Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat de bestemming wordt gewijzigd ten behoeve van de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde, voor zend-, ontvangst- en antennemasten, mits:
a. de gronden ter plaatse worden voorzien van de aanduiding ‘antennemast’;
b. de antenne niet geplaatst kan worden op een bestaand hoog bouwwerk, zoals een hoogspanningsmast, een reclamemast, een torensilo of daarmee gelijk te stellen hoog bouwwerk;
c. de antenne vervolgens geplaatst wordt in aansluiting op grote infrastructuurlijnen;
d. de mast radiografisch noodzakelijk is;
e. de bouwhoogte van een mast ten hoogste 40 m zal bedragen;
f. het aantal masten binnen de gemeente niet meer zal bedragen dan strikt noodzakelijk is voor de realisatie van een adequaat dekkend netwerk van voldoende capaciteit;
g. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.