Artikel 25       Wro-zone – Wijzigingsgebieden

 

 

 

25.1      Wijzigingsgebied-1 (Zuidwal)

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd om het plan te wijzigen ter plaatse van de aanduiding Wro-zone – Wijzigingsgebied 2 ten behoeve van de realisering van woningen, met inachtneming van de volgende bepalingen:

-         maximaal twee woningen mogen worden gebouwd;

-         als woningtypen zijn toegestaan: halfvrijstaand en vrijstaand;

-         ten aanzien van de maximale hoogte van de hoofdgebouwen geldt:

·       maximale bouwhoogte: 11 m;

·       maximale goothoogte: 8 m;

-         hoofdgebouwen dienen met de voorgevel te zijn georiënteerd op de Zuidwal;

-         de diepte van de woningen mag niet meer bedragen dan 12 m;

-         voor het overige is artikel 18 van de planregels van toepassing.

 

25.2      Wijzigingsgebied-2 (Koestraat 52)

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd om het plan te wijzigen ter plaatse van de aanduiding Wro-zone – Wijzigingsgebied 3 ten behoeve van de realisering van woningen, met inachtneming van de volgende bepalingen:

-     De woonbebouwing in maximaal 3 bouwlagen mag worden gebouwd

-     De goothoogte maximaal 10 m mag bedragen

-     De bebouwing zodanig dient te worden gerealiseerd dat sprake is van een voorgevel gericht naar de Koestraat en een voorgevel gericht naar de Zuidwal

-     Na wijziging van de bestemming maximaal 60% van het bestemmingsvlak mag worden bebouwd

-     Door middel van een stedenbouwkundige analyse moet worden aangetoond dat de cultuurhistorische kwaliteit in de directe omgeving van de Koestraat 52 niet wordt aangetast door toepassing van de wijzigingsbevoegdheid.

-     Voor het overige het bepaalde in artikel 21 (Waarde Cultuurhistorie) van overeenkomstige toepassing is.

 

25.3   Wijzigingsgebied-3 (De Donge)

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd om het plan te wijzigen ter plaatse van de aanduiding Wro-zone – Wijzigingsgebied 3 door de betreffende gronden mede te bestemmen voor het behoud, het herstel of de duurzame ontwikkeling van de aan die gronden eigen zijnde ecologische waarden en kenmerken.