Inhoudsopgave

 

 

Regels

 

 

 

 

 

 

HOOFDSTUK 1

Inleidende regels

 

Artikel 1

Begrippen

 

Artikel 2

Wijze van meten

 

 

 

 

 

HOOFDSTUK 2

Bestemmingsregels

 

Artikel 3

Bedrijf

 

Artikel 4

Bos

 

Artikel 5

Verkeer

 

Artikel 6

Leiding - Hoogspanning

 

 

 

 

 

HOOFDSTUK 3

Algemene regels

 

Artikel 7

Anti-dubbeltelregel

 

Artikel 8

Algemene bouw- en gebruiksregels

 

Artikel 9

Algemene aanduidingsregels

 

Artikel 10

Algemene afwijkingsregels

 

Artikel 11

Algemene wijzigingsregels

 

 

 

 

 

HOOFDSTUK 4

Overgangs- en slotregels

 

Artikel 12

Overgangsrecht

 

Artikel 13

Slotregel

 

 

 

 

 

terug naar inhoudsopgave

 

 

HOOFDSTUK 1        INLEIDENDE REGELS

 

Artikel 1

Begrippen

 

 

In deze regels wordt verstaan onder:

 

 

1.1

Plan

Het bestemmingsplan ‘Oude Roosendaalsebaan 7’ van de gemeente Halderberge.

 

1.2

Bestemmingsplan

De geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1655.BP9002-C001 met de bijbehorende regels.

 

1.3

Aanduiding

Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

 

1.4

Aanduidingsgrens

De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

 

1.5

Ambachtelijk bedrijf

Een bedrijf, dat is gericht op het geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, bewerken of herstellen van goederen.

 

1.7

Arbeidsintensiteit

Het aantal werknemers per oppervlakte-eenheid; daarbij wordt het navolgende onderscheid gemaakt:

  • laag (extensief): > 100 m² / werknemer;
  • matig intensief: 40-100 m² / werknemer;
  • hoog (intensief): < 40 m² / werknemer.

 

1.8

Bebouwing

Één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

 

1.9

Bebouwingspercentage

Een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van een bouwvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd.

 

1.10

Bedrijf

Het bedrijfsmatig verrichten van activiteiten c.q het verlenen van diensten die liggen op het vlak van industrie, handel en groothandel met eventueel bijbehorende showroom (derhalve géén detailhandel daaronder te begrijpen, tenzij deze ondergeschikt is), ambacht, nijverheid, productie, distributie, logistiek, vervoer, opslag, ict en internet bedrijven, reparatie (waaronder geen autoreparatiebedrijven), e.d. Tevens worden hiertoe gerekend bijbehorende kantoorruimten en installaties.

 

1.11

Bedrijfsgebouw

Een gebouw dat dient voor de uitoefening van één of meer bedrijfsactiviteiten.

1.12

Bestaand bouwwerk

Een bouwwerk, dat:

  • op het moment van het ter inzage leggen van het ontwerp van dit plan bestaat of in uitvoering is;
  • na dat tijdstip is of mag worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen of, waarbij de aanvraag om omgevingsvergunning voor dat tijdstip is ingediend.

 

1.13

Bestemmingsgrens

De grens van een bestemmingsvlak.

 

1.14

Bestemmingsvlak

Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

 

1.15

Bevi-bedrijf

Een bedrijf dat valt onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen

 

1.16

Bezoekersintensiteit

Het aantal bezoekers van een bedrijf en/of voorziening per oppervlakte-eenheid; daarbij kan het volgende onderscheid worden gemaakt:

  • laag (extensief): vrijwel nooit of incidenteel bezoekers in het kader van de bedrijfsvoering (> 300 m² / bezoeker);
  • regelmatig: regelmatig contact met klanten of relaties  (100-300 m² / bezoeker);
  • hoog (intensief): dagelijkse stroom bezoekers substantieel onderdeel van de bedrijfsvoering, bedrijfsactiviteit gericht op klanten/ bezoekers, baliefuncties e.d. (< 100 m² / bezoeker).

 

1.17

Bijgebouw

Een met een hoofdgebouw verbonden of daarvan vrijstaand gebouwd dat ten dienste staat van het hoofdgebouw en door zijn ligging, constructie of afmeting ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

 

1.18

Bouwen

Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.

 

1.19

Bouwgrens

De grens van een bouwvlak.

 

1.20

Bouwperceel

Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

 

1.21

Bouwperceelgrens

Een grens van een bouwperceel.

 

1.22

Bouwvlak

Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.

1.23

Bouwwerk

Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.

 

1.24

Bruto-/bedrijfvloeroppervlak

De totale oppervlakte van kantoren, winkels of bedrijven met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten.

 

1.25

Dienstverlening

Het bedrijfsmatig verlenen van diensten.

 

1.26

Distributie

Het georganiseerd vervoeren van (bijvoorbeeld) goederen van producent naar consument.

 

1.27

Gebouw

Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

 

1.28

Geluidszoneringsplichtige inrichting

Inrichting zoals bedoeld in artikel 2.4 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer (Stb. 1993, nr. 50).

 

1.29

Handelsbedrijf

Een bedrijf dat bedrijfsmatig goederen ten verkoop uitstalt, te koop aanbiedt, verkoopt of levert.

 

1.30

ICT bedrijf

Een bedrijf, dat is gericht op het ontwikkelen en beheren van systemen, netwerken, databanken en websites met inbegrip van het onderhouden van computers en programmatuur en het schrijven van administratieve software.

 

1.31

Industrieel bedrijf

Een bedrijf, dat is gericht op het geheel of overwegend machinaal verwerken van grondstoffen en/of vervaardigen van producten (nijverheids- en productie-technische bedrijven).

 

1.32

Internet bedrijf

Een bedrijf, dat producten bedrijfsmatig, overwegend via internet, te koop aanbiedt, waaronder begrepen de uitstalling ter verkoop, verkoopt en/of levert aan wederverkopers, dan wel aan bedrijven of instellingen die deze goederen in een door hen gedreven ondernemingen aanwenden dan wel aan particulieren.

 

1.33

Kantoor

Een gebouw of een gedeelte van een gebouw, dat door zijn indeling en inrichting kennelijk is bestemd voor het verlenen van diensten en/of het uitvoeren c.q. verrichten van handelingen, die een administratief karakter hebben dan wel handelingen die een administratieve voorbereiding of uitwerking behoeven, al dan niet in rechtstreekse aanraking met het publiek.

 

1.34

Kantoorhoudend bedrijf

Een bedrijf waarvan een kantoor deel uit maakt.

 

1.35

Logistieke dienstverlening

Dienstverlening waarbij de gehele fysieke distributie (transport, voorraadbeheer, ontvangst, opslag en orderverzameling) en de daaraan verbonden informatiefunctie wordt verzorgd door een producent.

 

1.36

Omgevingsvergunning

Een vergunning voor het uitvoeren van een project dat invloed heeft op de fysieke leefomgeving, op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo).

 

1.37

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden, op grond van artikel 2.1 lid 1 onder b van de Wabo.

 

1.38

Omgevingsvergunning voor het afwijken

Omgevingsvergunning voor het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met dit plan met toepassing van de in dit plan opgenomen regels inzake afwijking, op grond van artikel 2.1 lid 1 onder c jo. artikel 2.12 lid 1 sub a onder 1 van de Wabo.

 

1.39

Omgevingsvergunning voor het bouwen

Omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk, op grond van artikel 2.1 lid 1 onder a van de Wabo.

 

1.40

Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk:

Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk, op grond van artikel 2.1 lid 1 onder g van de Wabo.

 

1.41

Ondergeschikt

Een buiten de dakvlakken uitstekend ondergeschikt deel van een gebouw, zoals een dakvenster, een balkon, een luifel en een bloemenvenster, met uitzondering van een uitgebouwd deel van een gebouw (ter uitbreiding van het oppervlak).

 

1.42

Ondergronds

Beneden peil.

 

1.43

Parkeervoorziening

Elke al dan niet overdekte stallingsgelegenheid ten behoeve van gemotoriseerd verkeer.

 

1.44

Peil

  1. voor gebouwen, waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang;
  2. in andere gevallen, de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein.

 

1.45

Reclame-uiting

Elke aanduiding van commerciële of niet-commerciële aard, in de vorm van een opschrift, aankondiging en of mededeling al of niet in combinatie met een bouwkundige uitbreiding of attentie-element, voor zover deze van de openbare straat in, op, aan of rondom gebouwen zichtbaar is.

 

1.46

Seksinrichting

De voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in ieder geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.

 

1.47

Transport

Vervoer, het overbrengen van goederen of personen.

 

1.48

Transport- en distributiesector

Economische sector bestaande uit: transport, logistieke dienstverlening, distributie en value added logistics.

 

1.49

Value added logistics (VAL)

Logistiek, waarbij een waardetoevoegende activiteit (productie) naast de standaardactiviteiten zoals opslag en distributie plaatsvindt.

 

1.50

Weg

Alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen.

 

1.51

Zelfstandige kantoren zonder balie functie

Een gebouw of een gedeelte van een gebouw, dat door zijn indeling en inrichting kennelijk is bestemd voor het verlenen van diensten en/of het uitvoeren c.q. verrichten van handelingen, die een administratief karakter hebben dan wel handelingen die een administratieve voorbereiding of uitwerking behoeven, zonder rechtstreekse aanraking met het publiek.

 

1.52

Zelfstandige kantoren met balie functie met een matige publieksaantrekkende werking

Een gebouw of een gedeelte van een gebouw, dat door zijn indeling en inrichting kennelijk is bestemd voor het verlenen van diensten en/of het uitvoeren c.q. verrichten van handelingen, die een administratief karakter hebben dan wel handelingen die een administratieve voorbereiding of uitwerking behoeven, met rechtstreekse aanraking met het publiek, zoals een notaris, accountant, advocaat.

 

 

terug naar inhoudsopgave

 

Artikel 2

 

Wijze van meten

Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

 

2.1

De dakhelling:

Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

 

2.2

De goothoogte van een bouwwerk:

Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeiboord of daarbij gelijk te stellen constructiedeel.

 

2.3

De inhoud van een bouwwerk

Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

 

2.4

De bouwhoogte van een bouwwerk:

Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

 

2.5

De oppervlakte van een bouwwerk:

Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

 

2.6

De afstand tot de perceelsgrens

De kortste afstand van enig punt van een gebouw tot de (zijdelingse) perceelsscheiding van het bouwperceel.

 

2.7

De afstand tussen gebouwen

De kortste afstand tussen de buitenwerkse gevelvlakken van de gebouwen.

 

2.8

De bruto-/bedrijfsvloeroppervlak van een gebouw

Gemeten (op alle bouwlagen) op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies, of tot het hart van de desbetreffende scheidingsconstructie, indien de binnenruimte van het gebouw grenst aan de binnenruimte van een ander gebouw.

 

2.9

De lengte, breedte en diepte van een bouwwerk

Tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels (en/of hart van scheidsmuren).

 

2.10

Ondergeschikte bouwonderdelen

Bij toepassing van het in dit artikel bepaalde worden ondergeschikte bouwonderdelen, zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, luchtkokers, wolfseinden, dakkapellen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten.

 

terug naar inhoudsopgave

 

 

HOOFDSTUK 2  BESTEMMINGSREGELS

 

 

 

Artikel 3

Bedrijf

 

 

 

 

3.1

Bestemmingsomschrijving

 

De voor ‘Bedrijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor

 

 

a.

bedrijven in milieucategorie 3.1 en 3.2 zoals vermeld in de bij deze regels behorende Staat van bedrijven en inrichtingen (SBI) (bijlage) uitgezonderd Bevi-bedrijven;

 

 

 

met de daarbij behorende:

 

b.

interne ontsluitingswegen;

 

c.

in- en uitritten;

 

d.

verkeersvoorzieningen, waaronder voet- en fietspaden, parkeervoorzieningen, straatmeubilair en abri’s;

 

e.

groenvoorzieningen;

 

f.

voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding;

 

g.

voorzieningen van openbaar nut.

 

 

 

 

 

 

3.2

Bouwregels

 

 

Op de tot ‘Bedrijf’ bestemde gronden mogen uitsluitend bouwwerken worden opgericht die qua aard en afmetingen bij deze bestemming passen, met dien verstande dat:

 

a.

voorzien moet worden in voldoende laad- en losmogelijkheden op eigen terrein, waarbij de laad- en losplaatsen zo dienen te worden gesitueerd dat het ladend en lossend verkeer kan manoeuvreren en zich kan opstellen op het bouwperceel zelf, zodat het openbaar gebied daarmee niet wordt belast;

 

b.

voorzien moet worden in voldoende parkeermogelijkheden op eigen terrein, waarbij in ieder geval ruimte dient te worden gereserveerd zodat voldaan wordt aan de door de gemeente Halderberge vastgestelde parkeernormen;

 

c.

voorzien moet worden in voldoende inpandige fietsvoorzieningen, waarbij de volgende minimale normen gelden:

 

 

-

voor bedrijven: 1 fietsvoorziening per 500 m² bruto bedrijfsvloeroppervlak;

 

 

-

voor kantoren: 1 fietsvoorziening per 200 m² bruto bedrijfsvloeroppervlak.

 

 

 

3.2.1

Gebouwen

 

a.

gebouwen moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd;

 

b.

de afstand van een gebouw tot aan de perceelsgrens bedraagt minimaal 5 meter, behoudens ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – verplichte bouwgrens’ waar in de naar de rijksweg gekeerde perceelsgrens moet worden gebouwd;

 

c.

de maximale bouwhoogte zoals aangegeven op de planverbeelding;

 

d.

binnen een zone van 9 meter vanaf de perceelsgrens waarin het perceel wordt ontsloten, mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van de kantoorfunctie worden gebouwd, het bepaalde in sub a en b blijft van toepassing;

 

e.

binnen een zone van 22 meter vanaf de weg waarop het perceel wordt ontsloten mogen buiten of aan de bedrijfsgebouwen geen laad- en losvoorzieningen worden gerealiseerd;

 

f.

de gebouwen mogen worden voorzien van een kap met een maximale dakhelling van 15°.

 

 

3.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

 

a.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van reclame-uitingen, mogen op het gehele bouwperceel worden opgericht;

 

b.

de hoogte mag maximaal 8 meter bedragen, met uitzondering van:

 

 

-

terreinafscheidingen waarvan de hoogte maximaal 2 meter mag bedragen, behoudens ter plaatse van de gronden met de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - milieustraat’ waar de hoogte maximaal 3 meter mag bedragen;

 

 

-

bewegwijzering waarvan de hoogte maximaal 10 meter mag bedragen;

 

 

3.3

Nadere eisen

 

 

Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen ten aanzien van de op grond van dit artikel toegelaten bepalingen ten aanzien van de:

 

-

situering van bedrijven en bedrijfsactiviteiten;

 

-

situering en afmetingen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde;

 

-

situering en afmetingen van de percelen;

 

-

de hoogte van gebouwen;

 

-

inrichting van de gronden waaronder de aanleg en omvang van parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en de aanleg en profilering van toegangs- en ontsluitingswegen,

indien dit noodzakelijk is:

 

a.

ter waarborging van de ruimtelijke en functionele structuur ter plaatse;

 

b.

voor een verantwoorde stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing;

 

c.

ter waarborging van de milieuzonering;

 

d.

ter voorkoming van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken;

 

e.

ter waarborging van de verkeersveiligheid, brandveiligheid c.q. brand- en rampenbestrijding;

 

f.

in verband met de gewenste parkeer-, laad- en losruimte van voldoende omvang op eigen terrein.

 

 

 

 

 

3.4

Afwijken van de bouwregels

 

 

3.4.1 Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in art. 3.2.2.b voor het plaatsen van een hogere terreinafscheiding, onder de voorwaarde dat:

 

a.

aangetoond kan worden dat een hogere terreinafscheiding noodzakelijk is voor de beveiliging van het bedrijf c.q. de bedrijfsproducten;

 

b.

geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:

 

 

-

het straat- en bebouwingsbeeld;

 

 

-

de verkeersveiligheid;

 

 

-

de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

 

 

3.5

Specifieke gebruiksregels

 

 

Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval begrepen het gebruiken of laten gebruiken van de gronden en/of opstallen binnen deze bestemming ten behoeve van:

 

a.

een seksinrichting;

 

b.

een (bedrijfs)woning;

 

c.

voor het opslaan, storten of bergen van materialen en producten, be-houdens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;

 

d.

voor open opslag tenzij deze zodanig plaatsvindt dat de opslag niet zichtbaar is vanaf de openbare weg en aldus achter bebouwing plaatsvindt dan wel is afgeschermd door middel van groenvoorzieningen;

 

e.

het plaatsen van caravans;

 

f.

de uitoefening van een andere tak van handel (inclusief detailhandel), bedrijf of dienstverlening dan ingevolge het bepaalde in art. 3.1 is toegestaan;

 

g.

zelfstandige kantoren

 

h.

het vestigen danwel oprichten van Bevi-bedrijven;

 

i.

gokhallen, casino’s, amusementshallen;

 

j.

iedere vorm van horeca;

 

k.

de opslag en verkoop van motorbrandstoffen.

 

 

 

 

3.6

Afwijken van de gebruiksregels

 

 

 

3.6.1 Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 3.1.a en daarmee samenhangend artikel 3.5.f, met inachtneming  van de volgende bepalingen:

 

a.

een omgevingsvergunning voor het afwijken kan worden verleend ten behoeve van de vestiging c.q. uitoefening van een bedrijf dat is opgenomen in categorie 4 van de Staat van bedrijven en inrichtingen (SBI) indien deze, gelet op de milieubelasting, naar aard en invloed op de omgeving geacht kan worden te behoren tot categorie 3.1 of 3.2 van de Staat van bedrijven en inrichtingen (SBI) ;

 

b.

een omgevingsvergunning voor het afwijken kan worden verleend ten behoeve van de vestiging c.q. uitoefening van een bedrijf, dat hoewel, gelet op de milieubelasting, naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig is aan categorie 3.1 of 3.2 van de Staat van bedrijven en inrichtingen (SBI) , niet in de Staat van bedrijven en inrichtingen (SBI) wordt genoemd;

 

c.

een omgevingsvergunning voor het afwijken kan worden verleend ten behoeve van de vestiging c.q. uitoefening van een bedrijf, dat gelet op de milieubelasting, naar omvang, aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig is aan de bedrijven als genoemd in artikel 3.1;

 

d.

bij de beoordeling van de aard en invloed van de milieubelasting van een bedrijf dienen de volgende milieubelastingcomponenten mede in de beoordeling te worden betrokken: geluid, geurproductie, stofuitworp en gevaar, waarbij tevens kan worden gekeken naar de verontreiniging van lucht en bodem, de diversiteit en het al dan niet continue karakter van het bedrijf en de visuele hinder en verkeersaantrekkende werking.

 

3.6.2 Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 3.1b en daarmee samenhangend artikel 3.5.f voor de vestiging c.q. uitoefening van een bedrijf dat is opgenomen in categorie 1 of 2 van de Staat van bedrijven en inrichtingen (SBI) , onder de volgende voorwaarden:

 

a.

de een omgevingsvergunning voor het afwijken uitsluitend mag worden verleend indien via een aan te leveren distributie planologisch onderzoek wordt aangetoond dat binnen een winkelcentrum, de woonbebouwing en/of een ander bedrijventerrein geen plaats is voor de vestiging c.q. uitoefening van het bedrijf;

 

b.

de maatvoeringseisen zoals bedoeld in dit artikel van toepassing blijven.

 

 

terug naar inhoudsopgave

Artikel 4

Bos

 

 

 

 

4.1

Bestemmingsomschrijving

 

 

De voor ‘Bos’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:

 

a.

de aanleg en instandhouding van bos in de vorm van hoogopgaande beplantingen of bomen als structurele en openbare groenvoorziening;

 

b.

water en voorzieningen voor waterhuishouding.

 

 

 

 

 

 

4.2

Bouwregels

 

 

Op de voor ‘Bos’ aangewezen gronden:

 

a.

zijn geen bouwwerken toegestaan;

 

b.

is het niet toegestaan om wegen, parkeergelegenheden en andere oppervlakteverhardingen aan te leggen.

 

 

 

 

 

 

4.3

Specifieke gebruiksregels

Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval begrepen het gebruiken of laten gebruiken van de gronden binnen deze bestemming ten behoeve van:

 

a.

parkeren, laden en lossen;

 

b.

opslag- of bergplaats van gebruikte, afgedankte c.q. aan de oorspronkelijke bestemming onttrokken voorwerpen en/of stoffen en/of materialen behoudens voor zover noodzakelijk in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;

 

c.

het storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen, behoudens voor zover noodzakelijk in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;

 

d.

de opslag en verkoop van motorbrandstoffen.

 

terug naar inhoudsopgave

Artikel 5

Verkeer

 

 

 

 

5.1

Bestemmingsomschrijving

 

 

De voor ‘Verkeer’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:

 

a.

de aanleg en instandhouding van aanleg en instandhouding van verkeersvoorzieningen, waaronder voet- en fietspaden, en voorzieningen van algemeen nut;

 

 

 

met de daarbij behorende

 

 

 

 

c.

groenvoorzieningen / bermen;

 

d.

voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding.

 

e.

voorzieningen van openbaar nut.

 

 

 

 

5.2

Bouwregels

 

 

 

a.

Op de tot Verkeer bestemde gronden mogen uitsluitend bouwwerken worden opgericht die qua aard en afmetingen bij deze bestemming passen, met dien verstande dat:

 

 

-

de maximale hoogte 4 meter mag bedragen, met uitzondering van bewegwijzering en verlichtingsarmaturen, waarvan de hoogte maximaal 10 meter mag bedragen;

 

5.3

Specifieke gebruiksregels

 

 

Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval begrepen het gebruiken of laten gebruiken van de gronden en/of opstallen binnen deze bestemming ten behoeve van:

 

a.

parkeren, laden en lossen;

 

b.

opslag – of bergplaats van gebruikte, afgedankte c.q. aan de oorspronkelijke bestemming onttrokken voorwerpen en/of stoffen en/of materialen behoudens voor zover noodzakelijk in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;

 

c.

het storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen, behoudens voor zover noodzakelijk in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;

 

d.

de opslag en verkoop van motorbrandstoffen.

 

terug naar inhoudsopgave

Artikel 6

Leiding - Hoogspanning

 

 

 

 

6.1

Bestemmingsomschrijving

 

 

De voor ‘Leiding - Hoogspanning’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de aanleg, instandhouding en bescherming van een bovengrondse hoogspanningslijn.

 

 

 

 

6.2

Bouwregels

 

 

In afwijking van het bepaalde in de voorgaande artikelen mag op de tot ‘Leiding - Hoogspanning’ bestemde gronden niet worden gebouwd, met uitzondering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die uitsluitend ten dienste staan aan deze dubbelbestemming, zoals hoogspanningsmasten waarvan de hoogte maximaal 55 meter mag bedragen.

 

 

 

 

 

6.3

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

 

 

6.3.1

Verbodsregel

 

Het is verboden om op de gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning) de navolgende werken of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren, die de veiligheid kunnen schade of de continuïteit van de energievoorziening in gevaar kunnen brengen:

 

a.

het aanbrengen van hoogopgaande beplantingen of bomen;

 

b.

het aanbrengen van bovengrondse constructies, installaties of apparatuur hoger dan 2,5 meter;

 

c.

het opslaan van materialen of stoffen, die onder bepaalde omstandigheden gevaar van brand of explosie kunnen opleveren;

 

d.

het ophogen en egaliseren, bodemverlaging of afgraven of anderszins wijzigen in maaiveld- of weghoogte.

 

 

 

 

 

6.3.2

Uitzonderingen

 

 

 

Het in artikel 6.3.1 vervatte verbod geldt niet voor:

 

a.

werken en werkzaamheden die verband houden met de realisering van de dubbelbestemming;

 

b.

werken en werkzaamheden welke betreffen het normale onderhoud en beheer van de hoogspanningslijn;

 

c.

werken en werkzaamheden, die op het tijdstip waarop het plan rechtskracht verkrijgt, in uitvoering zijn.

 

 

6.3.3

Toelaatbaarheid

 

 

 

De in artikel 6.3.1 bedoelde werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige aantasting van de belangen van de hoogspanningslijn en/of energievoorziening ontstaat of kan ontstaan.

 

 

6.3.4

Advisering

 

 

 

Alvorens te beslissen omtrent een vergunning als bedoeld in artikel 6.3.1 wordt het advies van de leidingbeheerder/directeur van het energiebedrijf gevraagd.

terug naar inhoudsopgave

 

HOOFDSTUK 3  ALGEMENE REGELS

 

 

 

Artikel 7

Anti-dubbeltelregel

 

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

 

 

 

terug naar inhoudsopgave

Artikel 8

Algemene bouw- en gebruiksregels

 

8.1

Ondergronds bouwen

 

Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende bepalingen:

 

a.

ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen de bouwvlakken, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen die ook buiten de bouwvlakken zijn toegestaan;

 

b.

de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 1 meter onder peil.

 

8.2

Strijdig gebruik

 

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval begrepen:

 

a.

gebruik van gronden voor het opslaan, storten of bergen van materialen en producten, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;

 

b.

een gebruik van gronden als stallings- en/of opslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer- vaar- of vliegtuigen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud;

 

c.

gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens ten behoeve van een seksinrichting en/of escortbedrijf, raamprostitutie en straatprostitutie.

 

d.

het vestigen danwel oprichten van Bevi-bedrijven;

 

e.

gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens ten behoeve van gokhallen, casino’s, amusementshallen;

 

f.

iedere vorm van horeca;

 

g.

gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens ten behoeve van de opslag en verkoop van motorbrandstoffen.

 

terug naar inhoudsopgave

 

Artikel 9

Algemene aanduidingsregels

 

9.1

Geluidzone - industrie

 

In afwijking van hoofdstuk 2 gelden ter plaatse van de aanduiding ‘Geluidzone - industrie’ de volgende regels:

 

a.

het is niet toegestaan nieuwe geluidsgevoelige objecten als bedoeld in de Wet geluidhinder op te richten binnen de aanduiding ‘Geluidzone - industrie’, tenzij door middel van een geluidsonderzoek kan worden aangetoond dat het geluidsniveau op de gevel van het geluidsgevoelige object de voorkeursgrenswaarde als bedoeld in de Wet geluidhinder niet overschrijdt, dan wel ontheffing is verleend van de voorkeursgrenswaarde.

 

terug naar inhoudsopgave

 

Artikel 10

Algemene afwijkingsregels

 

10.1 Indien niet op grond van een andere bepaling van deze regels een omgevingsvergunning voor het afwijken kan worden verleend, kan het bevoegd gezag deze omgevingsvergunning verlenen voor de desbetreffende bepalingen van het plan voor:

 

a.

geringe afwijkingen, welke in het belang zijn van een ruimtelijk of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken of welke noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein.

 

 

10.2 Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 8.1 voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 10 m¹ onder peil onder de voorwaarde dat:

 

a.

de waterhuishouding niet wordt verstoord;

 

b.

geen afbreuk wordt gedaan aan archeologische waarden.

 

 

10.3

Advisering

 

 

 

Alvorens te beslissen omtrent een vergunning als bedoeld in artikel 10.1 wordt het advies van de gemeenteraad gevraagd.

 

terug naar inhoudsopgave

 

Artikel 11

Algemene wijzigingsregels

 

11.1

Algemeen

 

Het bevoegd gezag kan het plan wijzigen in de vorm van het aanbrengen van geringe veranderingen in de plaats, liggen en/of afmetingen van bestemmingsgrenzen, met inachtneming van de volgende voorwaarden:

 

a.

bestemmingsgrenzen mogen met niet meer dan 5 m worden verschoven.

 

b.

de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden worden niet onevenredig geschaad.

 

c.

het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen worden

niet onevenredig geschaad.

 

terug naar inhoudsopgave 

 

HOOFDSTUK 4  OVERGANGS- EN SLOTREGELS

 

Artikel 12

Overgangsrecht

 

12.1

Overgangsrecht bouwwerken

 

 

12.1.1

Algemeen

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:

 

a.

gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;

 

b.

na het tenietgaan tengevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd, veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan.

 

 

12.1.2

Omgevingsvergunning voor het afwijken

Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder 12.1.1 een

omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het bepaalde onder 12.1.1 met maximaal 10%.

 

 

12.1.3

Uitzondering

Het bepaalde in 12.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

 

 

12.2

Overgangsrecht gebruik

 

 

12.2.1

Algemeen

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

 

 

12.2.2

Strijdig gebruik

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 12.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

 

 

12.2.3

Onderbroken gebruik

Indien het gebruik, bedoeld in 12.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

 

 

12.2.4

Uitzondering

Het bepaalde in 12.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

 

terug naar inhoudsopgave

 

 

Artikel 13

Slotregel

Deze regels kunnen worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Oude Roosendaalsebaan 7 van de gemeente Halderberge.