Plan: Ginneken
Idn: NL.IMRO.0758.BP2009029001-0501
Plantype: gemeentelijke overheid/bestemmingsplan
Status: Onherroepelijk
Planregels
Op deze pagina vindt u de regels behorende bij het plan Ginneken.

Artikel 11 Kantoor

 

11.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Kantoor' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. kantoren op de begane grond;

  2. wonen;

  3. ter plaatse van de aanduiding 'kantoor' is tevens op de verdieping kantoren toegestaan;

  4. ter plaatse van de aanduiding 'wonen uitgesloten' is wonen niet toegestaan;

 

met daarbij behorend:

  1. groen

  2. nutsvoorzieningen;

  3. parkeren;

  4. water.

 

11.2 Bouwregels

 

11.2.1 Gebouwen

  1. gebouwen mogen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘bouwvlak’ worden gebouwd;

  2. het aantal woningen mag niet worden vermeerderd;

  3. het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan 60%, tenzij op de verbeelding ter
    plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' anders is aangegeven;

  4. de goot- en bouwhoogte mag maximaal respectievelijk 6 en 10 meter bedragen, tenzij op de verbeelding ter plaatse door middel van een aanduiding ‘maximale bouwhoogte (m)', 'maximale goot- en bouwhoogte (m)', 'maximale goot-, bouwhoogte (m) en maximum bebouwingspercentage (%)' en/of 'maximale bouwhoogte (m) en maximum bebouwingspercentage (%)' anders is aangegeven;

  5. de bouwdiepte van de verdiepingen, gerekend vanaf de voorgevelrooilijn mag maximaal 15 meter bedragen;

  6. indien de bestaande maatvoering van het pand afwijkt van hetgeen is bepaald onder c en d dan mag deze afwijkende maatvoering worden gehandhaafd.

 

11.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

  1. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag maximaal 2 meter mag bedragen, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg of het openbaar gebied gekeerde gevel(s) of het verlengde daarvan maximaal 1 meter mag bedragen, met uitzondering van hoekpercelen waar de hoogte maximaal 2 meter mag bedragen, mits deze erf- en terreinafscheidingen minimaal 3 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan worden gebouwd;

  2. de hoogte van lichtmasten en vlaggenmasten mag maximaal 8 meter bedragen;

  3. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 3 meter bedragen.