direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Parapluplan parkeernormen
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1742.BP2018001-0301

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Algemeen

In artikel 2.5.30 van de Bouwverordening was opgenomen dat voor het grondgebruik en functies afhankelijk van de omvang en de bestemming van het gebouw, ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's parkeerruimte in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort, voldoende parkeerplaatsen worden aangelegd.

Op basis hiervan werden aanvragen om een omgevingsvergunning getoetst en hier wordt in de toelichting op bestemmingsplannen naar verwezen. Eind november 2014 is de grondslag in de Woningwet voor de stedenbouwkundige voorschriften in de bouwverordening vervallen. Hierin waren de gemeentelijke regels omtrent parkeren opgenomen. Sindsdien moeten gemeenten het beleid omtrent parkeren via het bestemmingsplan regelen. Daarbij geldt een overgangsperiode tot 1 juli 2018.

Het parkeren kan in het bestemmingsplan worden geregeld door in een bestemmingsplanregel op te nemen dat:

  • bij de uitoefening van de bevoegdheid voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen en /of gebruik, de regel geldt dat voldoende parkeergelegenheid voor auto's wordt gerealiseerd;
  • 'voldoende' betekent dat wordt voldaan aan de normen in de beleidsregels in een parkeernota;
  • indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met de wijziging (dynamische verwijzing).

De gemeente Rijssen-Holten wil een zo groot mogelijke rechtsgelijkheid en wil voor het hele gemeentelijke grondgebied, dus voor alle bestemmingsplannen, één duidelijke juridische regeling om ervoor te zorgen dat de huidige parkeereis blijft gelden. Onderhavig parapluplan bestemmingsplan voorziet hierin.

1.2 Ligging plangebied

Om te komen tot één uniforme regeling binnen de gemeente Rijssen-Holten is er voor gekozen om het Parapluplan parkeernormen voor het hele gemeentelijke grondgebied te laten gelden. Dit parapluplan heeft betrekking op het gebied waarop het gemeentelijk parkeerbeleid van toepassing is. Het gaat zowel om de stad als de dorpen en het buitengebied.

afbeelding "i_NL.IMRO.1742.BP2018001-0301_0001.png"

Afbeelding 1.1 - Begrenzing plangebied parkeernormen

1.3 Geldende bestemmingsplannen

Voor het plangebied geldt een groot aantal bestemmingsplannen, bestemmingsplanwijzigingen en uitwerkingsplannen. In Bijlage 1 van de regels is een lijstweergave opgenomen van de plannen die met dit parapluplan worden herzien.

Hoofdstuk 2 Planopzet en uitvoerbaarheid

2.1 Planopzet

Een bestemmingsplan bestaat uit regels en een verbeelding en gaat vergezeld van een toelichting. Bij het bestemmen van gronden heeft de gemeente een bepaalde beleidsvrijheid om te kiezen op welke locatie welke bouw- en gebruiksmogelijkheden zijn toegestaan en onder welke voorwaarden. Voorts is van belang dat wordt voldaan aan de wetgeving (ook vanuit andere sectoren), relevant beleid en een goede ruimtelijke ordening. Tot slot dienen de financiële en maatschappelijke haalbaarheid te zijn veiliggesteld. Verwezen wordt naar paragraaf 2.3 Economische uitvoerbaarheid en 2.4 Maatschappelijke uitvoerbaarheid.

Met deze partiële herziening worden van meer dan 87 bestemmingsplannen (zie paragraaf 1.3 en Bijlage 1 Lijst bestemmingsplannen voor een overzicht) de algemene bouwregels en algemene gebruiksregels aangepast. Ook de begrippen worden aangevuld. De verbeelding van de betreffende bestemmingsplannen verandert niet. Doordat in één keer meerder plannen worden gerepareerd voor wat betreft een specifiek onderwerp (hier: de parkeernorm), is sprake van een zogenaamd "parapluplan".

Na de vaststelling van onderhavig paraplubestemmingsplan is voor het hele grondgebied van de gemeente Rijssen-Holten in de bestemmingsplannen geborgd dat de parkeereis van toepassing is op de activiteiten bouwen en gebruiken.

De koppeling met de Bouwverordening, die tot 1 juli 2018 van rechtswege aanwezig is, moet buiten toepassing worden verklaard. De parkeereisen worden in onderhavige parapluplan namelijk al volledig geborgd.

In artikel 3.1.2. tweede lid van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) staat dat een bestemmingsplan ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening regels kan bevatten: a. waarvan de uitleg bij de uitoefening van een daarbij aangegeven bevoegdheid, afhankelijk wordt gesteld van beleidsregels; ....

In artikel 1.3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is opgenomen dat: onder een beleidsregel wordt verstaan: een bij besluit vastgestelde algemene regel, niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift, omtrent de afweging van belangen, de vaststelling van feiten of de uitleg van wettelijke voorschriften bij het gebruik van een bevoegdheid van een bestuursorgaan.

Het bestemmingsplan kan dus in de regels verwijzen naar de 'Nota Parkeernormen gemeente Rijssen-Holten' (2013). Hierin is bovendien concreet en normatief vastgelegd welke eisen en rekenregels gelden. Het is daarom niet nodig om ook in de begrippen van de planregels op te nemen wat "voldoende parkeergelegenheid" is en welke normen gelden. Voordeel van de 'Nota Parkeernomen gemeente Rijssen-Holten' (2013) is dat hierin reeds flexibiliteitsregels zijn opgenomen. Van de hoofdregels kan in bijzondere, duidelijk omschreven, gevallen worden afgeweken. Daarbij zijn regels opgenomen over de te hanteren voorwaarden. Het is om die reden dan ook niet nodig om ook nog eens in het bestemmingsplan aanvullende regels op te nemen die voorzien in mogelijkheden om van het parkeerbeleid af te wijken.

Bij de verwijzing in de regels kan sprake zijn van een zogenaamde statische verwijzing naar één specifiek beleidsdocument of van een dynamische verwijzing die verwijst naar het op dat moment geldende vastgestelde beleid inzake de parkeereisen. In dit geval is gekozen voor een dynamische verwijzing door wél naar de nu geldende beleidsstukken te verwijzen en in aanvulling daarop te bepalen dat indien dat beleid is opgevolgd door nieuw parkeerbeleid, dan dit nieuwe parkeerbeleid van toepassing is. Beleid kan namelijk aan verandering onderhevig zijn binnen de planperiode van een bestemmingsplan (theoretisch 10 jaar, maar vanwege de Crisis- en herstelwet voor Rijssen-Holten: 20 jaar). Voordeel van deze dynamische verwijzing is dat door een verandering van het parkeerbeleid geen bestemmingsplan hoeft te worden herzien.

Ingevolge artikel 2.10 lid 1 sub c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) moet een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteiten bouwen en gebruiken aan het bestemmingsplan worden getoetst. Ook de parkeernorm van Rijssen-Holten komt zo aan bod, aangezien de bestemmingsplanregels hiermee de koppeling leggen. In het bestemmingsplan is het als strijdig gebruik aangemerkt, wanneer niet aan de parkeernorm wordt voldaan. Dit biedt een rechtstreekse titel om op te handhaven.

In geldende bestemmingsplannen is de parkeernorm soms opgenomen door regels in de enkelbestemming, soms door regels in de Algemene regels (via algemene bouw- en gebruiksregels, strijdig gebruik, uitsluitende werking bouwverordening en/of voorwaardelijke verplichting). In de nu voorliggende parapluherziening is gekozen om de parkeernorm te koppelen aan het bestemmingsplan door het opnemen van een voorwaardelijke verplichting.

Het is uiteraard niet mogelijk om via een bestemmingsplan te regelen dat bij een omgevingsvergunning voor het buitenplans afwijken van een bestemmingsplan (Wabo 2.12 lid 1 sub a onder 2 en 3) aan het parkeerbeleid wordt getoetst. Bij het gebruik maken van deze bevoegdheid moet het bevoegd gezag in het kader van een goede ruimtelijke ordening zelf het parkeerbeleid betrekken. Deze parapluherziening heeft zodoende geen betrekking op die gevallen dat er sprake is van een buitenplanse afwijking.

2.2 Artikelgewijze toelichting

2.2.1 Artikel 1 Begrippen

In Hoofdstuk 1 Inleidende regels worden 3 begrippen opgenomen om dit parapluplan te kunnen laten gelden.

In Artikel 1 Begrippen worden toegevoegd:

"plan". Deze bepaalt de formele naam en het identificatienummer van deze parapluherziening.

"bestemmingsplan" en

"ruimtelijke plannen".

2.2.2 Artikel 2 Anti-dubbeltelregel

Deze regel is in bestemmingsplannen wettelijk verplicht en regelt dat niet ten onrechte bouwrechten kunnen worden verworven door gronden opnieuw mee te rekenen.

2.2.3 Artikel 3 Relatie met onderliggende plannen

In Artikel 4 wordt geregeld dat voor alle geldende bestemmingsplannen de bestaande regels over parkeernorm komen te vervallen en hiervoor in de plaats de regels van deze parapluherziening komen.

Uitsluiten aanvullende werking Bouwverordening; Hierin is bepaald dat na vaststelling van deze parapluplan niet ook nog de Bouwverordening van toepassing is. Dit zou het geval zijn bij bestemmingsplannen van voor 29 november 2014.

2.2.4 Artikel 4 Algemene gebruiksregels
2.2.5 Artikel 5 Overgangsrecht

Het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat deze regels (letterlijk) in een bestemmingsplan moeten worden opgenomen om op juiste wijze om te kunnen gaan met een veranderend planologisch regiem. Gevestigde belangen blijven gelden, maar hiervoor geldt wel een uitsterfbeleid.

2.2.6 Artikel 6 Slotregel

In Artikel 6 wordt kenbaar gemaakt dat de regels in dit bestemmingsplan worden aangehaald als 'Regels van het bestemmingsplan Parapluplan parkeernormen'

2.3 Economische uitvoerbaarheid

In artikel 3.1.6 lid 1, aanhef en onder f van het Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat onderzocht moet worden of een bestemmingsplan uitvoerbaar is. Hieronder wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid.

Het is met oog op de geplande ontwikkeling van onderliggend bestemmingsplan niet nodig om een grondexploitatie vast te stellen. Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat een grondexploitatie dient te worden opgesteld voor gronden met een door algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan. Dit is in onderliggend bestemmingsplan niet het geval en een grondexploitatie is daarom niet nodig.

Deze partiële herziening bevat geen uitvoeringsaspecten. Voor de gemeente Rijssen-Holten zijn aan zowel de opstelling als de uitvoering van dit bestemmingsplan geen kosten verbonden anders dan de begrote kosten voor de planvorming. De economische uitvoerbaarheid is daarmee aangetoond.

2.4 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

In artikel 3.1.6 lid 1, aanhef en onder e van het Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat een beschrijving dient te worden opgenomen van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereidingen van het bestemmingsplan zijn betrokken.

Inspraak

Voor dit bestemmingsplan is geen inspraakronde gehouden. Dit plan past binnen het vastgestelde beleid en betreft een bestendiging van bestaande voornemens. Om deze reden kan dit plan als onomstreden worden beschouwd. Het is vanzelfsprekend dat de mogelijkheid voor het indienen van een zienswijze aanwezig blijft.

Vooroverleg

Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening dient de gemeente bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te plegen met betrokken Waterschappen en diensten van Rijk en Provincie die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn.

Dit plan bevat geen uitvoeringsaspecten en maakt geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk. Met dit parapluplan zijn geen nationale, provinciale, dan wel waterschapsbelangen in het geding. Om die reden heeft geen vooroverleg plaatsgevonden met het rijk, de provincie en het waterschap.

Zienswijzen

PM.