Hoofdstuk 4 Ruimtelijk beleidskader
4.1 Algemeen
Alle overheden hebben de mogelijkheid om ruimtelijke belangen vast te leggen in beleidsdocumenten. De Rijksoverheid richt zich vooral op nationale belangen, de provincie Noord-Brabant op provinciale en regionale belangen en de gemeente op lokale belangen. In een bestemmingsplan zijn deze ruimtelijke belangen afgewogen en indien nodig verwerkt in de regels en de verbeelding.
4.2 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 in werking getreden. In de structuurvisie kiest het Rijk voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts dertien nationale belangen. De nationale belangen worden behartigd door Rijkswaterstaat, het ministerie van Defensie en het ministerie van Economie, Landbouw en Innovatie. Buiten deze dertien belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De dertien belangen zijn verdeeld over drie hoofdthema's:
het versterken van de ruimtelijk-economische structuur;
het verbeteren van de bereikbaarheid;
het waarborgen van de kwaliteit van de leefomgeving.
![i_NL.IMRO.1684.14BPbedrstraatkant-VA01_113014.jpg [image]](i_NL.IMRO.1684.14BPbedrstraatkant-VA01_113014.jpg)
Uitsnede kaart 'Nationale ruimtelijke hoofdstructuur'
4.2.1 Versterken ruimtelijk-economische structuur
Binnen dit hoofdthema zijn vier belangen te onderscheiden:
Een excellent en internationaal bereikbaar vestigingsklimaat in de stedelijke regio’s met een concentratie van topsectoren.
Ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en de energietransitie.
Ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen.
Efficiënt gebruik van de ondergrond.
Afweging
In het kader van dit bestemmingsplan spelen de nationale hoofdthema's geen rol.
4.2.2 Verbeteren bereikbaarheid
Binnen het hoofdthema zijn drie belangen benoemd:
Een robuust hoofdnetwerk van weg, spoor en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio’s inclusief de achterlandverbindingen.
Betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem van weg, spoor en vaarwegen.
Het instandhouden van de hoofdnetwerken van weg, spoor en vaarwegen om het functioneren van de netwerken te waarborgen.
Afweging
In het kader van dit bestemmingsplan spelen de nationale hoofdthema's geen rol.
4.2.3 Waarborgen kwaliteit leefomgeving
Binnen het hoofdthema zijn zes belangen benoemd:
Verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water), bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico’s.
Ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en klimaatbestendige stedelijke (her) ontwikkeling.
Ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten.
Ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten.
Ruimte voor militaire terreinen en activiteiten.
Zorgvuldige afwegingen en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke plannen.
Afweging
In het kader van dit bestemmingsplan zijn de zes belangen nader uitgewerkt in hoofdstuk 5: uitvoeringsapecten. De kwaliteit van de leefomgeving wordt gewaarborgd.
4.3 Structuurvisie Ruimtelijke Ordening en Verordening Ruimte
Op 1 januari 2011 is de Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant in werking getreden. Provinciale Staten hebben deze op 1 oktober 2010 vastgesteld. De structuurvisie is opgebouwd uit twee delen (A en B) en een uitwerking.
Deel A bevat de hoofdlijnen van het beleid. Hierin heeft de provincie haar belangen gedefinieerd en ruimtelijke keuzes gemaakt. Deze belangen en keuzes zijn gebaseerd op trends en ontwikkelingen. Ook beschrijft de provincie vanuit welke filosofie ze haar doelen wil bereiken. Die is: ‘samenwerken aan kwaliteit’. De provincie realiseert haar doelen op vier manieren: door regionaal samen te werken, te ontwikkelen, te beschermen en te stimuleren.
In deel B beschrijft de provincie vier ruimtelijke structuren: de groenblauwe structuur, het landelijk gebied, de stedelijke structuur en de infrastructuur. Voor iedere structuur formuleert de provincie ambities en beleid. Per beleidsdoel is aangegeven welke instrumenten de provincie inzet om haar doelen te bereiken.
De provincie gaat geen aparte ruimtelijke visie op het landschap ontwikkelen, maar geeft die onder andere vorm in de 'uitwerking gebiedspaspoorten'. Daarin beschrijft de provincie welke landschapskenmerken zij op regionaal niveau van belang vindt en hoe deze versterkt kunnen worden. Daarnaast zijn er deelstructuurvisies opgesteld voor specifieke onderwerpen.
In de Verordening ruimte staan regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van bestemmingsplannen. Door deze regels weten de gemeenten al in een vroeg stadium waar ze aan toe zijn. Per onderwerp zijn in de verordening gebieden tot op perceelniveau begrensd op een kaart. Hierdoor is duidelijk voor welke gebieden de regels gelden.
![i_NL.IMRO.1684.14BPbedrstraatkant-VA01_113015.jpg [image]](i_NL.IMRO.1684.14BPbedrstraatkant-VA01_113015.jpg)
Figuur 2: uitsnede Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 'Structurenkaart'
![i_NL.IMRO.1684.14BPbedrstraatkant-VA01_113016.png [image]](i_NL.IMRO.1684.14BPbedrstraatkant-VA01_113016.png)
Figuur 3: uitsnede Verordening Ruimte, kaartlagen, blad 3: stedelijke ontwikkeling
Afweging
Het bedrijventerrein Straatkant ligt op de Structurenkaart volledig in het 'Gemengd landelijk gebied'. In dit gebied zijn verschillende functies mogelijk, waarbij kleinschalige bedrijvigheid nabij woonkernen als onderdeel van de plattelandseconomie worden gezien. Bedrijventerrein Straatkant is in deze een bestaand kleinschalig bedrijventerrein dat op een enkel perceel na 'vol' is.
In de Verordening ruimte is het bedrijventerrein opgenomen als ‘agrarisch gebied’ dat verder als ‘extensiveringsgebied’ is benoemd. De gronden zijn nader benoemd als 'teeltondersteunende kassen toegestaan'. In de regels is de mogelijkheid voor teeltondersteunende voorzieningen opgenomen. Het bedrijventerrein Straatkant is bestaand, wordt niet ontwikkeld, uitgebreid of gewijzigd, ligt niet in bestaand stedelijk gebied, een zoekgebied verstedelijking of een integratiegebied stad-land. De Verordening Ruimte stelt geen nadere eisen aan het bedrijventerrein.
Voor voorliggend plan zijn verder geen bijzondere doelstellingen van toepassing. Eventuele toekomstige ontwikkelingen dienen aan te sluiten bij het beleid zoals gesteld in de Structuurvisie of Verordening.
4.4 Uitwerkingsplan Land van Cuijk
Het beleid uit het voormalige Streekplan, ten aanzien van wonen en werken, is uitgewerkt in het Uitwerkingsplan Land van Cuijk. Het Uitwerkingsplan is een ruimtelijk plan op het regionale schaalniveau. In het plan wordt vastgelegd hoe het programma voor wonen en werken verdeeld wordt, welke locaties worden ontwikkeld en in welke volg-orde en tempo dat programma gerealiseerd wordt.
Bij het opstellen van het Uitwerkingsplan was het in het voormalige Streekplan neer-gelegde beleid leidend. Tevens zijn andere plannen betrokken bij het opstellen van het uitwerkingsplan. Een van de belangrijkste is de StructuurvisiePlus Land van Cuijk (2001).
Voor de landelijke regio’s blijft het uitgangspunt ‘bouwen voor migratiesaldo-nul’. Binnen dit beleidskader mag elke gemeente zoveel woningen bouwen als ten minste nodig zijn voor de opvang van de natuurlijke bevolkingsgroei. Het Uitwerkingsplan geeft op basis van de ruimtebehoefte voor de periode tot 2015 locaties aan die voor wonen of werken afweegbaar zijn. Voor de ruimtebehoefte na 2015 geeft het Uitwerkingsplan een indicatie van potentiële woon- en werklocaties.
![i_NL.IMRO.1684.14BPbedrstraatkant-VA01_113017.jpg [image]](i_NL.IMRO.1684.14BPbedrstraatkant-VA01_113017.jpg)
Figuur 4: uitsnede Uitwerkingsplan Land van Cuijk
Gemeente Cuijk
Voor elke gemeente zijn specifieke richtlijnen opgenomen ten aanzien van deze ontwikkelingen. Zo wordt voor Cuijk gesteld dat voor het behouden van de regionale functie op het gebied van wonen, detailhandel, verzorging en bedrijventerreinen het van belang is om in ontwikkelingsmogelijkheden rond de hoofdkern Cuijk te voorzien. Het is bij verstedelijking van belang aan te sluiten op bestaande infrastructuur. Ook het station van Cuijk en de knooppunten rond de A73 zijn belangrijke locatiefactoren. Zwaartepunt voor verstedelijking in de gemeente komt daarom te liggen bij de kern Cuijk.
Het zwaartepunt voor werken komt, gezien het ontbreken van ruimte bij de hoofdkern Cuijk, in de vorm van een regionaal bedrijventerrein (RBT) ten oosten van de Kom Haps te liggen. Hierdoor wordt aangesloten op de A73, de bestaande afvalverwerkingslocatie en de regionale wegverbinding van Haps naar de A73. Op termijn wordt aansluitend op dit RBT een terrein ontwikkeld dat gericht is op categorie-3-bedrijven, zonder bedrijfswoningen. Bij verstedelijking ten oosten van Haps is het van belang dat de aanwezige landschappelijke en natuurlijke waarden zoveel mogelijk worden ontzien en dat eventuele aantasting van deze waarden wordt gecompenseerd.
Afweging
Het bedrijventerrein Straatkant ligt in het 'Landelijk gebied' en binnen de aanduiding 'landschapsbeheer'. Het bedrijventerrein wordt in dit bestemmingsplan niet vergroot.
Er zijn geen juridische maatregelen nodig in de regels of op de verbeelding.
4.5 StructuurvisiePlus Land van Cuijk
De StructuurvisiePlus Land van Cuijk (december 2000) is de gezamenlijke visie van de gemeenten Boxmeer, Cuijk, Grave, Mill en St. Hubert en Sint Anthonis alsmede de provincie Noord-Brabant op de ruimtelijke ordening in het Land van Cuijk. De visie heeft tot doel te functioneren als een duurzaam en kwalitatief georiënteerd kader, waarmee de ruimtelijke ontwikkelingen in het Land van Cuijk zowel op korte, middellange als lange termijn kunnen worden gestuurd. Aandacht wordt geschonken aan de ruimtelijke vraagstukken met betrekking tot wonen, werken, recreatie, landschap en ecologie, landbouw en hydrologie.
![i_NL.IMRO.1684.14BPbedrstraatkant-VA01_113018.jpg [image]](i_NL.IMRO.1684.14BPbedrstraatkant-VA01_113018.jpg)
Figuur 5: uitsnede StructuurvisiePlus Land van Cuijk
Met betrekking tot het ruimtegebruik in de kernen geldt dat intensivering van het ruimtegebruik in het actieprogramma voor de ontwikkelingsstrategie 2000-2010 is opgenomen. In het geval van verdichting mogen de kenmerkende eigenschappen en kwaliteiten van de dorpsstructuur niet worden aangetast. Tevens kunnen de mogelijkheden van revitalisering, herstructurering en efficiënt ruimtegebruik worden onderzocht.
Bij de ontwikkeling van nieuwe locaties (dit geldt voor zowel de locaties die reeds in het bestemmingsplan zijn voorzien, als nieuw aan te wijzen gebieden) dient rekening te worden gehouden met de geomorfologische en cultuurhistorische waarden, zoals die op de geomorfologische en cultuurhistorische interpretatiekaart zijn aangeduid.
Bedrijvigheid
In de kleinste kernen zonder bedrijventerrein zijn slechts incidentele kleinschalige bedrijfsvestigingen mogelijk met inachtneming van de patroonspecifieke kenmerken van de betreffende kernen. In dergelijke kernen bestaan veelal mogelijkheden voor de incidentele vestiging van een beperkt aantal kleinschalige bedrijfjes binnen de bestaande structuur, zonder dat hierdoor de woonkwaliteit aangetast wordt. Dit stelt wel eisen aan de maximale toelaatbare milieucategorie (maximaal milieucategorie 1 en 2) en beperkingen ten aanzien van de doorgroeimogelijkheden van deze bedrijven.
Nabij Haps ligt het lokale bedrijventerrein Straatkant en wordt het Regionaal Bedrijvenpark Laarakker (hierna: RBL) ontwikkeld. Het te ontwikkelen terrein beslaat een oppervlakte van circa 72 hectare bruto, waarvan ongeveer 53 hectare (530.000 m²) is bestemd voor uitgifte aan bedrijven. Het RBL wordt ontwikkeld ten oosten van de Cuijkseweg en ten noorden van de Oeffeltseweg. Het terrein wordt dus niet direct tegen de kern van Haps ontwikkeld. Het punt waar het terrein aan de kern grenst, is in het zuidoosten (nabij het punt Cuijkseweg-Kalhofseweg-Oeffeltseweg). Op dat punt zullen echter geen bedrijven gevestigd worden. Hier blijft het zogenaamde evenemententerrein met een nader te bepalen oppervlakte gehandhaafd.
Het RBL wordt bestemd voor bedrijven in milieucategorie 3 (met kavels groter dan 5.000 m²) en bedrijven in de (hoogste) milieucategorie 4 en 5. De bedrijven vallen binnen de sectoren afvalverwerking, industrie, handel en logistiek. Aan de randen van het gebied - langs de Oeffeltseweg en de Cuijkseweg - wordt alleen de lichtere milieucategorie toegestaan.
Afweging
Op het structuurbeeld voor de regio is bedrijventerrein Straatkant opgenomen als 'beheer bestaand werkgebied'. Het bedrijventerrein wordt in dit bestemmingsplan niet vergroot. Bedrijventerrein Straatkant is een lokaal bedrijventerrein voor de kern Haps. Het biedt vestigingsmogelijkheden voor kleinere lokale bedrijven. Dit kunnen bedrijven zijn afkomstig uit de kern of uit de directe omgeving. Ze hebben een vrij sterke binding wat blijkt uit de herkomst van de werknemers.
Er zijn geen juridische maatregelen nodig in de regels of op de verbeelding.