Regels


 


 


Inhoud Regels       

 

Hoofdstuk 1      Inleidende regels  4

Artikel 1             Begrippen  4

Artikel 2             Wijze van meten  7

Hoofdstuk 2      Bestemmingsregels  8

Artikel 3             Detailhandel (DH) 8

Hoofdstuk 3      Algemene regels  11

Artikel 4             Anti-dubbeltelregel 11

Artikel 5             Algemene bouwregels  11

Artikel 6             Algemene gebruiksregels  11

Artikel 7             Algemene afwijkingsregels  11

Artikel 8             Overige regels  12

Hoofdstuk 4      Overgangs- en slotregels  13

Artikel 9             Overgangsrecht 13

Artikel 10           Slotregel 13

 

 

Bijlage:

- Assortimentslijst PDV Boekel

 


 

Hoofdstuk 1        Inleidende regels

 

 

Artikel 1     Begrippen

 

In deze regels wordt verstaan onder:

 

plan:

het bestemmingsplan ‘Herziening Schutboom 8 en Bergstraat 28’ van de gemeente Boekel.

 

Bedrijfswoning:

een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is.

 

bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand

NL.IMRO.0755.BPHBOEKherzdetailh-VS01met de bijbehorende regels en bijlage.

 

aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

 

bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

 

bijgebouw:

een gebouw, dat in zowel bouwkundig als functioneel opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw en dat niet in directe verbinding staat met het hoofdgebouw.

 

bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.

 

bouwgrens:

de grens van een bouwvlak.

 

bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.

 

bouwwerk:

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.

 

 

 

carport:

een dakconstructie vrijstaand zonder wanden dan wel aan maximaal drie zijden begrensd door de gevels van belendende gebouwen, die niet wordt aangemerkt als een gebouw.

 

detailhandel:

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

 

escortbedrijf:

de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon, die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt, die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend zoals escortservices en bemiddelingsbureaus.

 

gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

 

hoofdgebouw:

een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn aard, functie, constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken.

 

nevengeschikte activiteit:

activiteit waarvoor maximaal 50% van de vloeroppervlakte van de bebouwing als zoda- nig mag worden gebruikt.

 

prostitutie:

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele diensten ten behoeve van een ander tegen vergoeding.

 

raamprostitutie:

een seksinrichting met één of meer ramen van waarachter de prostituee/prostitué tracht de aandacht van passanten op zich te vestigen.

 

seksinrichting:

een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.

Onder een seksinrichting worden in ieder geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, een (raam)prostitutiebedrijf en een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.

 

straatprostitutie:

het door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze passanten tot prostitutie bewegen, uitnodigen dan wel aan en/of uitlokken.

 

gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

 

hoofdgebouw:

een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn aard, functie, constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken.

 

nevengeschikte activiteit:

activiteit waarvoor maximaal 50% van de vloeroppervlakte van de bebouwing als zoda- nig mag worden gebruikt.

 

voorgevelrooilijn:

de grens van het bouwvlak die gericht is naar de weg en waarop de bebouwing is georiënteerd.

 

Volumineuze detailhandel (PDV)

detailhandel die vanwege de gevoerde goederen een groot oppervlak nodig heeft voor de uitstalling, in de hoofdassortimenten zoals opgenomen in bijlage 1 van deze planregels:  ‘Assortimentslijst PDV Boekel’. Uitgesloten hiervan zijn supermarkten (service en discount).

 

voorgevel:

de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of ''uitstraling'' als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt.

 

 

 

Artikel 2     Wijze van meten

 

2.1                   Algemeen

 

Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

 

afstand tot de zijdelingse perceelsgrens:

de kortste afstand van het verticale vlak in de zijdelingse perceelsgrens tot enig punt van het op dat bouwperceel voorkomende bouwwerk.

 

het bebouwingspercentage:

het oppervlak dat met bouwwerken is bebouwd, uitgedrukt in procenten van de opper- vlakte van het bouwperceel, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming, of bin- nen een in de planregels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming.

 

de breedte, diepte c.q. lengte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren.

 

de goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

 

de inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

 

de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoor- stenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

 

de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neer- waarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

 

peil:

a    voor bouwwerken, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang vermeerderd met 0,20 m;

b    in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende maaiveld of het af- gewerkte bouwterrein vermeerderd met 0,20 m.

 

2.2                   Ondergeschikte bouwdelen

Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 1 m bedraagt.

Hoofdstuk 2        Bestemmingsregels

 

 

Artikel 3     Detailhandel (DH)

 

 

3.1                   Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Detailhandel’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:

 

a.     Voluminieuze detailhandel (PDV) (zie artikel 1 begrippen);

met de daarbij behorende:

b.     (inpandige) bedrijfswoning ter plaatse van de aanduiding op de verbeelding;

c.     erven en tuinen;

d.     interne ontsluitingsstructuren;

e.     (voorzieningen ten behoeve van) laden en lossen en parkeervoorzieningen;

f.      voet- en rijwielpaden;

g.     groenvoorzieningen;

h.     overige bijbehorende voorzieningen;

i.       (openbare) nutsvoorzieningen;

j.       ondergrondse en/of bovengrondse waterhuishoudkundige voorzieningen;

met dien verstande dat binnen de bestemming ‘Detailhandel’ te allen tijde ten aanzien van de ter plaatse aanwezige functie moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein.

 

3.2                   Bouwregels

3.2.1                Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen:

a.     Gebouwen mogen uitsluitend binnen het op de plankaart aangegeven bouwvlak worden gebouwd.

b.     Het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan op de plankaart is aangegeven.

c.     De voorgevel moet worden gesitueerd in de voorgevelrooilijn of op een afstand daarachter van niet meer dan 3 m.

d.     De goothoogte mag niet meer bedragen dan op de plankaart is aangegeven.

e.     De (nok)hoogte mag niet meer bedragen dan op de plankaart is aangegeven.

 

3.2.2                Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:

a.     Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen worden gebouwd binnen en buiten het bouwvlak.

b.     De (nok)hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m, met dien verstande dat de (nok)hoogte voor erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevellijn niet meer mag bedragen dan 1 m.

c.     De (nok)hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 m.

 

3.3                   Specifieke gebruiksvoorschriften

 

3.3.1                Specifieke gebruiksvoorschriften

Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen.

 

a.     Indien de omvang of de bestemming van een gebouw daartoe aanleiding geeft, moet ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's in voldoende mate ruimte zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. Deze ruimte mag niet overbemeten zijn, gelet op het gebruik of de bewoning van het gebouw, waarbij rekening moet worden gehouden met de eventuele bereikbaarheid per openbaar vervoer.

b.     De in lid a bedoelde ruimte voor het parkeren van auto's moet afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare personenauto's. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan:

1           indien de afmetingen van bedoelde parkeerruimten ten minste 1,80 m bij 5,00 m en

2           ten hoogste 3,25 m bij 6,00 m bedragen;

3           indien de afmetingen van een gereserveerde parkeerruimte voor een gehandicapte -voor zover die ruimte niet in de lengterichting aan een trottoir grenst - ten minste 3,50m bij 5,00 m bedragen.

c.     Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort.

 

d.     Burgemeester en wethouders kunnen de omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid a en lid c:

1           indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op

overwegende bezwaren stuit; of

2           voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien.

 

3.3.2                Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan:

a.     het niet voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein ten behoeve van de ter plaatse gevestigde functie(s);

b.     detailhandel, uitgezonderd detailhandel welke is toegestaan conform de regels van dit plan;

c.     het opslaan en stallen van materialen buiten de bebouwing, uitgezonderd de uitstalling ten behoeve van verkoop;

d.     permanente of tijdelijke bewoning van bebouwing.

 


 

3.4                   Afwijken van de gebruiksregels

Burgemeester en Wethouders kunnen middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in:

a.     artikel 3.1 sub a voor het toestaan van een assortiment dat niet wordt genoemd in bijlage 1  (‘Assortimententslijst PDV Boekel’) van deze planregels, maar dat qua aard en omvang wel tot een toegestaan hoofdassortiment kan worden gerekend;

b.     artikel 3.1 sub a voor het toestaan van een sportschool en/of fitnessaccommodatie.

 

 


c.      

Hoofdstuk 3        Algemene regels

 

 

Artikel 4          Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

 

Artikel 5     Algemene bouwregels

Balkons mogen voor de voorgevelrooilijn worden gebouwd, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:

a       De diepte gemeten vanuit de voorgevel van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 1,5 m.

b      De afstand tot de openbare weg mag niet minder bedragen dan 3 m.

c       De breedte mag niet meer dan bedragen de helft van de voorgevel.

 

Artikel 6     Algemene gebruiksregels

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan:

a       Het gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens ten behoeve van een seksinrichting en/of escortbedrijf, raamprostitutie en straatprostitutie;

 

Artikel 7     Algemene afwijkingsregels

 

7.1                   Afwijkingsregels voor alle bestemmingen

Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van:

a       de bestemmingsregels en toestaan dat het bouwvlak in geringe mate wordt overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft;

b      de bestemmingsregels en toestaan dat openbare nutsgebouwtjes, wachthuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwtjes ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwtjes, en naar aard daarmee gelijk te stel- len gebouwtjes worden gebouwd, mits:

1      de inhoud per gebouwtje niet meer dan 55 m3 zal bedragen;

2      de bouwhoogte niet meer dan 3,5 m zal bedragen;

c       de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen ge- bouwen zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot:

1      ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, tot maximaal 40 m;

2      ten behoeve van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot maximaal 10 m;

d      de bestemmingsregels ten aanzien van de maximale bouwhoogte van gebouwen en toestaan dat de bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers, lichtkappen en technische ruimten wordt vergroot, mits:

1      de maximale oppervlakte van de vergroting niet meer dan 10% van het betreffende bouwvlak zal bedragen;

2      de bouwhoogte niet meer dan 1,25 maal de maximale bouwhoogte van het betreffende gebouw zal bedragen.

 

 

 

Artikel 8     Overige regels

 

8.1                   Verwijzing naar wettelijke regelingen

Waar in dit plan wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, wordt geduid op de regelingen zoals die luidden op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan.


 

Hoofdstuk 4        Overgangs- en slotregels

 

 

Artikel 9     Overgangsrecht

 

9.1                   Overgangsrecht bouwwerken

a       Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,

1      gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;

2      na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

b      Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10 %.

c       Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

                                                         

 

9.2                   Overgangsrecht gebruik

a       Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

b      Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

c       Indien het gebruik, bedoeld onder a, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

d      Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

 

 

Artikel 10   Slotregel

Deze regels worden aangehaald als:

 

‘Regels van het bestemmingsplan Herziening Schutboom 8 en Bergstraat 28, Boekel'.