[image]

 

 

 

 

bestemmingsplan

 

‘Sint Agatha’

 

 

 [image]

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Datum : 10 september 2012

IDN : NL.IMRO.1684.05BPsintagatha-VA01

 

 

 
Inhoudsopgave

 

 

Hoofdstuk 1 Inleiding 5

1.1 Algemeen 5

1.2 Aanleiding en doel 5

1.3 Plangebied 6

1.4 Vigerend planologisch recht 6

1.5 Leeswijzer 7

 

Hoofdstuk 2 Huidige situatie 8

2.1 Algemeen 8

2.2 Bouwgeschiedenis en ruimtelijke structuur 8

2.3 Functies 8

 

Hoofdstuk 3 Ontwikkelingen 10

3.1 Algemeen 10

3.2 Beheersplan 10

3.3 Ontwikkelingen nabij het plangebied 10

3.4 Ontwikkelingen in het plangebied 10

3.5 Ontwikkeling uitbreiding sportveld 11

 

Hoofdstuk 4 Ruimtelijk beleidskader 13

4.1 Algemeen 13

4.3 Nota Ruimte 13

4.4 Structuurvisie Ruimtelijke Ordening en Verordening Ruimte 13

4.5 Uitwerkingsplan Land van Cuijk 15

4.6 StructuurvisiePlus Land van Cuijk 16

4.7 Dorpsontwikkelingsplan Sint Agatha 17

 

Hoofdstuk 5 Uitvoeringsaspecten 18

5.1 Algemeen 18

5.2 Milieu 18

5.3 Externe veiligheid 20

5.4 Water 21

5.5 Erfgoed 23

5.6 Flora en fauna 26

5.7 Infrastructuur 27

5.8 Bedrijven 27

5.9 Cultuur en ontspanning 27

5.10 Groen 28

5.11 Horeca 28

5.12 Maatschappelijk 29

5.13 Verkeer 29

5.14 Wonen 30

 

Hoofdstuk 6 Juridische verantwoording 32

6.1 Algemeen 32

6.2 Toelichting op de verbeelding 32

6.3 Toelichting op de regels 32

 

Hoofdstuk 7 Handhaafbaarheid 38

 

Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid 39

8.1 Algemeen 39

8.2 Exploitatieplan 39

8.3 Planschade 39

 

Hoofdstuk 9 Procedure 40

9.1 Inspraak en vooroverleg 40

9.2 Zienswijzen 40

Bijlage bij de toelichting 41

 

 

Hoofdstuk 1 Inleiding

 

1.1 Algemeen

 

Voorliggend rapport betreft het bestemmingsplan "Sint Agatha".

 

Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels, en gaat vergezeld van een toelichting. Op de verbeelding zijn de bestemmingen door middel van kleuren en aanduidingen weergegeven en nader gedifferentieerd. De regels en de verbeelding regelen de wijze waarop de gronden binnen de bestemmingen gebruikt en bebouwd mogen worden. Op basis van het Besluit ruimtelijke ordening dient een toelichting in ieder geval informatie te geven over:

1.2 Aanleiding en doel

 

De gemeente Cuijk is bezig met het actualiseren van haar bestemmingsplannen. In het kader hiervan is op 6 februari 2012 het ‘Actualiseringsprogramma bestemmingsplannen 2012-2013' vastgesteld. Op grond van artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) dient een bestemmingsplan eens per tien jaar te worden herzien. Het merendeel van de Cuijkse bestemmingsplannen is ouder dan tien jaar. De gemeente Cuijk en haar inwoners hebben belang bij actuele bestemmingsplannen vanwege grotere rechtszekerheid, rechtsgelijkheid en overzichtelijkheid. Getracht wordt in alle kernen dezelfde plansystematiek te hanteren.

 

Met de actualisering van de bestemmingsplannen, worden de volgende doelen nagestreefd:

  1. de afname van het aantal bestemmingsplannen;

  2. de digitalisering van bestemmingsplannen;

  3. de standaardisering van bestemmingsplannen;

  4. het mogen heffen van leges na 30 juni 2013;

  5. verwerking van nieuwe wetgeving;

  6. het aangeven van het actuele beleidskader;

  7. verwerking van ontwikkelingen die de benodigde procedures reeds doorlopen hebben.

 

De geactualiseerde bestemmingsplannen in het algemeen en het voorliggende bestemmingsplan “Sint Agatha” in het bijzonder zijn van een conserverend karakter, waarbij de bestaande planologische rechten de uitgangsbasis vormen. Als de huidige ruimtelijke situatie afwijkt van de planologische rechten, dan wordt maatwerk geleverd, zolang het niet om ongewenst gebruik gaat. Daarbij wordt rekening gehouden met de aansluiting op vastgestelde ruimtelijke beleidslijnen. Alleen ontwikkelingen welke reeds de benodigde procedures en besluitvorming doorlopen hebben, worden direct meegenomen in het bestemmingsplan. Het kan daarbij gaan om besluiten genomen onder de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO), haar opvolger de Wro of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

1.3 Plangebied

 

Het plangebied 'Sint Agatha' is een klein dorp gelegen in het zuidoosten van de gemeente Cuijk, nabij de hoofdkern Cuijk. Sint Agatha is omgeven door agrarisch gebied, met ten noorden de uiterwaarden van de Maas. Het plangebied wordt globaal begrensd door de Maasdijk, Veerstraat, Sportpark Veldzicht, Liesmortel en Gildeweg.

 

 [image]

Figuur 1: globale ligging plangebied

 

1.4 Vigerend planologisch recht

 

Het voorliggende bestemmingsplan vervangt, nadat het in werking is getreden, de regelingen van de vigerende bestemmingsplannen. Voorliggend plan herziet tevens alle uitwerkingen, wijzigingen, vrijstellingen ex artikel 19 WRO en 'projectbesluiten' onder de Wabo van de bovengenoemde plannen voor wat betreft het aangegeven plangebied. Tot het moment van inwerkingtreding geldt voor het plangebied dus hetgeen planologisch is geregeld in deze bestemmingsplannen:

 

Naam

Vastgesteld

Goedgekeurd

Bp St. Agatha (1949)

25 maart 1949

1 februari 1950

Bp Kern Sint Agatha 1998

26 oktober 1998

14 januari 1999

Bp Kern Sint Agatha 1998, 1e wijziging ex artikel 11 WRO

3 mei 2005

2 juni 2005

Sint Agatha, Kepserterrein

10 maart 2010

niet van toepassing

Omgevingsvergunning Multifunctionele accomodatie 'De Agaat' (uitgebreide procedure)

verleend op 12 juli 2011

niet van toepassing

 

In de directe omgeving van het plangebied is één bestemmingsplan recent vastgesteld :

1.5 Leeswijzer

 

In hoofdstuk 2 is een beschrijving opgenomen van de ruimtelijke historie en de huidige situatie van het plangebied. De belangrijkste bevindingen van de gebiedsinventarisatie komen aan bod en vormen de eerste aanzet tot het toekennen van bestemmingen.

 

Hoofdstuk 3 gaat in op het ruimtelijke doel van het bestemmingsplan (beheer of ontwikkeling). Bij eventuele ruimtelijke ontwikkelingen wordt beschreven wat er gaat veranderen en waarom deze verandering nodig wordt geacht.

 

In hoofdstuk 4 wordt een afweging gemaakt van het ruimtelijke beleidskader voor het plangebied.

 

In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de diverse uitvoeringsaspecten in het plangebied. Voor verschillende ruimtelijke aspecten en functies is gekeken naar de ruimtelijke gevolgen, eventuele onderzoeksresultaten en de juridische vertaling naar regels en verbeelding.

 

In hoofdstuk 6 wordt de juridische verantwoording gegeven als korte samenvatting van de bevindingen uit hoofdstuk 4 en 5.

 

In hoofdstuk 7 wordt aandacht geschonken aan het handhavingsbeleid in de gemeente cuijk.

 

In hoofdstuk 8 komt de economische uitvoerbaarheid van de planologische regeling aan de orde.

 

In hoofdstuk 9 wordt ingegaan op de procedures die voorliggend bestemmingsplan heeft doorlopen. Uiteengezet wordt op welke wijze rekening is gehouden met de maatschappelijke aspecten inzake de uitvoering van het bestemmingsplan.

 

 

Hoofdstuk 2 Huidige situatie

 

2.1 Algemeen

 

Dit hoofdstuk beschrijft de huidige, ruimtelijke situatie van Sint Agatha. Om een weloverwogen ruimtelijk beleid te voeren is het zaak om kennis te hebben van de bouwgeschiedenis van een gebied en de daardoor ontstane ruimtelijke structuur en functies. De huidige situatie vormt de basis voor nieuwe ontwikkelingen.

2.2 Bouwgeschiedenis en ruimtelijke structuur

 

De geschiedenis van Sint Agatha is altijd nauw verbonden geweest met het Kruisherenklooster, voor het eerst genoemd op 4 september 1315. In 1371 kwam er een kapel, gewijd aan Sint Agatha, die is uitgegroeid tot het huidige klooster. In de tweede helft van de vijftiende eeuw kwam de bij het klooster behorende kerk gereed. Het klooster en de kerk liggen aan de oude weg van Cuijk naar Oeffelt.

 

De ruimtelijke structuur van Sint Agatha bestaat uit de historische wegenstructuur, de aangrenzende bebouwing en open ruimten. Sint Agatha is bij uitstek een woonkern. Tot twintig jaar terug kenmerkte deze woonfunctie zich ruimtelijk vooral door een typische lintbebouwing langs de Kloosterlaan, De Veerstraat, de Gildeweg en de Liesmortel. Hoewel nog steeds duidelijk zichtbaar, heeft woningbouw rondom de Appelgaard en het Kepserterrein geleid tot verdichting van de woonbebouwing. Een grote open ruimte wordt gevormd door de begraafplaats aan de Kloosterlaan. De sportvelden aan de Liesmortel worden tot de dorpskern gerekend.

2.3 Functies

 

Er is ter plaatse een inventarisatie gemaakt van de functies in het plangebied en de directe omgeving (21 april 2011). De aangetroffen functies zijn ingedeeld naar de hoofdgroepen van bestemmingen uit de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2008 (hierna: SVBP2008). Deze hoofdgroepen moeten verplicht gebruikt worden bij het opstellen van een bestemmingsplan. Per hoofdgroep wordt een korte beschrijving gegeven van de bijzonderheden.

 

2.3.1 Bedrijven

Er zijn drie bedrijfslocaties in Sint Agatha:

  1. een opslagbedrijf voor kunstof- en aluminiumkozijnen, het op maat maken daarvan en een showroom aan de Liesmortel 9/9a;

  2. een textieldrukkerij en een groothandel in werkkleding en vakbenodigheden aan de Veerstraat 4;

  3. een hovenier aan de Liesmortel 42.

 

De bedrijfslocatie 1 is volledig omgeven door woningen, de bedrijfslocaties 2 en 3 liggen in de rand van het dorp. De uitgeoefende bedrijfsactiviteiten zijn kleinschalig en zijn passend binnen een woonomgeving.

 

2.3.2 Groen

Aan de Appelgaard ligt een kleine speeltuin. Waar de Gildeweg zich splitst in de Heikantseweg en de Kuilen begint een groenvoorziening met een speeltuin, de schuttersplaats en een karakteristieke Mariakapel. Alleen de punt met de Mariakapel ligt binnen het plangebied.

 

2.3.3 Horeca

De enige horeca in Sint Agatha is gevestigd aan de Liesmortel 4/4a en wordt uitgebaat als een café met een klein terras.

 

2.3.4 Maatschappelijk

De maatschappelijke functies bestaan uit:

  1. een karakteristieke begraafplaats aan de Kloosterlaan;

  2. een gemeenschapshuis aan de Liesmortel 17;

  3. een basisschool en kinderopvang aan de Liesmortel 19;

  4. een multifunctionele accomodatie aan de Liesmortel 46.

 

2.3.5 Sport

Aan de Liesmortel ligt het Sportpark Veldzicht met twee voetvalbelden, twee tennisbanen, een korfbalveld en ondersteunende bebouwing. Het voetbalveld grenzend aan de Heikantseweg en beide tennisbanen hebben verlichting. Een omgevingsvergunning is verleend om een nieuwe accomodatie te bouwen voor sport, cultuur, ontspanning en maatschappelijk gerelateerde functies.

 

2.3.6 Verkeer

De belangrijkste wegen in Sint Agatha zijn de Odiliadijk-Liesmortel, de Gildeweg-Heikantseweg en de Groenstraat-Veerstraat. De wegenstructuur kenmerkt zich door twee 'V'-splitsingen bij de Gildeweg en de Odiliadijk, met in de punten een Mariakapel, respectievelijk een Heilig Hartbeeld.

 

2.3.7 Water

Binnen het plangebied komt geen oppervlaktewater voor. Wel ligt het dorp aan de noordzijde in de teen van de Maasdijk: een primaire waterkering.

 

2.3.8 Wonen

Het wonen is de hoofdfunctie in Sint Agatha. De woonbebouwing bestaat hoofdzakelijk uit vrijstaande woningen en twee-onder-één-kappers. Tussen de meer recente woningen staan oudere, karakteristieke boerderijen.

 

 

Hoofdstuk 3 Ontwikkelingen

 

3.1 Algemeen

 

Dit hoofdstuk beschrijft de beheersmatige kant van het bestemmingsplan en de ontwikkelingen nabij het plangebied, die mogelijk invloed kunnen hebben op het plangebied. Vervolgens worden de ruimtelijke ontwikkelingen beschreven die zijn voorzien in het plangebied in de komende tien jaar. De wenselijkheid en de uitvoerbaarheid van deze ontwikkelingen wordt in het volgende hoofdstuk afgewogen.

3.2 Conserverend plan

 

Voorliggend bestemmingsplan "Sint Agatha" is een conserverend plan. Dat wil zeggen dat de vigerende planologische rgelingen leidend zijn, op elkaar worden afgestemd en van een meer actuele bestemmingsregeling worden voorzien. Binnen de bestemmingen zijn reële mogelijkheden voor het oprichten, vervangen en uitbreiden van bebouwing en voor het in beperkte mate veranderen van het gebruik van grond en bebouwing gegeven. In alle gevallen gaat het daarbij om veranderingen in bebouwing en gebruik die samenhangen met de bestaande functie en daarom passen binnen een beheersgerichte bestemming.

3.3 Ontwikkelingen in het plangebied

 

In het plangebied worden geen nieuwe ontwikkelingen direct mogelijk gemaakt, met uitzondering ter plaatse van de sportvelden (zie paragraaf 3.5). Dat betekent dat in het geval van een ontwikkeling er altijd een procedure nodig is, met mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen. In deze paragraaf worden de ontwikkelingen die reeds in uitvoering zijn kort besproken, gevolgd door ontwikkelingen die mogelijk zijn met een wijzigingsbevoegdheid. Een wijzigingsbevoegdheid maakt het mogelijk om onder voorwaarden een bestemming te wijzigen naar een andere bestemming. De keuze van de nieuwe bestemming is niet vrij, maar is in de voorwaarden van de wijzigingsbevoegdheid vastgelegd. De bevoegdheid om een bestemming te wijzigen ligt bij het college van burgemeester en wethouders en gaat vergezeld van een openbare procedure.

 

Ontwikkeling multifunctionele accomodatie sportpark Veldzicht

Het plan betreft de realisatie van een multifunctionele accommodatie (MFA) op het sportpark "Veldzicht" aan de Liesmortel 46 te Sint Agatha. Het huidige toegestane gebruik van sportactiviteiten wordt uitgebreid met cultuur, ontspanning en maatschappelijk gerelateerde functies. Dat brengt met zich mee dat door de week niet alleen ‘s avonds activiteiten zullen plaatsvinden maar dat de locatie ook overdag gebruik gaat worden. In de weekenden werd het terrein al overdag gebruikt voor de sportuitoefening. De benodigde omgevingsvergunning voor de MFA, vergezeld van een ruimtelijke onderbouwing, is op 12 juli 2011 verleend. De bouw is gestart.

 

Wijzigingsbevoegdheden

In het plangebied zijn geen wijzigingsbevoegdheden opgenomen waarmee op grote schaal functies kunnen worden gewijzigd. Het is wel mogelijk om kleine delen van de bestemming 'Groen' te wijzigen naar 'Wonen'. Deze wijzigingsbevoegdheid is alleen van toepassing als het openbaar groen aansluit op de tuin van de particulier die de grond aankoopt of in gebruik krijgt.

3.4 Ontwikkelingen nabij het plangebied

 

De onderstaande ontwikkelingen grenzen aan het plangebied en hebben in meerdere of mindere mate gevolgen voor de ruimtelijke functies in het plangebied. In deze paragraaf worden deze ontwikkelingen en hun mogelijke invloed kort besproken. Tevens wordt vermeld hoe die ontwikkelingen in de afzonderlijke bestemmingsplannen zijn/worden geregeld.

 

Ontwikkeling Buitengebied 2010

De afgelopen jaren is gewerkt aan een nieuw bestemmingsplan voor het buitengebied van de gemeente Cuijk. Het bestemmingsplan is op 19 september 2011vastgesteld door de gemeenteraad. Het plan omsluit Sint Agatha, maar heeft geen invloed op het dorp. Net als onderhavig plan is het Buitengebied 2010 een beheersplan, met beperkte mogelijkheden voor nieuwe functies.

3.5 Ontwikkeling uitbreiding sportveld

De MFA wordt gebouwd op het oorspronkelijke korfbalveld van de Quick Up. De korfbalvereniging is momenteel genoodzaakt om haar toevlucht te nemen tot het tweede veld van de voetbalvereniging. Afgesproken is dat er een nieuw veld wordt gerealiseerd voor de korfbalvereniging. De korfbalvereniging heeft de wens uitgesproken om het korfbalveld te positioneren tussen de MFA en het hoofdvoetbalveld. Dit betekent dat het voetbalveld 35 meter naar achteren verplaatst dient te worden.

 

Daarmee komt het voetbalveld te liggen op een agrarisch perceel met een bestemming die sportactiviteiten niet toelaat. De huidige bestemming van de voetbalvelden is 'Maatschappelijke doeleinden'. Het perceel grond dat aan het plangebied wordt toegevoegd is ca. 2.800 m² groot en heeft de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden', waaronder archeologisch waarden, een dassencorridor en een cultuurhistorisch waardevolle akker. De nieuwe bestemming van de grond wordt 'Sport'. De grond is in eigendom van de gemeente.

 

 [image] [image]

Figuur 2: Kaartblad 3 Verordening ruimte Figuur 3: luchtfoto maart 2011

 

Op blad 3 van de kaartlagen behorende bij de Verordening ruimte van de provincie Noord-Brabant is op te maken dat het perceel tegen, maar niet in het stedelijk gebied ligt. De regels uit de Verordening Ruimte aangaande 'kleinschalige vrije-tijds-voorzieningen buiten het bestaand stedelijk gebied' (artikel 11 lid 11) bieden de volgende mogelijkheid:

 

"Een bestemmingsplan dat is gelegen in de kernrandzone kan voorzien in de vestiging of uitbreiding van voorzieningen voor veldsporten, volkstuinen en andere kleinschalige vrije-tijdsvoorzieningen mits:

  1. de beoogde ontwikkeling slechts beperkte bebouwing met zich brengt waarbij er geen sprake behoeft te zijn van een VAB-vestiging;

  2. er sprake is van een beperkte publieksaantrekkende werking."

 

In de Verordening ruimte is de kernrandzone als volgt gedefinieerd:

 

"Overgangsgebied naar het buitengebied, gelegen langs bestaand stedelijk gebied, met daarin relatief veel bebouwing op korte afstand van elkaar en met een ondergeschikt of afnemend agrarische functie."

 

De MFA en de sportvelden liggen in de lintbebouwing van de Liesmortel, een hoofdstraat in het dorp Linden. De lintbebouwing is een duidelijk overgangsgebied van stedelijk gebied naar buitengebied. De herinrichting van de sportvelden leidt niet tot extra bebouwing. De herinrichting is gericht op het terugbrengen van het voormalige tweede korfbalveld. Aangezien het totaal aantal sportvelden gelijk blijft aan de situatie van vóór de bouw van de MFA en daarmee ook de gebruiksmogelijkheden, wordt geen extra publieksaantrekkende werking verwacht. De Verordening ruimte staat de uitbreiding van de sportvelden niet in de weg.

 

 [image]

Figuur 4: herinrichting sportvelden met nieuwe plangrens (oude plangrens -o- )

 

 

Hoofdstuk 4 Ruimtelijk beleidskader

 

4.1 Algemeen

 

Alle overheden hebben de mogelijkheid om ruimtelijke belangen vast te leggen in beleidsdocumenten. De Rijksoverheid richt zich vooral op nationale belangen, de provincie Noord-Brabant op provinciale en regionale belangen en de gemeente op lokale belangen. In een bestemmingsplan zijn deze ruimtelijke belangen afgewogen en indien nodig verwerkt in de regels en de verbeelding.

4.2 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

 

De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 in werking getreden. In de structuurvisie kiest het Rijk voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts dertien nationale belangen. De nationale belangen worden behartigd door Rijkswaterstaat, het ministerie van Defensie en het ministerie van Economie, Landbouw en Innovatie. Buiten deze dertien belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De dertien belangen zijn verdeeld over drie hoofdthema's:

 

  1. het versterken van de ruimtelijk-economische structuur;

  2. het verbeteren van de bereikbaarheid;

  3. het waarborgen van de kwaliteit van de leefomgeving.

 

 [image]

Uitsnede kaart 'Nationale ruimtelijke hoofdstructuur'

 

4.2.1 Versterken ruimtelijk-economische structuur

Binnen dit hoofdthema zijn vier belangen te onderscheiden:

  1. Een excellent en internationaal bereikbaar vestigingsklimaat in de stedelijke regio’s met een concentratie van topsectoren.

  2. Ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en de energietransitie.

  3. Ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen.

  4. Efficiënt gebruik van de ondergrond.

 

Afweging

In het kader van dit bestemmingsplan spelen de nationale hoofdthema's geen rol.

 

4.2.2 Verbeteren bereikbaarheid

Binnen het hoofdthema zijn drie belangen benoemd:

  1. Een robuust hoofdnetwerk van weg, spoor en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio’s inclusief de achterlandverbindingen.

  2. Betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem van weg, spoor en vaarwegen.

  3. Het instandhouden van de hoofdnetwerken van weg, spoor en vaarwegen om het functioneren van de netwerken te waarborgen.

 

Afweging

In het kader van dit bestemmingsplan spelen de nationale hoofdthema's geen rol.

 

4.2.3 Waarborgen kwaliteit leefomgeving

Binnen het hoofdthema zijn zes belangen benoemd:

  1. Verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water), bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico’s.

  2. Ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en klimaatbestendige stedelijke (her) ontwikkeling.

  3. Ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten.

  4. Ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten.

  5. Ruimte voor militaire terreinen en activiteiten.

  6. Zorgvuldige afwegingen en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke plannen.

 

Afweging

In het kader van dit bestemmingsplan zijn de zes belangen nader uitgewerkt in hoofdstuk 5: uitvoeringsapecten. De kwaliteit van de leefomgeving wordt gewaarborgd.

4.3 Structuurvisie Ruimtelijke Ordening en Verordening Ruimte

Op 1 januari 2011 is de Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant in werking getreden. Provinciale Staten hebben deze op 1 oktober 2010 vastgesteld. De structuurvisie is opgebouwd uit twee delen (A en B) en een uitwerking.

 

Deel A bevat de hoofdlijnen van het beleid. Hierin heeft de provincie haar belangen gedefinieerd en ruimtelijke keuzes gemaakt. Deze belangen en keuzes zijn gebaseerd op trends en ontwikkelingen. Ook beschrijft de provincie vanuit welke filosofie ze haar doelen wil bereiken. Die is: ‘samenwerken aan kwaliteit’. De provincie realiseert haar doelen op vier manieren: door regionaal samen te werken, te ontwikkelen, te beschermen en te stimuleren.

In deel B beschrijft de provincie vier ruimtelijke structuren: de groenblauwe structuur, het landelijk gebied, de stedelijke structuur en de infrastructuur. Voor iedere structuur formuleert de provincie ambities en beleid. Per beleidsdoel is aangegeven welke instrumenten de provincie inzet om haar doelen te bereiken.

 

De provincie gaat geen aparte ruimtelijke visie op het landschap ontwikkelen, maar geeft die onder andere vorm in de 'uitwerking gebiedspaspoorten'. Daarin beschrijft de provincie welke landschapskenmerken zij op regionaal niveau van belang vindt en hoe deze versterkt kunnen worden. Daarnaast zijn er deelstructuurvisies opgesteld voor specifieke onderwerpen.

 

 [image]

Figuur 2: uitsnede Structurenkaart

 

In de Verordening ruimte staan regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van bestemmingsplannen. Door deze regels weten de gemeenten al in een vroeg stadium waar ze aan toe zijn. Per onderwerp zijn in de verordening gebieden tot op perceelniveau begrensd op een kaart. Hierdoor is duidelijk voor welke gebieden de regels gelden.

 

Afweging

Sint Agatha is op de Structurenkaart opgenomen als 'kern in het landelijk gebied'. Ten oosten, zuiden en westen zijn de gronden benoemd als 'gemengd landelijk gebied'. In het noorden, buitendijks gelegen, liggen de 'groenblauwe mantel' en het 'waterbergingsgebied'.

 

Het provinciebestuur hecht waarde aan het behoud van het dorpse karakter en de relatie met het omliggende landschap. Het verweven van wonen, werken en voorzieningen met behoud van de eigen identiteit is belangrijk. Over Sint Agatha zelf zijn geen beleidsuitspraken gedaan. Met de woningbouwlocatie Kepserterrein is voor de planperiode voorzien in woningbouw. Het aantal bedrijven is afgenomen en het aantal voorzieningen is gelijk gebleven.

 

De groenblauwe mantel ligt buitendijks in de uiterwaarden van de Maas. De agrarische functie is het belangrijkst, aangevuld met natuur, water en beperkt recreatie en toerisme. Bij Sint Agatha is een belangrijk landschapselement aanwezig in de groenblauwe mantel, namelijk het maasheggenlandschap. Dit type landschap wordt beschouwd als één van het oudste, nog bestaande cultuurlandschap in Nederland. Het plangebied ligt niet in de blauwgroene mantel.

 

Het waterbergingsgebied op de kaart valt in de categorie 'hoogwaterbescherming' met ruimte voor de berging van water in het winterbed van de Maas. Het gaat hierbij om het buitendijkse gedeelte, waar het plangebied volledig binnendijks is gelegen. Om de beschermende functie van de Maasdijk te behouden zijn er in de regels bouwbeperkingen opgenomen binnen de teen van de waterkering.

 

In de Verordening ruimte is Sint Agatha opgenomen als ‘kern in landelijk gebied’, omringd door ‘agrarisch gebied’ dat verder als ‘extensiveringsgebied’ is benoemd. De directe omgeving van Sint Agatha is opgenomen als ‘cultuurhistorisch vlak’ en het klooster als ‘complex van cultuurhistorisch belang’. Tenslotte is de Maasdijk benoemd als ‘primaire waterkering’. Alleen laatstgenoemde ligt voor een klein deel binnen het plangebied. De Verordening schrijft in deze voor dat de functie van de waterkering afdoende beschermd moet worden. In de regels is daarom de dubbelbestemming ‘Waarde – Waterkering’ uitgewerkt.

 

Voor voorliggend plan zijn verder geen bijzondere doelstellingen van toepassing. Eventuele toekomstige ontwikkelingen dienen aan te sluiten bij het beleid zoals gesteld in de Structuurvisie of Verordening.

4.4 Uitwerkingsplan Land van Cuijk

 

Het beleid uit het voormalige Streekplan, ten aanzien van wonen en werken, is uitgewerkt in het Uitwerkingsplan Land van Cuijk. Het Uitwerkingsplan is een ruimtelijk plan op het regionale schaalniveau. In het plan wordt vastgelegd hoe het programma voor wonen en werken verdeeld wordt, welke locaties worden ontwikkeld en in welke volg-orde en tempo dat programma gerealiseerd wordt.

Bij het opstellen van het Uitwerkingsplan was het in het voormalige Streekplan neer-gelegde beleid leidend. Tevens zijn andere plannen betrokken bij het opstellen van het uitwerkingsplan. Een van de belangrijkste is de StructuurvisiePlus Land van Cuijk (2001).

 

Voor de landelijke regio’s blijft het uitgangspunt ‘bouwen voor migratiesaldo-nul’. Bin-nen dit beleidskader mag elke gemeente zoveel woningen bouwen als ten minste no-dig zijn voor de opvang van de natuurlijke bevolkingsgroei. Het Uitwerkingsplan geeft op basis van de ruimtebehoefte voor de periode tot 2015 locaties aan die voor wonen of werken afweegbaar zijn. Voor de ruimtebehoefte na 2015 geeft het Uitwerkingsplan een indicatie van potentiële woon- en werklocaties.

 

Gemeente Cuijk

Voor elke gemeente zijn specifieke richtlijnen opgenomen ten aanzien van deze ontwikkelingen. Zo wordt voor Cuijk gesteld dat voor het behouden van de regionale functie op het gebied van wonen, detailhandel, verzorging en bedrijventerreinen het van belang is om in ontwikkelingsmogelijkheden rond de hoofdkern Cuijk te voorzien. Het is bij verstedelijking van belang aan te sluiten op bestaande infrastructuur. Ook het station van Cuijk en de knooppunten rond de A73 zijn belangrijke locatiefactoren. Zwaartepunt voor verstedelijking in de gemeente komt daarom te liggen bij de kern Cuijk.

 

Het zwaartepunt voor werken komt, gezien het ontbreken van ruimte bij de hoofdkern Cuijk, in de vorm van een regionaal bedrijventerrein (RBT) ten oosten van de kern Haps te liggen. Hierdoor wordt aangesloten op de A73, de bestaande afvalverwerkingslocatie en de regionale wegverbinding van Haps naar de A73. Op termijn wordt aansluitend op dit RBT een terrein ontwikkeld dat gericht is op categorie-3-bedrijven, zonder bedrijfswoningen. Het RBT ligt op ruim 2,5 kilometer van Sint Agatha.

 

 [image]

Figuur 3: uitsnede Uitwerkingsplan Land van Cuijk

 

Afweging

Het plangebied is aangeduid als 'stedelijk gebied' gericht op 'beheer en intensivering'. Voor Sint Agatha ligt daarbij de nadruk op het beheer en minder op het intensiveren van het ruimtegebruik. Als voorbeeld van intensivering kan het Kepserterrein genoemd worden dat van een bedrijfsperceel is omgezet naar een woningbouwlocatie.

Er zijn verder geen grootschalige ontwikkelingen gepland in het plangebied. Eventuele toekomstige ontwikkelingen dienen aan te sluiten bij het beleid zoals gesteld in het Uitwerkingsplan Land van Cuijk. Er zijn geen juridische maatregelen nodig in de regels of op de verbeelding.

4.5 StructuurvisiePlus Land van Cuijk

 

De StructuurvisiePlus Land van Cuijk (december 2000) is de gezamenlijke visie van de gemeenten Boxmeer, Cuijk, Grave, Mill en St. Hubert en Sint Anthonis alsmede de provincie Noord-Brabant op de ruimtelijke ordening in het Land van Cuijk. De visie heeft tot doel te functioneren als een duurzaam en kwalitatief georiënteerd kader, waarmee de ruimtelijke ontwikkelingen in het Land van Cuijk zowel op korte, middellange als lange termijn kunnen worden gestuurd. Aandacht wordt geschonken aan de ruimtelijke vraagstukken met betrekking tot wonen, werken, recreatie, landschap en ecologie, landbouw en hydrologie.

 

Met betrekking tot het ruimtegebruik in de kernen geldt dat intensivering van het ruimtegebruik in het actieprogramma voor de ontwikkelingsstrategie 2000-2010 is opgenomen. In het geval van verdichting mogen de kenmerkende eigenschappen en kwaliteiten van de dorpsstructuur niet worden aangetast. Tevens kunnen de mogelijkheden van revitalisering, herstructurering en efficiënt ruimtegebruik worden onderzocht.

 

Bij de ontwikkeling van nieuwe locaties (dit geldt voor zowel de locaties die reeds in het bestemmingsplan zijn voorzien, als nieuw aan te wijzen gebieden) dient rekening te worden gehouden met de geomorfologische en cultuurhistorische waarden, zoals die op de geomorfologische en cultuurhistorische interpretatiekaart zijn aangeduid.

 

 [image][image]

 

Figuur 4: uitsnede StructuurvisiePlus Land van Cuijk

 

Afweging

Op het structuurbeeld voor de regio is Sint Agatha weergegeven als 'beheer bestand gebied'. De noord-, oost- en westrand zijn aangeduid ald 'begrenzing stads- en dorpsranden'. Het beheer van bestaand woongebied richt zich op de instandhouding van de patroonspecifieke kernmerken binnen de verschillende kernen. Hierbij kunnen de ontwikkelingsmogelijkheden die binnen de patronen bestaan om, met inachtneming van de kwaliteiten, woningen toe te voegen aan de bestaande voorraad, worden benut. Als recent voorbeeld kan het Kepserterrein worden genoemd. Op deze locaties zal alleen gebouwd worden voor de lokale behoefte.

 

Eventuele toekomstige ontwikkelingen dienen aan te sluiten bij het beleid zoals gesteld in de StructuurvisiePlus Land van Cuijk. Er zijn geen juridische maatregelen nodig in de regels of op de verbeelding.

4.6 Monumentale Bomennota Cuijk 2009-2019

 

De Monumentale Bomennota Cuijk 2009-2019 stelt de uitgangspunten vast voor het opstellen van een monumentale bomenlijst, dient ter voorkoming van het verstoren van de groeimogelijkheden van de boom en dient om ontwikkelingen tegen te gaan die de standplaatsen van de boom nadelig beïnvloeden. Daarnaast wil de gemeente de ontwikkeling van een duurzame, vitale en herkenbare boombeplanting in de gemeente stimuleren. Ter bescherming van de monumentale bomen, is een lijst opgesteld. De bomen van deze lijst worden vervolgens positief bestemd in de bestemmingsplannen. Hiermee krijgen deze bomen een feitelijke, fysieke en juridische bescherming.

 

In het bestemmingsplan wordt naast de standplaats van de boom, ook de kwaliteit van de groeiplaats beschermd. De omvang van de groeiplaats betreft de maximaal te bereiken kruindiameter met inbegrip van een extra afstand van 2,00 meter. In de regels van het bestemmingsplan worden deze beschermende bepalingen opgenomen, onder andere door aan te geven dat het verboden is te bouwen binnen deze groeiplaats. Bovendien mogen monumentale bomen niet gekapt worden zonder omgevingsvergunning.

 

Afweging

In het plangebied staan diverse monumentale bomen. Op de verbeelding zijn deze monumentale bomen opgenomen en voorzien van de gebiedsaanduiding ‘monumentale boom’, waardoor de bomen beschermd worden. In de praktijk is gebleken dat het bepalen van de maximale kruindiameter per boom erg moeilijk is. Daarom is gekozen om uit te gaan van een maximaal te bereiken kruindiameter van 20,00 meter, oftewel een straal van 10,00 meter. In de regels wordt de mogelijkheid opgenomen om de groeiplaats te ‘verkleinen’ als aangetoond wordt dat de kruindiameter niet de volle 20,00 meter kan bereiken.

4.7 Dorpsontwikkelingsplan Sint Agatha

 

Met de inwoners van Sint Agatha is, in samenwerking met de gemeente en het Provinciaal Overlegorgaan Noord-Brabant (PON), een Dorpsontwikkelingsplan (DOP) voor het dorp gemaakt. Het eerste initiatief hiertoe is genomen door de visiegroep Sint Agatha. Deze visiegroep is samengesteld uit leden van de dorpsraad en andere actieve bewoners en heeft zich ten doel gesteld om op interactieve wijze een visie voor Sint Agatha te ontwikkelen.

In het DOP zijn 9 prioriteiten opgenomen die de leefbaarheid in Sint Agatha ten goede moeten komen:

  1. Zorgen voor een multifunctionele accommodatie (eventueel met sporthal).

  2. De woningbouw moet meer gericht worden op ouderen en starters en als er woningen beschikbaar komen moeten bewoners van Sint Agatha voorrang hebben bij de toewijzing.

  3. De verkeersveiligheid laat te wensen over (vooral bij de in en uitvalswegen) er moeten meer drempels, asverleggingen en obstakels komen.

  4. Het onderhoud van groenvoorzieningen is slecht en moet verbeterd worden.

  5. De inwoners willen graag meer inspraak met allerlei beleidsaspecten. Hierbij denkt men aan het plan Kepser, de Messemaker en de plannen voor de school.

  6. De jongeren stellen voor dat er Jongeren ontmoetingsplaats (JOP) gerealiseerd wordt in het dorp. Daarbij stellen zij voor dat de JOP voorzien wordt van een tennistafel en een verhard straatvoetbalpleintje voorzien van voetbaldoelen.

  7. De geluidshinder van de A73 moet op welke wijze dan ook beperkt worden.

  8. De overlast van de schapen is voor meerdere mensen een probleem.

  9. Het zwerfvuil moet harder en effectiever worden aangepakt.

 

Afweging

Voor de prioriteiten 1, 2, 3 en 6 is een concrete locatie nodig waarvoor het gebruik en de bouwmogelijkheden afdoende zijn geregeld. Voor wat betreft prioriteit 1 is een omgevingsvergunning aangevraagd voor het oprichten van een multifunctionele accomodatie op het sportterrein aan de Liesmortel. Als de vergunning is verleend wordt de locatie opgenomen in dit bestemmingsplan. Prioriteit 2 heeft vorm gekregen in de woningbouwlocatie Kepserterrein die inmiddels in uitvoer is en opgenomen in dit bestemmingplan. Voor prioriteit 3 is het mogelijk om binnen de bestemming Verkeer verkeersvoorzieningen aan te brengen. Tenslotte is voor prioriteit 6, de JOP, nog geen locatie aangewezen. Wel is in het Speelplekkenplan een zoekgebied 'Jongeren' opgenomen nabij het huidige gemeenschapshuis en de basisschool. In dit bestemmingsplan kan de JOP mogelijk worden gemaakt binnen de bestemmingen 'Maatschappelijk' en 'Groen'.

4.8 Prostitutiebeleid Cuijk 2001

 

Op 1 oktober 2000 is door een wijziging van het wetboek van Strafrecht het algemeen bordeelverbod opgeheven. Door de opheffing van het bordeelverbod is de weg vrijgemaakt voor een integraal gemeentelijk prostitutiebeleid door middel van een facetbestemmingsplan.

Op 9 juli 2001 is door de gemeenteraad van Cuijk het bestemmingsplan “Prostitutiebeleid Cuijk 2001” vastgesteld. Het prostitutiebeleid van de gemeente Cuijk komt voort uit het vastgelegde regionale beleid. De insteek is dat er geen nieuwe prostitutiebedrijven worden toegelaten in de gemeente.

 

In het plangebied is momenteel geen prostitutiebedrijf, seksinrichting, raamprostitutiebedrijf, escortbedrijf of sekswinkel gevestigd. Elders in de gemeente (buitengebied Haps) is reeds een dergelijk bedrijf gevestigd. Hiermee wordt voorzien in de vraag. In de Algemene Regels is een verbod opgenomen voor prositutie in allle vormen.

4.9 Speelautomatenhal

 

De gemeenteraad heeft besloten om geen nieuwe speelautomatenhallen toe te laten binnen de gemeente Cuijk. De reeds aanwezige speelautomatenhal aan de Grotestraat 14 te Cuijk krijgt als enige een positieve bestemming. In de Algemene Regels is een verbod opgenomen voor speelautomatenhallen en dergelijke.

 

 

Hoofdstuk 5 Uitvoeringsaspecten

 

5.1 Algemeen

 

Behalve de beleidskaders waarin de wenselijkheid van bepaald gebruik op bepaalde plaatsen is verwoord, speelt ook de feitelijke uitvoerbaarheid een belangrijke rol. Een plan wordt uitvoerbaar geacht als er geen onevenredige milieutechnische en fysieke belemmeringen zijn, het plan economisch uitvoerbaar is en de regels handhaafbaar zijn.

5.2 Milieu

 

Een belangrijk doel in de ruimtelijke ordening is het realiseren van een goed leefmilieu. Dat houdt onder meer in dat de omgeving zo min mogelijk gevolgen mag hebben op de gezondheid van mensen. In de loop der jaren zijn voor een aantal milieuaspecten waarden wettelijk vastgelegd en gekoppeld aan een onderzoeksverplichting bij ruimtelijke ontwikkelingen.

 

5.2.1 Bodem

De Wet bodembescherming (Wbb) bevat de voorwaarden die (kunnen) worden verbonden aan het verrichten van handelingen in of op de bodem. Primair komt bescherming en sanering in de wet aan bod. Daarnaast verbiedt de Woningwet bouwen op verontreinigde grond.

 

In het kader van de Wet ruimtelijke ordening dient in het geval van incidentele bouwlocaties en bestaande bouwtitels beoordeeld te worden of de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemmingen. Uitgangspunt is dat minimaal een historisch bodemonderzoek plaats dient te vinden, conform NEN 5725. Indien er sprake is van een verdachte locatie moet het historisch onderzoek worden aangevuld met een verkennend bodemonderzoek conform de geldende norm. Ook bij bestemmingswijziging naar een gevoeligere bestemming is een verkennend bodemonderzoek noodzakelijk.

 

Afweging

Het voorliggende bestemmingsplan is een beheersplan en biedt geen nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden. Een bodemonderzoek is in het kader van dit bestemmingsplan

niet noodzakelijk.

 

5.2.2 Lucht

Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden. Deze wet vervangt het Besluit luchtkwaliteit uit 2005 en is een implementatie van de Europese kaderrichtlijn luchtkwaliteit en de vier dochterrichtlijnen waarin onder andere grenswaarden voor de luchtkwaliteit ter bescherming van mens en milieu zijn vastgesteld.

Nederland kan in 2011 niet overal voldoen aan de Europese grenswaarden voor fijn stof en stikstofdioxide, waardoor de realisatie van grote ruimtelijke ontwikkelingen onder druk staat. Het doel van de Wet luchtkwaliteit is het verbeteren van de luchtkwaliteit, zodat in 2015 aan de Europese eisen wordt voldaan en huidige belemmeringen voor gewenste ontwikkelingen zo veel mogelijk worden weggenomen. De kern van de Wet is het ‘Nationaal samenwerkingsprogramma luchtkwaliteit’ (NSL). Dit instrument wordt door de Rijksoverheid gecoördineerd en bevat de ruimtelijke ontwikkelingen die de luchtkwaliteit ‘in betekenende mate verslechteren èn maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren.

 

Projecten die ‘niet in betekenende mate’ leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit hoeven volgens de Wet luchtkwaliteit niet langer afzonderlijk te worden getoetst op de grenswaarde, tenzij een dreigende overschrijding van één of meerdere grenswaarden te verwachten is. VROM heeft de definitie van 'in betekenende mate' vastgelegd in een algemene maatregel van bestuur (AMvB), genaamd: “Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)”.

 

Projecten die de concentratie meer dan 3% van de grenswaarde van een stof verhogen, dragen in betekenende mate bij aan de luchtvervuiling. Voor fijn stof en stikstofdioxide betekent dit een maximale toename van 1,2 μg/m3.

Deze 3%-grens is in een gelijknamige ministeriële regeling voor een aantal veel voorkomende ruimtelijke functies gekwantificeerd als:

  1. woningen: 1.500 woningen met één ontsluitingsweg;

  2. kantoren: 10 hectare bruto vloeroppervlak (bvo) met één ontsluitingsweg;

  3. landbouwinrichtingen: akkerbouw of tuinbouw met open teelt, teelt van eetbare gewassen in een gebouw of onverwarmde glastuinbouw ongeacht de omvang en verwarmde opstanden van glas of kunststof van maximaal 2 hectare;

  4. kinderboerderijen.

 

Dit laat onverlet dat burgers voldoende beschermd moeten worden tegen (tijdelijke) te hoge concentraties. Hiervoor is het noodzakelijk dat de luchtkwaliteit wordt betrokken in de afweging of er sprake is van ‘een goede ruimtelijke ordening’. Dit betekent dat de luchtkwaliteit ‘schoon’ genoeg moet zijn voor de functie die daar wordt toegelaten.

 

Afweging

Het voorliggende bestemmingsplan is een beheersplan en biedt geen nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden. Eventuele toekomstige ontwikkelingen dienen aan te sluiten bij het beleid zoals gesteld in de "Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)”.

 

5.2.3 Geluid

Geluidhinder is de mogelijke overlast die de mens ondervindt van geluid afkomstig van kunstmatige objecten gedurende een groot deel van de dag of tijdens piekmomenten. Het gaat om geluid veroorzaakt door verkeer en bedrijven.

 

Wegverkeerslawaai

Ingevolge artikel 74 en 82 van de Wet geluidhinder bevindt zich aan weerszijden van wegen, niet zijnde woonerven of 30 km/uur wegen, een zone waarbinnen de geluidsbelasting vanwege het wegverkeer op de gevel van woningen niet meer mag bedragen dan 48 dB (de voorkeursgrenswaarde). Voor nieuwe woningen kan onder voorwaarden een hogere

grenswaarde worden vastgesteld, indien uit onderzoek is gebleken dat de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden. De hogere grenswaarde moet op grond van artikel 76 van de Wet geluidhinder zijn vastgesteld vóór de vaststelling van het bestemmingsplan waarin de nieuwe woningen worden geprojecteerd of mogelijk worden gemaakt.

 

Afweging

Het voorliggende bestemmingsplan is een beheersplan en biedt geen nieuwe directe ontwikkelingsmogelijkheden. Een akoestisch onderzoek is in het kader van dit bestemmingsplan niet noodzakelijk.

 

Industrielawaai

Ingevolge artikel 53, eerste lid, van de Wet geluidhinder dient voor elke binnen een gemeente gelegen terrein, waarop de vestiging mogelijk is van in artikel 16 van deze wet bedoelde inrichtingen die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken, een rond dat terrein gelegen zone vast te worden gesteld, waarbuiten de geluidsbelasting vanwege dat terrein de waarde van 50 dB(A) niet te boven mag gaan.

 

Afweging

Er ligt geen geluidzone in of in de directe nabijheid van het plangebied. Er zijn geen juridische maatregelen nodig in de regels of op de verbeelding.

 

Stiltegebied

Een stiltegebied is een milieubeschermingsgebied waarin de geluiden van flora en fauna overheersen. Het woord ‘stilte’ betekent hierbij niet dat er geen geluid in het gebied waarneembaar is, maar staat voor de afwezigheid van storende, voor de omgeving vreemde geluiden. Stiltegebieden zijn van belang voor de rustzoekende recreant en de flora en fauna in de natuur. Activiteiten die de geluidsbelasting negatief beïnvloeden, zijn niet meer mogelijk in het gebied dat als stiltegebied is aangewezen. Gebiedseigen geluiden, zoals die van de landbouw, zijn hiervan uitgesloten.

 
Onder 'stil' worden geluiden verstaan die tussen de 35 en 40 decibel liggen. Ook kan

worden gesteld dat een gebied 'stil' is als de lange perioden met natuurlijke geluiden overheersen tot de perioden met niet-natuurlijke geluiden.

 

De Provinciale milieuverordening wijst bijzondere en kwetsbare gebieden aan vanuit milieuoptiek op basis van de Wet Milieubeheer. De PMV richt zich onder andere op het aanduiden van bodembeschermingsgebieden, grondwaterbeschermingsgebieden en stiltegebieden. Hierbinnen gelden gebruiksbeperkingen welke door deze verordening geregeld worden. Deze gebruiksbepalingen hebben onder andere betrekking op waterwinning en de omgang met afvalstoffen.

 

Afweging

Rondom het gebied Ossenbroek en Barendonk ligt een deel van het stiltegebied De Tongelaar. Het plangebied ligt niet in of nabij het stiltegebied. Er zijn geen juridische maatregelen nodig in de regels of op de verbeelding.

 

5.2.4 Licht

Lichthinder is de mogelijke overlast die de mens ondervindt van kunstlicht, hetzij in de vorm van regelrechte verblinding, hetzij als verstorende factor bij het verrichten van avondlijke en nachtelijke activiteiten, hetzij als bron van onbehagen. In de gemeente Cuijk is geen overkoepelend beleid opgesteld om lichthinder te beperken. Wel is in de Algemene Plaatselijke Verordening een vergunningplicht opgenomen om lichtapparaten en lichtreclame in gebruik te hebben. In het Welstandsbeleid 2004 is specifiek reclamebeleid opgenomen. Voor verschillende typen gebieden is bepaald of reclame-uitingen verlicht mogen zijn, en zo ja, of dat een verlichtingsbak of aangestraald mag zijn.

 

Afweging

In het plangebied is één functie aanwezig die meer dan gemiddeld gebruik maken van verlichting:

 

 

Het gaat om een situatie die valt binnen de geldende wet- en regelgeving. Het is van belang om bij ontwikkelingen in de directe omgeving van het sportpark, de aldaar aanwezige verlichting vroegtijdig te betrekken. Door het tijdig in beeld brengen van de belangen van de 'lichtgebruiker', kan mogelijk ervaren lichthinder vanuit de ontwikkeling tot een minimum beperkt worden. In dit bestemmingsplan worden geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt die gevoelig zijn voor lichthinder.

 

Er zijn geen juridische maatregelen nodig in de regels of op de verbeelding.

 

5.2.5 Geur

Geurhinder is de mogelijke overlast die de mens ondervindt van penetrante geuren afkomstig van kunstmatige objecten of processen.

 

Afweging

In en nabij het plangebied zijn geen bronnen van geuroverlast bekend.

5.3 Water

 

De 'watertoets' is de wettelijke verankering van de relatie tussen waterhuishouding en een bestemmingsplan. De watertoets is het hele proces van vroegtijdig informaeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. In deze 'waterparagraaf' worden alle relevante aspecten nader beoordeeld.

 

5.3.1 Algemeen

 

5.3.2 Waterplan Cuijk

De gemeente Cuijk en haar waterpartners (waterschap Aa en Maas, provincie Noord-Brabant en waterleidingmaatschappij Brabant Water, gemeenten Land van Cuijk) hebben een integraal waterplan opgesteld. De aanleiding hiervoor was de omslag in het denken en beleid rond water gedurende de afgelopen jaren: “In plaats van voort te borduren op het vertrouwde denken in waterbeheersing door technische ingrepen, is de nadruk komen te liggen op het aansluiten op de natuurlijke potenties van het landschap en het watersysteem (duurzaamheidprincipe).”

 

Deze beleidsomslag is vastgelegd op Europees niveau in de Kaderrichtlijn Water en op Rijksniveau in de 4e Nota Waterhuishouding, de nota Waterbeheer 21e Eeuw en het Nationaal Bestuursakkoord Water. Op gemeentelijk niveau is deze beleidsomslag doorvertaald in de “Wet gemeentelijke watertaken”. Hierin zijn voor de gemeente een drietal zorgplichten opgenomen: hemelwater, grondwater en afvalwater.

 

Het waterplan heeft de status van kaderstellend beleidsplan. Het plan is hierdoor een “parapluplan” voor andere gemeentelijke plannen waarin water een rol speelt. Het plan kent echter geen directe planologische doorwerking. De zeven waterdoelen en streefbeelden dienen wel door te werken in ruimtelijke afwegingen. Deze waterdoelen zijn echter nog te weinig concreet om gebiedsspecifieke maatregelen uit te werken. De doelstellingen zijn daarom uitgewerkt als gebiedsspecifieke streefbeelden voor stedelijk-, landelijk-, en natuurlijk gebied.

 

5.3.3 Uitgangspunten watertoets Aa en Maas

In de beleidsnota 'Uitgangspunten watertoets Aa en Maas' zijn in het kort de principes beschreven die richtinggevend zijn bij de waterschapsadvisering over ruimtelijke plannen. De acht uitgangspunten zijn als volgt afgewogen.

 

Wateroverlastvrij bestemmen

In het plangebied zijn geen gebieden opgenomen die een andere bestemming krijgen dan voorheen.

 

Hydrologisch neutraal ontwikkelen

Waterschap De Dommel en Waterschap Aa en Maas hebben in de notitie “Ontwikkelen met duurzaam wateroogmerk” (11 juli 2006) een definitie en randvoorwaarden gegeven voor het Hydrologisch Neutraal Ontwikkelen. Daarbij is een vertaalslag gemaakt naar vijf toetsaspecten waaraan een plan of ontwikkeling getoetst kan worden. Hydrologisch neutraal ontwikkelen houdt in dat de ontwikkeling geen hydrologische achteruitgang ten opzichte van de referentiesituatie tot gevolg heeft. Er mogen geen hydrologische knelpunten worden gecreëerd voor de te handhaven en de vastgelegde toekomstige landgebruikfuncties in de projectlocatie en het beïnvloedingsgebied.

 

Een hulpmiddel bij het bepalen en oplossen van hydrologische knelpunten is de HNO-tool van het Waterschap. Daarmee kan berekend worden of er een waterbergingsopgave is en hoe groot deze dan is. De HNO-tool kan gebruikt worden bij de ontwikkeling van de twee potentiële woningbouwlocaties.

 

Voorkomen van vervuiling

Bij de inrichting, het bouwen en het beheer dienen zo min mogelijk vervuilende stoffen toegevoegd te worden aan de bodem en het grond- en oppervlaktewatersysteem. Daarbij wordt aandacht gevraagd voor het materiaalgebruik. Om watervervuiling te voorkomen, wordt het gebruik van uitloogbare of uitspoelbare bouwmaterialen tot een minum beperkt.

 

Gescheiden houden van schoon en vuil water

Bij alle nieuwe bouwplannen dient vermenging van vuil afvalwater en schoon hemelwater te worden voorkomen. Indien mogelijk, wordt alleen het vuile water aan de riolering aangeboden. Het schone hemelwater moet worden geïnfiltreerd in de bodem. In de in uitvoering zijnde woningbouwlocatie Kepserterrein wordt al het hemelwater geïnfiltreerd.

 

Doorlopen van de afwegingsstappen: “hergebruik - infiltratie - buffering – afvoer”.

In aansluiting op het landelijke beleid (NW4, WB21) hanteert het waterschap het beleid dat bij nieuwe plannen altijd onderzocht dient te worden, hoe omgegaan kan worden met het schone hemelwater. Hierbij dient de genoemde voorkeursvolgorde doorlopen te worden. Van toepassing bij nieuwe bouwplannen.

 

Meervoudig ruimtegebruik

In voorliggend bestemmingsplan is weinig tot geen ruimte voor het combineren van water met andere functies. In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig en van overlast is geen sprake.

 

Water als kans

Er komt geen water voor in het plangebied.

 

Waterschapsbelangen

Het Waterschap Aa en Maas benoemd vijf waterschapsbelangen met een ruimtelijk component. In het plangebied is één component van toepassing:

  1. aanwezigheid en ligging waterkering.

 

In het noorden van het plangebied ligt de primaire waterkering Maasdijk. Deze waterkering is van nationaal belang en dient als zodanig beschermd te worden. Om het goed functioneren te waarborgen is de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' opgenomen, met bouwbeperkingen.

 

5.3.4 Keur Waterschap

Het Waterschap Aa & Maas stelt elk jaar een nieuwe Keur vast. De keur is een set regels met betrekking tot oppervlaktewater of waterkering in beheer van het waterschap, waarbij onderscheid gemaakt wordt in gedoogplichten, gebodsbepalingen en verbodsbepalingen. Het grondgebied ter plaatse van een watergang of waterkeringen of direct grenzend daaraan kent een

aantal beperkingen. Daarnaast zijn eigenaren en/of gebruikers verplicht een aantal activiteiten en werkzaamheden op hun terrein toe te staan die samen hangen met het beheer en onderhoud van het waterstaatswerk. De waterschapskeuren (Keur oppervlaktewateren en Keur waterkeringen) vormen een aanvulling op hogere regelgeving op landelijk en provinciaal niveau.

 

Afweging

Om tegenstrijdigheden te voorkomen worden zoveel mogelijk de begrippen en definities uit de Keur gebruikt in het bestemmingsplan.

5.4 Externe veiligheid

 

De externe veiligheid wordt bepaald door de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen (productie, gebruik, opslag en vervoer) in en rond het plangebied. Veiligheidsafstanden tussen activiteiten met gevaarlijke stoffen en (beperkt) kwetsbare objecten, zoals woningen, moeten ervoor zorgen dat bij een eventuele

calamiteit het aantal dodelijke slachtoffers beperkt blijft. Het Vuurwerkbesluit (2002, herziening 2004) en het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi, 2004) stellen afstandseisen aan risicovolle bedrijfsactiviteiten. De circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen (RNVGS, 2004) adviseert bij transportroutes en buisleidingen met gevaarlijke stoffen veiligheidsafstanden aan te houden.

 

Er wordt onderscheid gemaakt in plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico (GR). Het plaatsgebonden risico mag in principe nergens groter zijn dan 1 op 1 miljoen (oftewel 10-6 ). Dit is de kans dat een denkbeeldig persoon, die zich een jaar lang permanent op de betreffende plek bevindt (de plek waarvoor het risico is uitgerekend), dodelijk verongelukt door een ongeval. Deze kans mag

niet groter zijn dan eens in de miljoen jaar. Elke ruimtelijke ontwikkeling wordt getoetst aan het plaatsgebonden risico van 10-6 als grenswaarde.

 

Het groepsrisico geeft de kans aan dat in één keer een groep mensen die zich in de omgeving van een risicosituatie bevindt, dodelijk door een ongeval wordt getroffen. Groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Bij groepsrisico is het dan ook niet een contour die bepalend is, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen de effectafstand van een risicovolle activiteit ophoudt. Welke kans nog acceptabel geacht wordt, is afhankelijk van de omvang van de ramp.

 

In het Bevi (stb. 250, 2004) wordt verder een verantwoordingsplicht (door de overheid) voor het groepsrisico rond inrichtingen wettelijk geregeld (art. 13). De verantwoording houdt in dat wordt aangegeven of risico’s acceptabel zijn en welke maatregelen worden genomen om de risico’s te verkleinen.

 

5.4.1 Inrichtingen

In of nabij het plangebied bevinden zich geen risicovolle inrichtingen.

 

Afweging

Er zijn geen juridische maatregelen nodig in de regels of op de verbeelding.

 

5.4.2 Transport van gevaarlijke stoffen

In de omgeving van het plangebied liggen een gasleiding, een spoorlijn, een rijks- en provinciale weg en een belangrijke vaarweg. De afstanden tot deze transportroutes zijn dusdanig groot (1,5 km - 1,5 km - 2,3 km - 0,5 km - 0,3 km) dat externe veiligheid geen rol speelt.

 

De Odiliadijk richting Sint-Agatha wordt gebruikt voor het transport van gevaarlijke stoffen. Volgens bijlage 4 is het wegvak nummer 13, en vinden er 128 LPG transporten plaats. Er is geen sprake van een Plaatsgebonden Risico.

Op basis van de transporten, een 50 km/uur weg (30 km/ uur en 60 km/uur zijn niet geïnventariseerd), tweezijdige bebouwing, en uitgaande van een bewonersdichtheid van 25 personen per ha (voor een rustige woonwijk), ligt de drempelwaarde tussen de 1500 en 3000 LPG wagens. Aangezien het hier gaat om 128, wordt ver onder de drempelwaarde gebleven en vindt dus geen overschrijding van de oriënterende waarde plaats. Het plan heeft geen invloed op het Groepsgebonden Risico.

 

Afweging

Er zijn geen juridische maatregelen nodig in de regels of op de verbeelding.

5.5 Erfgoed

 

5.5.1 Algemeen

In 1992 is het Verdrag van Valletta (Malta) door de landen van de EU, waaronder Nederland, ondertekend. Dit verdrag verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen dat er naar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld bij bouwplannen, dan moeten de waarden worden opgegraven en ex situ worden bewaard. Het Verdrag van Valletta is doorvertaald in de Monumentenwet 1988, zoals deze gewijzigd is in september 2007. Sinds deze wijziging van september 2007 is de gemeente bevoegd gezag op het gebied van cultuurhistorie en archeologie.

 

Bewoningsgeschiedenis Cuijk

Het karakter van de bewoningsgeschiedenis van Cuijk vanaf de Romeinse tijd laat zich onderscheiden in de bewoning van het gebied buiten het centrum van Cuijk of 'Het Land van Cuijk' en de bewoning in en rond het centrum van Cuijk of 'Het Hart van Cuijk'. Beide gebieden hebben hun eigen kenmerken waar het gaat om de menselijke bewoning en de zichtbaarheid van en het soort sporen dat de bewoners hebben achtergelaten. Beiden kunnen niet los van elkaar gezien worden. De aanwezigheid van deze landelijke en stedelijke component en de aanwezigheid van de Romeinen in Cuijk maken Cuijk volgens Rijk en Provincie van nationaal en zelfs internationaal belang. Het internationaal belang is vooral gelegen in het feit dat het Castellum Ceuclum tot het einde van de Romeinse Tijd in

functie bleef en dus aansluit op het regiem van de Frankische koningen die de start zijn voor de Middeleeuwen. De plaatsen in Noordwest Europa waar deze aansluiting van perioden bestudeerd kan worden zijn zeer zeldzaam. Op grond van onderzoeken in het Land van Cuijk blijkt dat het Maasdal bij Cuijk een zichtbare, continue bewoningsgeschiedenis kent die al een aanvang nam in het Paleolithicum en sindsdien vrijwel onafgebroken bewoond is gebleven. De aantrekkelijkheid van het Cuijkse landschap door de eeuwen heen hangt samen met de vele gebruiksmogelijkheden die een constant veranderend en vruchtbaar rivierlandschap biedt. De Maas transformeert van een breed vertakt riviersysteem naar een ingesneden rivierdal. De nederzetting Cuijk komt tot ontwikkeling op de plaats waar de landen waterwegen elkaar kruisen.

 

5.5.2 Archeologisch Beleidsplan Cuijk (2009)

De gemeente Cuijk heeft een bijzonder rijk bodemarchief. Op veel plaatsen zijn archeologische sporen aanwezig of te verwachten vanwege de bewoningsgeschiedenis gedurende de Romeinse tijd, maar ook vanwege nog aanwezige sporen uit de Prehistorie en de vroege en late Middeleeuwen. Het beleidsplan is opgesteld om aan te geven hoe de gemeente hiermee om gaat. Bij het beleidsplan hoort een archeologische beleidskaart. In het beleidsplan is aangegeven hoe in bestemmingsplannen omgegaan dient te worden met archeologie en in de bijlage van het plan zijn voorbeeldregels opgenomen. De voorbeeldregels zijn gekoppeld aan de gebieden van de archeologische beleidskaart.

 

 [image]

Figuur 6: uitsnede Archeologische beleidskaart

 

Afweging

Uit de beleidskaart blijkt dat in het plangebied de aanduidingen Waarde - archeologie 3 en 5 van toepassing zijn. De gronden met de Waarde - archeologie 3 en 5 houden in dat voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 50 resp. 2.500 m² en dieper dan 0,50 meter bij de aanvraag om een omgevingsvergunning een rapport dient te worden overlegd waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van B&W voldoende zijn vastgesteld. Tevens geldt voor bepaalde werkzaamheden een omgevingsvergunningsplicht.

 

5.5.3 Actualisatielijst karakteristieke panden

De gemeenteraad van Cuijk is voornemens over te gaan tot aanwijzing van gemeentelijke monumenten. Om tot een selectie van gemeentelijke monumenten te komen, is een eerste inventarisatie van de historische bouwkunst in de gemeente Cuijk noodzakelijk. Burgemeester en wethouders hebben daartoe op 29 maart 2011 de 'Actualisatie lijst karakteristieke objecten' vastgesteld. De doelstelling van het project kan als volgt worden geformuleerd:

‘Het uitvoeren van een cultuurhistorische inventarisatie ten behoeve van een actualisatie van de lijst van karakteristieke objecten van de gemeente Cuijk.’

Actualisatie betekent dat naast het plaatsen van nieuwe objecten op de lijst, het ook mogelijk is dat objecten uit de bestaande lijst worden afgevoerd omdat zij naar de huidige inzichten niet langer een status als karakteristiek object behoeven. De geactualiseerde lijst wordt gebruikt bij de opstelling van bestemmingsplannen voor het grondgebied van de gemeente Cuijk (aanduiding karakteristieke bebouwing). Objecten (of complexen) die aangewezen zijn als rijksmonument, zijn in het kader van dit onderzoek niet nader onderzocht. Voor deze elementen is reeds een redengevende beschrijving aanwezig, is van rijkswege een cultuurhistorische waardering gemaakt en worden deze bij wet beschermd.

 

Binnen het plangebied is 1 Rijksmonument aanwezig:

 

Binnen het plangebied zijn geen gemeentelijke monumenten aanwezig.

 

Naast het rijksmonument zijn in het plangebied volgens de Actualisatie Lijst Karakteristieke Panden een groot aantal karakteristieke objecten aanwezig. Dergelijk objecten zijn niet wettelijk beschermd, maar hebben wel cultuurhistorische waarde waar zorgvuldig mee omgesprongen moet worden.

 

Het betreft de volgende objecten:

 

Afweging

De karakteristieke panden (en objecten) krijgen, vanwege hun cultuurhistorische en beeldbepalende waarde voor de omgeving (in zowel historisch als stedenbouwkundig opzicht) in het bestemmingsplan aanvullende bescherming te krijgen, met name voor wat betreft bouwmassa, kapvorm en dergelijke. De panden hebben een aanduiding 'karakteristiek' op de verbeelding gekregen. Door middel van een systeem van nadere eisen en een verplichte omgevingsvergunning voor het slopen van gebouwen en bouwwerken zijn de cultuurhistorisch waardevolle panden beschermd. Daarnaast zal bij een eventuele welstandstoets van (ver)bouwplannen, nadrukkelijk met de betreffende waarden rekening worden gehouden. Als een pand door bijvoorbeeld een calamiteit verloren gaat, dan kan de aanduiding met een wijzigingsbevoegdheid worden verwijderd.

 

Het rijksmonument is op de verbeelding aangeduid met 'specifieke bouwaanduiding - rijksmonument'. Rijksmonumenten hebben een eigen beschermingsregime op basis van het vergunningensysteem uit de Monumentenwet. Om dubbele regelgeving te voorkomen worden de nadere eisen en een verplichte omgevingsvergunning voor het slopen van gebouwen en bouwwerken niet van toepassing verklaard op de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - rijksmonument'. De wijzigingsbevoegdheid voor het laten veravllen van de aanduiding is wel van toepassing verklaard.

 

5.5.4 Monumentale Bomennota gemeente Cuijk 2009-2019

Deze nota stelt de uitgangspunten vast voor het opstellen van een monumentale bo-menlijst, dient ter voorkoming van het verstoren van de groeimogelijkheden van de boom en dient om ontwikkelingen tegen te gaan die de standplaatsen van de boom nadelig beïnvloeden. Daarnaast wil de gemeente de ontwikkeling van een duurzame, vitale en herkenbare boombeplanting in de gemeente stimuleren. Ter bescherming van de monumentale bomen, is een lijst opgesteld. De bomen van deze lijst worden vervolgens positief bestemd in de bestemmingsplannen. Hiermee krijgen deze bomen een feitelijke, fysieke en juridische bescherming.

 

 [image]

 

Figuur 7: locaties monumentale bomen Sint Agatha

 

In het bestemmingsplan wordt naast de standplaats van de boom, ook de kwaliteit van de groeiplaats beschermd. De omvang van de groeiplaats betreft de maximaal te bereiken kruindiameter met inbegrip van een extra afstand van 2,00 meter. In de regels van het bestemmingsplan worden deze beschermende bepalingen opgenomen, onder andere door aan te geven dat het verboden is te bouwen binnen deze groeiplaats. Bovendien mogen monumentale bomen niet gekapt worden zonder omgevingsvergunning.

 

Afweging

In het plangebied komen diverse monumentale bomen voor langs de Van den Boschweg en de Liesmortel. Op de verbeelding zijn deze monumentale bomen opgenomen en voorzien van een gebiedsaanduiding ‘monumentale boom’, waardoor de bomen beschermd worden. In de praktijk is gebleken dat het bepalen van de maximale kruindiameter per boom erg moeilijk is. Daarom is gekozen om uit te gaan van een maximaal te bereiken kruindiameter van 20,00 meter, oftewel een straal van 10,00 meter. In de regels wordt de mogelijkheid opgenomen om de groeiplaats te ‘verkleinen’ als aangetoond wordt dat de kruindiameter niet de volle 20,00 meter kan bereiken.

5.6 Flora en fauna

 

De natuurwetgeving in Nederland kent twee sporen: de soortenbescherming en de gebiedsbescherming. Hiertoe zijn twee wetten actief, de Flora- en Faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998

Een ontwikkeling kan gevolgen hebben voor natuurgebieden en individuele dier- en plantsoorten. Deze gebieden en soorten hoeven overigens niet in het plangebied zelf te liggen. Activiteiten in een plangebied kunnen namelijk negatieve gevolgen hebben op een gebied (ver) daarbuiten. Het op grond van het bestemmingsplan toegelaten gebruik mag er niet toe leiden dat hierdoor de te beschermen waarden van een bepaald gebied of bepaalde plant- en diersoorten worden aangetast.

 

5.6.1 Soortbescherming

In de Flora- en Faunawet ziet de wetgever toe op de bescherming van zeldzame plant- en diersoorten en hun leefomgeving. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige beschermde soorten. Als hiervan sprake is, moet ontheffing of vrijstelling worden aangevraagd. Om tegemoet te komen aan de ruimtelijke dynamiek en vernieuwingsprocessen moet geruime tijd van te voren geïnvesteerd worden in een vervangende leefomgeving, zodat die reeds aanwezig is op het moment dat plannen voor een nieuw ruimtebeslag worden gemaakt.

 

Afweging

Het voorliggende bestemmingsplan heeft grotendeels een beheersmatig karakter. In het algemeen geldt, dat er geen sprake is van negatieve effecten op bschermde soorten. Bij de uitvoering van wijzigingsbevoegdheden wordt een onderzoek naar de aanwezigheid van beschermde plant- en diersoorten verplicht gesteld.

 

5.6.2 Gebiedsbescherming

In de Natuurbeschermingswet 1998 is de gebiedsbescherming geregeld. De kern van de gebiedsbescherming wordt gevormd door het netwerk van Natura 2000-gebieden die strikt beschermd zijn. De Vogel- en Habitatrichtlijngebieden maken onderdeel uit van de Natura-2000-gebieden.Bij ruimtelijke ingrepen in de nabije omgeving van beschermde gebieden moet worden bepaald in hoeverre de externe werking van de ingreep een effect heeft op het te beschermen gebied.

 

Afweging

Het Natura-2000-gebied Oeffelter Meent bevindt zich op een afstand van ongeveer 1 kilometer van Sint Agatha. Vanwege het ontbreken van grootschalige ontwikkelingen in het gebied wordt geen aantasting van dit te beschermen gebied verwacht.

 

5.6.3 Ecologische Hoofdstructuur

De Ecologische Hoofdstructuur is een robuust netwerk van natuurgebieden en tussenliggende verbindingszones. Het netwerk bestaat uit bestaande natuurgebieden, nieuw aan te leggen natuur en verbindingszones tussen de gebieden. Ook beheersgebieden behoren ertoe. De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) in Noord-Brabant sluit aan op die in de rest van Nederland. Natura 2000 gebieden,, het Europese netwerk van natuurgebieden, maken onderdeel uit van de EHS.

 

Afweging

Het plangebied grenst in het noorden aan de Maas en het Maasheggengebied en in het zuidwesten aan een bosje tussen de Heikantseweg en de Kuilen. Deze gebieden zijn als Ecologische Hoofdstructuur aangewezen. Aantasting of verstoring van deze gebieden wordt echter niet verwacht, vanwege het ontbreken van grootschalige ontwikkelingen. Gebiedsbescherming is hiermee geen belemmering voor het bestemmingsplan. Er zijn geen juridische maatregelen nodig in de regels of op de verbeelding.

5.7 Infrastructuur

 

Kabels en buisleidingen maken onderdeel uit van de infrastructuur in Nederland. Het gaat om het vervoer en de verspreiding van vloeistoffen, gassen en elektriciteit. Vanwege het belang en de mogelijke gevaarzetting van de stoffen en de elektriciteit, moet de aanwezigheid van de kabels en leidingen bekend zijn in ruimtelijke plannen.

 

Afweging

In het plangebied liggen geen (doorgaande) kabels en buisleidingen.

5.8 Bedrijven

 

Zonering geldt vooral bij nieuwbouw van woningen en andere gevoelige functies in de directe omgeving van een bedrijf en bij vestiging van een nieuw bedrijf in de directe omgeving van gevoelige bestemmingen. In bestaande wijken ligt de situatie en daarmee de afstand tussen de bedrijvigheid en de gevoelige bestemmingen vast. De milieuzonering is vastgelegd in de juridische regeling van dit bestemmingsplan.

 

Afweging

In Sint Agatha zijn slechts drie locaties waar bedrijfsactiviteiten zijn. De locaties liggen verspreid in het dorp en worden omringd door woningen. Er is geen sprake van een bedrijventerrein, wel van een gebied met 'gemengde functies'. In tgenstelling tot het bestemmingsplan "Kern Sint Agatha 1998" wordt in dit plan wel een Staat van Bedrijfsactiviteiten gekoppeld aan de bestemming 'Bedrijf'. Het gebruik van een dergelijke Staat is beschreven in de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering: editite 2009' van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Voor Sint Agtaha is het gepast om Bijlage 4 (functiemenging) van de handreiking toe te passen. Voor de toelaatbaarheid van activiteiten uit Bijlage 4 gelden de volgende randvoorwaarden:

  1. het gaat om kleinschalige, meest ambachtelijke bedrijvigheid;

  2. productie en/of laad- en loswerkzaamheden vinden alleen in de dagperiode plaats;

  3. de activititeiten (inclusief opslag) geschieden hoofdzakelijk inpanding;

  4. activiteiten met een relatief grote verkeersaantrekkende werking beschikken over een goede aansluiting op de hoofdinfrastructuur.

 

Aan de eerste drie randvoorwaarden wordt voldaan. De laatste randvoorwaarde is in Sint Agatha niet van toepassing, omdat de Heerstraat te ver van de bedrijfslocaties ligt.

Als aanvullende voorwaarden is gesteld dat geluidzoneringsplichtige inrichtingen, Bevi-inrichtingen en vuurwerkbedrijven niet gepast zijn binnen een hoofdzakelijke woonomgeving.

 

De randvoorwaarden hebben geleid tot de bijlage 'Staat van bedrijfsactiveiten - bedrijf' in de regels van dit bestemmingsplan. In de Staat worden bedrijven in de milieucategorieën 1, 2 en beperkt 3.1 toegestaan. Bedrijfsactiviteiten die naar de aard en de invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn aan de Staat, zijn na een nadere afweging ook toelaatbaar.

5.9 Cultuur en ontspanning

 

De gemeente Cuijk heeft geen overkoepelend ruimtelijk beleid voor de omgang met en de ontwikkeling van 'cultuur en ontspanning'. Wel is voor een aantal onderwerpen specifiek beleid vastgesteld.

 

5.9.1 Prostitutiebeleid Cuijk 2001

Op 1 oktober 2000 is door een wijziging van het wetboek van Strafrecht het algemeen bordeelverbod opgeheven. Door de opheffing van het bordeelverbod is de weg vrijgemaakt voor een integraal gemeentelijk prostitutiebeleid door middel van een facetbestemmingsplan.

Op 9 juli 2001 is door de gemeenteraad van Cuijk het bestemmingsplan “Prostitutiebeleid Cuijk 2001” vastgesteld. Het prostitutiebeleid van de gemeente Cuijk komt voort uit het vastgelegde regionale beleid.

 

Afweging

In het plangebied is momenteel geen prostitutiebedrijf, seksinrichting, raamprostitutiebedrijf, escortbedrijf of sekswinkel gevestigd. Er wordt in dit bestemmingsplan geen prostitutiebedrijf toegestaan. Elders in de gemeente (buitengebied Haps) is reeds een dergelijk bedrijf gevestigd. Hiermee wordt voorzien in de vraag.

 

5.9.2 Speelautomatenhal - evenemententerrein

De gemeenteraad heeft besloten om geen nieuwe speelautomatenhallen toe te laten binnen de gemeente Cuijk. De reeds aanwezige speelautomatenhal/casino aan de Grotestraat 14 te Cuijk krijgt als enige een positieve bestemming.

 

Afweging

In de Algemene Regels is een verbod opgenomen voor speelautomatenhallen en dergelijke.

5.10 Groen

 

Het openbaar groen in kernen wordt geregeld ingericht als (in)formele speelruimte. In het Speelruimtebeleid en Speelplekkenplan wordt meer sturing en diepte gegeven aan de inrichting en spreiding van speelplekken. De betrokken werkgroep stelt in het eindrapport voor om de tot nu toe gebruikte (summiere) richtlijnen voor plaatsing van speeltoestellen, te vervangen door een breder ‘Integraal speelruimtebeleid’ met de volgende doelen:

  1. ontmoetingsplaatsen creëren in de wijken, waar ouders en kinderen elkaar kunnen ontmoeten;

  2. ontwikkelingsmogelijkheden creëren voor kinderen;

  3. een leefomgeving bieden waarin kinderen fysiek en sociaal gezond kunnen opgroeien.

 

In Sint Agatha wonen circa 20 kinderen en 25 jeugdigen. Volgens de normen is één centrale speelplek als basisvoorziening in de kern ruim voldoende. Momenteel liggen er twee speelplekken in de kern, een aan de Kuilen en een midden in de kern aan de Appelgaard, beide ingericht voor kinderen en jeugdigen. Geadviseerd wordt om de speelplek aan de Appelgaard te behouden als voorziening in de kern en deze in te richten voor kinderen. De speelplek aan de Kuilen is zeer ruim en bied uitdagende

speelmogelijkheden naast de speeltoestellen die er staan.

 

Momenteel ontbreekt het in de kern aan een trapveldje of andere voetbalmogelijkheden. Nabij basisschool de Lindekring is een pannakooi geplaatst. Geadviseerd wordt om met de school in overleg te gaan over het openstellen van deze pannakooi als openbare speel- en sportvoorziening voor Sint Agatha.

 

In Sint Agatha wonen circa 20 jongeren die momenteel geen ‘eigen’ voorziening tot hun beschikking hebben. Wel zijn er diverse mogelijkheden voor het informele ontmoeten. Volgens de normen zijn er voor het kleine aantal jongeren geen specifieke voorzieningen benodigd.

 

Afweging

Binnen de bestemming 'Groen' worden speelplekken mogelijk gemaakt. Voor de speelplek aan de Appelgaard geldt dat ter plaatse geen parkeren is toegestaan, zodat de speelplek gewaarborgd is.

In de bestemming 'Maatschappelijk' is het mogelijk gemaakt gronden te gebruiken als openbare speelgelegenheid.

5.11 Horeca

 

Dit bestemmingsplan bevat een staat van horecacategorisering, waarmee gestuurd kan worden op de toelaatbaarheid van verschillende soorten horeca.

 

Afweging

In de kerkdorpen levert horeca een essentiële bijdrage aan de leefbaarheid en lokale economie. Horeca uit categorie I (lunchroom, koffiehuis, ijssalon e.d.) worden binnen de bestemming 'Horeca' bij rechte toegestaan. Andere horeca is mogelijk, maar alleen met een (binnenplanse) afwijking van het bestemmingsplan. Een uitzondering wordt gevormd door categorie IV: discotheken, partycentra e.d. Deze vormen van horeca kunnen een grote invloed hebben op de leefomgeving en verdienen een zwaardere planprocedure. Bestaande horeca die niet in categorie I vallen, worden positief bestemd.

5.12 Maatschappelijk

 

De gemeente Cuijk heeft geen specifiek ruimtelijk beleid voor de functie 'maatschappelijk'.

 

Afweging

Dit bestemmingsplan is gericht op de voorzetting van het beleid uit het bestemmingsplan "Kern Sint Agatha 1998". Dit betekent dat de bestemmingen uit dat bestemmingsplan zijn overgenomen in het voorliggend bestemmingsplan.

5.13 Verkeer

 

In de afgelopen decennia is het aantal verkeersbewegingen in Nederland sterk toegenomen. Er zijn steeds meer mensen die vaker van A naar B willen. Om iedereen zo veilig mogelijk deel te laten nemen aan het verkeer, moet er ruimte vrij gemaakt worden voor verkeersbewegingen.

 

5.13.1 Fietsnota

De gemeente Cuijk wil het fietsen in haar gemeente stimuleren. Het doel van de gemeente is om het totale fietsgebruik te laten toenemen, maar ook de fiets door een bredere groep te laten gebruiken. De maatregelen die getroffen worden op het gebied van fietsbeleid moeten de oorzaken van de knelpunten zien weg te nemen en bijdragen aan de volgende doelstelling voor het fietsbeleid: het fietsbeleid moet erop gericht zijn het fietsgebruik in de gemeente te stimuleren. Aan deze hoofddoelstelling zijn de volgende inhoudelijke doelstellingen voor het gemeentelijke fietsbeleid gekoppeld:

 

Afweging

In het plangebied zijn geen nieuwe verbindingen gepland. Er zijn geen juridische maatregelen nodig in de regels of op de verbeelding.

 

5.13.2 Vliegbasis Volkel

Voor het veilig afwikkelen van vliegverkeer in de omgeving van een luchtvaartterrein gelden in een bepaald gebied rond het luchtvaartterrein maximaal toelaatbare hoogtes voor objecten, zoals woon- en kantoorgebouwen, antennemasten, windmolens en bomen. De maximaal toelaatbare hoogtes en de ligging en omvang van het gebied worden bepaald door de ligging van de start- en landingsbanen en berusten op internationale vastgelegde afspraken.

 

Afweging

Het plangebied valt binnen het obstakelgebied/ aanvlieggebied (funnel) en radarverstoringsgebied van vliegbasis Volkel. Bouwwerken hoger dan 170 meter + NAP vormen een belemmering voor het obstakelgebied/aanvlieggebied, bouwwerken hoger dan 65 meter + NAP vormen een belemmering voor het radarverstoringsgebied.

 

Het peil in het plangebied is gemiddeld 6 meter + NAP. Voorliggend bestemmingsplan maakt geen bouwwerken mogelijk die een belemmering kunnen vormen voor vliegbasis Volkel.

In de regels en op de verbeelding wordt de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - radar' opgenomen voor het radarverstoringsgebied. De funnel krijgt de gebiedsaanduiding 'funnel'. In beide gevallen is in de regels een hoogtebeperking opgenomen op verzoek van het ministerie van Defensie.

5.14 Wonen

 

De woonfunctie is de meest voorkomende in bestemmingsplannen. Een woning is een primaire levensbehoefte en de plek waar de mens het grootste deel van zijn tijd doorbrengt. Vanwege het belang van de woonfunctie voor iedereen en het daarbij behorende ruimtebeslag, zijn er relatief veel beleidstukken over dit onderwerp.

 

5.14.1 Woningbouwprogramma 2012-2027

Op 4 juli 2005 heeft de gemeenteraad het woningbouwprogramma 2005-2015 vastgesteld. Praktisch gezien ging het om een overzicht van woningbouwprojecten en woningbouwplannen die waren geselecteerd uit de vele projecten en plannen die er waren. Bij de selectie is onder meer rekening gehouden met de ‘Volkshuisvestingsrapportage gemeente Cuijk 2002’, gebaseerd op een volkshuisvestingsonderzoek van Companen. De conclusie was onder andere dat tot 2015 er een ambitie was van ruim 2.500 woningen. In 2010 zou worden bezien of het woningbouwprogramma geactualiseerd zou moeten worden. Gelet op de economische crisis en het effect daarvan op de woningmarkt en woningbouwontwikkelingen, heeft de gemeenteraad op 19 december 2011 het woningbouwprogramma geactualiseerd.

 

Op 18 mei 2011 heeft Companen het rapport‘ “Actualisering woningbouwprogramma” aangeboden. Op basis van het rapport is het meerjarenwoningbouwprogramma geactualiseerd voor de periode 2012-2027. De belangrijkste conclusie is dat een groot aantal woningen rekenkundig dient te worden geschrapt, omdat er geen behoefte is vastgesteld. In totaal worden op meerdere locaties 461 woningen rekenkundig geschrapt. Het overgrote deel van deze woningen was geprojecteerd in Cuijk. De geplande woningen die resteren, 1.291 tot 2027, zijn vastgesteld als het basiswoningbouwprogramma. In dit programma wordt op hoofdlijnen weergegeven hoeveel, wanneer en in welk gebied gebouwd zou mogen worden. In het plangebied ‘Sint Agatha/’ is berekend dat er een basisbehoefte van 14 woningen is tot 2027.

 

Afweging

De 14 woningen worden mogelijk gemaakt op het 'Kepserterrein', waarvoor in 2010 reeds een bestemmingsplan is vastgesteld. Dat bestemmingsplan met bouwmogelijkheden is nu verwerkt in het bestemmingsplan 'Sint Agatha'. In het overige plangebied zijn alleen de bestaande rechten op woningbouw opgenomen. Een toename van woningen buiten het Kepserterrein wordt in dit bestemmingsplan niet mogelijk gemaakt.

 

5.14.2 Mantelzorgbeleid

De maatschappelijke vraag naar zorg-/woonmogelijkheden is aanleiding geweest tot het opstellen van een uniforme regeling voor het Land van Cuijk voor huisvesting ten behoeve van mantelzorg. De uniforme regeling dient te voorzien in het realiseren van een gevarieerd aanbod van wonen en zorg op

maat, waaronder ook huisvesting dichtbij kinderen, ouders of anderen kan vallen. Door huisvesting ten behoeve van mantelzorg te faciliteren kunnen tal van wederzijdse voordelen worden geboden, zoals de mogelijkheid langer zelfstandig te wonen, het voorkomen van vereenzaming en isolement, hulp in de huishouding van werkende ouders, etc. Het komt dus ook tegemoet aan een sociale (woon)wens.

 

Onder “mantelzorg” wordt verstaan “het bieden van zorg aan eenieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband”. Om medewerking te kunnen verlenen aan het gebruik van een (vrijstaand) bijgebouw als afhankelijke woonruimte, dient sprake te zijn van mantelzorg als hierboven omschreven. Om te kunnen

bepalen of sprake is van mantelzorg zal advies worden ingewonnen bij een onafhankelijke deskundige instantie. Uit de omschrijving blijkt dat de doelgroep ruim is gesteld en deze verder gaat dan de tot nu toe bekende ouder-kindrelatie. Om te voorkomen dat een woonperceel verwordt tot een (commerciële) opvanggelegenheid, mag per woonperceel maximaal één afhankelijke woonsituatie aanwezig zijn.

 

Afweging

Het mantelzorgbeleid is algemeen geldend en wordt in elk nieuw bestemmingsplan

juridisch verankerd, zo ook in het voorliggend bestemmingsplan. Voor het beleid zijn standaardregels geschreven die in voorliggend bestemmingsplan in de "Algemene Regels" zijn opgenomen.

 

5.14.3 Herziening bijgebouwen stedelijk gebied (2002)

Op 8 juli 2002 is door de gemeenteraad van Cuijk de partiële herziening “Bijgebouwen stedelijk gebied” vastgesteld. Het doel van de partiële herziening is één bebouwingsregeling op te stellen voor bijgebouwen bij (burger)woningen in het stedelijk gebied van Cuijk.

Aanleiding voor de herziening is dat het grondgebied van de gemeente Cuijk wordt beheerst door circa honderd vigerende bestemmingsplannen. Veel van deze plannen dateren van vóór de gemeentelijke herindeling (1994) en zijn onder regie van verschillende gemeentebesturen, in samenwerking met diverse adviesbureaus, tot stand gekomen. Dit heeft er toe geleid dat uniformiteit tussen de plannen ontbreekt, zowel qua systematiek als inhoud. Deze verschillen worden als tekortkomingen ervaren.

Het streven is de regeling voor bijgebouwen, met de herziening “Bijgebouwen stedelijk gebied” te laten voldoen aan de volgende kwaliteitseisen: uniform, voor één uitleg vatbaar, eenvoudig, gericht op beoogd ruimtelijk beeld, juridisch houdbaar, maatschappelijk actueel.

 

Afweging

De partiële herziening “Bijgebouwen stedelijk gebied” is van toepassing op het stedelijk gebied van de gemeente Cuijk. Het stedelijk gebied bestaat uit alle bestaande deelgebieden waar planmatige woonbebouwing het ruimtelijk beeld bepaalt. Het gebied bestaat globaal uit de kernen Cuijk, Beers, Haps, Katwijk, Linden, Vianen en St. Agatha. De “Bijgebouwen stedelijk gebied” regeling is op het plangebied van toepassing.

 

De regeling, is globaal bekeken, van toepassing op achtererven bij burgerwoningen. De (woon)bestemming van het hoofdgebouw en van het voorerf op de desbetreffende percelen blijft onveranderd. In de regeling wordt benadrukt dat de achtererven voor het wonen bestemd blijven. In combinatie met, en ondergeschikt aan het wonen, mag beperkt een aan huis gebonden beroep worden uitgeoefend. De regeling is opgenomen in de "Algemene regels".

 

5.14.4 Aan-huis-gebonden-beroep of -bedrijf

In de gemeente Cuijk is in het bestemmingsplan "Bijgebouwenregeling stedelijke gebieden" een regeling opgenomen om beroepen en bedrijven in de woning mogelijk te maken. Het beroep of bedrijf wordt als functie gezien die ondergschikt is aan het wonen. Het gaat om kleinschalige activiteiten die probleemloos in een woning en een woonomgeving kunnen worden uitgeoefend. Hiervoor wordt een aangepaste lijst van bedrijfsactiviteiten gebruikt, die is opgenomen in de bijlage bij de regels.

 

Aan het ondergeschikte gebruik zijn voorwaarden verbonden, waaronder een maximale oppervlakte van 50 m². In een aantal gevallen is de oppervlakte in de praktijk groter gebleken. Hiervoor is als uitzondering een aparte aanduiding opgenomen om de grotere oppervlakte vast te leggen.

 

Afweging

De regeling is opgenomen in de "Algemene regels".

 

 

Hoofdstuk 6 Juridische verantwoording

 

6.1 Algemeen

 

In dit hoofdstuk worden de verbeelding en de planregels van het bestemmingsplan van een nadere toelichting voorzien. De verbeelding en de planregels zijn opgebouwd volgens de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2008 (SVBP2008) van het voormalige ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM).

6.2 Toelichting op de verbeelding

 

Bij dit plan hoort 1 verbeelding die formeel wordt aangeduid als de verbeelding. De verbeelding is eenvoudig opgezet. Dit bevordert de inzichtelijkheid, de handhaafbaarheid en de rechtszekerheid bij de beoordeling van bouwplannen. De verbeelding geeft de gronden van Sint Agatha weer. De bestemmingen van deze gronden zijn (deels met nadere aanduidingen) op de verbeelding opgenomen. Bij de verbeelding horen een legenda, een overzichtsvenster en een transfer.

 

6.2.1 Legenda

In de legenda zijn de verbeelding van het plangebied, de bestemmingen, de aanduidingen en de verklaringen opgenomen. Het plangebied omvat de gronden die onderwerp zijn van dit bestemmingsplan. Met de bestemmingen wordt het gebruik van de gronden vastgelegd. Er wordt onderscheid gemaakt tussen enkel-, dubbel-, voorlopige en uit te werken bestemmingen. In het geval van bijzondere of afwijkende gebruiksituaties worden aanduidingen gebruikt. Het gaat om gebieds-, functie-, bouw- en maatvoeringsaanduidingen, aangevuld met bouwvlakken en figuren. In de verklaring staan tenslotte de onderdelen van de verbeelding die geen juridische grondslag hebben. Ze worden gebruikt om de verbeelding makkelijker leesbaar te maken, door bijvoorbeeld een topgrafische ondergrond toe te voegen.

 

6.2.2 Overzichtsvenster

Het overzichtsvenster plaatst het plangebied in de directe omgeving. Bij meerdere verbeeldingen is een overzichtsvenster verplicht.

 

6.2.3 Transfer

In de transfer staat algemene informatie over het bestemmingsplan, zoals de naam, de status en de schaal.

6.3 Toelichting op de regels

 

De planregels geven inhoud aan de op de verbeelding aangegeven bestemmingen en aanduidingen. Ze geven aan waarvoor de gronden en opstallen al dan niet gebruikt mogen worden, en hoe en wat er gebouwd kan, of mag worden. Bij de opzet van de planregels is getracht het aantal regels zo beperkt mogelijk te houden en slechts datgene te regelen, wat werkelijk noodzakelijk is.

 

De planregels zijn altijd onderverdeeld in vier hoofdstukken, te weten:

  1. inleidende regels;

  2. bestemmingsregels;

  3. algemene regels;

  4. overgangs- en slotregels.

 

6.3.1 Inleidende regels

De inleidende regels omvatten de gebruikte begripsomschrijvingen en afkortingen (artikel 1) en de wijze van meten (artikel 2). Voor zover van toepassing zijn de regels uit de SVBP2008 overgenomen. Ter versterking van de uniformiteit wordt in de begripsomschrijvingen zoveel mogelijk aangesloten bij andere regelgeving.

 

6.3.2 Bestemmingsregels

In de bestemmingsregels zijn de regels voor de verschillende bestemmingen omschreven. Elke bestemming is, overeenkomstig de SVBP2008 in beginsel opgebouwd uit:

 

Het komt vaak voor dat niet alle onderdelen zijn gebruikt in een bestemming. In onderstaand overzicht zijn de gebruikte (dubbel)bestemmingen in dit bestemmingsplan opgenomen. De juridische maatregelen die in de hoofdstuken 3 en 4 naar voren zijn gekomen, worden verder toegelicht.

 

Bouwvlakken, aanduidingen en figuren

 

Bouwvlak

Bij het intekenen van de bouwvlakken zijn de bouwvlakken uit de vigerende bestemmingsplannen leidend. Het bouwvlak geeft de locatie aan waarbinnen bebouwing (hoofdgebouw en bijbehorende bebouwing) mag worden opgericht. In de meeste bestemmingen is een groot bouwvlak opgenomen met nadere beperkingen in de bouwregels. In de bestemming 'Wonen' is gekozen voor een kleiner bouwvlak waarbinnen het hoofdgebouw (de woning) moet worden opgericht. De bijbehorende bouwwerken mogen wel buiten het bouwvlak worden gebouwd.

 

Rekening houdend met de vigerende bouwvlakken krijgen vrijstaande en twee-aaneen woningen zoveel mogelijk een eigen bouwvlak met een diepte van 15,00 m, tenzij deze diepte om ruimtelijke redenen niet acceptabel wordt geacht. De algemene gemeentelijke richtlijn daarbij is een vrije ruimte van 8,00 meter tussen het bouwvlak en de achterste perceelsgrens. Aaneengebouwde woningen krijgen een maximale diepte van 12,00 m. De afstand tot de zijdelingse perceelsgrens is minimaal 3,00 m of minder als de oorspronkelijk zijgevel binnen 3,00 m van de zijdelingse perceelsgrens ligt.

 

Bouwaanduiding 'karakteristiek'

Ter plaatse van de aanduiding ‘karakteristiek [ka]’ wordt de instandhouding van de karakteristieke hoofdvorm van de bebouwing nagestreefd. Deze karakteristieke objecten komen in meerdere bestemmingen voor. In de toelichting is een overzicht is opgenomen van de rijksmonumenten en karakteristieke objecten ten tijde van vaststelling van voorliggend bestemmingsplan. Omdat gedurende de planperiode van het bestemmingsplan karakteristieke bebouwing kan worden toegevoegd of afgevoerd, dient bij twijfel altijd een actuele lijst geraadpleegd te worden.

 

Enkelbestemmingen

 

Agrarisch met waarden - Landschapswaarden

De voor 'Agrarisch met waarde - Landschapswaarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor agrarische doeleinden, in de vorm van agrarische bodemexploitatie met bijbehorende voorzieningen. Binnen het plangebied liggen alleen agrarische gronden zonder agrarisch bouwblok.

Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarde - cultuurhistorisch waardevolle akker (saw-cwa)' zijn de gronden tevens bestemd voor het behoud, herstel en ontwikkeling van cultuurhistorisch waardevolle akkers. Het gaat concreet om de aanwezigheid van zogenaamde 'bolle' akkers. Een plicht tot omgevingsvergunning is opgenomen om onherstelbare schade te voorkomen.

Om het leefgebied van de beschermde das te behouden, is de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarde - dassen (saw-dassen)' opgenomen. Binnen de aanduiding is een plicht tot omgevingsvergunning opgenomen om onherstelbare schade aan het leefgebied te voorkomen

 

Bedrijf

De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor bedrijfsmatige activiteiten, zoals opgenomen in bijlage 2 'Staat van Bedrijfsactiviteiten - bedrijf' van de regels. Het gaat om lichte bedrijvigheid van vooral categorie 1 en 2. Een nutsgebouw heeft de aanduiding ‘nutsvoorziening (nv)’ gekregen. Daar waar de aanduiding ‘bedrijfswoning (bw)’ is opgenomen is één bedrijfswoning toegestaan.

 

De 'Staat van Bedrijfsactiviteiten - bedrijf' kan geheel of gedeeltelijk worden gewijzigd, indien technologische ontwikkelingen of milieuhygiënische inzichten hiertoe aanleiding geven.

Groen

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen, plantsoenen en groenstroken, bermen en beplanting, fiets- en voetpaden, parkeervoorzieningen, speelvoorzieningen, waterlopen en waterpartijen met daaraan ondergeschikte verhardingen en met de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouw zijnde. Binnen de bestemming 'Groen' hebben de in beleid aangewezen speelplekken de aanduiding ‘parkeerterrein uitgesloten (-p)’ gekregen, om te voorkomen dat de

speelplekken verkleind kunnen worden. Er zijn geen bouwvlakken opgenomen.

 

De bestemming 'Groen' kan onder voorwaarden geheel of gedeeltelijk worden gewijzigd naar de bestemming 'Wonen' of 'Verkeer'. In het eerste geval kan openbaar groen dat verkocht is aan derden als tuin bij een woning, ook daadwerkelijk een woonbestemming gegeven worden. In het tweede geval wordt mogelijk gemaakt dat de verkeersfunctie voorrang krijgt boven de openbaar groenfunctie.

 

Horeca

De voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn bestemd voor horeca-activiteiten uit categorie I , II en III, zoals opgenomen in bijlage 4 'Staat van Horeca-activiteiten' van de regels. In categorie I vallen de horeca-activiteiten die weinig inbreuk maken op de woonomgeving, zoals lunchrooms en ijssalons. Categorie II is gericht op restauarants, grillrooms en dergelijke en categorie III sluit aan bij het huidige gebruik als café van de enige horecagelegenheid in het plangebied.

 

Maatschappelijk

De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke activiteiten, openbare dienstverlening en openbare speelplaatsen met voorzieningen. Onder voorwaarden zijn ondergeschikte horeca-activiteiten toegestaan, vallend onder categorie VI van de 'Staat van horeca-activiteiten' van de regels.

Een beperking geldt voor de gronden met de aanduiding 'begraafplaats (bg)', omdat daar alleen een begraafplaats is toegestaan.

 

Sport

De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn bestemd voor de beoefening van sporten met uitsluiting van gemotoriseerde sporten, culturele, ontspannende en maatschappelijke activiteiten. Onder voorwaarden zijn ondergeschikte horeca-activiteiten toegestaan, vallend onder categorie VI van de 'Staat van horeca-activiteiten' van de regels. Er zijn geen bouwvlakken opgenomen zoals in andere bestemmingen, omdat flexibiliteit gewenst is. De hoeveelheid aan bebouwing wordt beperkt door een bebouwingspercentage.

 

Verkeer

De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor verhardingen, woonstraten, paden, parkeervoorzieningen en groenvoorzieningen. Er zijn geen bouwvlakken opgenomen.

 

Wonen

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen in vrijstaande, twee-aaneengebouwde en aaneengebouwde woningen. De typen woningen zijn afzonderlijk aangeduid als 'vrijstaand [vrij]', 'twee-aaneen [tae]', 'aaneengebouwd [aeg]' en 'gestapeld [gs]'. Voor het Kepserterrein zijn afwijkende bouwregels opgenomen voor het aantal woningen, erkers en bijbehorende bouwwerken.

 

Het bestaande aantal woningen per bouwvlak is toegestaan, met als peildatum de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan. Dit met uitzondering van het aantal woningen ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden (x)’. Ter plaatse van deze aanduiding mag maximaal het aangegeven aantal woningen worden gebouwd.

 

In voorliggend bestemmingsplan wordt de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte (m)' gebruikt. In de meeste gevallen heeft de afwijkende maatvoering te maken met het ontwikkelen of instandhouden van een bepaald stedenbouwkundig beeld (Kepserterrein).

 

Ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen [bg]' gelden afwijkende regels voor bijbehorende

bouwwerken. De afwijkende regels komen uit het vastgestelde bestemmingsplan 'Sint Agatha, Kepserterrein' waarin een specifiek stedebouwkundig beeld is vastgelegd.

 

Dubbelbestemmingen

 

Waarde - Archeologie 3

De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archologische waarden van de gronden. Onder andere dient voor het bouwen de aanvrager van een omgevingsvergunning, voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 50 m² en dieper dan 0,50 m, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld.

 

Waarde - Archeologie 5

De voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archologische waarden van de gronden. Onder andere dient voor het bouwen de aanvrager van een omgevingsvergunning, voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 2.500 m² en dieper dan 0,50 m, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld.

 

Waterstaat - Waterkering

De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn primair bestemd voor de waterkering en de beschermingszone daarlangs. Gezien de belangrijke functie van de waterkering zijn de bebouwingsmogelijkheden sterk beperkt. In alle gevallen is bij ingrepen overleg met het Waterschap Aa en Maas nodig.

 

6.3.3 Algemene regels

De algemene regels bevatten verplicht de anti-dubbeltelbepaling en kunnen algemene bouwregels, gebruiksregels, aanduidingsregels, afwijkingsregels, wijzigingsregels, procedureregels en overige regels bevatten. De algemene regels worden hier nader toegelicht.

 

Anti-dubbeltelbepaling

In het Bro is een standaard opgenomen voor de anti-dubbeltelregel. Met deze regel wordt voorkomen dat er in feite meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogd. In het verleden werd nog wel eens een extra (bouw)perceel of gedeelte daarvan verworven om meer bouwmogelijkheden te krijgen. Bijvoorbeeld bij een regel dat een groter bouwperceel recht geeft op een groter oppervlakte aan bijgebouwen. Na het verkrijgen van de omgevingsvergunning werd de grond weer afgestoten. Gevolg: meer bouwwerken op een perceel dan feitelijk bedoeld was.

De anti-dubbeltelregel voorkomt dit door te verbieden dat nieuw verworven (bouw)percelen in de berekening worden meegenomen als deze al eerder bij een omgevingsvergunning zijn betrokken.

 

Algemene bouwregels

De algemene bouwregels zijn een aanvulling op de specifieke bouwregels van de diverse bestemmingen. Het gaat bijvoorbeeld om de omgang met bestaande maten, het toestaan van ondergeschikte bouwdelen en ondergronds bouwen.

 

Algemene gebruiksregels

In de Wro is in artikel 7.10 lid 1 een algemeen gebruiksverbod opgenomen. Deze gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. In beginsel is de bestemmingsomschrijving van de betreffende bestemming bepalend. In de algemene gebruiksregels worden vaak algemene verboden opgenomen. Er zijn ook regels opgenomen die voor meerdere bestemmingen gelden, zoals mantelzorg en aan-huis-verbonden-beroepen of -bedrijven.

 

Algemene aanduidingsregels

In dit artikel kunnen regels worden opgenomen die algemeen van toepassing zijn op het bestemmingsplan. Het gaat om gebiedsaanduidingen zoals beschreven in de SVBP2008. De gebiedsaanduidingen worden gebruikt voor situaties die in meerdere bestemmingen voorkomen. Het gaat bijvoorbeeld om de gebiedsaanduiding 'monumentale boom'. De te beschermen groeiplaats van de boom kan deels in de bestemming 'Verkeer" liggen en deelsl in de bestemming 'Groen'. De gebiedsaanduidingsregel is dan aanvullend op beide bestemmingen.

 

Gebiedsaanduiding 'monumentale boom'

Ter bescherming van de groeiplaatsen van monumentale bomen is de functieaanduiding 'monumentale boom' opgenomen. De bescherming is gericht op het wortelstelsel en de bladerkroon en biedt aan beide voldoende ruimte om volledig uit te groeien. Het oprichten van bebouwing is daarom beperkt in de groeiplaatsen.

 

Gebiedsaanduiding 'dassencontour'

Om het leefgebied van de beschermde das te behouden, is de gebiedsaanduiding 'dassencontour' opgenomen. Binnen de aanduiding is het verboden om hekwerken te plaatsen die dassen niet kunnen passeren.

 

Gebiedsaanduidingen 'vrijwaringszone - radar' en 'funnel'

In de regels en op de verbeelding zijn de gebiedsaanduidingen 'vrijwaringszone - radar' en 'funnel' opgenomen ter bescherming van het functioneren van vliegbasis Volkel.

 

Algemene afwijkingsregels

Met algemene afwijkingsregels wordt aan het bestemmingsplan flexibiliteit meegegeven. De algemene afwijkingsregels kunnen, voor zover van toepassing, voor elke bestemming worden gebruikt. Het gaat meestal om kleine afwijkingen van de regels. Een veel voorkomende afwijking maakt het mogelijk maximaal 10% af te wijken van de voorgeschreven bouwregels.

De algemene afwijkingsregels mogen alleen gebruikt worden indien er geen afwijking in de bestemmingsregels is opgenomen. Dit betekent dat niet tweemaal mag worden afgeweken van dezelfde bestemmingsregel. De specifieke en algemene afwijkingen mogen niet cumulatief worden gebruikt voor hetzelfde onderdeel.

 

Algemene wijzigingsregels

Met algemene wijzigingsregels wordt aan het bestemmingsplan flexibiliteit meegegeven. Net als bij de algemene afwijkingsregels zijn de algemene wijzigingen in meerdere bestemmingen toepasbaar. Met een wijziging kan een deel van het bestemmingsplan worden vervangen. Het kan bijvoorbeeld gaan om een kleine aanpassing van bestemmingsgrenzen of het vernieuwen van de lijst van bedrijfsactiviteiten.

 

Algemene procedureregels

In dit artikel is opgenomen, voor zover van toepassing, de procedure voor het opleggen van nadere eisen. De nadere eisen maken geen onderdeel uit van de omgevingsvergunning en kennen een eigen, vrij in te vullen, procedure op basis van de Wet ruimtelijke ordening. De opgenomen procedure biedt de mogelijkheid om binnen de termijn van een reguliere omgevingsvergunning een besluit over de nadere eisen te nemen.

 

Overige regels

In dit artikel worden regels geplaatst die niet onder een andere regel zijn te vatten. Het gaat bijvoorbeeld om de uitsluiting van de aanvullende werking van de bouwverordening en de voorrangsregels bij dubbelbestemmingen.

 

6.3.4 Overgangs- en slotregels

In hoofdstuk 4 is het wettelijk voorgeschreven overgangsrecht opgenomen en de slotregel. In het Bro zijn standaardregels opgenomen voor het overgangsrecht van bouwwerken en voor gebruik. De teksten uit het Bro zijn in het bestemmingsplan letterlijk overgenomen. In vrijwel alle bestemmingsplannen worden zoveel mogelijk gronden en bouwwerken positief bestemd, dus volgens het feitelijke gebruik. Het overgangsrecht is slechts in enkele gevallen aan de orde.

 

Legale bouwwerken (met omgevingsvergunning) die bestaan op het moment van tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan, mogen gedeeltelijk of geheel worden vernieuwd of veranderd. Ook mogen bouwwerken na een calamiteit worden herbouwd, op voorwaarde dat een omgevingsvergunning wordt aangevraagd binnen twee jaar na de calamiteit. Een calamiteit wordt uitgelegd als een (natuur)ramp of een niet-verwachte gebeurtenis die in korte tijd ernstige schade kan veroorzaken.

Het overgangsrecht geldt dus voor bouwwerken die legaal zijn opgericht, maar in het ontwerpbestemmingsplan een nieuwe, afwijkende bestemming hebben gekregen. Als een dergelijk bouwwerk wordt gesloopt, dan vervallen alle bouwrechten van dat bouwwerk (calamiteit uitgezonderd). Alleen de bouwregels van de nieuwe bestemming gelden dan nog. Dit is een zogenaamde ‘uitsterfconstructie’ voor ongewenste bouwwerken. Een illegaal bouwwerk (zonder omgevingsvergunning) valt niet onder het overgangsrecht.

 

Legaal gebruik (oude bestemmingsplan) van gronden en het gebruik van zich op die gronden bevindende bouwwerken ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan mag worden voortgezet. Het kan zijn dat een nieuwe, afwijkende bestemming is toegekend aan een perceel. In dat geval mag het daar aanwezige gebruik worden voortgezet, mits dit volgens het oude bestemmingsplan was toegestaan. In uitzonderlijke gevallen wordt het oude gebruik gekoppeld aan een persoon: stopt de persoon met het gebruik, dan vervalt het gebruik.

Het gebruik mag niet gewijzigd worden, tenzij het meer in overeenstemming wordt gebracht met de nieuwe bestemming. Als het gebruik vallend onder het overgangsrecht geruime tijd wordt gestaakt, dan vervallen de rechten op dit overgangsrecht. Er wordt dan geredeneerd dat het gebruik niet langer nodig is, ook als het eerdere gebruik na een tijd weer wordt opgepakt. Illegaal gebruik (strijd met oude bestemmingsplan) valt niet onder het overgangsrecht.

 

In de slotregel wordt aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald in een omgevingsvergunning.De slotregel is voorgeschreven in het SVBP2008.

 

 

Hoofdstuk 7 Handhaafbaarheid

 

 

De gemeente Cuijk heeft haar beleid ten aanzien van toezicht en controle op regelgeving vastgelegd in het ‘Integraal Handhavingsbeleidsplan 2011-2014’. Het handhavingsbeleid moet leiden tot gemeentebrede, gestructureerde en integrale handhaving. Het betreft een beleidscyclus, waarbij de monitoring van de uitvoering van de handhaving kan leiden tot bijstelling van het beleid. Het beleidsplan initieert een lerende organisatie, waarbij de kwaliteit van de handhaving toeneemt en de uitvoering van de handhaving steeds efficiënter wordt.

 

Bij handhaving wordt onderscheid gemaakt tussen preventieve en repressieve handhaving. Onder preventieve handhaving wordt in eerste instantie verstaan: het houden van toezicht. Daarnaast is ook goede informatievoorziening en gerichte voorlichting aan de burger van belang. De kwaliteit van verleende vergunningen staat voorop.

Daarnaast dient ook aandacht besteed te worden aan de actualiteit en de handhaafbaarheid van verordeningen, vergunningen en bestemmingsplannen. Indien wordt afgeweken van geldende regelgeving en er dus sprake is van illegale activiteit(en) zal repressieve handhaving worden toegepast. Dit kan bestuursrechtelijk, strafrechtelijk of privaatrechtelijk van aard zijn.

 

In het geldende handhavingsbeleidsplan zijn, op basis van een uitgevoerde risicoanalyse, voor alle gemeentelijke handhavingstaken met betrekking tot de fysieke leefomgeving prioriteiten gesteld.

In het handhavingsbeleidsplan wordt nader ingegaan op de verschillende vormen van handhaving (nalevingsstrategie, preventiestrategie). Er zijn ook beleidsregels ten aanzien van gedogen opgenomen in het plan. Dit bestemmingsplan biedt juridisch-planologische kaders waaraan kan worden getoetst.

 

 

Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid

 

8.1 Algemeen

 

Een bestemmingsplan moet economisch uitvoerbaar zijn tijdens de planperiode. Hierbij dient naast de economische uitvoerbaarheid vanuit de gemeentebegroting bezien, ook aandacht besteed te worden aan de economische uitvoerbaarheid van bestemmingen die gerealiseerd worden door particulieren en bedrijven.

8.2 Exploitatieplan

 

Op basis van de Wet ruimtelijke ordening is het sinds 1 juli 2008 verplicht om bij een bestemmingsplan ook een exploitatieplan vast te stellen. Een exploitatieplan is echter niet verplicht als:

 

Afweging

Voor dit bestemmingsplan hoeft geen exploitatieplan te worden vastgesteld, omdat geen nieuwe ontwikkelingen zijn opgenomen.

8.3 Planschade

 

De regeling omtrent de tegemoetkoming in de planschade is geregeld in afdeling 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). In artikel 6.1 Wro is bepaald dat burgemeester en wethouders degene die in de vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak schade lijdt of zal lijden als gevolg van onder anderen:

op aanvraag een tegemoetkoming toekennen, voor zover de schade redelijkerwijs niet voor rekening van de aanvrager behoort te blijven en voor zover de tegemoetkoming niet voldoende anderszins verzekerd is.

 

Artikel 6.4a Wro regelt dat gemeenten een overeenkomst kunnen sluiten met de verzoeker van de planologische aanpassing dat de planschade die voor tegemoetkoming in aanmerking voor zijn rekening komt.

 

Afweging

Omdat dit bestemmingsplan geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt, is het niet noodzakelijk een planschaderisicoanalyse uit te voeren. In de regels van dit plan is rekening ermee gehouden dat bestaande bouw-/uitbreidingsmogelijkheden gerespecteerd worden.

 

 

Hoofdstuk 9 Procedure

 

9.1 Inspraak en vooroverleg

 

Het college van Burgemeester en wethouders heeft op 27 september 2011 besloten met het voorontwerpbestemmingsplan “Sint Agatha” over te gaan tot vooroverleg met overige overheidsinstanties en de gemeentelijke inspraakprocedure. Het Waterschap Aa en Maas, de VROM Inspectie Zuid en Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant zijn op 11 november 2011 verzocht een reactie te geven op het voorontwerp tijdens de inspraakperiode van vier weken. Er zijn geen andere gemeenten met belangen in het plangebied.

 

De inspraakprocedure is bekendgemaakt in de gemeentepagina van het Cuijks Weekblad en op de gemeentelijke website op 1 november 2011. Het voorontwerpbestemmingsplan en bijbehorende stukken hebben ter inzage gelegen in het gemeentehuis en de bibliotheek te Cuijk, en was beschikbaar op www.cuijk.nl en op www.ruimtelijkeplannen.nl van 2 november tot en met 29 november 2011.

 

De ingekomen reacties van vooroverleg en inspraak zijn in het "Eindverslag vooroverleg en inspraakprocedure betreffende het voorontwerpbestemmingsplan “Sint Agatha”" behandeld. Het eindverslag is als bijlage bij de toelichting gevoegd.

9.2 Zienswijzen

 

Het ontwerpbestemmingsplan "Sint Agatha" heeft van 21 maart tot en met 1 mei 2012 voor zienswijzen ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn zijn er geen zienswijzen ingediend.

 

 

Bijlage bij de toelichting

 

 

  1. Eindverslag vooroverleg en inspraakprocedure betreffende het voorontwerpbestemmingsplan “Sint Agatha”.

  2. Ambtshalve wijzigingen betreffende het voorontwerpbestemmingsplan “Sint Agatha”.

  3. Raadsvoorstel en raadsbesluit 18 juni 2012.