REGELS
INHOUDSOPGAVE
1 Inleidende regels 5
Artikel 1 Begrippen 5
Artikel 2 Wijze van meten 10
2 Bestemmingsregels 11
Artikel 3 Agrarisch 11
Artikel 4 Bedrijf 12
Artikel 5 Detailhandel 15
Artikel 6 Groen 17
Artikel 7 Horeca 18
Artikel 8 Maatschappelijk 19
Artikel 9 Sport 20
Artikel 10 Tuin 21
Artikel 11 Verkeer 22
Artikel 12 Wonen 23
Artikel 13 Leiding – Riool (dubbelbestemming) 26
Artikel 14 Waarden – Natuur en Landschappelijk (dubbelbestemming) 28
3 Algemene regels 29
Artikel 15 Anti-dubbeltelregel 29
Artikel 16 Algemene bouwregels 30
Artikel 17 Algemene gebruiksregels 31
Artikel 18 Algemene afwijkingsregels 32
Artikel 19 Algemene procedureregels 33
Artikel 20 Algemene nadere eisen 34
4 Overgangs- en slotregels 35
Artikel 21 Overgangsrecht 35
Artikel 22 Slotregel 36
Bijlage 1: Staat van Bedrijfsactiviteiten
1 INLEIDENDE REGELS
Artikel 1 Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder:
1.1 plan
het bestemmingsplan ‘Kom Wilbertoord’ van gemeente Mill en Sint Hubert.
1.2 bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0815.BPL10015HWI-VA01 met de bijbehorende regels en de bijlage Staat van Bedrijfsactiviteiten.
1.3 aanbouw
een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw.
1.4 aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
1.5 aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
1.6 afhankelijke woonruimte
een (gedeelte) van een bouwwerk dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is.
1.7 bebouwing
een of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
1.8 bebouwingspercentage
een in het plan aangeduid percentage, dat de grootte van het in de regels aangegeven terrein aangeeft dat ten hoogste mag worden bebouwd.
1.9 bedrijf
een bedrijf dat gericht is op het vervaardigen bewerken en/of verwerken van producten zoals genoemd in de Staat van Bedrijfsactiviteiten, niet zijnde detailhandel, kantoor, maatschappelijke voorzieningen, dienstverlening en horeca.
1.10 bedrijf aan huis
een bedrijf dat in een woning en de daarbij behorende bebouwing door de bewoner wordt uitgeoefend en dat is gericht op het vervaardigen van producten en/of het leveren van diensten, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.
1.11 bedrijfsgebouw
een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf. Hieronder wordt mede verstaan een bedrijfsverzamelgebouw.
1.12 bedrijfsverzamelgebouw
een bedrijfsgebouw dat in gebruik is door meer dan één bedrijf.
1.13 bedrijfsvloeroppervlak
de totale oppervlakte van de voor bedrijfsuitoefening benodigde bedrijfsruimte, inclusief de opslag- en administratieruimten en dergelijke.
1.14 beroep aan huis
een dienstverlenend beroep dat in een woning en de daarbij behorende bebouwing door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.
1.15 bestaand
a. bij bouwwerken: op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan krachtens een omgevingsvergunning aanwezig of in uitvoering, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning;
b. bij gebruik: bestaand op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, mits dat niet reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan inclusief de overgangsbepaling van dat plan.
1.16 bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak.
1.17 bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
1.18 bijgebouw
een al dan niet vrijstaand gebouw, dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw.
1.19 bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.
1.20 bouwgrens
de grens van een bouwvlak.
1.21 bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
1.22 bouwperceelgrens
de grens van een bouwperceel.
1.23 bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
1.24 bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
1.25 detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), het verkopen, verhuren en leveren van goederen geen motorbrandstoffen zijnde, aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
1.26 detailhandel volumineus
detailhandel die vanwege de omvang van de gevoerde artikelen een groot oppervlak nodig heeft voor de uitstalling, zoals de verkoop van auto's, boten, caravans, keukens en sanitair, grove bouwmaterialen en landbouwwerktuigen, alsmede bouwmarkten.
1.27 dienstverlening
het bedrijfsmatig verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen.
1.28 gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
1.29 gebruiken
gebruiken, het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven.
1.30 geluidszoneringsplichtige inrichting
inrichting als bedoeld in artikel 41 van de Wet geluidhinder, die in belangrijke mate geluidhinder kan veroorzaken en wordt aangewezen in artikel 2.4 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit Wet milieubeheer.
1.31 gevellijn
de als zodanig aangegeven lijn en het verlengde daarvan, die niet door hoofdgebouwen mag worden overschreden.
1.32 grondgebonden woning
een woning die rechtstreeks toegankelijk is op het straatniveau.
1.33 hogere grenswaarde
een maximale waarde voor de geluidsbelasting, die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder.
1.34 hoofdgebouw
een gebouw, dat door zijn constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken.
1.35 horeca
het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf, waaronder bed & breakfast, discotheek, feestzaal en partyboerderij.
1.36 huishouden
een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen voeren.
1.37 inwoning
wonen in een ondergeschikt deel van een woning als medegebruiker van het pand waarbij de gezamenlijke oppervlakte van de inwoonsituatie niet groter mag zijn dan 30% van de totale leefruimte van de woning.
1.38 jongerenontmoetingsplek
een geformaliseerde hangplek voor jongeren in de vorm van een overkapping al dan niet met zitgelegenheid.
1.39 kantoor
het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen.
1.40 maatschappelijke diensten/ voorzieningen
voorzieningen inzake welzijn, volksgezondheid, cultuur, religie, onderwijs, openbare orde en veiligheid en daarmee gelijk te stellen sectoren.
1.41 mantelzorg
het bieden van zorg in een woning aan een ieder die hulpbehoevend is op fysiek, psychisch en/of sociaal vlak, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en die een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.
1.42 normaal onderhoud, gebruik en beheer
een gebruik gericht op het in zodanige conditie houden of brengen van objecten dat het voortbestaan van deze objecten op ten minste het bestaande kwaliteitsniveau wordt bereikt.
1.43 nutsvoorzieningen
voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen en apparatuur voor telecommunicatie.
1.44 overkapping
een bouwwerk met een open constructie zonder eigen wanden, op het erf van een gebouw of standplaats, dat strekt tot vergroting van het woongenot van het gebouw of de standplaats.
1.45 peil
a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang + 25 cm;
b. voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang + 25 cm.
1.46 prostitutie
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding.
1.47 risicovolle inrichting
inrichting als bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen, zoals dit geldt op het tijdstip van de vaststelling van het plan.
1.48 seksinrichting
een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotische/pornografische aard plaatsvinden, waaronder in ieder geval worden verstaan: een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar.
1.49 staat van bedrijfsactiviteiten
een als bijlage bij deze regels behorende en daarvan onderdeel uitmakende lijst van bedrijven.
1.50 straatmeubilair
bouwwerken, bedoeld als voorziening in het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de openbare ruimte, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, informatieborden, zitbanken, hekken, speeltoestellen en hondentoiletten.
1.51 uitbouw
een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw.
1.52 uitvoeren
uitvoeren, het doen uitvoeren, laten uitvoeren en in uitvoering geven.
1.53 voorgevel
de gevel van een gebouw, die is gekeerd naar de weg of het openbaar gebied waarop het bouwperceel overwegend georiënteerd is (bij een hoekperceel met een grondgebonden woning is er slechts sprake van één voorgevel).
1.54 woning/ zelfstandige woonruimte
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, met dien verstande dat onder een:
a. aaneengebouwde woning wordt verstaan:
een woning die deel uitmaakt van een blok van meer dan twee woningen, waarvan het hoofdgebouw aan tenminste één zijde aan het op het aangrenzende bouwperceel gelegen hoofdgebouw is gebouwd;
b. gestapelde woning wordt verstaan:
een woning die geheel of gedeeltelijk boven/ onder een andere woning is gelegen;
c. patiowoning wordt verstaan:
een aaneengebouwde woning met een open binnenplaats;
d. twee- aaneen (halfvrijstaande woning) wordt verstaan:
een woning waarvan het hoofdgebouw met één zijgevel in de zijdelingse bouwperceelgrens is gebouwd en waarvan de afstand tot de andere zijdelingse bouwperceelgrens ten minste 3 m bedraagt, voor zover deze afstand niet door middel van een bouwvlak is vastgelegd; de woning kan deel uitmaken van een blok van ten hoogste twee woningen;
e. vrijstaande woning wordt verstaan:
een woning waarvan de afstand van beide zijgevels van het hoofdgebouw tot de zijdelingse bouwperceelgrenzen ten minste 3 m bedraagt, voor zover deze afstand niet door middel van een bouwvlak is vastgelegd.
1.55 zijdelingse (bouw) perceelgrens
een niet naar een weg of openbaar gebied gekeerde grens van een bouwperceel.
Artikel 2 Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
2.1 Definitiebepaling
2.1.1 de dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.
2.1.2 de bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
2.1.3 de goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
2.1.4 de inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
2.1.5 de oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
2.1.6 lengte, breedte en diepte van een bouwwerk
tussen (de lijnen getrokken langs) de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van gemeenschappelijke scheidingsmuren).
2.1.7 ondergrondse (verticale) bouwdiepte van een bouwwerk
vanaf het peil tot de afgewerkte vloer van het ondergrondse (deel van het) bouwwerk.
2.2 Dakkapel en goothoogte
Bij toepassing van het meten van de goothoogte van een bouwwerk worden dakkapellen buiten beschouwing gelaten, behoudens dakkapellen waarvan de gezamenlijke breedte meer bedraagt dan 50% van de breedte van het betreffende dakvlak. De goothoogte wordt dan gemeten vanaf het peil tot aan de goot van de dakkapel.
2 BESTEMMINGSREGELS
Artikel 3 Agrarisch
3.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. duurzaam agrarisch grondgebruik;
met bijbehorende bouwwerken geen gebouwen zijnde, wegen en paden, groenvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding.
3.2 Bouwregels
3.2.1 Bouwwerken geen gebouw zijnde
Bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde tot een hoogte van maximaal 2,50 m.
3.3 Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend:
a. voor bewoning;
b. voor kampeerdoeleinden;
c. voor de uitoefening van enige tak van handels-, detailhandels- en bedrijfsdoeleinden.
Artikel 4 Bedrijf
4.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. bedrijven in de categorieën 1 en 2 van de in bij deze regels opgenomen bijlage Staat van bedrijfsactiviteiten;
b. één bedrijfswoning per bedrijf;
c. ter plaatse van de aanduiding ‘-bw’ 'bedrijfswoning uitgesloten’ is géén bedrijfswoning toegestaan;
d. ter plaatse van de aanduiding ‘sb-u’ 'specifieke vorm van bedrijf - uitstalling in de buitenlucht' is uitstalling van producten in de buitenlucht toegestaan;
e. het bouwperceel mag niet groter zijn dan 5.000 m² en niet kleiner dan 1.000 m2;
met bijbehorende gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, wegen en paden, parkeervoorzieningen (zie hiertoe mede artikel 16.2), groenvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, tuin en erven.
4.2 Bouwregels
4.2.1 Gebouwen
Gebouwen voldoen aan de volgende kenmerken:
a. gebouwd binnen het bouwvlak;
b. de goothoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximale goothoogte' is aangegeven;
c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte' is aangegeven;
d. het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage' is aangegeven;
e. voor gebouwen ten dienste van een bedrijfswoning geldt voorts het bepaalde in artikel 4.2.3 en artikel 4.2.4.
4.2.2 Bouwwerken geen gebouw zijnde
Bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt:
a. bij erf- en terreinafscheidingen vóór (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw maximaal 1 m;
b. bij erf- en terreinafscheidingen achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw maximaal 2 m;
c. bij overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde maximaal 3,5 m;
d. vlaggenmasten tot maximaal 6 m.
4.2.3 Bedrijfswoning, bepalingen omtrent hoofdgebouwen
Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels:
a. per bedrijf is één bedrijfswoning toegestaan;
b. gebouwd binnen het bouwvlak tot maximaal 750 m3;
c. als deze bedrijfswoning al buiten een van de gebouwen uit artikel 4.2.1 is gebouwd (niet inpandig) mag deze niet inpandig worden herbouwd;
d. afstand tot de zijdelingse perceelsgrens is aan beide zijden minimaal 3 m tenzij de verschijningsvorm van de bedrijfswoning ‘twee-aaneengebouwd’ is in welk geval de afstand aan één zijde 3 m is;
e. de goothoogte mag niet meer dan 6 m bedragen;
f. de bouwhoogte mag niet meer dan 11 m bedragen.
4.2.4 Bedrijfswoning, bepalingen omtrent aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen.
Voor het bouwen van aan- uit- en bijgebouwen en overkappingen bij bedrijfswoningen gelden de volgende regels:
a. gebouwd binnen het bouwvlak;
b. goothoogte maximaal 3 m;
c. bouwhoogte maximaal 6 m met dien verstande dat:
1. tot 1 m uit de perceelsgrens de maximale bouwhoogte maximaal 4 m bedraagt, en
2. tot 2 m uit de perceelsgrens de maximale bouwhoogte maximaal 5 m bedraagt;
d. minimaal 2 m achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw met dien verstande dat:
· bouwhoogte maximaal 3 m bedraagt;
· horizontale diepte maximaal 1,5 m bedraagt;
e. uitbouwen zoals een erker bij het hoofdgebouw van de op de gronden gelegen woning mogen worden gebouwd, mits de:
1. ligging vóór de voorgevel maximaal 1,5 m bedraagt;
2. ligging uit de voorste perceelsgrens minimaal 2 m bedraagt;
3. breedte niet groter is dan 2/3 van de breedte van de naar de weg gekeerde gevel van het hoofdgebouw;
4. bouwhoogte maximaal 3 m bedraagt.
4.2.5 Reclame-uitingen
a. aantal per bedrijf maximaal 1;
b. niet op het dak;
c. niet verlicht;
d. hoogte los geplaatste reclame-uiting bedraagt maximaal 3,5 m;
e. oppervlakte los geplaatste reclame-uiting maximaal 3 m²;
f. oppervlakte reclame-uiting aan de gevel maximaal 10 m².
4.2.6 Ondergronds bouwen
a. ondergronds bouwen alleen onder gebouwen;
b. verticale diepte bedraagt maximaal 4 m.
4.3 Specifieke gebruiksegels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend:
a. risicovolle bedrijven zoals bedrijven die vallen onder het Besluit Risico’s Zware Ongevallen (BRZO) en daarmee naar aard en omvang gelijk te stellen bedrijven;
b. Geluidzoneringsplichtige inrichtingen als bedoeld in de Wet geluidhinder;
c. Inrichtingen als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi);
d. buitenopslag aan een openbaar zichtbare zijde van het bedrijf.
4.4 Afwijking van de gebruiksregels
4.4.1 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen toestemming verlenen om af te wijken van het bepaalde in artikel 4.1 voor het toestaan van een ander bedrijf dan ter plaatse is toegestaan.
4.4.2 Voorwaarden voor afwijking
Afwijking als bedoeld in artikel 4.4.1 kan slechts worden verleend, mits:
a. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad;
b. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad;
c. de afwijking voorzien wordt van een goede ruimtelijke onderbouwing.
Artikel 5 Detailhandel
5.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Detailhandel' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. detailhandel;
b. één bedrijfswoning;
met bijbehorende gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, wegen en paden, parkeervoorzieningen (zie hiertoe mede artikel 16.2), groenvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, tuinen en erven.
5.2 Bouwregels
5.2.1 Gebouwen
Gebouwen voldoen aan de volgende kenmerken:
a. gebouwd binnen het bouwvlak;
b. de goothoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximale goothoogte' is aangegeven;
c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte' is aangegeven;
d. het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage' is aangegeven;
e. voor gebouwen ten dienste van een bedrijfswoning geldt voorts het bepaalde in artikel 5.2.3 en 5.2.4.
5.2.2 Bouwwerken geen gebouw zijnde
Bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt:
a. bij erf- en terreinafscheidingen vóór (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw maximaal 1 m;
b. bij erf- en terreinafscheidingen achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw maximaal 2 m;
c. bij overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde maximaal 3,5 m;
d. vlaggenmasten tot maximaal 6 m.
5.2.3 Bedrijfswoning, bepalingen omtrent hoofdgebouwen
Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels:
a. per bedrijf is één bedrijfswoning toegestaan;
b. gebouwd binnen het bouwvlak tot maximaal 750 m3;
c. als deze bedrijfswoning al buiten een van de gebouwen uit artikel 5.2.1 is gebouwd (niet inpandig) mag deze niet inpandig worden herbouwd;
d. afstand tot de zijdelingse perceelsgrens is aan beide zijden minimaal 3 m tenzij de verschijningsvorm van de bedrijfswoning ‘twee-aaneengebouwd’ is in welk geval de afstand aan één zijde 3 m is;
e. de goothoogte mag niet meer dan 6 m bedragen;
f. de bouwhoogte mag niet meer dan 11 m bedragen.
5.2.4 Bedrijfswoning, bepalingen omtrent aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen.
Voor het bouwen van aan- uit- en bijgebouwen en overkappingen bij bedrijfswoningen gelden de volgende regels:
a. gebouwd binnen het bouwvlak;
b. goothoogte maximaal 3 m;
c. bouwhoogte maximaal 6 m met dien verstande dat:
1. tot 1 m uit de perceelsgrens de maximale bouwhoogte maximaal 4 m bedraagt, en
2. tot 2 m uit de perceelsgrens de maximale bouwhoogte maximaal 5 m bedraagt;
d. minimaal 2 m achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw met dien verstande dat:
1. aanbouwen (zoals erkers) tot (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw mogen worden gebouwd, mits de:
· bouwhoogte maximaal 3 m bedraagt;
· horizontale diepte maximaal 1,5 m bedraagt;
2. overkappingen (zoals carports) tot (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw mogen worden gebouwd, mits de bouwhoogte maximaal 3m bedraagt.
e. uitbouwen zoals een erker bij het hoofdgebouw van de op de gronden gelegen woning mogen worden gebouwd, mits de:
1. ligging vóór de voorgevel maximaal 1,5 m bedraagt;
2. ligging uit de voorste perceelsgrens minimaal 2 m bedraagt;
3. breedte niet groter is dan 2/3 van de breedte van de naar de weg gekeerde gevel van het hoofdgebouw;
4. bouwhoogte maximaal 3 m bedraagt.
5.2.5 Reclame-uitingen
a. aantal per bedrijf maximaal 1;
b. niet op het dak;
c. niet verlicht;
d. hoogte los geplaatste reclame-uiting bedraagt maximaal 3,5 m;
e. oppervlakte los geplaatste reclame-uiting maximaal 3 m²;
f. oppervlakte reclame-uiting aan de gevel maximaal 5 m².
5.2.6 Ondergronds bouwen
a. ondergronds bouwen alleen onder gebouwen;
b. verticale diepte bedraagt maximaal 4 m.
Artikel 6 Groen
6.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. groenvoorzieningen, bermen en beplanting;
b. nutsvoorzieningen;
met bijbehorende gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wegen en paden, parkeervoorzieningen (zie hiertoe mede artikel 16.2) speelvoorzieningen en ontmoetingsvoorzieningen voor groepen mensen, straatmeubilair, waterhuishoudkundige doeleinden, waterberging en waterlopen;
6.2 Bouwregels
6.2.1 Gebouwen
Gebouwen voldoen aan de volgende kenmerken:
a. nutsvoorzieningen tot maximaal 50 m² en tot maximaal 4 m hoog.
6.2.2 Bouwwerken geen gebouwen zijnde
De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt:
a. maximaal 8 m voor speelvoorzieningen;
b. maximaal 10 m voor de wegaanduiding, geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer;
c. maximaal 6 m voor overige bouwwerken;
d. vlaggenmasten tot maximaal 6 m.
7.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. horeca;
met bijbehorende gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, wegen en paden, parkeervoorzieningen (zie hiertoe mede artikel 16.2), groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding en erven.
7.2 Bouwregels
7.2.1 Gebouwen
Gebouwen voldoen aan de volgende kenmerken:
a. gebouwd binnen het bouwvlak;
b. de goothoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximale goothoogte' is aangegeven;
c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte' is aangegeven;
d. het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage' is aangegeven.
7.2.2 Bouwwerken geen gebouw zijnde
Bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt:
a. bij erf- en terreinafscheidingen vóór (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw maximaal 1 m;
b. bij erf- en terreinafscheidingen achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw maximaal 2 m;
c. bij overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde maximaal 3,5 m;
d. vlaggenmasten tot maximaal 6 m.
7.2.3 Reclame-uitingen
a. aantal per bedrijf maximaal 1;
b. niet op het dak;
c. niet verlicht;
d. hoogte los geplaatste reclame-uiting bedraagt maximaal 3,5 m;
e. oppervlakte los geplaatste reclame-uiting maximaal 3 m²;
f. oppervlakte reclame-uiting aan de gevel maximaal 5 m².
7.2.4 Ondergronds bouwen
a. ondergronds bouwen alleen onder gebouwen;
b. verticale diepte bedraagt maximaal 4 m.
8.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. maatschappelijke voorzieningen;
b. ter plaatse van de aanduiding 'begraafplaats' voor een begraafplaats;
met bijbehorende gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, wegen en paden, parkeervoorzieningen (zie hiertoe mede artikel 16.2), speelvoorzieningen, groenvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding en erven.
8.2 Bouwregels
8.2.1 Gebouwen
Gebouwen voldoen aan de volgende kenmerken:
a. gebouwd binnen het bouwvlak;
b. de goothoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximale goothoogte' is aangegeven;
c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte' is aangegeven;
d. het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage' is aangegeven.
8.2.2 Bouwwerken geen gebouw zijnde
Bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt:
a. bij erf- en terreinafscheidingen vóór (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw maximaal 1 m;
b. bij erf- en terreinafscheidingen achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw maximaal 2 m;
c. bij overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde maximaal 3,5 m;
d. vlaggenmasten tot maximaal 6 m.
8.2.3 Ondergronds bouwen
a. ondergronds bouwen alleen onder gebouwen;
b. verticale diepte bedraagt maximaal 4 m.
9.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. sportactiviteiten met uitzondering van gemotoriseerde sporten;
met bijbehorende gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, wegen en paden, tribune, horeca ondergeschikt aan en behorende bij de sportactiviteiten, sanitaire voorzieningen, parkeervoorzieningen (zie hiertoe mede artikel 16.2), speelvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding.
9.2 Bouwregels
9.2.1 Gebouwen
Gebouwen voldoen aan de volgende kenmerken:
a. tot een oppervlakte van maximaal 50 m2 groot en een bouwhoogte van maximaal 4 m zowel binnen als buiten het bouwvlak;
b. tot maximaal 5% van het bestemmingsvlak;
En voor het overige:
c. gebouwd binnen het bouwvlak;
d. de goothoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximale goothoogte' is aangegeven;
e. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte' is aangegeven;
f. het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage' is aangegeven.
9.2.2 Bouwwerken geen gebouw zijnde
De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt:
a. bij speelinstallaties, lichtmasten en ballenvangers maximaal 20 m;
b. bij overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde maximaal 4 m;
c. vlaggenmasten tot maximaal 6 m.
9.2.3. Reclame-uitingen
a. aantal per bedrijf maximaal 1;
b. niet op het dak;
c. niet verlicht;
d. hoogte los geplaatste reclame-uiting bedraagt maximaal 3,5 m;
e. oppervlakte los geplaatste reclame-uiting maximaal 3 m²;
f. oppervlakte reclame-uiting aan de gevel maximaal 5 m².
Artikel 10 Tuin
10.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. tuinen;
met bijbehorende gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, erven, water(voorzieningen) en parkeerplaatsen op de eigen oprit (zie hiertoe mede artikel 16.2).
10.2 Bouwregels
10.2.1 Erkers
Uitbouwen zoals een erker bij het hoofdgebouw van de op de aangrenzende gronden gelegen woning mogen worden gebouwd, mits de:
a. ligging vóór de voorgevel maximaal 1,5 m bedraagt;
b. ligging uit de voorste perceelsgrens minimaal 2 m bedraagt;
c. breedte niet groter is dan 2/3 van de breedte van de naar de weg gekeerde gevel van het hoofdgebouw;
d. bouwhoogte maximaal 3 m bedraagt.
10.2.2 Overkappingen (zoals carports)
Overkappingen zoals een carport bij het hoofdgebouw van de op de aangrenzende gronden gelegen woning mogen worden gebouwd, mits de:
a. ligging vóór het verlengde van de voorgevel maximaal 2 m bedraagt;
b. ligging uit de voorste perceelsgrens minimaal 2 m bedraagt;
c. bouwhoogte maximaal 3 m bedraagt;
d. vóór het verlengde van de voorgevel niet met enige wand omsloten.
10.2.3 Overkappingen (zoals luifels)
Overkappingen zoals een luifel bij het hoofdgebouw van de op de aangrenzende gronden gelegen woning mogen worden gebouwd, mits de:
a. ligging vóór de voorgevel maximaal 1,5 m bedraagt;
b. ligging uit de voorste perceelsgrens minimaal 2 m bedraagt;
c. breedte niet groter is dan 1/3 van de breedte van de naar de weg gekeerde gevel van het hoofdgebouw;
d. bouwhoogte maximaal 3 m bedraagt.
10.2.4 Bouwwerken geen gebouwen zijnde
De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt:
a. bij erf- en terreinafscheidingen maximaal 1 m met dien verstande dat bij een open constructie dit 1,5 m mag bedragen;
b. bij overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde maximaal 3,5 m;
c. vlaggenmasten tot maximaal 6 m;
d. reclamenuitingen bij een beroep aan huis en een bedrijf aan huis mogen uitsluitend aan de gevel worden geplaatst tot een oppervlakte van 0,2 m².
Artikel 11 Verkeer
11.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. de afwikkeling van het verkeer met bijhorende verblijfsruimte;
b. nutsvoorzieningen;
met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, paden, parkeervoorzieningen (zie hiertoe mede artikel 16.2), groen-, speelvoorzieningen en ontmoetingsvoorzieningen voor groepen mensen, straatmeubilair; waterhuishoudkundige doeleinden, waterberging en waterlopen.
11.2 Bouwregels
11.2.1 Bouwwerken geen gebouwen zijnde
De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt:
a. maximaal 8 m voor speelvoorzieningen;
b. maximaal 10 m voor de wegaanduiding, geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer;
c. maximaal 6 m voor overige bouwwerken.
Artikel 12 Wonen
12.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. de woonfunctie;
b. ter plaatse van de aanduiding ‘-bg’ ‘bijgebouwen uitgesloten' zijn géén bijgebouwen toegestaan;
c. beroep aan huis;
met bijbehorende gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, parkeervoorzieningen (zie hiertoe mede artikel 16.2) water en waterhuishoudkundige voorzieningen, tuinen en erven.
12.2 Bouwregels
12.2.1 Hoofdgebouwen
Hoofdgebouwen voldoen aan de volgende kenmerken:
a. gebouwd binnen het bouwvlak;
b. afstand tot de zijdelingse bouwperceelsgrens is ter plaatse van de aanduiding:
1. 'vrijstaand' aan beide zijden minimaal 3 m;
2. 'twee-aaneen' aan één zijde minimaal 3 m;
3. 'aaneengebouwd' aan de niet-aangebouwde zijde van de eindwoning minimaal 2 m;
4. indien in afwijking van het bepaalde onder b ten tijde van de tervisielegging van het ontwerp van het plan, de afstand tot de zijdelingse bouwperceelsgrens minder bedraagt dan mag deze afstandsmaat worden gehandhaafd;
c. de goothoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximale goothoogte' is aangegeven;
d. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte' is aangegeven;
e. de minimale en maximale breedte van een hoofdgebouw is ter plaatse van de aanduiding:
1. 'vrijstaand' 7 m respectievelijk 15 m;
2. 'twee-aaneen' 5 m respectievelijk 9 m;
3. 'aaneengebouwd' 5 m respectievelijk 7 m;
f. de dakhelling dient minimaal 20° en maximaal 65° te zijn.
12.2.2 Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen
Aan- uit- en bijgebouwen en overkappingen mogen binnen en buiten het bouwvlak worden gebouwd en voldoen aan de volgende kenmerken:
a. goothoogte maximaal 3 m;
b. bouwhoogte maximaal 6 m met dien verstande dat:
c. minimaal 2 m achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw met dien verstande dat:
1. uitbouwen (zoals erkers) tot (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw mogen worden gebouwd, mits de:
· bouwhoogte maximaal 3 m bedraagt;
· horizontale diepte maximaal 1,5 m bedraagt;
2. overkappingen (zoals carports) tot (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw mogen worden gebouwd, mits de bouwhoogte maximaal 3 m bedraagt;
3. ter plaatste van de aanduiding 'vrijstaand' geldt ook dat één zijde naast het hoofdgebouw vrij van gebouwen moet blijven over een strook van minimaal 3 m breed tot 8 m achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw;
d. uitbouwen zoals een erker bij het hoofdgebouw van de op de gronden gelegen woning mogen worden gebouwd, mits de:
1. ligging vóór de voorgevel maximaal 1,5 m bedraagt;
2. ligging uit de voorste perceelsgrens minimaal 2 m bedraagt;
3. breedte niet groter is dan 2/3 van de breedte van de naar de weg gekeerde gevel van het hoofdgebouw;
4. bouwhoogte maximaal 3 m bedraagt;
e. gezamenlijke oppervlakte buiten bouwvlak per hoofdgebouw op bouwpercelen met een oppervlakte:
1. op bouwpercelen met een oppervlakte;
|
van |
tot |
maximaal |
|
0 m² |
125 m² |
50 m² |
|
125 m² |
250 m² |
75 m² |
|
250 m² |
500 m² |
100 m² |
|
500 m² |
1.000 m² |
125 m² |
|
1.000 m² |
> 1.000 m² |
150 m² |
12.2.3 Bouwwerken geen gebouwen zijnde
a. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt:
b. reclamenuitingen bij een beroep aan huis en een bedrijf aan huis mogen uitsluitend aan de gevel worden geplaatst tot een oppervlakte van 0,2 m².
12.2.4 Ondergronds bouwen
Voor ondergronds bouwen gelden de volgende regels:
a. ondergronds bouwen alleen onder gebouwen
b. verticale diepte bedraagt maximaal 4 m.
12.3 Specifieke gebruiksregels
12.3.1 Beroep aan huis
Een aan huis verbonden beroep moet voldoen aan de volgende regels:
a. maximaal 40% van de vloeroppervlakte van de woning inclusief aan- en uitbouwen en bijgebouwen met een maximum van in totaal 75 m²;
b. degene die de activiteiten uitvoert, is bewoner van de woning;
c. er is geen detailhandel, uitgezonderd beperkte verkoop als onderschikte activiteit en wel in verband met die activiteit toegestaan.
12.3.2 Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend:
a. Het gebruik van een deel van het hoofdgebouw als afhankelijke woonruimte;
b. Het gebruik van (vrijstaande) bijgebouwen als zelfstandige woonruimte en als afhankelijke woonruimte.
12.4 Afwijking van de gebruiksregels
12.4.1 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen toestemming verlenen om af te wijken van het bepaalde in artikel 12.1 ten behoeve van het gebruik van de gronden en bouwwerken voor een bedrijf aan huis, detailhandel of dienstverlening van ondergeschikte aard in een gedeelte van een hoofdgebouw en/of een uit-, aan- of bijgebouw mits:
a. het geen volumineuze detailhandel of een supermarkt betreft;
b. het een bedrijf betreft dat qua aard en omvang past in de functie van de kern Wilbertoord;
12.4.2 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen toestemming verlenen om af te wijken van het bepaalde in artikel 12.3.2 onder a en b:
a. ten behoeve van het gebruik als afhankelijke woonruimte in een gedeelte van een hoofdgebouw en/of een uit-, aan- of bijgebouw mits:
12.4.3 Voorwaarden voor afwijking
Afwijking als bedoeld in artikel 12.4.1 en 12.4.2 kan slechts worden verleend, mits:
a. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad;
b. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad;
c. de afwijking voorzien wordt van een goede ruimtelijke onderbouwing.
Artikel 13 Leiding – Riool (dubbelbestemming)
13.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Leiding - Riool' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor:
a. de aanleg, instandhouding en/of bescherming van ondergrondse riooltransportleidingen zoals aangegeven ter plaatse van de aanduiding ‘hartlijn leiding - riool’.
13.2 Bouwregels
13.2.1 Op de gronden binnen de bij de leiding behorende beschermingszone, mogen in afwijking van de bouwregels van de daar voorkomende bestemmingen geen bouwwerken worden gebouwd, behoudens:
a. bouwwerken voor de aanleg en instandhouding van de ondergrondse riooltransportleidingen tot een maximale bouwhoogte van 3 m.
13.3 Afwijking van de bouwregels
13.3.1 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen toestemming verlenen om af te wijken van het bepaalde in artikel 13.2.1:
a. voor het bouwen ten behoeve van de overige bestemmingen van deze gronden mits:
13.4 Specifieke gebruiksegels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval verstaan het gebruik van de grond, waardoor:
a. schade kan optreden aan de riolering;
b. het beheer van de riolering kan worden belemmerd.
13.5Omgevingsvergunning
13.5.1 Werken en werkzaamheden
Het is verboden op de gronden met de bestemming ‘Leiding – Riool’ (dubbelbestemming) zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor aanleggen) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:
a. het aanleggen van wegen of paden en/of andere oppervlakteverhardingen;
b. het uitvoeren van graafwerkzaamheden;
c. het uitvoeren van heiwerken of het anderszins indrijven van voorwerpen in de bodem;
d. het aanbrengen van diepwortelende beplanting en/of bomen;
e. het ophogen, verlagen, afgraven of egaliseren van de bodem, of anderszins wijzigen in maaiveld- of weghoogte.
13.5.2 Uitzondering
Het in lid 13.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:
a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen overeenkomstig de overige bestemmingen van deze gronden, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn;
b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op tijdstip van het van kracht worden van dit bestemmingsplan.
13.5.3 Toelaatbaarheid
De in lid 13.5.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien het behoud van een veilige ligging en de continuïteit van de rioolleiding zijn gewaarborgd.
Alvorens te beslissen over het verlenen van een omgevingsvergunning voor aanleggen winnen burgemeester en wethouders advies in bij de betreffende leidingbeheerder.
Artikel 14 Waarden – Natuur en landschappelijk – (dubbelbestemming)
14.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Waarden – Natuur en landschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. groenvoorzieningen met natuur en landschappelijke waarde;
b. behoud, herstel en ontwikkeling van de aldaar aanwezige dan wel daaraan eigen ecologische, landschappelijke en cultuurhistorische waarden;
c. het herstel van de aaneengeslotenheid waar onnatuurlijke begrenzingen en versnippering is opgetreden door menselijke gebruiksvormen en infrastructuur;
met bijbehorende gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde.
14.2 Bouwregels
14.2.1 Gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde.
Gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde moeten voldoen aan de volgende kenmerken:
a. uitsluitend gebouwen worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 2,5 m, alsmede bouwwerken geen gebouwen zijnde, waarbij de bouwhoogte van hoogspanningsmasten niet meer dan 25 m mag bedragen;
b. erfafscheidingen zijn toegestaan tot een maximale bouwhoogte van 1 m.
3 ALGEMENE REGELS
Artikel 15 Anti-dubbeltelregel
Grond welke eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 16 Algemene bouwregels
16.1 Uitzondering ondergeschikte bouwonderdelen
Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingsvlakken worden ondergeschikte bouwonderdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, zonnecollectoren, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de bouw- of bestemmingsgrens of de bouwhoogte met niet meer dan 1,0 m wordt overschreden.
16.2 Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen
16.2.1 Voor wat betreft de functie wonen moet per woning ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's in voldoende mate ruimte zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. Per woning is hiervoor minimaal 1,8 parkeerplaatsen te realiseren, waarvan 1 parkeerplaats op eigen terrein bij vrijstaande en twee-aaneen woningen.
16.2.2 Voor wat betreft functies anders dan wonen moet, indien de omvang, het gebruik of de bestemming van een gebouw of terrein daartoe aanleiding geeft, ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's in voldoende mate ruimte zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort, dan wel op het betreffende terrein, overeenkomstig de in de publicatie ‘Parkeerkencijfers - basis voor parkeernormering (CROW, maart 2004)’ opgenomen normen.
16.2.3 De in 16.2.1 en 16.2.2 bedoelde ruimte voor het parkeren van auto's moet afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare personenauto's. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan:
a. indien de afmetingen van bedoelde parkeerruimten ten minste 2,5 x 5 m in geval van kops parkeren en 2,5 x 6 m bij langsparkeren bedragen;
b. indien de afmetingen van een gereserveerde parkeerruimte voor een gehandicapte – voor zover die ruimte niet in de lengterichting aan een trottoir grenst - ten minste 3,5 m bij 6 m bedragen.
16.2.4 Indien het gebruik of de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort, overeenkomstig de publicatie ‘Parkeerkencijfers - basis voor parkeernormering (CROW, maart 2004)’ opgenomen normen.
16.2.5 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen toestemming verlenen om af te wijken van het bepaalde in 16.2.1, 16.2.2 16.2.3 en 16.2.4:
a. indien het voldoen aan die regels door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of
b. voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien.
Artikel 17 Algemene gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met het bestemmingsplan, wordt in ieder geval gerekend:
a. het gebruik van de gronden voor opslag van schroot, afbraak- en/of bouwmaterialen, anders dan ten behoeve van de uitvoering van krachtens de bestemming toegelaten bouwactiviteiten en werken en werkzaamheden;
b. het storten van puin en/of afvalstoffen;
c. de stalling en/of opslag van (aan het oorspronkelijke gebruik onttrokken) voer-, vaar- en/of vliegtuigen;
d. het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen;
e. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van seksinrichtingen.
Artikel 18 Algemene afwijkingsregels
18.1 Algemeen
Burgemeester en wethouders kunnen toestemming verlenen om af te wijken van de regels en toestaan dat:
a. het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven;
b. bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft;
c. de maximale bouwhoogte van gebouwen wordt overschreden ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals luchtbehandelingsapparatuur, liftopbouwen en lichtkappen, mits:
1. over een oppervlakte van maximaal 50 m²;
2. hoogte maximaal 25% boven toegestane bouwhoogte betreffend gebouw;
d. hoogte bouwwerken, geen gebouwen zijnde:
1. kunstwerken maximaal 15 m;
2. zend-, ontvang- en/of sirenemasten maximaal 40 m;
3. overige maximaal 10 m;
e. nutsvoorzieningen worden opgericht, zoals transformatorhuisjes en gemaalgebouwtjes met:
1. oppervlakte maximaal 50 m²;
2. hoogte maximaal 3,50 m;
f. straatmeubilair wordt geplaatst, met:
1. oppervlakte maximaal 5 m²;
2. hoogte maximaal 2,50 m;
g. jongerenontmoetingsplekken worden geplaatst, met:
1. oppervlakte maximaal 25 m²;
2. hoogte maximaal 3 m.
18.2 Voorwaarden
Afwijking als bedoeld in 18.1 kan slechts worden verleend, mits geen onevenredige aantasting plaats vindt van:
a. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden;
b. het straat- en bebouwingsbeeld,
c. de woonsituatie;
d. de milieusituatie;
e. de sociale veiligheid;
f. de verkeersveiligheid.
Artikel 19 Algemene procedureregels
Op de voorbereiding van een besluit tot het stellen van nadere eisen is de volgende procedure van toepassing:
a. het ontwerp-besluit tot het stellen van nadere eisen ligt gedurende tenminste 2 weken ter gemeentesecretarie voor een ieder ter inzage;
b. burgemeester en wethouders maken de terinzagelegging van het ontwerp-besluit tevoren bekend in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen, die in de gemeente worden verspreid, en voorts op de gebruikelijk wijze;
c. de bekendmaking houdt in de bevoegdheid van belanghebbenden tot het naar keuze schriftelijk of mondeling indienen van zienswijzen bij burgemeester en wethouders tegen het ontwerp-besluit gedurende de onder a. genoemde termijn;
d. burgemeester en wethouders delen aan hen, die zienswijzen hebben ingediend, de beslissing daaromtrent mede.
Artikel 20 Algemene nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van:
a. een samenhangend stedenbouwkundig beeld, zoals beschreven in het beeldkwaliteitplan;
b. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
c. de verkeersveiligheid;
d. de sociale veiligheid;
e. de milieusituatie.
4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS
Artikel 21 Overgangsrecht
21.1 Overgangsrecht bouwwerken
1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
2. eenmalig kan afwijking worden verleend van het eerste lid voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.
3. het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
21.2 Overgangsrecht gebruik
1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
2. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 22 Slotregel
Deze regels kunnen worden aangehaald als:
Regels bestemmingsplan ‘Kom Wilbertoord’.