|
|
|
|||
|
|
|||||
|
Artikel 12 Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. Artikel 13 Algemene aanduidingsregels 13.1 Geluidzone - industrie De gronden ter plaatse van de aanduiding "geluidzone-industrie" zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en instandhouding van de geluidsruimte in verband me de nabijheid van een inrichting als bedoeld in artikel 53 van de Wet Geluidhinder. 13.1.1 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen in die zin dat de gebiedsaanduiding "geluidzone-industrie" opgeheven of veranderd wordt indien de bron van de geluidszone is opgehouden te bestaan danwel het gebied voor geluidshinderlijke bedrijven is aangepast. 13.2 Veiligheidszone- bevi 13.2.1 Bouwregels
Op de gronden, ter plaatse van de aanduiding “veiligheidszone-bevi”, zijn geen beperkt kwetsbare objecten en kwetsbare objecten toegestaan. 13.2.2 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 13.2.1 ten behoeve van bouwwerken als bedoeld in lid 13.3.1 met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. het bouwwerk brengt enkel een beperkte toename van de normering van het groepsrisico met zich mee; b. vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de milieudeskundige over het onder in lid a gestelde. 13.2.3 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in lid 13.2 bedoelde aanduiding te laten vervallen indien uit milieu onderzoek is gebleken dat er geen sprake meer is van een veiligheidszone- bevi, danwel dat de hinder veroorzakende activiteiten zijn gestaakt. Artikel 14 Algemene bouwregels 14.1 Bescherming van het plan Geen bouwwerk mag worden opgericht, indien hierdoor op enig terrein of bouwperceel een toestand zou ontstaan waardoor aan deze regels niet langer meer zou worden voldaan, dan wel een reeds bestaande afwijking van deze regels zou worden vergroot. 14.2 Bestaande afstanden en andere maten 14.2.1 Afstanden Indien afstanden tot, en hoogten, inhoud, aantallen en / of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtnemin van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk II is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden. 14.2.2 Hoogten, inhoud, aantallen en of oppervlakten In die gevallen dat afstanden tot, en hoogten, inhoud, aantallen en / of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk II is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden. 14.2.3 (Her)oprichting In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in 14.2.1 en 14.2.2 uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats. 14.3 Overschrijding bouwgrenzen De bouwgrenzen, al dan niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen in afwijking van aanduidingsgrenzen, maatvoeringsaanduidingen en bestemmingsregels worden overschreden door:
14.4 Percentages Een in een maatvoeringsaanduiding aangegeven percentage geeft aan hoeveel van het bouwperceel ten hoogste mag worden bebouwd met gebouwen en overkappingen. Bij het ontbreken van een percentage mag het bouwvlak volledig worden bebouwd, tenzij in hoofdstuk 2 anders is geregeld. Artikel 15 Algemene afwijkingsregels
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels van het plan voor:
Bij de beoordeling van de toelaatbaarheid van de omgevingsvergunning dient voor het bepaalde onder lid 1 en 2 in de belangenafweging eveneens te worden gelet op de effecten met betrekking tot de verkeersveiligheid (voldoende ruimte voor voetgangers en/of bedienend verkeer);
op voorwaarde dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de stedenbouwkundige hoofdopzet ter plaatse. Bij het verlenen van afwijking kunnen door burgemeester en wethouders voorwaarden en/of (nadere) eisen worden gesteld aan:
Artikel 16 Algemene wijzigingsregels 16.1 Algemene afwijkingsregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, indien de wijziging betrekking heeft op:
16.2 Specifieke wijzigingsregels 16.2.1 Wijzigingsbevoegdheid wijzigingsgebied 1 Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ter plaatse van de aanduiding "wro-zone-wijzigingsgebied 1" te wijzigen in de bestemming "bedrijven tot en met categorie 3" met inachtneming van de volgende voorwaarden:
16.2.2 Wijzigingsbevoegdheid wijzigingsgebied 2 Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ter plaatse van de aanduiding “wro-zone-wijzigingsgebied 2” de bestemming te wijzigen door de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf- bedrijfswoning 1" toe te voegen met inachtneming van de volgende voorwaarden:
16.2.3 Wijzigingsbevoegdheid wijzigingsgebied 3 Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ter plaatse van de aanduiding "wro-zone-wijzigingsgebied 3" de bestemming te wijzigen door de aanduiding "specifieke vorm van horeca- joblodge" toe te voegen met inachtneming van de volgende voorwaarden:
|
|||||
|
|||||
|
|
|||||