De voor 'Waterstaat – Beschermingszone/ Herinrichtingszone'
aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende
bestemmingen(en), mede bestemd voor het beheer, behoud en bescherming van de
aanliggende waterlopen, in een strook van
a herinrichting van de watergang alsmede het behoud en de ontwikkeling van natuurlijke en landschappelijke waarden en ecologische relaties;
b tijdelijke opvang en berging van water.
Een en ander met bijbehorende voorzieningen.
Op de voor ‘Waterstaat – Beschermingszone/ Herinrichtingszone’ aangewezen gronden mag niet worden
gebouwd, anders dan bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de
bestemming 'Waterstaat – Beschermingszone/ Herinrichtingszone'
van geringe omvang welke noodzakelijk zijn voor het beheer en onderhoud, met
dien verstande, dat de bouwhoogte van deze bouwwerken ten hoogste
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 15.2 en toestaan dat wordt gebouwd ten dienste van en conform de (basis)bestemming.
Een in artikel 15.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien door de bouw en situering van de betreffende bebouwing geen schade mag worden of kan worden toegebracht aan de watergang, alsmede de in artikel 15.1 genoemde waarden, en onder de voorwaarde dat voorafgaand advies wordt gewonnen van de beheersinstantie van de betreffende watergang.
Onder strijdig gebruik met de bestemming wordt ten minste verstaan het gebruik van de gronden voor:
a opslagdoeleinden, zoals het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van puin, vuil of andere vaste of vloeibare afvalstoffen.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
a het aanleggen of aanbrengen van oeverbeschoeiingen;
b het aanleggen van dijken of andere taluds of het vergraven of ontgraven van reeds bestaande dijken en taluds.
Het in artikel 15.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op de volgende werken en werkzaamheden:
a normale en onderhoudswerkzaamheden;
b werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis;
c werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde omgevingsvergunning, vrijstelling/ontheffing/afwijking of anderszins mogen worden uitgevoerd.
De in artikel 15.5.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien door die werken of werkzaamheden danwel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen de in bestemmingsomschrijving van dit artikel genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast danwel de mogelijkheden voor het herstel van die doeleinden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind.
Het bevoegd gezag verstrekt eerst dan een omgevingsvergunning nadat advies is ingewonnen bij de waterbeheerder.