direct naar inhoud van Regels
Plan: Buitengebied Horst aan de Maas
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1507.HMBUITENGEBIED-BPC1

Regels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

1.1 aan huis verbonden bedrijf:

Het hoofdzakelijk door de gebruik(st)er van de woning bedrijfsmatig verlenen van diensten of uitoefenen van bedrijvigheid in een woning en de bijbehorende bouwwerken, waarbij de woonfunctie en de ruimtelijke uitwerking en uitstraling daarvan behouden blijven. Hieronder worden niet verstaan detailhandel (behalve de beperkte verkoop van artikelen verband houdende met de activiteiten), horeca en prostitutie.

1.2 aan huis verbonden beroep:

Een dienstverlenend beroep op zakelijk, maatschappelijk, juridisch, medisch, ontwerptechnisch of kunstzinnig gebied en tevens een kapsalon, dat/die in of bij een woning wordt uitgeoefend door de gebruik(st)er van de woning, waarbij de woonfunctie en de ruimtelijke uitwerking en uitstraling daarvan behouden blijven. Hieronder worden niet verstaan detailhandel (behalve de beperkte verkoop van artikelen verband houdende met de activiteiten), horeca en prostitutie.

1.3 aanduiding:

Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.4 aanduidingsgrens:

De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.5 achtergevelrooilijn:

Denkbeeldige lijn die strak loopt langs de achtergevel van het hoofdgebouw tot aan de perceelsgrenzen.

1.6 agrarisch bedrijf:

Een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen, waaronder mede begrepen houtteelt, en/of het houden van dieren, een en ander met dien verstande dat:

  • gebruiksgerichte paardenhouderijen, maneges, kennels en dierenasiels niet als agrarische bedrijven worden aangemerkt;
  • mestbe- en verwerking onderdeel uitmaakt van de agrarische bedrijfsvoering.
1.7 agrarisch hulpbedrijf:

Een niet-agrarisch, doch aan de agrarische productie verwant bedrijf dat zich richt op het leveren van diensten en goederen aan agrarische bedrijven, zoals een agrarisch loonwerkbedrijf, een bedrijf voor landschapsbeheer, een veehandelaarsbedrijf, een foerageerbedrijf, een dieren kliniek voor grootvee en daarmee gelijk te stellen andere bedrijfsvormen.

1.8 agrarisch onderzoekscentrum

Een bijzondere vorm van een agrarisch bedrijf gericht op veredelingsactiviteiten ten behoeve van de ontwikkeling van hoogwaardige groente-, fruit- en paddenstoelrassen waarbij gebruik wordt gemaakt van teelt in kas, in volle grond al dan niet met behulp van teeltondersteunende voorzieningen en van voorzieningen voor paddenstoelteelt.

1.9 agrarisch onderzoekscentrum:

Een bijzondere vorm van een agrarisch bedrijf gericht op het verrichten van onderzoek ten behoeve van de agrarische sector, dan wel de ontwikkeling daarvan. Hieronder wordt tevens begrepen het uitvoeren van veredelingsactiviteiten ten behoeve van de ontwikkeling van hoogwaardige teeltrassen, waarbij gebruik wordt gemaakt van zowel grondgebonden als niet-grondgebonden teeltvormen.

1.10 agrarisch verwant bedrijf:

Een bedrijf of instelling gericht op het verlenen van diensten aan particulieren of niet-agrarische bedrijven door middel van het telen van gewassen, het houden van dieren of de toepassing van andere landbouwkundige methoden, zoals: dierenasiels en -pensions, dierenklinieken, groencomposteringsbedrijven, hondenkennels en hoveniersbedrijven.

1.11 agrarisch verwante nevenactiviteit:

Een op een agrarische bedrijf aanwezige bedrijfsmatige nevenactiviteit die gericht is op het verlenen van diensten aan agrarische bedrijven met behulp van werktuigen, en/of het leveren van dieren/goederen aan agrarische bedrijven en/of het opslaan, verwerken, vervoeren en/of verhandelen van door agrarische bedrijven afgeleverde producten.

1.12 ambacht(elijk):

Het bedrijfsmatig, geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, ver-/bewerken, herstellen of installeren van goederen, alsook het verkopen en/of leveren, als ondergeschikte activiteit, van goederen die ter plaatse worden vervaardigd, ver- of bewerkt, ondergeschikt aan de woonfunctie. Wanneer deze activiteit in een woning en de daarbij behorende bijgebouwen plaatsvindt, dient de omvang van de activiteit zodanig te zijn dat de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd.

1.13 arbeidsmigrant:

Tijdelijke arbeider die het hoofdverblijf elders heeft.

1.14 archeologisch monument:

Een terrein zoals bedoeld in artikel 1 onder c van de Monumentenwet.

1.15 archeologische waarde:

De aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit het verleden.

1.16 bebouwing:

Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

1.17 bebouwingspercentage:

Een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het daar genoemde gebied aangeeft, dat ten hoogste mag worden bebouwd.

1.18 bed & breakfast:

Een overnachtingaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt. Een bed & breakfast is gevestigd in een woning of daarbij behorend bijgebouw, ondergeschikt aan de woonfunctie en wordt gerund door de bewoner van de betreffende woning.

1.19 bedrijf:

Een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen.

1.20 bedrijfsgebouw:

Een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf.

1.21 bedrijfsverzamelgebouw:

Een gebouw waarin het uitoefenen van verschillende vormen van bedrijvigheid (waaronder industriële, ambachtelijke, dienstverlenende, consumentverzorgende, therapeutische functies en kantoren) wisselend en tegelijkertijd kan worden uitgeoefend, waarbij de ruimtelijke uitstraling in overeenstemming is met die van één bedrijf.

1.22 bedrijfswoning:

Een woning, in of bij een bedrijf of instelling, bestemd voor (het gezin van) een persoon wiens huisvesting daar gelet op de bestemming noodzakelijk is; deze woning wordt begrepen onder de bedrijfsgebouwen.

1.23 beekdal:

Een lager gelegen gebied waardoor een beek stroomt.

1.24 begane grond:

het gedeelte van een gebouw dat gelijk is aan het natuurlijk oppervlak van het terrein, zonder enige kunstmatige verhoging c.q. verlaging. Is er sprake van hoogteverschillen in het terrein, dan geldt: de hoogte van het hoogst gelegen aansluitende maaiveld of de gemiddelde hoogte daarvan.

1.25 belemmeringenstrook:

een strook grond of water waaraan beperkingen kunnen worden opgelegd.

1.26 beperkt kwetsbaar object:

een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand is bepaald, waarmee rekening moet worden gehouden;

1.27 bestaand bouwwerk:

Een bouwwerk dat op het moment van vaststelling van dit plan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van vaststelling is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald en met dien verstande dat onder het voorgaande niet worden begrepen bouwwerken die zijn gebouwd zonder vergunning en/of in strijd zijn met het voorheen geldende bestemmingsplan of de voorheen geldende beheersverordening, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan c.q. die verordening.

1.28 bestaand gebruik:

Het gebruik dat op het moment van de vaststelling van dit plan bestaat, met uitzondering van gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan of de voorheen geldende beheersverordening, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan c.q. die verordening.

1.29 bestaande situatie ammoniakemissie
  • a. de activiteit die is toegestaan op grond van een vergunning als bedoeld in artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998, een omgevingsvergunning waarbij de toestemming op grond van artikel 19d van de wet is aangehaakt, of een melding op grond van artikel 8 van de Regeling programmatische aanpak stikstof, of
  • b. indien een vergunning of melding als bedoeld onder a ontbreekt: een aan het bedrijf ten tijde van het vaststellen van dit bestemmingsplan reeds verleende omgevingsvergunning voor het onderdeel milieu, danwel een melding op grond van het activiteitenbesluit;
1.30 bestemmingsgrens:

De grens van een bestemmingsvlak.

1.31 bestemmingsplan:

De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.

1.32 bestemmingsvlak:

Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

1.33 bijbehorend bouwwerk:

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak.

1.34 boogkas:

Een constructie van metaal of een ander materiaal, dat met plastic of in gebruik daarmee overeenkomend materiaal is afgedekt ter vervroeging of verlenging van het teeltseizoen van tuinbouw of fruitteeltproducten; tevens een draagluchthal.

1.35 boomteeltbedrijf:

Een agrarisch bedrijf gericht op de teelt van houtachtige gewassen, zowel in de open grond als in containers.

1.36 bouwen:

Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.

1.37 bouwgrens:

De grens van een bouwvlak.

1.38 bouwperceel:

Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

1.39 bouwperceelsgrens:

De grens van een bouwperceel.

1.40 bouwvlak:

Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.

1.41 bouwwerk:

Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

1.42 buurtmestbe- en verwerking:

Mestverwerking waarbij naast mest van het eigen bedrijf ook mest van andere bedrijven uit de regio wordt be- en verwerkt.

1.43 centrale voorziening:

Faciliteiten en / of maatregelen die er voor zorgdragen dat het functioneren van de recreatievoorziening De Schatberg gewaarborgd is. De volgende functies zijn toegestaan, in relatie tot het recreatiegebruik:

  • dagrecreatie;
  • dienstverlening, beheer en onderhoud;
  • opslag ten dienste van recreatie;
  • horeca in de categorie 1 tot en met 3 en 5, voor zover categorie 5 niet zelfstandig functioneert;
  • detailhandel;
  • amusement en kansspelen, niet zijnde een zelfstandig casino
  • sport en spel;
  • zwembad;
  • evenementen.

Hieronder wordt een al dan niet zelfstandig functionerend attractiepark of pretpark niet verstaan.

1.44 chalet/lodge:

een gebouw met een lichte constructie, geen woonkeet en geen (sta-)caravan of ander bouwsel op wielen zijnde, waar gedurende een gedeelte van het jaar wordt gerecreëerd door een of meer personen, die zijn/hun hoofdverblijf elders heeft/hebben;

1.45 containerveld

Werk niet zijnde een bouwwerk bestaande uit grond afgedekt met plastic, antiworteldoek en/of beton, eventueel in combinatie met andere materialen, ten behoeve van de teelt van gewassen, op welke afdeklaag de gewassen worden geteeld in potten.

1.46 cultuurhistorisch waardevol pand:

Een bouwwerk van cultuurhistorsche waarde.

1.47 cultuurhistorische waarde:

De kenmerken van het gebruik dat de mens in de loop der geschiedenis van grond en gebouwen heeft gemaakt, zoals dat onder meer tot uitdrukking komt in de beplanting, het slotenpatroon of de architectuur; onder cultuurhistorische waarden worden mede verstaan de archeologische waarden.

1.48 dagrecreatie:

Een vorm van recreatie waarbij gebruik gemaakt wordt van al dan niet daarvoor aangelegde dan wel gebouwde voorzieningen, zonder dat daarbij sprake is van overnachten.

1.49 deskundige:

Een onafhankelijke erkende persoon of organisatie in het vakgebied / op het werkterrein waarop het advies betrekking heeft en die voldoet aan door burgemeester en wethouders te stellen kwalificaties.

1.50 detailhandel:

Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

1.51 dienstverlening:

Het bedrijfsmatig verrichten van activiteiten welke bestaan uit het verlenen van diensten aan derden, met of zonder rechtstreeks contact met het publiek, zoals reis- en uitzendbureaus, stomerijen, wasserettes, makelaars, kappers en pedicures.

1.52 dierenasiel:

Een niet-agrarisch bedrijf, dat is gericht op het tijdelijk opvangen en verzorgen van dieren om deze vervolgens weer te herplaatsen bij een derde, waaronder mede begrepen wordt het terugplaatsen bij degene die het dier tijdelijk heeft afgestaan.

1.53 ecologische waarden:

Waarden betreffende de natuurlijke samenhang tussen organismen en hun milieu.

1.54 eerste bouwlaag:

De bouwlaag ter plaatse van de begane grond.

1.55 erf:

Al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden.

1.56 erfafscheiding:

De afbakening van een erf of perceel van een ernaast gelegen erf of perceel, of van de openbare ruimte.

1.57 erotisch getinte vermaaksfunctie:

Een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal.

1.58 escortbedrijf:

De natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend.

1.59 extensief dagrecreatief medegebruik:

Een aan de bestemming ondergeschikt gebruik voor dagrecreatie van niet-commerciële aard die overwegend is gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen, fietsen, paardrijden of kanovaren, met de daarbij behorende ondergeschikte voorzieningen zoals bewegwijzeringsbordjes, picknickbanken en draaihekjes

1.60 gebouw:

Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.61 gebruiksgerichte paardenhouderij:

een paardenhouderij die is gericht op het africhten en trainen van paarden, het bieden van stalruimte voor paarden en het geven van instructie aan derden, niet zijnde manege of agrarisch bedrijf.

1.62 geurgevoelig object:

Geurgevoelig object als bedoeld artikel 1 Wet geurhinder en veehouderij;

1.63 glastuinbouwbedrijf:

Een agrarisch bedrijf, dat geheel of overwegend is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen door gebruik te maken van kassen.

1.64 grondgebonden agrarisch bedrijf:

Een agrarisch bedrijf waarbij hoofdzakelijk gebruik wordt gemaakt van open grond.

1.65 grondgebonden tuinbouw:

Een agrarisch bedrijf waarbij hoofdzakelijk gebruik wordt gemaakt van open grond ten behoeve van het telen van gewassen, daaronder niet begrepen de boomteelt.

1.66 grondgebonden veehouderij:

Een agrarisch bedrijf waarbij het gebruik van agrarische gronden in de omgeving van het bedrijf noodzakelijk is voor het functioneren van het bedrijf en waar weidegang essentieel is voor de bedrijfsvoering, zoals een melkveehouderij, een productiegerichte paardenhouderij, een opfokbedrijf of een biologisch veehouderijbedrijf.

1.67 hoofdgebouw:

Gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.

1.68 horeca I:

Een bedrijf of instelling waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, niet zijnde horeca II.

1.69 horeca II:

Elke voor het publiek, al dan niet tegen betaling toegankelijke lokaliteit, die (nagenoeg) geheel is ingericht of wordt gebruikt voor het dansen, zoals discotheken en dancings, waarin al dan niet dranken voor gebruik ter plaatse worden verstrekt. Daarnaast een inrichting waarin een kans- of behendigheidsspel wordt uitgeoefend.

1.70 horeca:

Een bedrijf waar dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin logies wordt verstrekt, zoals een café, restaurant, hotel, pension, en naar de aard en openingstijden daarmee gelijk te stellen bedrijven, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie.

1.71 hotel:

een horecabedrijf dat geheel of in overwegende mate is gericht op het verstrekken van nachtverblijf en/of exploiteren van een zaalaccommodatie en waarbij het verstrekken van voedsel en dranken (daaraan) ondergeschikt is;

1.72 houtopstand:

Begroeiing die geheel of gedeeltelijk bestaat uit bomen en/of struiken, voor zover niet vallend onder de Boswet tenzij het om laagstamfruitbomen met de bijbehorende windsingels gaat.

1.73 hoveniersbedrijf:

Een bedrijf dat is gericht op het aanleggen en onderhouden van tuinen en andere (groen)voorzieningen, al dan niet in combinatie met het kweken en verkopen van planten en siergewassen.

1.74 huishouden:

Een aantal aan elkaar door familie- of daarmee gelijk te stellen -band gerelateerde personen, dat gezamenlijk één eenheid vormt en als zodanig ook gebruik maakt van dezelfde voorzieningen in één woning, zoals een gezin, een gezin met inwonende ouders of een woongroep.

1.75 huisvesting arbeidsmigranten:

Tijdelijke dan wel structurele voorzieningen ten behoeve van de huisvesting van arbeidsmigranten, die hun hoofdverblijf elders hebben, niet bedoeld voor recreatieve doeleinden.

1.76 inpandige statische opslag:

Binnenopslag van goederen die geen regelmatige verplaatsing behoeven, niet bestemd zijn voor handel en niet worden opgeslagen voor een elders gevestigd niet-agrarisch bedrijf, zoals een (seizoen)stalling van (antieke) auto’s, boten, caravans, campers en dergelijke.

1.77 intensieve kwekerij/tuinbouwbedrijf:

Een agrarisch bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen nagenoeg zonder gebruik te maken van open grond en/of daglicht.

1.78 intensieve veehouderij:

Een agrarisch bedrijf dat is gericht op het geheel of nagenoeg geheel in gebouwen houden van varkens, kippen, vleeskuikens, vleeskalveren, stieren voor de roodvleesproductie, eenden, pelsdieren, konijnen, kalkoenen of parelhoenders.

1.79 kampeerboerderij:

Een niet-agrarisch bedrijf dat in hoofdzaak gericht is op het bieden van recreatief nachtverblijf in een voormalig boerderijpand.

1.80 kampeermiddel:
  • a. een tent, een tentwagen, een kampeerauto of een tourcaravan;
  • b. enig ander onderkomen en enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde,

één en ander voorzover de onder a. en b. bedoelde onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn in- of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.

1.81 kantoor:

Een gebouw, dat dient voor de uitoefening van administratieve, boekhoudkundige c.q. financiële, organisatorische en/of zakelijke dienstverlening - niet zijnde detailhandel - al dan niet met een (publiekgerichte) baliefunctie.

1.82 kas:

Een gebouw, bestaande uit glas of ander lichtdoorlatend materiaal dienend tot het kweken of trekken van bomen, vruchten, bloemen of planten.

1.83 kelder:

Een gedeelte van een gebouw, dat is gelegen binnen de buitenwerkse gevelvlakken en wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,20 m boven het peil is gelegen.

1.84 kennel:

Een niet-agrarisch bedrijf, dat is gericht op het fokken, verzorgen en verhandelen van honden en/of katten.

1.85 kernrandzone:

Een overgangszone tussen de bebouwde kom en het buitengebied met daarin relatief veel bebouwing op korte afstand van elkaar en met een ondergeschikte en/of afnemende agrarische functie. Voor de kernen Kronenberg, Meerlo, Melderslo en Tienray wordt een zone van 500 m gehanteerd, voor de overige kernen is de zone 250 m.

1.86 kleinschalige horeca:

inrichting ten behoeve van het bedrijfsmatig verstrekken van etenswaren en drank, met een totaal oppervlak van maximaal 100 m2 waarbij maximaal 30% van de aanwezige bebouwing op het bouwperceel mag worden benut ten behoeve van de horeca. De openingstijden (inclusief terras) van de inrichting liggen tussen 7.00 en 19.00 uur.

1.87 kwetsbaar object:

Een object als bedoeld in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen.

1.88 landschapselement:

Een element dat samenhangt met de ondergrond en de ontwikkelingsgeschiedenis van het landschap en het oorspronkelijke landgebruik, zoals een bosschage, houtwal, houtsingel of steilrandbeplanting.

1.89 lawaaisport:

Een sportactiviteit waarbij motorisch of mechanisch geluid wordt geproduceerd dat zodanig is dat het omgevingsgeluid wordt overschreden, waaronder in ieder geval begrepen de rallysport, motorsport, (model)vliegsport; de jachtsport wordt hier niet onder begrepen.

1.90 maaiveld:

De bovenkant van het terrein dat een gebouw/bouwwerk omgeeft, met dien verstande dat waar sprake is van een hellend of ongelijk maaiveld onder het "aangrenzende maaiveld" wordt verstaan het maaiveld dat grenst aan de voorgevel van een gebouw.

1.91 maatschappelijke voorzieningen:

Educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van de openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen.

1.92 manege:

Een niet-agrarisch bedrijf, dat uitsluitend of in hoofdzaak gericht is op het geven van instructie in één of meerdere disciplines aan derden met gebruik van paarden in eigendom van het bedrijf of aan derden met eigen paarden en het bieden van huisvesting aan die paarden en daaraan ondergeschikte horeca.

1.93 mestbewerking op bedrijfsniveau:

Mestbe- en verwerking binnen het agrarisch bouwvlak van mest die op het bedrijf behorende bij dat betreffende bouwvlak is geproduceerd.

1.94 milieucategorie:

Indeling van bedrijven opgesteld door VNG op basis van belasting van het milieu. De milieucategorie van een bedrijf hangt af van geur, stof, geluid, gevaar, verkeer of visuele aspecten. De milieucategorie loopt op van lichte bedrijvigheid (categorie 1) tot zware industrie (categorie 6).

1.95 milieuwaarden:

De in een gebied aanwezige waarden met betrekking tot de aanwezigheid van natuurlijke grondwaterstromen en een voor het gebied typerende bodemopbouw.

1.96 natuurwaarden:

De aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door geologische, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang.

1.97 nevenactiviteit:

Een bedrijfs- of beroepsmatige activiteit die in ruimtelijk, functioneel opzicht duidelijk ondergeschikt is aan de op de ingevolge dit bestemmingsplan toegestane hoofdfunctie op een bouwperceel.

1.98 niet-grondgebonden agrarisch bedrijf:

Een agrarisch bedrijf waarbij voor de bedrijfsvoering hoofdzakelijk geen gebruik wordt gemaakt van open grond, zoals de varkens-, kalver- of pluimveefokkerij, eendenmesterij of -fokkerij, pelsdierenhouderij, glastuinbouwbedrijf, witlof- en intensieve kwekerij/tuinbouwbedrijf.

1.99 nieuwvestiging:

het oprichten van een nieuw bedrijf op een voorheen onbebouwde locatie;

1.100 normaal onderhoud, gebruik en beheer:

Een gebruik gericht op het in zodanige conditie houden of brengen van objecten dat het voortbestaan van deze objecten op tenminste het bestaande kwaliteitsniveau wordt bereikt.

1.101 nutsvoorziening:

Voorziening ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie.

1.102 omschakeling:

Omzetten van een bedrijfstype in een ander bedrijfstype.

1.103 open constructie:

Een teeltondersteunende voorziening met een overwegend open karakter, waarbij geen sprake is van voor-, zij- of achterwanden, maar ten hoogste van een overkapping.

1.104 outdooractiviteiten:

Niet gemotoriseerde dagrecreatie die gericht is op het buitenleven, waaronder paintball, GPS tochten en naar de aard daarvan gelijk te stellen activiteiten;

1.105 overig bouwwerk:

Een bouwwerk, geen gebouw en geen overkapping zijnde.

1.106 overkapping:

Een bouwwerk op het erf van een gebouw of standplaats, dat strekt tot vergroting van het woongenot van het gebruik van het gebouw of de standplaats, en dat, voor zover gebouwd vóór de voorgevel van een gebouw, geen tot de constructie zelf behorende wanden heeft en voor zover gebouwd achter de voorgevel van een gebouw, maximaal drie wanden heeft waarvan maximaal twee tot de constructie behoren.

1.107 paardenbak:

Een onoverdekte, als zodanig herkenbare ruimte, al dan niet omsloten, bedoeld voor het trainen, rijden en berijden van paarden en pony's, met eventueel een bodem van zand, hout, boomschors of ander materiaal om de bodem te verstevigen en al dan niet voorzien van drainage.

1.108 peil:
  • a. voor gebouwen: de hoogte van de bovenzijde van de afgewerkte begane grondvloer en/of de hoofdtoegang van het gebouw;
  • b. voor bouwwerken, geen gebouw zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende, afgewerkte terrein ter plaatse van het bouwperceel.
1.109 permanente bewoning:

Bewoning door een persoon, gezin of andere groep van personen van een gebouw, dan wel een gedeelte daarvan, als hoofdverblijf.

1.110 plan:

Het bestemmingsplan 'Buitengebied Horst aan de Maas' met identificatienummer NL.IMRO.1507.HMBUITENGEBIED-BPC1 van de gemeente Horst aan de Maas.

1.111 plattelandswoning:

een bedrijfswoning behorend tot of voorheen behorend tot een landbouwinrichting, zoals bedoeld in artikel 1.1a lid 2 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, welke door een persoon en diens huishouden, die geen binding hebben met de desbetreffende landbouwinrichting, wordt of mag worden bewoond.

1.112 pleisterplaats:

Rustplaats voor wandelaars, fietsers en ruiters in de vorm van een buitenterras.

1.113 productiegerichte paardenhouderij:

Een agrarisch bedrijf dat in hoofdzaak is gericht op het door middel van een gericht fok- en/of africhtingsprogramma trachten een paard op een hoger niveau te brengen, waardoor de waarde van dat paard in het economisch verkeer toeneemt, zoals (op)fokbedrijven, hengstenstations, africhtings - en trainingsbedrijven.

1.114 prostitutie:

Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding.

1.115 recreatie:

Activiteiten en mogelijkheden voor ontspanning c.q. vrijetijdsbesteding.

1.116 recreatiewoning:

Een gebouw dat bedoeld is als tijdelijk recreatieverblijf voor gebruikers die hun hoofdverblijf elders hebben.

1.117 risicovolle inrichting:

Een inrichting die valt onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit risico's zware ongevallen 1999 (BRZO'99) of het Vuurwerkbesluit.

1.118 rivierbed:

De gronden die bij extreem hoge afvoeren van de rivier de Maas onder water staan en blijvend een waterbergende, deels een stroomvoerende functie moeten kunnen vervullen.

1.119 riviergebonden activiteiten:
  • a. waterstaatkundige kunstwerken (bruggen, sluizen, waterkeringen e.d.);
  • b. voorzieningen voor de beroepsvaart (vaarwegverbetering);
  • c. voorzieningen voor een veilige afwikkeling van de beroeps- en recreatievaart;
  • d. overslagbedrijven voor zover gekoppeld aan vervoer over een hoofdvaarweg;
  • e. scheepswerven voor schepen groter dan 25 m, gemeten langs de waterlijn;
  • f. natuur in de uiterwaarden.
1.120 schuilgelegenheid:

Een kleinschalig bouwwerk met maximaal drie wanden ten behoeve van het bieden van schuilgelegenheid voor vee.

1.121 seksinrichting:

De voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.

1.122 speelvoorziening:

Voorzieningen gericht op sportieve activiteiten zoals multifunctionele verharde speelvelden, trapvelden, sport- en spelattributen zoals doelpalen, basketbalpalen, ballenvangers, etc.

1.123 sportterein:

Een terrein ten behoeve van lichamelijke bezigheid ter ontspanning of als beroep met spel- of wedstrijdelement waarbij conditie en vaardigheid vereist zijn dan wel bevorderd worden en waarvoor bepaalde regels gelden.

1.124 stacaravan:

Een kampeermiddel in de vorm van een caravan of soortgelijk onderkomen op wielen, dat mede gelet op de afmetingen, kennelijk niet bestemd is om regelmatig en op normale wijze op de verkeerswegen ook over grotere afstanden als een aanhangsel van een auto te worden voortbewogen. Ook als hij niet omgevingsvergunningsplichtig is valt een stacaravan toch als een gebouw aan te merken;

1.125 standplaats / woonwagenstandplaats:

Een bouwperceel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeente kunnen worden aangesloten.

1.126 stroomvoerend rivierbed:

Het gedeelte van het rivierbed begrensd door de stroombaanbegrenzing en de rivier de Maas dat naast een waterbergende functie blijvend een stroomvoerende functie moet kunnen vervullen.

1.127 Structuurvisie Horst aan de Maas:

De op moment van aanvraag van de omgevingsvergunning geldende structuurvisie van de gemeente Horst aan de Maas.

1.128 teeltondersteunende voorzieningen:

Voorzieningen en/of constructies, inclusief containervelden, met als doel het gewas te forceren tot meer groei en/of de oogst te spreiden. Het gaat daarbij om zowel het vervroegen als het verlaten van de teelt ten opzichte van de normale open teelt en/of het beschermen van het gewas tegen weersinvloeden, ziekten en plagen, hetgeen leidt tot een betere kwaliteit van het product. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt in:

  • a. Hoge permanente voorzieningen: teeltondersteunende voorzieningen die langer dan 7 maanden, al of niet aaneengesloten, in het jaar aanwezig zijn en hoger dan 1,5 m zijn;
  • b. Hoge tijdelijke voorzieningen: teeltondersteunende voorzieningen die van 1 maart tot en met 30 november gedurende maximaal 7 maanden, al of niet aaneengesloten, in het jaar aanwezig zijn en hoger dan 1,5 m zijn.
  • c. Lage permanente voorzieningen: teeltondersteunende voorzieningen die langer dan 7 maanden, al of niet aaneengesloten, in het jaar aanwezig zijn en 1,5 m of lager zijn;
  • d. Lage tijdelijke voorzieningen: teeltondersteunende voorzieningen die die van 1 maart tot en met 30 november gedurende maximaal 7 maanden, al of niet aaneengesloten, in het jaar aanwezig zijn en 1,5 m of lager zijn.
1.129 tijdelijke huisvesting seizoensarbeiders:

Het huisvesten van werknemers, die in een periode van grote arbeidsbehoefte gedurende enkele maanden op een agrarisch bedrijf werkzaam zijn om naar de aard kortdurend werk te verrichten.

1.130 tuincentrum:

Een bedrijf dat is gericht op de verkoop van bloemen, planten, en tuinartikelen plus daarmee rechtstreeks samenhangende artikelen. Tuinartikelen zijn artikelen die dienen voor de aanleg, de inrichting en het onderhoud van de tuin. De rechtstreeks daarmee samenhangende artikelen zijn tuinmeubelen, tuinverlichting, bouwmaterialen voor tuinhuisjes, serres, vijvers en erfafscheidingen.

1.131 veehouderij:

Een agrarisch bedrijf dat gericht is op het fokken, mesten en houden van runderen, varkens, schapen, geiten, pluimvee, tamme konijnen en/of pelsdieren.

1.132 verdieping:

Een bouwlaag die is gelegen boven de eerste bouwlaag, welke is gelegen ter plaatse van de begane grond.

1.133 verkoopvloeroppervlak (vvo):

De totale vloeroppervlakte van een detailhandelsvestiging, welke bestemd is voor de verkoop en uitstalling van goederen.

1.134 verwerking van agrarische producten:

Elke bewerking van een agrarisch product die een product oplevert dat nog steeds een agrarisch product is, met uitzondering van de activiteiten op het agrarisch bedrijf die nodig zijn om een dierlijk of plantaardig product klaar te maken voor de eerste verkoop.

1.135 volkstuin:

Een perceel grond, dat zich niet in de onmiddellijke nabijheid van de woning van de gebruiker bevindt, waarop voor particulier gebruik voedings- en siergewassen worden geteeld.

1.136 volwaardig (agrarisch) bedrijf:

een (agrarisch) bedrijf waaruit een zelfstandig en reëel inkomen voortkomt voor minimaal één huishouden;

1.137 voorgevel:

De naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan kennelijk als zodanig diende te worden aangemerkt.

1.138 voorgevelrooilijn:

Denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen.

1.139 waterbergend rivierbed:

Het uitsluitend waterbergend gedeelte van het rivierbed, begrensd door de rivierbedlijn en de stroombaanbegrenzing.

1.140 waterhuishoudkundige voorzieningen:

Voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en/of waterkwaliteit zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc.

1.141 wet/wettelijke regelingen:

Indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen c.q. verordeningen e.d., dienen deze regelingen te worden gelezen zoals deze luiden op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan, tenzij anders bepaald.

1.142 woning:

Een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

1.143 woningsplitsing:

Het bouwkundig en functioneel splitsen van een bestaande woning in twee of meer zelfstandige woningen.

1.144 woonunit:

Een te verplaatsen/verwijderen bouwwerk, bestaande uit één bouwlaag, geschikt en ingericht ten dienste van het woonverblijf van een of meer personen.

1.145 woonwagen:

Een voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een (woonwagen)standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst.

1.146 woonwagenstandplaats:

Een bouwperceel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeente kunnen worden aangesloten.

1.147 zorgboerderij:

Een maatschappelijke voorziening waar door personen die niet zelfstandig kunnen werken en die geestelijke en/of lichamelijke verzorging behoeven producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren voortbrengen.

Artikel 2 Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1 de bouwhoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

2.2 de dakhelling

Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

2.3 de goothoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

2.4 de hoogte van een windturbine

Vanaf het peil tot aan de as van de windturbine.

2.5 de inhoud van een bouwwerk

Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

2.6 de oppervlakte van een bouwwerk

Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

2.7 de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens

Tussen de zijdelingse grenzen van een bouwperceel en enig punt van het betreffende bouwwerk, waar de afstand het kortste is;

2.8 aanduiding 'relatie'

Indien tussen twee bestemmingsvlakken en/of bouwvlakken de aanduiding 'relatie' is aangegeven, worden deze bestemmingsvlakken c.q. bouwvlakken aangemerkt als één bestemmingsvlak c.q. bouwvlak.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 3 Agrarisch met waarden

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. agrarisch bedrijfsmatig grondgebruik;
  • b. agrarisch hobbymatig grondgebruik;
  • c. grondgebonden agrarische bedrijven, niet zijnde grondgebonden veehouderijen,
  • d. ter plaatse van de hieronder vermelde aanduidingen zijn tevens de daarbij vermelde agrarische bedrijven / functie(s) toegestaan:
    aanduiding   agrarische bedrijven / functie(s)  
    specifieke vorm van agrarisch - veehouderij

     
    geheel of overwegend grondgebonden veehouderij  
    intensieve veehouderij   geheel of overwegend niet-grondgebonden veehouderij  
    glastuinbouw   glastuinbouwbedrijf  
    specifieke vorm van agrarisch - champignonkwekerij   champignonkwekerij  
    specifieke vorm van agrarisch - viskwekerij   viskwekerij  
    specifieke vorm van agrarisch - boomteelt   boomteeltbedrijf  
    specifieke vorm van agrarisch - intensieve tuinbouw   intensieve tuinbouwbedrijf  
    specifieke vorm van agrarisch - verwerking van agrarische producten   verwerking van agrarische producten  
    opslag   opslag  
    specifieke vorm van agrarisch - paardenstal   paardenstal  
  • e. bescherming van aardkundige waarden;
  • f. het behoud, de bescherming, de ontwikkeling en/of het herstel van de desbetreffende cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden ter plaatse van de aanduidingen zoals zijn opgenomen in artikel 47;
  • g. mestbe- en verwerking op bedrijfsniveau;
  • h. buurtmestbe- en verwerking, uitsluitend ter plaatse van 'specifieke vorm van agrarisch - mestverwerking op regionaal niveau';
  • i. wonen ten behoeve van het bedrijf;
  • j. wonen in een bedrijfswoning met bijbehorende tuin door een derde ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – plattelandswoning’;
  • k. extensief dagrecreatief medegebruik;
  • l. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - nevenactiviteit': tevens de nevenactiviteiten zoals die per adres zijn aangegeven in de bij deze regels behorende Bijlage 1(Overzicht agrarische nevenactviteiten) met dien verstande dat het vloeroppervlak van nevenactiviteiten bij een agrarisch bedrijf in totaal ten hoogste 200 m2 bedraagt, dan wel het bestaande vloeroppervlak, dan wel voor zover in Bijlage 1 Overzicht agrarische nevenactviteiten een maximum oppervlak is gegeven, maximaal dit oppervlak;
  • m. een ander gebruik van gebouwen als nevenactiviteit, met dien verstande dat het vloeroppervlak van nevenactiviteiten bij een agrarisch bedrijf in totaal ten hoogste 200 m2 bedraagt, met een met een maximum van 25% van de bestaande bebouwing, namelijk:
    • 1. detailhandel in agrarische producten die op het eigen bedrijf of in de directe omgeving daarvan zijn geproduceerd;
    • 2. zorgboerderij;
    • 3. zorgvoorzieningen;
    • 4. dagrecreatieve voorzieningen;
  • n. reclamemast, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - reclamemast';
  • o. parkeerterrein, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein';
  • p. watervoorziening, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - watervoorziening';

met de daarbij behorende:

  • q. tuinen, erven en terreinen;
  • r. paardenbakken, uitsluitend binnen het bouwvlak dan wel bestaande paardenbakken;
  • s. verkeers- en parkeervoorzieningen;
  • t. voorzieningen van openbaar nut;
  • u. water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder bergbezinkbassins;
  • v. groenvoorzieningen, natuur- en landschapselementen.
3.2 Bouwregels
3.2.1 Algemeen
  • a. op de gronden als bedoeld in lid 3.1, mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de bestemming worden gebouwd;
  • b. ter plaatse van een bouwvlak mogen uitsluitend de bij één agrarisch bedrijf behorende gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd;
  • c. de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd;
  • d. in afwijking van het voorgaande mogen buiten een bouwvlak de volgende gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd:
    • 1. erf- en terreinafscheidingen;
    • 2. recreatieve voorzieningen ten behoeve van het extensief dagrecreatief medegebruik, zoals bankjes, picknicktafels en bewegwijzering;
    • 3. een schuur ten behoeve van opslag, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'opslag';
    • 4. een paardenstal, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - paardenstal';
    • 5. tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen en containervelden, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - agrarische voorzieningen'. Voor zover de tijdelijke teelondersteunende voorzieningen buiten het bouwvlak zijn gelegen, mogen deze niet langer dan 6 maanden per jaar (al dan niet aaneengesloten) aanwezig zijn en dienen na de teelt opgeruimd en verwijderd te worden;
    • 6. waterbassin, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - waterbassin';
    • 7. reclamemast, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - reclamemast';
  • e. voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels:
    • 1. er is niet meer dan 1 bedrijfswoning per bouwvvlak toegestaan, dan wel het ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' aangegeven aantal, met dien verstande dat bouwvlakken die door een relatie worden verbonden als 1 bouwvlak dienen te worden gerekend;
    • 2. indien en voorzover ter plaatste van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' 0 is opgenomen, is een bedrijfswoning niet toegestaan;
  • f. in aanvulling op het voorgaande geldt ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - verwerking van agrarische producten' dat het bebouwingspercentage van het bouwvlak maximaal 70% bedraagt;
  • g. aangebouwde bijbehorende bouwwerken dienen aan de onderstaande regeling met betrekking tot bedrijfswoning te voldoen, dan wel aan het gestelde onder regeling bijbehorende bouwwerken.
3.2.2 Gebouwen en bijbehorende bouwwerken

De maatvoering voor gebouwen en bijbehorende bouwwerken is als volgt:

Bedrijfsgebouwen   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   7 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   14 m  
Afstand kassen tot de woning van derden   25 m   n.v.t.  
Het aantal bouwlagen van stallen ten behoeve van huisvesting van vee   n.v.t.   1, of indien de bestaande gebouwen uit meer dan 1 bouwlaag bestaan, ten hoogste het bestaande aantal bouwlagen  
Kassen ter plaatse van de aanduiding 'glastuinbouw'   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   7,5 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   12 m  
Afstand tot de zijdelingse perceelgrens   3 m   n.v.t.  
Afstand kassen tot de woning van derden   25 m   n.v.t.  
Bedrijfswoning   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   7 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   11 m  
Afstand tot perceelgrens   3 m   n.v.t.  
Inhoud   n.v.t.   1.000 m³, met uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'volume m³', waarvoor geldt dat de maximale inhoud niet meer mag bedragen dan is aangeven  
Aangebouwde bijbehorende bouwwerken en carports bij bedrijfswoningen   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   3,5 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   5 m  
Afstand carports achter de voorgevel van de bedrijfswoning   0 m
carports mogen tot 1 m voor de voorgevel worden gebouwd  
n.v.t.  
Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van de bedrijfswoning   1 m   n.v.t.  
Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van de bedrijfswoning in het geval dat de bedrijfswoning meerdere naar de weg gekeerde gevels kent   3 m   n.v.t.  
Afstand overige bijbehorende bouwwerken tot het openbaar gebied in het geval van een hoeksituatie   1 m   n.v.t.  
Totale gezamenlijke oppervlakte van alle bijbehorende bouwwerken   n.v.t.   150 m²  
Vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   3,5 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   5 m  
Afstand carports achter de voorgevel van de bedrijfswoning   0 m
carports mogen tot 1 m voor de voorgevel worden gebouwd  
n.v.t.  
Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van de bedrijfswoning   1 m   n.v.t.  
Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van de bedrijfswoning in het geval dat de bedrijfswoning meerdere naar de weg gekeerde gevels kent   3 m   n.v.t.  
Afstand tot zijdelingse perceelgrens   2,5 m   n.v.t.  
Afstand tot de bedrijfswoning   n.v.t.   40 m  
Totale gezamenlijke oppervlakte van alle bijbehorende bouwwerken   n.v.t.   150 m²  
Schuur ter plaatse van de aanduiding 'opslag'   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   bestaand  
Bouwhoogte   n.v.t.   bestaand  
Bebouwingsoppervlak   n.v.t.   bestaand  
Paardenstal ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - paardenstal'   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   3  
Bouwhoogte   n.v.t.   6  
Bebouwingsoppervlak   n.v.t.   60 m²  
3.2.3 Teeltondersteunende voorzieningen

De maatvoering voor teeltondersteunende voorzieningen, anders dan ter plaatse van de aanduiding 'glastuinbouw' is als volgt:

Teeltondersteunende voorzieningen   min.   max.  
Bouwhoogte permanente teeltondersteunende voorzieningen   n.v.t.   3 m  
Bouwhoogte tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen   n.v.t.   4 m  
Oppervlakte teeltondersteunende kassen   n.v.t.   5.000 m²  
Afstand teeltondersteunende voorzieningen tot de zijdelingse perceelgrens   5 m   n.v.t.  
Afstand teeltondersteunende voorzieningen tot de woning van derden   25 m   n.v.t.  
3.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

De maatvoering voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde is als volgt:

bouwhoogte van bouwwerk, geen gebouwen zijnde   min.   max.  
Mestsilo   n.v.t.   6 m  
Sleufsilo   n.v.t.   4 m  
Overige silo's en hooibergen   n.v.t.   15 m  
Erf- en terreinafscheidingen   n.v.t.   voor de voorgevelrooilijn: 1 m
achter de voorgevelrooilijn: 2 m
met uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - afwijkende erfafscheiding', waarvoor geldt dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 2 m  
Schoorstenen   n.v.t.   14 m  
Omheiningen ten behoeve van paardenbakken   n.v.t.   1,3 m  
Lichtmasten ten behoeve van paardenbakken, met dien verstande dat er maximaal 4 lichtmasten per paardenbak zijn toegestaan   n.v.t.   6 m  
Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde binnen het bouwvlak   n.v.t.   6 m  
Windturbine ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - windturbine'   n.v.t.   12,5 m  
Waterbassin, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - waterbassin'   n.v.t.   2 m  
reclamemast, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - reclamemast'   n.v.t.   bestaand  
3.3 Nadere eisen
  • a. Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van:
    • 1. de situering, de oppervlakte, de (goot)hoogte van bebouwing;
    • 2. de aard, de hoogte en de situering van erf- en terreinafscheidingen;

een en ander op basis van een landschappelijk inpassingsplan (en/of stedenbouwkundig ontwerp) en met inachtneming van de regels zoals deze gesteld zijn in het Gemeentelijk KwaliteitsMenu.

  • b. De onder a genoemde nadere eisen mogen uitsluitend worden gesteld:
    • 1. voor een verantwoorde stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing;
    • 2. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de de waarden en belangen ter plaatse van de aanduidingen zoals die zijn opgenomen in artikel 47; dan wel;
    • 3. in verband met maatwerk ten aanzien van het agrarisch bouwvlak en de verbetering van de gebiedskwaliteit ten behoeve van duurzaam agrarisch grondgebruik.
3.4 Afwijken van de bouwregels
3.4.1 Bouw eerste bedrijfswoning

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2 ten behoeve van het oprichten van maximaal één bedrijfswoning ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is 0, onder de volgende voorwaarden:

  • a. alleen bedrijven die voor wat betreft hun toezichthoudende tak volwaardig zijn en een toekomstperspectief van ten minste tien jaar hebben, komen in aanmerking voor één bedrijfswoning, waarbij een door het bevoegd gezag aan te wijzen onafhankelijke, agrarisch deskundige dient te worden gehoord;
  • b. de bedrijfswoning dient te voldoen aan de maatvoeringen zoals opgenomen in lid 3.2;
  • c. de bedrijfswoning mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkeling van de omliggende (agrarische) bedrijven;
  • d. de te realiseren woning dient te passen binnen het gemeentelijk woningbouwprogramma;
  • e. de afstand tot kassen en boomgaarden van derden dient tenminste 25 m te bedragen.
3.4.2 Hoogte erf- en terreinafscheidingen buiten het bouwvlak

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2 ten behoeve van het ophogen van de maximale hoogte voor erf- en terreinafscheidingen buiten het bouwvlak, onder de volgende voorwaarden:

  • a. de bouwhoogte bedraagt maximaal 2 m;
  • b. de grotere hoogte is noodzakelijk in verband met de agrarische bedrijfsvoering;
  • c. de erf- en terreinafscheidingen mogen niet dusdanig gesloten zijn dat kleine dieren zoals de das er niet doorheen kunnen;
  • d. bij het realiseren van de erf- of terreinafscheiding mag geen onevenredige aantasting van de cultuurhistorische en landschappelijke waarden of natuurwaarden optreden , zoals onder meer uiteen zijn gezet in artikel 47.
3.4.3 Lage teeltondersteunende voorzieningen

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.3 ten behoeve van het oprichten van lage teeltondersteunende voorzieningen onder de volgende voorwaarden:

  • a. de oppervlakte van permantente voorzieningen mag niet meer bedragen dan 1,5 ha, met uitzondering van de voorzieningen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - ontwikkelingsgebied glastuinbouw';
  • b. voor tijdelijke voorzieningen geldt dat verankerde palen en open constructies permanent mogen blijven staan;
  • c. permanente voorzieningen zijn uitsluitend toegestaan aansluitend aan het agrarisch bouwvlak of aan reeds toegestane teeltondersteunende voorzieningen van hetzelfde bedrijf, dan wel ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - ontwikkelingsgebied glastuinbouw';
  • d. de teeltondersteunende voorzieningen mogen niet worden opgericht op gronden die mede zijn bestemd als Waarde - Zone goudgroene natuurzone, Waarde - Zone zilvergroene natuurzone, Waterstaat - Stroomvoerend deel rivierbed en Waterstaat - Rivierbed of gelegen zijn binnen de aanduiding 'overige zone - beekdal';
  • e. de afstand tot de perceelsgrenzen dient ten minste 5 m te bedragen;
  • f. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van het woon- en leefklimaat van derden, de afstand tot (bedrijfs-)woningen van derden dient ten minste 25 m te bedragen;
  • g. bij het realiseren van voorzieningen mag geen onevenredige aantasting van de waterhuishouding optreden.
  • h. bij het realiseren van voorzieningen mag geen onevenredige aantasting van de cultuurhistorische en landschappelijke waarden of natuurwaarden optreden, zoals onder meer uiteen zijn gezet in artikel 47.
3.4.4 Hoge teeltondersteunende voorzieningen

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.3 ten behoeve van het oprichten van hoge teeltondersteunende voorzieningen onder de volgende voorwaarden:

  • a. uitsluitend teeltondersteunende voorzieningen in de vorm van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan, met uitzondering van de voorzieningen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - ontwikkelingsgebied glastuinbouw';
  • b. de oppervlakte van permantente voorzieningen niet meer dan 1,5 ha bedraagt, met uitzondering van de voorzieningen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - ontwikkelingsgebied glastuinbouw';
  • c. voor tijdelijke voorzieningen geldt dat verankerde palen en open constructies permanent mogen blijven staan;
  • d. permanente voorzieningen zijn uitsluitend toegestaan aansluitend aan het agrarisch bouwvlak of aan reeds toegestane teeltondersteunende voorzieningen van hetzelfde bedrijf, dan wel ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - ontwikkelingsgebied glastuinbouw';
  • e. de teeltondersteunende voorzieningen mogen niet worden opgericht op gronden die mede zijn bestemd als Waarde - Zone goudgroene natuurzone, Waarde - Zone zilvergroene natuurzone, Waterstaat - Stroomvoerend deel rivierbed en Waterstaat - Rivierbed of gelegen zijn binnen de aanduiding 'overige zone - beekdal';
  • f. de afstand tot de perceelsgrenzen dient ten minste 5 m te bedragen;
  • g. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van het woon- en leefklimaat van derden, de afstand tot (bedrijfs-)woningen van derden dient ten minste 25 m te bedragen;
  • h. bij het realiseren van voorzieningen mag geen onevenredige aantasting van de waterhuishouding optreden.
  • i. bij het realiseren van voorzieningen mag geen onevenredige aantasting van de cultuurhistorische en landschappelijke waarden of natuurwaarden optreden, zoals onder meer uiteen zijn gezet in artikel 47.
3.4.5 Silo's en hooibergen buiten het bouwvlak

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.1 ten behoeve van de bouw van silo's en hooibergen buiten het bouwvlak, onder de volgende voorwaarden:

3.4.6 Bouwwerken ten behoeve van schuilgelegenheden dan wel kleinschalige opslag

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2 ten behoeve van de bouw van bouwwerken buiten het bouwvlak, met dien verstande dat:

  • a. er niet meer dan 1 schuilgelegenheid dan wel bouwwerk ten behoeve van kleinschalige opslag per bouwperceel is toegestaan;
  • b. een bouwwerk ten behoeve van kleinschalige opslag uitsluitend is toegestaan grensend aan een bestemmingsvlak dan wel bouwvlak waarbinnen een (bedrijfs)woning is gesitueerd;
  • c. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 18 m2;
  • d. de goothoogte niet meer bedraagt dan 3 m;
  • e. er een kapconstructie mogelijk is, evenals een platte afdekking;
  • f. het bouwwerk dient te worden omsloten met tenminste drie wanden;
  • g. de bouwwerken niet mogen worden opgericht op gronden die mede zijn bestemd als Waarde - Zone goudgroene natuurzone of Waarde - Zone zilvergroene natuurzone;
  • h. er geen sprake mag zijn van een onevenredige aantasting van aanwezige landschapswaarden, zoals onder meer uiteen zijn gezet in artikel 47.
3.4.7 Bouwwerken ten behoeve van paardenbakken buiten het bouwvlak

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2 ten behoeve van de bouw van bouwwerken ten behoeve van bestaande dan wel middels omgevingsvergunning als bedoeld in 3.6.4 toegestane paardenbakken buiten het bouwvlak, met dien verstande dat:

3.5 Specifieke gebruiksregels
3.5.1 Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan:

  • a. het gebruik van gronden buiten het bouwvlak voor buitenopslag en waterbassins;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - open akkercomplex' het gebruik van de gronden voor boom- en fruitteelt;
  • c. het gebruik van gronden als volkstuin;
  • d. het beoefenen van lawaaisporten;
  • e. het gebruik van gronden en opstallen voor de bewerking van grondstoffen ten behoeve het produceren van meststoffen;
  • f. het gebruik van gronden en opstallen voor een seksinrichting;
  • g. het gebruik van gronden en opstallen voor horeca I en horeca II;
  • h. het plaatsen van kampeermiddelen;
  • i. het gebruik van gebouwen voor permanente of tijdelijke bewoning, tenzij het gaat om op de bedrijfswoning(en) en de plattelandswoning(en);
  • j. het gebruik van gronden buiten het bouwvlak voor paardenbakken;
  • k. het gebruik van verlichting ten behoeve van paardenbakken met uitzondering van verlichting:
    • 1. waarvan de lichtbundel door afscherming wordt gericht op de paardenbak en richting het aangrenzende bouwvlak;
    • 2. die uitsluitend wordt gebruik tussen 7.00 uur en 23.00 uur;
    • 3. ten behoeve van paardenbakken die niet zijn gelegen op, dan wel grenzen aan gronden die (mede) zijn bestemd als Bos, Natuur, Waarde - Goudgroene zone of Waarde - Zilvergroene zone;
  • l. het gebruik van gronden voor het stallen van al dan niet afgedankte voer- en vaartuigen.
3.5.2 Voorwaardelijke verplichting ammoniakemissie

Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen:

  • a. het gebruik van gronden en bebouwing binnen het agrarisch bouwvlak voor het houden van vee, indien dit leidt tot een toename van de ammoniakemissie ten opzichte van de bestaande situatie;
  • b. in afwijking van het bepaalde in het vorenstaande is een toename van de ammoniakemissie wel toegestaan wanneer het project of de handeling, waar de aanvraag om omgevingsvergunning op ziet, een stikstofdepositie veroorzaakt op voor stikstofgevoelige habitats in het Natura 2000-gebied die afzonderlijk en - ingeval het project of de handeling betrekking heeft op een inrichting als bedoeld in artikel 1.1, derde lid van de Wet milieubeheer - in cumulatie met andere projecten of handelingen met betrekking tot dezelfde inrichting, in de periode waarvoor het programma als bedoeld in artikel 19kg, eerste lid van de Natuurbeschermingswet 1998 geldt, niet een waarde overschrijdt die is vastgesteld bij de algemene Maatregel van Bestuur als bedoeld in artikel 19kh, zevende lid, onder a, onder 1 van de Natuurbeschermingswet 1998.
3.5.3 Huisvesting arbeidsmigranten

In agrarische bedrijfsgebouwen is structurele huisvesting van agrarische arbeidsmigranten toegestaan, met dien verstande dat:

  • a. sprake is van een volwaardig agrarisch bedrijf;
  • b. de huisvesting plaatsvindt in bestaande dan wel nieuw te bouwen bedrijfsgebouwen binnen het agrarische bouwblok niet zijnde tijdelijke woonunits, kampeermiddelen en stacaravans;
  • c. in combinatie met structurele huisvesting is tijdelijke huisvesting (in de vorm van woonunits) toegestaan mits aan de navolgende voorwaarden wordt voldaan:
    • 1. de woonunits worden alleen toegestaan als er sprake is van noodzaak tot piekopvang;
    • 2. er mogen pas woonunits op het bedrijf geplaatst worden als de ondernemer zelf al een structurele huisvestingsvoorziening heeft;
    • 3. de woonunits mogen maximaal 4 maanden per 12 maanden geplaatst worden;
    • 4. de woonunits worden op passende wijze op de bouwkavel in het landschap worden ingepast;
    • 5. als er een gecombineerd gebruik binnen de periode van 4 maanden op één bedrijf mogelijk is verdient dit de voorkeur ten opzichte van woonunits op meerderde bedrijven.
  • d. de eigenaar van het bedrijf vooraf aantoont dat structurele huisvesting noodzakelijk is voor de bedrijfsbehoefte van het agrarische bedrijf. Indien nodig wordt advies ingewonnen bij een deskundige;
  • e. het moet gaan om huisvesting van arbeidsmigranten die op het bestaande bedrijf werkzaam zijn. In afwijking hiervan mogen de structurele huisvestingsmogelijkheden van één bedrijf die gedimensioneerd zijn op een pieksituatie van dat bedrijf in de dalsituatie ingezet worden voor de huisvesting van arbeidsmigranten in de directie omgeving van het bedrijf.
3.6 Afwijken van de gebruiksregels
3.6.1 Vergroting oppervlakte agrarisch verwante nevenactiviteiten

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1 ten behoeve van een grotere oppervlakte dan 200 m² aan agrarische nevenactiviteiten bij een agrarisch bedrijf, onder de volgende voorwaarden:

  • a. de nevenactiviteit dient plaats te vinden in de bestaande bebouwing;
  • b. de nevenactiviteit dient een verbreding van de bedrijfsvoering te betreffen, deze dient in directe relatie te staan met de hoofdfunctie van het agrarische bedrijf;
  • c. de bebouwde oppervlakte ten behoeve van de nevenactiviteit mag maximaal 25% bedragen van de totale bebouwde oppervlakte op het bouwperceel.
3.6.2 Kleinschalig kamperen

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1, ten behoeve van kleinschalig kamperen op gronden op of direct grenzend aan een bouwvlak en wel gekoppeld aan het agrarisch bedrijf op het betreffende bouwvlak, met inachtneming van tenminste de volgende voorwaarden:

  • a. er dient sprake te zijn van een bedrijfsvoering die als geheel onderscheidend en vernieuwend is voor Horst aan de Maas;
  • b. slechts kampeermiddelen zijn toegestaan met een niet-permanent karakter (tenten, toercaravans en dergelijke);
  • c. maximaal 25 kampeermiddelen zijn toegestaan, waarbij als voorwaarde geldt dat er geen beperkingen aan de omliggende agrarische bedrijven worden toegebracht in het kader van milieuwetgeving;
  • d. de kampeermiddelen bij agrarische bedrijven mogen worden geplaatst binnen een zone van maximaal 50 m gerekend vanaf de grens van de bouwvlak;
  • e. bij het plaatsen van de kampeermiddelen een minimale afstand van 25 m tot een - als zodanig bestemde - verharde weg in acht dient te worden genomen;
  • f. er dient sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing dan wel van landschappelijke compensatie; daarbij dient rekening te worden gehouden met het karakter van het omringende landschapstype.
3.6.3 Plattelandswoning

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1, ten behoeve van het toelaten van het wonen, anders dan ten behoeve van het agrarische bedrijf, in een voormalige agrarische bedrijfswoning (plattelandswoning), met dien verstande dat:

  • a. deze afwijking uitsluitend is toegestaan indien wijziging naar de bestemming Wonen onmogelijk is;
  • b. deze afwijking niet is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - ontwikkelingsgebied glastuinbouw';
  • c. het aantal (bedrijfs)woningen op het betreffende perceel niet toe mag nemen;
  • d. ter plaatse sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat;
  • e. de overige bebouwing op het bouwvlak in gebruik blijft ten behoeve van de agrarische functie.
3.6.4 Paardenbakken

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1 ten behoeve van het realiseren van paardenbakken buiten het bouwvlak bij een (bedrijfs)woning, met dien verstande dat:

  • a. het bouwperceel een omvang van tenminste 1.500 m2 heeft;
  • b. per (bedrijfs)woning ten hoogste één paardenbak is toegestaan;
  • c. de oppervlakte van een paardenbak niet meer bedraagt dan 800 m2;
  • d. de afstand van de paardenbak tot het bouwperceel ten hoogste 50 m bedraagt;
  • e. de afstand tussen een paardenbak en een (bedrijfs)woning van derden ten minste 50 m bedraagt, tenzij deze afstand niet mogelijk is in welk geval de afstand ten minste 25 m bedraagt en door middel van te treffen maatregelen geen hinder is te verwachten voor omwonenden;
  • f. paardenbakken niet mogen worden opgericht op gronden die mede zijn bestemd als Waarde - Zone goudgroene natuurzone of Waarde - Zone zilvergroene natuurzone;
  • g. door middel van een inrichtingsplan is aangetoond dat zorg gedragen wordt voor een zorgvuldige landschappelijke inpassing of landschappelijke compensatie.
3.6.5 Kleinschalige horeca

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.5.1 ten behoeve van het toestaan van kleinschalige horeca in een (bedrijfs)woning, met dien verstande dat:

  • a. de horeca gezien de aard, omvang en intensiteit passend dient te zijn binnen de woonfunctie;
  • b. de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft;
  • c. maximaal mag 30% van het totale vloeroppervlak van de aanwezige bebouwing worden gebruikt ten behoeve van de horeca, met dien verstande dat het aan te wenden vloeroppervlak nimmer meer dan 100 m2 mag bedragen;
  • d. het gebruik de woonfunctie ondersteunt en de horeca door de gebruiker van de (bedrijfs)woning dient te worden geëxploiteerd;
  • e. het gebruik geen ernstige hinder voor het woonmilieu oplevert;
  • f. het gebruik geen afbreuk doet aan de gebruiksmogelijkheden van de belendende percelen;
  • g. gronden buiten het bouwvlak mogen niet worden gebruikt voor deze bedrijfsmatige activiteiten;
  • h. buitenopslag is niet toegestaan;
  • i. detailhandel mag niet plaatsvinden tenzij het gaat om detailhandel die direct verband houdt met de kleinschalige horeca-activiteit;
  • j. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de verkeersafwikkeling en de parkeerbalans.
3.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

Het bepaalde in artikel 50 is van toepassing.

3.8 Wijzigingsbevoegdheden
3.8.1 Nieuwvestiging boomteeltbedrijven

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van de nieuwvestiging van boomteeltbedrijven, met dien verstande dat:

  • a. de nieuwvestiging is uitsluitend toegestaan binnen het gebied '3B Agrarisch gebied ten oosten van Horst en A73' zoals weergeven op de kaart 'Gebiedsindeling Gemeentelijk Kwaliteitsmenu Horst aan de Maas' in de Integrale Structuurvisie Horst aan de Maas (22 september 2015);
  • b. de nieuwvestiging niet is toegestaan op gronden die mede zijn bestemd als Waarde - Zone goudgroene natuurzone of Waarde - Zone zilvergroene natuurzone;
  • c. ten behoeve van de nieuwvestiging een bouwvlak wordt opgenomen waarbinnen de bebouwing dient te worden opgericht en waarvan de oppervlakte niet meer bedraagt dan 1,5 ha;
  • d. de waarden en belangen ter plaatse van de aanduidingen zoals die zijn opgenomen in artikel 47 niet onevenredig worden aangetast;
  • e. door middel van een inrichtingsplan is aangetoond dat zorg gedragen wordt voor een zorgvuldige landschappelijke inpassing of landschappelijke compensatie;
  • f. voor het oprichten van een bedrijfswoning wordt voldaan aan de bepalingen genoemd in artikel 3.4.2 a t/m e;
  • g. de nieuwvestiging gelet op de ligging, aard en omvang ten opzichte van de in de nabijheid gelegen functies, een zodanig beperkte (milieu)hinder veroorzaakt dat daardoor de belangen van deze functies niet in onevenredige mate worden geschonden;
  • h. is aangetoond dat geen sprake is van onevenredige schade voor de aangrenzende (agrarische) bedrijven, in die zin dat de bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt;
  • i. het woon- en leefklimaat op omliggende percelen niet onevenredig wordt aangetast;
  • j. er is voldaan aan de eisen die zijn gesteld in het gemeentelijk Kwaliteitsmenu.
3.8.2 Verandering en/of vergroting bouwvlak

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van het veranderen van de vorm en/of het vergroten van een bouwvlak, met dien verstande dat:

  • a. de vormverandering en/of vergroting ter plaatse noodzakelijk is voor de continuïteit en/of ontwikkeling van het agrarische bedrijf;
  • b. hierover vooraf schriftelijk advies wordt gevraagd van een deskundige;
  • c. uitbreiding van een bouwvlak van een intensieve veehouderij ter plaatse van de aanduiding 'reconstructiewetzone - extensiveringsgebied' niet is toegestaan;
  • d. de uitbreiding van een bouwvlak niet is toegestaan op gronden die mede zijn bestemd als Waarde - Zone goudgroene natuurzone of Waarde - Zone zilvergroene natuurzone;
  • e. de oppervlakte van het bouwvlak na wijziging niet meer bedraagt dan 1,5 ha, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'glastuinbouw' een maximum van 3 ha geldt;
  • f. de waarden en belangen ter plaatse van de aanduidingen zoals die zijn opgenomen in artikel 47 niet onevenredig worden aangetast;
  • g. door middel van een inrichtingsplan is aangetoond dat zorg gedragen wordt voor een zorgvuldige landschappelijke inpassing of landschappelijke compensatie;
  • h. wordt voldaan aan de bepalingen ingevolge de Wet geluidhinder indien de bedrijfswoning wordt verplaatst;
  • i. de wijziging, gelet op de ligging, aard en omvang ten opzichte van de in de nabijheid gelegen functies, een zodanig beperkte (milieu)hinder veroorzaakt dat daardoor de belangen van deze functies niet in onevenredige mate worden geschonden;
  • j. is aangetoond dat geen sprake is van onevenredige schade voor de aangrenzende (agrarische) bedrijven, in die zin dat de bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt;
  • k. het woon- en leefklimaat op omliggende percelen niet onevenredig wordt aangetast;
  • l. er is voldaan aan de eisen die zijn gesteld in het gemeentelijk Kwaliteitsmenu. 
3.8.3 Verandering en/of vergroting aanduidingsvlak 'specifieke bouwaanduiding - agrarische voorzieningen'

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van het veranderen van de vorm en/of het vergroten van een aanduidingsvlak 'specifieke bouwaanduiding - agrarische voorzieningen ', met dien verstande dat:

  • a. de vormverandering en/of vergroting ter plaatse noodzakelijk is voor de continuïteit en/of ontwikkeling van het agrarische bedrijf;
  • b. hierover vooraf schriftelijk advies wordt gevraagd van een deskundige;
  • c. de uitbreiding van het aanduidingsvlak niet is toegestaan op gronden die mede zijn bestemd als Waarde - Zone goudgroene natuurzone of Waarde - Zone zilvergroene natuurzone;
  • d. de oppervlakte van het aanduidingsvlak na wijziging niet meer bedraagt dan de bestaande oppervlakte;
  • e. de waarden en belangen ter plaatse van de aanduidingen zoals die zijn opgenomen in artikel 47 niet onevenredig worden aangetast;
  • f. door middel van een inrichtingsplan is aangetoond dat zorg gedragen wordt voor een zorgvuldige landschappelijke inpassing of landschappelijke compensatie;
  • g. wordt voldaan aan de bepalingen ingevolge de Wet geluidhinder indien de bedrijfswoning wordt verplaatst;
  • h. de wijziging, gelet op de ligging, aard en omvang ten opzichte van de in de nabijheid gelegen functies, een zodanig beperkte (milieu)hinder veroorzaakt dat daardoor de belangen van deze functies niet in onevenredige mate worden geschonden;
  • i. is aangetoond dat geen sprake is van onevenredige schade voor de aangrenzende (agrarische) bedrijven, in die zin dat de bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt;
  • j. het woon- en leefklimaat op omliggende percelen niet onevenredig wordt aangetast;
  • k. er is voldaan aan de eisen die zijn gesteld in het gemeentelijk Kwaliteitsmenu. 
3.8.4 Wijzigen in de bestemming 'Bedrijf'

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming 'Agrarisch met waarden' te wijzigen in de bestemming 'Bedrijf', met dien verstande dat:

  • a. de agrarische bedrijfsuitoefening is beëindigd;
  • b. daarbij uitsluitend de volgende doeleinden zijn toegestaan:
    • 1. een agrarisch verwant bedrijf;
    • 2. een agrarisch hulpbedrijf;
    • 3. een bedrijf in maximaal categorie 1 en 2 van de bij deze regels gevoegde Staat van Bedrijfsactiviteiten of een bedrijf dat naar aard en milieubelasting daarmee vergelijkbaar is;
    • 4. een seksinrichting, indien binnen de gemeentegrenzen nog geen seksinrichting aanwezig is;
  • c. er sprake is van een bedrijfscomplex dat redelijkerwijs niet (meer) bruikbaar is (gebleken) c.q. kan worden gemaakt voor eigentijdse agrarische bedrijfsvoering, dan wel een locatie
    waar voortzetting van de agrarische bedrijfsvoering ongewenst is in verband met de belasting van het milieu dan wel de ontwikkeling van nieuwe natuurwaarden;
  • d. ten hoogste de ten tijde van het wijzigingsbesluit bestaande bebouwing en de direct daaraan grenzende gronden binnen het betreffende, voormalige agrarisch bouwvlak wordt gewijzigd;
  • e. buitenpandige opslag niet is toegestaan;
  • f. opslag in kassen niet is toegestaan;
  • g. de landschappelijke, cultuurhistorische en/of architectonische waarden behouden blijven;
  • h. geen sprake is van een onevenredige verkeersaantrekkende werking;
  • i. door middel van een inrichtingsplan is aangetoond dat er sprake is van kwaliteitsverbering, waarbij zorg gedragen wordt voor een zorgvuldige landschappelijke inpassing of landschappelijke compensatie;
  • j. eventuele aanwezige teeltondersteunende voorzieningen en waterbassins behorende bij het (voormalige) agrarische bedrijf worden verwijderd en de bijbehorende aanduidingen worden verwijderd;
  • k. wonen uitsluitend is toegestaan in de bestaande bedrijfswoning(en), waarbij het bestaande aantal bedrijfswoningen niet mag worden vergroot;
  • l. detailhandel niet is toegestaan, met uitzondering van detailhandel als nevenactiviteit ten dienste van het ter plaatse te exploiteren bedrijf, waarbij de vloeroppervlakte niet meer bedraagt dan 200 m2;
  • m. de wijziging mag niet leiden tot (extra) belemmeringen voor de bedrijfsontwikkeling van de omliggende (agrarische) bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving;
  • n. het woon- en leefklimaat op omliggende percelen niet onevenredig wordt aangetast;
  • o. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid de regels van Artikel 5 van overeenkomstige toepassing zijn.
3.8.5 Wijzigen in de bestemming 'Wonen'

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming 'Agrarisch met waarden' te wijzigen in de bestemming 'Wonen', met dien verstande dat:

  • a. de agrarische bedrijfsuitoefening is beëindigd;
  • b. er sprake is van een bedrijfscomplex dat redelijkerwijs niet (meer) bruikbaar is (gebleken) c.q. kan worden gemaakt voor eigentijdse agrarische bedrijfsvoering, dan wel een locatie
    waar voortzetting van de agrarische bedrijfsvoering ongewenst is in verband met de belasting van het milieu dan wel de ontwikkeling van nieuwe natuurwaarden;
  • c. de landschappelijke, cultuurhistorische en/of architectonische waarden behouden blijven;
  • d. de oppervlakte van de woonbestemming maximaal 1.500 m2 bedraagt;
  • e. door middel van een inrichtingsplan is aangetoond dat er sprake is van een kwaliteitsverbering, waarbij zorg gedragen wordt voor een zorgvuldige landschappelijke inpassing of landschappelijke compensatie;
  • f. eventuele aanwezige teeltondersteunende voorzieningen en waterbassins behorende bij het (voormalige) agrarische bedrijf worden verwijderd en de bijbehorende aanduidingen worden verwijderd
  • g. wonen uitsluitend is toegestaan in de bestaande bedrijfswoningen, waarbij het bestaande aantal bedrijfswoningen niet mag worden vergroot:
  • h. in uitzondering op het voorgaande splitsing van rijks- of gemeentelijke monumenten of van Karakteristieke panden in meerdere woningen is toegestaan, met dien verstande dat:
    • 1. het aantal woningen na splitsing niet meer bedraagt dan 3;
    • 2. de woningsplitsing noodzakelijk is in verband met het herstel of de verbetering van de te beschermen architectonische of cultuurhistorische waarden;
    • 3. de bestaande inhoud van de woning c.q. het pand niet wordt vergroot en de uiterlijke kenmerken behouden dienen te blijven;
    • 4. de woningen na splitsing elk een inhoud te hebben van minimaal 350 m3;
    • 5. het bouwperceel per woning maximaal 1.000 m2 bedraagt;
    • 6. de gezamenlijke oppervlakte van de vrijstaande bijgebouwen niet meer bedraagt dan 150 m2;
    • 7. de te realiseren extra woning(en) binnen het gemeentelijk woningbouwprogramma passen;
  • i. de wijziging niet mag leiden tot (extra) belemmeringen voor de bedrijfsontwikkeling van de omliggende (agrarische) bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving;
  • j. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid de regels van Artikel 22 van overeenkomstige toepassing zijn.
3.8.6 Wijzigen in de bestemming 'Natuur'

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming 'Agrarisch met waarden' te wijzigen in de bestemming 'Natuur':

  • a. het terrein is verworven voor de inrichting als natuurgebied of strategische waterberging, dan wel hebben de eigenaar en/of gebruiker schriftelijk ingestemd met de natuurontwikkeling;
  • b. de wijziging in overeenstemming is met het landschapstype zoals is opgenomen in artikel 47;
  • c. de wijziging niet leidt tot:
    • 1. een onevenredige aantasting van de ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen;
    • 2. negatieve effecten op de waterhuishouding, mits burgemeester en wethouders vooraf schriftelijk advies hebben aangevraagd aan de waterbeheerder.

Artikel 4 Agrarisch met waarden - Agrarisch onderzoekscentrum

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch met waarden - Agrarisch onderzoekscentrum' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. agrarische onderzoekscentra;
  • b. educatie;
  • c. horeca van categorie 1, ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 1';
  • d. wonen ten behoeve van het bedrijf;

met de daarbij behorende:

  • a. tuinen, erven en terreinen;
  • b. paden, wegen, ontsluitings- en parkeervoorzieningen;
  • c. voorzieningen van openbaar nut;
  • d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • e. groenvoorzieningen, natuur en landschapselementen.
4.2 Bouwregels
4.2.1 Algemeen

Voor het bouwen gelden de volgende regels:

  • a. op de gronden als bedoeld in lid 4.1, mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de bestemming worden gebouwd;
  • b. de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd;
  • c. voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels:
    • 1. er is niet meer dan 1 bedrijfswoning per bouwvlak toegestaan, met dien verstande dat ter plaatste van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' het aantal bedrijfswoningen ten hoogste het ter plaatste gegeven aantal mag bedragen;
    • 2. indien en voorzover ter plaatste van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' 0 is opgenomen, is een bedrijfswoning niet toegestaan;
  • d. aangebouwde bijbehorende bouwwerken dienen aan de onderstaande regeling met betrekking tot bedrijfswoning te voldoen, dan wel aan het gestelde onder regeling bijbehorende bouwwerken. .
4.2.2 Gebouwen en bijbehorende bouwwerken

De maatvoering voor gebouwen en bijbehorende bouwwerken is als volgt:

Bedrijfsgebouwen   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   6 m  
Bouwhoogte kassen   n.v.t.   7,5 m, met uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte', waarvoor geldt dat de maximale bouwhoogte niet meer mag bedragen dan is aangeven  
Bouwhoogte   n.v.t.   10 m  
Totale oppervlakte bedrijfbebouwing   n.v.t.   de totale oppervlakte mag per bedrijf niet meer bedragen dan hieronder per adres is aangegeven:
- Peelheideweg 1, America: 6.000 m²
- Pastoor Debijestraat 64/Stationsstraat 104, Hegelsom: 7.700 m²
- Dr. Droesenweg 7, Meterik: 40.700 m² (inclusief de bedrijfswoning)
- Veld-Oostenrijk 13/15, Horst: 38.400 m²
- Schengweg 5a/7: 41.910 m²  
Bedrijfswoning   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   7 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   11 m  
Afstand tot perceelgrens   5 m   n.v.t.  
Inhoud   n.v.t.   1.000 m³  
Aangebouwde bijbehorende bouwwerken en carports bij bedrijfswoningen   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   3,5 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   6 m  
Afstand garages achter de voorgevel van de bedrijfswoning   1 m   n.v.t.  
Afstand carports achter de voorgevel van de bedrijfswoning (situering voor de voorgevel is niet toegestaan)   0 m   n.v.t.  
Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van de bedrijfswoning   3 m   n.v.t.  
Totale gezamenlijke oppervlakte van alle bijbehorende bouwwerken   n.v.t.   150 m²  
Bebouwingspercentage van het terrein dat hoort bij de bedrijfswoning   n.v.t.   50%  
Vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   3,5 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   6 m  
Afstand achter de voorgevel van de bedrijfswoning (situering voor de voorgevel is niet toegestaan)   3 m   n.v.t.  
Afstand tot zijdelingse perceelgrens   2,5 m   n.v.t.  
Afstand tot de bedrijfswoning   n.v.t.   40 m  
Totale gezamenlijke oppervlakte van alle bijbehorende bouwwerken   n.v.t.   150 m²  
Bebouwingspercentage van het terrein dat hoort bij de bedrijfswoning   n.v.t.   50%  
4.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

De maatvoering voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde is als volgt:

bouwhoogte van bouwwerk, geen gebouwen zijnde   min.   max.  
Erf- en terreinafscheidingen   n.v.t.   voor de voorgevelrooilijn: 1 m
achter de voorgevelrooilijn: 2 m  
Lichtmasten   n.v.t.   6 m  
Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde   n.v.t.   4 m  
4.3 Specifieke gebruiksregels
4.3.1 Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan buitenopslag.

4.4 Afwijken van de gebruiksregels
4.4.1 Buitenopslag

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.3.1 ten behoeve van het toestaan van buitenopslag, met dien verstande dat:

  • a. de buitenopslag noodzakelijk is voor de continuïteit van het betreffende agrarisch onderzoekscentrum;
  • b. de belangen van de omliggende (niet) agrarische bedrijven en andere functies niet onevenredig worden aangetast;
  • c. er geen toename van de milieubelasting plaats vindt;
  • d. door middel van een inrichtingsplan is aangetoond dat zorg gedragen wordt voor een zorgvuldige landschappelijke inpassing of landschappelijke compensatie.
4.4.2 Kleinschalige horeca

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.1 ten behoeve van het toestaan van kleinschalige horeca in een (bedrijfs)woning, met dien verstande dat:

  • a. de horeca gezien de aard, omvang en intensiteit passend dient te zijn binnen de woonfunctie;
  • b. de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft;
  • c. maximaal mag 30% van het totale vloeroppervlak van de aanwezige bebouwing worden gebruikt ten behoeve van de horeca, met dien verstande dat het aan te wenden vloeroppervlak nimmer meer dan 100 m2 mag bedragen;
  • d. het gebruik de woonfunctie ondersteunt en de horeca door de gebruiker van de (bedrijfs)woning dient te worden geëxploiteerd;
  • e. het gebruik geen ernstige hinder voor het woonmilieu oplevert;
  • f. het gebruik geen afbreuk doet aan de gebruiksmogelijkheden van de belendende percelen;
  • g. gronden buiten het bouwvlak mogen niet worden gebruikt voor deze bedrijfsmatige activiteiten;
  • h. buitenopslag is niet toegestaan;
  • i. detailhandel mag niet plaatsvinden tenzij het gaat om detailhandel die direct verband houdt met de kleinschalige horeca-activiteit;
  • j. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de verkeersafwikkeling en de parkeerbalans.

Artikel 5 Bedrijf

5.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. bedrijven behorend tot categorie 1 en 2, zoals opgenomen in Bijlage 3 (Staat van Bedrijfsactiviteiten);
  • b. ter plaatse van de hieronder vermelde aanduiding tevens de daarbij vermelde bedrijfsactiviteit(en):
    aanduiding   bedrijfsactiviteit(en)  
    atelier   atelier  
    dienstverlening   dienstverlening  
    hovenier   hoveniersbedrijf  
    kantoor   kantoor  
    paardenhouderij   gebruiksgerichte paardenhouderij  
    praktijkruimte   praktijkruimte  
    bedrijf van categorie 3.2   bedrijf tot en met categorie 3.2 zoals opgenomen in Bijlage 3 (Staat van Bedrijfsactiviteiten) toegestaan  
    opslag   opslag  
    transportbedrijf   transportbedrijf  
    specifieke vorm van agrarisch - mestverwerking op regionaal niveau   buurtmestbe- en ververwerking  
    specifieke vorm van bedrijf - aannemersbedrijf   aannemersbedrijf, met dien verstande dat ter plaatse van Hamweg 6 te Horst tevens maximaal 60.000 m3 puin per jaar mag worden verwerkt  
    specifieke vorm van bedrijf - aannemersbedrijf/ bouwnijverheid   aannemersbedrijf/bouwnijverheidsbedrijf  
    specifieke vorm van bedrijf - agrarisch hulpbedrijf   agrarisch hulpbedrijf  
    specifieke vorm van bedrijf - laboratorium/ grondonderzoek   laboratorium/grondonderzoek  
    specifieke vorm van bedrijf - agrarisch onderzoekscentrum   agrarisch onderzoekscentrum  
    specifieke vorm van bedrijf - agrarisch verwant bedrijf   agrarisch verwant bedrijf  
    specifieke vorm van bedrijf - ambachtelijke smederij   ambachtelijke smederij  
    specifieke vorm van bedrijf - autoschadebedrijf   autoschadebedrijf  
    specifieke vorm van bedrijf - bakkerij   bakkerij  
    specifieke vorm van bedrijf - barbeque-service   barbeque-service bedrijf  
    specifieke vorm van bedrijf - bedrijf in tweedehands goederen   bedrijf in tweedehands goederen  
    specifieke vorm van bedrijf - bedrijfsverzamelgebouw   bedrijfsverzamelgebouw  
    specifieke vorm van bedrijf - beregeningsbedrijf   beregeningsbedrijf  
    specifieke vorm van bedrijf - beregeningsinstallatiebedrijf   beregeningsinstallatiebedrijf  
    specifieke vorm van bedrijf - conservenbedrijf   conservenbedrijf  
    specifieke vorm van bedrijf - container op- en overslag   op- en overslag containers
     
    specifieke vorm van bedrijf - opslag bouw- en grondstoffen   opslag bouw- en grondstoffen
     
    specifieke vorm van bedrijf - dierenpension/ -asiel/ -begraafplaats   dierenpension, -asiel en -begraafplaats  
    specifieke vorm van bedrijf - entrainement   entrainement/gebruiksgerichte paardenhouderij  
    specifieke vorm van bedrijf - elektrotechnische industrie   elektrotechnische industrie  
    specifieke vorm van bedrijf - garagebedrijf   garagebedrijf  
    specifieke vorm van bedrijf - groenteverwerkingsbedrijf   groenteverwerkingsbedrijf  
    specifieke vorm van bedrijf - grondboorbedrijf   grondboorbedrijf  
    specifieke vorm van bedrijf - groothandel   groothandel  
    specifieke vorm van bedrijf - groothandel/detailhandel in bloemen en aanverwante artikelen   groothandel/detailhandel in bloemen en aanverwante artikelen  
    specifieke vorm van bedrijf - handelsmaatschappij   handelsmaatschappij  
    specifieke vorm van bedrijf - herstelinrichting   herstelinrichting  
    specifieke vorm van bedrijf - houtkapbedrijf   houtkapbedrijf  
    specifieke vorm van bedrijf - hovenier en kwekerij   hovenier en kwekerij  
    specifieke vorm van bedrijf - installatiebedrijf   installatiebedrijf  
    specifieke vorm van bedrijf - kapsalon   kapsalon  
    specifieke vorm van bedrijf - klus- en herstelbedrijf   klus- en herstelbedrijf  
    specifieke vorm van bedrijf - klus- en montagebedrijf   klus- en montagebedrijf  
    specifieke vorm van bedrijf - kraanverhuur   kraanverhuur  
    specifieke vorm van bedrijf - hovenier en kwekerij   hovenier en kwekerij, tevens agreatieve nevenactiviteit toegestaan  
    specifieke vorm van bedrijf - las- en constructiebedrijf   las- en constructiebedrijf  
    specifieke vorm van bedrijf - loodgieter en installatiebedrijf   loodgieter en installatiebedrijf  
    specifieke vorm van bedrijf - loonbedrijf   loonbedrijf  
    specifieke vorm van bedrijf - machinefabriek/ speciale apparatenbouw   machinefabriek/speciale apparatenbouw  
    specifieke vorm van bedrijf - mestverwerking   mestverwerking  
    specifieke vorm van bedrijf - metaalbewerkingsbedrijf   metaalbewerkingsbedrijf  
    specifieke vorm van bedrijf - meubelmakerij   meubelmakerij  
    specifieke vorm van bedrijf - meubelstoffeerderij   meubelstoffeerderij  
    specifieke vorm van bedrijf - natuursteenhandel   natuursteenhandel  
    specifieke vorm van bedrijf - oliehandel   oliehandel  
    specifieke vorm van bedrijf - ondergeschikte detailhandel   ondergeschikte detailhandel  
    specifieke vorm van bedrijf - opslag en transport   opslag en transportbedrijf  
    specifieke vorm van bedrijf - overig   veehandel, cateringbedrijf en slagerij  
    specifieke vorm van bedrijf - pallethandel   pallethandel  
    specifieke vorm van bedrijf - proefdieren   proefdieren  
    specifieke vorm van bedrijf - timmerbedrijf   timmerbedrijf  
    specifieke vorm van bedrijf - verpakkingsbedrijf   verpakkingsbedrijf  
    specifieke vorm van bedrijf - verzamelplaats oud ijzer   verzamelplaats oud ijzer  
    specifieke vorm van bedrijf - vleesverwerking   vleesverwerking  
    specifieke vorm van bedrijf - wapenmakerij   wapenmakerij met daarbij behorende schietbaan en detailhandel  
    specifieke vorm van bedrijf - wegenbouw/ bestratingsbedrijf   wegenbouw/bestratingsbedrijf  
    specifieke vorm van recreatie - groepsaccomodatie   groepsaccomodatie  
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - gasontvangststation'; uitsluitend een gasontvangststation;
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen met lpg', uitsluitend een verkooppunt motorbrandstoffen met lpg;
  • e. ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg', uitsluitend een verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg;
  • f. ter plaatse van de aanduiding 'nutsvoorziening', uitsluitend nutsvoorzieningen;
  • g. wonen ten behoeve van het bedrijf;
  • h. wonen in een bedrijfswoning met bijbehorende tuin door een derde ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – plattelandswoning’;

met de daarbij behorende:

  • a. tuinen, erven en terreinen;
  • b. paden, wegen, ontsluitings- en parkeervoorzieningen;
  • c. voorzieningen van openbaar nut;
  • d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • e. groenvoorzieningen, natuur en landschapselementen.
5.2 Bouwregels
5.2.1 Algemeen

Voor het bouwen gelden de volgende regels:

  • a. op de gronden als bedoeld in lid 5.1, mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de bestemming worden gebouwd;
  • b. indien en voor zover een bouwvlak is aangegeven, mogen gebouwen uitsluitend worden opgericht binnen dit bouwvlak;
  • c. indien binnen een bestemmingsvlak de aanduiding 'gevellijn' is opgenomen dient de voorgevel van het hoofdgebouw in of achter deze gevellijn te worden gebouwd;
  • d. voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels:
    • 1. er is niet meer dan 1 bedrijfswoning per bestemmingsvlak toegestaan, met dien verstande dat ter plaatste van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' het aantal bedrijfswoningen ten hoogste het ter plaatste gegeven aantal mag bedragen;
    • 2. indien en voorzover ter plaatste van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' 0 is opgenomen, is een bedrijfswoning niet toegestaan;
  • e. aangebouwde bijbehorende bouwwerken dienen aan de onderstaande regeling met betrekking tot bedrijfswoning te voldoen, dan wel aan het gestelde onder regeling bijbehorende bouwwerken.
5.2.2 Gebouwen en bijbehorende bouwwerken

De maatvoering voor gebouwen en bijbehorende bouwwerken is als volgt:

Bedrijfsgebouwen   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   7 m, met uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte', waarvoor geldt dat de goothoogte niet meer mag bedragen dan is aangegeven  
Bouwhoogte   n.v.t.   11 m  
Totale oppervlakte bedrijfsgebouwen   n.v.t .   bestaand, met uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'oppervlakte (m2)' waarvoor geldt dat de maximale oppervlakte niet meer mag bedragen dan is aangegeven  
De afstand tussen bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen   n.v.t.   15 m  
Bedrijfswoning   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   7 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   11 m  
Afstand tot perceelgrens   5 m   n.v.t.  
Inhoud   n.v.t.   1.000 m³, met uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'volume m3', waarvoor geldt dat de maximale inhoud niet meer mag bedragen dan is aangeven  
Aangebouwde bijbehorende bouwwerken en carports bij bedrijfswoningen   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   3,5 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   5 m  
Afstand carports achter de voorgevel van de bedrijfswoning   0 m
carports mogen tot 1 m voor de voorgevel worden gebouwd  
n.v.t.  
Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van de bedrijfswoning   1 m   n.v.t.  
Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van de bedrijfswoning in het geval dat de bedrijfswoning meerdere naar de weg gekeerde gevels kent   3 m   n.v.t.  
Afstand overige bijbehorende bouwwerken tot het openbaar gebied in het geval van een hoeksituatie   1 m   n.v.t.  
Totale gezamenlijke oppervlakte van alle bijbehorende bouwwerken   n.v.t.   150 m²  
Bebouwingspercentage van het terrein dat hoort bij de bedrijfswoning   n.v.t.   50%  
Vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   3,5 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   6 m  
Afstand carports achter de voorgevel van de bedrijfswoning   0 m
carports mogen tot 1 m voor de voorgevel worden gebouwd  
n.v.t.  
Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van de bedrijfswoning   1 m   n.v.t.  
Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van de bedrijfswoning in het geval dat de bedrijfswoning meerdere naar de weg gekeerde gevels kent   3 m   n.v.t.  
Afstand tot zijdelingse perceelgrens   2,5 m   n.v.t.  
Afstand tot de bedrijfswoning   n.v.t.   40 m  
Totale gezamenlijke oppervlakte van alle bijbehorende bouwwerken   n.v.t.   150 m²  
Bebouwingspercentage van het terrein dat hoort bij de bedrijfswoning   n.v.t.   50%  
Gasontvangststation   min.   max.  
goothoogte   n.v.t.   8 m  
bouwhoogte   n.v.t.   11 m  
bebouwingsoppervlak   n.v.t.   bestaand  

5.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

De maatvoering voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde is als volgt:

bouwhoogte van bouwwerk, geen gebouwen zijnde   min.   max.  
erf- en terreinafscheidingen   n.v.t.   voor de voorgevelrooilijn: 1 m
achter de voorgevelrooilijn: 2 m
met uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - afwijkende erfafscheiding', waarvoor geldt dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 2 m  
antennes uitsluitend toegestaan achter de achtergevelrooilijn   n.v.t.   12 m  
overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde   n.v.t.   6 m  
5.3 Specifieke gebruiksregels
5.3.1 Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan:

  • a. het bedrijfsmatig vervaardigen, opslaan, verwerken of herstellen van goederen en het opslaan en be- of verwerken van producten tenzij dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik;
  • b. buitenopslag, behoudens voor zover dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik;
  • c. detailhandel, anders dan ondergeschikte detailhandel ten dienste van de bestemming;
  • d. het gebruik voor woondoeleinden, met uitzondering van de toegestane bedrijfswoningen.
5.3.2 Voorwaardelijke verplichting

Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de gronden en opstallen ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van bedrijf - opslag bouw- en grondstoffen' en 'specifieke vorm van bedrijf - container op- en overslag' voor:

5.4 Afwijken van de gebruiksregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.1 ten behoeve van een bedrijf die naar de aard en de invloed op de omgeving gelijk zijn te stellen met bedrijven van maximaal categorie 1 en 2 van de bij deze regels gevoegde Staat van Bedrijfsactiviteiten, dan wel met bedrijven die naar de aard en de invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met het bestaande bedrijf, onder de voorwaarde dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:

  • a. de ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven;
  • b. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  • c. de verkeersveiligheid.

Artikel 6 Bos

6.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bos' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. het behoud, de bescherming, de ontwikkeling en/of het herstel van de desbetreffende cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden ter plaatse van de aanduidingen zoals zijn opgenomen in artikel 47;
  • b. bescherming van aardkundige waarden;
  • c. houtproductie;
  • d. behoud en herstel van de aanwezige poelen en watergangen;
  • e. extensief dagrecreatief medegebruik;

met de daarbij behorende:

  • f. parkeer- en verkeersvoorzieningen;
  • g. voorzieningen van openbaar nut;
  • h. water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder bergbezinkbassins.
6.2 Bouwregels

Voor het bouwen gelden de volgende regels:

  • a. op de gronden als bedoeld in lid 6.1, mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de bestemming worden gebouwd in de vorm van:
    • 1. bankjes, picknicktafels, afvalemmers, bewegwijzering en dergelijke;
    • 2. open afrasteringen;
    • 3. voederbergingen of voederruiven voor wild;
    • 4. hoogzitten;
  • b. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van een hoogzit maximaal 3,5 m bedraagt;
  • c. de inhoud van een voederberging of voederruif voor wild niet meer dan 3 m3 bedraagt.
6.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.2 ten behoeve van gebouwen in verband met het extensief recreatief medegebruik, met dien verstande dat:

  • a. de inhoud niet meer bedraagt dan 50 m3;
  • b. de hoogte niet meer bedraagt dan 4,5 m;
  • c. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden zoals bedoeld in lid 6.1.
6.4 Specifieke gebruiksregels
6.4.1 Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval begrepen het gebruik van gronden voor:

  • a. agrarische doeleinden, tenzij dat ten dienste staat van de instandhouding of ontwikkeling van de natuurwaarden;
  • b. het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest;
  • c. het gebruik van gronden als volkstuin;
  • d. het gebruik voor recreatiedoeleinden, met uitzondering van extensief recreatief medegebruik;
  • e. het beoefenen van lawaaisporten;
  • f. paardenbakken;
  • g. het geplaatst houden van kampeermiddelen;
  • h. het dempen en graven van wateren, tenzij dit ten dienste staat van het instandhouden van de natuurwaarden;
  • i. het aanleggen van drainage en het graven van sloten, tenzij dat ten dienste staat van de instandhouding of ontwikkeling van de natuurwaarden;
  • j. intensief militair gebruik;
  • k. het ontginnen van gronden, tenzij dit ten dienste staat van het instandhouden of de ontwikkeling van de natuurwaarden;
  • l. ten behoeve van ontgrondings- en/of ontginningsactiviteiten, tenzij dat ten dienste staat van de instandhouding of ontwikkeling van de natuurwaarden;
  • m. de aanleg van boven- en ondergrondse leidingen.
6.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

Het bepaalde in artikel 50 is van toepassing.

Artikel 7 Cultuur en ontspanning

7.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Cultuur en ontspanning' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. molen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - molen';
  • b. kasteelruïnes, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - kasteelruïnevoorzieningen';

met de daarbij behorende:

  • c. tuinen, erven en terreinen;
  • d. paden, wegen, ontsluitings- en parkeervoorzieningen;
  • e. voorzieningen van openbaar nut;
  • f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • g. groenvoorzieningen, natuur en landschapselementen.
7.2 Bouwregels
7.2.1 Algemeen

Voor het bouwen geldt dat op de gronden als bedoeld in lid 7.1 uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de bestemming worden gebouwd.

7.2.2 Gebouwen

De maatvoering voor gebouwen is als volgt:

Gebouwen   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   bestaand  
Bouwhoogte   n.v.t.   bestaand  
Bebouwingsoppervlak   n.v.t.   bestaand  
7.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

De maatvoering voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde is als volgt:

bouwhoogte van bouwwerk, geen gebouwen zijnde   min.   max.  
erf- en terreinafscheidingen   n.v.t.   voor de voorgevelrooilijn: 1 m
achter de voorgevelrooilijn: 2 m  
overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde   n.v.t.   6 m  
7.3 Specifieke gebruiksregels
7.3.1 Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan:

  • a. het opslaan, storten of bergen van materialen en producten, tenzij dat noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik;
  • b. detailhandel, anders dan ondergeschikte detailhandel ten dienste van de bestemming;
  • c. wonen.

Artikel 8 Detailhandel

8.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Detailhandel' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. detailhandel, met dien verstande dat uitsluitend ter plaatse van de hieronder vermelde aanduiding de daarbij vermelde vorm van detailhandel is toegestaan:
    aanduiding   vormen van detailhandel  
    tuincentrum   tuincentrum  
    detailhandel   detailhandel  
  • b. wonen ten behoeve van het bedrijf;
  • c. wonen met bijbehorende tuin in een bedrijfswoning door een derde ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – plattelandswoning’;

met de daarbij behorende:

  • d. tuinen, erven en terreinen;
  • e. paden, wegen, ontsluitings- en parkeervoorzieningen;
  • f. voorzieningen van openbaar nut;
  • g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • h. groenvoorzieningen, natuur en landschapselementen.
8.2 Bouwregels
8.2.1 Algemeen

Voor het bouwen gelden de volgende regels:

  • a. op de gronden als bedoeld in lid 8.1, mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de bestemming worden gebouwd;
  • b. indien en voor zover een bouwvlak is aangegeven, mogen gebouwen uitsluitend worden opgericht binnen dit bouwvlak;
  • c. voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels:
    • 1. er is niet meer dan 1 bedrijfswoning per bestemmingsvlak toegestaan, met dien verstande dat ter plaatste van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' het aantal bedrijfswoningen ten hoogste het ter plaatste gegeven aantal mag bedragen;
    • 2. indien en voorzover ter plaatste van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' 0 is opgenomen, is een bedrijfswoning niet toegestaan;
  • d. aangebouwde bijbehorende bouwwerken dienen aan de onderstaande regeling met betrekking tot bedrijfswoning te voldoen, dan wel aan het gestelde onder regeling bijbehorende bouwwerken.
8.2.2 Gebouwen

De maatvoering voor gebouwen en bijbehorende bouwwerken is als volgt:

Bedrijfsgebouwen   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   7 m, met uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte', waarvoor geldt dat de goothoogte niet meer mag bedragen dan is aangegeven  
Bouwhoogte   n.v.t.   11 m, met uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte', waarvoor geldt dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan is aangegeven  
Totale oppervlakte bedrijfsgebouwen   n.v.t.   bestaand  
De afstand tussen bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen   n.v.t.   15 m  
Bedrijfswoning   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   7 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   11 m  
Afstand tot perceelgrens   2,5 m   n.v.t.  
Inhoud   n.v.t.   1.000 m³  
Aangebouwde bijbehorende bouwwerken en carports bij bedrijfswoningen   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   3,5 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   6 m  
Afstand carports achter de voorgevel van de bedrijfswoning   0 m
carports mogen tot 1 m voor de voorgevel worden gebouwd  
n.v.t.  
Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van de bedrijfswoning   1 m   n.v.t.  
Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van de bedrijfswoning in het geval dat de bedrijfswoning meerdere naar de weg gekeerde gevels kent   3 m   n.v.t.  
Afstand overige bijbehorende bouwwerken tot het openbaar gebied in het geval van een hoeksituatie   1 m   n.v.t.  
Totale gezamenlijke oppervlakte van alle bijbehorende bouwwerken   n.v.t.   150 m²  
Bebouwingspercentage van het terrein dat hoort bij de bedrijfswoning   n.v.t.   50%  
Vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   3,5 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   6 m  
Afstand carports achter de voorgevel van de bedrijfswoning   0 m
carports mogen tot 1 m voor de voorgevel worden gebouwd  
n.v.t.  
Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van de bedrijfswoning   1 m   n.v.t.  
Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van de bedrijfswoning in het geval dat de bedrijfswoning meerdere naar de weg gekeerde gevels kent   3 m   n.v.t.  
Afstand tot zijdelingse perceelgrens   2,5 m   n.v.t.  
Afstand tot de bedrijfswoning   n.v.t.   40 m  
Totale gezamenlijke oppervlakte van alle bijbehorende bouwwerken   n.v.t.   150 m²  
Bebouwingspercentage van het terrein dat hoort bij het hoofdgebouwde bedrijfswoning   n.v.t.   50%  
8.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

De maatvoering voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde is als volgt:

bouwhoogte van bouwwerk, geen gebouwen zijnde   min.   max.  
erf- en terreinafscheidingen   n.v.t.   voor de voorgevelrooilijn: 1 m
achter de voorgevelrooilijn: 2 m  
overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde   n.v.t.   6 m  
8.3 Specifieke gebruiksregels
8.3.1 Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan:

  • a. het bedrijfsmatig vervaardigen, opslaan, verwerken of herstellen van goederen en het opslaan en be- of verwerken van producten tenzij dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik;
  • b. buitenopslag, behoudens voor zover dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik;
  • c. het gebruik voor woondoeleinden, met uitzondering van de toegestane bedrijfswoningen.

Artikel 9 Groen

9.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. groenvoorzieningen;
  • b. een speelveld, ter plaatse van de aanduiding 'speelterrein';
  • c. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;

met de daarbij behorende:

  • d. parkeer- en verkeersvoorzieningen;
  • e. ontsluitingen vanaf de openbare weg van het aangrenzende bestemmings-/bouwvlak, ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting';
  • f. voorzieningen van openbaar nut.
9.2 Bouwregels
9.2.1 Algemeen

Op de gronden als bedoeld in lid 9.1, mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de bestemming worden gebouwd.

9.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

De maatvoering voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde is als volgt:

bouwhoogte van bouwwerk, geen gebouwen zijnde   min.   max.  
Speelvoorzieningen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'speelterrein'   n.v.t.   6 m  
overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde   n.v.t.   2 m  
9.3 Specifieke gebruiksregels

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden als stort- of opslagplaats.

9.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

Het bepaalde in Artikel 50 is van toepassing.

Artikel 10 Horeca

10.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. horeca, met dien verstande dat uitsluitend horeca I is toegestaan;
  • b. wonen ten behoeve van het beheer, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' met uitzondering van de gronden waar als maximum aantal 0 is aangegeven;

met de daarbij behorende:

  • c. tuinen, erven en terreinen;
  • d. paden, wegen, ontsluitings- en parkeervoorzieningen;
  • e. voorzieningen van openbaar nut;
  • f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • g. groenvoorzieningen, natuur en landschapselementen.
10.2 Bouwregels
10.2.1 Algemeen

Voor het bouwen gelden de volgende regels:

  • a. op de gronden als bedoeld in lid 10.1, mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de bestemming worden gebouwd;
  • b. indien en voor zover een bouwvlak is aangegeven, mogen gebouwen uitsluitend worden opgericht binnen dit bouwvlak;
  • c. voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels:
    • 1. er is niet meer dan 1 bedrijfswoning per bestemmingsvlak toegestaan, met dien verstande dat ter plaatste van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' het aantal bedrijfswoningen ten hoogste het ter plaatste gegeven aantal mag bedragen;
    • 2. indien en voorzover ter plaatste van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' 0 is opgenomen, is een bedrijfswoning niet toegestaan;
  • d. aangebouwde bijbehorende bouwwerken dienen aan de onderstaande regeling met betrekking tot bedrijfswoning te voldoen, dan wel aan het gestelde onder regeling bijbehorende bouwwerken.
10.2.2 Gebouwen

De maatvoering voor gebouwen en bijbehorende bouwwerken is als volgt:

Bedrijfsgebouwen   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   7 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   11 m  
Bebouwingsoppervlak   n.v.t.   bestaand  
De afstand tussen bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen   n.v.t.   15 m  
Bedrijfswoning   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   7 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   11 m  
Afstand tot perceelgrens   2,5 m   n.v.t.  
Inhoud   n.v.t.   1.000 m³  
Aangebouwde bijbehorende bouwwerken en carports bij bedrijfswoningen   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   3,5 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   6 m  
Afstand carports achter de voorgevel van de bedrijfswoning   0 m
carports mogen tot 1 m voor de voorgevel worden gebouwd  
n.v.t.  
Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van de bedrijfswoning   1 m   n.v.t.  
Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van de bedrijfswoning in het geval dat de bedrijfswoning meerdere naar de weg gekeerde gevels kent   3 m   n.v.t.  
Afstand overige bijbehorende bouwwerken tot het openbaar gebied in het geval van een hoeksituatie   1 m   n.v.t.  
Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van de bedrijfswoning   3 m   n.v.t.  
Totale gezamenlijke oppervlakte van alle bijbehorende bouwwerken   n.v.t.   150 m²  
Bebouwingspercentage van het terrein dat hoort bij de bedrijfswoning   n.v.t.   50%  
Vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   3,5 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   6 m  
Afstand carports achter de voorgevel van de bedrijfswoning   0 m
carports mogen tot 1 m voor de voorgevel worden gebouwd  
n.v.t.  
Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van de bedrijfswoning   1 m   n.v.t.  
Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van de bedrijfswoning in het geval dat de bedrijfswoning meerdere naar de weg gekeerde gevels kent   3 m   n.v.t.  
Afstand tot zijdelingse perceelgrens   2,5 m   n.v.t.  
Afstand tot de bedrijfswoning   n.v.t.   40 m  
Totale gezamenlijke oppervlakte van alle bijbehorende bouwwerken   n.v.t.   150 m²  
Bebouwingspercentage van het terrein dat hoort bij de bedrijfswoning   n.v.t.   50%  
10.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

De maatvoering voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde is als volgt:

bouwhoogte van bouwwerk, geen gebouwen zijnde   min.   max.  
erf- en terreinafscheidingen   n.v.t.   voor de voorgevelrooilijn: 1 m
achter de voorgevelrooilijn: 2 m  
licht-, vlaggen en reclamemasten   n.v.t.   12 m  
overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde binnen het bouwvlak   n.v.t.   6 m  
10.3 Specifieke gebruiksregels
10.3.1 Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan:

  • a. het bedrijfsmatig vervaardigen, opslaan, verwerken of herstellen van goederen en het opslaan en be- of verwerken van producten tenzij dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik;
  • b. buitenopslag, behoudens voor zover dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik;
  • c. detailhandel, anders dan ondergeschikte detailhandel ten dienste van de bestemming;
  • d. het gebruik voor woondoeleinden, met uitzondering van de toegestane bedrijfswoningen.

Artikel 11 Maatschappelijk

11.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. maatschappelijke voorzieningen, met dien verstande dat ter plaatse van de hieronder vermelde aanduiding uitsluitend de daarbij vermelde maatschappelijke functie(s) zijn toegestaan:
    aanduiding   maatschappelijke functie(s)  
    justitiële inrichting   gevangenis  
    jeugdopvang   jeugdopvang  
    onderwijs   onderwijs  
    specifieke vorm van maatschappelijk - dierenweide   dierenweide  
    scouting   scouting  
    specifieke vorm van maatschappelijk - kapel   kapel  
    specifieke vorm van maatschappelijk - brandweerkazerne   brandweerkazerne  
    specifieke vorm van maatschappelijk - gemeentewerf/ brandweerkazerne   gemeentewerf en brandweerkazerne  
    kinderdagverblijf   kinderdagverblijf  
    specifieke vorm van maatschappelijk - kinderdagopvang   kinderdagopvang  
    specifieke vorm van maatschappelijk - galerie   galerie  
    specifieke vorm van maatschappelijk - jeugdcentrum   jeugdcentrum  
    specifieke vorm van maatschappelijk - jongerengilde   jongerengilde  
    specifieke vorm van maatschappelijk - trainingscentrum   trainingscentrum  
    specifieke vorm van maatschappelijk - gemeenschapshuis   gemeenschapshuis  
    museum   museum  
    zorgboerderij   zorgboerderij  
    zorginstelling   zorginstelling  
  • b. wonen ten behoeve van het beheer, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden';

met de daarbij behorende:

  • c. tuinen, erven en terreinen;
  • d. paden, wegen, ontsluitings- en parkeervoorzieningen;
  • e. voorzieningen van openbaar nut;
  • f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • g. groenvoorzieningen, natuur en landschapselementen.
11.2 Bouwregels
11.2.1 Algemeen

Voor het bouwen gelden de volgende regels:

  • a. op de gronden als bedoeld in lid 11.1, mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de bestemming worden gebouwd;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - dierenweide' is het bouwen van gebouwen niet toegestaan;
  • c. indien en voor zover een bouwvlak is aangegeven, mogen gebouwen uitsluitend worden opgericht binnen dit bouwvlak;
  • d. voor het bouwen van bedrijfswoningen geldt dat bedrijfswoningen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden', waarbij het aantal bedrijfswoningen ten hoogste het aangegeven aantal bedraagt;
  • e. aangebouwde bijbehorende bouwwerken dienen aan de onderstaande regeling met betrekking tot bedrijfswoning te voldoen, dan wel aan het gestelde onder regeling bijbehorende bouwwerken.
11.2.2 Gebouwen

De maatvoering voor gebouwen is als volgt:

Bedrijfsgebouwen   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   7 m, met uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte', waarvoor geldt dat de goothoogte niet meer mag bedragen dan is aangegeven  
Bouwhoogte   n.v.t.   11 m, met uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte', waarvoor geldt dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan is aangegeven  
Totale oppervlakte bedrijfsgebouwen   n.v.t.   bestaand, met uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'oppervlakte', waarvoor geldt dat de oppervlakte niet meer mag bedragen dan is aangegeven  
De afstand tussen bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen   n.v.t.   15 m  
dakhelling ter plaatse van de aanduiding 'dakhelling'   de ter plaatse van de aanduiding 'minimum dakhelling' aangeven dakhelling   de ter plaatse van de aanduiding 'maximum dakhelling' aangeven dakhelling  
Bedrijfswoning   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   7 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   11 m  
Afstand tot perceelgrens   2,5 m   n.v.t.  
Inhoud   n.v.t.   1.000 m³  
Aangebouwde bijbehorende bouwwerken en carports bij bedrijfswoningen   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   3,5 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   6 m  
Afstand carports achter de voorgevel van de bedrijfswoning   0 m
carports mogen tot 1 m voor de voorgevel worden gebouwd  
n.v.t.  
Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van de bedrijfswoning   1 m   n.v.t.  
Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van de bedrijfswoning in het geval dat de bedrijfswoning meerdere naar de weg gekeerde gevels kent   3 m   n.v.t.  
Afstand overige bijbehorende bouwwerken tot het openbaar gebied in het geval van een hoeksituatie   1 m   n.v.t.  
Totale gezamenlijke oppervlakte van alle bijbehorende bouwwerken   n.v.t.   150 m²  
Bebouwingspercentage van het terrein dat hoort bij de bedrijfswoning   n.v.t.   50%  
Vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   3,5 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   6 m  
Afstand carports achter de voorgevel van de bedrijfswoning   0 m
carports mogen tot 1 m voor de voorgevel worden gebouwd  
n.v.t.  
Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van de bedrijfswoning   1 m   n.v.t.  
Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van de bedrijfswoning in het geval dat de bedrijfswoning meerdere naar de weg gekeerde gevels kent   3 m   n.v.t.  
Afstand tot zijdelingse perceelgrens   2,5 m   n.v.t.  
Afstand tot de bedrijfswoning   n.v.t.   40 m  
Totale gezamenlijke oppervlakte van alle bijbehorende bouwwerken   n.v.t.   150 m²  
Bebouwingspercentage van het terrein dat hoort bij de bedrijfswoning   n.v.t.   50%  

11.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

De maatvoering voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde is als volgt:

bouwhoogte van bouwwerk, geen gebouwen zijnde   min.   max.  
erf- en terreinafscheidingen   n.v.t.   voor de voorgevelrooilijn: 1 m
achter de voorgevelrooilijn: 2 m  
overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde   n.v.t.   6 m  
11.3 Specifieke gebruiksregels
11.3.1 Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan:

  • a. het bedrijfsmatig vervaardigen, opslaan, verwerken of herstellen van goederen en het opslaan en be- of verwerken van producten tenzij dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik;
  • b. detailhandel, anders dan ondergeschikte detailhandel ten dienste van de bestemming;
  • c. het gebruik voor woondoeleinden, met uitzondering van de toegestane bedrijfswoningen.

Artikel 12 Natuur

12.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. het behoud, de bescherming, de ontwikkeling en/of het herstel van de desbetreffende cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden ter plaatse van de aanduidingen zoals zijn opgenomen in artikel 47;
  • b. bescherming van aardkundige waarden;
  • c. agrarisch natuurbeheer;
  • d. extensief dagrecreatief medegebruik;
  • e. een natuurkampeerterrein, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - natuurkampeerterrein';
  • f. visvijver, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - visvijver';
  • g. het winnen van delfstoffen, ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van natuur - delfstoffenwinning’;
  • h. een educatief centrum, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - educatief centrum';
  • i. een schaapskooi , ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - schaapskooi'

met de daarbij behorende:

  • j. parkeer- en verkeersvoorzieningen;
  • k. voorzieningen van openbaar nut;
  • l. water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder bergbezinkbassins.
12.2 Bouwregels
12.2.1 Algemeen

Voor het bouwen gelden de volgende regels:

  • a. op de gronden als bedoeld in lid 12.1 mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de bestemming worden gebouwd, in de vorm van:
    • 1. bankjes, picknicktafels, afvalemmers, bewegwijzering en dergelijke;
    • 2. open afrasteringen;
    • 3. voederbergingen of voederruiven voor wild;
    • 4. hoogzitten;
  • b. in afwijking van het bepaalde onder a zijn ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - delfstoffenwinning' zijn gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan, met dien verstande dat hiervoor een instandhoudingstermijn geldt tot een halfjaar na het expireren van een ontgrondingsvergunning;
  • c. in afwijking van het bepaalde onder a zijn ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van maatschappelijk - educatief centrum' en 'specifieke vorm van agrarisch - schaapskooi' de bestaande gebouwen toegestaan;
  • d. aangebouwde bijbehorende bouwwerken dienen aan de onderstaande regeling met betrekking tot bedrijfswoning te voldoen, dan wel aan het gestelde onder regeling bijbehorende bouwwerken.
12.2.2 Gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - delfstoffenwinning'

De maatvoering voor gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - delfstoffenwinning' is als volgt:

Gebouwen   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   6 m  
Bebouwd oppervlak   n.v.t.   1.000 m²  
12.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

De maatvoering voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde is als volgt:

Bouwhoogte bouwwerk, geen gebouwen zijnde   min.   max.  
hoogzit   n.v.t.   3,5 m  
erf- en terreinafscheidingen   n.v.t.   1 m  
overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - delfstoffenwinning'   n.v.t.   20 m  
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - educatief centrum'   n.v.t.   bestaand  
overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde   n.v.t.   2 m  
inhoud voederberging of voerruif voor wild   n.v.t.   3 m³  
12.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 12.2 ten behoeve van gebouwen in verband met het extensief recreatief medegebruik, met dien verstande dat:

  • a. de inhoud niet meer bedraagt dan 50 m3;
  • b. de hoogte niet meer bedraagt dan 4,5 m;
  • c. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden zoals bedoeld in lid 12.1.
12.4 Specifieke gebruiksregels
12.4.1 Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval begrepen het gebruik van gronden voor:

  • a. agrarische doeleinden, tenzij voorzover dat ten dienste staat van de instandhouding of ontwikkeling van de natuurwaarden;
  • b. het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest;
  • c. het gebruik van gronden als volkstuin;
  • d. het gebruik voor recreatiedoeleinden, behoudens extensief recreatief medegebruik;
  • e. het beoefenen van lawaaisporten;
  • f. paardenbakken;
  • g. het geplaatst houden van kampeermiddelen;
  • h. het dempen en graven van wateren, behoudens voor zover dit ten dienste staat van het instandhouden van de natuurwaarden;
  • i. het aanleggen van drainage en het graven van sloten, behoudens voorzover dat ten dienste staat van de instandhouding of ontwikkeling van de natuurwaarden;
  • j. intensief militair gebruik;
  • k. het ontginnen van gronden, behoudens voor zover dit ten dienste staat van het instandhouden van de natuurwaarden;
  • l. ten behoeve van ontgrondings- en/of ontginningsactiviteiten, behoudens voorzover dat ten dienste staat van de instandhouding of ontwikkeling van de natuurwaarden;
  • m. het winnen van bosstrooisel of mos, behoudens voor zover dit ten dienste staat van het instandhouden van de natuurwaarden;
  • n. houtwinning;
  • o. de aanleg van boven- en ondergrondse leidingen.
12.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

Het bepaalde in Artikel 50 is van toepassing.

12.6 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen waarbij de aanduiding ‘specifieke vorm van natuur - delfstoffenwinning’ wordt verwijderd indien de instandhoudingstermijn van de ontgrondingsvergunning is verlopen.

Artikel 13 Recreatie - Dagrecreatie

13.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Recreatie - Dagrecreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. dagrecreatieve voorzieningen, met dien verstande dat uitsluitend ter plaatse van de hieronder vermelde aanduiding de daarbij vermelde dagrecreatieve functie(s) zijn toegestaan:
    aanduiding   dagrecreatieve functie(s)  
    modelvliegtuigbaan   modelvliegsport  
    specifieke vorm van recreatie - aardbeientuin   aardbeientuin  
    specifieke vorm van recreatie - activiteitenboerderij   binnen- en buitenactiviteiten  
    specifieke vorm van recreatie - dansschool   dansschool  
    specifieke vorm van recreatie - educatie pottenbakkerij   educatie pottenbakkerij  
    specifieke vorm van recreatie - educatiecentrum   educatiecentrum  
    specifieke vorm van recreatie - informatiecentrum   informatiecentrum  
    specifieke vorm van horeca - strandpaviljoen   kleinschlige horeca in de vorm van een strandpaviljoen  
    specifieke vorm van horeca - theehuis   kleinschalige horeca in de vorm van een theehuis  
    specifieke vorm van recreatie - visvijver   visvijver  
    evenemententerrein   evenemententerrein  
  • b. detailhandel en horeca als nevenactiviteit,
  • c. wonen ten behoeve van het beheer, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden';

met de daarbij behorende:

  • d. tuinen, erven en terreinen;
  • e. paden, wegen, ontsluitings- en (al dan niet verharde) parkeervoorzieningen;
  • f. voorzieningen van openbaar nut;
  • g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • h. groenvoorzieningen, natuur en landschapselementen.
13.2 Bouwregels
13.2.1 Algemeen

Voor het bouwen gelden de volgende regels:

  • a. op de gronden als bedoeld in lid 13.1, mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de bestemming worden gebouwd;
  • b. indien en voor zover een bouwvlak is aangegeven, mogen gebouwen uitsluitend worden opgericht binnen dit bouwvlak;
  • c. bedrijfswoningen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden', waarbij het aantal bedrijfswoningen ten hoogste het aangegeven aantal bedraagt;
  • d. aangebouwde bijbehorende bouwwerken dienen aan de onderstaande regeling met betrekking tot bedrijfswoning te voldoen, dan wel aan het gestelde onder regeling bijbehorende bouwwerken.
13.2.2 Gebouwen

De maatvoering voor gebouwen is als volgt:

Bedrijfsgebouwen   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   7 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   11 m  
Bebouwingsoppervlak   n.v.t.   bestaand  
De afstand tussen bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen   n.v.t.   15 m  
Bedrijfswoning   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   7 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   11 m  
Afstand tot perceelgrens   2,5 m   n.v.t.  
Inhoud   n.v.t.   1.000 m³  
Aangebouwde bijbehorende bouwwerken en carports bij bedrijfswoningen   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   3,5 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   6 m  
Afstand carports achter de voorgevel van de bedrijfswoning   0 m
carports mogen tot 1 m voor de voorgevel worden gebouwd  
n.v.t.  
Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van de bedrijfswoning   1 m   n.v.t.  
Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van de bedrijfswoning in het geval dat de bedrijfswoning meerdere naar de weg gekeerde gevels kent   3 m   n.v.t.  
Afstand overige bijbehorende bouwwerken tot het openbaar gebied in het geval van een hoeksituatie   1 m   n.v.t.  
Totale gezamenlijke oppervlakte van alle bijbehorende bouwwerken   n.v.t.   150 m²  
Bebouwingspercentage van het terrein dat hoort bij de bedrijfswoning   n.v.t.   50%  
Vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   3,5 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   6 m  
Afstand carports achter de voorgevel van de bedrijfswoning   0 m
carports mogen tot 1 m voor de voorgevel worden gebouwd  
n.v.t.  
Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van de bedrijfswoning   1 m   n.v.t.  
Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van de bedrijfswoning in het geval dat de bedrijfswoning meerdere naar de weg gekeerde gevels kent   3 m   n.v.t.  
Afstand tot zijdelingse perceelgrens   2,5 m   n.v.t.  
Afstand tot de bedrijfswoning   n.v.t.   40 m  
Totale gezamenlijke oppervlakte van alle bijbehorende bouwwerken   n.v.t.   150 m²  
Bebouwingspercentage van het terrein dat hoort bij de bedrijfswoning   n.v.t.   50%  
13.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

De maatvoering voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde is als volgt:

bouwhoogte van bouwwerk, geen gebouwen zijnde   min.   max.  
erf- en terreinafscheidingen   n.v.t.   voor de voorgevelrooilijn: 1 m
achter de voorgevelrooilijn: 2 m  
sport- en spelattributen   n.v.t.   8 m  
licht- en vlaggenmasten   n.v.t.   12 m  
overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde binnen het bouwvlak   n.v.t.   6 m  
13.3 Specifieke gebruiksregels
13.3.1 Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan:

  • a. het bedrijfsmatig vervaardigen, opslaan, verwerken of herstellen van goederen en het opslaan en be- of verwerken van producten, tenzij dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik;
  • b. buitenopslag, tenzij dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik;
  • c. detailhandel, anders dan ondergeschikte detailhandel ten dienste van de bestemming;
  • d. wonen, met uitzondering van de toegestane bedrijfswoningen.

Artikel 14 Recreatie - Verblijfsrecreatie

14.1 Bestemmingsomschrijving

De voor '14.1 aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. ter plaatse van de hieronder vermelde aanduiding uitsluitend de daarbij vermelde verblijfsrecreatie functie(s):
    aanduiding   verblijfsrecreatieve functies  
    kampeerterrein   kampeerterrein  
    recreatiewoning   recreatiewoning  
    specifieke vorm van recreatie - appartementen   vakantieappartement  
    specifieke vorm van recreatie - appartementen/pension   recreatieappartementen en pension  
    specifieke vorm van recreatie - groepsaccomodatie   groepsaccommodatie  
    specifieke vorm van recreatie - camperstandplaats   camperstandplaatsen  
    specifieke vorm van recreatie - kleinschalig kamperen   kleinschalig kamperen inclusief ondergeschikte activiteiten: hobbymatig van vee, kattenpension, inpandige stalling caravans  
    specifieke vorm van recreatie - terrein 1   38 recreatiewoningen  
    specifieke vorm van recreatie - terrein 2   kampeerterrein met 435 kampeerplaatsen  
    specifieke vorm van recreatie - terrein 3
     
    kampeerterrein en 3 vakantieappartementen/ recreatiewoningen  
    specifieke vorm van recreatie - terrein 4
     
    kampeerterrein, 2 groepsaccomodaties,5 veldhutten en 1 chalet  
    specifieke vorm van recreatie - terrein 5   2 vakantiewoningen  
    specifieke vorm van recreatie - terrein 6   kampeerterrein met 80 kampeerplaatsen waarvan maximaal 10 camperstandplaatsen  
    specifieke vorm van recreatie - terrein 7   kampeerterrein en 2 recreatiewoningen  
    specifieke vorm van recreatie - terrein 8   kampeerterrein en 3 recreatiewoningen  
    specifieke vorm van recreatie - terrein 9   recreatiepark met 500 recreatiewoningen  
    specifieke vorm van recreatie - terrein 10   recreatiepark met 648 recreatiewoningen  
  • b. wonen ten behoeve van het beheer, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' met uitzondering van de gronden waar als maximum aantal 0 is aangegeven;
  • c. wonen met bijbehorende tuin in een bedrijfswoning door een derde ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – plattelandswoning’;
  • d. detailhandel en horeca als nevenactiviteit,

met de daarbij behorende:

  • e. tuinen, erven en terreinen;
  • f. paden, wegen, ontsluitings- en (al dan niet verharde) parkeervoorzieningen;
  • g. voorzieningen van openbaar nut;
  • h. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • i. groenvoorzieningen, natuur en landschapselementen;

met dien verstande dat:

  • j. voor zover in de tabel onder a geen aantallen zijn opgenomen, uitsluitend het bestaande aantal recreatieve verblijven dan wel standplaatsen zijn toegestaan;
  • k. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - centrale voorzieningen' geen recreatiewoningen zijn toegestaan.
14.2 Bouwregels
14.2.1 Algemeen

Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende regels:

  • a. op de gronden als bedoeld in lid 14.1, mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de bestemming worden gebouwd;
  • b. indien en voor zover een bouwvlak is aangegeven, mogen gebouwen uitsluitend worden opgericht binnen dit bouwvlak;
  • c. voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels:
    • 1. het aantal bedrijfswoningen bedraagt ten hoogste het ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' aangegeven aantal;
    • 2. indien en voorzover ter plaatste van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' 0 is opgenomen, is een bedrijfswoning niet toegestaan.
  • d. de afstand van gebouwen tot de perceelsgrens bedraagt ten minste 2,5 m;
  • e. aangebouwde bijbehorende bouwwerken dienen aan de onderstaande regeling met betrekking tot bedrijfswoning te voldoen, dan wel aan het gestelde onder regeling bijbehorende bouwwerken.
14.2.2 Bedrijfsgebouwen, waaronder appartementen en pension

De maatvoering voor bedrijfsgebouwen, waaronder appartementen en pension is als volgt:

Bedrijfsgebouwen   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   7 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   11 m  
Bebouwingsoppervlak
 
n.v.t.   bestaand  
De afstand tussen bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen   n.v.t.   15 m  
14.2.3 Gebouwen ter plaatse van de aanduiding ' specifieke vorm van recreatie - centrale voorzieningen'

In afwijking en in aanvulling op het vorengaande is de maatvoering ter plaatse van de aanduiding ' specifieke vorm van recreatie - centrale voorzieningen' als volgt:

Gebouwen   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   6 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   10 m  
Bebouwingsoppervlak   n.v.t.   120% van de bestaande totale oppervlakte  
14.2.4 Gebouwen ten behoeve van groepsaccommodatie

De maatvoering voor gebouwen ten behoeve van groepsaccommodatie is als volgt:

Gebouwen   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   6 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   10 m  
Bebouwingsoppervlak   n.v.t.   bestaand  
14.2.5 Recreatiewoningen

De maatvoering voor recreatiewoningen is als volgt:

Gebouwen   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   6 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   10 m  
Bebouwingsoppervlak   n.v.t.   bestaand  
14.2.6 Stacaravans

De maatvoering voor stacarvans is als volgt:

Gebouwen   min.   max.  
Goothoogte stacaravan   n.v.t.   n.v.t.  
Bouwhoogte stacaravan   n.v.t.   5 m  
Bebouwingsoppervlak   n.v.t.   bestaand  
14.2.7 Recreatiewoningen ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van recreatie - terrein 1' en 'specifieke vorm van recreatie - terrein 2'

In afwijking van het vorengaande gelden voor het bouwen van recreatiewoningen ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van recreatie - terrein 1' en 'specifieke vorm van recreatie - terrein 2' de volgende regels:

  • a. de afstand van de recreatiewoningen tot de bestemmingsgrens aan de zijde van een weg bedraagt ten minste 10 m;
  • b. de maatvoering voor recreatiewoningen is als volgt:
Gebouwen   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   3 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   n.v.t.  
Dakhelling   12°   45°  
Netto vloeroppervlak per recreatiewoning, incl. garage, berging en verdieping   n.v.t.   100 m²  
14.2.8 Bedrijfswoning en bijbehorende bouwwerken

De maatvoering voor bedrijfswoningen en bijbehorende bouwwerken is als volgt:

Bedrijfswoning   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   7 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   11 m  
Afstand tot perceelgrens   2,5 m   n.v.t.  
Inhoud   n.v.t.   1.000 m³, met uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'volume m3³, waarvoor geldt dat de maximale inhoud niet meer mag bedragen dan is aangeven  
Aangebouwde bijbehorende bouwwerken en carports bij bedrijfswoningen   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   3,5 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   6 m  
Afstand carports achter de voorgevel van de bedrijfswoning   0 m
carports mogen tot 1 m voor de voorgevel worden gebouwd  
n.v.t.  
Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van de bedrijfswoning   1 m   n.v.t.  
Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van de bedrijfswoning in het geval dat de bedrijfswoning meerdere naar de weg gekeerde gevels kent   3 m   n.v.t.  
Afstand overige bijbehorende bouwwerken tot het openbaar gebied in het geval van een hoeksituatie   1 m   n.v.t.  
Totale gezamenlijke oppervlakte van alle bijbehorende bouwwerken   n.v.t.   150 m²  
Bebouwingspercentage van het terrein dat hoort bij de bedrijfswoning   n.v.t.   50%  
Vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   3,5 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   6 m  
Afstand carports achter de voorgevel van de bedrijfswoning   0 m
carports mogen tot 1 m voor de voorgevel worden gebouwd  
n.v.t.  
Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van de bedrijfswoning   1 m   n.v.t.  
Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van de bedrijfswoning in het geval dat de bedrijfswoning meerdere naar de weg gekeerde gevels kent   3 m   n.v.t.  
Afstand tot zijdelingse perceelgrens   2,5 m   n.v.t.  
Afstand tot de bedrijfswoning   n.v.t.   40 m  
Totale gezamenlijke oppervlakte van alle bijbehorende bouwwerken   n.v.t.   150 m²  
Bebouwingspercentage van het terrein dat hoort bij de bedrijfswoning   n.v.t.   50%  
14.2.9 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

De maatvoering voor de bouwwerken, geen gebouwen zijnde is als volgt:

bouwwerk, geen gebouwen zijnde   min.   max.  
bouwhoogte erf- en terreinafscheidingen   n.v.t.   2 m  
bouwhoogte licht- en vlaggenmasten   n.v.t.   6 m  
bouwhoogte speel- en sportvoorzieningen   n.v.t.   6 m  
bouwhoogte antennemasten   n.v.t.   12 m  
overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde   n.v.t.   3 m  
14.3 Specifieke gebruiksregels
14.3.1 Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan:

  • a. het bedrijfsmatig vervaardigen, opslaan, verwerken of herstellen van goederen en het opslaan en be- of verwerken van producten, tenzij dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik;
  • b. buitenopslag, tenzij dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik;
  • c. detailhandel, anders dan ondergeschikte detailhandel ten dienste van de bestemming;
  • d. wonen, met uitzondering van:
    • 1. de toegestane bedrijfswoningen;
    • 2. niet-permanente bewoning van recreatiewoningen.
14.4 Afwijken van de gebruiksregels
14.4.1 Buitenopslag

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 14.3.1 ten behoeve van het toelaten van buitenopslag, met dien verstande dat:

  • a. de buitenopslag noodzakelijk is voor de continuïteit of ontwikkeling van het bedrijf;
  • b. de belangen van de omliggende (niet) agrarische bedrijven en andere functies worden niet onevenredig aangetast;
  • c. er geen toename plaats vindt van de milieubelasting;
  • d. door middel van een inrichtingsplan is aangetoond dat zorg gedragen wordt voor een zorgvuldige landschappelijke inpassing of landschappelijke compensatie.
14.4.2 Huisvesting arbeidsmigranten

Huisvesting van arbeidsmigranten is toegestaan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

  • a. er sprake is van een bestaand volwaardig recreatiebedrijf;
  • b. een bedrijfswoning op het perceel aanwezig is waar de eigenaar van het recreatiebedrijf of gedelegeerde bedrijfsleider woont;
  • c. er een fysieke scheiding aangebracht dient te worden tussen het recreatieve product (de camping/het park met al haar voorzieningen, standplaatsen en –accommodaties) en de huisvesting van arbeidsmigranten;
  • d. de helft van het kampeerterrein/camping mag worden aangewend ten behoeve van huisvesting van arbeidsmigranten;
  • e. in uitzondering hierop het gehele kampeerterrein/camping kan worden aangewend ten behoeve van de huisvesting van arbeidsmigranten indien voldaan wordt aan de provinciale beleidsnotitie huisvestingarbeidsmigranten, juni 2008;
  • f. het moet gaan om huisvesting van arbeidsmigranten die (grotendeels) binnen de gemeente Horst aan de Maas werkzaam zijn;
  • g. er een goedgekeurd inrichtingsplan is ingediend, waarin aandacht is besteed aan een goede fysieke afscheiding tussen de recreatieve standplaatsen, parkeercapaciteit en de standplaatsen ten behoeve van de huisvesting van arbeidsmigranten;
  • h. geen onevenredige aantasting mag plaatsvinden van:
    • 1. de sociale veiligheid;
    • 2. de milieusituatie;
    • 3. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;
    • 4. de verkeersveiligheid;
    • 5. de gebruiksmogelijkheden van nabijgelegen percelen, dan wel de bedrijfsvoering van nabijgelegen bedrijven.

Artikel 15 Recreatie - Verblijfsrecreatie - 2

15.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Recreatie - Verblijfsrecreatie - 2’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. dag- en verblijfsrecreatieve voorzieningen, met dien verstande dat ter plaatse van de hieronder vermelde aanduiding uitsluitend de daarbij vermelde recreatieve functie(s) zijn toegestaan:
    aanduiding   dag- en verblijfsrecreatieve functies  
    specifieke vorm van recreatie - 1, specifieke vorm van recreatie - 2 en specifieke vorm van recreatie - 3   recreatiewoningen  
    specifieke vorm van recreatie - outdoor   outdooractiviteiten  
    kampeerterrein   kampeerterrein  
  • b. centrale voorzieningen en dagrecreatieve voorzieningen;
  • c. watersport, met dien verstande dat gemotoriseerde watersport niet is toegelaten;
  • d. een waterskibaan;
  • e. groepsaccommodaties;
  • f. bedrijfswoningen;
  • g. speel- , wandel- en recreatieve voorzieningen;
  • h. sanititaire voorzieningen en wasserettes;
  • i. voorzieningen ten behoeve van de watersport;
  • j. wonen ten behoeve van het beheer;

met de daarbij behorende:

  • k. tuinen, erven en terreinen;
  • l. paden, wegen, ontsluitings- en (al dan niet verharde) parkeervoorzieningen;
  • m. voorzieningen van openbaar nut;
  • n. water en waterhuishoudkundige voorzieningen,alsmede (ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen;
  • o. kunstwerken;
  • p. kunstobjecten;
  • q. groenvoorzieningen, natuur en landschapselementen;

alsmede voor:

  • r. herstel en in stand houden van de landschappelijke opbouw, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - randzone dagrecreatie'
  • s. landschapsontwikkeling in de vorm van ontwikkeling van nieuwe natuur in combinatie met nieuwe bebouwing, overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen in Bijlage 6 Inpassingsplan Schatberg bij deze regels.
15.2 Bouwregels
15.2.1 Voorwaardelijke verplichting fauna

Het oprichten van nieuwe recreatiewoningen op de gronden en het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden (waaronder het kappen van bomen, het uitvoeren van grondwerkzaamheden en het aanbrengen van oppervlakteverhardingen) met de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - 1' is uitsluitend toegestaan indien door middel van een onderzoek en / of gedragscode en / of zorgplicht danwel door middel van en ontheffing van de Flora en faunawet is aangetoond dat deze werkzaamheden in lijn zijn met het bepaalde in de Flora en faunawet, in het bijzonder voor wat betreft de diersoorten roofvogels, overige broedvogels, dassen, vleermuizen, levendbarende hagedis en konijnen.

15.2.2 Algemeen

Voor het bouwen gelden de volgende regels:

  • a. op de gronden als bedoeld in lid 15.1, mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de bestemming worden gebouwd;
  • b. binnen een afstand van 5 m van de bestemmingsgrens mogen geen gebouwen worden opgericht;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - 1' mag niet worden gebouwd;
  • d. aangebouwde bijbehorende bouwwerken dienen aan de onderstaande regeling met betrekking tot bedrijfswoning te voldoen, dan wel aan het gestelde onder regeling bijbehorende bouwwerken.
15.2.3 Bedrijfswoning en bijbehorende bouwwerken

Voor het bouwen van bedrijfswoningen en bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels:

  • a. in geval van herbouw van een bedrijfswoning dient te worden aangetoond dat er geen belemmeringen bestaan vanuit de Wet geluidhinder;
  • b. het aantal bedrijfswoningen bedraagt ten hoogste 4;
  • c. de maatvoering voor bedrijfswoningen en bijbehorende bouwwerken is als volgt:
Bouwwerken   min.   max.  
Goothoogte hoofdgebouw   n.v.t.   n.v.t.  
Bouwhoogte hoofdgebouw   n.v.t.   10 m  
Inhoud hoofdgebouw   n.v.t.   1.000 m³  
Goothoogte bijbehorend bouwwerk bij bedrijfswoningen   n.v.t.   3,5 m  
Bouwhoogte bijbehorend bouwwerk bij bedrijfswoningen   n.v.t.   6 m  
Gezamenlijke oppervlakte bijbehorende bouwwerken per bedrijfswoning   n.v.t.   150 m²  
15.2.4 Gebouwen ten behoeve van groepsaccommodatie

Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van groepsaccommodatie gelden de volgende regels:

  • a. ten hoogste drie groepsaccommodaties voor ten hoogste 35 personen per accommodatie zijn toegestaan;
  • b. de maatvoering voor gebouwen is als volgt:
Gebouwen   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   n.v.t.  
Bouwhoogte   n.v.t.   7 m  
Bebouwingsoppervlak
 
n.v.t.   n.v.t.  
15.2.5 Recreatiewoningen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - 2'

Voor het bouwen van recreatiewoningen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - 2' gelden de volgende regels:

  • a. uitsluitend bestaande recreatiewoningen zijn toegestaan;
  • b. de maatvoering voor gebouwen is als volgt:
Gebouwen   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   n.v.t.  
Bouwhoogte   n.v.t.   7 m  
Bebouwingsoppervlak per recreatiewoning   n.v.t.   154 m2  
15.2.6 Recreatiewoningen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - 3'

Voor het bouwen van recreatiewoningen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - 3' gelden de volgende regels:

  • a. ten hoogste 27 recreatiewoningen in maximaal 17 hoofdgebouwen zijn toegestaan;
  • b. de maatvoering voor gebouwen is als volgt:
Gebouwen   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   n.v.t.  
Bouwhoogte   n.v.t.   7 m  
Bebouwingsoppervlak per recreatiewoning   n.v.t.   180 m2  
15.2.7 Gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'kampeerterrein'

Voor het bouwen op de camping, voor stacaravans, chalets en lodges gelden de volgende regels:

  • a. het aantal standplaatsen voor kampeermiddelen mag niet meer dan 1230 bedragen;
  • b. het aantal standplaatsen voor stacaravans, chalets en lodges mag niet meer dan 595 bedragen;
  • c. in afwijking van het bepaalde onder a en b mag 1 standplaats voor een stacaravan, chalet of lodge worden ingewisseld tegen 2 standplaatsen voor kampeermiddelen. 2 standplaatsen voor kampeermiddelen mogen worden ingewisseld tegen 1 standplaats voor een stacaravan, chalet of lodge;
  • d. de maatvoering voor gebouwen is als volgt:
Gebouwen   min.   max.  
Goothoogte stacaravan   n.v.t.   n.v.t.  
Bouwhoogte stacaravan   n.v.t.   5 m  
Bebouwingsoppervlak stacaravan   n.v.t.   100 m²  
Goothoogte ondersteunende voorzieningen (zoals sanitaire voorzieningen, waterkelders en wasserettes)   n.v.t.   n.v.t.  
Bouwhoogte ondersteunende voorzieningen (zoals sanitaire voorzieningen, waterkelders en wasserettes)   n.v.t.   7 m  
Bebouwingsoppervlak ondersteunende voorzieningen (zoals sanitaire voorzieningen, waterkelders en wasserettes)   n.v.t.   2.000 m²  
15.2.8 Bebouwing ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - outdoor'

Voor het bouwen van bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - outdoor' geldt de volgende maatvoering:

Bouwwerken   min.   max.  
Goothoogte gebouwen   n.v.t.   n.v.t.  
Bouwhoogte gebouwen   n.v.t.   3 m  
Totale bebouwingsoppervlak gebouwen   n.v.t.   100 m²  
Bouwhoogte bouwwerken, geen gebouwen zijnde   n.v.t.   5 m  
15.2.9 Bebouwing ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - randzone dagrecreatie'

De maatvoering voor bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - randzone dagrecreatie' is als volgt:

Bouwwerken   min.   max.  
Goothoogte gebouwen   n.v.t.   n.v.t.  
Bouwhoogte gebouwen   n.v.t.   3 m  
Totale bebouwingsoppervlak gebouwen   n.v.t.   250 m²  
Bouwhoogte bouwwerken, geen gebouwen zijnde   n.v.t.   7 m  
15.2.10 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

De maatvoering voor de bouwwerken, geen gebouwen zijnde anders dan ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van recreatie - outdoor' en specifieke vorm van recreatie - randzone dagrecreatie' is als volgt:

bouwwerk, geen gebouwen zijnde   min.   max.  
bouwhoogte erf- en terreinafscheidingen   n.v.t.   2 m  
bouwhoogte licht- en vlaggenmasten   n.v.t.   8 m  
oppervlakte overkapping   n.v.t.   40 m²  
bouwhoogte speel- en sportvoorzieningen   n.v.t.   22 m  
bouwhoogte voorzieningen ten behoeve van de watersport   n.v.t.   7 m  
bouwhoogte antennemasten   n.v.t.   12 m  
overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde   n.v.t.   3 m  
15.3 Afwijken van de bouwregels
15.3.1 Bouwen van recreatiewoningen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - 1'

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 15.2.2 onder c voor het bouwen van recreatiewoningen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - 1', mits:

  • a. per fase van te bouwen woningen voldaan is aan het bepaalde ten aanzien van de EHS-saldobenadering als opgenomen in Bijlage 7 Anterieure overeenkomst Schatberg bij deze regels;
  • b. het aantal nieuw te bouwen recreatiewoningen niet meer bedraagt dan 240;
  • c. de bebouwde oppervlakte van een recreatiewoning niet meer bedraagt dan 154 m²;
  • d. in afwijking van het bepaalde onder c mag de oppervlakte van een recreatiewoning groter zijn dan 154 m² indien:
    • 1. dit stedenbouwkundig aanvaardbaar is;
    • 2. geen onevenredig grote invloed wordt uitgeoefend op de verkeersaantrekkende werking;
  • e. de bouwhoogte van hoofdgebouwen niet meer bedraagt dan 7 m.
15.3.2 Vergroten gebouw ten behoeve van outdooractiviteiten

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 15.2.8 ten behoeve van het vergroten van de toegestane oppervlakte gebouwen binnen de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie -outdoor', met dien verstande dat:

  • a. de totale oppervlakte van gebouwen binnen de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - outdoor' niet meer bedraagt dan 150 m²;
  • b. de hoogte niet meer bedraagt dan 3 m.
15.4 Specifieke gebruiksregels
15.4.1 Strijdig gebruik

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in ieder geval verstaan:

  • a. recreatie, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - 1';
  • b. permanente bewoning, uitgezonderd in bedrijfswoningen.
15.4.2 Huisvesting arbeidsmigranten

Huisvesting van arbeidsmigranten is toegestaan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

  • a. er sprake is van een bestaand volwaardig recreatiebedrijf;
  • b. een bedrijfswoning op het perceel aanwezig is waar de eigenaar van het recreatiebedrijf of gedelegeerde bedrijfsleider woont;
  • c. er een fysieke scheiding aangebracht dient te worden tussen het recreatieve product (de camping/het park met al haar voorzieningen, standplaatsen en –accommodaties) en de huisvesting van arbeidsmigranten;
  • d. de helft van het kampeerterrein/camping mag worden aangewend ten behoeve van huisvesting van arbeidsmigranten;
  • e. in uitzondering hierop het gehele kampeerterrein/camping kan worden aangewend ten behoeve van de huisvesting van arbeidsmigranten indien voldaan wordt aan de provinciale beleidsnotitie huisvestingarbeidsmigranten, juni 2008;
  • f. het moet gaan om huisvesting van arbeidsmigranten die (grotendeels) binnen de gemeente Horst aan de Maas werkzaam zijn;
  • g. er een goedgekeurd inrichtingsplan is ingediend, waarin aandacht is besteed aan een goede fysieke afscheiding tussen de recreatieve standplaatsen, parkeercapaciteit en de standplaatsen ten behoeve van de huisvesting van arbeidsmigranten.

Artikel 16 Sport

16.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. ter plaatse van de hieronder vermelde aanduiding uitsluitend de daarbij vermelde functie(s):
    aanduiding   functies  
    golfbaan   golfbaan  
    manege   manege  
    motorcrossterrein   motorcrossterrein  
    specifieke vorm van sport - schutterij   schutterij  
    sportzaal   sportzaal of sporthal  
    sportveld   sportvelden  
    specifieke vorm van sport - hondentrainingscentrum   hondentrainingscentrum  
    evenemententerrein   evenemententerrein  
    specifieke vorm van sport - clubhuis   clubgebouw met overnachtingsmogelijkheden  
    specifieke vorm van sport - handboogschutterij   handboogschutterij met verwante detailhandel  
  • b. detailhandel en horeca als nevenactiviteit;
  • c. aan handboogschutterij verwante detailhandel, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van sport - handboogschutterij', met dien verstande dat de verkoopvloeroppervlak niet meer mag bedragen dan 80 m2;
  • d. wonen ten behoeve van het beheer, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden';

met de daarbij behorende:

  • e. tuinen, erven en terreinen;
  • f. paden, wegen, ontsluitings- en (al dan niet verharde) parkeervoorzieningen;
  • g. voorzieningen van openbaar nut;
  • h. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • i. groenvoorzieningen, natuur en landschapselementen.
16.2 Bouwregels
16.2.1 Algemeen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:

  • a. op de gronden als bedoeld in lid 16.1, mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de bestemming worden gebouwd;
  • b. indien en voor zover een bouwvlak is aangegeven, mogen gebouwen uitsluitend worden opgericht binnen dit bouwvlak;
  • c. bedrijfswoningen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden', waarbij het aantal bedrijfswoningen ten hoogste het aangegeven aantal bedraagt;
  • d. aangebouwde bijbehorende bouwwerken dienen aan de onderstaande regeling met betrekking tot bedrijfswoning te voldoen, dan wel aan het gestelde onder regeling bijbehorende bouwwerken.
16.2.2 Gebouwen

De maatvoering voor gebouwen en bijbehorende bouwwerken is als volgt:

Bedrijfsgebouwen   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   7 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   11 m  
Bebouwingsoppervlak
 
n.v.t.   bestaand  
De afstand tussen bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen   n.v.t.   15 m  
16.2.3 Gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'golfbaan'

In afwijking van vorengaande is de maatvoering voor gebouwen, niet zijnde bedrijfswoning, ter plaatse van de aanduiding 'golfbaan', met uitzondering van de golfbaan Slottermolen ten zuiden van het Gebroken Slot te Grubbenvorst als volgt:

Gebouwen   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   4,5 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   7 m  
Bebouwingsoppervlak   n.v.t.   2.500 m2  
16.2.4 Bedrijfswoning en bijbehorende bouwwerken
Bedrijfswoning   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   7 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   11 m  
Afstand tot perceelgrens   2,5 m   n.v.t.  
Inhoud   n.v.t.   1.000 m³, met uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'volume m³', waarvoor geldt dat de maximale inhoud niet meer mag bedragen dan is aangeven  
Aangebouwde bijbehorende bouwwerken en carports bij bedrijfswoningen   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   3,5 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   6 m  
Afstand carports achter de voorgevel van de bedrijfswoning   0 m
carports mogen tot 1 m voor de voorgevel worden gebouwd  
n.v.t.  
Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van de bedrijfswoning   1 m   n.v.t.  
Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van de bedrijfswoning in het geval dat de bedrijfswoning meerdere naar de weg gekeerde gevels kent   3 m   n.v.t.  
Afstand overige bijbehorende bouwwerken tot het openbaar gebied in het geval van een hoeksituatie   1 m   n.v.t.  
Totale gezamenlijke oppervlakte van alle bijbehorende bouwwerken   n.v.t.   150 m²  
Bebouwingspercentage van het terrein dat hoort bij de bedrijfswoning   n.v.t.   50%  
Vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   3,5 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   6 m  
Afstand carports achter de voorgevel van de bedrijfswoning   0 m
carports mogen tot 1 m voor de voorgevel worden gebouwd  
n.v.t.  
Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van de bedrijfswoning   1 m   n.v.t.  
Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van de bedrijfswoning in het geval dat de bedrijfswoning meerdere naar de weg gekeerde gevels kent   3 m   n.v.t.  
Afstand tot zijdelingse perceelgrens   2,5 m   n.v.t.  
Afstand tot de bedrijfswoning   n.v.t.   40 m  
Totale gezamenlijke oppervlakte van alle bijbehorende bouwwerken   n.v.t.   150 m²  
Bebouwingspercentage van het terrein dat hoort bij de bedrijfswoning   n.v.t.   50%  
16.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

De maatvoering voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde is als volgt:

bouwhoogte van bouwwerk, geen gebouwen zijnde     min.     max.    
erf- en terreinafscheidingen     n.v.t.     voor de voorgevelrooilijn: 1 m
achter de voorgevelrooilijn: 2 m  
antennes uitsluitend toegestaan achter de achtergevelrooilijn     n.v.t.     12 m    
sport- en spelattributen     n.v.t.     8 m    
licht- en vlaggenmasten     n.v.t.     12 m    
kogelvangers ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van sport - schutterij'     n.v.t.     20 m    
16.3 Afwijken van de bouwregels
16.3.1 Bouw eerste bedrijfswoning

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 16.2.2 ten behoeve van het oprichten van maximaal één bedrijfswoning ter plaatse van de aanduiding 'manege' binnen bestemmingsvlakken waar geen aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is opgenomen, onder de volgende voorwaarden:

  • a. alleen bij bedrijven waar in de bestaande situatie bedrijfsmatig permanent stalling van paarden plaatsvindt;
  • b. er mag niet eerder een bedrijfswoning voor het betreffende bedrijf gebouwd zijn;
  • c. de bedrijfswoning dient te voldoen aan de maatvoeringen zoals opgenomen in lid 16.2.2;
  • d. de bedrijfswoning mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkeling van de omliggende (agrarische) bedrijven;
  • e. de te realiseren woning dient te passen binnen het gemeentelijk woningbouwprogramma;
  • f. de afstand tot kassen en boomgaarden van derden dient tenminste 25 m te bedragen;
  • g. voldaan moet worden aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening.
16.4 Specifieke gebruiksregels
16.4.1 Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan:

  • a. het opslaan, storten of bergen van materialen en producten, tenzij dat noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik;
  • b. detailhandel, anders dan ondergeschikte detailhandel ten dienste van de bestemming;
  • c. wonen.

Artikel 17 Tuin

17.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. tuinen;
  • b. een inrit;
  • c. een parkeerterrein, ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein'

met bijbehorende bebouwing, water en voorzieningen voor de waterhuishouding en erven.

17.2 Bouwregels
17.2.1 Algemeen

Op de gronden als bedoeld in lid 17.1, mogen uitsluitend aangebouwde bijbehorende bouwwerken in de vorm van erkers en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de bestemming worden gebouwd.

17.2.2 Bijbehorende bouwwerken

De maatvoering van bijbehorende bouwwerken is als volgt:

Erkers   min.   max.  
diepte (afstand van de gevel waartegen de erker wordt aangebouwd)   n.v.t.   1 m  
Breedte   n.v.t.   de helft van de breedte van de gevel waartegen het bijbehorend wordt aangebouwd  
Goothoogte bouwwerken, geen gebouwen zijnde   n.v.t.   3,5 m  
17.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

De maatvoering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is als volgt:

Bijbehorende bouwwerken   min.   max.  
Bouwhoogte op het voorerf   n.v.t.   1 m  
Bouwhoogte op overige gronden   n.v.t.   2 m  

Artikel 18 Verkeer

18.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. verkeersdoeleinden, met dien verstande dat:
    • 1. daar waar wegen en primaire wateren/hoofdwatergangen elkaar kruisen, de gronden mede zijn bestemd voor de waterhuishouding met bijbehorende voorzieningen;
    • 2. daar waar wegen en spoorwegen elkaar kruisen, de gronden mede zijn bestemd voor het railverkeer met de bijbehorende voorzieningen,
  • b. het behoud, de bescherming, de ontwikkeling en/of het herstel van de waarden en belangen ter plaatse van de aanduidingen zoals die zijn opgenomen in artikel 47;

met de daarbij behorende:

  • c. voorzieningen, zoals groenvoorzieningen, geluidswerende voorzieningen en verkeersregulerende voorzieningen;
  • d. bermen en wegbeplantingen;
  • e. wandel- en/of fietspaden;
  • f. faunapassages;
  • g. voorzieningen van openbaar nut;
  • h. water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
18.2 Bouwregels
18.2.1 Algemeen

Op de gronden als bedoeld in lid 18.1, mogen uitsluitend worden gebouwd:

  • a. gebouwen ten behoeve van de openbare nutsvoorzieningen;
  • b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de bestemming.
18.2.2 Gebouwen

De maatvoering voor gebouwen is als volgt:

Gebouwen   min.   max.  
Bouwhoogte   n.v.t.   4 m  
Bebouwingsoppervlak per gebouw   n.v.t.   15 m2  
18.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

De maatvoering voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde is als volgt:

Bouwhoogte bouwwerken, geen gebouwen zijnde   min.   max.  
Lichtmasten   n.v.t.   18 m  
Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde   n.v.t.   15 m  
18.3 Specifieke gebruiksregels
18.3.1 Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval begrepen:

  • a. het vergroten van het aantal rijstroken;
  • b. het gebruik van gronden als verkooppunt voor motorbrandstoffen;
  • c. het gebruik van gronden voor het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest.

Artikel 19 Verkeer - Railverkeer

19.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer - Railverkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. verkeers - en vervoersdoeleinden per rail;
  • b. kleinschalige kantoor- en/of dienstverlenende activiteiten, alsmede horeca in de vorm van een lunchroom en kiosk, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - station';
  • c. bedrijfswoning, al dan niet in combinatie met een bed and breakfast, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - station';

met dien verstande dat:

  • d. daar waar spoorwegen en primaire wateren/hoofdwatergangen elkaar kruisen, de gronden mede zijn bestemd voor de waterhuishouding met bijbehorende voorzieningen;
  • e. daar waar spoorwegen en wegen elkaar kruisen, de gronden mede zijn bestemd voor het wegverkeer met de bijbehorende voorzieningen;

met de daarbij behorende:

  • f. voorzieningen, zoals groenvoorzieningen, geluidswerende voorzieningen en verkeersregulerende voorzieningen;
  • g. bermen en wegbeplantingen;
  • h. faunapassages;
  • i. voorzieningen van openbaar nut;
  • j. water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
19.2 Bouwregels
19.2.1 Algemeen

Op de gronden als bedoeld in lid 19.1, mogen uitsluitend worden gebouwd:

  • a. gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - station';
  • b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de bestemming.
19.2.2 Gebouwen

De maatvoering voor gebouwen is als volgt:

Gebouwen   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   10,5 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   12,5 m  
Totale oppervlakte gebouwen   n.v.t.   380 m²  
Inhoud van de bedrijfswoning (inpandig)   n.v.t.   1.000 m³  
Oppervlakte kantoor/dienstverlenende activiteiten ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - station'   n.v.t.   100 m²  
Afstand tot de zijdelingse perceelsgrens   5 m   n.v.t.  
19.2.3 Fietsenstallingen

De maatvoering voor gebouwen is als volgt:

Bouwwerk   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   3 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   5,5 m  
Bebouwingsoppervlak   n.v.t.   200 m²  
19.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

De maatvoering voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde is als volgt:

bouwhoogte van bouwwerk, geen gebouwen zijnde   min.   max.  
erf- en terreinafscheidingen   n.v.t.   2 m  
antennes   n.v.t.   12 m  
overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde   n.v.t.   9 m  
19.3 Specifieke gebruiksregels
19.3.1 Kleinschalige activiteiten en bedrijfswoning

Voor kleinschalige activiteiten en bedrijfswoning bedoeld in lid 19.1 sub b gelden de volgende regels:

  • a. het vloeroppervlak ten behoeve van kleinschalige kantoren en/of dienstverlenende activiteiten mag in totaal niet meer bedragen dan 100 m2;
  • b. de bedrijfswoning is uitsluitend inpandig in het stationsgebouw toegestaan.

Artikel 20 Water

20.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. het behoud, de bescherming, de ontwikkeling en/of het herstel van de waarden en belangen ter plaatse van de aanduidingen zoals die zijn opgenomen in artikel 47;
  • b. bescherming, beheer en onderhoud van de betreffende watergang of beek;
  • c. de ontvangst, berging en/of afvoer van water;
  • d. haven;
  • e. extensief recreatief medegebruik;

met de daarbij behorende:

  • f. water- en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • g. voorzieningen, zoals groenvoorzieningen, geluidswerende voorzieningen en verkeersregulerende voorzieningen;
  • h. bermen en wegbeplantingen;
  • i. voorzieningen van openbaar nut.
20.2 Bouwregels

Op de gronden als bedoeld in lid 20.1 mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer dan 3 m mag bedragen.

Artikel 21 Water - Rivier

21.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Water - Rivier' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. beroeps- en recreatievaart;
  • b. het behoud, de bescherming, de ontwikkeling en/of het herstel van de waarden en belangen ter plaatse van de aanduidingen zoals die zijn opgenomen in artikel 47;
  • c. waterstaatswerken en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • d. behoud en herstel van ecologische en natuurwaarden;
  • e. waterlopen en daarbij behorende oevervoorzieningen;
  • f. kruisingen en overbruggingen ten behoeve van verkeersdoeleinden, waaronder (voorzieningen ten behoeve van) veerponten;
  • g. beheer- en onderhoudsstroken;
  • h. kunstwerken;
  • i. nutsvoorzieningen;
  • j. lichten en bakens ten behoeve van de scheepvaart;

met de daarbij behorende:

  • k. waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • l. voorzieningen, zoals groenvoorzieningen, geluidswerende voorzieningen en verkeersregulerende voorzieningen;
  • m. bermen en wegbeplantingen;
  • n. voorzieningen van openbaar nut.
21.2 Bouwregels

Op de gronden als bedoeld in lid 21.1 mogen mogen geen bouwwerken, geen gebouw zijnde worden gebouwd, met uitzondering van bouwwerken, geen gebouw zijnde welke noodzakelijk zijn voor het beheer en onderhoud van de watergang en/of waterkering, waarvan de bouwhoogte maximaal 9 m bedraagt.

21.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 21.2 ten behoeve van de bouw van openbare aanlegplaatsen, mits:

  • a. geen aanlegplaatsen worden aangebracht in rietkragen en groene oeverzones met een breedte van meer dan 2 m;
  • b. geen onevenredige (blijvende) schade worden toegebracht aan ter plekke aanwezige rietkragen of andere met oever- en moerasplanten begroeide oevers;
  • c. toestemming wordt gevraagd bij de vaarwegbeheerder;
  • d. de lengte van de aanlegplaats maximaal 2 m en de breedte maximaal 1 m bedraagt;
  • e. de aanlegplaats niet meer dan 0,75 meter boven de wateroppervlakte (streefpeil) uitsteekt;
  • f. per aanlegplaats niet meer dan 2 afmeerpalen worden gerealiseerd met een onderlinge afstand van maximaal 4 m;
  • g. de aanlegplaats 'onderloops' dient te zijn, hetgeen betekent dat het water onder de steiger en het plankier vrije doorloop moet hebben;
  • h. geen onevenredige afbreuk plaatsvindt van de natuurlijke en landschappelijke waarden.

Artikel 22 Wonen

22.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. wonen;
  • b. nevenactiviteiten, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - activiteit' zoals die per adres zijn aangegeven in de bij deze regels behorende Bijlage 2 (Overzicht activiteiten in wonen);
  • c. aan huis verbonden beroepen, onder de voorwaarden zoals opgenomen in lid 46.3;

met de daarbij behorende:

  • d. tuinen, erven en terreinen;
  • e. paden, wegen, ontsluitings- en (al dan niet verharde) parkeervoorzieningen;
  • f. voorzieningen van openbaar nut;
  • g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • h. groenvoorzieningen, natuur en landschapselementen.
22.2 Bouwregels
22.2.1 Voorwaardelijke verplichting

Het oprichten van gebouwen op de voor Wonen aangewezen gronden is op het bouwperceel met het adres Niesweg 3 te Hegelsom slechts toegestaan indien de overtollige bebouwing overeenkomstig de Bijlage 9 Overtollige bebouwing Niesweg 3 Hegelsom gesloopt is.

22.2.2 Algemeen

Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende regels:

  • a. op de gronden als bedoeld in lid 22.1, mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de bestemming worden gebouwd;
  • b. er is niet meer dan 1 woning per bestemmingsvlak toegestaan, met dien verstande dat ter plaatste van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' het aantal woningen ten hoogste het ter plaatste gegeven aantal mag bedragen;
  • c. indien en voor zover binnen een bestemmingsvlak een bouwvlak is aangegeven, mag het hoofdgebouw uitsluitend worden opgericht binnen dit bouwvlak;
  • d. indien binnen een bestemmingsvlak de aanduiding 'gevellijn' is opgenomen dient de voorgevel van het hoofdgebouw in of achter deze gevellijn te worden gebouwd;
  • e. op het bouwperceel tussen Lindweg 7 en Venrayseweg 109 dient de woning met bijgebouw te worden uitgevoerd met een dove gevel ter plaatse van de volgende waarneempunten volgens Bijlage 11 Waarneempunten akoestisch onderzoek woning tussen Lindweg 7 en Venrayseweg 109 Horst:
    • 1. ter plaatse van waarneempunt 1 op de tweede verdieping;
    • 2. ter plaatsen van de waarneempunten 2 tot en met 4 op de eerste en tweede verdieping;
  • f. op het bouwperceel naast Lindweg 10 te Horst dient de woning ter hoogte van de verdieping te worden uitgevoerd met een dove gevel ter plaatse van de waarneempunten 1, 3 en 4 volgens de afbeeldingen in Bijlage 10 Waarneempunten akoestisch onderzoek naast Lindweg Horst; de minimale gevelwering van deze woning bedraagt 27 dB, te bepalen aan de hand van een uit te voeren akoestisch onderzoek (bepaling gevelwering van de woning) conform het Bouwbesluit;
  • g. woonwagens en bijbehorende bouwwerken bij een woonwagen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'woonwagenstandplaats', met dien verstande dat per standplaats ten hoogste 1 woonwagen per aanduidingsvlak is toegestaan;
  • h. aangebouwde bijbehorende bouwwerken dienen aan de onderstaande regeling met betrekking tot hoofdgebouw te voldoen, dan wel aan het gestelde onder regeling bijbehorende bouwwerken.
22.2.3 Gebouwen en bijbehorende bouwwerken

De maatvoering voor gebouwen en bijbehorende bouwwerken is als volgt:

Hoofdgebouw     min.     max.    
Goothoogte     n.v.t.     7 m    
Bouwhoogte     n.v.t.     11 m    
Afstand tot perceelgrens     2,5 m     n.v.t.    
Inhoud     n.v.t.     1.000 m³, met uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'volume m3', waarvoor geldt dat de maximale inhoud niet meer mag bedragen dan is aangeven    
Aangebouwde bijbehorende bouwwerken en carports     min.     max.    
Goothoogte     n.v.t.     3,5 m    
Bouwhoogte     n.v.t.     6 m    
Afstand carports achter de voorgevel van het hoofdgebouw     0 m
carports mogen tot 1 m voor de voorgevel worden gebouwd    
n.v.t.    
Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van het hoofdgebouw     1 m     n.v.t.    
Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van het hoofdgebouw in het geval dat het hoofdgebouw meerdere naar de weg gekeerde gevels kent     3 m     n.v.t.    
Afstand overige bijbehorende bouwwerken tot het openbaar gebied in het geval van een hoeksituatie     1 m     n.v.t.    
Totale gezamenlijke oppervlakte van alle bijbehorende bouwwerken     n.v.t.     150 m² met uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'oppervlakte', waarvoor geldt dat de maximale oppervlakte niet meer mag bedragen dan is aangeven    
Bebouwingspercentage van het terrein dat hoort bij het hoofdgebouw     n.v.t.     50%    
Vrijstaande bijbehorende bouwwerken     min.     max.    
Goothoogte     n.v.t.     3,5 m    
Bouwhoogte     n.v.t.     6 m    
Afstand carports achter de voorgevel van het hoofdgebouw     0 m
carports mogen tot 1 m voor de voorgevel worden gebouwd    
n.v.t.    
Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van het hoofdgebouw     1 m     n.v.t.    
Afstand overige bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel van het hoofdgebouw in het geval dat het hoofdgebouw meerdere naar de weg gekeerde gevels kent     3 m     n.v.t.    
Afstand tot zijdelingse perceelgrens     2,5 m     n.v.t.    
Afstand tot hoofdgebouw     n.v.t.     40 m    
Totale gezamenlijke oppervlakte van alle bijbehorende bouwwerken     n.v.t.     150 m²    
Bebouwingspercentage van het terrein dat hoort bij het hoofdgebouw     n.v.t.     50%    
22.2.4 Gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - 1'

In afwijking en in aanvulling op het bepaalde in lid 22.2.3 is de maatvoering ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - 1' als volgt:

Gebouwen   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   4,5 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   10 m  
Oppervlakte   n.v.t.   375 m2  
22.2.5 Gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - 2'

In afwijking en in aanvulling op het bepaalde in lid 22.2.3 is de maatvoering ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - 2' als volgt:

Gebouwen   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   3,5 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   5,5 m  
Oppervlakte   n.v.t.   250 m2  
22.2.6 Bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'woonwagenstandplaats'

In afwijking van het bepaalde in lid 22.2.3 en 22.2.7 is de maatvoering ter plaatse van de aanduiding 'woonwagenstandplaats' als volgt:

Bouwwerken   min.   max.  
Goothoogte woonwagen   n.v.t.   3,5 m  
Bouwhoogte woonwagen   n.v.t.   6 m  
Bouwhoogte bijbehorend bouwwerk   n.v.t.   3,5 m  
Oppervlakte bijbehorend bouwwerk per woonwagen   n.v.t.   30 m²  
Bouwhoogte erfafscheiding   n.v.t.   2 m  
Bouwhoogte overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde   n.v.t.   3 m  
22.2.7 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

De maatvoering voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde is als volgt:

bouwhoogte van bouwwerk, geen gebouwen zijnde   min.   max.  
erf- en terreinafscheidingen   n.v.t.   voor de voorgevelrooilijn: 1 m
achter de voorgevelrooilijn: 2 m  
antennes uitsluitend toegestaan achter de achtergevelrooilijn   n.v.t.   12 m  
overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde binnen het bouwvlak   n.v.t.   3 m  
22.3 Afwijken van de bouwregels
22.3.1 Verhogen goot- en bouwhoogte hoofdgebouwen

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijken van het bepaalde in lid 22.2 ten behoeve van een grotere goot- en/of bouwhoogte van hoofdgebouwen, onder de volgende voorwaarden:

  • a. de hoogte mag met maximaal 20% worden verhoogd;
  • b. de cultuurhistorische en architectonische waarden moeten behouden blijven;
  • c. de landschappelijke en natuurwaarden mogen niet onevenredig worden aangetast.
22.3.2 Woningsplitsing

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 22.2 ten behoeve van het het vermeerderen van het aantal woningen indien het een rijks- of gemeentelijke monument betreft of een karakteristiek pand, zoals opgenomen in Bijlage 8 Karakteristieke panden, met dien verstande dat:

  • a. splitsing/inrichting van het gehele pand in meerdere woningen is toegestaan tot een maximum van 3 wooneenheden;
  • b. de woningtoevoeging noodzakelijk is in verband met het herstel, beheer of de verbetering van de te beschermen architectonische of cultuurhistorische waarden;
  • c. de bestaande inhoud van de woning dan wel het pand mag niet worden vergroot en de uiterlijke kenmerken behouden dienen te blijven;
  • d. de woningen dienen na splitsing / toevoeging elk een inhoud te hebben van minimaal 350 m3;
  • e. het bouwperceel per woning maximaal 1.000 m2 bedraagt;
  • f. per woning mogen vrijstaande bijgebouwen worden opgericht tot een maximale gezamenlijke oppervlakte van 150 m2;
  • g. de te realiseren woning dient te passen binnen het gemeentelijk woningbouwprogramma.
22.4 Specifieke gebruiksregels
22.4.1 Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan:

  • a. het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, tenzij dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  • b. detailhandel;
  • c. horeca;
  • d. het gebruik als seksinrichting;
  • e. het bedrijfsmatig vervaardigen, opslaan, verwerken of herstellen van goederen en het opslaan en be- of verwerken van producten.
  • f. verblijfsrecreatie, met uitzondering van verblijf in recreatiewoningen;
  • g. het gebruik van recreatiewoningen voor permanente bewoning.
22.4.2 Huisvesting arbeidsmigranten

Het is mogelijk op de gronden en bouwwerken met een woonbestemming te gebruiken of te laten gebruiken ten behoeve van huisvesting van arbeidsmigranten in woningen, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

  • a. de locatie dient zich aansluitend op een daartoe geschikte en daar op afgestemde, c.q. daar op berekende, ontsluiting te bevinden;
  • b. de bestaande bebouwing mag alleen worden uitgebreid, indien deze uitbreiding een integrale kwaliteitsverbetering van de locatie tot gevolg heeft en een meerwaarde heeft voor het verblijf van de bewoners;
  • c. het moet gaan om huisvesting van arbeidsmigranten die (grotendeels) binnen de gemeente Horst aan de Maas werkzaam zijn;
  • d. de afstand tussen locaties met een woonbestemming waar arbeidsmigranten worden gehuisvest dient minimaal 200 meter te bedragen, hemelsbreed gemeten tussen de bestemmingsvlakken van woonbestemmingen, en voor de woning geldt dat minimaal 10 m2 gebruiksoppervlak per te huisvesten arbeidsmigrant in de woning aanwezig dient te zijn;
  • e. er mogen geen bedrijfsmatige activiteiten gecombineerd worden met huisvesting op de locatie waar de woonbestemming zich bevindt;
  • f. hergebruik van een woonbestemming dient vergezeld te gaan van ruimtelijke kwaliteitsverbeteringen (zoals opgenomen in de Structuurvisie Horst aan de Maas) zoals een landschappelijke verbetering en/of afname van het bouwvolume.
22.5 Afwijken van de gebruiksregels
22.5.1 Aan huis verbonden bedrijf

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 22.4.1 ten behoeve van een huis verbonden bedrijf indien dat bedrijf gezien de aard, omvang en intensiteit passend is binnen de woonfunctie. Van een dergelijk aan huis verbonden bedrijf is sprake indien de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft. Dat is het geval indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a. maximaal mag 1/3 van het totale vloeroppervlak van de aanwezige bebouwing worden gebruikt ten behoeve van het aan huis verbonden bedrijf, met dien verstande dat het aan te wenden vloeroppervlak nimmer meer dan 100 m2 mag bedragen;
  • b. het gebruik ondersteunt de woonfunctie, dat wil zeggen dat de gebruiker van de woning ook de bedrijfsmatige activiteit ontplooit;
  • c. het gebruik mag geen ernstige hinder voor het woonmilieu opleveren en mag ook geen afbreuk doen aan de gebruiksmogelijkheden van de belendende percelen. Het gebruik moet vallen onder dan wel gelijk te stellen zijn met milieucategorie 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten;
  • d. er mag geen sprake zijn van een seksinrichting;
  • e. het onbebouwde deel van het bouwperceel mag niet worden gebruikt voor deze bedrijfsmatige activiteiten; buitenopslag is niet toegestaan;
  • f. detailhandel mag niet plaatsvinden tenzij het gaat om detailhandel als nevenactiviteit dat direct verband houdt met het aan huis verbonden bedrijf;
  • g. in de benodigde parkeercapaciteit dient geheel op eigen terrein te worden voldaan;
  • h. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de verkeersafwikkeling en de parkeerbalans.
22.5.2 Kleinschalige horeca

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 22.4.1 ten behoeve van het toestaan van kleinschalige horeca in een woning, met dien verstande dat:

  • a. de horeca gezien de aard, omvang en intensiteit passend dient te zijn binnen de woonfunctie;
  • b. de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft;
  • c. maximaal mag 30% van het totale vloeroppervlak van de aanwezige bebouwing worden gebruikt ten behoeve van de horeca, met dien verstande dat het aan te wenden vloeroppervlak nimmer meer dan 100 m2 mag bedragen;
  • d. het gebruik de woonfunctie ondersteunt en de horeca door de gebruiker van de woning dient te worden geëxploiteerd;
  • e. het gebruik geen ernstige hinder voor het woonmilieu oplevert;
  • f. het gebruik geen afbreuk doet aan de gebruiksmogelijkheden van de belendende percelen;
  • g. gronden buiten het bouwvlak mogen niet worden gebruikt voor deze bedrijfsmatige activiteiten;
  • h. buitenopslag is niet toegestaan;
  • i. detailhandel mag niet plaatsvinden tenzij het gaat om detailhandel die direct verband houdt met de kleinschalige horeca-activiteit;
  • j. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de verkeersafwikkeling en de parkeerbalans.
22.5.3 Kleinschalig kamperen

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 22.4.1 ten behoeve van het toelaten van kleinschalig kamperen bij een woning, met dien verstande dat:

  • a. er dient sprake te zijn van een bedrijfsvoering die als geheel onderscheidend en vernieuwend is voor Horst aan de Maas;
  • b. kleinschalig kamperen uitsluitend is toegestaan op gronden op of direct grenzend aan de bestemming 'Wonen';
  • c. slechts kampeermiddelen zijn toegestaan met een niet-permanent karakter (tenten, toercaravans en dergelijke);
  • d. maximaal 25 kampeermiddelen zijn toegestaan;
  • e. geen beperkingen aan de omliggende agrarische bedrijven wordt toegebracht in het kader van milieuwetgeving;
  • f. bij het plaatsen van de kampeermiddelen een minimale afstand van 25 m tot een - als zodanig bestemde - verharde weg in acht dient te worden genomen;
  • g. door middel van een inrichtingsplan is aangetoond dat zorg gedragen wordt voor een zorgvuldige landschappelijke inpassing of landschappelijke compensatie;
  • h. het woon- en leefklimaat op omliggende percelen niet onevenredig wordt aangetast.
22.5.4 Kleinschalige verblijfsrecreatie

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 22.4.1 om bij een woning kleinschalige verblijfsrecreatie in de vorm van maximaal 2 appartementen toe te staan, met dien verstande dat:

  • a. de verblijfsrecreatie gezien de aard, omvang en intensiteit passend moet zijn binnen de woonfunctie;
  • b. de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft. Dat is het geval indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
    • 1. maximaal mag 1/3 van het totale vloeroppervlak van de aanwezige bebouwing worden gebruikt ten behoeve van appartementen, met dien verstande dat het aan te wenden vloeroppervlak nimmer meer dan 100 m2 mag bedragen;
    • 2. de woning blijft voldoen aan de bepalingen ingevolge of krachtens de Woningwet;
    • 3. dat wil zeggen dat de gebruiker van de woning ook de bedrijfsmatige activiteit ontplooit;
    • 4. het gebruik mag geen ernstige hinder voor het woonmilieu opleveren en mag ook geen afbreuk doen aan de gebruiksmogelijkheden van de belendende percelen. Dit betekent bijvoorbeeld dat het geen activiteit mag zijn waarvoor een milieuvergunning of een melding op grond van de milieuwetgeving verplicht is. Ook mag de activiteit geen industriële handelingen inhouden, evenmin is een seksinrichting toegestaan;
    • 5. gronden buiten het bouwblak mogen niet worden gebruikt voor deze bedrijfsmatige activiteiten; buitenopslag is niet toegestaan;
    • 6. detailhandel mag niet plaatsvinden tenzij het gaat om detailhandel die direct verband houdt met de kleinschalige verblijfsrecreatie;
    • 7. in de benodigde parkeercapaciteit dient geheel op eigen terrein te worden voldaan;
    • 8. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de verkeersafwikkeling en de parkeerbalans.
22.5.5 Kleinere afstand huisvesting arbeidsmigranten

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 22.4.2ten behoeve van een kleinere afstand tussen locaties met een woonbestemming waar arbeidsmigranten worden gehuisvest tot minimaal 100 m, mits in de betreffende woning waarvoor deze afwijking wordt verleend maximaal 10 personen worden gehuisvest.

Artikel 23 Wonen - Landgoed

23.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen - Landgoed' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. de instandhouding en het beheer van de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing;
  • b. wonen;
  • c. culturele doeleinden;
  • d. agrarisch natuurbeheer;
  • e. uitsluitend ter plaatse van de hieronder vermelde aanduiding zijn de daarbij vermelde functie(s) toegestaan:
    aanduiding   functie(s)  
    specifieke vorm van wonen - landgoed 1



    specifieke vorm van horeca - theehuis
    specifieke vorm van wonen - oranjerie  
    De Roode Vennen
    Landhuis en recreatieverblijven, met dien verstande dat maximaal 6 appartementen zijn toegestaan.
    tuin- en theehuis
    oranjerie  
    specifieke vorm van wonen - landgoed 2   Gebroken Slot
    Landhuizen
    Recreatieverblijven, met dien verstande dat maximaal 6 appartementen met bijbehorende voorzieningen zoals een recreatiezaal, keuken, kantoor en bergruimten, alsmede kleinschalige horecavoorzieningen zoals een koffiekamer en eetzaal zijn toegestaan.  
    specifieke vorm van wonen - landgoed 3   Huize De Kolck
    Landhuis  
    specifieke vorm van wonen - landgoed 4   Kasteel Borggraaf
    Landhuizen  
    specifieke vorm van wonen - landgoed 5   Landgoed De Steegh
    Landhuis  
    specifieke vorm van wonen - landgoed 6   De Gortmeule
    Landhuis  
    specifieke vorm van wonen - landgoed 7   Kaldenbroek
    Landhuizen en recreatieverblijven, met dien verstande dat maximaal 3 appartementen zijn toegestaan, cursusruimten en een theeterras  
  • f. aan huis verbonden beroepen, onder de voorwaarden zoals opgenomen in lid 46.3;

met de daarbij behorende:

  • g. tuinen en erven;
  • h. water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
23.2 Bouwregels
23.2.1 Algemeen

Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende regels:

  • a. op de gronden als bedoeld in lid 23.1, mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de bestemming worden gebouwd;
  • b. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bestemmingsvlak worden gebouwd;
  • c. het aantal wooneenheden per landhuis bedraagt niet meer dan 1, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' het aantal woningen ten hoogste het aangegeven aantal bedraagt;
  • d. het aantal gebouwen bedraagt ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - theehuis' niet meer dan 1;
  • e. aangebouwde bijbehorende bouwwerken dienen aan de onderstaande regeling met betrekking tot hoofdgebouw te voldoen, dan wel aan het gestelde onder regeling bijbehorende bouwwerken.
23.2.2 Bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - landgoed 1'

De maatvoering voor bouwwerken is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - landgoed 1' als volgt:

Hoofdgebouw   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   7,5 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   12 m  
Inhoud   n.v.t.   3.000 m³  
Recreatieappartementen   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   4 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   8 m  
Inhoud per appartement   n.v.t.   300 m³  
Bouwhoogte bouwwerken, geen gebouwen zijnde   min.   max.  
Erf- en terreinafscheidingen   n.v.t.   1 m  
Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde   n.v.t.   10 m  
23.2.3 Bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - theehuis'

De maatvoering voor bouwwerken is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - theehuis' als volgt:

Hoofdgebouw   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   5 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   5 m  
Bebouwingsoppervlak   n.v.t.   40 m²  
Bouwhoogte bouwwerk, geen gebouwen zijnde   min.   max.  
Erf- en terreinafscheidingen   n.v.t.   1 m  
Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde   n.v.t.   4 m  
23.2.4 Bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - oranjerie'

De maatvoering voor bouwwerken is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - oranjerie' als volgt:

Hoofdgebouw   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   4 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   4 m  
Bebouwingsoppervlak   n.v.t.   100 m²  
Bouwhoogte bouwwerk, geen gebouwen zijnde   min.   max.  
Erf- en terreinafscheidingen   n.v.t.   1 m  
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde   n.v.t.   4 m  
23.2.5 Bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - landgoed 2'

De maatvoering voor bouwwerken is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - landgoed 2' als volgt:

Hoofdgebouw   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   7 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   11 m  
Dakhelling   12°   48°  
Inhoud per landhuis   n.v.t.   1.000 m³  
Bijbehorende bouwwerken   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   6,5 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   10 m  
Totale gezamenlijke oppervlakte van alle bijbehorende bouwwerken   n.v.t.   ondergeschikt aan landhuis, met dien verstande dat de oppervlakte niet meer bedraagt dan 1.200 m²  
Bouwhoogte bouwwerken, geen gebouwen zijnde   min.   max.  
Erf- en terreinafscheidingen   n.v.t.   2 m  
Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde   n.v.t.   3 m  
23.2.6 Bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - landgoed 3'

De maatvoering voor bouwwerken is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - landgoed 3' als volgt:

Hoofdgebouw   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   7 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   11 m  
Inhoud   n.v.t.   1.000 m³  
Bijbehorende bouwwerken   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   3,5 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   6 m  
Totale gezamenlijke oppervlakte van alle bijbehorende bouwwerken   n.v.t.   Bestaand  
Bouwhoogte bouwwerken, geen gebouwen zijnde   min.   max.  
Erf- en terreinafscheidingen   n.v.t.   voor de voorgevelrooilijn: 1 m
achter de voorgevelrooilijn: 2 m  
Antennes   n.v.t.   12 m  
Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde   n.v.t.   3 m  
23.2.7 Bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - landgoed 4'

De maatvoering voor bouwwerken is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - landgoed 4' als volgt:

Hoofdgebouw   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   7 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   11 m  
Dakhelling   12°   45°  
Inhoud per landhuis   n.v.t.   bestaand  
Bijbehorende bouwwerken   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   5,5 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   10 m  
Totale gezamenlijke oppervlakte van alle bijbehorende bouwwerken   n.v.t.   bestaand  
Bouwhoogte bouwwerken, geen gebouwen zijnde   min.   max.  
Erf- en terreinafscheidingen   n.v.t.   2 m  
Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde   n.v.t.   3 m  
23.2.8 Bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - landgoed 5'

De maatvoering voor bouwwerken is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - landgoed 5' als volgt:

Hoofdgebouw   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   7 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   11 m  
Inhoud   n.v.t.   1.000 m³  
Bijbehorende bouwwerken   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   3,5 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   6 m  
Totale gezamenlijke oppervlakte van alle bijbehorende bouwwerken   n.v.t.   bestaand  
Bouwhoogte bouwwerken, geen gebouwen zijnde   min.   max.  
Erf- en terreinafscheidingen   n.v.t.   voor de voorgevelrooilijn: 1 m
achter de voorgevelrooilijn: 2 m  
Antennes   n.v.t.   12 m  
Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde   n.v.t.   3 m  
23.2.9 Bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - landgoed 6'

De maatvoering voor bouwwerken is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - landgoed 6' als volgt:

Hoofdgebouw   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   7 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   11 m  
Inhoud   n.v.t.   1.000 m³  
Bijbehorende bouwwerken   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   6 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   10 m  
Totale gezamenlijke oppervlakte van alle bijbehorende bouwwerken   n.v.t.   bestaand  
Bouwhoogte bouwwerken, geen gebouwen zijnde   min.   max.  
Erf- en terreinafscheidingen   n.v.t.   voor de voorgevelrooilijn: 1 m
achter de voorgevelrooilijn: 2 m  
Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde   n.v.t.   3 m  
23.2.10 Bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - landgoed 7'

De maatvoering voor bouwwerken is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - landgoed 7' als volgt:

Hoofdgebouw   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   7 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   11 m  
Inhoud per landhuis   n.v.t.   bestaand  
Bijbehorende bouwwerken   min.   max.  
Goothoogte   n.v.t.   3,5 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   6 m  
Totale gezamenlijke oppervlakte van alle bijbehorende bouwwerken   n.v.t.   bestaand  
Bouwhoogte bouwwerken, geen gebouwen zijnde   min.   max.  
Erf- en terreinafscheidingen   n.v.t.   voor de voorgevelrooilijn: 1 m
achter de voorgevelrooilijn: 2 m  
Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde   n.v.t.   3 m  
23.3 Specifieke gebruiksregels

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan:

  • a. voor het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  • b. aan huis gebonden bedrijf, behoudens voor zover deze functie bestaand is;
  • c. voor detailhandel;
  • d. voor permanente bewoning van verblijfsrecreatieve voorzieningen;
  • e. als seksinrichting;
  • f. het bedrijfsmatig vervaardigen, opslaan, verwerken of herstellen van goederen en het opslaan en be- of verwerken van producten.

Artikel 24 Leiding - Brandstof

24.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Brandstof' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor:

  • a. een ondergrondse pijpleiding voor het transport van aardolieproducten met een diameter van ten hoogste 24 inch en een druk van ten hoogste 62 bar en met de daarbij behorende belemmerde strook van 5 m ter weerszijden van de leiding;
  • b. b. een ondergrondse pijpleiding voor het transport van ruwe olie met een diameter van ten hoogste 36 inch en een druk van ten hoogste 43 bar en met de daarbij behorende belemmerde strook van 5 m ter weerszijden van de leiding;
  • c. het beheer en onderhoud van de leiding(en) met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
24.2 Bouwregels

Voor het bouwen op of in de in lid 24.1 bedoelde gronden gelden de volgende regels:

  • a. er zijn geen gebouwen toegestaan, met uitzondering van bestaande (vergunde) gebouwen;
  • b. er mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming worden gebouwd;
  • c. ten behoeve van de andere voor deze gronden geldende bestemming(en) mag uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.
24.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 24.2 ten behoeve van het bouwen overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en), mits:

  • a. het geen kwetsbaar object betreft;
  • b. de belangen van de leiding niet worden geschaad;
  • c. vooraf schriftelijk advies van de betrokken leidingbeheerder wordt gevraagd.
24.4 Specifieke gebruiksregels
24.4.1 Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan:

  • a. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor kwetsbare objecten, met uitzondering van het bestaande (vergunde) gebruik;
  • b. het opslaan van goederen, met uitzondering van het opslaan van goederen ten behoeve van de inspectie en het onderhoud van de leiding;
  • c. het gebruik van de gronden ten behoeve van evenementen.
24.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

Het bepaalde in artikel 50 is van toepassing.

Artikel 25 Leiding - Gas

25.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding van ondergrondse hoge druk gastransportleidingen, met de daarbij behorende belemmeringenstrook en met de daarbij behorende voorzieningen.

25.2 Bouwregels

Voor het bouwen op of in de in lid 25.1 bedoelde gronden gelden de volgende regels:

  • a. er zijn geen gebouwen toegestaan, met uitzondering van bestaande (vergunde) gebouwen;
  • b. er mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming worden gebouwd;
  • c. ten behoeve van de andere voor deze gronden geldende bestemming(en) mag uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.
25.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 25.2 ten behoeve van het bouwen overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en), met dien verstande dat:

  • a. het geen kwetsbaar object betreft;
  • b. de belangen van de leiding niet worden geschaad;
  • c. vooraf schriftelijk advies van de betrokken leidingbeheerder wordt gevraagd.
25.4 Specifieke gebruiksregels
25.4.1 Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan:

  • a. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor kwetsbare objecten, met uitzondering van het bestaande (vergunde) gebruik;
  • b. het opslaan van goederen, met uitzondering van het opslaan van goederen ten behoeve van de inspectie en het onderhoud van de leiding;
  • c. het gebruik van de gronden ten behoeve van evenementen.
25.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

Het bepaalde in artikel 50 is van toepassing.

Artikel 26 Leiding - Hoogspanningsverbinding

26.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding van bovengrondse hoogspanningsverbindingen, met de daarbij behorende belemmeringenstrook en met de daarbij behorende voorzieningen.

26.2 Bouwregels

Voor het bouwen op of in de in lid 26.1 bedoelde gronden gelden de volgende regels:

  • a. er zijn geen gebouwen toegestaan, met uitzondering van bestaande (vergunde) gebouwen;
  • b. er mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming worden gebouwd;
  • c. ten behoeve van de andere voor deze gronden geldende bestemming(en) mag uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bouwhoogte niet wordt vergroot..
26.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 26.2 ten behoeve van het bouwen overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en), met dien verstande dat:

  • a. het geen kwetsbaar object betreft:
  • b. de belangen van de leiding niet worden geschaad;
  • c. vooraf schriftelijk advies van de betrokken leidingbeheerder wordt gevraagd.
26.4 Specifieke gebruiksregels
26.4.1 Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan:

  • a. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor kwetsbare objecten, met uitzondering van het bestaande (vergunde) gebruik;
  • b. het opslaan van goederen die onder bepaalde omstandigheden gevaar van brand of explosie kunnen opleveren;
  • c. het gebruik van de gronden ten behoeve van evenementen.
26.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

Het bepaalde in artikel 50 is van toepassing.

Artikel 27 Leiding - Leidingstrook

27.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Leidingstrook' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor een ondergrondse leidingstrook.

27.2 Bouwregels

Voor het bouwen op of in de in lid 27.1 bedoelde gronden gelden de volgende regels:

  • a. er zijn geen gebouwen toegestaan, met uitzondering van bestaande (vergunde) gebouwen;
  • b. er mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming worden gebouwd;
  • c. ten behoeve van de andere voor deze gronden geldende bestemming(en) mag uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.
27.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 27.2 ten behoeve van het bouwen overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en), met dien verstande dat:

  • a. het geen kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object betreft;
  • b. de belangen van de leidingstrook niet worden geschaad;
  • c. vooraf schriftelijk advies wordt gevraagd van de betrokken leidingbeheerder(s).
27.4 Specifieke gebruiksregels
27.4.1 Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan:

  • a. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor kwetsbare objecten, met uitzondering van het bestaande (vergunde) gebruik;
  • b. het opslaan van goederen, met uitzondering van het opslaan van goederen ten behoeve van de inspectie en het onderhoud van de leidingstrook;
  • c. het gebruik van de gronden ten behoeve van evenementen.
27.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

Het bepaalde in artikel 50 is van toepassing.

Artikel 28 Leiding - Riool

28.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Riool' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding van ondergrondse rioolleidingen, met de daarbij behorende belemmeringenstrook en met de daarbij behorende voorzieningen.

28.2 Bouwregels

Voor het bouwen op of in de in lid 28.1 bedoelde gronden gelden de volgende regels:

  • a. er zijn geen gebouwen toegestaan, met uitzondering van bestaande (vergunde) gebouwen;
  • b. er mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming worden gebouwd;
  • c. ten behoeve van de andere voor deze gronden geldende bestemming(en) mag uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.
28.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 28.2 ten behoeve van het bouwen overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en), net dien verstande dat:

  • a. de belangen van de leiding niet worden geschaad;
  • b. vooraf schriftelijk advies van de betrokken leidingbeheerder wordt gevraagd.
28.4 Specifieke gebruiksregels
28.4.1 Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan:

  • a. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor kwetsbare objecten, met uitzondering van het bestaande (vergunde) gebruik;
  • b. het opslaan van goederen, met uitzondering van het opslaan van goederen ten behoeve van de inspectie en het onderhoud van de leiding;
  • c. het gebruik van de gronden ten behoeve van evenementen.
28.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

Het bepaalde in artikel 50 is van toepassing.

Artikel 29 Leiding - Water

29.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Water' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding van ondergrondse hoofdwatertransportleidingen, met de daarbij behorende belemmeringenstrook en met de daarbij behorende voorzieningen.

29.2 Bouwregels

Voor het bouwen op of in de in lid 29.1 bedoelde gronden gelden de volgende regels:

  • a. er zijn geen gebouwen toegestaan, met uitzondering van bestaande (vergunde) gebouwen;
  • b. er mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming worden gebouwd;
  • c. ten behoeve van de andere voor deze gronden geldende bestemming(en) mag uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.
29.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 29.2 ten behoeve van het bouwen overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en), met dien verstande dat:

  • a. de belangen van de leiding niet worden geschaad;
  • b. vooraf schriftelijk advies van de betrokken leidingbeheerder wordt gevraagd.
29.4 Specifieke gebruiksregels
29.4.1 Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan:

  • a. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor kwetsbare objecten, met uitzondering van het bestaande (vergunde) gebruik;
  • b. het opslaan van goederen, met uitzondering van het opslaan van goederen ten behoeve van de inspectie en het onderhoud van de leiding;
  • c. het gebruik van de gronden ten behoeve van evenementen.
29.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

Het bepaalde in artikel 50 is van toepassing.

Artikel 30 Waarde - Archeologie 2

30.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden.

30.2 Bouwregels

Op en in de gronden als bedoeld in lid 30.1 mag niet worden gebouwd, met uitzondering van:

  • a. het bouwen van gebouwen en/of bouwwerken, waarbij de bebouwing minder diep reikt dan 30 centimeter en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst;
  • b. bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte met niet meer dan 100 m² wordt uitgebreid;
  • c. de bestaande bebouwing wordt vergroot met een oppervlakte van ten hoogste 100 m²;
  • d. gebouwen en/of bouwwerken die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan dan wel mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning.
30.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 30.2 teneinde het oprichten van bouwwerken ten behoeve van de op deze gronden liggende andere bestemming(en), indien op basis van (archeologisch) onderzoek is aangetoond, dat archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. Teneinde dit te bereiken kunnen aan een omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorschriften worden verbonden:

  • a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) monumenten in de bodem worden behouden zoals alternatieven voor heiwerk, het al of niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht;
  • b. de verplichting tot het doen van opgravingen, of;
  • c. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan een door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.
30.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

Zie artikel 50.

30.5 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, zodanig dat de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' geheel of gedeeltelijk vervalt, indien op basis van nader archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is.

Artikel 31 Waarde - Archeologie 3

31.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden.

31.2 Bouwregels

Op en in de gronden als bedoeld in lid 31.1 mag niet worden gebouwd, met uitzondering van:

  • a. het bouwen van gebouwen en/of bouwwerken, waarbij de bebouwing minder diep reikt dan 50 centimeter en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst;
  • b. bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte met niet meer dan 500 m² wordt uitgebreid;
  • c. de bestaande bebouwing wordt vergroot met een oppervlakte van ten hoogste 500 m²;
  • d. gebouwen en/of bouwwerken die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan dan wel mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning.
31.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 31.2 teneinde het oprichten van bouwwerken ten behoeve van de op deze gronden liggende andere bestemming(en), indien op basis van (archeologisch) onderzoek is aangetoond, dat archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. Teneinde dit te bereiken kunnen aan een omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorschriften worden verbonden:

  • a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) monumenten in de bodem worden behouden zoals alternatieven voor heiwerk, het al of niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht;
  • b. de verplichting tot het doen van opgravingen, of;
  • c. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan een door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.
31.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

Zie artikel 50.

31.5 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, zodanig dat de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' geheel of gedeeltelijk vervalt, indien op basis van nader archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is.

Artikel 32 Waarde - Archeologie 4

32.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden.

32.2 Bouwregels

Op en in de gronden als bedoeld in lid 32.1 mag niet worden gebouwd, met uitzondering van:

  • a. het bouwen van gebouwen en/of bouwwerken, waarbij de bebouwing minder diep reikt dan 50 centimeter en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst;
  • b. bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte met niet meer dan 2.500 m² wordt uitgebreid;
  • c. de bestaande bebouwing wordt vergroot met een oppervlakte van ten hoogste 2.500 m²;
  • d. gebouwen en/of bouwwerken die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan dan wel mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning.
32.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 32.2 teneinde het oprichten van bouwwerken ten behoeve van de op deze gronden liggende andere bestemming(en), indien op basis van (archeologisch) onderzoek is aangetoond, dat archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. Teneinde dit te bereiken kunnen aan een omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorschriften worden verbonden:

  • a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) monumenten in de bodem worden behouden zoals alternatieven voor heiwerk, het al of niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht;
  • b. de verplichting tot het doen van opgravingen, of;
  • c. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan een door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.
32.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

Zie artikel 50.

32.5 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, zodanig dat de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' geheel of gedeeltelijk vervalt, indien op basis van nader archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is.

Artikel 33 Waarde - Archeologie 6

33.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 6' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden.

33.2 Bouwregels

Op en in de gronden als bedoeld in lid 33.1 mag niet worden gebouwd, met uitzondering van:

  • a. het bouwen van gebouwen en/of bouwwerken, waarbij de bebouwing minder diep reikt dan 30 centimeter en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst;
  • b. bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte met niet meer dan 2.500 m² wordt uitgebreid;
  • c. de bestaande bebouwing wordt vergroot met een oppervlakte van ten hoogste 2.500 m²;
  • d. gebouwen en/of bouwwerken die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan dan wel mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning.
33.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 33.2 teneinde het oprichten van bouwwerken ten behoeve van de op deze gronden liggende andere bestemming(en), indien op basis van (archeologisch) onderzoek is aangetoond, dat archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. Teneinde dit te bereiken kunnen aan een omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorschriften worden verbonden:

  • a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) monumenten in de bodem worden behouden zoals alternatieven voor heiwerk, het al of niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht;
  • b. de verplichting tot het doen van opgravingen, of;
  • c. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan een door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.
33.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

Zie artikel 50.

33.5 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, zodanig dat de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 6' geheel of gedeeltelijk vervalt, indien op basis van nader archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is.

Artikel 34 Waarde - Archeologie 8

34.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 8' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van de archeologische waarden.

34.2 Bouwregels

Op en in de gronden als bedoeld in lid 34.1 mag niet worden gebouwd, met uitzondering van:

  • a. bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken;
  • b. gebouwen en/of bouwwerken die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan dan wel mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning.
34.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 34.2 teneinde het oprichten van bouwwerken ten behoeve van de op deze gronden liggende andere bestemming(en), indien op basis van (archeologisch) onderzoek is aangetoond, dat archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. Teneinde dit te bereiken kunnen aan een omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorschriften worden verbonden:

  • a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) monumenten in de bodem worden behouden zoals alternatieven voor heiwerk, het al of niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht;
  • b. de verplichting tot het doen van opgravingen, of;
  • c. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan een door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.
34.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

Zie artikel 50.

34.5 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, zodanig dat de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 8' geheel of gedeeltelijk vervalt, indien op basis van nader archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is.

Artikel 35 Waarde - Beschermd dorpsgezicht Griendtsveen

35.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Waarde - Beschermd dorpsgezicht Griendtsveen’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud, het versterken en/of ontwikkelen van het ruimtelijk beeld van het dorpsgezicht dat wordt gevormd door:

  • a. de eigen karakteristiek van de bebouwing;
  • b. de ter plaatse aanwezige kleinschalige open ruimte dan wel samenhang van meerdere kleinschalige open ruimten;
  • c. de ter plaatse aanwezige door bomen of lanen omgeven open ruimten;
  • d. de ter plaatse aanwezige karakteristieke brug;
  • e. het/de ter plaatse aanwezige kanaal en/of gracht;
  • f. bestaande bebossing;
  • g. zware boombeplanting langs wegen en lanen;
  • h. karakteristieke profielen en (on)verharde karakter van wegen.
35.2 Omgevingsvergnning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
35.2.1 Werken en werkzaamheden

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, en van werkzaamheden, op de in artikel 35.1 bedoelde gronden de volgende andere-werken en werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het afdammen of dempen van karakteristieke kanalen of grachten;
  • b. het verbreden of versmallen van een wegprofiel dan wel het verharden van een half verharde of onverharde weg;
  • c. het geheel of gedeeltelijk slopen van gebouwen anders dan ter uitvoering van een bouwplan waarvoor omgevingsvergunning voor het bouwen is verleend;
  • d. het vellen en rooien van karakteristiek houtgewas en/of karakteristieke bomen, tenzij reeds bij of krachtens de Boswet een vergunning is vereist.
35.2.2 Voorwaarden

Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden mag alleen en moet worden geweigerd, indien door het uitvoeren van het andere-werk, mede gelet op de te hanteren materialen, dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de karakteristiek van het beschermde dorpsgezicht en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende tegemoet kan worden gekomen.

35.2.3 Uitzonderingen

Geen omgevingsvergunning is nodig voor:

  • a. andere werken, die behoren tot het normale onderhoud en beheer;
  • b. andere werken, die op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning;
  • c. het onderhoud en herstel van oeverbeschoeiingen;
  • d. het onderhoud van bestaand houtgewas door snoeien en verwijderen van dood hout;
  • e. werken en/of werkzaamheden, die strekken ter behoud of het herstel van de cultuurhistorische, landschaps- of natuurlijke waarden.
35.2.4 Advies

Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 35.2.1 wordt slechts verleend, nadat ter zake welstandsbeoordeling heeft plaatsgevonden en ter zake advies is ingewonnen van de gemeentelijke monumentencommissie en de afdeling Cultuur, Welstand & Zorg van de provincie Limburg omtrent de mogelijke aantasting van de karakteristiek van het beschermde dorpsgezicht.

Artikel 36 Waarde - Landgoed

36.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Landgoed' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en/of herstel van de natuurwaarden, landschappelijke en cultuurhistorische waarden van het landgoed.

36.2 Toetsingsfunctie

Bij de in het bestemmingsplan opgenomen afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden, alsmede bij het verlenen van omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden dient rekening worden gehouden met de in lid 36.1 genoemde waarden en belangen.

Artikel 37 Waarde - Zone bronsgroene landschapszone

De voor 'Waarde - Zone bronsgroene landschapszone' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van de landschappelijke waarden, waarbij de kernkwaliteiten zijn het groene karakter, het visueel-ruimtelijk karakter, het cultuurhistorisch erfgoed en het reliëf.

Artikel 38 Waarde - Zone goudgroene natuurzone

38.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Zone goudgroene natuurzone' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van de bestaande natuurgebieden, de actueel aanwezige natuurbeheertypen en de nagestreefde natuurdoeltypen en voor te realiseren natuurgebieden de nagestreefde natuurdoeltypen zoals vastgelegd op de beheertypenkaart en de ambitiekaart van het Provinciaal Natuurbeheerplan.
 

Artikel 39 Waarde - Zone zilvergroene natuurzone

De voor 'Waarde - Zone zilvergroene natuurzone' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en bescherming van de bestaande natuurgebieden, de actueel aanwezige natuurbeheertypen en de nagestreefde natuurdoeltypen en voor te realiseren natuurgebieden de nagestreefde natuurdoeltypen zoals vastgelegd op de beheertypenkaart en de ambitiekaart van het Provinciaal Natuurbeheerplan.

Artikel 40 Waterstaat - Profiel van vrije ruimte

40.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waterstaat - Profiel van vrije ruimte' aangewezen gronden zijn, behalve voor de aan de andere aan de grond gegeven bestemmingen, primair bestemd voor het beheer en onderhoud van de binnen het plangebied gelegen waterloop, alsmede voor de ontwikkeling en bescherming van de ecologische waarden van de waterloop.

40.2 Bouwregels

Voor het bouwen op of in de in lid 40.1 bedoelde gronden gelden de volgende regels:

  • a. in afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag alleen binnen de aangegeven beschermingszone van de watergang worden gebouwd, ten behoeve van deze bestemming;
  • b. op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd anders dan ten behoeve van beheer en onderhoud van de betreffende watergang, met dien verstande dat:
    • 1. de maximale hoogte niet meer bedraagt dan 3,5 m;
    • 2. de maximale oppervlakte niet meer bedraagt dan 15 m2;
  • c. voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer dan 2 m mag bedragen.
40.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken voor het bepaalde in lid 40.2 en toestaan dat de in de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen genoemde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, mits:

  • a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de watergang;
  • b. voldaan wordt aan regels behorende bij de ter plaatse geldende andere bestemming(en);
  • a. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij het Waterschap en de Keur van het waterschap in acht wordt genomen.

Artikel 41 Waterstaat - Rivierbed

41.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waterstaat - Rivierbed' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd de bescherming en het behoud van het waterbergend rivierbed.

41.2 Bouwregels

Voor het bouwen op of in de voor Waterstaat - Rivierbed aangewezen gronden geldt dat uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer dan 2 m bedraagt.

41.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 41.2 ten behoeve van de bouw van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de andere ter plaatse geldende bestemming(en) met dien verstande dat:

  • a. de bouwregels van de andere ter plaatse geldende bestemming(en) van toepassing zijn;
  • b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de bescherming en het behoud van het waterbergend vermogen van het rivierbed;
  • c. vooraf schriftelijk advies wordt gevraagd aan de betrokken rivierbeheerder.

Artikel 42 Waterstaat - Stroomvoerend deel rivierbed

42.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waterstaat - Stroomvoerend deel rivierbed' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor:

  • a. de bescherming en het behoud van het stroomvoerend vermogen van het rivierbed, waaronder het waarborgen van een veilige afvoer van en berging van rivierwater onder normale en maatgevende hoogwaterstanden, van sediment en van ijs en het vergroten van de afvoercapaciteit van de rivier;
  • b. de waterhuishouding.

Op deze gronden zijn de Waterwet, het Waterbesluit en de Beleidsregels grote rivieren van toepassing.

42.2 Bouwregels

Op of in de voor 'Waterstaat - Stroomvoerend deel rivierbed' aangewezen gronden mag niet worden gebouwd.

42.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 42.2 ten behoeve van de bouw van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de andere ter plaatse geldende bestemming(en) met dien verstande dat:

  • a. de bouwregels van de andere ter plaatse geldende bestemming(en) van toepassing zijn;
  • b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de bescherming en het behoud van het stroomvoerend vermogen van het rivierbed;
  • c. vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij Rijkswaterstaat.
42.4 Specifieke gebruiksregels
42.4.1 Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval begrepen het gebruik van gronden en bouwwerken voor zowel riviergebonden als niet-riviergebonden activiteiten.

42.5 Afwijken van de gebruiksregels

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 42.4.1 ten behoeve van riviergebonden en niet-riviergebonden activiteiten voor zover deze op basis van de onderliggende bestemming zijn toegestaan, met dien verstande dat:

  • a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de bescherming en het behoud van het stroomvoerend vermogen van het rivierbed;
  • b. vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij Rijkswaterstaat.
42.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

Het bepaalde in artikel 50 is van toepassing.

Artikel 43 Waterstaat - Waterkering

43.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor:

  • a. de aanleg, het onderhoud en de instandhouding van de waterkering;
  • b. voorzieningen ten behoeve van de waterkering;
  • c. wegen voor langzaam verkeer;
  • d. waterhuishoudkundige voorzieningen.
43.2 Bouwregels

Voor het bouwen op of in de in lid 43.1 bedoelde gronden gelden de volgende regels:

  • a. er mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming worden gebouwd;
  • b. ten behoeve van de andere ter plaatse geldende bestemming(en) mag uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid.
43.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 43.2 ten behoeve van de bouw van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de andere ter plaatse geldende bestemming(en) met dien verstande dat:

  • a. de bouwregels van de andere ter plaatse geldende bestemming(en) van toepassing zijn;
  • b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de bescherming en het behoud van het waterbergend vermogen van het rivierbed;
  • c. vooraf schriftelijk advies wordt gevraagd aan bij de betrokken dijkbeheerder.
43.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

Het bepaalde in artikel 50 is van toepassing.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 44 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 45 Algemene bouwregels

45.1 Bestaande afmetingen en afstanden

In die gevallen dat de bestaande goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud of afstand tot enige grens van bouwwerken, die rechtens, in overeenstemming met het bepaalde in de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht tot stand zijn gekomen, minder dan wel meer bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven respectievelijk toegestaan, geldt die goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud of afstand in afwijking daarvan als minimaal respectievelijk maximaal toegestaan, uitsluitend conform de bestaande situatie.

45.2 Ondergeschikte bouwdelen

Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken, buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt.

45.3 Ondergronds bouwen

Binnen het plangebied mag, tenzij anders is aangegeven in de regels, onder gebouwen ondergronds worden gebouwd, onder de volgende voorwaarden:

  • a. ondergrondse gebouwen gelegen buiten de buitenzijde van de gevels van de bovengrondse gebouwen niet zijn toegestaan;
  • b. de diepte van de ondergrondse bebouwing mag niet meer bedragen dan 3,5 m onder peil.
45.4 Bouwwerken ten behoeve van warmte-koudeopslag

In afwijking van het overigens in deze regels met betrekking tot het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bepaalde, mag de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van warmte-koudeopslag niet meer bedragen dan de in de bouwregels van de betreffende bestemming toegestane bouwhoogte van gebouwen.

45.5 Bouwen in de buurt van agrarische bedrijven

De afstand van een geurgevoelig object tot omliggende agrarische bouwpercelen en op het moment van aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen aanwezige boomgaarden zal ten minste 50 m bedragen.

Artikel 46 Algemene gebruiksregels

46.1 Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik met de bestemmingen wordt in ieder geval verstaan het (laten) gebruiken van gronden en/of bouwwerken voor en/of als:

  • a. het bedrijfsmatig vervaardigen, opslaan, verwerken of herstellen van goederen en het opslaan en be- of verwerken van producten tenzij dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik;
  • b. buitenopslag, tenzij het om het op de bestemming gerichte gebruik gaat;
  • c. opslag voor de voorgevelrooilijn;
  • d. detailhandel, tenzij het gaat om ondergeschikte detailhandel als nevenactiviteit dat direct verband houdt met de bedrijfsactiviteit;
  • e. verkooppunt voor motorbrandstoffen, al dan niet inclusief lpg, met uitzondering van de op basis van de bestemming toegestane functies;
  • f. seksinrichting;
  • g. opslag en/of stalling van aan het gebruik onttrokken voer- en vaartuigen en kampeermiddelen, anders dan in het kader van een normaal gebruik overeenkomstig het bestaand gebruik;
  • h. permanente bewoning van bijbehorende bouwwerken;
  • i. permanente bewoning van recreatiewoningen;
  • j. huisvesten van arbeidsmigranten anders dan specifiek in dit plan wordt toegestaan;
  • k. een coffeeshop, growshop, smartshop of een daarmee vergelijkbaar bedrijf;

een en ander, tenzij dit gebruik verband houdt met het op de bestemming gerichte beheer van de gronden;

  • l. het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen ten behoeve van de boom- en fruitteelt binnen een afstand van 50 meter van bestemmingsvlakken van voor bestrijdingsmiddelen gevoelige functies, met uitzondering van bestaand gebruik waarbij de bestaande afstand als minimale afstand dient te worden aangehouden. Onder voor bestrijdingsmiddelen gevoelige functies worden verstaan alle functies waar geregeld en gedurende langere perioden mensen verblijven, met uitzondering van bedrijfswoningen behorende bij het bedrijf dat de fruit- of boomteelt uitoefent.
46.2 Warmte-koudeopslag

Open en gesloten systemen die door middel van het isolerend vermogen van de ondiepe bodem energie opwekken, niet zijnde aardwarmte, zijn toegestaan, met dien verstande dat:

  • a. open en gesloten systemen niet zijn toegestaan binnen gronden met de aanduiding 'Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied', 'Milieuzone - waterwingebied' en 'Milieuzone - hydrologische beschermingszone';
  • b. gesloten systemen binnen gronden met de aanduiding 'Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied Venloschol' uitsluitend zijn toegestaan tot een diepte van 5 m boven NAP.
46.3 Aan huis verbonden beroep

In (bedrijfs)woningen is het uitoefenen van een aan huis verbonden beroep toegestaan, onder de volgende voorwaarden:

  • a. de oppervlakte ten behoeve van een aan huis verbonden beroep mag niet meer bedragen dan 1/3 van de vloeroppervlakte van de woning tot een maximale oppervlakte van 100 m²;
  • b. er vindt geen buitenopslag en buitenstalling plaats;
  • c. degene die het aan huis verbonden beroep uitoefent, is tevens de bewoner van de woning, met dien verstande dat de beroepsactiviteiten naast de gebruik(st)er door maximaal twee medewerkers mogen worden uitgeoefend;
  • d. het gebruik mag geen (ernstige of onevenredige) hinder opleveren voor het woonmilieu en geen afbreuk doen aan het woonkarakter van de omgeving;
  • e. in de parkeerbehoefte wordt in voldoende mate voorzien op eigen terrein, dan wel kan de parkeerbehoefte in de directe omgeving worden opgevangen.
46.4 Bed & breakfast

In (bedrijfs)woningen is het uitoefenen van een bed & breakfast toegestaan, met dien verstande dat:

  • a. het gebruik mag geen (ernstige of onevenredige) hinder opleveren voor het woonmilieu en geen afbreuk doen aan het woonkarakter van de omgeving;
  • b. in de parkeerbehoefte wordt in voldoende mate wordt voorzien op eigen terrein, dan wel kan de parkeerbehoefte in de directe omgeving worden opgevangen
  • c. het vloeroppervlak ten behoeve van bed & breakfast niet meer dan 100 m2 bedraagt.
46.5 Voorwaardelijke verplichting

Onder strijdig gebruik met de bestemmingen wordt in ieder geval verstaan het (laten) gebruiken van gronden en/of bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - voorwaardelijke verplichting' conform de betreffende bestemming indien niet voldaan is aan de voorwaarden ten aanzien van landschappelijke inpassing dan wel investering in natuurwaarden zoals opgenomen in de volgende bestemmingsplannen:

Zwarte Plakweg 48 America   Agrarisch   NL.IMRO.1507.AMZWARTEPLAKWEG48A-OVV1  
Zeesweg 5 Sevenum   Agrarisch   NL.IMRO.1507.SNZEESWEG3AEN5-ovv1  
Mgr. Jenneskenstraat 28 Meerlo   Agrarisch   Analoog wijzigingsplan  
Mgr. Aertsstraat 37 Swolgen   Agrarisch   NL.IMRO.1507.SWMVDKWEKERIJEN-BPV1  
     
Kranestraat 90 Horst   Bedrijf   NL.IMRO.1507.HOKRANESTRAAT90-BPV1  
Akkerweg 8 Horst
Holtstraat 23a Hegelsom  
Bedrijf   NL.IMRO.1507.HM3LOCATIESBTNKANS-BPV1  
Hofweg 23 America   Bedrijf   NL.IMRO.1507.AMHOFWEG23-BPV1  
Zandterweg 26 Lottum   Bedrijf   NL.IMRO.1507.PBLTZANDTERWEG26-VA01  
     
Peelstraat 37 Kronenberg   Wonen   NL.IMRO.1507.PBKPEELSTRAAT-OH01  
Klassenweg ong. Sevenum   Wonen   NL.IMRO.1507.SNKLASSENWEGONG-BPV1  
Hombergerweg ong. Lottum   Wonen   NL.IMRO.1507.LTHOMBERGERWEGONG-BPV1  
Vrouwboomweg 7 Horst   Wonen   NL.IMRO.1507.HOVROUWBOOMWEG7-BPV1  
Lindweg ong. Horst   Wonen   NL.IMRO.1507.HOLINDWEGONG-BPV1  
Hofweg 24 America   Wonen   NL.IMRO.1507.AMHOFWEG24-BPV1  
Hoek van De Hees en Hoogbroek Sevenum   Wonen   NL.IMRO.1507.SVHOOGBROEKONG-BPV1  
Broek 7a, 9a en 11 Sevenum   Wonen   NL.IMRO.1507.SNBROEK7A-BPV1  
Grimmelsweg 1 en 1a Lottum   Wonen   NL.IMRO.1507.BPLTGRIMMELSWEG1-VA01  
Niesweg 3, Hegelsom   Wonen   NL.IMRO.1507.BPHSNIESWEG3-OH01  
Mackayweg 4, Tienray   Wonen   NL.IMRO.1507.BPTRMACKAYWEG4-OH01  
bouwperceel tussen de bebouwing gelegen aan de Swolgensedijk 9 en 9a in Melderslo   Wonen   NL.IMRO.1507.MLSWOLGENSEDIJKONG-BPV1  

Artikel 47 Algemene aanduidingsregels

47.1 Cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden

Ter plaatse van de aanduidingen in de navolgende tabel zijn de gronden tevens bestemd voor het behoud, de bescherming, de ontwikkeling en/of het herstel van de desbetreffende cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden welke zijn opgenomen in de navolgende tabel:

Aanduiding   Landschaps en natuurwaarden  
overige zone - heideontginning   - Open landschap met onderverdeling van de openheid door bomenlanen.
- Overwegend patroon van rechte wegen.
- Overwegend rechthoekige tot blokvormige verkaveling.
- Kunstmatig lage grondwaterstanden.
- Bebouwingslinten met wisselende onderlinge afstanden tussen de erven.
- Huidige natuurwaarde is beperkt.
- Plaatselijk van belang voor vogels (Hooge Heide, Brommer) en amfibieën.
- Van nature natte, laag gelegen zandgronden in de natte heide ontginningsgebieden.
- Natuurwaarde is gering in de natte heide ontginningsgebieden, met uitzondering van de weilanden die van waarde zijn voor (weide)vogels.
- Openheid en landbouwkarakteristiek van het landschap in de natte heideontginningsgebieden behouden en agrarische bebouwing goed verdichten met groen (stevige, strakke erfbelasting).  
overige zone - beekdal   - Beekdalen zijn belangrijke structuurdragers van het landschap met (al dan niet rechtlijnige)
beeklopen.
- Doorgaans natte structuur, waardoor de beekdalen functioneren als ecologische verbindingszones.
- Hoge natuurwaarde voor: Reulsberg en 't Ham; omgeving Kasteelpark Ter Horst (flora, amfibieën en vogels), en zone Groote Molenbeek.
- Specifieke functie voor (strategische)
waterberging.
- Bebouwing moet beperkt worden tot de aan het beekdal grenzende hogere gronden.  
overige zone - bos- en mozaiklandschap   - Uniek landschap voor noord- en midden Limburg.
- Besloten bosgebied, deels met stuifduinen en open plekken.
- Nat karakter rond Schuitwater (Natuurreservaat) en Kaldenbroek.
- Grillige en reliëfrijke verkaveling op landgoederen tot meer geometrische verkaveling in de veengebieden en de bospercelen.
- Het landbouwkundig gebruik is grondgebonden, zonder teeltondersteunende voorzieningen.
- Hoge natuurwaarde, met name voor vogels (bos en heide), dagvlinders en flora (natte gebieden).  
overige zone - hoogveen   -Natuurgebieden bestaande uit moeras, plassen, heide- en bosgebieden.
- Nat karakter met sloten en vaarten als herkenbare sporen van ontginningen.
- Afwisseling in besloten en open gebieden.
- Hoge natuurwaarde als nat natuurkerngebied voor zoogdieren, vogels, amfibieën en flora.  
overige zone - kampen   - Structuur- en gradiëntrijk landschap. Afwisseling van open, kleinschalige en besloten gebieden.
- Grillige verkaveling tot blokvormige verkavelingen.
- Bochtige wegen (onder invloed van het reliëf) en rechte wegen (blokvormige verkaveling).
- Oude akkercomplexen met karakteristieke bolle vorm die gehandhaafd moeten blijven en openheid ten zuidoosten van Melderslo.
- Cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, met name aan de randen van oude akkercomplexen.
- Zichtlijnen over oude akkercomplexen.
- Grote variatie in landschapselementen, zoals
boscomplexen, bomenrijen, houtwallen- en singels en bomengroepen.
- Houtwallen inzetten als raamwerk waarbinnen
grondgebonden ontwikkelingen mogelijk zijn.
- Door het structuur- en gradiëntrijke
landschapstype herbergt het diverse
natuurwaarden.
- Geprojecteerde verbindingszone tussen Peel,
Schadijksche Bosschen en Zuringspeel /
Kronenbergerheide.  
overige zone - peelbossen   - Besloten bosgebied, deels met stuifduinen en open plekken.
- Nat karakter rond Castenraysche Vennen.
- Hoge natuurwaarde met waardevolle droge delen en natte delen voor flora, bos- en moerasvogels, zoogdieren, reptielen en amfibieën.  
overige zone - rivierdal   - Kleinschalig landschap met afwisseling van bebouwing en landschapselementen.
- Wisselende afstanden tussen bebouwing aan bochtige wegen.
- Aanzienlijke hoogteverschillen. Reliëfvormen zoals terrasranden zijn zeer waardevol en dienen zichtbaar en bebouwingsvrij te blijven.
- Steilranden.
- Oude akkercomplexen met karakteristieke bolle vorm en openheid.
- Cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, met name aan de randen van oude akkercomplexen.
- Zichtlijnen over oude akkercomplexen.
- In de lagere delen ruimte geven aan agrarisch natuurbeheer, water en watergebonden natuur.
- Hoge natuurwaarde met waardevolle gebieden voor weidevogels en plaatselijk voor amfibieën.
- Natuurontwikkeling in en rondom kleiputten (ontgrondingen).
- Bebouwing op de lager gelegen delen binnen dit landschapstype is niet wenselijk in verband met blijvende herkenbaarheid en gelaagdheid van het landschap.  
overige zone - veenontginning   - Grootschalige openheid.
- Geometrische (rechthoekige) grootschalige
verkaveling.
- Rechte ontginningslinten met een veelheid aan erven (bebouwingslinten).
- Overwegend beplanting in de vorm van erfbeplanting, bomenlanen en boscomplexen.
- De natuurwaarde is beperkt. Met name interessant voor weidevogels en andere openheid minnende soorten.
- Versterken van het contrast met de (droge) heideontginningen, door de nadruk te leggen op
de weidsheid van dit landschapstype en het
karakteristieke gebruik van grasland.
- Voorkeur voor grondgebonden bedrijven (gebruik van de gronden) die het zicht niet beperken.
- Binnen de lintachtige bebouwing is in heel geringe mate enige verdichting mogelijk.  
overige zone - velden   -Afwisseling van open landschappen met
bomenlanen en een geordende verkaveling tot aan meer reliëfrijke open landschappen met landschapselementen (zoals bosjes) en dichte aaneengesloten bebouwingslinten.
- Bebouwingslinten met wisselende onderlinge afstanden tussen de erven. Het is van belang dat de zichtlijnen op de achtergelegen akkercomplexen behouden blijven.
- Oude akkercomplexen met karakteristieke bolle vorm en openheid tussen Kronenberg en Sevenum. Het is belangrijk om de bol liggende gebieden open te houden (behouden cultuurhistorisch landschap).
- Cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, met name aan de randen van oude akkercomplexen.
- Om de karakteristiek te behouden heeft grondgebonden landbouw de voorkeur.
- Geen teeltondersteunende voorzieningen op de bolle akkercomplexen.
- Zichtlijnen over oude akkercomplexen.
- De natuurwaarde is beperkt, al zijn de voorkomende soorten vaak (zeer) zeldzaam; met name akkervogels.
- Hoge natuurwaarde rondom Castenraysche
Vennen en in Kabroek (weidevogels).  
47.2 Geluidzone - industrie
47.2.1 Toetsingsfunctie

Op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'Geluidzone - industrie' mag, ongeacht het bepaalde in de afzonderlijke bestemmingen, geen geluidsgevoelige bebouwing worden opgericht indien de voorkeurgrenswaarde van 50 dB(A) wordt overschreden, tenzij een hogere waarde is vastgesteld.

47.3 Milieuzone - geurzone

Gebouwen welke aan te merken zijn als geurgevoelige objecten, zoals omschreven in artikel 1 van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv), mogen niet worden gebouwd of in gebruik genomen ter plaatse van de aanduiding 'Milieuzone - geurzone'.

47.4 Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied Venloschol
47.4.1 Omschrijving

Ter plaatse van de aanduiding 'Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied Venloschol' zijn de gronden mede bestemd voor de bescherming van de kwaliteit van het grondwater ten behoeve van de winning van (drink)water.

47.4.2 Bouwregels

Binnen het grondwaterbeschermingsgebied mag worden gebouwd voor zover dat op grond van de onderliggende bestemming is toegestaan met inachtneming van de voorwaarden, zoals die door de Omgevingsverordening Limburg worden gesteld.

47.5 Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied
47.5.1 Omschrijving

Ter plaatse van de aanduiding 'Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied' zijn de gronden mede aangewezen voor bescherming van de bodem en het grondwater ten behoeve van de openbare drinkwatervoorziening.

47.6 Milieuzone - hydrologische beschermingszone
47.6.1 Omschrijving

Ter plaatse van de aanduiding 'Milieuzone - hydrologische beschermingszone' zijn de gronden mede aangewezen voor het hydrologisch beschermen van de verdrogingsgevoelige natuurgebieden Mariapeel en Grauwveen;

47.6.2 Toetsingsfunctie

Bij de in het bestemmingsplan opgenomen afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden, alsmede bij het verlenen van omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt rekening gehouden met de in lid 47.6.1 genoemde waarden en belangen.

47.7 Milieuzone - waterwingebied
47.7.1 Omschrijving

Ter plaatse van de aanduiding 'Milieuzone - waterwingebied' zijn de gronden mede aangewezen voor het behoud en de bescherming van de bodem en het grondwater ten behoeve van de openbare drinkwatervoorziening.

47.7.2 Bouwregels

Op de gronden als bedoeld in lid 47.7.1 mogen, in aanvulling op de bouwregels van de aan deze gronden toegekende bestemmingen, tevens bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de waterwinning worden gebouwd.

47.7.3 Toetsingsfunctie

Bij de in het bestemmingsplan opgenomen afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden, alsmede bij het verlenen van omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden rekening worden gehouden met het behoud en de bescherming van de in lid 47.7.1 genoemde waarden en belangen.

47.8 Overige zone - ontwikkelingsgebied glastuinbouw

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - onwikkelingsgebied glastuinbouw' te wijzigen ten behoeve van de nieuwvestiging van glastuinbouwbedrijven dan wel intensieve kwekerijbedrijven, met dien verstande dat:

  • a. de nieuwvestiging niet is toegestaan op gronden die mede zijn bestemd als Waarde - Zone goudgroene natuurzone of Waarde - Zone zilvergroene natuurzone;
  • b. ten behoeve van de nieuwvestiging een bouwvlak wordt opgenomen waarbinnen de bebouwing dient te worden opgericht en waarvan de oppervlakte niet meer bedraagt dan 1,5 ha;
  • c. in afwijking van het bepaalde onder b geldt voor nieuwvestiging van glastuinbouwbedrijven dat de oppervlakte van het bouwvlak niet meer mag bedragen dan 3 ha;
  • d. de waarden en belangen ter plaatse van de aanduidingen zoals die zijn opgenomen in artikel 47 niet onevenredig worden aangetast;
  • e. door middel van een inrichtingsplan is aangetoond dat zorg gedragen wordt voor een zorgvuldige landschappelijke inpassing of landschappelijke compensatie;
  • f. voor het oprichten van een bedrijfswoning wordt voldaan aan de bepalingen genoemd in artikel 3.4.2 a t/m e;
  • g. de nieuwvestiging gelet op de ligging, aard en omvang ten opzichte van de in de nabijheid gelegen functies, een zodanig beperkte (milieu)hinder veroorzaakt dat daardoor de belangen van deze functies niet in onevenredige mate worden geschonden;
  • h. is aangetoond dat geen sprake is van onevenredige schade voor de aangrenzende (agrarische) bedrijven, in die zin dat de bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt;
  • i. het woon- en leefklimaat op omliggende percelen niet onevenredig wordt aangetast;
  • j. er is voldaan aan de eisen die zijn gesteld in het gemeentelijk Kwaliteitsmenu.
47.9 Overige zone - Bijzondere en monumentale bomen
47.9.1 Omschrijving

Ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - Bijzondere en monumentale bomen' zijn de gronden tevens bestemd voor de instandhouding van bijzondere en monumentale bomen.

47.9.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

Het bepaalde in artikel 50 is van toepassing.

47.10 Reconstructiewetzone - extensiveringsgebied
47.10.1 Omschrijving

Ter plaatse van de aanduiding 'Reconstructiewetzone - extensiveringsgebied' zijn de gronden tevens bestemd als extensiveringsgebied.

47.11 Veiligheidszone - gasontvangstation 1
47.11.1 Bouwregels

In afwijking van het bepaalde in de overige bestemmingsregels mogen ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - gasontvangstation 1' geen beperkt kwetsbare objecten en kwetsbare objecten worden gebouwd.

47.11.2 Specifieke gebruiksregels

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - gasontvangstation 1', wordt in ieder geval gerekend:

  • a. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor beperkt kwetsbare objecten en kwetsbare objecten.
47.11.3 Specifieke gebruiksregels

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen, in die zin dat aan de gronden ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidzone - gasontvangstation 1' de bestemming wordt ontnomen of gewijzigd, indien de inrichting ter plaatse is beëindigd of wordt gewijzigd.

47.12 Veiligheidszone - gasontvangstation 2
47.12.1 Bouwregels

In afwijking van het bepaalde in de overige bestemmingsregels mogen ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - gasontvangstation 2' geen kwetsbare objecten worden gebouwd.

47.12.2 Specifieke gebruiksregels

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - gasontvangstation 2', wordt in ieder geval gerekend:

  • a. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor kwetsbare objecten.
47.12.3 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen, in die zin dat aan de gronden ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidzone - gasontvangstation 2' de bestemming wordt ontnomen of gewijzigd, indien de inrichting ter plaatse is beëindigd of wordt gewijzigd.

47.13 Veiligheidszone - lpg

Ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - lpg' mogen geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen worden opgericht, tenzij ze behoren tot de inrichting waartoe ook de veiligheidszone behoort.

47.14 Vrijwaringszone - dijk 1
47.14.1 Omschrijving

Ter plaatse van de aanduiding 'Vrijwaringszone - dijk 1' zijn de gronden mede aangewezen voor binnenbeschermingszone voor de waterkerende functie van de waterkeringen.

47.14.2 Bouwregels

Op de gronden als bedoeld in lid 47.14.1 uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid.

47.14.3 Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 47.14.2 ten behoeve van het bouwen overeenkomstig de overige voor deze gronden geldende bestemmingen, met dien verstande dat:

  • b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de binnenbeschermingszone voor de waterkerende functie van waterkeringen;
  • c. vooraf schriftelijk advies wordt gevraagd aan bij de betrokken dijkbeheerder.
47.15 Vrijwaringszone - dijk 2
47.15.1 Omschrijving

Ter plaatse van de aanduiding 'Vrijwaringszone - dijk 2' zijn de gronden mede aangewezen als buitenbeschermingszone voor de waterkerende functie van de waterkeringen.

47.15.2 Bouwregels

Op de gronden als bedoeld in lid 47.14.1 uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid.

47.15.3 Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 47.14.2 ten behoeve van het bouwen overeenkomstig de overige voor deze gronden geldende bestemmingen, met dien verstande dat:

  • d. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de buitenbeschermingszone voor de waterkerende functie van waterkeringen;
  • e. vooraf schriftelijk advies wordt gevraagd aan bij de betrokken dijkbeheerder.
47.16 Vrijwaringszone - molenbiotoop
47.16.1 Omschrijving

Ter plaatse van de aanduiding 'Vrijwaringszone - molenbiotoop' zijn de gronden mede aangewezen voor de functie van de in dit gebied voorkomende molen als werktuig en van de waarde van de molen als beeldbepalend element.

47.16.2 Bouwregels

Op de gronden als bedoeld in lid 47.16.1 mag de bouwhoogte van nieuw op te richten bouwwerken:

  • a. binnen een afstand van 100 m uit de molen, niet meer bedragen dan de onderste punt van de verticaal staande wiek van die molen;
  • b. binnen een afstand van 100 tot 400 m van de molen, niet meer bedragen dan 1/100 van die afstand tussen bouwwerk en die molen, gerekend vanaf de onderste punt van de verticaal staande wiek.
47.16.3 Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 47.16.2 ten behoeve van een hogere bouwhoogte overeenkomstig de overige voor deze gronden geldende bestemmingen, met dien verstande dat:

  • a. de belangen van de molen niet onevenredig worden aangetast;
  • b. vooraf schriftelijk advies wordt gevraagd van een deskundige.
47.16.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

Het bepaalde in artikel 50 is van toepassing.

47.17 Vrijwaringszone - schootsveld
47.17.1 Bouwregels

In afwijking van hoofdstuk 2 mogen ter plaatse van de aanduiding 'Vrijwaringszone - schootsveld' geen bouwwerken worden gerealiseerd.

47.17.2 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het gestelde in lid 47.17 ten behoeve van het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mits de veiligheid voor gebruikers van de bouwwerken niet in het geding is.

47.17.3 Uitzondering

Het in lid bedoelde verbod is niet van toepassing op bouwvlakken ter plaatse van de aanduiding

'Vrijwaringszone - schootsveld'.

47.18 Vrijwaringszone - vaarweg
47.18.1 Omschrijving

Ter plaatse van de aanduiding 'Vrijwaringszone - vaarweg' zijn de gronden mede bestemd als beschermingszone voor de rijksvaarweg. Op deze gronden zijn de Waterwet en het Waterbesluit van toepassing.

47.18.2 Bouwregels

Op deze gronden mogen geen nieuwe gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden opgericht.

47.18.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 47.18.2 voor het bouwen op basis van de onderliggende enkelbestemming, met dien verstande dat:

  • a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het veilig en doelmatig functioneren van de
  • b. vaarweg;
  • c. vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij Rijkswaterstaat.
47.19 Vrijwaringszone - weg - 1

Op de gronden gelegen binnen de gebiedsaanduiding 'Vrijwaringszone - weg - 1' mag in de bebouwingsvrije zone (0-50 m van de weg) niet worden gebouwd.

47.20 vrijwaringszone - weg - 2

Op de gronden gelegen binnen de gebiedsaanduiding 'Vrijwaringszone - weg - 2' mag in de overlegzone (50-100 m van de weg) alleen worden gebouwd na een positief advies van de wegbeheerder.

Artikel 48 Algemene afwijkingsregels

48.1 Algemene afwijkingen

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het plan ten behoeve van het vergroten van:

  • a. de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen en percentages, met uitzondering van oppervlakte- en inhoudmaten tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages, voor zover hiervoor niet reeds op een andere wijze afwijking is verleend;
  • b. het bebouwingsoppervlak van bedrijfsgebouwen binnen de bestemmingen Agrarisch - Onderzoekscentrum, Bedrijf, Detailhandel, Horeca, Maatschappelijk, Recreatie en Sport met ten hoogste 10% ten opzichte van het bestaande bebouwingsoppervlak;
  • c. van de bestemmingsregels en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of verkeersintensiteit daartoe aanleiding geven;
  • d. teneinde de op de plankaart ingetekende begrenzingen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, met maximaal 10 m te verschuiven;
  • e. van de bestemmingsregels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft;
  • f. van de bestemmingsregels ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde en toestaan dat de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot niet meer dan 40 m;
  • g. van de bestemmingsregels voor het bouwen van niet voor bewoning bestemde gebouwtjes van openbaar nut, zoals telefooncellen, wachthuisjes, gasreduceerstations en schakelstations, mits de inhoud niet meer dan 50 m3 de goothoogte niet meer dan 3 m bedraagt,

mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:

  • 1. het straat-, bebouwings- en landschapsbeeld;
  • 2. woon- en leefklimaat op omliggende percelen;
  • 3. ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven;
  • 4. de verkeersveiligheid;
  • 5. de sociale veiligheid;
  • 6. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
48.2 Saneringsregeling bijbehorende bouwwerken

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in het plan ten behoeve van vervangende herbouw van bijbehorende bouwwerken bij een (bedrijfs)woning tot een grotere oppervlakte dan in het plan is toegestaan, met dien verstande dat:

  • a. de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken op het bouwperceel op het moment van de aanvraag van de omgevingsvergunning ten minste 600 m2 dient te bedragen;
  • b. maximaal 1/3 van de oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken op moment van aanvraag van de omgevingsvergunning worden mag worden teruggebouwd;
  • c. de totale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken na herbouw maximaal 600 m2 mag bedragen.
48.3 Huisvesting arbeidsmigranten in bestaande vrijkomende gebouwen

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 46.1 ten behoeve van de huisvesting van arbeidsmigranten in bestaande vrijkomende gebouwen, met dien verstande dat:

  • a. de vrijkomende bebouwing in of nabij bestaande woonkernen in de kernrandzone ligt;
  • b. de locatie zich aansluitend op een daartoe geschikte en daar op afgestemde en daarop berekende ontsluiting bevindt;
  • c. de bestaande bebouwing mag alleen worden uitgebreid, indien deze uitbreiding een integrale kwaliteitsverbetering van de locatie tot gevolg heeft en een meerwaarde heeft voor het verblijf van de bewoners;
  • d. het moet gaan om huisvesting van arbeidsmigranten die (grotendeels) binnen de gemeente Horst aan de Maas werkzaam zijn;
  • e. het maximale aantal te huisvesten arbeidsmigranten afgestemd dient te worden op de omvang en ligging van de bebouwing, de bereikbaarheid van de locatie en de parkeervoorzieningen;
  • f. er geen bedrijfsmatige activiteiten gecombineerd mogen worden met huisvesting op de locatie waar de vrijkomende (niet) agrarische bebouwing zich bevindt;
  • g. hergebruik van een vrijkomende (niet) agrarische bebouwing vergezeld dient te gaan van ruimtelijke kwaliteitsverbeteringen (zoals opgenomen in de Structuurvisie Horst aan de Maas), zoals een landschappelijke verbetering en/of afname van het bouwvolume. Onder deze laatste voorwaarde is eveneens herbouw van (delen) van het complex mogelijk.
48.4 Huisvesting arbeidsmigranten in nieuw te bouwen gebouwen

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het plan ten behoeve van het bouwen van nieuwe gebouwen (geen reguliere woningen zijnde) ten behoeve van de huisvesting van arbeidsmigranten, met dien verstande dat:

  • a. de nieuwe gebouwen in of nabij bestaande woonkernen in de kernrandzone liggen;
  • b. vooraf de volgende toetsen in het kader van een goede ruimtelijke ordening plaats dienen te vinden, waarbij de resultaten worden betrokken bij het verlenen van de afwijking:
    • 1. Natuurtoets;
    • 2. Archeologisch onderzoek;
    • 3. Externe veiligheid;
    • 4. Watertoets;
    • 5. Toets milieu hygiënische aspecten (geluid, bodem, geur);
  • c. het moet gaan om huisvesting van arbeidsmigranten die (grotendeels) binnen de gemeente Horst aan de Maas werkzaam zijn;
  • d. de huisvesting van arbeidsmigranten (bouwen en gebruik) in overeenstemming moet zijn met de uitgangspunten van de Structuurvisie Horst aan de Maas;
  • e. er een goedgekeurd inrichtingsplan is ingediend, waarin aandacht is besteed aan een goede landschappelijke inpassing van het gebouw en als nodig een extra kwaliteitsimpuls een en ander in overeenstemming met de Structuurvisie Horst aan de Maas.
48.5 Spuitvrije zone

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 46.1 onder l voor een kleinere afstand tot bestemmingsvlakken, onder de voorwaarde dat het woon- en leefklimaat en/of het verblijfsklimaat van voor bestrijdingsmiddelen gevoelige functies niet onevenredig wordt aangetast.

Artikel 49 Algemene wijzigingsregels

49.1 Wijzigen in de bestemming Agrarisch met waarden

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bestemmingen te wijzigen in de bestemming Agrarisch met waarden zonder bouwvlak, met dien verstande dat na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid de regels van Artikel 3 van overeenkomstige toepassing zijn.

49.2 Wijzigen in de bestemming Wonen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bestemmingen, niet zijnde Agrarisch met waarden, met een bedrijfswoning te wijzigen in de bestemming 'Wonen', met dien verstande dat:

  • a. de bedrijfsuitoefening is beëindigd;
  • b. de landschappelijke, cultuurhistorische en/of architectonische waarden behouden blijven;
  • c. de oppervlakte van de woonbestemming maximaal 1.500 m2 bedraagt, de overige gronden dienen te worden gewijzigd in een bestemming zonder bouwmogelijkheden;
  • d. door middel van een inrichtingsplan is aangetoond dat er sprake is van een kwaliteitsverbering, waarbij zorg gedragen wordt voor een zorgvuldige landschappelijke inpassing of landschappelijke compensatie;
  • e. wonen uitsluitend is toegestaan in de bestaande bedrijfswoningen, waarbij het bestaande aantal bedrijfswoningen niet mag worden vergroot;
  • f. in uitzondering op het voorgaande splitsing van rijks- of gemeentelijke monumenten of van Karakteristieke panden in meerdere woningen is toegestaan, met dien verstande dat:
    • 1. het aantal woningen na splitsing niet meer bedraagt dan 3;
    • 2. de woningsplitsing noodzakelijk is in verband met het herstel of de verbetering van de te beschermen architectonische of cultuurhistorische waarden;
    • 3. de bestaande inhoud van de woning c.q. het pand niet wordt vergroot en de uiterlijke kenmerken behouden dienen te blijven;
    • 4. de woningen na splitsing elk een inhoud te hebben van minimaal 350 m3;
    • 5. het bouwperceel per woning maximaal 1.000 m2 bedraagt;
    • 6. de gezamenlijke oppervlakte van de vrijstaande bijgebouwen niet meer bedraagt dan 150 m2 per woning;
    • 7. de te realiseren extra woning(en) binnen het gemeentelijk woningbouwprogramma passen;
  • g. de wijziging niet mag leiden tot (extra) belemmeringen voor de bedrijfsontwikkeling van de omliggende (agrarische) bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving;
  • h. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid de regels van Artikel 22 van overeenkomstige toepassing zijn.
49.3 Verschuiven bestemmingsgrenzen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van het verschuiven van de bestemmingsgrenzen met maximaal 15 m, met dien verstande dat:

  • a. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en de belangen van derden niet onevenredige worden geschaad;
  • b. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de in de omgeving aanwezige architectonische, cultuurhistorische-, landschappelijke- of natuurwaarden;
  • c. de wijziging niet mag leiden tot (extra) belemmeringen voor de bedrijfsontwikkeling van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving;
  • d. de belangen van de betreffende bestemming(en) niet onevenredige worden aangetast.
49.4 Vergroten inhoud (bedrijfs)woning

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van de uitbreiding van een (bedrijfs) woning, met dien verstande dat:

  • a. er overtollige gebouwen binnen de gemeente Horst aan de Maas worden gesloopt;
  • b. de woning met niet meer dan 1/3 van de oppervlakte of inhoud van de gesloopte oppervlakte/inhoud aan gebouwen mag worden uitgebreid;
  • c. het bouwperceel een omvang van tenminste 1.500 m2 moet hebben;
  • d. de aanvraag gaat vergezeld van een goedgekeurd inrichtingsplan voor het erf;
  • e. de inhoud van de woning maximaal 1.300 m³ mag bedragen;
  • f. in het wijzigingsplan wordt vastgelegd dat op de plek waar de bebouwing gesloopt wordt geen nieuwe gebouwen mogen worden gebouwd.
49.5 Toevoegen of verwijderen aanduiding 'overige zone - bijzondere en monumentale bomen'

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen in de zin dat:

  • a. de aanduiding 'overige zone - Bijzondere en monumentale bomen' geheel of gedeeltelijk wordt verwijderd, indien de bescherming van de bijzondere of monumentale boom niet langer noodzakelijk wordt geacht, dan wel indien een kapvergunning is verleend voor het verwijderen van de bijzondere of monumentale boom;
  • b. de aanduiding 'overige zone - Bijzondere en monumentale bomen' wordt op de verbeelding wordt toegevoegd ter bescherming van de aanwezige boom of bomen, indien deze bescherming noodzakelijk wordt geacht.

Artikel 50 Omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden

50.1 Omgevingsvergunningplicht

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning ter plaatse van de hierna genoemde bestemmingen of aanduidingen de daarbij aangegeven werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren te doen of te laten uitvoeren:

  Werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden (*)  
Ter plaatste van de bestemming / aanduiding   a   b   c   d   e   f   g   h          
Agrarisch(1)   a                        
Bos   a     c   d   e   f   g            
Natuur   a     c   d   e   f   g            
Verkeer ter plaatse van de aanduiding 'onverharde weg'   a                        
Leiding - Brandstof   a   b   c       f   g   h          
Leiding - Gas   a   b   c       f   g   h          
Leiding - Hoogspanningsverbinding     b   c       f   g   h          
Leiding - Leidingstrook   a   b   c       f   g   h          
Leiding - Olie   a   b   c       f   g   h          
Leiding - Riool   a   b   c       f   g   h          
Leiding - Water   a   b   c       f   g   h          
Waarde - Archeologie 2(2)   a   b   c   d   e   f   g   h          
Waarde - Archeologie 3(3)   a   b   c   d   e   f   g   h          
Waarde - Archeologie 4(4)   a   b   c   d   e   f   g   h          
Waarde - Archeologie 6(4)   a   b   c   d   e   f   g   h          
Waarde - Archeologie 8   a   b   c   d   e   f   g   h          
Waterstaat - Stroomvoerend deel rivierbed     b     d     f   g            
Waterstaat - Waterkering     b     d   e   f   g   h          
overige zone - beekdal   a   b   c   d   e   f     h          
overige zone - Bijzondere en monumentale bomen   a   b   c   d   e   f   g   h          
overige zone - bos- en mozaïeklandschap               g            
overige zone - heideontginning       c       f              
overige zone - hoogveen   a       d   e   f   g   h          
overige zone - kampen               g            
overige zone - peelbossen               g            
overige zone - rivierdal               g            
overige zone - veenontginning       c       f   g            
overige zone - velden       c       f              
vrijwaringszone - molenbiotoop     b                      

(1-5) noten: zie artikel 50.2, onder a.

In de tabel is: x = omgevingsverginning vereist (acitiviteit onder voorwaarden mogelijk)

(*) de onderstaande letters worden hierna verklaard:

Werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden:

  • a. het aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
  • b. het aanplanten van bomen, hakhout en andere houtopstanden hoger dan 1,50 m;
  • c. het vellen en rooien van bomen, hakhout en andere diepwortelende beplantingen en het verrichten van handelingen, die de dood of ernstige beschadiging daarvan ten gevolge hebben of kunnen hebben;
  • d. het aanbrengen, verwijderen of verleggen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur;
  • e. het verlagen of het verhogen van het waterpeil, tenzij dit een maatregel is van het bevoegde waterschap;
  • f. het aanleggen, (ver)graven, verruimen, dempen of herprofileren van watergangen, sloten en andere waterpartijen
  • g. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe in ieder geval worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage;
  • h. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de bodem.
50.2 Uitzonderingen vergunningplicht

Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 50.1 is niet vereist voor werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden:

  • a. in de situaties genoemd in de tabel in lid 50.1 bij de volgende cijfers:
    • 1. binnen een agrarisch bouwvlak en/of het vellen, rooien of beschadigen van fruitbomen;
    • 2. op een kleinere diepte dan 30 cm en/of met een oppervlakte kleiner dan 100 m²;
    • 3. op een kleinere diepte dan 50 cm en/of met een oppervlakte kleiner dan 500 m²;
    • 4. op een kleinere diepte dan 50 cm en/of met een oppervlakte kleiner dan 2.500 m²;
  • b. die worden uitgevoerd in het kader van het normale onderhoud en beheer van de gronden en de daaraan toegekende bestemmingen(en);
  • c. op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - delfstoffenwinning', mits deze werken verband houden met de delfstoffenwinning;
  • d. die op het moment van inwerkingtreding van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende of aangevraagde vergunning.
50.3 Afwegingskader

Burgemeester en wethouders verlenen de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 50.1 alleen indien door de in lid 50.1 genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden, dan wel door de gevolgen daarvan, hetzij direct, hetzij indirect de waarden, belangen en/of functies die het plan beoogt te beschermen, niet blijvend onevenredige of niet onevenredig kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind, tenzij hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen.

50.4 Procedure

Artikel 51 Overige regels

51.1 Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden
51.1.1 Voorwaardelijke verplichting en toetsingsfunctie parkeren

Bij:

  • een feitelijke gebruiksverandering;
  • het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen;
  • het verlenen van een omgevingsvergunning voor de in dit plan opgenomen afwijkingen;
  • het toepassen van de in dit plan opgenomen wijzigingsbevoegdheden,

dient, indien de omvang of de bestemming van een gebouw en/of het terrein daartoe aanleiding geeft, ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's, (motor)fietsen, of andere voertuigen, in voldoende mate ruimte aanwezig te zijn of aangebracht te worden in, op of onder de bij dat gebouw of terrein behorende gronden of bouwwerken, met dien verstande dat:

  • a. daarbij wordt uitgegaan van de parkeernormen zoals aangegeven in het meest recente gemeentelijk parkeerbeleid;
  • b. de ruimte voor het parkeren van auto's afmetingen moet hebben die zijn afgestemd op gangbare auto's. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan:
    • 1. indien de afmetingen van bedoelde parkeerruimten ten minste 1,80 m bij 5 m en ten hoogste 3,25 m bij 6 m bedragen;
    • 2. indien de afmetingen van een gereserveerde parkeerruimte voor een gehandicapte - voorzover die ruimte niet in de lengterichting aan een trottoir grenst - ten minste 3,50 m bij 5 m bedragen.
51.1.2 Voorwaardelijke verplichting en toetsingsfunctie laden en lossen

Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort.

51.1.3 Afwijkingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 51.1.1 en 51.1.2 indien het voldoen aan die bepalingen:

  • a. op overwegende bezwaren stuit;
  • b. voor zover op andere redelijke wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien.
51.1.4 Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik met de bestemmingen wordt in ieder geval verstaan het (laten) gebruiken van ruimte(n) voor het bepaalde lid 51.1.1 en 51.1.2 anders dan voor parkeren en/of laden en lossen, voor zover de aanwezigheid van deze ruimten krachtens deze regels nodig is.

51.2 Karakteristieke panden en gemeentelijke monumenten
51.2.1 Bouwregels

In afwijking van het overige bepaalde in dit plan dient de karakteristieke/cultuurhistorische hoofdvorm, bestaande uit goot- en bouwhoogte, oppervlakte en kapvorm, van karakteristieke panden, zoals opgenomen in de lijst Karakteristieke panden en gemeentelijke monumenten te worden behouden.

51.2.2 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 51.2.1 ten behoeve van het afwijken van de karakteristieke/cultuurhistorische hoofdvorm van karakteristieke panden en gemeentelijke monumenten indien:

  • a. dit noodzakelijk is vanuit de eisen van de Woningwet, dan wel;
  • b. instandhouding van de bestaande goot- of bouwhoogte, kapvorm of gevelindeling redelijkerwijs niet mogelijk is vanwege zwaarwegende economische of gebruikstechnische redenen.
51.2.3 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
  • a. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende sloopwerkzaamheden uit te voeren:
    • 1. het slopen van panden of delen daarvan die zijn opgenomen in de lijst Karakteristieke panden of gemeentelijke monumenten.
  • b. Het gestelde onder a is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die noodzakelijk zijn in verband met de gebruikelijke onderhoudswerkzaamheden, dan wel van ondergeschikte aard zijn en reeds in uitvoering zijn op het moment van het van kracht worden van het plan.
  • c. De onder a genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien:
    • 1. de karakteristieke/cultuurhistorische hoofdvorm niet langer aanwezig is en niet zonder ingrijpende wijzigingen aan het gebouw kan worden hersteld;
    • 2. de karakteristieke/cultuurhistorische hoofdvorm in redelijkheid niet is te handhaven;
    • 3. het delen van een pand betreft, die op zichzelf niet als karakteristiek/cultuurhistorisch waardevol vallen aan te merken, en door sloop daarvan geen onevenredige aantasting van de karakteristieke/cultuurhistorische hoofdvorm plaatsvindt;
    • 4. garantie bestaat voor een goede herinvulling ter plaatse van de te slopen bebouwing. Er dient garantie te zijn bij het afgeven van de vergunning dat de karakteristieke/cultuurhistorische hoofdvorm, dan wel een passend alternatief binnen redelijke termijn zal worden herbouwd.
  • d. Alvorens een omgevingsvergunning te verlenen als bedoeld in sub a wint het bevoegd gezag advies in bij de gemeentelijke monumentencommissie over het belang van het behoud van de karakteristieke/cultuurhistorische waarde.
51.2.4 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen in de zin dat:

  • a. een pand wordt verwijderd van de lijst Karakteristieke panden, indien de gemeentelijke monumentencommissie van oordeel is dat het de bescherming van het pand vanuit cultuurhistorisch oogpunt de het niet langer noodzakelijk is, dan wel indien een sloopvergunning is verleend voor het slopen van het pand;
  • a. een pand wordt toegevoegd aan de lijst Karakteristieke panden, indien de gemeentelijke monumentencommissie van oordeel is dat de bescherming van een pand vanuit cultuurhistorisch oogpunt noodzakelijk is.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Artikel 52 Overgangsrecht

52.1 Overgangsrecht bouwwerken
  • a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
    • 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    • 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
  • b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van bepaalde in sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in sub a met maximaal 10 %.
  • c. Het bepaalde in sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
52.2 Overgangsrecht gebruik
  • a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
  • b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
  • c. Indien het gebruik, bedoeld in sub a, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
  • d. Het bepaalde in sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 53 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als:


Regels van het bestemmingsplan Buitengebied Horst aan de Maas.