De voor ‘Waarde – Groeiplaats monumentale bomen’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding, de bescherming en het herstel van de monumentale bomen.
22.3 Verhouding met samenvallende bestemmingen
22.3.1 Advies
1. het aanbrengen van boven- en ondergrondse
transport-, energie- of
communicatieleidingen en daarmee
verband houdende constructies,
installaties en apparatuur;
2. het leggen van drainagebuizen;
3. het aanleggen en verharden van wegen,
paden en het
aanbrengen van andere
oppervlakteverhardingen;
4. het verlagen, afgraven, ophogen of
egaliseren van de bodem en/of
gronden;
5. het wijzigen van de grondwaterstand door bevloeiing,
(bron)bemaling, drainage of andere
wijze;
6. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het
op andere wijze van
indrijven van voorwerpen in de bodem;
7. het opslaan van goederen waaronder ook
begrepen het opslaan
van afvalstoffen;
8.
het snoeien, vellen of rooien van bomen.
22.4.2 Uitzonderingen
22.4.3 Toelaatbaarheid
22.5 Advies
Alvorens omtrent het verlenen van vergunning als bedoeld in lid 22.4.1 te beslissen, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij een ter zake deskundige omtrent de vraag of door de voorgenomen werken en/of werkzaamheden het belang van de instandhouding, de bescherming en het herstel van de monumentale bomen niet onevenredig wordt geschaad alsmede omtrent de eventueel te stellen voorwaarden.
22.6 Wijzigingsbevoegdheid
Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd om het plan te wijzigen door de bestemming Waarde – Groeiplaats monumentale bomen te wijzigen of geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien:
1. op basis van onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen monumentale waarden als bedoeld in lid 22.1 (meer) aanwezig zijn,
2. instandhouding, bescherming of herstel van de monumentale boom of bomen niet langer noodzakelijk is;