De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a verkeer in de vorm van ontsluitingsstructuren, fiets- en voetpaden;
b parkeren;
c geluidschermen;
d groen;
e voorzieningen van openbaar nut;
f water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
Op de voor 'Verkeer' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd.
Regels met betrekking tot bouwwerken, geen gebouw zijnde:
a
de bouwhoogte mag niet meer dan
b dienen voor het overige naar aard en afmetingen bij deze bestemming te passen.
a Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van:
1 het straat- en bebouwingsbeeld;
2 de milieusituatie;
3 de verkeersveiligheid;
4 de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
5 de sociale veiligheid;
6 de externe veiligheid;
b Deze nadere eisen kunnen uitsluitend worden gesteld met het oog op de verbetering respectievelijk waarborging van de ruimtelijke- en stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving.
c Bij de gebruikmaking van de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen is de procedure als genoemd in 21.1 van toepassing.
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 8.1 en 8.2 ten behoeve van de bouw van portalen, entrees en erkers, aansluitend aan als 'Wonen' bestemde gebouwen die zijn gelegen binnen de aangegeven bouwvlakken, mits:
a
de oppervlakte van het portaal, de entree of de
erker niet meer dan
b
de hoogte van het portaal, de entree of de erker
niet meer dan
De omgevingsvergunning als bedoeld in 8.4.1 wordt slechts verleend indien:
a de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad;
b er geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woonmilieu ontstaan of kunnen ontstaan;
c de parkeerbalans in de directe omgeving niet onevenredig nadelig wordt of kan worden beïnvloed;
d aan het stedenbouwkundig beeld en aan de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse geen afbreuk wordt gedaan.
Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de gronden en opstallen anders dan het toegestane gebruik op grond van het bepaalde in artikel 8.1, alsmede het gebruik ten behoeve van verkooppunten van motorbrandstoffen alsmede (straat)prostitutie.