiche berijfswoning Oostbuurtseweg 41. Gezien de geldende afstandsmaten zijn ook deze gronden niet meer effectief bruikbaar voor de glastuinbouw.

De gronden aan de achterzijde van de woning steken 25 meter diep het glastuinbouwgebied in. Dit leidt tot een onevenredige afbruik van de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied. Hierdoor krijgt dit deel van het achtererf de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Dit deel van het perceel, met een oppervlakte van 990m2, blijft voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Het perceel met daarop de woning Oostbuurtseweg 39 wordt daarom gedeeltelijk voorzien van de bestemming 'Wonen'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0042.png"

Het perceel Oostbuurtseweg 39

2.3.1.39 Oudecampsweg 7

Oudecampsweg 7 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).Het dichtstbijzijnde functionerend glastuinbouwbedrijf bevindt zich op 45 meter van de gevel van de woning.

De woning Oudecampsweg 7 wordt daarom voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Gezien de ligging en de grote van het perceel kan niet het gehele perceel voorzien worden van de bestemming 'Wonen'. Dit zou wel leiden tot een onevenredige afbraak van de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied. Met de bestemmingsgrens is rekening gehouden met de achterste perceelsgrenzen van de naastgelegen woningen op nummer 3 en 5. Daarnaast is de naastgelegen tuinderslaan, welke nog als zodanig gebruikt wordt ook niet voorzien van de bestemming 'Wonen'. Hierdoor krijgt een deel van het achtererf en de tuinderslaan de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Dit deel van het perceel, met een oppervlakte van 5.680m2, blijft voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Op het perceel bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 240m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0043.png"

Het perceel Oudecampsweg 7

2.3.1.40 Oudecampsweg 10a

Oudecampsweg 10a betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 489m2. De resterende gronden, welke wel in privegebruik zijn, met een oppervlakte van 466m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen rechts en achter de woning.

Gezien de afstandsmaten welke gelden vanaf de gevel van de woning, kan geconcludeerd worden dat de gronden niet meer effectief bruikbaar zijn voor de glastuinbouw.

Het perceel met daarop de woning Oude Campsweg 10a wordt daarom geheel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 190m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0044.png"

Het perceel Oudecampsweg 10a

2.3.1.41 Oudecampsweg 17

Oudecampsweg 17 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning). Het dichtstbijzijnde functionerend glastuinbouwbedrijf bevindt zich op 13 meter van de gevel van de woning.

De woning Oudecampsweg 17 wordt daarom voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 450m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0045.png"

Het perceel Oudecampsweg 17

2.3.1.42 Oudecampsweg 32a

Oudecampsweg 32a betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 632m2. De resterende gronden, welke wel in privegebruik zijn, met een oppervlakte van 1508m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen achter de woning.

Gezien het feit dat de woonbestemming van de naastgelegen woning Oudecampsweg 32 verder naar achter is gepositioneerd kan geconcludeerd worden dat de gronden niet meer effectief bruikbaar zijn voor de glastuinbouw.

Een deel van het perceel is nog in gebruik als tuinderslaan, naar het achterliggende tuinbouwgebied. Deze tuinderslaan krijgt hierdoor de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Dit deel van het perceel, met een oppervlakte van 150m2, blijft voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Het perceel met daarop de woning Oude Campsweg 33a wordt daarom gedeeltelijk voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 620m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0046.png"

Het perceel Oudecampsweg 32a

2.3.1.43 Oudecampsweg 32b

Oudecampsweg 32b betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).De woning staat op voldoende afstand van de omliggende glastuinbouwbedrijven. Het dichtstbijzijnde functionerend glastuinbouwbedrijf bevindt zich op 55 meter van de gevel van de woning.

De woning Oudecampsweg 32b wordt daarom voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Gezien de ligging en de grote van het perceel kan niet het gehele perceel voorzien worden van de bestemming 'Wonen'. Dit zou wel leiden tot een onevenredige afbraak van de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied. Met de bestemmingsgrens is rekening gehouden met de achterste perceelsgrenzen van de naastgelegen woningen .Daarnaast is de naastgelegen tuinderslaan, welke nog als zodanig gebruikt wordt ook niet voorzien van de bestemming 'Wonen'. Hierdoor krijgt een deel van het achtererf en de tuinderslaan de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Dit deel van het perceel, met een oppervlakte van 2.800m2, blijft voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Op het perceel bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 130m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0047.png"

Het perceel Oudecampsweg 32b

2.3.1.44 Oudecampsweg 33a

Oudecampsweg 333a betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft en oppervlakte van 2070m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 90m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen links van de woning.

Gezien de geldende afstandsmaten kan geconcludeerd worden dat de gronden niet meer effectief bruikbaar zijn voor de glastuinbouw.

Het perceel met daarop de woning Oude Campsweg 33a wordt daarom geheel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0048.png"

Het perceel Oudecampsweg 33a

2.3.1.45 Oudecampsweg 35d

Oudecampsweg 35d betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).De woning staat op voldoende afstand van de omliggende glastuinbouwbedrijven. Het dichtstbijzijnde functionerend glastuinbouwbedrijf bevindt zich op 20 meter van de gevel van de woning.

De woning Oudecampsweg 35d wordt daarom voorzien van de bestemming 'Wonen'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0049.png"

Het perceel Oudecampsweg 35d

2.3.1.46 Oudecampsweg 35f

Oudecampsweg 35f betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 1070m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 1780m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen links van de woning.

Deze gronden zijn geheel omsloten door niet tuinbouwbestemmingen. Hierdoor zijn de gronden niet meer bruikbaar voor de glastuinbouw.

Het perceel met daarop de woning Oude Campsweg 35f wordt daarom geheel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0050.png"

Het perceel Oudecampsweg 35f

2.3.1.47 Zijtwende 7

Zijtwende 7 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft en oppervlakte van 1012m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 2105m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen rondom de woning.

De gronden gelegen tussen de woonbestemming en de weg kunnen niet meer gebruikt worden ten behoeve van de glastuinbouw. Aan de linkerzijde van de woning bevindt de erfgrens zich op de geldende afstandsmaat ten aanzien van woningen. Ook dit deel is daarom niet meer bruikbaar voor de glastuinbouw.

Aan de achterzijde steekt het perceel 20 meter diep het glastuinbouwgebied. Dit hindert de ontwikelingen van de glastuinbouw wel. Hier wordt de grens van de woonbestemming gepositioneerd op 10 meter van de gevel van de woning. Ook aan de rechterzijde wordt de woonbestemming zo afgestemd dat ook deze gronden bruikbaar zijn voor de glastuinbouw.

Hierdoor krijgt een deel van het achtererf en een deel van het zijerf de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'. Dit deel van het perceel, met een oppervlakte van 1490m2, blijft voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Het perceel met daarop de woning Zijtwende 7 wordt daarom gedeeltelijk voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel, wat is voorzien van de bestemming 'Wonen', bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 140m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0051.png"

Het perceel Zijtwende 7

2.3.2 's-Gravenzande
2.3.2.1 Bagijneland 4

Bagijneland 4 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 700m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 1850m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen direct achter de woning en rechts van de woning.

De gronden gelegen direct achter de woning kunnen niet meer gebruikt worden ten behoeve van de glastuinbouw. Dit in verband met de geldende afstandsmaten ten aanzien van de gevel van de woning.

De gronden rechts van de woning zijn wel nog bruikbaar voor de glastuinbouw.

Omzetten van de gehele woonbestemming zou dan leiden tot een onevenredige hinder van het achterliggende glastuinbouwgebied.

Het rechter deel van het perceel, met een oppervlakte van 1300m2, blijft voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Het perceel met daarop de woning Bagijneland 4 wordt daarom gedeeltelijk voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel, wat is voorzien van de bestemming 'Wonen', bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 270m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0052.png"

Het perceel Bagijneland 4

2.3.2.2 Bagijneland 6

Bagijneland 6 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk hindert (categorie 2 woning).

Aangezien het merendeel van de woningen aan die zijde van de tuinderslaan geen woonbestemming heeft en dit deel van de tuinderslaan invloed heeft op de schaalgrootte van de ter plaatse aanwezige tuinbouwbedrijven levert het wijzigen van de bestemming, naar de bestemming 'Wonen', een onevenredige hinder op voor het functioneren van het glastuinbouwgebied. Hierdoor is het niet wenselijk de woning te voorzien van de bestemming 'Wonen'.

De woning is voorzien van een persoonsgebonden overgangsrecht. De woning mag, zolang de huidige bewoner gebruiker is van de woning, gebruikt worden als burgerwoning. Zodra de huidige bewoner de woning verlaat, mag de woning alleen nog maar gebruikt worden voor de glastuinbouw. De huidige bewoner mag de woning dus alleen verkopen aan een glastuinbouwondernemer.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0053.png"

Het perceel Bagijneland 6

2.3.2.3 De Jonghlaan 12

De Jonghlaan 12 betreft een bedrijfswoning, welke als zodanig nog in gebruik is.

Echter heeft de bedrijfswoning meer dan 1.000m2 aan gronden in gebruik (ten behoeve van de bedrijfswoning)

Aangezien dit privégebruik al als zodanig aanwezig was voor de gestelde peildatum wordt het surplus aan gronden in dit bestemmingsplan gelegaliseerd.

De woning is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw', met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch-bedrijfswoning met grote siertuin'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0054.png"

Het perceel De Jonghlaan 12

2.3.2.4 De Jonghlaan 19

De Jonghlaan 19 betreft een bedrijfswoning, welke als zodanig nog in gebruik is.

Echter heeft de bedrijfswoning meer dan 1.000m2 aan gronden in gebruik (ten behoeve van de bedrijfswoning)

Aangezien dit privégebruik al als zodanig aanwezig was voor de gestelde peildatum wordt het surplus aan gronden in dit bestemmingsplan gelegaliseerd.

De woning is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw', met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch-bedrijfswoning met grote siertuin'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0055.png"

Het perceel De jonghlaan 19

2.3.2.5 Galgeweg 22

Galgeweg 22 betreft een woning, welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 977m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 3973m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

 

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen rondom de woning. Het gehele perceel is gelegen aan de rand van het glastuinbouwgebied en in een geer.

Gezien de geldende afstandsmaten kunnen de gronden niet meer benut worden ten behoeve van de glastuinbouw.

Het omzetten van het perceel levert dus geen onevenredige extra hinder op voor het achterliggende glastuinbouwgebied.

Het perceel met daarop de woning Galgeweg 22 wordt daarom geheel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel, wat is voorzien van de bestemming 'Wonen', bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 530m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0056.png"

Het perceel Galgeweg 22

2.3.2.6 Galgeweg 40

Galgeweg 40 betreft een bedrijfswoning, welke als zodanig nog in gebruik is.

Echter heeft de bedrijfswoning meer dan 1.000m2 aan gronden in gebruik (ten behoeve van de bedrijfswoning).

Aangezien dit privégebruik al als zodanig aanwezig was voor de gestelde peildatum wordt het surplus aan gronden in dit bestemmingsplan gelegaliseerd.

De woning is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw', met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch-bedrijfswoning met grote siertuin'.

Op het perceel bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 320m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0057.png"

Het perceel galgeweg 40

2.3.2.7 Groeneweg 12

Groeneweg 12 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).De woning staat op voldoende afstand van de omliggende glastuinbouwbedrijven. Het dichtstbijzijnde functionerend glastuinbouwbedrijf bevindt zich op 20 meter van de gevel van de woning.

De woning Groeneweg 12 wordt daarom voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel, wat is voorzien van de bestemming 'Wonen', bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 220m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0058.png"

Het perceel Groeneweg 12

2.3.2.8 Groeneweg 46

Groeneweg 46 betreft een woning, welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 1000m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 1140m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

 

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen tussen de woningen Groeneweg 46 en 48 en achter de woning

Het gedeelte met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' ligt ingesloten tussaen de twee woonbestemmingen. De gronden kunnen dus niet meer benut worden ten behoeve van de glastuinbouw.

Gezien de overige afstandsmaten is het ook niet mogelijk het achterliggende glastuinbouwbedrijf dichter op de Groeneweg te positioneren. Ook de achterliggende gronden kunnen dus niet benut worden ten behoeve van de glastuinbouw.

Het omzetten van het perceel levert dus geen onevenredige extra hinder op voor het achterliggende glastuinbouwgebied.

Het perceel met daarop de woning Groeneweg 46 wordt daarom geheel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel, wat is voorzien van de bestemming 'Wonen', bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 400m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0059.png"

Het perceel Groeneweg 46

2.3.2.9 Groeneweg 48

Groeneweg 48 betreft een woning, welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 1000m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 712m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

 

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen tussen de woningen Groeneweg 46 en 48.

Het gedeelte met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' ligt ingesloten tussen de twee woonbestemmingen. De gronden kunnen dus niet meer benut worden ten behoeve van de glastuinbouw.

Het omzetten van het perceel levert dus geen onevenredige extra hinder op voor het achterliggende glastuinbouwgebied.

Het perceel met daarop de woning Groeneweg 48 wordt daarom geheel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel, wat is voorzien van de bestemming 'Wonen', bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 460m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0060.png"

Het perceel Groeneweg 48

2.3.2.10 Groeneweg 93

Groeneweg 93 betreft een woning, welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 1000m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 212m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

 

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen tussen de woningen Groeneweg 93 en 95.

Het gedeelte met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'ligt ingesloten tussen de twee woonbestemmingen. De gronden kunnen dus niet meer benut worden ten behoeve van de glastuinbouw.

Het omzetten van het perceel levert dus geen onevenredige extra hinder op voor het achterliggende glastuinbouwgebied.

Het perceel met daarop de woning Groeneweg 93 wordt daarom geheel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel, wat is voorzien van de bestemming 'Wonen', bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 340m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0061.png"

Het perceel Groeneweg 93

2.3.2.11 Groeneweg 95

Groeneweg 95 betreft een woning, welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 1000m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 212m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

 

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen tussen de woningen Groeneweg 93 en 95.

Het gedeelte met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'ligt ingesloten tussen de twee woonbestemmingen. De gronden kunnen dus niet meer benut worden ten behoeve van de glastuinbouw.

Het omzetten van het perceel levert dus geen onevenredige extra hinder op voor het achterliggende glastuinbouwgebied.

Het perceel met daarop de woning Groeneweg 95 wordt daarom geheel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel, wat is voorzien van de bestemming 'Wonen', bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 140m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0062.png"

Het perceel Groeneweg 95

2.3.2.12 Groeneweg 147

Groeneweg 149 betreft een woning, welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 990m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 212m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

 

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen achter de woning.

De woningen Groeneweg 141, 143 en 145 zijn al voorzien van de bestemming 'Wonen. Indien de achterste grens van deze woonbestemmingen wordt doorgetrokken tot het perceel Groeneweg 147 komt de gehele woonbestemming binnen dit gebied te liggen.

Het achterliggende glastuinbouwbedrijf kan dus niet dichter naar de Groeneweg worden gepositioneerd.

Het omzetten van het perceel levert dus geen onevenredige extra hinder op voor het achterliggende glastuinbouwgebied.

Het perceel met daarop de woning Groeneweg 147 wordt daarom geheel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0063.png"

Het perceel Groeneweg 147

2.3.2.13 Groeneweg 149

Groeneweg 149 betreft een woning, welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van1166m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 565m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

 

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen achter de woning.

De woningen Groeneweg 141, 143 en 145 zijn al voorzien van de bestemming 'Wonen. Indien de achterste grens van deze woonbestemmingen wordt doorgetrokken tot het perceel Groeneweg 149 komt de gehele woonbestemming binnen dit gebeid te liggen.

Het achterliggende glastuinbouwbedrijf kan dus niet dichter naar de Groeneweg worden gepositioneerd.

Het omzetten van het perceel levert dus geen onevenredige extra hinder op voor het achterliggende glastuinbouwgebied.

Het perceel met daarop de woning Groeneweg 149 wordt daarom geheel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel, wat is voorzien van de bestemming 'Wonen', bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 180m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0064.png"

Het perceel Groeneweg 149

2.3.2.14 Groeneweg 155

Groeneweg 155 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning). De woning staat op voldoende afstand van de omliggende glastuinbouwbedrijven. Het dichtstbijzijnde functionerend glastuinbouwbedrijf bevindt zich op 10 meter van de gevel van de woning.

De woning Groeneweg 155 wordt daarom voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Gezien de ligging en de grote van het perceel kan niet het gehele perceel voorzien worden van de bestemming 'Wonen'. De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen direct achter de woning. Deze gronden strekken tot 230 meter diep het glastuinbouwgebied in. Het gebruik van de gronden kan de ontwikkeling van het achterliggende glastuinbouwbedrijf mogelijk hinderen. Omzetten van de gehele woonbestemming zou dan leiden tot een onevenredige hinder van het achterliggende glastuinbouwgebied.

Het achterste deel van het perceel, met een oppervlakte van 12267m2, blijft voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Op het perceel, wat is voorzien van de bestemming 'Wonen', bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 230m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0065.png"

Het perceel Groeneweg 155

2.3.2.15 Heenweg 9

Heenweg 9 betreft een woning, welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 792m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 1188m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

 

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen rechts van de woning, parallel aan de Heenweg.

Gezien de geldende afstandsmaten ten aanzien van woningen en wegen is het niet mogelijk deze gronden te benutten ten behoeve van de glastuinbouw.

Het omzetten van het perceel levert dus geen onevenredige extra hinder op voor het achterliggende glastuinbouwgebied.

Het perceel met daarop de woning Heenweg 9 wordt daarom geheel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel, wat is voorzien van de bestemming 'Wonen', bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 770m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0066.png"

Het perceel Heenweg 9

2.3.2.16 Laan van de Heilige Lambertus 41

Laan van de Heilige Lambertus 41 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hindert (categorie 1 woning).

Het omzetten van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' naar 'Wonen' levert een onevenredige hinder op voor het functioneren van het glastuinbouwgebied. Hierdoor is het niet wenselijk de woning te voorzien van de bestemming 'Wonen'.

De woning is voorzien van een persoonsgebonden overgangsrecht. De woning mag, zolang de huidige bewoner gebruiker is van de woning, gebruikt worden als burgerwoning. Zodra de huidige bewoner de woning verlaat, mag de woning alleen nog maar gebruikt worden voor de glastuinbouw. De huidige bewoner mag de woning dus alleen verkopen aan een glastuinbouwondernemer.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0067.png"

Het perceel Laan van de Heilige Lambertus 41

2.3.2.17 Laan van de Heilige Lambertus 51

Laan van de Heilige Lambertus 51 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk hindert (categorie 2 woning).

Om in aanmerking te komen voor de bestemming 'Wonen' dient voldaan te worden aan de volgende criteria: Minimaal 50% van de woningen aan dezelfde zijde van de laan dient de bestemming wonen te hebben, de zijgevel van de eerstvolgende woning dient binnen 150 meter van de woning te liggen, de laan heeft volgens het werkboek glastuinbouw Westland geen invloed op de schaalgrootte van het glastuinbouwgebied en er kan een goed woon en leefklimaat worden gegarandeerd.

Indien aan al deze voorwaarde wordt voldaan kan een woning uit categorie 2 in aanmerking komen voor de bestemming 'Wonen'. Geconcludeerd is dat de woning Laan van de Heilige Lambertus 51 niet voldoen aan de gestelde voorwaarden.

Aan de zijde van de laan waarin de woning zich bevindt, zijn maar 2 woningen aanwezig, waarvan er 1 een woonbestemming heeft. Deze woning bevindt zich op een afstand van 50 meter van de woning.

Echter is de Laan van de Heilige Lambertus in het werkboek glastuinbouw Westland niet aangemerkt als een (primair of secundair) woonlint. De Laan van de Heilige Lambertus heeft dus wel gevolgen voor de schaalgrote van het omliggende glastuinbouwgebied. Op het moment dat de woning voorzien zou worden van een woonbestemming hindert dit de toekomstige schaalvergroting van het omliggende glastuinbouwgebied. Hiermee worden de bouw en gebruiksmogelijkheden van het omliggende glastuinbouwgebied onevenredig geschaad.

Hierdoor is het niet wenselijk de woning te voorzien van de bestemming 'Wonen'.

De woning is voorzien van een persoonsgebonden overgangsrecht. De woning mag, zolang de huidige bewoner gebruiker is van de woning, gebruikt worden als burgerwoning. Zodra de huidige bewoner de woning verlaat, mag de woning alleen nog maar gebruikt worden voor de glastuinbouw. De huidige bewoner mag de woning dus alleen verkopen aan een glastuinbouwondernemer.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0068.png"

Het perceel Laan van de Heilige Lambertus 51

2.3.2.18 't Louwtje 5

't Louwtje 5 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning). De woning staat op voldoende afstand van de omliggende glastuinbouwbedrijven. Het dichtstbijzijnde functionerend glastuinbouwbedrijf bevindt zich op 10 meter van de gevel van de woning.

De woning 't Louwtje 5 wordt daarom voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Gezien de ligging en de grote van het perceel kan niet het gehele perceel voorzien worden van de bestemming 'Wonen'. Dit zou wel leiden tot een onevenredige afbraak van de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied. Hierbij is aansluiting gezocht bij achterste bestemmingsgrens van de naastgelegen woning 't Louwtje 5a. Ook de naastgelegen tuinderslaan, welke nog in gebruik is, wordt niet voorzien van de bestemming 'Wonen'

Het achterste deel van het perceel, met een oppervlakte van 825m2, blijft voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0069.png"

Het perceel 't Louwtje 5

2.3.2.19 't Louwtje 12

't Louwtje 12 betreft een tuinbouwbedrijf, welke niet voldeed aan de minimaal gestelde oppervlaktemaat uit het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland.'

Het bedrijf heeft een oppervlakte kleiner dan 5000m2.

De locatie is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Aangezien het bedrijf al als zodanig aanwezig was voor de gestelde peildatum is het kleinschalige tuinbouwbedrijf opgenomen in dit bestemmingsplan.

Het bedrijf is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw', met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch-kleinschalig glastuinbouwbedrijf'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0070.png"

Het perceel 't Louwtje 12

2.3.2.20 Maasdijk 2

Maasdijk 2 betreft een woning, welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 1380m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 1600m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

 

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen achter de woning.

Een deel van deze gronden zijn gelegen in de bocht van de Maasdijk. Gezien de geldende afstandsmaten ten aanzien van woningen en wegen is het niet mogelijk deze gronden te benutten ten behoeve van de glastuinbouw.

Het omzetten van het perceel levert dus geen onevenredige extra hinder op voor het achterliggende glastuinbouwgebied.

Het perceel met daarop de woning Maasdijk 2 wordt daarom geheel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0071.png"

Het perceel Maasdijk 2

2.3.2.21 Maasdijk 26

Maasdijk 26 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hindert (categorie 1 woning).

Het omzetten van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' naar 'Wonen' levert een onevenredige hinder op voor het functioneren van het glastuinbouwgebied. Hierdoor is het niet wenselijk de woning te voorzien van de bestemming 'Wonen'.

De woning is voorzien van een persoonsgebonden overgangsrecht. De woning mag, zolang de huidige bewoner gebruiker is van de woning, gebruikt worden als burgerwoning. Zodra de huidige bewoner de woning verlaat, mag de woning alleen nog maar gebruikt worden voor de glastuinbouw. De huidige bewoner mag de woning dus alleen verkopen aan een glastuinbouwondernemer.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0072.png"

Het perceel Maasdijk 26

2.3.2.22 Maasdijk 55a

Maasdijk 55a betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).De woning staat op voldoende afstand van de omliggende glastuinbouwbedrijven. Het dichtstbijzijnde functionerend glastuinbouwbedrijf bevindt zich op 18 meter van de gevel van de woning.

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen links en direct achter de woning. Deze gronden strekken tot 130 meter diep het glastuinbouwgebied in. Het gebruik van de gronden kan de ontwikkeling van het achterliggende glastuinbouwbedrijf mogelijk hinderen. Omzetten van de gehele woonbestemming zou dan leiden tot een onevenredige hinder van het achterliggende glastuinbouwgebied.

Het achterste deel van het perceel, met een oppervlakte van 6475m2, blijft voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning Maasdijk 55a wordt daarom gedeeltelijk voorzien van de bestemming 'Wonen'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0073.png"

Het perceel Maasdijk 55a

2.3.2.23 Maasdijk 58a

Maasdijk 58a betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk hindert (categorie 2 woning).

Aangezien het een categorie 2 woning betreft, welke is gelegen in de 2e lijn (achter de eerste lijn woningen direct aan de Maasdijk) komt de woning alleen in aanmerking voor een persoonsgebonden overgangsrecht.

De woning is daarom dan ook voorzien van een persoonsgebonden overgangsrecht. De woning mag, zolang de huidige bewoner gebruiker is van de woning, gebruikt worden als burgerwoning. Zodra de huidige bewoner de woning verlaat, mag de woning alleen nog maar gebruikt worden voor de glastuinbouw. De huidige bewoner mag de woning dus alleen verkopen aan een glastuinbouwondernemer.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0074.png"

Het perceel Maasdijk 58a

2.3.2.24 Maasdijk 71

Maasdijk 71 in Maasdijk betreft een tuinbouwbedrijf, welke niet voldeed aan de minimaal gestelde oppervlaktemaat uit het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland.'

Het bedrijf heeft een oppervlakte kleiner dan 5000m2.

De locatie is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Aangezien het bedrijf al als zodanig aanwezig was voor de gestelde peildatum is het kleinschalige tuinbouwbedrijf opgenomen in dit bestemmingsplan.

Het bedrijf is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw', met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch-kleinschalig glastuinbouwbedrijf'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0075.png"

Het perceel Maasdijk 71

2.3.2.25 Maasdijk 78

Maasdijk 78 betreft een woning, welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 815m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 854m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

 

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw misschien niet hindert (categorie 2 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen achter de woning.

Gezien het feit dat de diepte van het naastgelegen woonperceel (Maasdijk 76) bepalend is voor de mate waarin een mogelijk glastuinbouwbedrijf naar voren kan uitbreiden, kan gesteld worden dat de woonbestemming tot aan de achtergrens van deze woonbestemming uitgebreid kan worden, zonder dat dit nadelige gevolgen oplevert voor de mogelijke glastuinbouwontwikkelingen.

De gronden welke verder naar achter zijn gelegen, leveren in de toekomst wel een belemmering op voor de glastuinbouwontwikkelingen. Deze gronden, met een oppervlakte van 260m2, blijven wel voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Het perceel met daarop de woning Maasdijk 78 wordt daarom gedeeltelijk voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel, wat is voorzien van de bestemming 'Wonen', bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 160m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0076.png"

Het perceel Maasdijk 78

2.3.2.26 Maasdijk 80

Maasdijk 80 betreft een woning, welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 917m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 1290m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

 

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw misschien niet hindert (categorie 2 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen achter de woning.

Gezien het feit dat de diepte van het naastgelegen woonperceel (Maasdijk 76) bepalend is voor de mate waarin een mogelijk glastuinbouwbedrijf naar voren kan uitbreiden,kan gesteld worden dat de woonbestemming tot aan de achtergrens van deze woonbestemming uitgebreid kan worden, zonder dat dit nadelige gevolgen oplevert voor de mogelijke glastuinbouwontwikkelingen.

De gronden welke verder naar achter zijn gelegen, leveren in de toekomst wel een belemmering op voor de glastuinbouwontwikkelingen. Deze gronden, met een oppervlakte van 340m2, blijven wel voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Het perceel met daarop de woning Maasdijk 80 wordt daarom gedeeltelijk voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel, wat is voorzien van de bestemming 'Wonen', bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 160m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0077.png"

Het perceel Maasdijk 80

2.3.2.27 Monsterseweg 26b

Monsterseweg 26b betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hindert (categorie 1 woning).

Het omzetten van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' naar 'Wonen' levert een onevenredige hinder op voor het functioneren van het glastuinbouwgebied. Hierdoor is het niet wenselijk de woning te voorzien van de bestemming 'Wonen'.

De woning is voorzien van een persoonsgebonden overgangsrecht. De woning mag, zolang de huidige bewoner gebruiker is van de woning, gebruikt worden als burgerwoning. Zodra de huidige bewoner de woning verlaat, mag de woning alleen nog maar gebruikt worden voor de glastuinbouw. De huidige bewoner mag de woning dus alleen verkopen aan een glastuinbouwondernemer.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0078.png"

Het perceel Monsterseweg 26b

2.3.2.28 Naaldwijkseweg 121

Naaldwijkseweg 121 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning). De woning staat op voldoende afstand van de omliggende glastuinbouwbedrijven. Het dichtstbijzijnde functionerend glastuinbouwbedrijf bevindt zich op 35 meter van de gevel van de woning.

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen direct achter de woning. Deze gronden strekken tot 160 meter diep het glastuinbouwgebied in. Het gebruik van de gronden kan de ontwikkeling van het achterliggende glastuinbouwbedrijf mogelijk hinderen. Omzetten van de gehele woonbestemming zou dan leiden tot een onevenredige hinder van het achterliggende glastuinbouwgebied.

Het achterste deel van het perceel, met een oppervlakte van 7200m2, blijft voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning Naaldwijkseweg 121 wordt daarom gedeeltelijk voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel, wat is voorzien van de bestemming 'Wonen', bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 520m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0079.png"

Het perceel Naaldwijkseweg 121

2.3.2.29 Naaldwijkseweg 123

Naaldwijkseweg 123 betreft een woning, welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 566m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 1432m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

 

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen achter de woning.

Een deel van deze gronden zijn gelegen achter Naaldwijkseweg 123a. Deze gronden zijn nog bruikbaar ten behoeve van glastuinbouwontwikkelingen. Deze gronden, met een oppervlakte van 346m2, blijven voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'. De resterende gronden zijn niet meer bruikbaar voor glastuinbouwontwikkelingen, aangezien deze gronden zijn ingesloten tussen de omliggende niet glastuinbouwbestemmingen.

Het omzetten van dat deel van het perceel levert dus geen onevenredige extra hinder op voor het achterliggende glastuinbouwgebied.

Het perceel met daarop de woning Naaldwijkseweg 123 wordt daarom gedeeltelijk voorzien van de bestemming 'Wonen'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0080.png"

Het perceel Naaldwijkseweg 123

2.3.2.30 Naaldwijkseweg 237

Naaldwijkseweg 237 betreft een woning, welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 1096m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 1514m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

 

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen links van de woning.

Gezien het feit dat deze gronden zijn ingesloten tussen de woonbestemming van Naaldwijkseweg 237 en 239, kan geconcludeerd worden dat de desbetreffende gronden niet meer bruikbaar zijn voor glastuinbouwontwikkelingen.

Het omzetten van het gehele perceel levert dus geen onevenredige extra hinder op voor het achterliggende glastuinbouwgebied.

Het perceel met daarop de woning Naaldwijkseweg 239 wordt daarom geheel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel, wat is voorzien van de bestemming 'Wonen', bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 990m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0081.png"

Het perceel Naaldwijkseweg 237

2.3.2.31 Naaldwijkseweg 239

Naaldwijkseweg 239 betreft een woning, welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 780m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 2336m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

 

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen links van de woning.

Gezien het feit dat deze gronden zijn ingesloten tussen de woonbestemming van Naaldwijkseweg 239 en 241, kan geconcludeerd worden dat de desbetreffende gronden niet meer bruikbaar zijn voor glastuinbouwontwikkelingen.

Het omzetten van het gehele perceel levert dus geen onevenredige extra hinder op voor het achterliggende glastuinbouwgebied.

Het perceel met daarop de woning Naaldwijkseweg 239 wordt daarom geheel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel, wat is voorzien van de bestemming 'Wonen', bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 960m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0082.png"

Het perceel Naaldwijkseweg 239

2.3.2.32 Nieuwelaan 10

Nieuwelaan 10 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning). Echter is deze woning omsloten door de glastuinbouwbedrijven Bagijneland 1 en Nieuweweg 8. Het glastuinbouwbedrijf aan de Nieuweweg bevindt zich ook op minder dan 8 meter van de gevel van het hoofdgebouw.

Hiermee kan geconcludeerd worden de woning de glastuinbouw nu en in de toekomst in de weg ligt en dat er geen goed woon- en leefklimaat in de woning gegarandeerd kan worden.

De woning Nieuwelaan 10 kan daarom niet voorzien worden van de bestemming 'Wonen'.

De woning is voorzien van een persoonsgebonden overgangsrecht. De woning mag, zolang de huidige bewoner gebruiker is van de woning, gebruikt worden als burgerwoning. Zodra de huidige bewoner de woning verlaat, mag de woning alleen nog maar gebruikt worden voor de glastuinbouw. De huidige bewoner mag de woning dus alleen verkopen aan een glastuinbouwondernemer.

Op het perceel bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 310m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0083.png"

Het perceel Nieuwelaan 10

2.3.2.33 Noordlandseweg 27a

Noordlandseweg 27a betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 759m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 971m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

 

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen links van de woning.

Gezien het feit dat deze gronden zijn ingesloten tussen de woonbestemming van Noordlandseweg 27a en 29, kan geconcludeerd worden dat de desbetreffende gronden niet meer bruikbaar zijn voor glastuinbouwontwikkelingen.

Het omzetten van het gehele perceel levert dus geen onevenredige extra hinder op voor het achterliggende glastuinbouwgebied.

Het perceel met daarop de woning Noorlandseweg 27a wordt daarom geheel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel, wat is voorzien van de bestemming 'Wonen', bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 360m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0084.png"

Het perceel Noordlandseweg 27a

2.3.2.34 Noordlandseweg 29

Noordlandseweg 29 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).De woning staat op voldoende afstand van de omliggende glastuinbouwbedrijven. Het dichtstbijzijnde functionerend glastuinbouwbedrijf bevindt zich op 15 meter van de gevel van de woning.

De woning Noordlandseweg 29 wordt daarom voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel, wat is voorzien van de bestemming 'Wonen', bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 200m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0085.png"

Het perceel Noordlandseweg 29

2.3.2.35 Oostduinlaan 18

Oostduinlaan 18 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hindert (categorie 1 woning).

Het omzetten van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' naar 'Wonen' levert een onevenredige hinder op voor het functioneren van het glastuinbouwgebied. Hierdoor is het niet wenselijk de woning te voorzien van de bestemming 'Wonen'.

De woning is voorzien van een persoonsgebonden overgangsrecht. De woning mag, zolang de huidige bewoner gebruiker is van de woning, gebruikt worden als burgerwoning. Zodra de huidige bewoner de woning verlaat, mag de woning alleen nog maar gebruikt worden voor de glastuinbouw. De huidige bewoner mag de woning dus alleen verkopen aan een glastuinbouwondernemer.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0086.png"

Het perceel Oostduinlaan 18

2.3.2.36 Papedijk 1

Papedijk 1 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 1371m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 203m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

 

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen achter de woning.

Gezien het feit dat de gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouwgebied' volledig zijn ingesloten met andere bestemmingen en dat het oppervlakte met de bestemming 'Agrararisch-Glastuinbouw' een zeer beperkt oppervlakte heeft (nog geen 5000m2 ), kan geconcludeerd worden dat de desbetreffende gronden niet meer bruikbaar zijn voor glastuinbouwontwikkelingen.

Het omzetten van het gehele perceel levert dus geen onevenredige extra hinder op voor het achterliggende glastuinbouwgebied.

Het perceel met daarop de woning Papedijk 1 wordt daarom geheel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Gezien de ligging en de grote van het perceel kan niet het gehele perceel voorzien worden van de bestemming 'Wonen'. Dit zou wel leiden tot een onevenredige afbraak van de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied. Hierbij is aansluiting gezocht bij de glaslijn van het naastgelegen glastuinbouwbedrijf en de geldende afstandsmaten.

Het achterste deel van het perceel, met een oppervlakte van 270m2, blijft voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0087.png"

Het perceel Papedijk 1

2.3.2.37 Rusthovenlaan 35

Rusthovenlaan 35 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 1417m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 853m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

 

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen links van de woning.

Gezien het feit dat het kavel, net als de andere woonkavels in de Poelzone, duurzaam van het glastuinbouwgebied is gescheiden door middel van een robuuste watergang, kan geconcludeerd worden dat de desbetreffende gronden niet meer bruikbaar zijn voor glastuinbouwontwikkelingen.

Het omzetten van het gehele perceel levert dus geen onevenredige extra hinder op voor het achterliggende glastuinbouwgebied.

Het perceel met daarop de woning Rusthovenlaan 35 wordt daarom geheel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 660m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0088.png"

Het perceel Rusthovenlaan 35

2.3.2.38 Van Rijckevorsellaan 2

Van Rijckevorsellaan 9a betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning). De woning staat op voldoende afstand van de omliggende glastuinbouwbedrijven. Het dichtstbijzijnde functionerend glastuinbouwbedrijf bevindt zich op 10 meter van de gevel van de woning.

De woning Van Rijckevorsellaan 2 wordt daarom voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Gezien de ligging en de grote van het perceel kan niet het gehele perceel voorzien worden van de bestemming 'Wonen'. Dit zou wel leiden tot een onevenredige afbraak van de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied. Hierbij is aansluiting gezocht bij de glaslijn van het naastgelegen glastuinbouwbedrijf en de geldende afstandsmaten.

Het achterste deel van het perceel, met een oppervlakte van 620m2, blijft voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0089.png"

Het perceel van Rijckevorsellaan 2

2.3.2.39 Van Rijckevorsellaan 9a

Van Rijckevorsellaan 9a betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning). De woning staat op voldoende afstand van de omliggende glastuinbouwbedrijven. Het dichtstbijzijnde functionerend glastuinbouwbedrijf bevindt zich op 25 meter van de gevel van de woning.

De woning Van Rijckevorsellaan 9a wordt daarom voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Gezien de ligging en de grote van het perceel kan niet het gehele perceel voorzien worden van de bestemming 'Wonen'. Dit zou wel leiden tot een onevenredige afbraak van de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied. Hierbij is aansluiting gezocht bij de glaslijn van het naastgelegen glastuinbouwbedrijf en de grens van de woonbestemming op nummer 9.

Het achterste deel van het perceel, met een oppervlakte van 160m2, blijft voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Op het perceel, wat is voorzien van de bestemming 'Wonen', bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 730m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0090.png"

het perceel Van Rijckevorsellaan 9a

2.3.2.40 Woutersweg 14

Woutersweg 14 in 's-Gravenzande betreft een tuinbouwbedrijf, welke niet voldeed aan de minimaal gestelde oppervlaktemaat uit het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland.'

Het bedrijf heeft een oppervlakte kleiner dan 5000m2.

De locatie is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Aangezien het bedrijf al als zodanig aanwezig was voor de gestelde peildatum is het kleinschalige tuinbouwbedrijf opgenomen in dit bestemmingsplan.

Het bedrijf is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw', met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch-kleinschalig glastuinbouwbedrijf'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0091.png"

het perceel Woutersweg 14

2.3.3 Honselersdijk
2.3.3.1 Bospolder 12

Bospolder 12 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 557m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 1038m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

 

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen achter en rechts van de woning.

Gezien de ligging van het kavel, naast andere woonbestemmingen en een hoofdwatergang, kan geconcludeerd worden dat de desbetreffende gronden niet meer bruikbaar zijn voor glastuinbouwontwikkelingen.

Het omzetten van het gehele perceel levert dus geen onevenredige extra hinder op voor het achterliggende glastuinbouwgebied.

Het perceel met daarop de woning Bospolder 12 wordt daarom geheel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 520m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0092.png"

Bospolder 12

2.3.3.2 Bospolder 27a

Bospolder 27a betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hindert (categorie 1 woning).

Het omzetten van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' naar 'Wonen' levert een onevenredige hinder op voor het functioneren van het glastuinbouwgebied. Hierdoor is het niet wenselijk de woning te voorzien van de bestemming 'Wonen'.

De woning is voorzien van een persoonsgebonden overgangsrecht. De woning mag, zolang de huidige bewoner gebruiker is van de woning, gebruikt worden als burgerwoning. Zodra de huidige bewoner de woning verlaat, mag de woning alleen nog maar gebruikt worden voor de glastuinbouw. De huidige bewoner mag de woning dus alleen verkopen aan een glastuinbouwondernemer.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0093.png"

Het perceel Bospolder 27a

2.3.3.3 Bredenel 1

Bredenel 1 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 313m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 120m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

 

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen rechts van de woning.

Gezien het feit dat het kavel volledig is omsloten door de uitplaatslocatie Bredenel kunnen deze gronden niet meer gebruikt worden ten behoeve van de glastuinbouw.

Het omzetten van het gehele perceel levert dus geen onevenredige extra hinder op voor het achterliggende glastuinbouwgebied.

Het perceel met daarop de woning Bredenel 1 wordt daarom geheel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0094.png"

Het perceel Bredenel 1

2.3.3.4 Broekkade 5

Broekkade 5 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan

Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hindert (categorie 1 woning).

Het omzetten van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' naar 'Wonen' levert een onevenredige hinder op voor het functioneren van het glastuinbouwgebied. Hierdoor is het niet wenselijk de woning te voorzien van de bestemming 'Wonen'.

De woning is voorzien van een persoonsgebonden overgangsrecht. De woning mag, zolang de huidige bewoner gebruiker is van de woning, gebruikt worden als burgerwoning. Zodra de huidige bewoner de woning verlaat, mag de woning alleen nog maar gebruikt worden voor de glastuinbouw. De huidige bewoner mag de woning dus alleen verkopen aan een glastuinbouwondernemer.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0095.png"

Het perceel Broekkade 5

2.3.3.5 Broekkade 7

Broekkade 7 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hindert (categorie 1 woning).

Het omzetten van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' naar 'Wonen' levert een onevenredige hinder op voor het functioneren van het glastuinbouwgebied. Hierdoor is het niet wenselijk de woning te voorzien van de bestemming 'Wonen'.

De woning is voorzien van een persoonsgebonden overgangsrecht. De woning mag, zolang de huidige bewoner gebruiker is van de woning, gebruikt worden als burgerwoning. Zodra de huidige bewoner de woning verlaat, mag de woning alleen nog maar gebruikt worden voor de glastuinbouw. De huidige bewoner mag de woning dus alleen verkopen aan een glastuinbouwondernemer.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0096.png"

Het perceel Broekkade 7

2.3.3.6 Broekpolderlaan 45

Broekpolderlaan 45 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning) .De woning staat op voldoende afstand van de omliggende glastuinbouwbedrijven. Het dichtstbijzijnde functionerend glastuinbouwbedrijf bevindt zich op 55 meter van de gevel van de woning.

De woning Broekpolderlaan 45 wordt daarom voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 630m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

Tussen de woonbestemming van de woning Broekpolderlaan 45 en de Broekpolderlaan is een strook gelegen, met een oppervlakte van 1150m2, welke ook bestemd was als 'Agrarisch-Glastuinbouw'. Deze strook is in eigendom van de gemeente. Vanwege het feit dat de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' , na de bestemmingswijziging van de woning, een niet bruikbare bestemming is geworden, is de bestemming gewijzigd naar de bestemming 'Groen'. De gronden ter plaatse kunnen niet effectief gebruikt worden voor de glastuinbouw, aangezien in de ondergrond een deel van de buisleidingenstraat is gelegen.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0097.png"

Het perceel Broekpolderlaan 45

2.3.3.7 Broekpolderlaan 53

Broekpolderlaan 53 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van1023m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 1193m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

 

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen achter de woning.

Gezien de ligging van het kavel, nabij een hoek, de aanwezigheid van een watergang en nabijgelegen woonbestemmingen, is het zeer onwaarschijnlijk dat de desbetreffende gronden nog bruikbaar zijn voor glastuinbouwontwikkelingen.

Het omzetten van het gehele perceel levert dus geen onevenredige extra hinder op voor het achterliggende glastuinbouwgebied.

Het perceel met daarop de woning Broekpolderlaan 53 wordt daarom geheel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 530m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0098.png"

Het perceel Broekpolderlaan 53

2.3.3.8 Gantel 1a

Gantel 1a betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 558m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 1801m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

 

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen achter de woning.

Gezien het feit dat het kavel volledig is omsloten door de uitplaatslocatie Bredenel kunnen deze gronden niet meer gebruikt worden ten behoeve van de glastuinbouw.

Het omzetten van het gehele perceel levert dus geen onevenredige extra hinder op voor het achterliggende glastuinbouwgebied.

Het perceel met daarop de woning Gantel 1a wordt daarom geheel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel, wat is voorzien van de bestemming 'Wonen', bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 1490m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0099.png"

Het perceel Gantel 1a

2.3.3.9 Gantel 10

Gantel 10 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 910m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 725m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

 

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen rechts van de woning.

Gezien het feit dat het kavel voledig is omsloten door de uitplaatslocatie Bredenel kunnen deze gronden niet meer gebruikt worden ten behoeve van de glastuinbouw.

Het omzetten van het gehele perceel levert dus geen onevenredige extra hinder op voor het achterliggende glastuinbouwgebied.

Het perceel met daarop de woning Gantel 10 wordt daarom geheel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel, wat is voorzien van de bestemming 'Wonen', bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 560m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0100.png"

Het perceel Gantel10

2.3.3.10 Middel Broekweg 71

Middel Broekweg 71 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning) .De woning staat op voldoende afstand van de omliggende glastuinbouwbedrijven. Het dichtstbijzijnde functionerend glastuinbouwbedrijf bevindt zich op 25 meter van de gevel van de woning.

De woning Middel Broekweg 71 wordt daarom voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Gezien de ligging en de grote van het perceel kan niet het gehele perceel voorzien worden van de bestemming 'Wonen'. Dit zou wel leiden tot een onevenredige afbraak van de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied. Hierbij is aansluiting gezocht bij achtergrens van de naastgelegen woonbestemmingen.

Het achterste deel van het perceel, met een oppervlakte van 15.418m2, blijft voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0101.png"

Het perceel Middel Broekweg 71

2.3.3.11 Middel Broekweg 104

Middel Broekweg 104 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 746m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 3345m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

 

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen achter de woning.

Gezien de aanwezige waterberging op de hoek van de Middel Broekweg en de Molenbroeklaan is het niet mogelijk een glastuinbouwbedrijf dichter bij de Middel Broekweg te positioneren.

Het omzetten van het gehele perceel levert dus geen onevenredige extra hinder op voor het achterliggende glastuinbouwgebied.

Het perceel met daarop de woning Middel Broekweg 104 wordt daarom geheel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel, wat is voorzien van de bestemming 'Wonen', bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 390m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0102.png"

Het perceel Middel Broekweg 104

2.3.3.12 Middel Broekweg 106

Middel Broekweg 106 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 978m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 2535m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

 

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen achter de woning.

Gezien de aanwezige waterberging op de hoek van de Middel Broekweg en de Molenbroeklaan is het niet mogelijk een glastuinbouwbedrijf dichter bij de Middel Broekweg te positioneren.

Het omzetten van het gehele perceel levert dus geen onevenredige extra hinder op voor het achterliggende glastuinbouwgebied.

Het perceel met daarop de woning Middel Broekweg 106 wordt daarom geheel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel, wat is voorzien van de bestemming 'Wonen', bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 1610m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0103.png"

Het perceel Middel Broekweg 106

2.3.3.13 Nieuwe Tuinen 5

Nieuwe Tuinen 5 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hindert (categorie 1 woning).

Het omzetten van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' naar 'Wonen' levert een onevenredige hinder op voor het functioneren van het glastuinbouwgebied. Hierdoor is het niet wenselijk de woning te voorzien van de bestemming 'Wonen'.

De woning is voorzien van een persoonsgebonden overgangsrecht. De woning mag, zolang de huidige bewoner gebruiker is van de woning, gebruikt worden als burgerwoning. Zodra de huidige bewoner de woning verlaat, mag de woning alleen nog maar gebruikt worden voor de glastuinbouw. De huidige bewoner mag de woning dus alleen verkopen aan een glastuinbouwondernemer.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0104.png"

Het perceel Nieuwe Tuinen 5

2.3.3.14 Nieuweweg 80a

Nieuweweg 80a betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning). De woning staat op voldoende afstand van de omliggende glastuinbouwbedrijven. Het dichtstbijzijnde functionerend glastuinbouwbedrijf bevindt zich op 35 meter van de gevel van de woning.

De woning Nieuweweg 80a wordt daarom voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Gezien de ligging en de grote van het perceel kan niet het gehele perceel voorzien worden van de bestemming 'Wonen'. Dit zou wel leiden tot een onevenredige afbraak van de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied. Hierbij is aansluiting gezocht bij grens van de woonbestemming van de naastgelegen rijwoningen.

Een deel van het perceel, met een oppervlakte van 4375m2, blijft voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Op het perceel, wat is voorzien van de bestemming 'Wonen', bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 300m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0105.png"

Het perceel Nieuweweg 80a

2.3.3.15 Nieuweweg 94b

Nieuweweg 94b betreft een bedrijfswoning, welke als zodanig nog in gebruik is.

Echter heeft de bedrijfswoning meer dan 1.000m2 aan gronden in gebruik (ten behoeve van de bedrijfswoning)

Aangezien dit privégebruik al als zodanig aanwezig was voor de gestelde peildatum wordt het surplus aan gronden in dit bestemmingsplan gelegaliseerd.

De woning is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw', met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch-bedrijfswoning met grote siertuin'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0106.png"

Het perceel Nieuweweg 94b

2.3.3.16 Plaats 4

Plaats 4 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning). De woning staat op voldoende afstand van de omliggende glastuinbouwbedrijven. Het dichtstbijzijnde functionerend glastuinbouwbedrijf bevindt zich op 15 meter van de gevel van de woning.

De woning Plaats 4 wordt daarom voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel, wat is voorzien van de bestemming 'Wonen', bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 300m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0107.png"

het perceel Plaats 4

2.3.3.17 Poeldijksepad 16a

Poeldijkseweg 16a betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 853m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 937m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

 

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen links en rechts van de woning. De gronden rechts van de woning liggen ingesloten tussen de woonbestemming van Poeldijksepad 16a en Poeldijksepad 16. Deze gronden zijn niet meer inzetbaar voor de glastuinbouw. De gronden links van de woning zijn ook niet meer bruikbaar voor de glastuinbouw, gezien de geldende afstandsmaten ten aanzien van hoofdgebouwen van woningen.

Het omzetten van het gehele perceel levert dus geen onevenredige extra hinder op voor het achterliggende glastuinbouwgebied.

Het perceel met daarop de woning Poeldijksepad 16a wordt daarom geheel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel, wat is voorzien van de bestemming 'Wonen', bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 960m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0108.png"

Het perceel Poeldijksepad 16a

2.3.3.18 Poeldijksepad 26

Poeldijkseweg 26 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 1008m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 829m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

 

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen achter de woning

Aangezien de naastgelegen percelen even diep het gebied in steken en deze percelen al voorzien zijn van de bestemming 'Wonen', levert een voledige woonbestemming geen onevenredige extra hinder op voor het achterliggende glastuinbouwgebied.

Het perceel met daarop de woning Poeldijksepad 26 wordt daarom gedeeltelijk voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel, wat is voorzien van de bestemming 'Wonen', bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 440m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0109.png"

Het perceel Poeldijksepad 26

2.3.3.19 Sprongenloet 3

Sprongenloet 3 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk hindert (categorie 2 woning).

Aangezien alle overige woningen aan de Sprongenloet geen woonbestemming hebben levert het wijzigen van de bestemming, naar de bestemming 'Wonen', een onevenredige hinder op voor het functioneren van het glastuinbouwgebied. Hierdoor is het niet wenselijk de woning te voorzien van de bestemming 'Wonen'.

De woning is voorzien van een persoonsgebonden overgangsrecht. De woning mag, zolang de huidige bewoner gebruiker is van de woning, gebruikt worden als burgerwoning. Zodra de huidige bewoner de woning verlaat, mag de woning alleen nog maar gebruikt worden voor de glastuinbouw. De huidige bewoner mag de woning dus alleen verkopen aan een glastuinbouwondernemer.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0110.png"

Het perceel Sprongenloet 3

2.3.3.20 Sprongenloet 5

Sprongenloet 5 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk hindert (categorie 2 woning).

Aangezien alle overige woningen aan de Sprongenloet geen woonbestemming hebben levert het wijzigen van de bestemming, naar de bestemming 'Wonen', een onevenredige hinder op voor het functioneren van het glastuinbouwgebied. Hierdoor is het niet wenselijk de woning te voorzien van de bestemming 'Wonen'.

De woning is voorzien van een persoonsgebonden overgangsrecht. De woning mag, zolang de huidige bewoner gebruiker is van de woning, gebruikt worden als burgerwoning. Zodra de huidige bewoner de woning verlaat, mag de woning alleen nog maar gebruikt worden voor de glastuinbouw. De huidige bewoner mag de woning dus alleen verkopen aan een glastuinbouwondernemer.

Op het perceel bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 390m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0111.png"

Het perceel Sprongenloet 5

2.3.3.21 Sprongenloet 7

Sprongenloet 7 betreft een tuinbouwbedrijf, welke niet voldeed aan de minimaal gestelde oppervlaktemaat uit het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland.'

Het bedrijf heeft een oppervlakte kleiner dan 5000m2.

De locatie is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Aangezien het bedrijf al als zodanig aanwezig was voor de gestelde peildatum is het kleinschalige tuinbouwbedrijf opgenomen in dit bestemmingsplan.

Het bedrijf is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw', met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch-kleinschalig glastuinbouwbedrijf'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0112.png"

Het perceel Sprongenloet 7

2.3.3.22 Sprongenloet 9

Sprongenloet 9 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk hindert (categorie 2 woning).

Aangezien de afstand van de zijgevel van de woning en de eerstvolgende woning meer dan 150 meter bedraagt en dat alle overige woningen aan de Sprongenloet geen woonbestemming hebben levert het wijzigen van de bestemming, naar de bestemming 'Wonen', een onevenredige hinder op voor het functioneren van het glastuinbouwgebied. Hierdoor is het niet wenselijk de woning te voorzien van de bestemming 'Wonen'.

De woning is voorzien van een persoonsgebonden overgangsrecht. De woning mag, zolang de huidige bewoner gebruiker is van de woning, gebruikt worden als burgerwoning. Zodra de huidige bewoner de woning verlaat, mag de woning alleen nog maar gebruikt worden voor de glastuinbouw. De huidige bewoner mag de woning dus alleen verkopen aan een glastuinbouwondernemer.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0113.png"

Het perceel Sprongenloet 9

2.3.3.23 Vijverberglaan 4a

Vijverberglaan 4a betreft een tuinbouwbedrijf, welke niet voldeed aan de minimaal gestelde oppervlaktemaat uit het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland.'

Het bedrijf heeft een oppervlakte kleiner dan 5000m2.

De locatie is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Aangezien het bedrijf al als zodanig aanwezig was voor de gestelde peildatum is het kleinschalige tuinbouwbedrijf opgenomen in dit bestemmingsplan.

Het bedrijf is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw', met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch-kleinschalig glastuinbouwbedrijf'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0114.png"

Het kleinschalige tuinbouwbedrijf aan de Vijverberglaan 4a

2.3.3.24 Vijverberglaan 8

Vijverberglaan 8 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hindert (categorie 1 woning).

Het omzetten van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' naar 'Wonen' levert een onevenredige hinder op voor het functioneren van het glastuinbouwgebied. Hierdoor is het niet wenselijk de woning te voorzien van de bestemming 'Wonen'.

De woning is voorzien van een persoonsgebonden overgangsrecht. De woning mag, zolang de huidige bewoner gebruiker is van de woning, gebruikt worden als burgerwoning. Zodra de huidige bewoner de woning verlaat, mag de woning alleen nog maar gebruikt worden voor de glastuinbouw. De huidige bewoner mag de woning dus alleen verkopen aan een glastuinbouwondernemer.

Op het perceel bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 240m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0115.png"

Het perceel Vijverberglaan 8

2.3.3.25 Zwethlaan 4

Zwethlaan 4 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De woning staat op voldoende afstand van de omliggende glastuinbouwbedrijven. Het dichtstbijzijnde functionerend glastuinbouwbedrijf bevindt zich op 15 meter van de gevel van de woning.

De woning Zwethlaan 4 wordt daarom voorzien van de bestemming 'Wonen'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0116.png"

Het perceel Zwethlaan 4

2.3.4 Kwintsheul
2.3.4.1 Bovendijk 57

Bovendijk 57 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De woning staat op voldoende afstand van de omliggende glastuinbouwbedrijven. Het dichtstbijzijnde functionerend glastuinbouwbedrijf bevindt zich op 25 meter van de gevel van de woning.

De woning Bovendijk 57 wordt daarom voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Gezien de ligging en de grote van het perceel kan niet het gehele perceel voorzien worden van de bestemming 'Wonen'. Dit zou wel leiden tot een onevenredige afbraak van de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied. Hierbij is aansluiting gezocht bij de glaslijn van het naastgelegen glastuinbouwbedrijf.

Het achterste deel van het perceel, met een oppervlakte van 325m2, blijft voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Op het perceel, wat is voorzien van de bestemming 'Wonen', bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 550m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0117.png"

Het perceel Bovendijk 57

2.3.4.2 Bovendijk 67

Bovendijk 67 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft en oppervlakte van 1077m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 833m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

 

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen links van de woning

Deze gronden zijn gelegen tussen de woonbestemming van Bovendijk 67 en de woonbestemming van Bovendijk 65. Gezien de ligging van de gronden zijn deze niet meer bruikbaar voor de glastuinbouw.

Aan de andere zijde is een deel van het perceel in gebruik als toegang tot het achterliggende tuinbouwbedrijf. Dit dit van het perceel blijft voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.Dit deel heeft een oppervlakte van 96m2.

Het perceel met daarop de woning Bovendijk 67 wordt daarom gedeeltelijk voorzien van de bestemming 'Wonen'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0118.png"

Het perceel Bovendijk 67

2.3.4.3 De Driesprong 15

De Driesprong 15 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft en oppervlakte van 826m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 1146m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

 

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen links en rechts van de woning.

De gronden rechts van de woning zijn gelegen tussen het woonperceel en een hoofdwatergang. Rechts van de hoofdwatergang bevindt zich de agrarische bedrijfswoning Van Buerenlaan 30.

Gezien de ligging van de gronden zijn deze niet meer bruikbaar voor de glastuinbouw.

De gronden links van de woning zijn nog wel bruikbaar voor de glastuinbouw. Op het moment dat er in het achterliggende gebied herstructurering plaatsvindt zal een toekomstige bedrijfsontsluiting naar alle waarschijnlijkheid via dat perceel plaats gaan vinden.

Het wijzigen van de bestemming op dat deel van het perceel leidt tot een onevenredige beperking van de glastuinbouwontwikkelingen in het achterliggende gebied.

Dit deel van het perceel blijft voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.Dit deel heeft een oppervlakte van 520m2.

Het perceel met daarop de woning De Driesprong 15 wordt daarom gedeeltelijk voorzien van de bestemming 'Wonen'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0119.png"

Het perceel De Driesprong 15

2.3.4.4 Groenepad 6

Groenepad 6 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning). De woning staat op voldoende afstand van de omliggende glastuinbouwbedrijven. Het dichtstbijzijnde functionerend glastuinbouwbedrijf bevindt zich op 30 meter van de gevel van de woning.

De woning Groenepad 6 wordt daarom voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Gezien de ligging en de grote van het perceel kan niet het gehele perceel voorzien worden van de bestemming 'Wonen'. Dit zou leiden tot een onevenredige afbraak van de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied. Het perceel steekt namelijk ruim 100 meter diep het achterliggende glastuinbouwgebied in. De gronden achter op het perceel kunnen uitstekend gebruikt worden voor het vergroten van het achterliggende glastuinbouwbedrijf. Bij de begrenzing van de achterste perceelsgrens is rekening gehouden met de begrenzing van de naastgelegen woonbestemmingen.

Het achterliggende deel van het perceel, met een oppervlakte van 7280m2, blijft voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0120.png"

Het perceel Groenepad 6

2.3.4.5 Heulweg 36c

Heulweg 36c betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft en oppervlakte van 1290m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 565m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

 

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen rechts van de woning.

Deze gronden liggen in het verlengde van de bestaande woonbestemming

Gezien de ligging van de gronden zijn deze niet meer bruikbaar voor de glastuinbouw.

Het perceel met daarop de woning Heulweg 36c wordt daarom geheel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel, wat is voorzien van de bestemming 'Wonen', bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 430m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0121.png"

Het perceel Heulweg 36c

2.3.4.6 Heulweg 38a

Heulweg 38a betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft en oppervlakte van 545m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 216m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

 

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen achter de woning.

Deze gronden zijn gelegen achter de woonbestemming van Heulweg 38a en voor de woonbestemming van Heulweg 36c.

Gezien de ligging van de gronden zijn deze niet meer bruikbaar voor de glastuinbouw.

Het perceel met daarop de woning Heulweg 38a wordt daarom geheel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel, wat is voorzien van de bestemming 'Wonen', bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 200m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0122.png"

Het perceel Heulweg 38a

2.3.4.7 Heulweg 43c

Heulweg 43c betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk hindert (categorie 2 woning).

De woning is niet gelegen aan een lint of een tuinderslaan maar achter een lint met woningen uit categorie 3. Op basis van de Handhavingsstrategie Thema Glastuinbouw 2020 komt de woning Heulweg 43c niet in aanmerking voor de bestemming 'Wonen'.

De woning daarom voorzien van een persoonsgebonden overgangsrecht. De woning mag, zolang de huidige bewoner gebruiker is van de woning, gebruikt worden als burgerwoning. Zodra de huidige bewoner de woning verlaat, mag de woning alleen nog maar gebruikt worden voor de glastuinbouw. De huidige bewoner mag de woning dus alleen verkopen aan een glastuinbouwondernemer.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0123.png"

Het perceel Heulweg 43c

2.3.4.8 Heulweg 52a

Heulweg 52 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning). De woning staat op voldoende afstand van de omliggende glastuinbouwbedrijven. Het dichtstbijzijnde functionerend glastuinbouwbedrijf bevindt zich op 15 meter van de gevel van de woning.

De woning Heulweg 52a wordt daarom voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Gezien de ligging en de grote van het perceel kan niet het gehele perceel voorzien worden van de bestemming 'Wonen'. Een deel van het perceel is immers in gebruik bij het achterliggende glastuinbouwbedrijf. Een deel van de kas staat namelijk op het perceel van Heulweg 52a. Tevens wordt een deel van het perceel gebruikt als tuinderslaan naar het achterliggende glastuinbouwgebied toe.

Het achterste deel van het perceel, met een oppervlakte van 595m2, blijft voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Op het perceel, wat is voorzien van de bestemming 'Wonen', bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 270m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0124.png"

het perceel Heulweg 52a

2.3.4.9 Holle Watering 24

Holle Watering 24 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).De woning staat op voldoende afstand van de omliggende glastuinbouwbedrijven. Het dichtstbijzijnde functionerend glastuinbouwbedrijf bevindt zich op 10 meter van de gevel van de woning.

De woning Holle Watering 24 wordt daarom voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel, wat is voorzien van de bestemming 'Wonen', bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 170m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0125.png"

Het perceel Holle Watering 24

2.3.4.10 Lange Wateringkade 34b

Lange Wateringkade 34b betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 871m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 2282m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

 

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen achter de woning.

Deze gronden aan de achterzijde strekken 40 meter diep het glastuinbouwgebied in. Het gebruik van de gronden kan de ontwikkeling van het achterliggende glastuinbouwbedrijf mogelijk hinderen. Omzetten van de gehele woonbestemming zou dan leiden tot een onevenredige hinder van het achterliggende glastuinbouwgebied.

Hierbij is aansluiting gezocht bij de glaslijn van het bestaande glastuinbouwbedrijf. Ter plaatse van het woonperceel is nu een hap uit de kas, in verband met de aanweizgheid van het perceel. De grens van de woonbestemming is gebaseerd op het doortrekken van de bestaande kas.

Het achterste deel van het perceel, met een oppervlakte van 2080m2, blijft voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Het perceel met daarop de woning Lange Wateringkade 34b wordt daarom gedeeltelijk voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel, wat is voorzien van de bestemming 'Wonen', bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 170m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0126.png"

Het perceel Lange Wateringkade 34b

2.3.4.11 Lange Wateringkade 39

Lange Wateringkade 39 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 973m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 3965m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen achter de woning.

Er is geconstateerd dat de achterliggende kas gepositioneerd is op de erfgrens. Gezien de ligging van de kas en de omliggende woonbestemmingen kan de kas niet dichterbij gebouwd worden. Om te voorkomen dat de kas in de toekomst verder naar achter gebouwd moet worden, zal de achterste meter van het perceel voorzien blijven van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'. Het betreft een oppervlakte van om en nabij 130m2.

Op het perceel, wat is voorzien van de bestemming 'Wonen', bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 430m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0127.png"

Het perceel Lange Wateringkade 39

2.3.5 Naaldwijk
2.3.5.1 Baakwoning 16

Baakwoning 16 betreft een woning, welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hindert (categorie 1 woning).

Het omzetten van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' naar 'Wonen' levert een onevenredige hinder op voor het funtioneren van het glastuinbouwgebied. Hierdoor is het niet wenselijk de woning te voorzien van de bestemming 'Wonen'.

De woning is voorzien van een persoonsgebonden overgangsrecht. De woning mag, zolang de huidige bewoner gebruiker is van de woning, gebruikt worden als burgerwoning. Zodra de huidige bewoner de woning verlaat, mag de woning alleen nog maar gebruikt worden voor de glastuinbouw. De huidige bewoner mag de woning dus alleen verkopen aan een glastuinbouwondernemer.

Op het perceel bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 120m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0128.png"

Het perceel Baakwoning 16

2.3.5.2 Geestweg 81

Geestweg 81 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 766m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 515m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

 

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen direct achter de woning en rechts van de woning.

De gronden rechts van de woning leveren geen onevenredige grotere hinder op voor de ontwikkel mogelijkheden voor de glastuinbouw. Dit vanwege de geldende afstandsmaten van een tuinbouwbedrijf tot aan een woning. Het naastgelegen tuinbouwbedrijf kan niet dichter op de woning gerealiseerd worden.

Aan de achterzijde is nog wel, beperkt, ruimte voor uitbreiding van het achterliggende tuinbouwbedrijf. Daarom kan maar een deel van het woonperceel vergroot worden. Hierbij is de afstandsmaat van het tuinbouwbedrijf tot aan de gevel van de woning als uitgangspunt genomen. De gronden welke, op basis van de afstandsmaten, gebruikt kunnen worden voor de glastuinbouw, zijn als zodanig bestemd. De overgebleven gronden blijven voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Het achterste deel van het perceel, met een oppervlakte van 215m2, blijft voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Het perceel met daarop de woning Geestweg 81 wordt daarom gedeeltelijk voorzien van de bestemming 'Wonen'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0129.png"

Het perceel Geestweg 81

2.3.5.3 Grote Achterweg 7

Grote Achterweg 7 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 390m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 1438m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

 

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen rondom de woning

Aan de linkerzijde wordt het kavel door een watergang afgescheiden van het glastuinbouwgebied. Aan de rechterzijde bevindt zich het woonkavel Grote Achterweg 9. Uitbreiding van het tuinbouwbedrijf op de achterzijde van het kavel is, vanwege geldende afstandsmaten van een tuinbouwbedrijf tot aan een woning, ter plaatse niet mogelijk. Het naastgelegen tuinbouwbedrijf kan niet dichter op de woning gerealiseerd worden.

Het perceel met daarop de woning Grote Achterweg 7 wordt daarom geheel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel, wat is voorzien van de bestemming 'Wonen', bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 740m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0130.png"

Het perceel Grote Achterweg 7

2.3.5.4 Hoge Noordweg 15

Hoge Noordweg 15 betreft een bedrijfswoning, welke als zodanig nog in gebruik is.

Echter heeft de bedrijfswoning meer dan 1.000m2 aan gronden in gebruik (ten behoeve van de bedrijfswoning)

Aangezien dit privégebruik al als zodanig aanwezig was voor de gestelde peildatum wordt het surplus aan gronden in dit bestemmingsplan gelegaliseerd.

De woning is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw', met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch-bedrijfswoning met grote siertuin'.

Op het perceel bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 2460m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0131.png"

Het perceel Hoge Noordweg 15

2.3.5.5 Hoge Noordweg 17

Hoge Noordweg 17 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 994m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 1051m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

 

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen aan de linkerzijde en aan de achterzijde van de woning.

Aan de linkerzijde bevindt zich het woonkavel Hoge Noordweg 16.

Deze gronden aan de achterzijde strekken 25 meter diep het glastuinbouwgebied in. Het gebruik van de gronden kan de ontwikkeling van het achterliggende glastuinbouwbedrijf mogelijk hinderen. Omzetten van de gehele woonbestemming zou dan leiden tot een onevenredige hinder van het achterliggende glastuinbouwgebied.

Aan de achterzijde is nog wel ruimte voor uitbreiding van het achterliggende tuinbouwbedrijf. Daarom kan maar een deel van het woonperceel vergroot worden. Hierbij is de afstandsmaat van het tuinbouwbedrijf tot aan de gevel van de woning als uitgangspunt genomen. De gronden welke, op basis van de afstandsmaten, gebruikt kunnen worden voor de glastuinbouw, zijn als zodanig bestemd. De overgebleven gronden blijven voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Het perceel met daarop de woning Hoge Noordweg 17 wordt daarom gedeeltelijk voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Het achterliggende deel van het perceel, met een oppervlakte van 855m2, blijft voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0132.png"

Het perceel Hoge Noordweg 17

2.3.5.6 Hoge Noordweg 20-1

Hoge Noordweg 20-1 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 480m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 1361m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

 

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen aan de linkerzijde en aan de achterzijde van de woning.

De gronden gelegen tussen de woning en de woonbestemming van Hoge Noordweg 20 kunnen, gezien de geldende afstandsmaten, niet mee gebruikt worden voor glastuinbouwontwikkelingen. Deze gronden worden voorzien van de bestemming 'Wonen'.

De gronden aan de achterzijde, gelegen in de lijn met de overige woonbestemmingen, kunnen, vanwege geldende afstandsmaten, niet meer effectief gebruikt worden voor de glastuinbouw. Echter steekt het perceel dieper het glastuinbouwgebied in dan de omliggende gronden.

Dit resterende deel, met een oppervlakte van 235m2, blijft voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Het perceel met daarop de woning Hoge Noordweg 20-1 wordt daarom gedeeltelijk voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 380m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0133.png"

Het perceel Hoge Noordweg 20-1

2.3.5.7 Koningsveld 10

Koningsveld 10 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hindert (categorie 1 woning).

De woning is niet gelegen aan een tuinderslaan maar midden in het glastuinbouwgebied.

De woning is voorzien van een persoonsgebonden overgangsrecht. De woning mag, zolang de huidige bewoner gebruiker is van de woning, gebruikt worden als burgerwoning. Zodra de huidige bewoner de woning verlaat, mag de woning alleen nog maar gebruikt worden voor de glastuinbouw. De huidige bewoner mag de woning dus alleen verkopen aan een glastuinbouwondernemer.

Op het perceel bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 350m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0134.png"

Het perceel Koningsveld 10

2.3.5.8 Kleine Achterweg 27

Kleine Achterweg 27 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 1097m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 590m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen achter de woning

De gronden direct achter de woning kunnen echter niet gebruikt worden ten behoeve van een glastuinbouwontwikkeling. De naastgelegen woning Kleine Achterweg 29 is namelijk al tot de achtergrens van Kleine Achterweg 27 voorzien van de bestemming 'Wonen'. Het achtergelegen tuinbouwbedrijf kan niet dichter op de woning gerealiseerd worden.

Het perceel met daarop de woning Kleine Achterweg 27 wordt daarom geheel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 250m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0135.png"

Het perceel Kleine Achterweg 27

2.3.5.9 Kleine Achterweg 55

Kleine Achterweg 55 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De woning staat op voldoende afstand van de omliggende glastuinbouwbedrijven. Het dichtstbijzijnde functionerend glastuinbouwbedrijf bevindt zich op 40 meter van de gevel van de woning

De woning Kleine Achterweg 55 wordt daarom voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Gezien de ligging en de grote van het perceel kan niet het gehele perceel voorzien worden van de bestemming 'Wonen'. Dit zou wel leiden tot een onevenredige afbraak van de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied. Deze gronden kunnen namelijk nog dienstbaar zijn aan de tuinbouw voor bijvoorvbeeld een waterbassin of buitenteelt.

Het achterste deel van het perceel, met een oppervlakte van 7600m2, blijft voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0136.png"

Het perceel Kleine Achterweg 55

2.3.5.10 Lange Broekweg 34

Lange Broekweg 34 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk hindert (categorie 2 woning).

Aangezien de woning gelegen is in de tweede lijn, dus gelegen is achter woningen in een lint (de woningen direct gelegen aan de Lange Broekweg 34) levert het wijzigen van de bestemming, naar de bestemming 'Wonen', een onevenredige hinder op voor het functioneren van het glastuinbouwgebied.

Het woonlint wordt hierdoor namelijk dieper het gebied in gepositioneerd, waardoor het potentieel glasareaal aanzienlijk wordt verkleind. Hierdoor is het niet wenselijk de woning te voorzien van de bestemming 'Wonen'.

De woning is voorzien van een persoonsgebonden overgangsrecht. De woning mag, zolang de huidige bewoner gebruiker is van de woning, gebruikt worden als burgerwoning. Zodra de huidige bewoner de woning verlaat, mag de woning alleen nog maar gebruikt worden voor de glastuinbouw. De huidige bewoner mag de woning dus alleen verkopen aan een glastuinbouwondernemer.

Op het perceel bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 630m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0137.png"

Het perceel Lange Broekweg 34

2.3.5.11 Lange Broekweg 52

Lange Broekweg 52 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 583m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van423m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen achter de woning

De gronden direct achter de woning kunnen echter niet gebruikt worden ten behoeve van een glastuinbouwontwikkeling. De geldende afstandsmaten met betrekking tot de afstand van de gevel van de woning en het (mogelijke) achterliggende tuinbouwbedrijf zorgt ervoor dat het gehele perceel niet inzetbaar is voor ene glastuinbouw ontwikkeling. Het achtergelegen tuinbouwbedrijf kan niet dichter op de woning gerealiseerd worden.

Het perceel met daarop de woning Lange Broekweg 52 wordt daarom geheel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0138.png"

Het perceel Lange Broekweg 52

2.3.5.12 Monstersepad 9

Monstersepad 9 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hindert (categorie 1 woning).

De woning is niet gelegen aan een tuinderslaan maar midden in het glastuinbouwgebied.

De woning is voorzien van een persoonsgebonden overgangsrecht. De woning mag, zolang de huidige bewoner gebruiker is van de woning, gebruikt worden als burgerwoning. Zodra de huidige bewoner de woning verlaat, mag de woning alleen nog maar gebruikt worden voor de glastuinbouw. De huidige bewoner mag de woning dus alleen verkopen aan een glastuinbouwondernemer.

Op het perceel bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 360m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0139.png"

Het perceel Monstersepad 9

2.3.5.13 Sint Jorispad 11

Sint Jorispad 11 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 357m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 1332m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen achter de woning.

Aangezien de naastgelegen woningen even diep het glastuinbouwgebeid in steken, zijn deze percelen leiden ten aanzien van de optimale invulling van het glastuinbouwgebied. Het perceel Sint Jorispad 11 kan geheel voorzien worden van de bestemming 'Wonen', zonder dat dit leidt tot een onevenredige afbreuk van de bouw- en gebruiksmogelijkheden van het achterliggende tuinbouwgebied.

Het perceel met daarop de woning Sint Jorispad 11 wordt daarom geheel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0140.png"

Het perceel Sint Jorispad 11

2.3.5.14 Sint Jorispad 19

Sint Jorispad 19 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 1097m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 590m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen achter de woning

Gezien de ligging en de grote van het perceel kan niet het gehele perceel voorzien worden van de bestemming 'Wonen'. Dit zou wel leiden tot een onevenredige afbreuk van de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied. Het perceel steekt namelijk 10 meter diep het achterliggende glastuinbouwgebied in. De gronden achter op het perceel kunnen uitstekend gebruikt worden voor het vergroten van het achterliggende glastuinbouwbedrijf. Met de begrenzing is rekening gehouden met de afstandsmaat van een tuinbouwbedrijf tot aan de gevel van de woning.

Het achterste deel van het perceel, met een oppervlakte van 570m2, blijft voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Het perceel met daarop de woning Sint Jorispad 19 wordt daarom gedeeltelijk voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel, wat is voorzien van de bestemming 'Wonen', bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 320m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0141.png"

Het perceel Sint Jorispad 19

2.3.6 Maasdijk
2.3.6.1 Geerbos 2

Geerbos 2 in Maasdijk betreft een tuinbouwbedrijf, welke niet voldeed aan de minimaal gestelde oppervlaktemaat uit het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland.'

Het bedrijf heeft een oppervlakte kleiner dan 5000m2.

De locatie is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Aangezien het bedrijf al als zodanig aanwezig was voor de gestelde peildatum is het kleinschalige tuinbouwbedrijf opgenomen in dit bestemmingsplan.

Het bedrijf is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw', met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch-kleinschalig glastuinbouwbedrijf'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0142.png"

Het perceel Geerbos 2

2.3.6.2 Geerbos 4

Geerbos 4 in Maasdijk betreft een tuinbouwbedrijf, welke niet voldeed aan de minimaal gestelde oppervlaktemaat uit het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland.'

Het bedrijf heeft een oppervlakte kleiner dan 5000m2.

De locatie is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Aangezien het bedrijf al als zodanig aanwezig was voor de gestelde peildatum is het kleinschalige tuinbouwbedrijf opgenomen in dit bestemmingsplan.

Het bedrijf is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw', met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch-kleinschalig glastuinbouwbedrijf'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0143.png"

Het perceel Geerbos 4

2.3.6.3 Korte Kruisweg 80

Korte Kruisweg 80 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De woning staat op voldoende afstand van de omliggende glastuinbouwbedrijven. Het dichtstbijzijnde functionerend glastuinbouwbedrijf bevindt zich op 34 meter van de gevel van de woning

De woning Korte Kruisweg 80 wordt daarom voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Gezien de ligging en de grote van het perceel kan niet het gehele perceel voorzien worden van de bestemming 'Wonen'. Dit zou wel leiden tot een onevenredige afbraak van de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied. Hierbij is aansluiting gezocht bij de perceelsgrenzen van naastgelegen bestaande woonbestemmingen

Het achterste deel van het perceel, met een oppervlakte van 2134m2, blijft voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Op het perceel, wat is voorzien van de bestemming 'Wonen', bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 320m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0144.png"

Het perceel Korte Kruisweg 80

2.3.6.4 Korte Kruisweg 82

Korte Kruisweg 82 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft en oppervlakte van 1020m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 639m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen direct achter de woning. Deze gronden strekken tot 25 meter diep het glastuinbouwgebied in. Het gebruik van de gronden kan de ontwikkeling van het achterliggende glastuinbouwbedrijf mogelijk hinderen. Omzetten van de gehele woonbestemming zou dan leiden tot een onevenredige hinder van het achterliggende glastuinbouwgebied.

Naast de woning Korte Kruisweg 82 zijn meerdere woonbestemmingen gelegen. De woonbestemming zou, zonder hinder richting het achterliggende glastuinbouwgebied, vergroot kunnen worden tot aan de grens van deze woonbestemmingen.

Het achterste deel van het perceel, met een oppervlakte van 633m2, blijft voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Het perceel met daarop de woning Korte Kruisweg 82 wordt daarom gedeeltelijk voorzien van de bestemming 'Wonen'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0145.png"

Het perceel Korte Kruisweg 82

2.3.6.5 Korte Kruisweg 153a

Korte Kruisweg 153a betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 1460m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van2870m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen direct achter de woning. Deze gronden strekken tot 40 meter diep het glastuinbouwgebied in. Het gebruik van de gronden kan de ontwikkeling van het achterliggende glastuinbouwbedrijf mogelijk hinderen. Omzetten van de gehele woonbestemming zou dan leiden tot een onevenredige hinder van het achterliggende glastuinbouwgebied.

Naast de woning Korte Kruisweg 153a zijn meerdere woonbestemmingen(korte Kruisweg 151 en 153) gelegen. De woonbestemming zou, zonder hinder, richting het achterliggende glastuinbouwgebied, vergroot kunnen worden tot aan de grens van deze woonbestemmingen.

Het achterste deel van het perceel, met een oppervlakte van 2033m2, blijft voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Het perceel met daarop de woning Korte Kruisweg 153a wordt daarom gedeeltelijk voorzien van de bestemming 'Wonen'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0146.png"

Het perceel Korte Kruisweg 153a

2.3.6.6 Lange Kruisweg 7

Lange Kruisweg 7 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De woning staat op voldoende afstand van de omliggende glastuinbouwbedrijven. Het dichtstbijzijnde functionerend glastuinbouwbedrijf bevindt zich op 45 meter van de gevel van de woning.

De woning Lange Kruisweg 7 wordt daarom voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Gezien de ligging en de grote van het perceel kan niet het gehele perceel voorzien worden van de bestemming 'Wonen'. Dit zou wel leiden tot een onevenredige afbraak van de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied. Hierbij is aansluiting gezocht bij de terreininrichting van het perceel.

Een deel van het perceel, met een oppervlakte van 1750m2, blijft voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0147.png"

Het perceel Lange Kruisweg 7

2.3.6.7 Lange Kruisweg 17

Lange Kruisweg 17 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De woning staat op voldoende afstand van de omliggende glastuinbouwbedrijven. Het dichtstbijzijnde functionerend glastuinbouwbedrijf bevindt zich op 10 meter van de gevel van de woning.

De woning Lange Kruisweg 17 wordt daarom voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Gezien de ligging en de grote van het perceel kan niet het gehele perceel voorzien worden van de bestemming 'Wonen'. Dit zou wel leiden tot een onevenredige afbreuk van de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied. Hierbij is aansluiting gezocht begrenzing van de naastgelegen woonbestemmingen

Een deel van het perceel, met een oppervlakte van 5680m2, blijft voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Op het perceel, wat is voorzien van de bestemming 'Wonen', bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 130m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0148.png"

Het perceel Lange Kruisweg 17

2.3.6.8 Lange Kruisweg 42

Lange Kruisweg 42 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hindert (categorie 1 woning).

De woning is niet gelegen aan een tuinderslaan maar midden in het glastuinbouwgebied.

De woning is voorzien van een persoonsgebonden overgangsrecht. De woning mag, zolang de huidige bewoner gebruiker is van de woning, gebruikt worden als burgerwoning. Zodra de huidige bewoner de woning verlaat, mag de woning alleen nog maar gebruikt worden voor de glastuinbouw. De huidige bewoner mag de woning dus alleen verkopen aan een glastuinbouwondernemer.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0149.png"

Het perceel Lange Kruisweg 42

2.3.6.9 Lange Kruisweg 50

Lange Kruisweg 50 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De woning is gelegen tussen een waterberging en de Lange Kruisweg. De woning staat op voldoende afstand van de omliggende glastuinbouwbedrijven. Het dichtstbijzijnde functionerend glastuinbouwbedrijf bevindt zich op 47 meter van de gevel van de woning.

De woning Lange Kruisweg 50 wordt daarom voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel, wat is voorzien van de bestemming 'Wonen', bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 260m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0150.png"

Het perceel Lange Kruisweg 50

2.3.6.10 Lange Kruisweg 65

Lange Kruisweg 65 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft en oppervlakte van 1654m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 97m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen direct links van de de woning.Het betreft een hap uit de woonbestemming. Aangezien zowel de linkerzijde, als de achterzijde voorzien is van de bestemming 'Wonen, kan geconcludeerd worden dat deze gronden de glastuinbouw in de toekomst niet in de weg liggen.

Het perceel met daarop de woning Korte Kruisweg 65 wordt daarom geheel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0151.png"

Het perceel Lange Kruisweg 65

2.3.6.11 Lange Kruisweg 66c

Lange Kruisweg 66c betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 666m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 1024m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

 

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen direct achter de woning en tussen de woning Lange Kruisweg 66c en Lange kruisweg 66a. Deze gronden aan de achterzijde strekken te diep het glastuinbouwgebied in. Het gebruik van de gronden kan de ontwikkeling van het achterliggende glastuinbouwbedrijf mogelijk hinderen. Omzetten van de gehele woonbestemming zou dan leiden tot een onevenredige hinder van het achterliggende glastuinbouwgebied.

De gronden gelegen tussen beide woningen hindert de toekomstige ontwikkeling van de glastuinbouw niet.

Het achterste deel van het perceel, met een oppervlakte van 400m2, blijft voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Het perceel met daarop de woning Lange Kruisweg 66c wordt daarom gedeeltelijk voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel, wat is voorzien van de bestemming 'Wonen', bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 430m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0152.png"

Het perceel Lange Kruisweg 66c

2.3.6.12 Lange Kruisweg 74

Lange Kruisweg 74 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De woning Lange Kruisweg 74 wordt daarom voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Gezien de ligging en de grote van het perceel kan niet het gehele perceel voorzien worden van de bestemming 'Wonen'. Dit zou wel leiden tot een onevenredige afbraak van de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied. Hierbij is aansluiting gezocht bij de glaslijn van de tuinbouwbedrijven gelegen achter Lange Kruisweg 66a en 66d.

Een deel van het perceel, met een oppervlakte van 400m2, blijft voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0153.png"

Het perceel Lange Kruisweg 74

2.3.6.13 Maasdijk 50

Maasdijk 50 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft en oppervlakte van 931m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 1066m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

 

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen rechts van de woning .Het kavel is gelegen in de punt van een flauwe bocht van het glastuinbouwcluster. Het overgrote deel van de percelen in deze bocht zijn al voorzien van een niet glastuinbouwfunctie. De gronden die wel voorzien zijn van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn optimaal benut door de aanleg van waterbassins. Een verdere geoptimaliseerde indeling van dit gebied is niet meer mogelijk. Hierdoor kan geconcludeerd worden dat de gronden de verdere ontwikkeling van de glastuinbouw niet hinderen.

Het perceel met daarop de woning Maasdijk 50 wordt daarom geheel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel, wat is voorzien van de bestemming 'Wonen', bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 600m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0154.png"

Het perceel Maasdijk 50

2.3.6.14 Nollaantje 55

Nollaantje 55 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 657m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 779m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

 

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen direct achter de woning en tussen de woning Nollaantje 55. Deze gronden aan de achterzijde strekken 25 meter diep het glastuinbouwgebied in. Het gebruik van de gronden kan de ontwikkeling van het achterliggende glastuinbouwbedrijf mogelijk hinderen. Omzetten van de gehele woonbestemming zou dan leiden tot een onevenredige hinder van het achterliggende glastuinbouwgebied. Bij de achtergrens van de woonbestemming is aansluiting gezocht bij de achterste grens van de woonbestemming van het naastgelegen woonkavels Nollaantje 57.

Het achterste deel van het perceel, met een oppervlakte van 625m2, blijft voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Het perceel met daarop de woning Nollaantje 55 wordt daarom gedeeltelijk voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel, wat is voorzien van de bestemming 'Wonen', bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 220m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0155.png"

Het perceel Nollaantje 55

2.3.6.15 Tuindersweg 2

Tuindersweg 2 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning). Het dichtstbijzijnde functionerende glastuinbouwbedrijf bevindt zich op 45 meter van de gevel van de woning.

De woning Tuindersweg 2 wordt daarom voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Gezien de ligging en de grote van het perceel kan niet het gehele perceel voorzien worden van de bestemming 'Wonen'. Dit zou wel leiden tot een onevenredige afbraak van de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied.

Het achterste deel van het perceel, met een oppervlakte van 6570m2, blijft voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'. Bij de ligging van de achterste grens van de woonbestemming is aansluiting gezicht blijde terreininrichting van het perceel

Op het perceel, wat is voorzien van de bestemming 'Wonen', bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 400m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0156.png"

Het perceel Tuindersweg 2

2.3.6.16 Tuindersweg 21

Tuindersweg 21 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemmingen 'Recreatie-Verblijfsrecreatie' (met een oppervlakte van 6743 m2) en 'Agrarisch-Glastuinbouw' (met een oppervlakte van 3884m2).

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning). Het dichtstbijzijnde functionerende glastuinbouwbedrijf bevindt zich op 70 meter van de gevel van de woning. De woning (met het overgrote deel van de siertuin) heeft een niet glastuinbouw bestemming, waardoor deze gronden ook niet beschikbaar zijn voor de glastuinbouw. De wijziging van de bestemming 'Recreatie-Verblijfsrecreatie' levert geen extra onevenredige hinder op voor de mogelijke ontwikkelingen voor de glastuinbouw.

Het achterste deel van het perceel heeft de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'. Dit deel van het perceel steekt 60 meter diep het glastuinbouwgebied in. Dit levert wel hinder op voor de mogelijke ontwikkelmogelijkheden voor de glastuinbouw. De achtergrens van de woonbestemming wordt afgestemd op de naastgelegen bedrijfsbestemming van het perceel Tuindersweg 23a. Het resterende deel van het perceel, met een oppervlakte van 3578m2, blijft voorzie van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Het perceel met daarop de woning Tuindersweg 21 wordt daarom gedeeltelijk voorzien van de bestemming 'Wonen'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0157.png"

Het perceel Tuindersweg 21

2.3.6.17 Tuindersweg 33

Tuindersweg 33 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 444m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 2336m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

 

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen rondom de woonbestemming van Tuindersweg 33, maar met name aan de achterzijde. De gronden links en rechts van de woonbestemming hinderen de toekomstige ontwikkelingen van de glastuinbouw niet, aangezien de aansluitende gronden niet voorzien zijn van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Deze gronden aan de achterzijde strekken 20 meter diep het glastuinbouwgebied in. Het gebruik van de gronden kan de ontwikkeling van het achterliggende glastuinbouwbedrijf mogelijk hinderen. Omzetten van de gehele woonbestemming zou dan leiden tot een onevenredige hinder van het achterliggende glastuinbouwgebied. Bij de achtergrens van de woonbestemming is aansluiting gezocht bij de achterste grens van de woonbestemming van het naastgelegen woonkavels Tuindersweg 31 en 35a.

Het achterste deel van het perceel, met een oppervlakte van 940m2, blijft voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Het perceel met daarop de woning Tuindersweg 33 wordt daarom gedeeltelijk voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel, wat is voorzien van de bestemming 'Wonen', bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 210m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0158.png"

Het perceel Tuindersweg 33

2.3.7 Monster
2.3.7.1 Alkemadelaan 9

Alkemadelaan 9 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

Echter is deze woning gelegen op minder dan 3 meter van een functionerend glastuinbouwbedrijf.

Hiermee kan geconcludeerd worden dat er geen goed woon- en leefklimaat in de woning gegarandeerd kan worden.

De woning Alkemadelaan 9 kan daarom niet voorzien worden van de bestemming 'Wonen'.

De woning is voorzien van een persoonsgebonden overgangsrecht. De woning mag, zolang de huidige bewoner gebruiker is van de woning, gebruikt worden als burgerwoning. Zodra de huidige bewoner de woning verlaat, mag de woning alleen nog maar gebruikt worden voor de glastuinbouw. De huidige bewoner mag de woning dus alleen verkopen aan een glastuinbouwondernemer.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0159.png"

Het perceel Alkemadelaan 9

2.3.7.2 Alkemadelaan 12

Alkemadelaan 12 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 780m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 900m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

 

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

Aangezien de gronden (welke in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') zijn gelegen rechts van de originele woonbestemming, in lijn met de overige woonbestemmingen aan de Alkemadelaan, kan geconcludeerd worden dat deze gronden de glastuinbouw in de toekomst niet in de weg liggen.

Het perceel met daarop de woning Alkemadelaan 12 wordt daarom in zijn geheel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel, wat is voorzien van de bestemming 'Wonen', bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 250m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0160.png"

Het perceel Alkemadelaan 12

2.3.7.3 Alkemadelaan 14

Alkemadelaan 14 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hindert (categorie 1 woning).

De woning is niet gelegen aan een tuinders laan maar midden in het glastuinbouwgebied. De woning hindert de herstructurering van de glastuinbouw.

De woning is voorzien van een persoonsgebonden overgangsrecht. De woning mag, zolang de huidige bewoner gebruiker is van de woning, gebruikt worden als burgerwoning. Zodra de huidige bewoner de woning verlaat, mag de woning alleen nog maar gebruikt worden voor de glastuinbouw. De huidige bewoner mag de woning dus alleen verkopen aan een glastuinbouwondernemer.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0161.png"

het perceel Alkemadelaan 14

2.3.7.4 Assendelftlaan 14

Assendelftlaan 14 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 522m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 1400m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

 

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

Aangezien de gronden (welke in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') zijn gelegen direct rondom het woonkavel en dat het woonkavel is omgeven door water, kan geconcludeerd worden dat deze gronden de glastuinbouw in de toekomst niet in de weg liggen.

Het perceel met daarop de woning Assendelftlaan 14 wordt daarom in zijn geheel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel, wat is voorzien van de bestemming 'Wonen', bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 470m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0162.png"

Het perceel Assendelftlaan 14

2.3.7.5 De Poel 24

De Poel 24 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 745m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 945m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

 

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

Aangezien de gronden (welke in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') zijn gelegen rechts van de originele woonbestemming, in lijn met de overige woonbestemmingen aan de De Poel en dat deze gronden zijn gelegen tussen de weg De Poel en een achterliggende bedrijfswoning, kan geconcludeerd worden dat deze gronden de glastuinbouw in de toekomst niet in de weg liggen.

Het perceel met daarop de woning De Poel 24 wordt daarom in zijn geheel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel, wat is voorzien van de bestemming 'Wonen', bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 570m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0163.png"

Het perceel De Poel 24

2.3.7.6 Gantellaan 12

Gantellaan 12 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De woning staat op voldoende afstand van de omliggende (functionerende) glastuinbouwbedrijven. Het dichtstbijzijnde functionerend glastuinbouwbedrijf bevindt zich op meer dan 100 meter van de gevel van de woning. De glasopstanden, direct achter de woning staan al geruime tijd leeg. Dat tuinbouwbedrijf functioneert niet meer. Op het moment dat deze locatie weer in gebruik wordt genomen zullen de bestaande opstallen, van meer dan 30 jaar oud, vervangen moeten worden.

Met de bestemmingsgrenzen van de woonbestemming is rekening gehouden met de afstandsmaten voor een nieuw tuinbouwbedrijf. Ook is de achterste bestemmingsgrens gebaseerd op de grenzen van de naastgelegen woonbestemmingen. De woning komt, na nieuwbouw van het mogelijke tuinbouwbedrijf, op voldoende afstand te staan van het mogelijk nieuwe tuinbouwbedrijf.

De woning Gantellaan 12 wordt daarom voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel, wat is voorzien van de bestemming 'Wonen', bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 460m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0164.png"

Het perceel Gantellaan 12

2.3.7.7 Gantellaan 25

Gantellaan 25 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).Het perceel is gelegen in een geer en daardoor effectief niet direct bruikbaar voor een glastuinbouwbedrijf. Het dichtstbijzijnde functionerende glastuinbouwbedrijf is gelegen op 26 meter van de gevel van de woning.

De woning Gantellaan 25 wordt daarom voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Gezien de ligging en de grote van het perceel kan niet het gehele perceel voorzien worden van de bestemming 'Wonen'. Dit zou wel leiden tot een onevenredige afbraak van de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied. Het perceel steekt namelijk vrij diep(ruim 100 meter) het achterliggende glastuinbouwgebied in. De gronden achter op het perceel kunnen uitstekend gebruikt worden voor ondersteunende faciliteiten voor een glastuinbouwbedrijf.

Het achterste deel van het perceel, met een oppervlakte van 5730m2, blijft voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'. Bij de ligging van de achterste grens van de woonbestemming is aansluiting gezocht bij de terreininrichting van het woonkavel Gantellaan 25 en 25a

Op het perceel, wat is voorzien van de bestemming 'Wonen', bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 190m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0165.png"

Het perceel Gantellaan 25

2.3.7.8 Gantellaan 25a

Gantellaan 25a betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft en oppervlakte van 600m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 940m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

 

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

Aangezien de gronden (welke in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') zijn gelegen in een geer van het gebied en naast de woonbestemming van Gantellaan 25, kan geconcludeerd worden dat deze gronden de glastuinbouw in de toekomst niet in de weg liggen.

Het achterste deel van het perceel en de tuinderslaan naast de woning, met een oppervlakte van 430m2, blijft voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'. Bij de ligging van de achterste grens van de woonbestemming is aansluiting gezocht bij de terreininrichting van het woonkavel Gantellaan 25 en 25a

Het perceel met daarop de woning Gantellaan 25a wordt daarom voor een deel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel, wat is voorzien van de bestemming 'Wonen', bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 190m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0166.png"

Het perceel Gantellaan 25a

2.3.7.9 Madeweg 47c

Madeweg 47c betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Boomawatering' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hindert (categorie 1 woning).

De woning is niet gelegen aan een tuinderslaan maar midden in het glastuinbouwgebied.

De woning is voorzien van een persoonsgebonden overgangsrecht. De woning mag, zolang de huidige bewoner gebruiker is van de woning, gebruikt worden als burgerwoning. Zodra de huidige bewoner de woning verlaat, mag de woning alleen nog maar gebruikt worden voor de glastuinbouw. De huidige bewoner mag de woning dus alleen verkopen aan een glastuinbouwondernemer.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0167.png"

Het perceel Madeweg 47c

2.3.7.10 Overzeelaan 5

Overzeelaan 5 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hindert (categorie 1 woning).

De woning is niet gelegen aan een tuinderslaan maar midden in het glastuinbouwgebied.

De woning is voorzien van een persoonsgebonden overgangsrecht. De woning mag, zolang de huidige bewoner gebruiker is van de woning, gebruikt worden als burgerwoning. Zodra de huidige bewoner de woning verlaat, mag de woning alleen nog maar gebruikt worden voor de glastuinbouw. De huidige bewoner mag de woning dus alleen verkopen aan een glastuinbouwondernemer.

Op het perceel bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 1570m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0168.png"

Het perceel Overzeelaan 5

2.3.7.11 Poeldijkseweg 12

Poeldijkseweg 12 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

Echter is deze woning gelegen in de geluidszone van de provinciale weg Poeldijkseweg. Er kan niet voldaan worden aan de gestelde maximale geluidsbelasting op de gevel van de woning. Ter plaatse kan, in de woning, geen goed woon- en leefklimaat gegarandeerd worden.

De woning Poeldijkseweg 12 kan daarom niet voorzien worden van de bestemming 'Wonen'.

De woning is voorzien van een persoonsgebonden overgangsrecht. De woning mag, zolang de huidige bewoner gebruiker is van de woning, gebruikt worden als burgerwoning. Zodra de huidige bewoner de woning verlaat, mag de woning alleen nog maar gebruikt worden voor de glastuinbouw. De huidige bewoner mag de woning dus alleen verkopen aan een glastuinbouwondernemer.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0169.png"

Het perceel Poeldijkseweg 12

2.3.7.12 Poeldijkseweg 35

Poeldijkseweg 35 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De woning staat op voldoende afstand van de omliggende glastuinbouwbedrijven. Het dichtstbijzijnde functionerend glastuinbouwbedrijf bevindt zich op 15 meter van de gevel van de woning.

De woning Poeldijkseweg 35 wordt daarom voorzien van de bestemming 'Wonen'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0170.png"

Het perceel Poeldijkseweg 35

2.3.7.13 Poeldijkseweg 35a

Poeldijkseweg 35a betreft een tuinbouwbedrijf, welke niet voldeed aan de minimaal gestelde oppervlaktemaat uit het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland.'

Het bedrijf heeft een oppervlakte kleiner dan 5000m2.

De locatie is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Aangezien het bedrijf al als zodanig aanwezig was voor de gestelde peildatum is het kleinschalige tuinbouwbedrijf opgenomen in dit bestemmingsplan.

Het bedrijf is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw', met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch-kleinschalig glastuinbouwbedrijf'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0171.png"

Het perceel Poeldijkseweg 35a

2.3.7.14 Waellandweg 8

Waellandweg 8 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Boomawatering ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 572m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 326m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

 

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

Aangezien de gronden (welke in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') zijn gelegen links van de originele woonbestemming en tussen de woonbestemming en de Waellandweg, kan geconcludeerd worden dat deze gronden de glastuinbouw in de toekomst niet in de weg liggen.

Het perceel met daarop de woning Waellandweg 8 wordt daarom in zijn geheel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel, wat is voorzien van de bestemming 'Wonen', bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 550m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0172.png"

Het perceel Waellandweg 8

2.3.7.15 Waellandweg 20b

Waellandweg 20b betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hindert (categorie 1 woning).

Het omzetten van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' naar 'Wonen' levert een onevenredige hinder op voor het functioneren van het glastuinbouwgebied. Hierdoor is het niet wenselijk de woning te voorzien van de bestemming 'Wonen'.

De woning is voorzien van een persoonsgebonden overgangsrecht. De woning mag, zolang de huidige bewoner gebruiker is van de woning, gebruikt worden als burgerwoning. Zodra de huidige bewoner de woning verlaat, mag de woning alleen nog maar gebruikt worden voor de glastuinbouw. De huidige bewoner mag de woning dus alleen verkopen aan een glastuinbouwondernemer.

Op het perceel bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 320m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0173.png"

Het perceel Waellandweg 20b

2.3.7.16 Zwartendijk 14

Zwartendijk 14 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 1063m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van1305m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

 

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De gronden met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' zijn gelegen direct achter de woning. Deze gronden strekken tot 40 meter diep het glastuinbouwgebied in. Het gebruik van de gronden kan de ontwikkeling van het achterliggende glastuinbouwbedrijf mogelijk hinderen. Omzetten van de gehele woonbestemming zou dan leiden tot een onevenredige hinder van het achterliggende glastuinbouwgebied.

Naast de woning Zwartendijk 14 is de woonbestemming van Zwartendijk 16 gelegen. De woonbestemming zou , zonder onevenredige hinder voor de ontwikkelmogelijkheden van de glastuinbouw, richting het achterliggende glastuinbouwgebied, vergroot kunnen worden tot aan de grens van de woonbestemming van Zwartendijk 16.

.Het achterste deel van het perceel, met een oppervlakte van 1110m2, blijft voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Het perceel met daarop de woning Zwartendijk 14 wordt daarom gedeeltelijk voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel, wat is voorzien van de bestemming 'Wonen', bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 180m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0174.png"

Het perceel Zwartendijk 14

2.3.7.17 Zwartendijk 22a

Zwartendijk 22a betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De woning staat op voldoende afstand van de omliggende glastuinbouwbedrijven. Het dichtstbijzijnde functionerend glastuinbouwbedrijf bevindt zich op 21 meter van de gevel van de woning.

De woning Zwartendijk 22a wordt daarom voorzien van de bestemming 'Wonen'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0175.png"

Het perceel Zwartendijk 22a

2.3.8 Poeldijk
2.3.8.1 Arckelweg 7

Arckelweg 7 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk hindert (categorie 2 woning).

Aangezien het merendeel van de woningen aan die zijde van de tuinderslaan geen woonbestemming heeft en de zijgevel van de woning op meer dan 150 meter van de eerstvolgende woning ligt, levert het wijzigen van de bestemming, naar de bestemming 'Wonen', een onevenredige hinder op voor het functioneren van het glastuinbouwgebied. Hierdoor is het niet wenselijk de woning te voorzien van de bestemming 'Wonen'.

De woning is voorzien van een persoonsgebonden overgangsrecht. De woning mag, zolang de huidige bewoner gebruiker is van de woning, gebruikt worden als burgerwoning. Zodra de huidige bewoner de woning verlaat, mag de woning alleen nog maar gebruikt worden voor de glastuinbouw. De huidige bewoner mag de woning dus alleen verkopen aan een glastuinbouwondernemer.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0176.png"

Het perceel Arckelweg 7

2.3.8.2 Arckelweg 15

Arckelweg 15 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hindert (categorie 1 woning).

Het omzetten van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' naar 'Wonen' levert een onevenredige hinder op voor het functioneren van het glastuinbouwgebied. Hierdoor is het niet wenselijk de woning te voorzien van de bestemming 'Wonen'.

De woning is voorzien van een persoonsgebonden overgangsrecht. De woning mag, zolang de huidige bewoner gebruiker is van de woning, gebruikt worden als burgerwoning. Zodra de huidige bewoner de woning verlaat, mag de woning alleen nog maar gebruikt worden voor de glastuinbouw. De huidige bewoner mag de woning dus alleen verkopen aan een glastuinbouwondernemer.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0177.png"

Het perceel Arkelweg 15

2.3.8.3 Arckelweg 17

Arckelweg 17 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hindert (categorie 1 woning).

Het omzetten van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' naar 'Wonen' levert een onevenredige hinder op voor het functioneren van het glastuinbouwgebied. Hierdoor is het niet wenselijk de woning te voorzien van de bestemming 'Wonen'.

De woning is voorzien van een persoonsgebonden overgangsrecht. De woning mag, zolang de huidige bewoner gebruiker is van de woning, gebruikt worden als burgerwoning. Zodra de huidige bewoner de woning verlaat, mag de woning alleen nog maar gebruikt worden voor de glastuinbouw. De huidige bewoner mag de woning dus alleen verkopen aan een glastuinbouwondernemer.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0178.png"

Het perceel Arkelweg 17

2.3.8.4 Cubalaan 15

Cubalaan 15 betreft een tuinbouwbedrijf, welke niet voldeed aan de minimaal gestelde oppervlaktemaat uit het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland.'

Het bedrijf heeft een oppervlakte kleiner dan 5000m2.

De locatie is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Aangezien het bedrijf al als zodanig aanwezig was voor de gestelde peildatum is het kleinschalige tuinbouwbedrijf opgenomen in dit bestemmingsplan.

Het bedrijf is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw', met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch-kleinschalig glastuinbouwbedrijf'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0179.png"

Het perceel Cubalaan 15

2.3.8.5 Monsterseweg 19

Monsterseweg 19 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De woning staat op voldoende afstand van de omliggende glastuinbouwbedrijven. Het dichtstbijzijnde functionerend glastuinbouwbedrijf bevindt zich op meer dan 70 meter van de gevel van de woning.

De woning Monsterseweg 19 wordt daarom voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Gezien de grote van het perceel kan niet het gehele perceel voorzien worden van de bestemming 'Wonen'. Dit zou wel leiden tot een onevenredige afbraak van de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied. De bestemmingsgrens is afgestemd op het gebruik van de gronden. De gronden welke nu in gebruik zijn direct rondom de woning worden voorzien van de bestemming 'Wonen'. De overige gronden blijven voorzien van de bestemming 'Agrarsich-Glastuinbouw.

Dit deel van het perceel, met een oppervlakte van 5270m2, blijft voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0180.png"

Het perceel Monsterseweg 19

2.3.8.6 Monsterseweg 35

Monsterseweg 35 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Boomawatering ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft een oppervlakte van 971m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 544m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

 

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk hindert (categorie 2 woning).

Aangezien de gronden (welke in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Boomawatering' zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') zijn gelegen tussen het woonkavel en de Monsterseweg en aan de andere zijde naast een andere woonbestemming, kan geconcludeerd worden dat deze gronden de glastuinbouw in de toekomst niet in de weg liggen.

Het perceel met daarop de woning Monsterseweg 35 wordt daarom in zijn geheel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 430m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0181.png"

Het perceel Monsterseweg 35

2.3.8.7 Monsterseweg 37

Monsterseweg 37 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk hindert (categorie 2 woning).

Aangezien de overige woningen in die hoek al een woonbestemming hebben, de eerstvolgende woning op minder dan 150 meter (in dit geval 38 meter) is gelegen en de locatie van het perceel geen invloed heeft op de schaalgrootte van de omliggende tuinbouwbedrijven, kan geconcludeerd worden dat de woning Monsterseweg 37 de glastuinbouw nu en in de toekomst niet hindert.

De woning Monsterseweg 37 wordt daarom voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 430m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0182.png"

Het perceel Monsterseweg 37

2.3.8.8 Monsterseweg 102

Monsterseweg 102 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hindert (categorie 1 woning).

Het omzetten van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' naar 'Wonen' levert een onevenredige hinder op voor het functioneren van het glastuinbouwgebied. Hierdoor is het niet wenselijk de woning te voorzien van de bestemming 'Wonen'.

De woning is voorzien van een persoonsgebonden overgangsrecht. De woning mag, zolang de huidige bewoner gebruiker is van de woning, gebruikt worden als burgerwoning. Zodra de huidige bewoner de woning verlaat, mag de woning alleen nog maar gebruikt worden voor de glastuinbouw. De huidige bewoner mag de woning dus alleen verkopen aan een glastuinbouwondernemer.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0183.png"

Het perceel Monsterseweg 102

2.3.8.9 Van Ruijvenlaan 12

Van Ruyvenlaan 12 betreft een tuinbouwbedrijf, welke niet voldeed aan de minimaal gestelde oppervlaktemaat uit het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland.'

Het bedrijf heeft een oppervlakte kleiner dan 5000m2.

De locatie is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Aangezien het bedrijf al als zodanig aanwezig was voor de gestelde peildatum is het kleinschalige tuinbouwbedrijf opgenomen in dit bestemmingsplan.

Het bedrijf is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw', met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch-kleinschalig glastuinbouwbedrijf'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0184.png"

Het perceel Van Ruyvenlaan 12

2.3.8.10 Van Ruijvenlaan 27

Van Ruyvenlaan 27 betreft een tuinbouwbedrijf, welke niet voldeed aan de minimaal gestelde oppervlaktemaat uit het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland.'

Het bedrijf heeft een oppervlakte kleiner dan 5000m2.

De locatie is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Aangezien het bedrijf al als zodanig aanwezig was voor de gestelde peildatum is het kleinschalige tuinbouwbedrijf opgenomen in dit bestemmingsplan.

Het bedrijf is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw', met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch-kleinschalig glastuinbouwbedrijf'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0185.png"

Het perceel Van Ruyvenlaan 27

2.3.8.11 Vredebestlaan 6

Vredebestlaan 6 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hindert (categorie 1 woning).

Het omzetten van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' naar 'Wonen' levert een onevenredige hinder op voor het functioneren van het glastuinbouwgebied. Hierdoor is het niet wenselijk de woning te voorzien van de bestemming 'Wonen'.

De woning is voorzien van een persoonsgebonden overgangsrecht. De woning mag, zolang de huidige bewoner gebruiker is van de woning, gebruikt worden als burgerwoning. Zodra de huidige bewoner de woning verlaat, mag de woning alleen nog maar gebruikt worden voor de glastuinbouw. De huidige bewoner mag de woning dus alleen verkopen aan een glastuinbouwondernemer.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0186.png"

Het perceel Vredebestlaan 6

2.3.8.12 Vredebestlaan 9

Vredebestlaan 9 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hindert (categorie 1 woning).

Het omzetten van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' naar 'Wonen' levert een onevenredige hinder op voor het functioneren van het glastuinbouwgebied. Hierdoor is het niet wenselijk de woning te voorzien van de bestemming 'Wonen'.

De woning is voorzien van een persoonsgebonden overgangsrecht. De woning mag, zolang de huidige bewoner gebruiker is van de woning, gebruikt worden als burgerwoning. Zodra de huidige bewoner de woning verlaat, mag de woning alleen nog maar gebruikt worden voor de glastuinbouw. De huidige bewoner mag de woning dus alleen verkopen aan een glastuinbouwondernemer.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0187.png"

Het perceel Vredebestlaan 9

2.3.8.13 Vredebestlaan 16

Vredebestlaan 16 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Boomawatering ook voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Deze woonbestemming heeft en oppervlakte van 913m2. De resterende gronden, welke wel in privégebruik zijn, met een oppervlakte van 1298m2, zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

 

Deze gronden (met de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') werden voor de peildatum al gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

Aangezien de gronden (welke in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Boomawatering' zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw') zijn gelegen tussen het woonkavel en de naastgelegen tuinderslaan en tussen het woonkavel en het achterliggende (niet tuinbouw) bedrijf, kan geconcludeerd worden dat deze gronden de glastuinbouw in de toekomst niet in de weg liggen.

Het perceel met daarop de woning Vredebestlaan 16 wordt daarom in zijn geheel voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Op het perceel bevindt zich een surplus aan bijgebouwen. Ook deze bijgebouwen waren al als zodanig aanwezig voor de gestelde peildatum. Het aantal m2 aan bijgebouwen hoeft daarom niet te worden teruggebracht naar maximaal 100m2. Ter plaats is een bouwaanduiding opgenomen. Ter plaatse mag 700m2 aan bijgebouwen aanwezig zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0188.png"

Het perceel Vredebestlaan 16

2.3.8.14 Vredebestlaan 65

Vredebestlaan 65 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hoogstwaarschijnlijk niet hindert (categorie 3 woning).

De woning Vredebestlaan 65 wordt daarom voorzien van de bestemming 'Wonen'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0189.png"

Het perceel Vredebestlaan 65

2.3.9 Wateringen
2.3.9.1 Markuslaan 3

Markuslaan 3 in Wateringen betreft een tuinbouwbedrijf, welke niet voldeed aan de minimaal gestelde oppervlaktemaat uit het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland.'

Het bedrijf heeft een oppervlakte kleiner dan 5000m2.

De locatie is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Aangezien het bedrijf al als zodanig aanwezig was voor de gestelde peildatum is het kleinschalige tuinbouwbedrijf opgenomen in dit bestemmingsplan.

Het bedrijf is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw', met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch-kleinschalig glastuinbouwbedrijf'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0190.png"

Het perceel Markuslaan 3

2.3.9.2 Markuslaan 13

Markuslaan 13 betreft een woning , welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

De woning werd voor de peildatum al gebruikt als burgerwoning.

De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering van de glastuinbouw hindert (categorie 1 woning).

Het omzetten van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' naar 'Wonen' levert een onevenredige hinder op voor het functioneren van het glastuinbouwgebied. Hierdoor is het niet wenselijk de woning te voorzien van de bestemming 'Wonen'.

De woning is voorzien van een persoonsgebonden overgangsrecht. De woning mag, zolang de huidige bewoner gebruiker is van de woning, gebruikt worden als burgerwoning. Zodra de huidige bewoner de woning verlaat, mag de woning alleen nog maar gebruikt worden voor de glastuinbouw. De huidige bewoner mag de woning dus alleen verkopen aan een glastuinbouwondernemer.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0191.png"

Het perceel Markuslaan 13

2.3.9.3 Middenzwet 42

Middenzweth 42 betreft een tuinbouwbedrijf, welke niet voldeed aan de minimaal gestelde oppervlaktemaat uit het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland.'

Het bedrijf heeft een oppervlakte kleiner dan 5000m2.

 

De locatie is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Aangezien het bedrijf al als zodanig aanwezig was voor de gestelde peildatum is het kleinschalige tuinbouwbedrijf opgenomen in dit bestemmingsplan.

Het bedrijf is voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw', met de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch-kleinschalig glastuinbouwbedrijf'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0192.png"

Het perceel Middenzwet 42

Hoofdstuk 3 Onderzoek

3.1 Bedrijven en milieuzonering

3.1.1 Wettelijk kader

Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de aanwezige functies en wonen noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies (in de vorm van gevaar, geluid, geur, stof) en gevoelige functies. In de brochure "Bedrijven en Milieuzonering" van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (versie 2009) zijn deze richtafstanden opgenomen. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken.

3.1.2 Onderzoek

Glastuinbouwbedrijven

Voor de milieuzonering van de glastuinbouwbedrijven ten opzichte van woningen, woonlinten en woonwijken in het plangebied wordt als richtlijn conform de brochure "Bedrijven en Milieuzonering" van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) – categorie 2 toegepast. Voor de kernen moet een afstand van 30 meter aangehouden worden en voor de woningen in de linten moet een afstand van 10 meter aangehouden worden.

Ten opzichte van een rustige woonwijk

In de Nota planbeoordeling 2002 ging de provincie uit van een minimum afstand 25 meter tussen een glastuinbouwbedrijf en een gevoelige functie. Voor de aanleg van vele woonwijken (uitbreiding kernen) is rekening gehouden met een afstand van 25 meter tussen de glasopstanden en de woningen. Volgens de VNG geldt er een richtafstand van 30 meter. Deze afstand wordt bij de aanleg van nieuwe woonwijken aanhouden, maar in bestaande situaties waar een afstand van 25 meter of minder van toepassing is, wordt bij herbouw uitgegaan van 25 meter, mits de geluidsbronnen van het bedrijf (bedrijfsruimte) op minimaal 30m worden gesitueerd. Hiermee wordt voorkomen dat bij de herbouw van de glasopstanden het glastuinbouwbedrijf en de glaslijn fors aantal meters terug moet en derhalve sprake is van een verlies aan teeltareaal.

Ten opzichte van gemengd gebied

Als afstandsmaat tussen een enkele woning en de bestemmingsgrens "Glastuinbouw" wordt 12,50 meter aangehouden. Deze afstandsmaat, welke is overgenomen uit de "Parapluherziening bestemmingsplannen buitengebied Westland", is afgeleid van het Besluit Glastuinbouw, waarin een maat van 10 meter is genoemd. In verband met de mogelijkheid om bij een woning 2,50 meter vergunningsvrij aan te bouwen is de totale aan te houden afstand 12,50 meter. Met deze afstandsmaat is een goede ruimtelijke- en milieu hygiënische inpassing gewaarborgd. Verschillende afwijkingsmogelijkheden van deze afstandsmaat zijn opgenomen om bijvoorbeeld de herbouw van een woning niet onmogelijk te maken of om te voorkomen dat bij herbouw van glasopstanden het glastuinbouwbedrijf de glaslijn een fors aantal meters terug moet worden gelegd, waardoor er sprake is van een aanzienlijk verlies aan teeltareaal. Voor de opwekking van warmte en elektriciteit bij een glastuinbouwbedrijf wordt gebruik gemaakt van een warmtekrachtkoppeling (WKK) in combinatie van warmte opslagtanks. Voor een WKK geldt een bijzondere afstand ten opzichte van omliggende woningen van derden. Een generator voor warmtekrachtkoppeling mag niet meer transformatievermogen hebben dan 10 MVA. Binnen een zone van 65 meter vanuit de warmtekrachtkoppeling is het, vanwege geluidshinder, niet toegestaan om nieuwe milieugevoelige objecten te realiseren. Een ontheffingsmogelijkheid van deze afstandsmaat wordt opgenomen voor een afstand van minimaal 12,50 meter. Bij glastuinbouwbedrijven bevinden zich voor de opslag van water grote watersilo's. In het verleden is het regelmatig voorgekomen dat deze silo's uit elkaar klappen met als gevolg dat dit ernstige schade kan veroorzaken in de directe omgeving. Voor nieuw te realiseren watersilo's of woningen bij watersilo's moet, om schade te voorkomen, een afstand van 15 meter tussen een woning van derden en een watersilo worden aangehouden.

3.1.3 Conclusie

Met het bestemmingsplan wordt het langdurig gebruik van percelen bestendigd in het bestemmingsplan. Er is feitelijk geen sprake van gewijzigd gebruik.

De aanwezige woningen maken nu al geen onderdeel uit van de inrichting, waardoor deze nu al worden beschermd op basis van het activiteitenbesluit.

De bestemming van de woningen heeft hier geen invloed op.

Milieuzonering vormt derhalve geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan.

3.2 Geluid

3.2.1 Wettelijk kader

Wet geluidhinder

Met de Wet geluidhinder wordt, vanuit een goed milieubeheer, een aantal specifieke geluidsgevoelige bestemmingen beschermd zoals woningen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen. De geluidszonering die door deze wet wordt voorgeschreven, ligt rondom bedrijventerreinen, langs wegen voor wegverkeer, langs spoor-, tram- en metrowegen en rondom of langs andere geluidsoverlast veroorzakende objecten. Aan de geluidsbelasting op de (gevels van de) geluidsgevoelige objecten worden grenzen gesteld ter wille van het woon- en leefklimaat.

3.2.2 Onderzoek

Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe geluidsgevoelige functies mogelijk.

De locaties met een geluidsgevoelige bestemming, betreffen geluidsgevoelige functies die onder het voorheen geldende bestemmingsplan ook mogelijk waren of als zodanig al jaren aanwezig waren.

Enkele percelen zijn gelegen binnen de geluidszone van het gezoneerde industrieterrein Europoort-Maasvlakte. Voor deze percelen, met een geluidsgevoelige bestemming, zijn in het verleden hogere grenswaarden verleend. In het voorheen geldende bestemmingsplan waren deze percelen al voorzien van de gebiedsaanduiding Geluidszone-industrie. Deze gebiedsaanduiding is in dit bestemmingsplan overgenomen.

3.2.3 Conclusie

Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan.

3.3 Luchtkwaliteit

3.3.1 Wettelijk kader

Wet luchtkwaliteit

Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 (Luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer). De Wlk bevat grenswaarden voor
zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxide, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in onderstaande tabel weergegeven. De grenswaarden gelden voor de buitenlucht, met uitzondering van een werkplek in de zin van de Arbeidsomstandighedenwet.

Stof   Toetsing van   Grenswaarde   Geldig  
stikstofdioxide (NO2)   jaargemiddelde concentratie   60 ìg/m³   2010 t/m 2014   
    jaargemiddelde concentratie   40 ìg/m³   vanaf 2015  
fijn stof (PM10)1)   jaargemiddelde concentratie   48 ìg/m³      
    jaargemiddelde concentratie   40 ìg/m³   vanaf 11 juni 2011  
    24-uurgemiddelde concentratie   max. 35 keer p.j. meer dan 75 ìg/m³       
    24-uurgemiddelde concentratie   max. 35 keer p.j. meer dan 50 ìg/m³   vanaf 11 juni 2011  

1) Bij de beoordeling hiervan blijven de aanwezige concentraties van zeezout buiten beschouwing (volgens de bij de Wlk behorende Regeling beoordeling Luchtkwaliteit 2007).
Op grond van artikel 5.16 van de Wlk kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit (zoals de vaststelling van een bestemmingsplan) uitoefenen indien:

  • de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden (lid 1 onder a); 
  • de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof als gevolg van de uitoefening van die bevoegdheden per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft (lid 1 onder b1); 
  • bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, door een met de uitoefening van de betreffende bevoegdheid samenhangende maatregel of een door die uitoefening optredend effect, de luchtkwaliteit per saldo verbetert (lid 1 onder b2); 
  • de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht (lid 1 onder c); 
  • het voorgenomen besluit is genoemd of past binnen het omschreven Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een vergelijkbaar programma dat gericht is op het bereiken van de grenswaarden (lid 1 onder d).

 

Besluit niet in betekenende mate (nibm)
In dit Besluit is exact bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden:

  • een project heeft een effect van minder dan 1% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10; 
  • een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg.

In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een bestemmingsplan uit oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens tevens rekening gehouden met de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied.

3.3.2 Onderzoek

Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Hierdoor heeft het plan geen negatief effect op de luchtkwaliteit.

3.3.3 Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan.

3.4 Externe veiligheid

3.4.1 Wettelijk kader

Externe veiligheid is een begrip in het milieurecht en gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer over de weg, water en spoor en door buisleidingen van gevaarlijke stoffen. Als gevaarlijke stoffen kunnen worden genoemd vuurwerk, lpg en munitie. Het beleid en de wetgeving zijn erop gericht om maatregelen te treffen om de risico's van deze risicovolle activiteiten te reguleren.


Voor dit bestemmingsplan is toetsing aan het Besluit externe veiligheid inrichtingen, het Besluit externe veiligheid buisleidingen en de daarop gestoelde regelingen vereist. Op grond van de regels voor externe veiligheid moeten afstanden in acht worden genomen tussen risicovolle activiteiten en (beperkt) kwetsbare objecten. In de betreffende regelgeving wordt uitgegaan van een risicobenadering - en niet het volledig uitsluiten van het risico - waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen het plaatsgebonden risico en het groepsrisico.

Het plaatsgebonden risico is een rekenkundig begrip. Het risico kan op een afbeelding zichtbaar worden gemaakt door een (iso)risicocontour die de punten met een gelijk risico met elkaar verbindt. Het groepsrisico is een maat om de kans weer te geven dat een incident met dodelijke slachtoffers plaatsvindt. Het drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval in een inrichting, als bedoeld in de Wet milieubeheer, of bij het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico moet onderzocht - en verantwoord - worden omdat ook buiten de genoemde risicocontour van het plaatsgebonden risico nog letale effecten kunnen optreden in het invloedgebied van de risicovolle activiteit en groepen personen slachtoffer kunnen worden van een calamiteit.

3.4.2 Onderzoek

Inleiding

Externe veiligheid gaat over de beoordeling van de risico's die verband houden met het gebruik van gevaarlijke stoffen. Tijdens de productie, de opslag, het gebruik en het transport kunnen er zich calamiteiten voordoen, waardoor de veiligheid van de omgeving in het geding is. Dit houdt daarom een risico in voor de omgeving van dergelijke activiteiten. Externe veiligheid heeft geen betrekking op mogelijke gezondheidsschade door langdurige blootstelling aan gevaarlijke of schadelijke stoffen. Het gaat om plotseling optredende schadelijke effecten en de directe gevolgen van die effecten. Bij de (her)inrichting van een gebied bepaalt de externe veiligheidssituatie mede de ruimtelijke (on)mogelijkheden.


In het kader van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gelezen in samenhang met de regels omtrent externe veiligheid moet worden onderzocht of er sprake is van aanwezigheid van risicobronnen in de nabijheid van de locatie waarop het ruimtelijk besluit betrekking heeft en dienen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR), en de eventuele toename hiervan, berekend te worden.


In het externe veiligheidsbeleid wordt doorgaans onderscheid gemaakt tussen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen.


Met het oog op de Modernisering Omgevingsveiligheidsbeleid van het Rijk wordt het accent verlegd van de risicobenadering naar een effectbenadering. Vooruitlopend op de invoering van de Omgevingswet zijn in dat verband de Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations (Stcrt. 2016, 31453) en de Circulaire externe veiligheid LNG-tankstations (Stb. 2015, 3125) gepubliceerd en in werking getreden.


Risicovolle inrichtingen

In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zijn milieukwaliteitseisen geformuleerd ter bescherming van de mens tegen de kans om te overlijden als gevolg van het vrijkomen of ontstaan van gevaarlijke stoffen bij een ongeval in een bedrijf of ander risicovol object. Voor het PR geldt volgens het Bevi een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten op een niveau van 10-6 per jaar. Binnen de 10-6 per jaar plaatsgebonden risicocontour mogen dan ook geen nieuwe kwetsbare functies mogelijk worden gemaakt. Uitsluitend om gewichtige redenen mogen nieuwe beperkt kwetsbare objecten binnen deze contour gerealiseerd worden. Daarnaast bevat het Bevi een verantwoordingsplicht ten aanzien van het GR. De aan te houden veiligheidsafstanden zijn voor nader beschreven situaties vastgelegd in de Regeling externe veiligheid inrichtingen. Voor overige gevallen dient de 10-6 per jaar plaatsgebonden risicocontour te worden berekend.


Tot risicovolle inrichtingen behoren ook mijnbouwinrichtingen en inrichtingen voor de opslag van explosieven.


In de Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations wordt onderscheid gemaakt tussen (beperkt) kwetsbare objecten en zeer kwetsbare objecten. De effectafstanden zijn respectievelijk 60 m en 160 m, gerekend vanaf het LPG-vulpunt. Tot de zeer kwetsbare objecten behoren verblijfsfuncties voor mensen die beperkt zelfredzaam zijn zoals ziekenhuizen en kinderdagverblijven. De circulaire is niet van toepassing op het vaststellen van een conserverend bestemmingsplan. De circulaire geldt evenmin voor zeer kwetsbare, kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten die al binnen de betreffende contouren aanwezig zijn. De effectafstanden voor LNG-tankstations zijn afhankelijk van de aanwezige veiligheidsvoorzieningen. De systematiek is vergelijkbaar met die voor LPG-tankstations.

Vervoer gevaarlijke stoffen

Op 1 april 2015 zijn de Wet basisnet en het Besluit externe veiligheid transport (Bevt) in werking getreden. De Circulaire risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen is daarmee komen te vervallen.


De wegen in beheer bij het Rijk zijn aangewezen als basisnetroute. Het bevoegd gezag neemt bij het vaststellen van een besluit dat betrekking heeft op gronden in de omgeving van een basisnetroute, ten aanzien van nieuw toe te laten kwetsbare objecten, de basisnetafstand in acht en houdt daarmee rekening ten aanzien van nieuw toe te laten beperkt kwetsbare objecten. De basisnetafstand volgt uit bijlage I van de Regeling basisnet. In regio Haaglanden zijn voor de A4, tussen Knooppunt Ypenburg en de gemeentegrens tussen Leidschendam-Voorburg en Zoeterwoude (wegvakken Z8 en Z7), en de A13, tussen knooppunt Ypenburg en Deft-Zuid (wegvakken Z29 en Z113), basisnetafstanden vastgelegd.


Daarnaast worden voor daartoe aangewezen rijkswegen binnen een zone van 30 meter vanaf de rand van de rijksweg beperkingen opgelegd vanwege eventuele plasbranden (plasbrandaandachtsgebied). De aanwijzing volgt eveneens uit bijlage I van de Regeling basisnet. Het betreft dezelfde wegvakken als hierboven genoemd.


Aan het bouwen van een kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object in een veiligheidszone of een plasbrandaandachtsgebied zijn eisen gesteld op grond van artikel 2.3 eerste respectievelijk tweede lid van de Regeling Bouwbesluit 2012. Paragraaf 2.3 van deze regeling is eveneens op 1 april 2015 in
werking getreden (Stb. 2015, 92). In beide gevallen moet zijn voldaan aan de artikelen 2.5 t/m 2.9 van voornoemde regeling. Aanvullend moet het mechanisch ventilatiesysteem van een, als beperkt kwetsbare object aan te merken, bouwwerk binnen een veiligheidszone zijn uitgerust met een voorziening waarmee dat systeem bij een calamiteit handmatig kan worden uitgeschakeld (artikel 2.10 van de regeling).
Deze bepalingen gelden niet voor bouwwerken met een hoge infrastructurele waarde als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (bijvoorbeeld telefoon- of elektriciteitscentrale).


Voor het gedeelte van het plan dat binnen 200 m van een weg ligt waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt (transportroute), moet in de toelichting het groepsrisico worden verantwoord. Ten aanzien van de verantwoording van het groepsrisico onderscheidt het Bevt situaties waarin een 'volledige' verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk is en situaties waarin met een beperktere verantwoording kan worden volstaan. Met een beperkte verantwoording kan worden volstaan wanneer het groepsrisico minder dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde (OW) bedraagt of het groepsrisico (uitgedrukt in relatie tot de OW) met minder dan 10% toeneemt en tevens onder de oriëntatiewaarde blijft.


In de toelichting moet worden ingegaan op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die weg (bestrijdbaarheid). Deze verplichting geldt ongeacht of het bestemmingsplan nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt binnen het invloedgebied van de betreffende transportroutes. Op het vraagstuk zelfredzaamheid moet worden ingegaan wanneer (beperkt) kwetsbare bestemmingen binnen het invloedgebied van een dergelijke weg zijn geprojecteerd.


Buisleidingen

Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen in werking (Bevb) getreden. Voor nieuwe situaties is de grenswaarde voor het PR ter plaatse van kwetsbare objecten 10-6 per jaar; voor beperkt kwetsbare objecten geldt dan een richtwaarde van 10-6 per jaar. Langs buisleidingen moeten belemmeringsstroken in acht worden genomen waarbinnen geen bebouwing (zowel boven- als ondergronds) of ondergrondse tanks zijn toegestaan. Daarnaast hanteert de Gasunie de Algemene VELIN voorwaarden voor grondroer- en overige activiteiten.


De noodzaak voor het verantwoorden van het groepsrisico wordt beoordeeld op grond van de inventarisatieafstanden zoals deze zijn vastgelegd in bijlage 6 van het Handboek buisleiding in bestemmingsplannen - Handreiking voor opstellers van bestemmingsplannen van maart 2010.


Ten aanzien van de verantwoording van het groepsrisico onderscheidt het Bevb situaties waarin een 'volledige' verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk is en situaties waarin met een beperktere verantwoording kan worden volstaan. Er zijn twee situaties waarin volstaan kan worden met een beperkte verantwoording:

  • 1. Indien het bestemmingsplan betrekking heeft op het gebied tussen de 100% letaliteitszone en de 1% letaliteitszone van de buisleiding, of
  • 2. Wanneer het groepsrisico minder dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde (OW) bedraagt of het groepsrisico (uitgedrukt in relatie tot de OW) met minder dan 10% toeneemt en tevens onder de oriëntatiewaarde blijft.
3.4.3 Conclusie

Met het bestemmingsplan wordt het langdurig gebruik van percelen bestendigd in het bestemmingsplan. Er is feitelijk geen sprake van gewijzigd gebruik.

Het bestemmingsplan heeft derhalve geen invloed op het groepsrisico.

De bestemming van de woningen heeft hier geen invloed op.

Externe veiligheid vormt derhalve geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan.

3.5 Water

3.5.1 Wettelijk kader

Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, alle met het doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's waarbij het beleid van het Hoogheemraadschap en de gemeente nader wordt behandeld.

 

Europa:

  • Kaderrichtlijn Water (KRW).

Nationaal:

  • Waterbeleid voor de 21ste eeuw (WB21);
  • Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW);
  • Waterwet.
  • Nationaal waterplan

Provinciaal:

  • Provinciaal Waterplan;
  • Visie Ruimte en Mobiliteit;
  • Verordening Ruimte en de waterverordening Zuid-Holland.


Nationaal beleid
Het Rijk, de provincies, de gemeenten en de Unie van Waterschappen hebben op 25 juni 2008 een geactualiseerde versie van het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW-Actueel) ondertekend. Hierin zijn afspraken vastgelegd voor een duurzame en klimaatbestendige waterhuishouding in Nederland. In de afgelopen vijf jaar is een groot deel van de gemaakte afspraken in het oorspronkelijke NBW inmiddels uitgevoerd. De NBW-partijen gaan nu gezamenlijk verder met de uitvoering van de nieuwe afspraken in het akkoord, onder meer over klimaatveranderingen, de stedelijke wateropgave en de ontwikkelingen in woningbouw en infrastructuur. Ook is er meer aandacht voor de implementatie van de Kaderrichtlijn Water. Het NBW heeft tot doel om in de periode tot 2015 de waterhuishouding in Nederland op orde te brengen en te houden en te anticiperen op klimaatverandering.

Nationaal Waterplan

Op 10 december 2015 hebben de minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken het Nationaal Waterplan 2016-2021 vastgesteld. In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staan de volgende ambities centraal:

  • Nederland blijft de veiligste delta in de wereld;
  • Nederlandse wateren zijn schoon en gezond en er is genoeg zoet water;
  • Nederland is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht;
  • Nederland is en blijft een gidsland voor watermanagement;
  • Nederlanders leven watervast.

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte vastgesteld. De structuurvisie sluit aan op de uitgangspunten van het Nationaal Waterplan en vult deze op onderdelen aan. Uitgangspunten zijn het verbeteren van de waterkwaliteit, het voorkomen van wateroverlast, ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling.

 

Provinciaal beleid

Het provinciaal waterbeleid voor de periode 2016-2021 bestaat uit: de Visie Ruimte en Mobiliteit, Voortgangsnota Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) 2016 - 2021 en onderdelen van het Provinciaal Waterplan 2010 - 2015.

In de Visie Ruimte en Mobiliteit (VRM) zijn de ruimtelijke componenten opgenomen van het waterbeleid. Hoofdstuk 4 geeft de hoofdlijnen van het provinciaal waterbeleid:

  • de ambitie om een duurzaam, concurrerende en leefbare Europese topregio te zijn. De Provincie bevordert de transitie naar een water -en energie efficiënte samenleving. Daar spelen het verbeteren van toekomstwaarde, de gebruikswaarde en de belevingswaarde een belangrijke rol;
  • aan het watersysteem worden grote uitdaging gesteld door verzilting, klimaatverandering, inklinking, veranderd ruimtegebruik en de daarbij passende veranderingen van het watersysteem;
  • het beter benutten van de kansen en natuurlijke kwaliteiten van de bodem en de ondergrond is tevens een speerpunt van het provinciaal waterbeleid;
  • tenslotte door een verandering naar een duurzame voorziening in de energiebehoefte kan worden ingezet op een energie-efficiënte samenleving.

De doelen, maatregelen en afspraken voor de kwaliteit van het water van grond- en oppervlakte water zijn opgenomen het Stroomgebied beheerplan Rijn-West 201-2015 (SGB-1). Voor opvolgende periode 2016-2021 is het SGB-2 op 22 december 2014 gereedgekomen. De invulling van de verantwoordelijkheid in dit SGB-2 is vastgelegd in de KRW 2016-2021.

Het Waterplan Zuid-Holland 2015 was van kracht tot 22 december 2015. Op grond van artikel 48 Waterwet moet het plan om de zes jaar door de Provinciale Staten worden herzien. Het is niet noodzakelijk om een nieuw plan vast te stellen. Voldaan kan worden met het nemen van een planherzieningsbesluit. Dit besluit is genomen op 29 juni 2016 en bekend gemaakt op 8 juli 2016.

De onderdelen 'Waarborgen waterveiligheid (hoofdstuk 4)' en 'Realiseren mooi en schoon water (hoofdstuk 5)' en 'operationeel grondwaterbeleid (bijlage 7)' van het Waterplan 2015 blijven van kracht.

De Visie op Zuid-Holland bestaat uit de Visie Ruimte en Mobiliteit, de Verordening Ruimte en de Uitvoeringsagenda. Hierin beschrijft de provincie haar doelstellingen en provinciale belangen (Visie Ruimte en Mobiliteit), stelt zij regels aan ruimtelijke ontwikkelingen (Verordening) en geeft zij aan wat nodig is om dit te realiseren (Uitvoeringsagenda). In de Verordening Ruimte zijn bijvoorbeeld regels opgenomen met betrekking tot regionale keringen in bestemmingsplannen. Daarnaast is de Waterverordening Zuid-Holland van belang. Daarin zijn onder meer veiligheidsnormeringen voor regionale keringen en waterkwantiteitsnormen opgenomen. De waterkwantiteitsnormen geven aan, waar de regionale wateren met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit op ingericht moeten zijn. Deze normen definiëren de gemiddelde overstromingskans vanuit het oppervlaktewater per jaar van daarbij aan te wijzen gebieden. Het beschermingsniveau verschilt per vorm van landgebruik en is gerelateerd aan de economische waarde van landgebruik en de te verwachten schade bij overstromingen. De waterkwaliteitsnormen zijn gerelateerd aan het landgebruik en daarmee bepalend voor de mogelijkheden, die het bestemmingsplan biedt.

De provincie heeft samen met de gemeente Den Haag en Westland een Visie Vaartenland opgesteld, een visie op hoe de vaartenstructuur in Westland en Den Haag recreatief/toeristisch en economisch elkaar kan versterken. Het project Westlandse Waterlijnen heeft de provincie in samenwerking met heel veel stakeholders uit het gebied ten westen van het Rijn-Schiekanaal opgesteld (Westland, Den Haag, Delft, Midden-Delfland, Schiedam, Vlaardingen en Maassluis). Dit heeft een wensenlijst met een soort top 5 opgeleverd, met betrekking tot versterking van de vaarrecreatie en economische spin-off, waar burgers, verenigingen en ondernemers hun zinnen op hebben gezet. Verder is in de Visie Ruimte en Mobiliteit aangegeven dat de juridische borging en versterking van het vaarnetwerk overgedragen is aan de gemeenten die hierop hun lokale beleid en bestemmingsplannen moeten aanpassen.

 

Waterschapsbeleid
Het Hoogheemraadschap Delfland heeft haar waterbeleid vastgelegd in het Waterbeheersplan 2016-2021 'Strategie richting een toekomstbestendig en samenwerkingsgericht waterschap'. In dit Waterbeheerplan 5 (WBP 5) heeft het Hoogheemraadschap van Delfland (Delfland) zijn strategie voor de uitvoering van de kerntaken voor de komende jaren beschreven. Het is de leidraad voor het handelen van Delfland in de planperiode 2016-2021. Het WBP 5 is tevens een uitnodiging aan private, particuliere en publieke partijen om binnen de uitgezette koers met initiatieven te komen. Bij de uitvoering van het WBP 5 staan de kerntaken vanzelfsprekend voorop:

  • de waterveiligheid;
  • het waterbeheer;
  • de waterkwaliteit;
  • het zuiveren van afvalwater.


Delfland zal hierbij nadrukkelijk kijken naar een doelmatige uitvoering daarvan waarbij ambities, kosten en het tempo op een evenwichtig manier zijn afgewogen. Delfland voert zijn kerntaken uit ten behoeve van het behouden en verbeteren van de leefomgeving voor inwoners, mede-overheden, bedrijven en de natuurwaarden in het beheergebied. Het is een uitdaging om bij de uitvoering van die taken aan te sluiten bij de beleving en de behoeften van de maatschappij. Waterbewustzijn vormt de onmisbare schakel voor draagvlak. Delfland wil dat mensen zich in de komende planperiode bewust worden van het water om hen heen, van de gevolgen van klimaatverandering en van hun eigen gedrag. Het vergroten van waterbewustzijn is daarom verweven in alle programma's en handelingen van Delfland in de komende planperiode.


De werkzaamheden en projecten die de komende zes jaar geïnitieerd worden zijn terug te brengen tot de volgende vier speerpunten van het waterschap:

  • 1. In stand houden: Investeringen in de infrastructuur worden op een adequate manier in stand gehouden. De waterkeringen, het watersysteem, de ecologische structuren en het afvalwatersysteem worden met beheer verder geoptimaliseerd. Delfland werkt bij het bestendigen van het beheer van de infrastructuur toe naar de levenscyclusbenadering;
  • 2. Investeren: Veranderende wetgeving en veranderingen in de omgeving vragen om aanpassing en verdere verbetering van ons watersysteem, de waterkeringen en het afvalwatersysteem. Dit betekent de kans op natte voeten verkleinen door bij het zoeken naar oplossingen om water langer vast te houden, de waterkeringen op orde te houden met oog voor de multifunctionaliteit, de waterkwaliteit te verbeteren en toe te spitsen op de potenties van het gebied en de waterzuiveringen om te bouwen tot zoetwaterfabrieken. Bij elk project, proces en activiteit worden de innovatieve mogelijkheden en de meest duurzame wijze van uitvoering meegenomen in de afwegingen;
  • 3. Samenwerken: Het waterschap kan en doet het niet alleen, sterker nog, waterbeheer is ook een taak van andere overheden zoals gemeenten en van burgers en bedrijven. De samenwerking in het waterbeheer is pluriform van karakter. Het waterschap speelt hierop in door goed omgevingsmanagement en door op basis van transparantie en vertrouwen de samenwerking te zoeken en structureel te onderhouden. Delfland wil het waterbewustzijn bevorderen door samenwerking met belanghebbenden en delen van verantwoordelijkheden;
  • 4. Flexibel en duidelijk: Partners komen een flexibel waterschap tegen die rol en houding afstemt op basis van vraagstukken die voorliggen. Duidelijke kaders worden neergezet, zoals financieel gezond en bijdragen aan toekomstbestendig waterbeheer, maar dogma's zijn er niet. Dit betekent dat er in de werk- en beleidsprocessen van de ambtelijke organisatie en bij bestuurlijke besluitvorming binnen de wettelijke mogelijkheden voldoende ruimte moet zijn om maatwerk te leveren. Innovatie fungeert daarbij als aanjager om te blijven vernieuwen, mee te bewegen met veranderingen en te voorkomen dat het waterschap statisch wordt.

In 2007 (herzien in oktober 2018) is een Handreiking Watertoets, ruimte voor water in ruimtelijke plannen opgesteld. Het Hoogheemraadschap van Delfland stelt voorwaarden aan de inhoud van de watertoets (waterparagraaf) als verplicht onderdeel van de onderbouwing van ruimtelijke plannen. De watertoets berust op twee uitgangspunten:

  • Standstill-beginsel - negatieve effecten van ruimtelijke ontwikkelingen op het watersysteem worden voorkomen; Het is belangrijk om water al bij de locatiekeuze en het ontwerp van ruimtelijke ontwikkelingen als ordenend principe te gebruiken. Dat voorkomt het ontstaan van knelpunten achteraf, zoals (grond)wateroverlast of slechte waterkwaliteit;
  • Verbetering - in ruimtelijke ontwikkelingen worden de kansen die zich voordoen om bestaande knelpunten in het watersysteem te helpen oplossen, benut. Het gaat daarbij ook om de relatie tussen de verschillende waterthema's (droogte en wateroverlast, afvalwater, waterkwaliteit en ecologie, waterkeringen). Waterknelpunten en/of problemen met waterkeringen worden niet afgewenteld op de omgeving of verschoven naar de toekomst

De toelichting van bestemmingsplannen dient een beschrijving te bevatten van de volledige watersituatie binnen het plangebied, alsmede de te verwachten ontwikkelingen. Deze beschrijving dient in te gaan op de volgende aspecten:

  • Beleidskader omtrent water;
  • Veiligheid en waterkeringen;
  • Waterkwantiteit;
  • Grondwater en voorkomen van (zoet) water te kort;
  • Onderhoud en bagger;
  • Watersysteemkwaliteit en ecologie;
  • Afvalwater en riolering;
  • Klimaatadaptatie.

Gemeentelijk beleid

Het Waterplan Westland , met als ondertitel 'Westlands water, nu en later' is een product van de gemeente Westland en het Hoogheemraadschap van Delfland. Hierin wordt onder andere de waterhuishoudkundige visie en ambities tot 2027 en de daarbij horende uitvoeringsplan 2015 tot 2018 beschreven. De thema's: "Toekomstig ruimtelijk beleid, Duurzaamheid, Schoon water, waterkeringen, Droge voeten, Afvalwaterketen Beheer en onderhoud, Zoetwatervoorzieningen en grondwater, Recreatie", worden hierin uitgewerkt. De ruimtelijke vertaling van de hieruit voortkomende maatregelen is per polder in kaart gebracht. De gewenste waterstructuur wordt door de gemeente vertaald in bestemmingsplannen en structuurvisies. In het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Westland 2011-2015 heeft de gemeente haar visie op het stedelijk waterbeheer vastgelegd. Met het eerste Verbreed GRP Westland 2011-2015 wordt niet alleen uitvoering gegeven aan de wettelijke eisen, maar wordt ook de onderlinge samenhang tussen de drie zorgplichten en reeds in gang gezette ontwikkelingen zoals het project Riolering Glastuinbouw Westland (RGW) weergegeven. Het Verbreed GRP is een logisch vervolg op de wijzigingen in wetgeving/beleid en een noodzakelijke verdere optimalisatie van het beleid dat de afgelopen 5 jaar is gevolgd.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0193.jpg"

3.5.2 Onderzoek

Veiligheid en waterkeringen

Ruimtelijke plannen kunnen van invloed zijn op het (veilig) functioneren en het beheer en onderhoud van waterkeringen. Om die reden is het van belang, dat initiatiefnemers van ruimtelijke plannen rekening houden met de effecten van die plannen op de aanwezige waterkeringen.

In de legger van het Hoogheemraadschap van Delfland zijn de ligging en de minimale afmetingen van de waterkeringen vastgelegd. Rondom de keringen is een keurzone vastgesteld. Deze bestaat uit het waterstaatswerk (de daadwerkelijke kering) en een beschermingszone. Binnen het waterstaatswerk en de beschermingszone zijn op basis van de Keur Delfland beperkingen gesteld aan activiteiten die het waterkerend vermogen van de kering nu en in de toekomst kunnen aantasten.

Voor de werkzaamheden die worden uitgevoerd en werken die worden aangelegd binnen de zonering van de waterkering, is over het algemeen een watervergunning nodig. De definitieve uitwerking moet daarbij voldoen aan de criteria, die het Hoogheemraadschap van Delfland stelt, en wordt nader met het Hoogheemraadschap van Delfland afgestemd.

Waterkwantiteit

Delfland streeft naar een duurzame, robuuste waterstructuur met voldoende mogelijkheden voor waterberging. Dit streven heeft uiteindelijk tot doel wateroverlast voor de nieuwe en de al aanwezige functies in het gebied te voorkomen. Bij het voorkomen van wateroverlast en het verwerken van hemelwater hebben perceeleigenaar, gemeente en Delfland elk een verantwoordelijkheid. De perceeleigenaar moet het hemelwater zoveel mogelijk zelf verwerken en vasthouden bij de plaats waar het valt, bijvoorbeeld een (slimme)regenton. De gemeente draag zorg voor de inzameling en verwerking van het afstromend hemelwater. Dit betekent, dat de gemeente in eerste instantie en initiatiefnemers/perceel eigenaren inspanning moet doen om dit hemelwater vast te houden of terug te brengen in de bodem. Vervolgens kan het (al dan niet na zuivering) worden afgevoerd naar het oppervlaktewater. Delfland is vervolgens verantwoordelijk voor de ontvangst van hemelwater in het oppervlaktewater.

Met het bestemmingsplan worden enkele bestemmingen gewijzigd. In dat geval wordt de bestemming in overeenstemming gebracht met het feitelijke gebruik. Aan de gebruiksfunctie van deze percelen en het te verharden oppervlak veranderd niks.

Extra watercompensatie is daarom niet noodzakelijk.

Voorkomen van wateroverlast

Volgens de provinciale verordening is het beschermingsniveau tegen wateroverlast voor wonen eens in de 100 jaar, voor bedrijfsterreinen eens in de 50 jaar en voor agrarisch, eens in de 10 jaar. Bij kleinschalige bestemmingswijzigingen wordt het watersysteem echter niet aangepast. Daarom wordt nadrukkelijk geadviseerd om, zover mogelijk, de praktijksituatie hierop aan te passen. Dit kan bijvoorbeeld door het maaiveld ter plekke van de woning voldoende op te hogen. Meer informatie hierover is te vinden in de Handreiking watertoets voor gemeenten, de meest actuele versie van deze handreiking is te vinden op de website www.hhdelfland.nl/overheid/ruimtelijke-plannen.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0194.jpg"

Watersysteemkwaliteit en ecologie

In het kader van de herstructurering wordt er gestreefd naar het zoveel mogelijk benutten van kansen en voor het verbeteren van de watersysteemkwaliteit en de ecologie. Ten aanzien van de KRW maatregelen moet er rekening worden gehouden met de afspraken uit de Bestuursovereenkomst KRW Delfland en de afspraken die op dit moment gemaakt worden voor het Stroomgebiedbeheersplan 2015-2021. Het boezemsysteem van Delfland maakt onderdeel uit van de KRW waterlichamen. Delfland en gemeenten zijn in de KRW Delfland overeengekomen om de toestand van de waterlichamen te verbeteren. Onderdeel van deze overeenkomst is dat daar waar langs waterlichamen ruimtelijke mogelijkheden zijn om invulling te geven aan de KRW-opgave, deze worden benut, en dat bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt onderzocht of een deel van de ruimtelijke KRW-opgave hieraan kan worden gekoppeld. In het Waterplan Westland is aangegeven dat als er ruimte is, er een natuurvriendelijke oever moet worden aangelegd. En als er geen ruimte is maar wel dynamiek, kansen worden benut. Daarnaast mogen ruimtelijke ontwikkelingen niet leiden tot een verslechtering van de ecologische en chemische toestand van deze waterlichamen.

 

Met het bestemmingsplan worden enkele bestemmingen gewijzigd. In dat geval wordt de bestemming in overeenstemming gebracht met het feitelijke gebruik. Aan de gebruiksfunctie van deze percelen en het te verharden oppervlak veranderd niks. Het bestemmingsplan heeft daarom ook geen invloed op de waterkwaliteit.

Onderhoud en bagger

Delfland is verantwoordelijk voor het onderhoud van het primaire watersysteem en de waterkeringen. Voor secundair boezemwater en polderwateren zijn veelal andere partijen (gemeente, grondeigenaar) onderhoudsplichtig. Onderhoudsplichtigen zijn in de Legger Delfland vastgesteld. Onderhoud aan water en waterkering betekent dat deze toegankelijk moeten zijn voor onderhoud. Ook houdt Delfland ruimte die eventueel nodig is voor dijk- of kadeverzwaring, vrij van andere, conflicterende functies. Het beheer en onderhoud van het watersysteem binnen het plangebied is vastgelegd in de Keur Delfland en Legger Delfland.
Voor onderhoud van watergangen is het van belang rekening te houden met de benodigde onderhoudsstroken.Onderhoudsstroken zijn noodzakelijk voor onderhoudsmateriaal en werkruimte, en er kan bagger op de onderhoudsstroken worden gezet.

Er gelden de volgende criteria:

  • als er sprake is van 'varend' onderhoud van watergangen, natuurvriendelijke oevers en waterkeringen zijn de dimensionering van het doorstromingsprofiel en van de kunstwerken aan specifieke ontwerpeisen gebonden, bijvoorbeeld een vaardiepte en doorvaarthoogte van 1,0 m en een minimale doorvaarbreedte van 3,1 m bij bruggen. Dit is zeker het geval bij een breedte van meer dan 10 m (gemeten op de waterlijn).
  • voor onderhoudsdoeleinden langs primaire watergangen is aan weerszijde een onderhoudsstrook (4 m) vrij van bebouwing en obstakels. Is de primaire watergang 5 m of smaller, dan kan in veel gevallen volstaan met een strook van 5 m aan één zijde en 1 m aan de andere zijde.
  • voor natuurvriendelijke oevers langs watergangen, bijvoorbeeld in verband met de Kaderrichtlijn Water, is ruimte nodig om onderhoud te plegen. Hierbij geldt hetzelfde als voor primaire watergangen.

Wanneer onderhoudsstroken niet of moeilijk realiseerbaar of te behouden zijn, overleg dan met Delfland over alternatieven of maatregelen.

Bodem en grondwater

Bij nieuwe ontwikkelingen/initiatieven is het van belang om rekening te houden met een voldoende drooglegging om grondwateroverlast te voorkomen. Het bouwpeil moet daarom hoog genoeg boven het waterpeil liggen. Een voldoende hoog bouwpeil helpt niet alleen tegen grondwateroverlast, maar ook tegen wateroverlast algemeen. Delfland adviseert om rekening te houden met een drooglegging van 1,2 m, maar met een minimum van 1,0 m.


Daarnaast kan het zijn, dat de ontwikkeling juist effecten op het grondwater of het watertekort heeft. Hier moet bijvoorbeeld gedacht worden aan ondergrondse constructies die ervoor zorgen dat bijvoorbeeld de grondwaterstroming wordt afgekapt. In de huidige ontwikkeling worden geen ondergrondse werken worden gebouwd.

Het plan betreft enkel de wijziging van de bestemming , er vinden geen fysieke werkzaamheden plaats. Daarom is dit thema verder niet van toepassing.

Afvalwater en riolering

De bestaande woning is aangesloten op het gemeentelijke rioleringsstelsel ter plaatse en de nog te bouwen woning zou aannemelijk aangesloten worden op het rioleringsstelsel. Afvalwater wordt afgevoerd naar de dichtstbijzijnde afvalwaterzuivering. Voor zover bekend zijn er geen problemen bekend omtrent de capaciteit van riolering of zuivering.

Voor de afvoer van het hemelwater zijn creatieve en efficiënte maatregelen mogelijk, zoals het ophogen van gronden, een hoger bouwpeil van woningen, open verharding ter plekke van parkeerplaatsen of water vasthouden op particulier terrein, bijvoorbeeld door middel van de aanleg van wadi's, (slimme)regenton, groene daken, het afkoppelen van hemelwaterafvoer, en dergelijke.

3.5.3 Conclusie

Het aspect water vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan.

3.6 Bodem

3.6.1 Wettelijk kader

Een verontreinigde bodem kan zorgen voor gezondheidsproblemen en tast de kwaliteit van het natuurlijk leefmilieu aan. Daarom is het belangrijk om bij ruimtelijke plannen de bodemkwaliteit mee te nemen in de overwegingen. De Wet bodembescherming (Wbb), het Besluit bodemkwaliteit en de Woningwet stellen grenzen aan de aanvaardbaarheid van verontreinigingen. Indien bij planvorming blijkt dat (ernstige) verontreinigingen in het plangebied aanwezig zijn, wordt op basis van de aard en omvang van de verontreiniging én de aard van de ruimtelijke plannen beoordeeld welke gevolgen dit heeft.

Wet bodembescherming  

De Wet bodembescherming (Wbb) regelt zaken rond bodembescherming en bodemsanering. Vertrekpunt van de Wbb is dat in het merendeel van de gevallen van bodemverontreiniging, de daadwerkelijke bodemsanering wordt meegenomen in de ontwikkeling dan wel herontwikkeling van plangebied of projectlocatie. De wettelijke doelstelling is functiegericht saneren. De wet houdt rekening met het gebruik van de bodem en de (im)mobiliteit van de verontreiniging. De volgende uitgangspunten overheersen:

  • a. a. het geschikt maken van de bodem voor het voorgenomen gebruik;
  • b. b. het beperken van blootstelling aan en de verspreiding van de verontreiniging;

c. het wegnemen van actuele risico's.

Saneringsverplichtingen zijn gekoppeld aan ontoelaatbare risico's die samenhangen met het huidige en toekomstige gebruik van de bodem. Het is niet nodig de hele locatie aan te pakken. Er kan ook sprake zijn van deelsaneringen of een gefaseerde aanpak.

3.6.2 Onderzoek

Met het bestemmingsplan worden enkele bestemmingen gewijzigd. In dat geval wordt de bestemming in overeenstemming gebracht met het feitelijke gebruik. Aan de gebruiksfunctie van deze percelen veranderd niks.

Hierdoor is aanvullend bodemonderzoek niet noodzakelijk.

3.6.3 Conclusie

Het aspect bodem vormt geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan.

3.7 Ecologie

3.7.1 Wettelijk kader

Natuurnetwerk Nederland

Op basis van het nieuwe rijksbeleid zoals opgenomen in het Natuurnetwerk Nederland (NNN), heeft de provincie Zuid-Holland in december 2013 de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) herijkt. De EHS is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones.


Bij de herijkte EHS is de prioriteit komen te liggen bij het bereiken van de doelen van de Natura-2000-gebieden en de Europese Kaderrichtlijn Water. Voor wat betreft het beleidsveld Natuur richt de provincie zich niet alleen op de kwantitatieve prestaties (output: hoeveel hectare verworven en ingericht, hoeveel beheerplannen Natura 2000 vastgesteld) maar vooral ook op de effecten (outcome: de natuurkwaliteit, hoe ontwikkelt de Zuid-Hollandse biodiversiteit zich). Het voorgaande is breder dan de reikwijdte van het NNN omdat er door de provincie van uitgegaan wordt dat de bijdrage aan de biodiversiteit ook buiten de begrenzing van het NNN plaatsvindt, bijvoorbeeld het leveren van een bijdrage aan de biodiversiteit door recreatiegebieden en het agrarisch gebied.


Wet natuurbescherming
Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking. De Wnb is het nieuwe wettelijke stelsel voor natuurbescherming en vervangt drie tot dan bestaande wetten, namelijk de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Het beschermingsregime gaat uit van het "nee, tenzij-principe". Dit betekent dat de genoemde verbodsbepalingen in de Wnb voor bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden altijd gelden. Het afwijken hiervan is alleen onder voorwaarden toegestaan. Gedeputeerde Staten (GS) van de provincie Zuid-Holland is het bevoegd gezag voor het verlenen van toestemming door middel van een vergunning, ontheffing of vrijstelling.


In de Wnb zijn bepalingen opgenomen voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten. Het gaat onder meer om soorten die in Nederland, maar ook in Europa in hun voortbestaan bedreigd worden. De Wnb kent drie beschermingsregimes:

  • Vogels: het gaat hier om alle inheemse vogels in hun natuurlijk verspreidingsgebied. Ze zijn
    beschermd via de vogelrichtlijn;
  • Dieren en planten: het gaat hier om alle inheemse dieren en planten. Ze zijn beschermd via de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn;
  • Nationale soorten: het gaat hier om de soorten, die niet onder de reikwijdte van de Vogel- of Habitatrichtlijn vallen. Deze soorten zijn wel nationaal beschermd.


Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing, vergunning of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. De bepalingen zijn samengevat in onderstaande tabel. De bepalingen voorzien in een bescherming van verblijfplaatsen, evenals de bescherming tegen verstorende invloeden. Gedeputeerde Staten van provincie Zuid-Holland kan een ontheffing verlenen van de verboden als genoemd in de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10. van de Wnb.

afbeelding "i_NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01_0195.png"

Vrijstellingen
In de Wnb is een aantal algemene soorten amfibieën en zoogdieren beschermd onder de categorie "Nationale soorten", zoals gewone pad, bruine kikker en konijn. Provincie Zuid-Holland heeft bevoegdheid om bij verordening deze soorten "vrij te stellen" van de ontheffing/vergunningsplicht (Provincie Zuid-Holland, 2016). Dit betekent dat geen ontheffing nodig is voor werken gericht op ruimtelijke inrichting en ontwikkeling en beheer en onderhoud. Vrijgestelde soorten zijn niet meegenomen in deze toetsing.

Zorgplicht
De zorgplicht (artikel 1.11. Wnb) houdt in dat handelingen, die nadelige gevolgen kunnen hebben voor in het wild levende dieren en planten:

  • 1. Achterwege gelaten worden, of
  • 2. Noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of
  • 3. Deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt


Het betreft alle in het wild levende dieren en planten. De zorgplicht dient onder meer als vangnet voor de bescherming van soorten waarvoor op grond van de Wnb geen specifiek verbod geldt. De zorgplicht is daarnaast van toepassing op beschermde gebieden.

3.7.2 Onderzoek

Er is geen quickscan uitgevoerd waaruit kan worden geconcludeerd dat er tijdens de inspectie geen beschermde soorten zijn waargenomen. Daarom is er geen garantie dat beschermde soorten in de toekomst niet in het gebied voorkomen. Het bestemmingsplan voorziet echter niet in het realiseren van nieuwe gebouwen. Er vindt alleen een bestendiging plaats van het bestaande gebruik.

Mochten er toch werkzaamheden plaatsvinden en deze werkzaamheden in het broedseizoen vallen, dan dient voorafgaande aan de werkzaamheden een inspectie plaats te vinden op het voorkomen van het hinderen van broedvogels. Als er broedvogels aanwezig zijn, mogen deze niet worden verontrust. Voor verontrusting dient een ontheffing aangevraagd te worden, welke voor broedvogels waarschijnlijk niet afgegeven zal worden.

3.7.3 Conclusie

Met het bestemmingsplan worden enkele bestemmingen gewijzigd. Het bestemmingsplan creëert geen expliciete bouwmogelijkheden. Het bestemmingsplan heeft geen negatieve invloed op de ecologische waarden in het plangebied.

3.8 Cultuurhistorische aspecten

3.8.1 Wettelijk kader

Als gevolg van het Verdrag van Valetta, dat in 1998 door het Nederlandse parlement is goedgekeurd en in 2006 zijn beslag heeft gekregen in de gewijzigde Monumentenwet 1988, stellen Rijk en Provincie zich op het standpunt dat in het ruimtelijk beleid zorgvuldig met het archeologische erfgoed moet worden omgegaan. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Het Rijk heeft deze beleidsuitgangspunten neergelegd in onder meer de Cultuurnota 2005 - 2008, de Nota Belvedère, de Nota Ruimte en het Structuurschema Groene Ruimte 2.

De provincie Zuid-Holland hanteert het uitgangspunt dat op terreinen die voorkomen op de Archeologische Monumentenkaart Zuid-Holland en in gebieden die op de kaart archeologische waarden van de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS-kaart) ten minste een redelijke tot grote kans op archeologische sporen hebben, archeologisch vooronderzoek in het kader van de planvoorbereiding dient plaats te vinden. Voor zover er onzekerheid bestaat over de precieze aanwezigheid van archeologische waarden, dient in het bestemmingsplan voor het bouwrijp maken een omgevingsvergunningplicht te worden gehanteerd. Het verlenen van een omgevingsvergunning wordt daarbij afhankelijk gesteld van de uitkomsten van nader archeologisch onderzoek en de belangenafweging op grond daarvan.

Doelstelling van het Verdrag van Valetta is de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Als gevolg van dit verdrag wordt in het kader van de ruimtelijke ordening het behoud van het archeologisch erfgoed meegewogen zoals alle andere belangen die bij de voorbereiding van het plan een rol spelen.

3.8.2 Onderzoek

De bescherming van het archeologisch erfgoed dient in het bestemmingsplan te worden geregeld, net als andere in het bestemmingsplan op te nemen en te beschermen belangen. Voor het bestemmingsplan geldt als norm de eis van een goede ruimtelijke ordening. Dit betekent dat het belang van het archeologisch erfgoed mee dient te tellen bij de beoordeling en afweging van alle bij die goede ruimtelijke ordening spelende belangen. Dit wordt geregeld via een omgevingsvergunningstelsel dat betrekking heeft op grondroerende werkzaamheden voor zover deze worden uitgevoerd in gebieden die op de plankaart staan aangegeven met de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie’ (WR-A).

In de regels staat opgenomen welke werken of werkzaamheden schadelijk kunnen zijn voor (verwachte) archeologische waarden en daarom omgevingsvergunningplichtig zijn. Hierin staan ook voorwaarden opgenomen ter bescherming van archeologische waarden. Zo’n voorwaarde kan zijn dat een rapport moet zijn overlegd, waaruit blijkt dat de archeologische waarde van het terrein in voldoende mate is vastgesteld. Het verlenen van een omgevingsvergunning is afhankelijk van de uitkomsten van dit archeologisch onderzoek en de belangenafweging op grond daarvan.

Voor alle delen van het plangebied is een medebestemming archeologisch waardevol gebied (WR-A) opgenomen.

3.8.3 Conclusie

Voor het plangebied gelden afhankelijk van de ligging verschillende archeologische waarden in de ondergrond. Om deze mogelijk aanwezige waarden te beschermen, zijn nieuwe ontwikkelingen binnen de begrenzing van het bestemmingsplan gebonden aan een omgevingsvergunning voor het bouwen (met uitzondering van kassen), alsmede het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden voor grondroerende activiteiten.

Hoofdstuk 4 Juridische planbeschrijving

4.1 Planvorm

4.1.1 Wettelijk voorgeschreven standaardisering

De planregels en de planverbeelding van dit bestemmingsplan zijn overeenkomstig de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen als gepubliceerd door het ministerie van VROM (SVBP 2008) en als wettelijk voorgeschreven in de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2008 (Staatscourant 2008, nr. 377, van 30 oktober 2008).

Daarnaast zijn in de planregels de standaardregels opgenomen als geboden in artikelen 3.2.1 en 3.2.2 van het Besluit ruimtelijke ordening. In een apart artikel zijn de bijzondere gebruiksverboden opgenomen voor alle bestemmingen, welke verboden aansluiten op het wettelijk verbod als neergelegd in artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening.

Voor uitleg van die planregels wordt verwezen naar de toelichting op het Besluit ruimtelijke ordening en de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2008, in samenhang met de jurisprudentie over die uitleg.

Voorts is de "Werkafspraak terminologie Wabo in Standaard voor Vergelijkbare bestemmingsplannen" van september 2010 verwerkt. Die werkafspraak in het kader van de ministeriële regeling is gemaakt met het oog op de invoering van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) op 1 oktober 2010.

4.1.2 Aanvulling en geoorloofde afwijking van de SVBP 2012

De planregels en planverbeelding van dit bestemmingsplan zijn toegesneden op de specifieke behoefte aan planregulering voor het gegeven plangebied. In de hierna volgende paragrafen is de aan het bestemmingsplan eigen plansystematiek toegelicht voor zover die een aanvulling of een geoorloofde afwijking vormt van de SVBP 2012.

4.1.3 Systematiek van de planregels

Opbouw planregels

De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende onderdelen:

 

Inleidende regels

Begrippen (Begrippen)

Dit artikel definieert de begrippen die in het bestemmingsplan worden gebruikt. Dit wordt gedaan om interpretatieverschillen te voorkomen.

 

Wijze van meten ( Wijze van meten )

Dit artikel geeft aan hoe de lengte, breedte, hoogte, diepte en oppervlakte en dergelijke van gronden en bouwwerken wordt gemeten of berekend. Alle begrippen waarin maten en waarden voorkomen worden in dit artikel verklaard.

 

Bestemmingsregels

De bestemmingsregels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende onderdelen:

  • doeleindenomschrijving (gebruiksregels); 
  • bouwregels; 
  • nadere eisen; 
  • afwijkingsregels.

 

Gebruiksregels

De doeleindenbeschrijving van de bestemming of de dubbelbestemming, waarvan opname in de planregels is geboden in artikel 3.1.3 van het Besluit ruimtelijke ordening, is in de planregels voor elke bestemming in eerste instantie vervat in het onderdeel "Bestemmingsomschrijving". Van het onderdeel "Specifieke gebruiksregels" wordt in de planregels vooral gebruik gemaakt om regels te geven voor de onder de bestemming of dubbelbestemming vallende functieaanduidingen en bouwaanduidingen en andere aanduidingen.

 

Afwijkingsregels

In het onderdeel "Afwijken van de gebruiksregels" wordt alleen die afwijkingsbevoegdheid opgenomen die uitsluitend ziet op het gebruik. Zodra sprake is van het afwijken van de bouwregels - ook al vormt dat bouwen een (klein) onderdeel van het gebruik in ruime zin - wordt de bevoegdheid daartoe geplaatst in het onderdeel "Afwijken van de bouwregels".

 

Aanleggen of slopen

De aanlegregels of sloopregels zijn uitvoerig met het oog op een zorgvuldige verlening van de omgevingsvergunning daartoe, voor zover regels daarvoor niet reeds zijn voorzien in de Wet ruimtelijke ordening of het Besluit ruimtelijke ordening. De aanlegregels of sloopregels kennen de volgende onderverdeling:

  • het aanlegverbod of sloopverbod zelf;
  • de voorwaarden waaronder een omgevingsvergunning mag worden verleend en het inwinnen van deskundigenadvies;
  • de specifieke aanlegverboden of sloopverboden met de daarop gegeven uitzonderingen.

 

Algemene gebruiksregels

In het artikel "Algemene gebruiksregels" zijn naast een verwijzing naar het algemene gebruiksverbod van artikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening, specifieke gebruiksverboden ter invulling van het algemene gebruiksverbod opgenomen. Daarin is onderscheid gemaakt tussen het verbod op het gebruik van gronden en het verbod op het gebruik van bouwwerken.

 

Overgangs- en slotregels

In het artikel "Slotregel" zijn de volgende onderdelen opgenomen:

  • het onderdeel "Vervangen bestemmingsplannen" waarin een overzicht van de bestemmingsplannen en andere planregimes is opgenomen die met dit bestemmingsplan zijn vervangen;
  • en het onderdeel "Citeertitel".

4.1.4 Systematiek van de planverbeelding

Wettelijke vereisten

De Wro bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Hierbij vormt de inhoud van de digitale versie de beslissende versie. De digitalisering brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze gepresenteerd moeten worden. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi.

De planverbeelding is digitaal vorm gegeven overeenkomstig de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2008. De digitale planverbeelding en de andere onderdelen van de dataset hebben het volgende planidentificatie-nummer gekregen:

NL.IMRO.1783.LOSPERCELENabp-ON01

De dataset bestaat uit:

  • het GML-bestand van de planverbeelding;
  • het XML-geleideformulier;
  • de onderliggende bestanden zoals ondergrond en overige topografische informatie;
  • de PDF- en HTML-bestanden voor respectievelijk de verbeelding van plantoelichting en planregels.

 

Leeswijzer verbeelding

Wegwijzer via internet

Met de digitalisering van ruimtelijke plannen is het lezen en interpreteren van de verbeelding (voorheen plankaart) een nieuwe aangelegenheid. Via de website www.ruimtelijkeplannen.nl kunnen bestemmingsplannen (ook in voorbereiding zijnde plannen voor zover deze ter inzage zijn gelegd) worden ingezien. Via het tabblad 'bestemmingsplannen' kan worden doorgeklikt naar de provincie, de woonplaats of nog specifieker de straatnaam. De gebieden die zwart omlijnd op de kaart staan aangeduid, zijn de gebieden waarvoor een bestemmingsplan digitaal raadpleegbaar is.

Zodra het gewenste bestemmingsplan is gevonden en deze voldoende is ingezoomd, wordt de betreffende bestemmingslegging zichtbaar. Om een beter beeld van de omgeving te krijgen, kan voor verschillende ondergronden worden gekozen (luchtfoto, topografie). Zodra linksonder 'legenda' wordt aangeklikt, wordt inzichtelijk wat de verschillende kleuren betekenen. Door vervolgens op een locatie binnen het plangebied te klikken wordt aan de rechterzijde van de kaart de bijbehorende informatie getoond. Indien meer informatie is gewenst, kan worden doorgeklikt naar de toelichting en/of de regels van het plan.

 

Analoge verbeelding

Alhoewel de digitale verbeelding het uitgangspunt vormt, blijft het mogelijk het bestemmingsplan analoog in te zien. Het lezen van de analoge verbeelding is verschillend van de digitale verbeelding. Op de analoge verbeelding zijn alle functies zodanig bestemd, dat het mogelijk is om met behulp van het renvooi direct te zien welke bestemmingen aan de gronden binnen het plangebied zijn gegeven en welke regels daarbij horen. Uitgangspunt daarbij is dat de verbeelding zoveel mogelijk informatie geeft over de in acht te nemen maten en volumes.  

 

Bestemmingsvlak en bouwvlak

Vrijwel elke bestemming bestaat doorgaans uit twee vlakken: een bestemmingsvlak en een bouwvlak. Het bestemmingsvlak geeft aan waar een bepaald gebruik toegestaan is. Het bouwvlak is een gebied waarvoor de mogelijkheden om gebouwen te bouwen in de regels zijn aangegeven. Bouwvlakken worden doorgaans voorzien van aanduidingen die betrekking hebben op de maatvoering. Soms komt het voor dat het bestemmingsvlak en het bouwvlak met elkaar samenvallen. Op de plankaart is dan uitsluitend een bouwvlak te zien (het bestemmingsvlak ligt hieronder).

 

Aanduidingen

Op de digitale plankaart is een onderscheid gemaakt in verschillende aanduidingen. Een aantal functieaanduidingen is gebruikt om de gebruiksmogelijkheden binnen een bestemming of een gedeelte daarvan nader te specificeren. Het kan hierbij gaan om een nadere specificatie van de gebruiksmogelijkheden, een expliciete verruiming daarvan of juist een beperking. Voorbeelden van functieaanduidingen zijn 'bedrijfswoning', 'detailhandel' en 'kantoor'.

Alle aanduidingen met betrekking tot de wijze van bouwen en de verschijningsvorm van bouwwerken, worden bouwaanduidingen genoemd. Voorbeelden van bouwaanduidingen zijn 'gestapeld' en 'onderdoorgang'.

Alle aanduidingen die betrekking hebben op afmetingen, percentages en oppervlakten, zowel ten aanzien van het bouwen als ten aanzien van het gebruik, zijn maatvoeringaanduidingen.

4.2 Bestemmingsregeling

De bestaande functies in het plangebied die overeenkomstig het voorheen geldende bestemmingsplan in dit plan zijn bestemd, zijn de volgende (in alfabetische volgorde van bestemming).

4.2.1 Bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'

De percelen, welke in het voorheen geldende bestemmingsplan voorzien waren van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' en welke ook als zodanig in de toekomst gebruikt moeten gaan worden (voor zover dat nog niet gebeurd) zijn voorzien van de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw'.

Bij de bestemmingsregeling is aansluiting gezocht bij de bestaande regeling uit het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland'.

In aanvulling van het bovenstaande zijn de legale kleinschalige glastuinbouwbedrijven specifiek bestemd. Daarnaast zijn een aantal woningen voorzien van een specifieke aanduiding waardoor het gebruik van de woning als burgerwoning onder het persoonsgebonden overgangsrecht is geplaatst.

4.2.2 Bestemming 'Bedrijf'

De gronden die in gebruik zijn als nutsvoorziening zijn in dit bestemmingsplan bestemd als 'Bedrijf, met de functieaanduidiing nutsvoorziening'.

4.2.3 Bestemming 'Groen'

De gronden welke niet meer bruikbaar zijn voor de glastuinbouw en/of waar ook geen andere passende functie voorzien is en/of braak liggen of komen te liggen zijn voorzien van de bestemming Groen.

4.2.4 Bestemming 'Verkeer'

De gronden die in gebruik zijn als toegangswegen en paden zijn in dit bestemmingsplan bestemd als 'Verkeer'.

4.2.5 Bestemming 'Water'

De bestaande (hoofd)watergangen, waterpartijen en locaties die van belang zijn voor waterberging, en welke in de nabije toekomst niet ingezet kunnen worden voor de ontwikkeling van het duurzame glastuinbouwgebied, zijn bestemd als Water.

4.2.6 Bestemming 'Wonen'

De percelen welke in gebruik zijn als burgerwoning zijn voorzien van de bestemming 'Wonen'.

Bij de bestemmingsregeling is aansluiting gezocht bij de bestaande regeling uit het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland'.

In de bestemming is wel een specifieke regeling opgenomen voor het surplus aan bijbehorende bouwwerken op het perceel.

4.2.7 Dubbelbestemming 'Leiding-Gas'

Op de gronden, gelegen boven een gasleiding, is de bestemming Leiding-Gas opgenomen ten behoeve van de bescherming van deze gasleiding.

4.2.8 Dubbelbestemming 'Leiding-Hoogspanningsverbinding'

Op de gronden, gelegen onder een hoogspanningsverbinding is de bestemming Leiding-Hoogspanningsverbinding opgenomen ten behoeve van de bescherming van deze hoogspanningsverbinding.

4.2.9 Dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie'

Op de gronden waarin mogelijk archeologische waarden liggen is de dubbelbestemming Waarde-Archeologie neergelegd.

Aan deze bestemming is een aanlegstelsel verbonden.

4.2.10 Dubbelbestemming 'Waterstaat-Beschermingszone'

De gronden, welke vallen binnen de beschermingszone van de waterkering, zijn mede bestemd voor het beheer en onderhoud van de waterkering en waterhuishouding, met de daarbij behorende voorzieningen. Voordat gebouwd mag worden, moet advies bij de waterbeheerder worden ingewonnen.

4.2.11 Dubbelbestemming 'Waterstaat-Waterstaatswerk'

De gronden, welke vallen binnen de kernzone van de waterkering, zijn mede bestemd voor het beheer en onderhoud van de waterkering en waterhuishouding, met de daarbij behorende voorzieningen. Voordat gebouwd mag worden, moet advies bij de waterbeheerder worden ingewonnen.

4.2.12 Gebiedsaanduiding 'Geluidszone-Industrie'

Op de gronden die vallen binnen de geluidscontour van het industriegebied (Havengebied) van Rotterdam (Europoort, Maasvlakte en 2e Maasvlakte), is de gebiedsaanduiding "Geluidszone-industrie" neergelegd.

4.2.13 Gebiedsaanduiding 'Vrijwaringszone-Molen'

Op de gronden die vallen binnen de molenbiotoop van een nabij gelegen molen, is de gebiedsaanduiding "Vrijwaringszone-Molen" neergelegd. Dit ter bescherming van de windvang van de molen.

4.2.14 Gebiedsaanduiding 'Wetgevingzone - moderniseringsgebied'

Op de gronden die niet in aanmerking komen voor legalisatie en die de bestemming 'Agrarisch-Glastuinbouw' behouden is de gebiedsaanduiding 'Wetgevingszone-moderniseringsgebied' neergelegd. Deze gronden zijn bedoeld voor de glastuinbouw, maar zijn veelal in particulier bezit. Aangezien alleen gebruik, en eigendom niet, gezien kan worden als strijdig gebruik, kunnen deze gronden een belemmering vormen voor de herstructurering van de glastuinbouw.De eigenaar van de gronden mag deze gronden braak laten liggen, maar op het moment dat rondom deze gronden ontwikkelingen plaatsvinden met betrekking tot de glastuinbouw, dienen deze braakliggende gronden betrokken te worden bij deze ontwikkelingen. Het braak laten liggen van deze gronden, bij een naastgelegen glastuinbouwontwikkeling, wordt gezien als strijdig gebruik. Dit betreft dan een nieuwe overtreding, op basis van de 'Handhavingsstrategie thema glastuinbouw 2020'.

Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid

5.1 Economische uitvoerbaarheid

Binnen het huidige stelsel van regelgeving moet de gemeente de kosten van een bouwplan verhalen op de aanvrager. Deze verplichting is neergelegd in afdeling 6.4. Wro, meer in het bijzonder artikel 6.12 van die afdeling.

In artikel 6.12 Wro staat dat de gemeente een exploitatieplan moet vaststellen bij alle soorten bouwplannen "aan te wijzen bij algemene maatregel van bestuur" (artikel 6.2.1 Bro). In dat exploitatieplan dienen alle kosten verplicht te zijn gedekt die door de gemeente worden gemaakt. De gemeente kan uitsluitend afzien van het opstellen van een exploitatieplan als de gemeentelijke kosten op een andere manier worden verhaald, bijvoorbeeld door middel van een exploitatieovereenkomst.

In casu is er geen sprake van een aangewezen bouwplan zoals opgenomen in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening. Het bestemmingsplan heeft alleen betrekking op de wijziging van het ter plaatse toegestane gebruik.

De bouwmogelijkheden uit onderhavig bestemmingsplan vloeien voort uit de bouwregels van het voorheen geldende bestemmingsplan.

5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

5.2.1 Overleg

In de periode van mei tot en met juli 2021 heeft over het voorontwerp van dit bestemmingsplan bestuurlijk overleg plaatsgehad als geboden in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Hierbij hebben de volgende instanties gereageerd:

  • Hoogheemraadschap van Delfland
  • Gasunie
  • Glastuinbouw Nederland

De uitkomsten van het overleg, als bedoeld in artikel 3.1.6, eerste lid, onder c., van het Besluit ruimtelijke ordening, zijn opgenomen in Bijlage 1 van deze toelichting.

5.2.2 Inspraak

In het kader van de Inspraakverordening Westland 2004 heeft er voor het voorontwerp inspraak plaatsgevonden.

Het voorontwerp bestemmingsplan heeft vanaf 3 september 2021 6 weken ter inzage gelegen.

gedurende deze periode zijn 70 inspraakreacties ontvangen.

De ontvangen inspraakreacties zijn beoordeeld. Voor een overzicht van de reacties wordt verwezen naar Bijlage 1 van deze toelichting.

5.2.3 Zienswijzen

Van PM tot PM heeft het ontwerp van dit bestemmingsplan ter visie gelegen voor het indienen van zienswijzen, als bedoeld in artikel 3.8, lid 1, van de Wet ruimtelijke ordening in verbintenis met Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht.

Gedurende de periode van tervisielegging zijn PM AANTAL zienswijzen ingediend.

De ontvangen zienswijzen zijn beoordeeld. Voor een overzicht van de zienswijzen wordt verwezen naar Bijlage PM van deze toelichting.