Artikel 20 Algemene afwijkingsregels

 

Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van het bepaalde in lid 23.1 bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels en de plankaart en toestaan dat:

  1. maximaal 10% wordt afgeweken van de gegeven maatvoering en percentages;

  2. gebouwen buiten het bouwvlak worden gebouwd, onder voorwaarde dat:

    1. de geluidsbelasting vanwege het wegverkeer bij geluidsgevoelige gebouwen niet hoger is dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde;

    2. het gebouw geheel binnen het bestemmingsvlak moet worden gebouwd;

    3. het gezamenlijke oppervlak van de gebouwen maximaal gelijk is aan het oppervlak van het bouwvlak vermeerderd met 10%;

    4. het gebouw maximaal 3 m buiten het bouwvlak mag worden gebouwd;

    5. de stedenbouwkundige structuur in acht wordt genomen;

  3. de bestemmingsgrenzen of het bestemmingsvlak in geringe mate wordt overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft, waarbij geldt dat de natuurlijke, landschappelijke, hydrologische en archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast;

  4. gebouwen van openbaar nut worden gebouwd, zoals openbare nutsgebouwen, wachthuizen voor het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwen voor de bediening van waterhuishoudkundige voorzieningen, toiletgebouwen, en naar aard daarmee gelijk te stellen gebouwen, onder voorwaarde dat:

    1. de inhoud per gebouw niet meer mag bedragen dan 50 m³;

    2. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3,5 m.