Regels
Inhoud Regels
Artikel 6 Algemene gebruiksregels
Artikel 7 Algemene afwijkingsregels
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
Bijlage:
-
Assortimentslijst PDV Boekel
In deze regels wordt verstaan onder:
het bestemmingsplan ‘Herziening Schutboom 8 en Bergstraat
28’ van de gemeente Boekel.
Bedrijfswoning:
de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand
NL.IMRO.0755.BPHBOEKherzdetailh-VS01met de bijbehorende
regels en bijlage.
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden
zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van
het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen
zijnde.
bijgebouw:
een gebouw, dat in zowel bouwkundig als functioneel
opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw
en dat niet in directe verbinding staat met het hoofdgebouw.
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten,
vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel
of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.
de grens van een bouwvlak.
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn
aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen
gebouwen zijnde, zijn toegelaten.
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal
of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is
verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
een dakconstructie vrijstaand zonder wanden dan
wel aan maximaal drie zijden begrensd door de gevels van belendende gebouwen,
die niet wordt aangemerkt als een gebouw.
detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten
verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen
kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een
beroeps- of bedrijfsactiviteit.
escortbedrijf:
de natuurlijke persoon,
groep van personen of rechtspersoon, die bedrijfsmatig of in een omvang alsof
zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt, die op een andere plaats dan in de
bedrijfsruimte wordt uitgeoefend zoals escortservices en bemiddelingsbureaus.
gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke,
overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
hoofdgebouw:
een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn
aard, functie, constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als
belangrijkste bouwwerk valt aan te merken.
nevengeschikte activiteit:
activiteit waarvoor maximaal 50% van de
vloeroppervlakte van de bebouwing als zoda- nig mag worden gebruikt.
prostitutie:
het zich beschikbaar stellen
tot het verrichten van seksuele diensten ten behoeve van een ander tegen
vergoeding.
raamprostitutie:
een seksinrichting met één
of meer ramen van waarachter de prostituee/prostitué tracht de aandacht van
passanten op zich te vestigen.
seksinrichting:
een voor het publiek
toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij
bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van
erotisch-pornografische aard plaatsvinden.
Onder een seksinrichting
worden in ieder geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal,
sekstheater, een parenclub, een (raam)prostitutiebedrijf en een erotische massagesalon,
al dan niet in combinatie met elkaar.
straatprostitutie:
het door handelingen,
houding, woord, gebaar of op andere wijze passanten tot prostitutie bewegen,
uitnodigen dan wel aan en/of uitlokken.
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke,
overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn aard,
functie, constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als
belangrijkste bouwwerk valt aan te merken.
activiteit waarvoor maximaal 50% van de vloeroppervlakte
van de bebouwing als zoda- nig mag worden gebruikt.
de grens van het bouwvlak die gericht is naar
de weg en waarop de bebouwing is georiënteerd.
Volumineuze detailhandel
(PDV)
detailhandel die vanwege de gevoerde goederen een groot
oppervlak nodig heeft voor de uitstalling, in de hoofdassortimenten zoals
opgenomen in bijlage 1 van deze planregels:
‘Assortimentslijst PDV Boekel’. Uitgesloten hiervan zijn supermarkten
(service en discount).
de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie,
constructie of ''uitstraling'' als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt.
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt
gemeten:
afstand tot de
zijdelingse perceelsgrens:
de kortste afstand van het verticale vlak in de
zijdelingse perceelsgrens tot enig punt van het op dat bouwperceel voorkomende
bouwwerk.
het
bebouwingspercentage:
het oppervlak dat met bouwwerken is bebouwd, uitgedrukt
in procenten van de opper- vlakte van het bouwperceel, voor zover dat is
gelegen binnen de bestemming, of bin- nen een in de planregels nader aan te
duiden gedeelte van die bestemming.
de breedte,
diepte c.q. lengte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of de harten
van gemeenschappelijke scheidingsmuren.
de goothoogte van
een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de
druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
de inhoud van een
bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de
buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de
buitenzijde van daken en dakkapellen.
de bouwhoogte van
een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of
van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte
bouwonderdelen, zoals schoor- stenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk
te stellen bouwonderdelen.
de oppervlakte
van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de
scheidingsmuren, neer- waarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het
afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
peil:
a voor bouwwerken, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de weg
grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang vermeerderd met
0,20 m;
b in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende
maaiveld of het af- gewerkte bouwterrein vermeerderd met 0,20 m.
Bij toepassing van het
bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen zoals
plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen,
gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten
beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan
De voor ‘Detailhandel’ aangewezen gronden zijn bestemd
voor:
a. Voluminieuze detailhandel (PDV) (zie artikel 1
begrippen);
met de daarbij behorende:
b. (inpandige) bedrijfswoning ter plaatse van de
aanduiding op de verbeelding;
c. erven en tuinen;
d. interne ontsluitingsstructuren;
e. (voorzieningen ten behoeve van) laden en
lossen en parkeervoorzieningen;
f. voet- en rijwielpaden;
g. groenvoorzieningen;
h. overige bijbehorende voorzieningen;
i. (openbare) nutsvoorzieningen;
j. ondergrondse en/of bovengrondse
waterhuishoudkundige voorzieningen;
met dien
verstande dat binnen de bestemming ‘Detailhandel’ te allen tijde ten aanzien
van de ter plaatse aanwezige functie moet worden voorzien in voldoende
parkeergelegenheid op eigen terrein.
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende
bepalingen:
a. Gebouwen mogen uitsluitend binnen het op de
plankaart aangegeven bouwvlak worden gebouwd.
b. Het bebouwingspercentage mag niet meer
bedragen dan op de plankaart is aangegeven.
c. De voorgevel moet worden gesitueerd in de
voorgevelrooilijn of op een afstand daarachter van niet meer dan 3 m.
d. De goothoogte mag niet meer bedragen dan op
de plankaart is aangegeven.
e. De (nok)hoogte mag niet meer bedragen dan op
de plankaart is aangegeven.
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde,
gelden de volgende bepalingen:
a. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen worden
gebouwd binnen en buiten het bouwvlak.
b. De (nok)hoogte van erf- en
terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m, met dien verstande dat de
(nok)hoogte voor erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevellijn niet meer
mag bedragen dan 1 m.
c. De (nok)hoogte van overige bouwwerken, geen
gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 m.
Parkeergelegenheid
en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen.
Burgemeester en Wethouders kunnen middels een
omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in:
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het
toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden
gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Balkons mogen
voor de voorgevelrooilijn worden gebouwd, waarbij moet worden voldaan aan de
volgende voorwaarden:
a De diepte gemeten vanuit de voorgevel van het
hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 1,5 m.
b De afstand tot de openbare weg mag niet
minder bedragen dan 3 m.
c De breedte mag niet meer dan bedragen de
helft van de voorgevel.
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan:
a Het gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken
en onderkomens ten behoeve van een seksinrichting en/of escortbedrijf, raamprostitutie
en straatprostitutie;
Burgemeester en wethouders kunnen een
omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van:
a de bestemmingsregels en toestaan dat het
bouwvlak in geringe mate wordt overschreden, indien een meetverschil daartoe
aanleiding geeft;
b
de
bestemmingsregels en toestaan dat openbare nutsgebouwtjes, wachthuisjes ten
behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwtjes ten behoeve van de
bediening van kunstwerken, toiletgebouwtjes, en naar aard daarmee gelijk te
stel- len gebouwtjes worden gebouwd, mits:
1
de inhoud per
gebouwtje niet meer dan 55 m3 zal bedragen;
2
de bouwhoogte
niet meer dan 3,5 m zal bedragen;
c
de
bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen ge- bouwen
zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde,
wordt vergroot:
1
ten behoeve van
kunstwerken, geen gebouwen zijnde, tot maximaal 40 m;
2
ten behoeve van
overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot maximaal 10 m;
d
de
bestemmingsregels ten aanzien van de maximale bouwhoogte van gebouwen en
toestaan dat de bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van plaatselijke
verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers, lichtkappen en
technische ruimten wordt vergroot, mits:
1
de maximale
oppervlakte van de vergroting niet meer dan 10% van het betreffende bouwvlak
zal bedragen;
2
de bouwhoogte
niet meer dan 1,25 maal de maximale bouwhoogte van het betreffende gebouw zal
bedragen.
Waar in dit plan wordt verwezen naar andere wettelijke
regelingen, wordt geduid op de regelingen zoals die luidden op het tijdstip van
de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan.
a
Een bouwwerk dat
op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in
uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning
voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en
omvang niet wordt vergroot,
1
gedeeltelijk worden
vernieuwd of veranderd;
2
na het teniet gaan ten
gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de
aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee
jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
b
Het bevoegd gezag
kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning
verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a
met maximaal 10 %.
c
Het bepaalde
onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het
tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning
en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling
van dat plan.
a
Het gebruik van
grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan
en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
b
Het is verboden
het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a, te veranderen
of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door
deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
c
Indien het
gebruik, bedoeld onder a, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode
langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te
hervatten of te laten hervatten.
d
Het bepaalde
onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het
voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen
van dat plan.
Deze regels worden aangehaald als:
‘Regels van het bestemmingsplan Herziening Schutboom 8 en
Bergstraat 28, Boekel'.