direct naar inhoud van Regels
Plan: Poortgebied Bergsche Heide en ontsluitingsweg
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0748.BP0242-0201

Regels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

1.1 plan

het bestemmingsplan Poortgebied Bergsche Heide en ontsluitingsweg met identificatienummer NL.IMRO.0748.BP0242-0201 van de gemeente Bergen op Zoom.

1.2 bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.

1.3 aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.4 aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.5 beperkt kwetsbaar object

een object als bedoeld in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen.

1.6 bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak.

1.7 bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

1.8 bos

elk terrein waarop bosbouw wordt uitgeoefend, zijnde het geheel van bedrijfsmatig handelen en activiteiten gericht op de duurzame instandhouding en ontwikkeling van bestaande en nieuwe bossen ten behoeve van (een of meerdere van de functies) natuur, houtproductie, landschap, milieu (waaronder begrepen waterhuishouding) en recreatie.

1.9 bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.

1.10 bouwlaag

doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd.

1.11 bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop functioneel zelfstandige bij elkaar horende bebouwing is toegelaten, waarbij de gebouwen alleen zijn toegelaten binnen de bouwvlakken op het perceel terwijl buiten de bouwvlakken ook bouwwerken geen gebouwen zijnde en vergunningvrije bouwwerken zijn toegestaan.

1.12 bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge het planologisch regime bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.

1.13 bouwwerk

een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

1.14 bruto vloeroppervlak

de oppervlakte, gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies, die de desbetreffende ruimte of groep van ruimte omhullen.

1.15 bezoekerscentrum

een gebouw, ruimte of stand waar men informatie aanbiedt aan bezoekers en toeristen, met daaraan ondergeschikt de verhuur van goederen, zoals fietsen.

1.16 carwash

een mechanische, meestal computergestuurde, installatie om de buitenzijde van voertuigen te reinigen

1.17 detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan degene die deze goederen kopen voor eigen gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

1.18 energyhub

verkooppunt van motorbrandstoffen waar, naast de traditionele fossiele brandstoffen, ook duurzame brandstoffen zoals LNG (Liquified Natural Gas) , CNG (Compressed Natural Gas), biodiesel en waterstof worden aangeboden en waar aanverwante producten, zoals motorolie en Adblue worden verkocht.

1.19 extensief recreatief medegebruik

natuurvriendelijke recreatie welke in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen, fietsen, picknicken, kanoën en natuurgerichte recreatie zoals vogelobservatie, die plaats hebben in een omgeving met een niet-recreatieve hoofdfunctie, waarbij het medegebruik ondergeschikt is aan de hoofdfunctie en het hoofdgebruik.

1.20 fastfood

fastfood of gemaksvoedsel is een verzamelnaam voor voedsel dat snel bereid en geserveerd wordt en relatief goedkoop is

1.21 fastfoodrestaurant

restaurant waar fastfood geserveerd wordt dat meestal vooraf en in grote hoeveelheden wordt klaargemaakt, in verhouding erg goedkoop is en meestal niet aan de tafels geserveerd wordt, maar aan een balie besteld kan worden.

1.22 gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.23 hotel

een accommodatie met slaapplaatsen voor logies verstrekking in overwegend een- en tweepersoonskamers tegen boeking per nacht, waar afzonderlijke maaltijden, kleine etenswaren en dranken kunnen worden verstrekt aan gasten en aan passanten. Onder aanverwante en ondergeschikte functies wordt onder andere verstaan sport- en spelfaciliteiten, cultuur en ontspanning, welness (waaronder een zwembad of sauna), ondergeschikte horeca en detailhandel, zalenverhuur, verhuurorganisatie voor dagrecreatie, etcetera.

1.24 intensief recreatief medegebruik

die vormen van openluchtrecreatie, die plaats hebben in een omgeving met een niet-recreatieve hoofdfunctie, waarbij het medegebruik ondergeschikt is aan de hoofdfunctie en het hoofdgebruik, zoals een klimbos, survivalbaan en dergelijke.

1.25 kampeerterrein

een kampeerterrein is primair gericht op het plaatsen van kampeermiddelen (zoals tenten en caravans) en het plaatsen van stacaravans of kampeerchalets.

1.26 kwetsbaar object

een object als bedoeld in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen.

1.27 landschappelijke inpassing

het inpassen van een gebouw of een gebruik in het landschap, waarbij afstemming plaatsvindt op de context van het landschap door middel van de architectuur van het gebouw en/of de aanplant van gebiedseigen beplanting.

1.28 landschappelijke waarde

de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, die wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet-levende natuur.

1.29 lawaaisport

een sportactiviteit waarbij motorisch of mechanisch geluid wordt geproduceerd dat zodanig is dat het omgevingslawaai wordt overschreden, waaronder in ieder geval begrepen de rallysport, motorsport, (model)vliegsport; de jachtsport wordt hier niet onder begrepen.

1.30 milieugevoelige functie

functie die op grond van de VNG-brochure "Bedrijven en milieuzonering" als milieugevoelig wordt beschouwd, waaronder woningen, scholen en ziekenhuizen.

1.31 natte natuurparel

hydrologisch kwetsbaar natuurgebied.

1.32 natuurwaarde

de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door geologisch, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang.

1.33 ondergeschikte detailhandel

detailhandel die als activiteit in ruimtelijk, functioneel en inkomenswervend opzicht duidelijk ondergeschikt is aan de volgens het bestemmingsplan toegestane hoofdfunctie. De detailhandelsactiviteit is van zulke beperkte bedrijfsmatige en/of ruimtelijke omvang dat de functie waaraan zij wordt toegevoegd qua aard, omvang en verschijningsvorm overwegend of nagenoeg geheel als hoofdfunctie duidelijk herkenbaar blijft.

1.34 omgevingsvergunning

vergunning voor activiteiten als genoemd in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

1.35 overkapping

een vrijstaande dakconstructie zonder wanden, die niet wordt aangemerkt als een gebouw.

1.36 permanente bewoning

het (al dan niet tijdelijk) gebruiken van een voor recreatie bestemd verblijf als hoofd woonverblijf.

1.37 pick up point

locatie die specifiek en uitsluitend bedoeld is voor het afhalen en/of terugbrengen van via internet bestelde goederen, waar uitsluitend logistiek en opslag van bestelde goederen gedurende een korte periode plaatsvindt en waarbij geen sprake is van detailhandel, uitstalling ten verkoop en/of overige activiteiten.

1.38 recreatieve voorziening

kleinschalige voorzieningen gericht op de vrijstijdsbesteding van mensen, zoals wandelen, fietsen, pleziervaart, kanoën, bezoeken van feesten en partijen, zwemmen, sporten en andere vergelijkbare activiteiten.

1.39 risicovolle inrichting

een inrichting als bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen.

1.40 seksinrichting

een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof hij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in elk geval verstaan: seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, parenclub en (raam) prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.

1.41 streekeigen producten

ambachtelijke of geteelde producten die kenmerkend zijn voor deze regio, dan wel producten die door het toegelaten bedrijf zijn vervaardigd, voortgebracht of geteeld

1.42 verblijfsrecreatie

recreatie in ruimten welke zijn bestemd of opgericht voor recreatief nachtverblijf, zoals een recreatiewoning, groepsaccommodatie/logeergebouw, pension, bed & breakfast, kampeermiddel of trekkershut door personen die hun hoofdwoonverblijf elders hebben. Hierbij dient sprake te zijn van een bedrijfsmatige exploitatie.

1.43 verwijzingsmast

een bouwwerk, al dan niet voorzien van verlichting en/of schermen, waarop reclameuitingen getoond kunnen worden, eventueel aangevuld met verwijzingen refererend aan de functies in het Landschapspark Bergsche Heide

1.44 waterhuishoudkundige voorzieningen

doeleinden die het waterhuishoudingsbelang dienen, zoals watergangen, waterstaatkundige kunstwerken, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang e.d., voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waterafvoer, waterinfiltratie en waterberging; bijbehorende voorzieningen zoals bermen, paden, beschoeiingen.

Artikel 2 Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1 afstand tot de zijdelingse perceelgrenzen

de kortste afstand van het verticale vlak in de zijdelingse perceelsgrens tot enig punt van het op dat bouwperceel voorkomende bouwwerk;

2.2 bebouwd(e) oppervlak(te) van een bouwperceel

de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen;

2.3 de dakhelling

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;

2.4 de goothoogte van een bouwwerk
  • a. vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
  • b. vanaf Bovenkant Spoorstaaf (BS) tot aan de bovenkant van de goot; c.q. de druiplijn, het boeiboord, of daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
2.5 de inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;

2.6 de bouwhoogte van een bouwwerk
  • a. vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
  • b. vanaf Bovenkant Spoorstaaf (BS) tot het hoogste punt van het bouwwerk;
2.7 de oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

2.8 de hoogte van een windturbine

vanaf het peil tot aan de as van de windturbine;

2.9 peil
  • a. voor bouwwerken, waarvan de hoofdtoegang van het perceel onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang van het perceel;
  • b. voor bouwwerken die zijn gebouwd in het talud van de dijk en op een afstand van ten hoogste 4 m uit de grens van de dijkweg: de hoogte van de kruin van de dijk;
  • c. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld;
2.10 ondergeschikte bouwdelen

bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 1 m bedraagt.

2.11 ondergrondse diepte van een bouwwerk

vanaf het bouwkundig peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend.


Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 3 Groen

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. (openbaar)groen, plantsoen en andere groenvoorzieningen;
  • b. landschappelijke inpassing:
  • c. extensief recreatief gebruik;

bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals fiets-, voet- en ruiterpaden, ontsluitingspaden, speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen, kunstobjecten, straatmeubilair, water en waterhuishoudkundige voorzieningen.

3.2 Bouwregels

Op de in lid 3.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de in dat lid bedoelde bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat:

  • a. de bouwhoogte van speelvoorzieningen niet meer mag bedragen dan 6 meter;
  • b. de bouwhoogte van kunstobjecten niet meer mag bedragen dan 15 meter;
  • c. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken met een geringe oppervlakte, zoals antennes en lichtmasten, niet meer mag bedragen dan 15 meter;
  • d. de bouwhoogte van erfafscheidingen niet meer mag bedragen 2 meter;
  • e. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken niet meer mag bedragen dan 3 meter.
3.3 Wijzigingsbevoegdheid
3.3.1 Bedrijfsruimte

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met toepassing van het bepaalde in artikel 3.6 lid onder a van de Wet ruimtelijke ordening ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingszone - wijzigingsgebied 1' de bestemming te wijzigen ten behoeve van de vestiging van een bedrijfsruimte met bijbehorende buitenruimte, mits:

  • a. het perceel gebruikt wordt voor een pick up point of een carwash;
  • b. het bedrijfsvloeroppervlak niet meer bedraagt dan 500 m2;
  • c. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 8 meter;
  • d. dit vanuit stedenbouwkundig en landschappelijk oogpunt aanvaardbaar is;
  • e. dit vanuit milieuhygiënisch oogpunt aanvaardbaar is;
  • f. aangetoond wordt dat er geen onevenredige parkeerdruk ontstaat;
  • g. er geen onevenredige aantasting plaats vindt van de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden/percelen;
  • h. dit uit het oogpunt van beeldkwaliteit aanvaardbaar is;
  • i. wordt gezorgd voor een passende landschappelijke inpassing;
  • j. is aangetoond dat minimaal 20% van de waardevermeerdering van de gronden geinvesteerd wordt in een verbetering van de kwaliteit van het landschap, met dien verstande dat de kwaliteitsverbeterende maatregelen ook na aanleg in stand worden gehouden. Er dient voor de kwaliteitsverbetering te worden voldaan aan de vastgestelde Nota Kwaliteitsverbetering die in Bijlage 6 behorende bij deze regels is openomen.

Artikel 4 Natuur

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. behoud, herstel en ontwikkeling van landschappelijke en natuurwaarden, waaronder de ecologische hoofdstructuur en (natte) natuurparels;
  • b. behoud, herstel en ontwikkeling van de bestaande biotopen;
  • c. het als zodanig instandhouden van de niet-beboste gedeelten;
  • d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • e. een speelbos, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - speelbos';
  • f. extensief recreatief medegebruik;

bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals erven, paden, water, groenvoorzieningen en de daarbij behorende bouwwerken.

4.2 Bouwregels
4.2.1 Gebouwen
  • a. Op de in de bestemming 'Natuur' bedoelde gronden is het bouwen van gebouwen niet toegestaan;
4.2.2 Bouwwerken geen gebouwen zijnde
  • a. Op de in de bestemming 'Natuur' bedoelde gronden zijn uitsluitend toegestaan bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van deze bestemming, met dien verstande dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer mag bedragen dan 3 m.
  • b. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - speelbos' zijn uitsluitend toegestaan bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van deze bestemming, met dien verstande dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer mag bedragen dan 12 m.
4.3 Voorwaardelijke verplichting natuurgebied

De gronden aangeduid als 'overige zone - natuurgebied' dienen binnen drie jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan te worden ingericht conform het in Compensatieplan toegevoegde compensatieplan, met dien verstande dat de natuur ook na aanleg in stand wordt gehouden.

4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
4.4.1 Omgevingsvergunningplicht

Het is verboden op de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden) de in het schema onder 4.4.4 opgenomen omgevingsvergunningsplichtige werken en werkzaamheden uit te (doen) voeren.

4.4.2 Uitzonderingen

Het onder 4.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden:

  • a. betrekking hebben op normaal onderhoud noodzakelijk in verband met het beheer of de voltooiing van werkzaamheden die bij het van kracht worden van dit plan reeds bestaan of in uitvoering zijn genomen, alsmede werken en / of werkzaamheden die mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende of nog te verlenen vergunning;
  • b. het normaal onderhoud, beheer en gebruik overeenkomstig de bestemming;
  • c. het onderhoud van bestaand houtgewas door snoeien en verwijderen van dood hout;
  • d. werken en / of werkzaamheden, die strekken ter behoud of herstel van de cultuurhistorische, landschappelijke of natuurlijke waarden.
4.4.3 Toelaatbaarheid

De in 4.4.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien na een belangenafweging blijkt dat er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de aanwezige waarden als opgenomen in 4.1. Ten behoeve van de belangenafweging zijn in het schema onder 4.4.4 de toetsingscriteria weergegeven.

4.4.4 Schema omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden

Omgevingsvergunningsplichtige werken/werkzaamheden   Criteria voor verlening van de omgevingsvergunning  
aanleggen van oppervlakteverhardingen groter dan 200 m²;   - de activiteit is noodzakelijk voor het beheren dan wel verbeteren van bos en natuur dan wel voor het mogelijk maken van extensief recreatief medegebruik

- er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de natuurwaarden

- de waterhuishoudkundige situatie mag niet onevenredig worden aangetast
 
aanbrengen van (infrastructurele) ondergrondse leidingen   - er mag geen blijvende aantasting plaatsvinden van de natuurwaarden
 
het dempen van poelen, sloten en greppels   - er mag geen blijvende aantasting plaatsvinden van de natuurwaarden

- de werken en werkzaamheden dienen noodzakelijk te zijn voor het natuurbeheer ter plaatse
 
het afgraven, vergraven, ophogen en egaliseren van de bodem   - er mag geen blijvende aantasting plaatsvinden van de natuurwaarden

- de werken en werkzaamheden dienen noodzakelijk te zijn voor het natuurbeheer ter plaatse
 
het vellen of rooien van houtgewas   - er mag geen blijvende aantasting plaatsvinden van de natuurwaarden

- de werken en werkzaamheden dienen noodzakelijk te zijn voor het natuurbeheer ter plaatse
 
diepploegen/diepwoelen   - er mag geen blijvende aantasting plaatsvinden van de natuurwaarden
 
het verzetten van grond van meer dan 100 m³ of op een diepte van meer dan 60 centimeter beneden het maaiveld, voor zover geen vergunning is vereist op grond van de Ontgrondingenwet
 
- het betrokken waterschapsbestuur wordt gehoord  
de aanleg van drainage, ongeacht de diepte, tenzij het gaat om vervanging van een bestaande drainage
 
- het betrokken waterschapsbestuur wordt gehoord  
het verlagen van de grondwaterstand anders dan door middel van het graven van sloten of het toepassen van drainagemiddelen, met uitzondering van grondwateronttrekkingen   - het betrokken waterschapsbestuur wordt gehoord  
de aanleg van een speelbos   - indien geen aantasting plaatsvindt van de natuurwaarde van het bosgebied  

Artikel 5 Recreatie

5.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Recreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. fastfoodrestaurants, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - fastfoodrestaurant';
  • b. een hotel met bijbehorende ondergeschikte en aanverwante functies ter plaatse van de aanduiding 'hotel';
  • c. (verblijfs)recreatieve voorzieningen ter plaatse van de aanduiding 'recreatie';
  • d. centrale voorzieningen behorende bij de functies onder c, bestaande uit onder andere receptie, kantine, verblijfsruimten, sanitaire voorzieningen, restaurant, ondergeschikte horeca- en detailhandelsvoorzieningen, verhuurorganisatie dagrecreatie, zwembad, welness en sportvoorzieningen;
  • e. een bedrijfswoning, behorende bij de verblijfsrecreatie, ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning';
  • f. één bezoekerscentrum;
  • g. terrassen;
  • h. water en waterhuishoudkundige doeleinden;
  • i. groenvoorzieningen;
  • j. parkeervoorzieningen;
  • k. speelvoorzieningen;
  • l. wegen, met dien verstande dat de hoofdontsluiting wordt gerealiseerd ter plaatse van de aanduiding 'verkeer';
  • m. nutsvoorzieningen.

bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals erven, paden, straatmeubilair en de daarbij behorende bouwwerken.

5.2 Omgevingskwaliteitseisen

Om de omgevingskwaliteit van het Landschapspark Bergsche Heide te borgen, zijn voor de realisering van de onder 5.1 genoemde functies de volgende omgevingskwaliteitseisen van toepassing:

  • a. De gronden binnen deze bestemming mogen pas in gebruik worden genomen nadat inrichting conform het inpassingsplan zoals opgenomen in Bijlage 2 wordt aangelegd en in stand wordt gehouden.
  • b. Een omgevingsvergunning voor het bouwen, een omgevingsvergunning voor het uitbreiden of wijzigen van het gebruik van gronden of bouwwerken of een omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden, wordt slechts verleend nadat bij de aanvraag, door middel van een ecologisch onderzoek, is aangetoond dat de aanwezige natuurwaarden niet onevenredig worden aangetast en/of dat voldoende compenserende en mitigerende maatregelen worden genomen.
  • c. Het bouwen van gebouwen en het aanbrengen van oppervlakteverhardingen is slechts toegestaan, indien aangetoond wordt dat minimaal 0,06 m3 per m2 toename verhard oppervlak aan waterberging wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden.
  • d. Ter plaatse van de beschermde gebieden waterberging, zoals aangeduid op de keurkaart van het Waterschap Brabantse Delta, mag de te realiseren waterberging niet resulteren in een significant verdrogend effect.
  • e. Bouwwerken ter plaatse van de aanduidingen 'hotel' dienen te voldoen aan redelijke eisen van welstand, zoals opgenomen in de Beleidsregel Beeldkwaliteit.
  • f. Bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca- fastfoodrestaurant' dienen te worden uitgevoerd conform het ontwerp zoals opgenomen in Bijlage 1. Indien het ontwerp hier vanaf wijkt, dient te worden voldaan aan redelijke eisen van welstand, zoals opgenomen in de Beleidsregel Beeldkwaliteit.
5.3 Bouwregels
5.3.1 Algemeen

Op de in bestemming 'Recreatie' bedoelde gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de in de bestemmingsomschrijving bedoelde bestemmingen worden gebouwd, met dien verstande dat gebouwen uitsluitend zijn toegestaan binnen het bouwvlak.

5.3.2 Hotel

Voor het bouwen van gebouwen, ter plaatse van de aanduiding 'hotel' gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven;
  • b. het aantal kamers mag niet meer bedragen dan 150;
  • c. het bruto vloeroppervlak van een congres accommodatie mag niet meer bedragen dan 2.600 m2;
  • d. het bruto vloeroppervlak van een restaurant mag niet meer bedragen dan 2.600 m2;
  • e. het bruto vloeroppervlak van overige aanverwante en ondergeschikte functie mag niet meer bedragen dan 1.000 m2;
5.3.3 Fastfoodrestaurants

Voor het bouwen van gebouwen, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca- fastfoodrestaurant' gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven.
  • b. maximaal twee vestigingen van fastfoodrestaurants mogen worden gerealiseerd;
  • c. het gezamenlijk bruto vloeroppervlak van fastfoodrestaurants mag niet meer bedragen dan 1.500 m2;
5.3.4 (Verblijfs)recreatieve voorzieningen
  • a. Voor het bouwen van recreatiewoningen gelden de volgende regels:
    • 1. het maximum aantal recreatiewoningen bedraagt 150;
    • 2. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 4 meter;
    • 3. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 8 meter;
    • 4. de gebruiksoppervlakte mag niet meer bedragen dan 125 m2 per recreatiewoning, met dien verstande dat in afwijking daarvan maximaal 20 recreatiewoningen een gebruiksoppervlakte mogen hebben van 140 m2 en maximaal 20 recreatiewoningen een gebruiksoppervlakte mogen hebben van 160 m2;
    • 5. per recreatiewoning is één aangebouwd of vrijstaand bijbehorend bouwwerk toegestaan, waarvan de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 15 m2 en de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3 meter
    • 6. per recreatiewoning is één overkapt (dak)terras of veranda toegestaan tot een maximale oppervlakte van 15 m2;
    • 7. recreatiewoningen dienen vrijstaand te worden uitgevoerd, met dien verstande dat maximaal 40 recreatiewoningen geschakeld mogen zijn.
    • 8. de afstand van vrijstaande recreatiewoningen tot de perceelsgrens mag aan beide zijden niet minder bedragen dan 3 meter, met dien verstande dat geschakelde recreatiewoningen slechts aan één zijde een minimale afstand van 3 meter aan moeten houden.
  • b. Voor het bouwen van centrale voorzieningen gelden de volgende regels:
    • 1. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 8 meter;
    • 2. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 12 meter;
    • 3. de gezamenlijke oppervlakte mag niet meer bedragen dan 3.000 m2.
  • c. Voor het bouwen van stacaravans en kampeerchalets gelden de volgende regels:
    • 1. er mag ten hoogte één kampeerchalet of stacaravan per standplaats worden geplaatst;
    • 2. het maximum aantal stacaravans en kampeerchalets bedraagt samen niet meer dan 65;
    • 3. de oppervlakte van een stacaravan of kampeerchalet mag niet meer bedragen dan 80 m2;
    • 4. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 meter;
    • 5. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 5 meter;
    • 6. de afstand van kampeerchalets en/of stacaravans tot de perceelsgrens mag niet minder bedragen dan 3 meter;
    • 7. per kampeerchalet of stacaravan is één aangebouwd of vrijstaand bijbehorend bouwwerk toegestaan, waarvan de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 15 m2 en de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3 meter.
  • d. Voor het bouwen van een bedrijfswoning gelden de volgende regels:
    • 1. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 7 meter;
    • 2. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 10 meter;
    • 3. de inhoud, inclusief aan- en uitbouwen, mag niet meer bedragen dan 700 m3.
5.3.5 Bezoekerscentrum

Voor het bouwen van een bezoekerscentrum gelden de volgende regels:

  • a. de oppervlakte van een bezoekerscentrum mag niet meer bedragen dan 1.000 m2;
  • b. een bezoekerscentrum mag zowel zelfstandig, als inpandig aan één van de functies onder 5.1 sub b en d, worden gebouwd;
  • c. indien sprake is van een inpandige functie bebouwing gelden de regels, zoals opgenomen onder 5.3.2 onder a of 5.3.4 onder b sub 1 en 2;
  • d. indien sprake is van solitaire bebouwing gelden de volgende regels:
    • 1. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 8 meter;
    • 2. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 12 meter;
5.3.6 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Op de in bestemming 'Recreatie' bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de in de bestemmingsomschrijving bedoelde bestemmingen worden gebouwd met dien verstande dat:

  • a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde zowel binnen als buiten het bouwvlak zijn toegestaan;
  • b. de bouwhoogte van lichtmasten en vlaggenmasten mag niet meer bedragen dan 8 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'verkeer' niet meer mag bedragen dan 18 meter;
  • c. de bouwhoogte van bouwwerken, die behoren bij de fasfoodrestaurants, zoals prijsborden niet meer mag bedragen dan 6 meter;
  • d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer mag bedragen dan 3 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'verkeer' niet meer mag bedragen dan 15 meter;
  • e. de oppervlakte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer mag bedragen dan 15 m2 per bouwwerk.
5.4 Afwijken van bouwregels

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 5.3.3 onder a voor het bouwen van gebouwen, waarbij de bouwhoogte ter plaatse van de fastfoodrestaurants niet meer mag bedragen dan 10 meter, met inachtneming van de volgende voorwaarden:

  • a. aangetoond dient te worden dat de bebouwing vanuit stedenbouwkundig en landschappelijk oogpunt acceptabel is;
  • b. aangetoond dient te worden dat de bebouwing uit het oogpunt van beeldkwaliteit acceptabel is.
5.5 Specifieke gebruiksregels
5.5.1 Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor permanente bewoning, met uitzondering van de bedrijfswoning ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'.

Artikel 6 Verkeer

6.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. wegen;
  • b. een energyhub, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - energyhub', met daaraan ondergeschikte detailhandel en ondergeschikte horeca van categorie 1 zoals opgenomen in de bij dit bestemmingsplan gevoegde Staat van Horeca-activiteiten;
  • c. water en waterhuishoudkundige doeleinden;
  • d. groenvoorzieningen;
  • e. parkeervoorzieningen;

bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals wildbegeleidende en wildbeschermingsvoorzieningen, geluidswerende voorzieningen, wandel- en/of fietspaden, openbare nutsvoorzieningen, bermen, wegbeplantingen, sloten, erven, paden, straatmeubilair, en de daarbij behorende bouwwerken.

6.2 Omgevingskwaliteitseisen

Om de omgevingskwaliteit van het Landschapspark Bergsche Heide te borgen, zijn voor de realisering van de onder 6.1 genoemde functies de volgende omgevingskwaliteitseisen van toepassing:

  • a. De maximale doorzet van LNG mag niet meer bedragen dan 15.500 m3 per jaar;
  • b. Het bouwen van een energyhub is slechts toegestaan indien zich binnen de PR 10-6 contouren van de energyhub geen (beperkt) kwetsbare objecten bevinden;
  • c. Het bouwen van een energyhub is slechts toegestaan indien zich binnen het invloedgebied geen (beperkt) kwetsbare objecten bevinden, tenzij het groepsrisico door het bevoegd gezag is verantwoord en geaccepteerd.
  • d. De gronden binnen deze bestemming mogen pas in gebruik worden genomen nadat inrichting conform het inpassingsplan zoals opgenomen in Bijlage 2 wordt aangelegd en in stand wordt gehouden.
  • e. Een omgevingsvergunning voor het bouwen en een omgevingsvergunning voor het uitbreiden of wijzigen van het gebruik van gronden of bouwwerken wordt slechts verleend nadat bij de aanvraag, door middel van een ecologisch onderzoek, is aangetoond dat de aanwezige natuurwaarden niet onevenredig worden aangetast en/of dat voldoende compenserende maatregelen worden genomen.
  • f. Het bouwen van gebouwen en het aanbrengen van oppervlakteverhardingen is slechts toegestaan, indien aangetoond wordt dat minimaal 0,06 m3 per m2 toename verhard oppervlak aan waterberging wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden.
  • g. Ter plaatse van de beschermde gebieden waterberging, zoals aangeduid op de keurkaart van het Waterschap Brabantse Delta, mag de te realiseren waterberging niet resulteren in een significant verdrogend effect.
  • h. Bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - energyhub' dienen te worden uitgevoerd conform het ontwerp zoals opgenomen in Bijlage 1. Indien het ontwerp hier vanaf wijkt, dient te worden voldaan aan redelijke eisen van welstand, zoals opgenomen in de Beleidsregel Beeldkwaliteit.
6.3 Bouwregels
6.3.1 Algemeen

Op de in bestemming 'Verkeer' bedoelde gronden mogen uitsluitend gebouwen en overkappingen ten dienste van de in de bestemmingsomschrijving bedoelde bestemmingen worden gebouwd.

6.3.2 Energyhub

Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken behorende bij de Energyhub gelden de volgende regels:

  • a. gebouwen en overkappingen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak;
  • b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven;
  • c. ten behoeve van een Energyhub is één gebouw toegestaan, waarbij de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 150 m2;
  • d. ten behoeve van een Energyhub is één overkapping toegestaan, waarbij de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 750 m2.
6.3.3 Bouwwerken geen gebouwen zijnde

Op de in bestemming 'Verkeer' bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de in de bestemmingsomschrijving bedoelde bestemmingen worden gebouwd met dien verstande dat:

  • a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde die behoren bij de inrichting van de Energyhub, zoals tanks, zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak;
  • b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde die behoren bij de inrichting van de Energyhub, zoals tanks niet meer mag bedragen dan 16 meter;
  • c. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde zowel binnen als buiten het bouwvlak zijn toegestaan,
  • d. de bouwhoogte van lichtmasten en vlaggenmasten mag niet meer bedragen dan 8 meter;
  • e. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer mag bedragen dan 6 meter.

6.4 Afwijken van de bouwregels

Bij een omgevingsverguning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 6.3.2 onder b 6.3.3 onder b voor het bouwen van gebouwen, overkappingen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde die behoren bij de inrichting van de Energyhub, zoals tanks, waarbij de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 15 meter, met inachtneming van de volgende voorwaarden:

  • a. aangetoond dient te worden dat de bebouwing vanuit stedenbouwkundig en landschappelijk oogpunt acceptabel is;
  • b. aangetoond dient te worden dat de bebouwing uit het oogpunt van beeldkwaliteit acceptabel is.
6.5 Specifieke gebruiksregels
6.5.1 Omvang
  • a. Het bruto vloeroppervlak van ondergeschikte detailhandel en ondergeschikte horeca, zoals genoemd in 6.1 onder b, mag gezamenlijk niet meer bedragen dan 150 m2.

Artikel 7 Leiding - Gas

7.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar geldende bestemming(en), primair bestemd voor ondergrondse aardgastransportleidingen voor het transport van gas met de daarbij behorende belemmeringenstroken van:

  • a. 4 meter bij een druk lager dan of gelijk aan 40,00 bar;
  • b. 5 meter bij een druk hoger dan 40,00 bar;

aangehouden vanuit de aanduiding 'hartlijn leiding - gas'.

7.2 Bouwregels

Voor het bouwen gelden de volgende regels:

  • a. op de voor de 'Leiding - Gas' aangewezen gronden mogen ten behoeve van de in lid 7.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd;
  • b. ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.
7.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor het bouwen overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en) indien de veiligheid van de betrokken leiding niet wordt geschaad en vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de betrokken leidingexploitant. Een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen kwetsbare objecten worden toegelaten.

7.4 Specifieke gebruiksregels

De bestemming 'Leiding - Gas' alsmede de regels in lid 7.2 en 7.3 zijn slechts van toepassing indien en voor zover de aangeduide leiding in functie is.

7.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
7.5.1 Omgevingsvergunningplicht

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning (omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden) op de in lid 7.1 bedoelde gronden de volgende andere werken uit te voeren:

  • a. het ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren, diepploegen, woelen en mengen en ophogen van gronden;
  • b. het aanleggen of verharden van wegen, rijwielpaden, banen, parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
  • c. het uitvoeren van heiwerken of anderszins indringen van voorwerpen in de bodem;
  • d. het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen, het bebossen en aanplanten van gronden en het rooien en/of kappen van bos of andere houtgewassen;
  • e. het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen en het leggen van (drainage)leidingen;
  • f. het permanent opslaan van goederen waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen.
7.5.2 Uitzondering op de omgevingsvergunningplicht

Het onder lid 7.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op:

  • a. andere werken die het normale onderhoud en beheer betreffen;
  • b. andere werken die in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde of verleende vergunning.
7.5.3 Toelaatbaarheid

Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 7.5.1 mag alleen en moet worden geweigerd indien door het uitvoeren van de andere werken, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredig afbreuk wordt gedaan aan de mogelijkheid van een adequaat beheer of de veiligheid van de ondergrondse leidingen en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende tegemoet kan worden gekomen.

7.5.4 Advies

Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning wordt door het bevoegd gezag schriftelijk advies ingewonnen bij de leidingbeheerder.

Artikel 8 Waarde - Archeologie - 1

8.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie - 1 aangewezen gronden, zijn behalve voor de ander daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud, de versterking en/of het herstel van de aan deze gronden eigen zijnde archeologische waarde.

8.2 Bouwregels

Op de in lid 8.1 bedoelde gronden zijn bouwwerken ten behoeve van de overige voor deze gronden geldende regels toegestaan. Een en ander volgens de voor deze bestemming geldende regels.

8.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
8.3.1 Algemeen

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden de volgende andere werken, geen bouwwerken zijnde, en / of werkzaamheden uit te voeren of te doen uitvoeren:

  • a. het ophogen, egaliseren en ontginnen van gronden dan wel het wijzigen van het profiel van de wallen;
  • b. het bodem verlagen of afgraven van gronden;
  • c. het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,50 m en groter dan 50 m2;
  • d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen;
  • e. het aanbrengen van ondergrondse drainage-, transport-, energie, of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur (voor zover geen bouwwerken zijnde);
  • f. het graven of dempen van sloten, watergangen en vijvers.
8.3.2 Uitzondering

Het bepaalde in lid 8.3.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke uit een oogpunt van het te beschermen archeologische waarde van ondergeschikte betekenis zijn. Hieronder wordt in ieder geval werken en werkzaamheden bedoeld die niet dieper worden uitgevoerd dan 0,5 m.

8.3.3 Toelaatbaarheid

Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 8.3.1 is slechts toelaatbaar indien door die andere werken en/of werkzaamheden aan de archeologische waarde van deze gronden geen onevenredige afbreuk wordt gedaan en een afweging van de in het geding zijnde belangen tot uitkomst heeft, dat een omgevingsvergunning in redelijkheid niet kan worden geweigerd, eventueel nadat wetenschappelijk onderzoek is gedaan en/of de mogelijkheid heeft bestaan tot het doen van oudheidkundige waarnemingen.

8.3.4 Advies

Alvorens te beslissen omtrent een vergunning als bedoeld in lid 8.3.1 wordt schriftelijk advies ingewonnen bij de stadsarcheoloog van de gemeente Bergen op Zoom.

8.4 Wijzigingsbevoegdheid
8.4.1 Wijzigingsbevoegdheden

Het bevoegd gezag kan, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6, lid 1 onder a van de Wet ruimtelijke ordening en met inachtneming van het bepaalde in lid 8.4.2, het plan te wijzigen waarbij de in lid 8.1 bedoelde bestemming kan worden geschrapt, indien uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat er geen sprake (meer) is van te beschermen archeologische waarde.

8.4.2 Advies

Alvorens toepassing te geven aan deze wijzigingsbevoegdheid wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige.

Artikel 9 Waarde - Archeologie - 2

9.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie - 2 aangewezen gronden, zijn behalve voor de ander daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud, de versterking en/of het herstel van de aan deze gronden eigen zijnde archeologische waarde.

9.2 Bouwregels

Op de in lid 9.1 bedoelde gronden zijn bouwwerken ten behoeve van de overige voor deze gronden geldende regels toegestaan. Een en ander volgens de voor deze bestemming geldende regels.

9.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
9.3.1 Algemeen

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden de volgende andere werken, geen bouwwerken zijnde, en / of werkzaamheden uit te voeren of te doen uitvoeren:

  • a. het ophogen, egaliseren en ontginnen van gronden dan wel het wijzigen van het profiel van de wallen;
  • b. het bodem verlagen of afgraven van gronden;
  • c. het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,50 m en groter dan 100 m2;
  • d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen;
  • e. het aanbrengen van ondergrondse drainage-, transport-, energie, of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur (voor zover geen bouwwerken zijnde);
  • f. het graven of dempen van sloten, watergangen en vijvers.
9.3.2 Uitzondering

Het bepaalde in lid 9.3.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke uit een oogpunt van het te beschermen archeologische waarde van ondergeschikte betekenis zijn. Hieronder wordt in ieder geval werken en werkzaamheden bedoeld die niet dieper worden uitgevoerd dan 0,5 m.

9.3.3 Toelaatbaarheid

Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 9.3.1 is slechts toelaatbaar indien door die andere werken en/of werkzaamheden aan de archeologische waarde van deze gronden geen onevenredige afbreuk wordt gedaan en een afweging van de in het geding zijnde belangen tot uitkomst heeft, dat een omgevingsvergunning in redelijkheid niet kan worden geweigerd, eventueel nadat wetenschappelijk onderzoek is gedaan en/of de mogelijkheid heeft bestaan tot het doen van oudheidkundige waarnemingen.

9.3.4 Advies

Alvorens te beslissen omtrent een vergunning als bedoeld in lid 9.3.1 wordt schriftelijk advies ingewonnen bij de stadsarcheoloog van de gemeente Bergen op Zoom.

9.4 Wijzigingsbevoegdheid
9.4.1 Wijzigingsbevoegdheden

Het bevoegd gezag kan, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6, lid 1 onder a van de Wet ruimtelijke ordening en met inachtneming van het bepaalde in lid 9.4.2, het plan te wijzigen waarbij de in lid 9.1 bedoelde bestemming kan worden geschrapt, indien uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat er geen sprake (meer) is van te beschermen archeologische waarde.

9.4.2 Advies

Alvorens toepassing te geven aan deze wijzigingsbevoegdheid wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 10 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 11 Algemene gebruiksregels

11.1 Strijdig gebruik

Onder het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt in ieder geval begrepen:

  • a. het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik;
  • b. lawaaisporten;
  • c. zelfstandige detailhandel behoudens voor zover zulks in ondergeschikte vorm noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik;
  • d. een seksinrichting;
  • e. geluidzoneringsplichtige inrichtingen;
  • f. activiteiten uit kolom 1 van bijlagen C en D van het Besluit milieueffectrapportage 1994 in de gevallen, zoals genoemd in kolom 2 van de desbetreffende bijlage.
11.2 Parkeren
11.2.1 Voorwaardelijke verplichting parkeren

De gronden of bouwwerken ter plaatse van de bestemmingen recreatie en verkeer, mogen niet worden gebruik alvorens minimaal 424 parkeerplaatsen zijn gerealiseerd ten behoeve van het in artikel 5 en artikel 6 van deze regels opgenomen programma.

11.2.2 Afwijken parkeren

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 11.2.1 indien het programma wordt uitgebreid ten opzichte van hetgeen is opgenomen in artikel 5 en artikel 6 van deze regels, mits:

  • a. voor het gedeelte van het programma dat wordt uitgebreid, dient ten behoeve van parkeren van personenauto's voldoende ruimte aan te worden gebracht in, op of onder het gebouw en/of op of onder het (onbebouwde blijvende deel van het) terrein, conform de Nota Parkeernormering Bergen op Zoom, zoals deze is opgenomen in Bijlage 7 van deze regels, met dien verstande dat:
    • 1. een ruimte voor het parkeren van een personenauto afmetingen moet hebben die zijn afgesteld op gangbare personenauto's. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan, indien:
      • de afmetingen van een parkeerruimte uitgaande van langsparkeren, voor een personenauto ten minste 1,80 meter bij 5,50 meter bedraagt, en in geval van haaksparkeren ten minste 2,50 meter bij 5,00 meter bedraagt;
      • de afmetingen voor een gehandicapte gereserveerde parkeerruimte, bij haaks parkeren ten minste 3,50 meter bij 5,00 meter bedraagt.
  • b. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 11.2.2, sub a indien:
    • 1. het voldoen aan de parkeernormen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit;
    • 2. op een andere wijze in de benodigde parkeer- en/of stallingsruimte wordt voorzien;
    • 3. nadere besluitvorming ten aanzien van het parkeerbeleid en/of parkeernormen hiertoe aanleiding geeft.
11.2.3 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 Wro, het plan te wijzigen door de bijlagen waarna verwezen wordt in 11.2.2 aan te passen c.q. te vervangen, indien nadere besluitvorming ten aanzien van het parkeerbeleid en/of parkeernormen hiertoe aanleiding geeft.

Artikel 12 Algemene aanduidingsregels

12.1 overige zone - verwijzingsmast
  • a. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - verwijzingsmast' is maximaal één verwijzingsmast toegestaan met een maximale bouwhoogte van 40 meter.
  • b. De verwijzingsmast dient te voldoen aan het afleidingskader 'Beoordeling van Objecten langs Auto(snel)wegen', vastgesteld d.d. 21 oktober 2011.
12.2 geluidzone - industrie 50dB
12.2.1 Bestemmingsomschrijving

Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie 50dB' zijn de gronden, naast het bepaalde in de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en instandhouding van de geluidruimte in verband met de aanwezigheid van industrieterrein Fokker Services/vliegbasis als bedoeld in artikel 53 van de Wet geluidhinder en is het tevens niet toegestaan nieuwe geluidsgevoelige objecten te bouwen of geluidsgevoelige terreinen aan te leggen en in te richten ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie 50dB', te weten de 50 dB(A) zone behorende bij het industrieterrein Theodorushaven - Noordland.

12.2.2 Bouwregels

Binnen de op de verbeelding aangegeven aanduiding 'geluidzone - industrie 50dB' is de bouw en gebruik van nieuwe geluidgevoelige functies alleen toegestaan indien middels een akoestisch onderzoek is aangetoond dat de geluidsbelasting vanwege het industrielawaai op de gevels van de gebouwen met de geluidgevoelige functies niet hoger is dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of de maximaal te verlenen hogere grenswaarde.

12.2.3 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in lid 31.1.1 te wijzigen in die zin, dat de gebiedsaanduiding 'geluidzone - industrie 50dB' opgeheven of veranderd wordt indien de bron van de geluidszone is opgehouden te bestaan danwel het gebied voor geluidshinderlijke bedrijven is aangepast.

12.3 veiligheidszone - invloedsgebied

Ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - invloedsgebied' geldt dat uitsluitend (beperkt) kwetsbare objecten mogen worden gebouwd, indien het groepsrisico door het bevoegd gezag wordt verantwoord en geaccepteerd.

12.4 vrijwaringszone - radar
12.4.1 Verbod

Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - radar' (met nummer) geldt teneinde de verstoring van het radarbeeld te voorkomen een bouwverbod voor bouwwerken met een hogere bouwhoogte dan:

  • a. 75 meter boven NAP ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - radar 6';
  • b. 80 meter boven NAP ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - radar 7';
  • c. 85 meter boven NAP ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - radar 8'.
12.4.2 Afwijken

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsverguning afwijken van het bepaalde in lid 12.4.1 mits:

  • a. de grote hoogte in overeenstemming is binnen de overige bouwregels die gelden voor de betreffende bestemming;
  • b. de werking van de radar niet in onaanvaardbare mate negatief wordt beïnvloed;
  • c. voorafgaand aan het verlenen van de omgevingsvergunning schriftelijk advies is ingewonnen bij de beheerder van het radarverstoringsgebied.
12.5 vrijwaringszone - weg overlegzone
12.5.1 Algemeen

In afwijking van het bepaalde in de bestemmingen zoals opgenomen in Hoofdstuk 2 van deze regels mag ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - weg overlegzone' geen bebouwing worden opgericht.

12.5.2 Bouwregels

Voor het bouwen van bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - weg overlegzone' gelden de volgende bepalingen:

  • a. er mag niet worden gebouwd binnen de zone gemeten van 50 tot 75 meter uit de kant verharding van de meest nabijgelegen rijbaan voor de rijksweg A4/A58, tenzij het betreft bouwwerken welke verband houden met de bestemming 'Verkeer' en/of welke direct verband houden met de aanleg c.q. verbreding van de rijksweg A4/A58.
12.5.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 31.19.2 en toestaan dat in de andere voor die gronden aangewezen (basis)bestemming, bouwwerken worden gebouwd, mits:

ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - weg overlegzone', zijnde de zone gemeten van 50 tot 75 meter vanuit de kantverharding van de dichtsbij gelegen rijbaan van de rijksweg A4/A58, wordt gebouwd, mits:

    • 1. het bouwwerk in overeenstemming is met de ter plaatse op de verbeelding aangewezen bestemming en door de bouw of situering van het bouwwerk het verkeersbelang niet onevenredig wordt aangetast en/of een toekomstige uitbreiding van de rijksweg A4/A58 kan belemmeren;
    • 2. het bouwwerk direct verband houdt met de aanleg c.q. verbreding van de rijksweg A4/A58, zoals geluidswerende voorzieningen en ecologische voorzieningen.
  • b. voorafgaand aan het verlenen van de omgevingsvergunning schriftelijk advies is ingewonnen bij de wegbeheerder.
12.6 vrijwaringszone - weg verbodzone
12.6.1 Algemeen

In afwijking van het bepaalde in de bestemmingen zoals opgenomen in hoofdstuk 2 van deze regels mag ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - weg verbodzone' geen bebouwing worden opgericht.

12.6.2 Bouwregels

Voor het bouwen van bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - weg verbodzone' gelden de volgende bepalingen:

  • a. er mag niet worden gebouwd binnen een afstand van 50 meter uit de kant verharding van de meest nabijgelegen rijbaan voor de rijksweg A4/A58, tenzij het betreft bouwwerken welke verband houden met de bestemming 'Verkeer' en/of welke direct verband houden met de aanleg c.q. verbreding van de rijksweg A4/A58.
12.6.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 31.18.2 en toestaan dat in de andere voor die gronden aangewezen (basis)bestemming, bouwwerken worden gebouwd, mits:

  • a. ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - weg verbodzone', zijnde de zone binnen 50 meter vanuit de kantverharding van de dichtsbij gelegen rijbaan van de rijksweg A4/A58, wordt gebouwd, mits:
    • 1. het bouwwerk in overeenstemming is met de ter plaatse op de verbeelding aangewezen bestemming en door de bouw of situering van het bouwwerk het verkeersbelang niet onevenredig wordt aangetast en/of een toekomstige uitbreiding van de rijksweg A4/A58 kan belemmeren;
    • 2. het bouwwerk direct verband houdt met de aanleg c.q. verbreding van de rijksweg A4/A58, zoals geluidswerende voorzieningen en ecologische voorzieningen.
  • a. voorafgaand aan het verlenen van de omgevingsvergunning schriftelijk advies is ingewonnen bij de wegbeheerder.
12.7 veiligheidszone - PR
12.7.1 Verbod

Ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - PR' geldt dat geen (beperkt) kwetsbare objecten mogen worden gebouwd.

12.7.2 Afwijken

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsverguning afwijken van het bepaalde in lid 12.7.1, mits:

  • a. er sprake is van de bouw van een beperkt kwetsbaar object en er gewichtige redenen bestaan voor vestiging ter plaatse;
  • b. uit een onderzoek blijkt dat de PR 10-6 contour niet langer het (beperkt) kwetsbare object overlapt.
12.8 in Verordening ruimte te verwijderen aanduidingen
12.8.1 Te verwijderen Natuur Netwerk Brabant

Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - in Verordening ruimte te verwijderen Natuur Netwerk Brabant' wordt de nadere aanduiding 'Natuur Netwerk Brabant' in de Verordening ruimte verwijderd.

12.8.2 Te verwijderen Groenblauwe mantel

Ter plaatse van de aanduiding 'overig zone - in Verordening ruimte te verwijderen groenblauwe mantel' wordt de nadere aanduiding 'Groenblauwe mantel' in de Verordening ruimte verwijderd.

12.9 In Verordening ruimte toe te voegen aanduidingen
12.9.1 Toe te voegen Natuur Netwerk Brabant

Ter plaatse van de aanduiding 'overig zone - in Verordening ruimte toe te voegen Natuur Netwerk Brabant' wordt de nadere aanduiding 'Natuur Netwerk Brabant' in de Verordening ruimte toegevoegd.

12.9.2 Toe te voegen Groenblauwe mantel

Ter plaatse van de aanduiding 'overig zone - in Verordening ruimte toe te voegen groenblauwe mantel' wordt de nadere aanduiding 'Groenblauwe mantel' in de Verordening ruimte toegevoegd.

Artikel 13 Algemene afwijkingsregels

Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, met een omgevingsvergunning afwijken van:

  • a. het afwijken van de voorgeschreven maatvoering voor bouwwerken, indien in verband met ingekomen bouwplannen deze wijzigingen nodig zijn, waarbij van de maatvoeringen met ten hoogste 10% mag worden afgeweken; met betrekking tot deze omgevingsvergunning voor het gebruik geldt, dat:
    • 1. geen onevenredige afbreuk mag worden gedaan aan de stedenbouwkundige hoofdopzet;
    • 2. die omgevingsvergunning slechts mag worden toegepast op primaire bouwnormen (normen welke "als recht" zijn toegestaan); cumulatieve toepassing van deze bepaling op een eerder verleende omgevingsvergunning ten aanzien van de bouwnorm is niet toegestaan.
  • b. het in geringe mate aanpassen van het plan, zoals een aanduiding of een bouwgrens, indien bij definitieve uitmeting of verkaveling blijkt, dat deze aanpassing in het belang van een juiste verwerkelijking van het plan redelijk gewenst of noodzakelijk is, met dien verstande dat de grenzen ten hoogste 2 meter mogen worden verschoven;
  • c. de bestemmingsregels ten aanzien van de maximale bouwhoogte van gebouwen en toestaan dat de bouwhoogte van de gebouwen ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen mag worden overschreden, mits de oppervlakte van de vergroting niet meer dan 50% bedraagt.

Artikel 14 Algemene wijzigingsregels

Het bevoegd gezag kan, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, het plan wijzigen door:

  • a. het aanbrengen van wijzigingen betrekking hebbende op een enigszins andere situering van de bestemmingsgrenzen, indien bij de uitvoering van het plan mocht blijken, dat verschuivingen nodig zijn in verband met de aanleg van een weg of ingekomen bouwaanvragen ter uitvoering van een bouwplan, dan wel ter correctie van afwijkingen of onnauwkeurigheden op de verbeelding, met dien verstande dat de verschuiving niet meer dan 5 m mag bedragen;
  • b. het wijzigen van de voorgeschreven maatvoering voor bouwwerken met ten hoogste 20%, indien in verband met ingekomen bouwvragen deze wijzigingen nodig zijn;
  • c. een enigszins andere situering en/of begrenzing van de bestemmings- en/of bouwgrenzen, indien bij de uitvoering van het plan mocht blijken dat verschuivingen in verband met de uitvoering van een bouwplan waarvan realisering wenselijk of noodzakelijk wordt geacht, nodig zijn, mits de oppervlakte van een bestemmings- en/of bouwvlak met niet meer dan 10% wordt gewijzigd en de wijziging acceptabel is uit milieuhygiënisch oogpunt;
  • d. de inhoud van de regels op overige onderdelen te wijzigen, mits wordt aangetoond dat de betreffende wijziging bij draagt aan de beoogde ontwikkelingen in het Landschapspark Bergsche Heide en dit vanuit beleidsmatig, ruimtelijk, landschappelijk en milieuhygienisch oogpunt acceptabel is.

Artikel 15 Procedureregel

15.1 Beleidsregels

De beleidsregels zoals genoemd in de leden 5.3.2, 5.3.3 en 6.3.2 worden door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen op Zoom vastgesteld.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Artikel 16 Overgangsrecht

16.1 Overgangsrecht bouwwerken
  • a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits de afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:
    • 1. gedeeltelijk worden vernieuwd en veranderd;
    • 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
  • b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.
  • c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsregeling van het plan.

16.2 Overgangsrecht gebruik
  • a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
  • b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdig gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
  • c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
  • d. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsregeling van dat plan.

Artikel 17 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Poortgebied Bergsche Heide en ontsluitingsweg' van de gemeente Bergen op Zoom.