Regels
Bestemmingsplan
Geertruidapolder


Deel

 

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

 

Artikel 1 Begrippen

 

1.1 plan

het bestemmingsplan Geertruidapolder van de gemeente Bergen op Zoom;

 

1.2 bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0748.BP0177 met de bijbehorende regels (en eventuele bijlagen);

 

1.3 aanbouw

een aan een hoofdgebouw aangebouwd gebouw, een afzonderlijke ruimte zijnde, dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw;

 

1.4 aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

 

1.5 aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

 

1.6 afvalinzamelsysteem

geheel of gedeeltelijk onder peil gelegen bouwwerken / voorzieningen ten behoeve van de inzameling van huishoudelijk afval, glas en dergelijke;

 

1.7 agrarisch bedrijf

een bedrijf dat gericht is op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren; daarbij worden onderscheiden:

  1. een grondgebonden agrarisch bedrijf: een agrarisch bedrijf waarbij de productie geheel of overwegend afhankelijk is van het voortbrengend vermogen van de bij het bedrijf behorende grond;

  2. een niet-grondgebonden agrarisch bedrijf: een agrarisch bedrijf waarbij het voorbrengen van de producten of het houden van dieren geheel of overwegend in gebouwen plaatsvindt van de productie van gewassen;

 

1.8 ambachtelijk - verzorgend bedrijf

  1. een bedrijf voor de uitoefening van producerende en/of verzorgende ambachten, met uitzondering van detailhandelsambachten, garagebedrijven en andere autoverzorgende bedrijven, waar - voor een belangrijk deel in handwerk - goederen worden vervaardigd, verwerkt, bewerkt geïnstalleerd of hersteld, voornamellijk direct ten behoeve van de uiteindelijke gebruiker en/of verbruiker en welke wordt gekenmerkt door hetgeen is vermeld onder b;

  2. een bedrijf waarvan de uitoefening plaats heeft onder (één van) de volgende omstandigheden:

  1. het productieproces, wordt grotendeels "met de hand" of althans niet in hoofdzaak gemechaniseerd of met behulp van werktuigen die door energiebronnen buiten de menselijke arbeidskracht worden aangedreven, uitgevoerd;

  2. voorzover van laatstbedoelde werktuigen gebruik wordt gemaakt, zijn deze als ondergeschikt te beschouwen aan de menselijke handvaardigheid.

 

1.9 ambachtelijke bedrijvigheid

het bedrijfsmatig vervaardigen, bewerken of herstellen van goederen geheel of overwegend door middel van handwerk, als ook - in verband hiermee en als nevenactiviteit van ondergeschikt belang - het verkopen van en/of leveren van goederen;

 

1.10 ander bouwwerk

een bouwwerk, geen gebouw zijnde;

 

1.11 ander werk

een werk, geen bouwwerk zijnde;

 

1.12 archeologische waarde

de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebeid voorkomende overblijfselen uit oude tijden;

 

1.13 bebouwing

één of meer gebouwen en/of andere bouwwerken;

 

1.14 bebouwingspercentage

een aangegeven percentage, dat de grootte aangeeft van het deel van het bouwperceel, dat ten hoogste mag worden bebouwd;

 

1.15 bedrijf

Een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voorbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren, en/of herstellen van goedere, danwel het bedrijfsmatig verlenen van diensten., beroepsmatige activiteitenin of bij een woning daaronder niet begrepen.

 

1.16 bedrijfsmatige activiteiten in of bij een (bedrijfs-)woning

het bedrijfsmatig verlenen van diensten - geen dienstverlenend bedrijf zijnde - en ambachtelijke bedrijvigheid in tegenstelling tot beroepsmatige activiteiten als bedoeld onder het begrip "beroepsmatige activiteiten in of bij een woning", geheel of overwegend door middel van handwerk en waarvan de omvang in de activiteiten in een woningen en/of de daarbij behorende bijgebouwen met behoud van de woonfunctie kunnen worden uitgeoefend;

 

1.17 bedrijfs - of dienstwoning

een woning in of bij een gebouw of op dan wel bij een terrein, bestemd voor één huishouden, waarvan is aangetoond dat huisvesting daar, gelet op de bedrijfsvoering, in overeenstemming met de bestemming, noodzakelijk is;

 

1.18 bedrijfsperceel

een bouwperceel met een minimale breedte van 13 meter;

 

1.19 bedrijfsverandering of - beeindiging

verandering van de bedrijfsactiviteiten, een eigenaarwisseling daarop niet begrepen, danwel het staken van bedrijfsactiviteiten gedurende ten minste 1 jaar;

 

1.20 bedrijfsvloeroppervlakte

de vloer van de ruimten die worden of kunnen worden gebruikt voor bedrijfsactiviteiten;

 

1.21 beeldbepalende boom

boom zoals opgenomen in de houtopstandverordening;

 

1.22 beeldbepalend pand

pand en/of object dat niet onder monumentenwet c.q. verordening valt, maar gekoppeld is aan de Nota Welstand en aan het bestemmingsplan;

 

1.23 begeleid wonen

vorm van wonen waarbij de bewoners, al dan niet met hun samenwonende partner, in een zelfstandige woning of met andere cliënten in een gebouw wonen en de cliënten ter plaatse een aantal uren per dag of per week zorg krijgen;

 

1.24 belwinkel

een ruimte voor het bedrijfsmatig aan het publiek gelegenheid bieden tot het voeren van telefoongesprekken al dan niet geplaatst in belcabines, waaronder mede begrepen faxen en het toegang bieden tot internet. Ook ruimten die een andere benaming hebben dan belwinkel, maar waarin voornoemde activiteiten plaatsvinden, vallen onder het begrip "belwinkel";

 

1.25 beperkt kwetsbaar object

een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand is bepaald, waarmee rekening moet worden gehouden.

 

1.26 beroepsmatige activiteiten in of bij een woning

een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en/of de daarbij behorende gebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend;

 

1.27 beroepsmatige werkruimten

werkruimten waarbinnen beroeps- of bedrijfsmatige diensten worden verricht op administratief, medisch, juridisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermede naar de aard gelijk te stellen beroep dat door zijn aard en omvang in een woning zodanig is dat deze activiteiten in een woning kunnen worden uitgeoefend en de activiteiten geen onevenredige afbreuk doen aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving;

 

1.28 bestaande bebouwing

bebouwing aanwezig op de eerste dag van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening;

 

1.29 beschermd monument

onroerende goederen welke zijn ingeschreven in de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde registers;

 

1.30 bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak;

 

1.31 bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

 

1.32 bevi-inrichting

een inrichting als bedoeld in Besluit externe veiligheid inrichting (2004);

 

1.33 bevoegd gezag

bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)

 

1.34 bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;

 

 

1.35 bouwgrens

de grens van een bouwvlak;

 

1.36 bouwlaag

een gedeelte van een gebouw,d at door op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met uitsluiting van onderbouw, zolder of vliering;

 

1.37 bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

 

1.38 bouwperceelgrens

een grens van een bouwperceel;

 

1.39 bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en andere bouwwerken zijn toegelaten;

 

1.40 bouwwerk

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;

 

1.41 brutovloeroppervlakte (b.v.o.)

de totale horizontale vloeroppervlakte van bedrijfsruimten, met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten;

 

1.42 bijgebouw

een vrijstaand gebouw dat een functionele eenheid vormt met en dienstbaar is aan een woning of een ander hoofdgebouw, en dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw, waaronder in ieder geval begrepen een huishoudelijke bergruimte, garage of hobbyruimte;

 

1.43 bijbehorend bouwwerk

uitbreiding van het hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouw gebouw, of ander bouwwerk, met een dak;

 

1.44 bijzondere woonvormen

met het wonen vergelijkbare huisvesting, zoals al dan niet zelfstandige woonruimten, gezinsvervangende woningen, aanleunwoningen en woonverblijven die mede afhankelijk zijn van binne het complex aangeboden voorzieningen, alsmede bejaardentehuizen, verzorgingstehuizen, logeerhuizen en een hospice;

 

1.45 coffeeshop

een alcohol vrije inrichting waar handel in en/of gebruik van softdrugs plaatsvindt;

 

1.46 chalet

een voor bewoning bestemd gebouw, dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden geplaatst;

 

1.47 consumentenvuurwerk

vuurwerk voor particulier gebruik;

 

 

 

1.48 cultuurhistorische waarde

  1. het cultuurpatroon van een gebied, dat kenmerkend is voor het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van de gronden gemaakt heeft, zoals dat onder meer tot uitdrukking komt in de kavelindeling, de waterhuishouding, het bodemreliëf, de beplanting en de bebouwing;

  2. de aan een bouwwerk eigen zijnde waarde in verband met de herkenbaarheid van de in het verleden ontstane elementen van het bouwwerk in relatie tot de geschiedkundige ontwikkeling van het gebied; architectonische waarden wordne hieronder mede begrepen;

 

1.49 dagrecreatie

activiteiten ter ontspanning in de vorm van sport, spel, toerisme en ecuxatie, waarbij overnachting niet is toegestaan;

 

1.50 dansschool

een inrichting waar één of meer voorzieningen aanwezig zijn voor het in besloten ruimte dansen en het geven van dansonderricht, zonder verhuur van zalen en/of regulier gebruik ten behoeve van het geven van feesten en niet bij het dansonderricht behorende muziek/dansevenement;

 

1.51 detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en /of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, niet zijnde horecabedrijf. Afhaalzaken en broodjeszaken hier niet onder begrepen;

 

1.52 detailhandel in dagelijkse goederen

detailhandel in voedings- en genotmiddelen (foodsector) alsmede detailhandel in dagelijkse (huishoudelijke) gebruiksartikelen;

 

1.53 detailhandel in niet-dagelijkse goederen (non-food sector)

detailhandel in duurzame en/of gebruiksgoederen, zoals kleding en schoeisel, elektrische artikelen, huishoudelijke artikelen en overige goederen, voor zover geen detailhandel in dagelijkse goederen;

 

1.54 detailhandel in volumineuze goederen

een detailhandelsbedrijf in goederen die vanwege de omvang van die goederen dan wel de aard van die goederen een grotere bedrijfsvloeroppervlakte per vestiging rechtvaardigen, te weten auto’s en motoren, auto- onderdelen en banden, volumineuze kampeer- en recreatieartikelen (zoals caravans, tenten, campers en boten), inbouwkeukens, sanitair, wand- en vloertegels, grove bouwmaterialen zoals bestratingmateriaal, zand en dergelijke, zonweringen, tuinhuisjes, buitenspeeltoestellen, zwembaden, tuinbeelden, haarden en kachels, grafzerken (paarden)trailers, aanhangwagens, goederen met brand- en explosiegevaar, alsmede goederen die een eerstegraads verwantschap hebben c.q. in rechtstreeks verband staan met deze goederen, detailhandelsbedrijven als bedoeld onder detailhandel en detailhandel in dagelijkse goederen worden hier niet onder begrepen;

 

1.55 dienstruimtes

niet voor het publiek toegankelijke ruimtes, zoals kantine, opslagruimte bij een bedrijf of ondergeschikt kantoor;

 

1.56 dienstverlening

Met detailhandelsvestigingen vergelijkbare vestigingen voor de verrichting van diensten aan het publiek, zoals een apotheek, atelier, bank (met baliefunctie), kapsalon, makelaarskantoor, postkantoor, reisbureau, schoenmaker, schoonheidssalon, sleutelspecialisten, uitzendbureau en verzorgende beroepen, met uitzondering van prostitutie;

 

 

1.57 dienstwoning

een woning in of bij een gebouw of op dan wel bij een terrein, bestemd voor het huishouden waarvan is aangetoond dat de huisvesting daar, gelet op de bedrijfsvoering in overeenstemming met de bestemming van het gebouw of het terrein, noodzakelijk is. Zie ook begrip "bedrijfswoning";

 

1.58 dove gevel

een bouwkundige constructie die een ruimte in een gebouw scheidt van de buitenlucht, waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een karakteristieke geluidswering - conform NEN 5077 - die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB(A) (ingeval van wegverkeerslawaai) en 35 dB(A) (ingeval industrielawaai), alsmede een bouwkundige constructie waarin alleen bij wijze van uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits die delen niet direct grenzen aan een geluidgevoelige ruimte, zoals omschreven in artikel 1 van de Wet geluidhinder;

 

1.59 eengezinswoning

een complex van ruimten dat blijkens zijn indeling en inrichting bestemd is voor de huisvesting van een huishouden;

 

1.60 erf

een al of niet omheind stuk grond, in ruimtelijk opzicht direct behorende bij, in functioneel opzicht ten dienste van en in feitelijk opzicht direct aansluitend aan een woning of een andere gebouw, waarop ingevolge de regels van het plan geen hoofdbebouwing is toegestaan en wat in beginel behoort tot de kavel(s) waarop de woning of het andere gebouw is geplaatst, zoals dat blijkt uit de kadastrale gegevens;

 

1.61 eerste bouwlaag

de eerste bouwlaag of een verdieping van een gebouw, met dien verstande, dat bouven de 100% van het vloeroppervlak van de bouwlagen een plafondhoogte van ten minste 2.10 m aanwezig c.q. mogelijk is, een onderhuis is hierin niet begrepen;

 

1.62 evenement

Al of niet periodiek terugkerende en/ of incidentele gebeurtenissen op het gebied van sport, cultuur, kunst, folklore, handel, recreatie, liefdadigheid, religie, gezondheid, wetenschap, amusement en vergelijkbare gebeurtenissen;

 

1.63 gebouw

een bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vorm;

 

1.64 geluidsgevoelige gebouwen

gebouwen welke dienen ter bewoning of ten behoeve van een andere geluidgevoelige functie als bedoeld in de Wet geluidhinder, het besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen;

 

1.65 geluidzoneringsplichtige inrichting

een inrichting, als bedoeld in de Wet geluidhinder, waar rondom het terrein de vestiging in een bestemmingsplan een geluidszone moet worden vastgesteld;

 

1.66 gestapelde woning

een woning in een gebouw dat twee of meer geheel of gedeeltelijk boven en, of naast elkaar gelegen woningen bevat;

 

 

 

1.67 gevoelige objecten

woningen van derden, bedrijven uit de voedings- en genotmiddelen industrie, detailhandel in voedings- en genotmiddelen en hotels, restaurants, en kantoorgebouwen met meer dan 50 werknemers;

 

1.68 groothandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, verkopen en/of leveren van goederen aan wederverkopers, dan wel aan personen of instellingen ter aanwending in een andere bedrijfsactiviteit;

 

1.69 groothandel in smart- en growproducten

het bedrijfsmatig te koop of te huur aanbieden, waaronder mede begrepen de uitstalling ter verkoop, ter huur, het verkopen, het verhuren en/of leveren van goederen die het maatschappelijk verkeer worden aangeduid als smart- en growproducten aan tussenhandelaren of verwerkende bedrijven die deze goederen kopen rexpectievelijk huren voor gebruik, verbruik of aanwending in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit met dien verstande dat het niet is toegestaan om in groothandel detailhandel te bedrijven;

 

1.70 grootschalige detailhandel

een vestiging van detailhandel die vanwege de omvang van de gevoerde artikelen, of vanwege de gevoerde formule, een groot oppervlak nodig heeft, met een minimum verkoopvloeroppervlakte van 500 m², uitgezonderd detailhandel in dagelijkse goederen;

 

1.71 growshop

een ruimte voor het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen en/of leveren van kweekbenodigdheden (zoals potgrond, meststoffen, bestrijdingsmiddelen, lampen, ventilatiesystemen, waterpompen) voor psychotrope stoffen, aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. Ook ruimten die een andere benaming hebben dan growshop, maar waarin voornoemde activiteiten plaatsvinden, vallen onder het begrip "growshop";

 

1.72 handel

  1. detailhandel zie begrip "detailhandel";

  2. groothandel zie begrip "groothandel";

 

1.73 handel in softdrugs

het verkopen van softdrugs vanuit een horeca-inrichting of een andere voor het publiek toegankelijke lokaliteit en de daarbij behorende erven, dan wel het aldaar aanwezig zijn van middelen als bedoeld in artikel 3 (lijst II) van de Opiumwet, dan wel toegestaan dat bedoelde middelen in de horeca-inrichting gebruikt, bereid, bewerkt, verkocht, geleverd, verstrekt en vervaardigd worden;

 

1.74 hoofdgebouw

een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn aard, functie, constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken;

 

1.75 horeca

een bedrijf dat in zijn algemeenheid gericht is op het verstrekken van nachtverblijf, op het ter plaatse nuttigen van voedsel en/of dranken en/of het exploiteren van zaalaccomodatie, broodjeszaak, afhaalzaak. Een en ander met inachtneming van de bij deze regels behorende Staat van Horeca-activiteiten;

 

1.76 hospice

verblijfhuis voor terminale patiënten;

 

 

 

1.77 hoveniersbedrijf

een bedrijf, gericht op de aanleg, inrichting, verfraaiing en het onderhoud van tuinen en groenvoorzieningen, met de daarbij noodzakelijke hulpmaterialen met uitzondering van detailhandel;

 

1.78 huishouden

de bewoning door een persoon of meerdere personen in de vorm van een vast samenlevingsverband, niet zijnde kamerverhuur of een bijzondere woonvorm, van een woning;

 

1.79 joblodge

Tijdelijk verblijf voor arbeidsmigranten;

 

1.80 kampeermiddelen

een tent, een tentwagen, een kampeerauto of caravan, dan wel enig ander onderkomen en enig ander voertuig of gewezen voertuig of een gedeelte daarvan, voorzover geen bouwwerk zijnde, waarvoor ingevolge artikel 2.1 van de Wabo (Wet algemene bepaling omgevingsrecht) een omgevingsvergunning is vereist, een en ander voorzover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend of tijdelijk bestemd of opgericht danwel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;

 

1.81 kantoor

een ruimte welke door haar indeling en inrichting kennelijk is bestemd om uitsluitend te worden gebruikt voor administratieve, juridische, medische, therapeutische, ontwerptechnische en daarmee gelijk te stellen werkzaamheden, of hiermee gelijk te stellen gebieden;

 

1.82 kap

een dakafdekking van een gebouw waarbij bij een horizontale projectie, ten minste 30% van het gebouw wordt afgedekt met hellende dakvlakken; hieronder wordt ook begrepen een kap waarvan de kap/nokrichting evenwijdig loopt met de voorgevel van het gebouw en de kap een hellend voordakvlak en achterdakvlak heeft; een hellend achterdakvlak van de kap mag ook worden uitgevoerd met een achterdakgevel mits deze minimaal 1,5 meter is teruggeplaatst ten opzichte van het daaronder gelegen buitenwerkse achtergevelvlak;

 

1.83 kleinschalig kamperen

kamperen op een terrein waarbij ten hoogste 25 kampeermiddelen mogen worden geplaatst;

 

1.84 landschappelijke waarde

de aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, die wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet-levende natuur;

 

1.85 logiesgebouw

Gebouw dat dient voor het aanbieden van bedrijfsmatig verblijf en/of nachtverblijf (altijd voor meerdere nachten), waarbij de betreffende persoon het hoofdverblijf elders hebben (heeft);

 

1.86 maatschappelijke voorzieningen

bibliotheken, cultuur, gezondheidszorg, jeugd-/kinderopvang, onderwijs, openbare dienstverlening, openbare orde en veiligheid, religie, verenigingsleven, volksgezondheid, zorg en welzijn en daarmee gelijk te stellen sectoren;

 

1.87 milieudeskundige

een door burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijke deskundige of commissie van deskundigen inzake milieu;

 

 

 

1.88 monumentale boom

een boom die in verband met ouderdom, gaafheid en/of omvang beeldbepalende waarde heeft voor de omgeving en als zodanig is opgenomen in de gemeentelijke houtopstandverordening;

 

1.89 natuurlijke waarde

de aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door geologische, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang;

 

1.90 onderbouw

een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,50 m boven peil is gelegen;

 

1.91 ondergeschikte detailhandel

detailhandel die als activiteit in ruimtelijk, functioneel en inkomenswervend opzicht duidelijk ondergeschikt is aan volgens het bestemmingsplan toegestane hoofdfunctie. De detailhandelsactiviteit is van zulke beperkte bedrijfsmatige en/of ruimtelijke omvang dat de functie waaraan zij wordt toegevoegd qua aard, omvang en verschijningsvorm overwegend of nagenoeg geheel als hoofdfunctie duidelijk herkenbaar blijft;

 

1.92 ondersteunende horeca

gelegenheid waarbij het doel van de onderneming niet primair gerichti s op horeca-activiteiten, maar ter ondersteuning en ondergeschikt aan de hoofdactiviteit;

 

1.93 opslag

opslaan van goederen al dan niet in een gebouw met daarbij behorende kantoorruimte van ondergeschikte afmeting;

 

1.94 peil

  1. voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang onmiddelijk aan een weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang;

  2. in alle andere gevallen de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld;

 

1.95 seksinrichting

een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of daarmee naar de aard en omvang vergelijkbare activiteiten, in de vorm van seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in ieder geval begrepen:

  1. een prostitutiebedrijf, waaronder begrpeen een erotische massagesalon;

  2. een seksbioscoop of sekstheater;

  3. een seksautomatenhal;

  4. een seksclub of parenclub

al dan niet in combinatie met elkaar of in combinatie met een sekswinkel;

 

1.96 sekswinkel

een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarbinnen detailhandel in goederen van erotisch-pornografische aard plaatsvindt;

 

1.97 smartshop

een ruimte bestemd voor het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder uitstalling ten verkoop, het verkopen en / of leveren van psychotrope stoffen aan personen die deze stoffen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. Deze stoffen kunnen wijzigingen voortbrengen in de lichamelijke en geeestelijke functies. Ook ruimten die een andere benaming hebben dan smartshop, maar waarin voornoemde activiteiten plaatsvinden, vallen onder het begrip "smartshop";

 

1.98 speelvoorzieningen

al dan niet zijnde bouwwerken ten behoeve van het spelen door kinderen, zoals: huisjes, klimrekken, schommels, speelhutten, ballenvangers;

 

1.99 standplaats

een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten;

 

1.100 straatmeubilair

al dan niet zijnde bouwwerken ten behoeve van (openbare) nutsvoorzieningen, zoals:

  1. verkeersgeleiders, verkeersborden, lichtmasten, zitbanken, bloembakken, alsmede

  2. telefooncellen, abri's, kunstwerken, speeltoestellen en draagconstructies voor reclame, alsmede

  3. kleinschalige bouwwerken ten behoeve van (openbare) nutsvoorzieningen met een inhoud van ten hoogste 50 m3 en een hoogte van ten hoogste 2,7 m, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van telecommunicatie, energievoorziening en brandkranen alsmede

  4. afvalinzamelsystemen;

 

1.101 uitbouw

een uitbreiding van het hoofdgebouw, waarvan de bestemming overeenkomt met de bestemming van het hoofdgebouw, dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw;

 

1.102 uitwendige architectonische vormgeving

de uitwendige hoofdvorm van een gebouw, bepaald door grondoppervlak, goothoogte, dakhelling, nokrichting en hoogte en, in mindere mate, de gevelindeling;

 

1.103 vliegende winkels

ondernemingen die gedurende één of meer dagdelen roerende goederen aanbieden aan particulieren, dit doen vanuit een gehuurde zaal in een horecagelegenheid, sportkantine / -ruimte, wijkcentra en dergelijke of vanuit een huis en / of zelf niet over een vaste vestigingsplaats elders beschikken;

 

1.104 vliesgevel

een bouwkundige constructie aangebracht aan de buitenzijde van een gevel van een gebouw met een geluidswerende functie ten behoeve van de betrokken gevel van het gebouw, waarbij de afstand tussen de vliesgevel en de gevel van het gebouw ten minste 0,5 meter bedraagt;

 

1.105 vuurwerkbesluit

Vuurwerkbesluit zoals gepubliceerd in Stb.2002, 33;

 

1.106 welstandsmonumentencommissie

de door de gemeenteraad ingestelde commissie voor advies (ex artikel 92, lid 1, Gemeentewet), met als taak de werkzaamheden die beschreven zijn in de gelijknamige verordening regelende de taak, samenstelling en werkwijze van bedoelde commissie;

 

1.107 winterterras

een lichte transparante aanbouw aan de straatzijde op de begane grond van horecabedrijven;

 

1.108 woning

een gebouw of een zelfstandig gedeelte van een gebouw, chalet of woonwagen (niet zijnde een tourcaravan) dat dient voor de huisvesting van één huishouden, niet zijnde kamerverhuur of een bijzondere woonvorm;

 

1.109 woonwagen

een voor bewoning bestemd gebouw dat in zijn geheel of in delen kan worden geplaatst;

 

Artikel 2 Wijze van meten

 

2.1 Algemeen

Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

 

  1. lengte, breedte en diepte van een gebouw:

tussen (de lijnen, getrokken door) de buitenzijde van de gevels (en / of het hart van gemeenschappelijke scheidsmuren);

  1. de oppervlakte van een gebouw:

tussen ( de buitenstede verticale projecties van) de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de gemeenschappelijke scheidingsmuren);

  1. bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

  1. goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot- c.q. de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;

  1. inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;

  1. afstand tot zijdelingse perceelsgrens:

tussen de zijdelingse grenzen van een bouwperceel en enig punt van het op dat perceel voorkomend (hoofd-)gebouw, waar die afstand het kortst is;

  1. oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

  1. bedrijfsvloeroppervlakte:

binnenwerks, op de vloer van de ruimten die worden of kunnen worden gebruikt voor bedrijfsactiviteiten;

  1. de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

 

  1. hoogte van een windturbine:

vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine

 

2.2 Specifieke regels

De regels als bedoeld in lid 2.1 worden als volgt toegepast:

  1. bij toepassing van een dakkapel of dakopbouw met een (al dan niet gezamenlijke) breedte van meer dan 70% van de breedte van het dakvlak waarin de dakkapel of dakopbouw is gelegen, dan wordt de snijlijn van het dakvlak van de dakkapel of dakopbouw met het gevelvlak van de betreffende dakkapel of dakopbouw als goothoogte aangemerkt;

  2. de goot- en bouwhoogte van gebouwen mag worden overschreden door antennes, schoorstenen, hekwerken, zonnecollectoren, schotelantennes en daarmee gelijk te stellen constructies en ondergeschikte dakopbouwen zoals ruimten ten behoeve van centrale verwarmings-, luchtbehandelings- en liftinstallaties, tot een oppervlakte van ten hoogste 25% van het grondoppervlak van de bouwlaag, waarop de dakopbouwen zich bevinden, niet meegerekend.

 

 

Hoofdstuk 2 Bestemmingen

 

Artikel 3 Bedrijf (B)

 

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor “Bedrijf” aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. ter plaatse van de aanduiding "bedrijf behorend tot en met categorie 2" een bedrijf behorende tot en met categorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten en voorzover niet is opgenomen onder de lijst met niet toegestane bedrijven;

  2. ter plaatse van de aanduiding “bedrijf tot en met categorie 3”: een bedrijf behorende tot en met categorie 3. van de Staat van Bedrijfsactiviteiten en voorzover niet is opgenomen onder de lijst met niet toegestane bedrijven;

  3. ter plaatse van de aanduiding “bedrijf tot en met categorie 3.1”: een bedrijf behorende tot en met categorie 3.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten en voorzover niet is opgenomen onder de ljist met niet toegestane bedrijven met dien verstande dat - voorzover betrekking hebbend op de onder a t/m c bedoelde categorieen van bedrijven - niet zijn toegestaan-:

  1. zelfstandige kantoren tenzij specifiek aangegeven;

  2. geluidszoneringsplichtige inrichtingen;

  3. risicovolle inrichtingen, als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen tenzij hier genoemd;

  1. ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van bedrijf- bedrijfswoning 1” tevens per bedrijfsperceel maximaal één bedrijfswoning;

  2. ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van bedrijf- bedrijfswoning 2” tevens per bedrijfsperceel maximaal één bedrijfswoning;

  3. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf - detailhandel in auto's en motorfietsen" tevens voor detailhandel in auto''s en motorfietsen;

  4. ter plaatse van de aanduiding "verkooppunt motor brandstoffen met lpg”: tevens een benzine service station inclusief lpg-verkoop behorend tot categorie 3 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten;

  5. ter plaatse van de aanduiding "maatschappelijk": tevens cultuur, opslag, decorbouw, repetities (dans)onderwijs, creashop, werkplaats ten behoeve van verenigingen en daarmee gelijk te stellen sectoren;

  6. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf - bouw club": tevens voor bouwclubs;

  7. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf - scheepsbouw - en reparatiebedrijf": tevens voor een scheepsbouw- en reparatiebedrijf;

  8. ter plaatse van de aanduiding "specigieke vorm van bedrijf - autospuiterij": tevens voor een autospuiterij;

  9. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van detailhandel - grootschalig-1": tevens voor grootschalige detailhandel zoals genoemd onder "toegestaan" in de bij dit bestemmingsplan opgenomen Staat van Branches GDV en PDV 1en zoals is bepaald onder 3.3 onder sub 1 en sub 5.;

  10. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van detailhandel - grootschalig- 2": tevens voor grootschalige detailhandel zoals genoemd onder "toegestaan" in de bij dit bestemmingsplan opgenomen Staat van Branches GDV 2 en zoals is bepaald onder 3.3.sub 2 en sub 6;

  11. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van detailhandel - detailhandel ondergeschikt": tevens voor een showroom mede en behoeve van de aan de toegestane bedrijvigheid behorende detailhandel zoals is bepaald in artikel 3.4. sub 4;

  12. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van detailhandel - showroom": tevens een showroom ten behoeve van detailhandel in volumineuze goederen;

  13. ter plaatse van de aanduiding "horeca tot en met horecacategorie 2 (h≤2)", horeca-activiteiten zoals bedoeld in categorie 1 en 2 van de Staat van Horeca-activiteiten en zoals is bepaald onder 3.3. sub 3;

  14. de bij de bedrijven behorende gebouwen, andere bouwwerken en overige bij bedrijven behorende voorzieningen zoals ontsluiting, onder- en bovengrondse parkeer voorzieningen, groen voorzieningen en water.

 

3.2 Bouw regels

Op de in lid 3.1. bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de in dat lid bedoelde bestemmingen worden gebouwd, met dien verstande, dat:

  1. de hoofdgebouwen uitsluitend mogen worden opgericht binnen het bouwvlak;

  2. een bedrijfsperceel met een bedrijfswoning minimaal 10 meter breed dient te zijn;

  3. het bebouwingspercentage per bouwvlak niet meer mag bedragen dan ter plaatse van de aanduiding "maximum bebouwingspercentage” is aangegeven; indien geen bebouwingspercentage is opgenomen mag het bouwvlak volledig worden bebouwd;

  4. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van wonen- bedrijfswoning- 1" een bedrijfswoning mag worden opgericht met een inhoud van ten hoogste 500 m3; de bouwhoogte van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 7 m;

  5. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van wonen- bedrijfswoning- 2" een bedrijfswoning mag worden opgericht met een inhoud van ten hoogste 500 m3; de bouwhoogte van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 7 m, het hoofdgebouw (werkloods) dient over de volle breedte te worden gebouwd in de achterste perceelsgrens om te voorzien in geluidwering voor de bedrijfswoning;

  6. ter plaatse van de aanduiding "maximum aantal wooneenheden", de op de verbeelding maximaal aantal bedrijfswoningen per bedrijfsperceel;

  7. de bedrijfswoning op een afstand van minimaal 3 meter van de openbare weg dient te worden gebouwd;

  8. ter plaatse van de aanduiding "specifieke bouwaanduiding uitgesloten -gebouwen uitgesloten" (sba-gb) geen bouwwerken mogen worden opgericht;

  9. de goothoogte en/of bouwhoogte van gebouwen niet meer mag bedragen dan is aangegeven met de aanduiding “maximale goothoogte” respectievelijk “maximale bouwhoogte”;

  10. de goothoogte van gebouwen niet minder mag bedragen dan is aangegeven met de aanduiding "minimale goothoogte";

  11. in de eigen parkeerbehoefte op het perceel dient te worden voorzien;

  12. de bouwhoogte van andere bouwwerken buiten het bouwvlak niet meer mag bedragen dan 3 meter;

  13. de bouwhoogte van andere bouwwerken binnen het bouwvlak niet meer mag bedragen dan is aangegeven met de aanduiding “maximale goothoogte” respectievelijk “maximale bouwhoogte”;

  14. de hoogte van opgeslagen goederen en materialen op onbebouwde gronden maximaal 6 meter mag bedragen.

 

3.3 Specifieke gebruiksregels

  1. De brutovloeroppervlakte van grootschalige detailhandelsvestigingen zoals genoemd onder artikel 3.1.sub k bedraagt ten minste 500m2 per vestiging;

  2. De brutovloeroppervlakte van grootschalige detailhandelsvestigingen zoals genoemd onder artikel 3.1. sub l bedraagt tenminste 1000m2 per vestiging;

  3. De brutovloeroppervlakte van horecabedrijven zoals is bedoeld onder artikel 3.1. sub o mag maximaal 250m2 bedragen;

  4. Detailhandel is slechts toegestaan wanneer het:

  1. de verkoop van ter plaatse geproduceerde en vervaardigde goederen betreft en

  2. deze detailhandel als een niet zelfstandig onderdeel van ondergeschikte aard van de bedrijfsvoering wordt aangemerkt;

  1. Gebruik van gronden en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan is toegestaan ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van detailhandel- grootschalig 1" ;

  2. Ondergeschikte (leisure) activiteiten ten behoeve van detailhandel zijn toegestaan wanneer:

  1. het gebruik van ter plaatse te koop aangeboden goederen betreft en

  2. deze activiteiten als een niet zelfstandig onderdeel van ondergeschikte aard van de bedrijfsvoering wordt aangemerkt.

 

3.4 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2, onder l ten behoeve van het verhogen van de bouwhoogte van andere bouwwerken buiten het bouwvlak, met inachtneming van de volgende voorwaarden:

  1. de maximale bouwhoogte van andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan 7 meter;

  2. de verhoging van de bouwhoogte dient voor een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk te zijn.

 

3.5 Afwijking van de gebruiksregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in:

  1. lid 3.1 teneinde bedrijven toe te laten die voorkomen in één categorie hoger dan genoemd in lid 3.1, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm alsmede getoetst aan de aangegeven maatgevende milieuaspecten) geacht kan worden te behoren tot de algemeen toelaatbare categorieën van de Staat van Bedrijfsactiviteiten;

  2. lid 3.1 teneinde bedrijven toe te laten die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn genoemd, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm) geacht kan worden te behoren tot de algemeen toelaatbare categorieën van de Staat van Bedrijfsactiviteiten;

  3. lid 3.1 voor de uitoefening van ondergeschikte detailhandel waarbij per bedrijfsperceel het aantal m² bedrijfsvloeroppervlakte voor detailhandel niet meer dan 30% van de totale bedrijfsvloeroppervlakte mag bedragen;

 

3.6 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming ”Bedrijf” te wijzigen in de bestemming “Verkeer”, met inachtneming van de volgende voorwaarden:

  1. aangetoond dient te zijn dat wijziging noodzakelijk is voor de realisering van het gemeentelijk beleid inzake verkeersstructuur, groenstructuur en / of de aanpassing van de ondergrondse infrastructuur alsmede voor versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de openbare ruimte;

  2. planwijziging wordt niet toegepast indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming “Bedrijf” gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken;

  3. een besluit tot wijziging mag niet eerder worden genomen dan nadat is gebleken dat de bodemkwaliteit ter plaatse geschikt is voor de beoogde functie.

 

 

Artikel 4 Gemengd-1 (GD-1)

 

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor Gemengd aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. grootschalige detailhandel: detailhandel zoals genoemd onder 'toegestaan' in de Staat van Branches GDV en PDV 1 en voor zover toegestaan ingevolge het bepaalde in lid  4.3.2.;

  2. horecabedrijven zoals genoemd in categorie 1 van de Staat van Horecabedrijven;

  3. dienstverlening;

  4. bijbehorende voorzieningen zoals interne verkeersruimten, ontsluitingswegen, boven- en ondergrondse parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, groen, water en terrassen.

 

4.2 Bouwregels

Op de in lid 4.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de in dat lid bedoelde functies worden gebouwd, met dien verstande dat:

  1. de gebouwen uitsluitend mogen worden opgericht binnen het bouwvlak;

  2. de bouwhoogte van de gebouwen niet meer mag bedragen dan ter plaatse van de aanduiding "maximale bouwhoogte" is aangegeven;

  3. de bouwhoogte van palen, masten en portalen voor geleidingen, beveiliging en regeling voor verkeer ten hoogste 15m mag bedragen;

  4. de bouwhoogte van kunstobjecten ten hoogste 15 m mag bedragen;

  5. de bouwhoogte van speelvoorzieningen ten hoogste 4 m mag bedragen;

  6. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken ten hoogste 3 m mag bedragen.

 

4.3 Specifieke gebruiksregels

Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels:

 

4.3.1. Algemeen

  1. opslag van vuurwerk is niet toegestaan;

  2. de gronden en opstallen te gebruiken als coffeeshop, smart- en /of growshop en/of groothandel in smart- en growproducten en/of belwinkel is niet toegestaan;

  3. het oprichten van dienst- c.q. bedrijfswoningen is niet toegestaan.

 

4.3.2. Grootschalige detailhandel

De brutovloeroppervlakte van grootschalige detailhandelsvestigingen bedraagt ten minste 1000 m2 per vestiging.

 

 

Artikel 5 Gemengd-2 (GD-2)

 

5.1 Bestemmingsomschrijving

De voor "Gemengd-2" aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. havenkantoor;

  2. horecabedrijven zoals bedoeld in categorie 1 en 2 van de Staat van Horeca-activiteiten,

  3. sanitaire voorzieningen;

  4. verenigingsactiviteiten met daarbij behorende kantooractiviteiten;

  5. met de daarbij behorende gebouwen, andere bouwwerken en parkeervoorzieningen en overige voorzieningen.

 

5.2 Bouwregels

Op de in artikel 5.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de in dat lid bedoelde bestemming worden gebouwd, waaronder begrepen straatmeubilair, met dien verstande dat:

  1. de gebouwen uitsluitend mogen worden opgericht binnen het bouwvlak;

  2. de bebouwing per bouwvlak niet meer mag bedragen dan ter plaatse van de aanduiding “maximum bebouwingspercentage” is aangegeven;

  3. de goot- en/of bouwhoogte van de hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan binen het bouwvlak of een bouwhoogte"is aangegeven;

  4. de bouwhoogte van andere bouwwerken niet meer mag bedragen dan 3 m.

 

Artikel 6 Groen (G)

 

6.1 Bestemmingsomschrijving

De voor “Groen” aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. (openbaar) groen, plantsoen en andere groenvoorzieningen;

  2. speelvoorzieningen;

  3. kunstobjecten;

  4. voet- en fietspaden;

  5. ontsluitingspaden ten behoeve van de aangrenzende bestemmingen met de daarbij behorende andere bouwwerken.

 

6.2 Bouwregels

Op de in lid 6.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend andere bouwwerken ten dienste van de in dat lid bedoelde bestemmingen worden gebouwd, met dien verstande dat:

  1. de bouwhoogte van speelvoorzieningen ten hoogste 6 meter mag bedragen;

  2. de bouwhoogte van kunstobjecten ten hoogste 15 meter mag bedragen;

  3. de bouwhoogte van andere bouwwerken niet meer mag bedragen dan 3 meter.

 

Artikel 7 Maatschappelijk (M)

 

7.1 Bestemmingsomschrijving

De voor “Maatschappelijk” aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. ter plaatse van de aanduiding 'brandweerkazerne (brk)' uitsluitend voor een brandweerkazerne;

  2. bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals ontsluitingswegen, boven- en ondergrondse parkeervoorzieningen, groen en waterhuishoudkundige voorzieningen.

 

7.2 Bouwregels

Op de in lid 7.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de in dat lid bedoelde bestemmingen worden gebouwd, met dien verstande, dat:

  1. de hoofdgebouwen uitsluitend mogen worden opgericht binnen het aangegeven bouwvlak;

  2. de goothoogte en / of bouwhoogte van de hoofdgebouwen niet meer mag bedragen dan is aangegevenmet de aanduiding "Maximum bouwhoogte";

  3. de bouwhoogte van andere bouwwerken niet meer mag bedragen dan 3m.

 

Artikel 8 Verkeer (V)

 

8.1 Bestemmingsomschrijving

De voor “Verkeer” aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. gebiedsontsluitingswegen;

  2. wegen deel uitmakend van een verblijfsgebied bestaande uit ten hoogste twee rijstroken;

  3. groenvoorzieningen;

  4. speelvoorzieningen;

  5. kunstobjecten;

  6. parkeervoorzieningen;

  7. voet- en fietspaden

  8. andere verkeersvoorzieningen met de daarbij behorende bouwwerken, waaronder begrepen geluidsafschermende voorzieningen.

 

8.2 Bouwregels

Op de in lid 8.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend andere bouwwerken ten dienste van de in dat lid bedoelde bestemmingen, waaronder begrepen straatmeubilair en geluidsafschermende voorzieningen, worden gebouwd, met dien verstande dat:

  1. de bouwhoogte van speelvoorzieningen ten hoogste 6 meter mag bedragen;

  2. de bouwhoogte van kunstobjecten ten hoogste 15 meter mag bedragen;

  3. de bouwhoogte van palen, masten, portalen voor geleidingen, beveiliging en regeling voor verkeer etc. niet meer mag bedragen dan 15 meter;

  4. de bouwhoogte van andere bouwwerken ten hoogste 3 meter mag bedragen.

 

Artikel 9 Leiding - Hoogspanningsverbinding (L-HV)

 

9.1 Bestemmingsomschrijving

De voor "Leiding-Hoogspanningsverbinding" aangewezen gronden zijn, ter plaatse van de aanduiding "hartlijn Leiding-hoogespanningsverbinding" en binnen een afstand van 4 meter aan weerszijden van de aanduiding, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van een ondergrondse 150 KV hoogspanningsverbinding met de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

 

9.2 Bouwregels

  1. op de voor de "Leiding-Hoogspanningsverbinding" aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten behoeve van de hoogspanningsverbinding worden gebouwd;

  2. ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende bestemmingen mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemmingen geldende (bouw) regels - uitsluitend worden gebouwd indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing, of verandering van bestaande bouwerken, waarbij de oppervlakte en bouwhoogte niet worden vergroot en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.

 

9.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 9.2 ten behoeve van bouwwerken, met inachtneming van de volgende voorwaarden:

  1. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het doelmatig functioneren van leidingen en de veiligheid daarvan;

  2. vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de beheerder van de betrokken leidingen omtrent het onder in lid a gestelde.

 

9.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

 

9.4.1 Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning (omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden) op de in artikel 9.1 bedoelde gronden de volgende andere-werken uit te voeren:

  1. het aanleggen of verharden van wegen, rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;

  2. het uitvoeren van graafwerkzaamheden;

  3. het uitvoeren van heiwerken of het anderszins indringen van voorwerpen;

  4. het aanbrengen van beplanting en/of bomen;

  5. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging;

  6. het vellen of rooien van houtgewas;

  7. het graven van sloten en het leggen van (drainage)leidingen;

  8. het ontginnen, ontgronden, bodemverlagen of afgraven, ophogen en/of legaliseren;

  9. het permanent opslaan van goederen waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen.

 

9.4.2 voorwaarden voor een vergunning

Een vergunning als bedoeld in lid 9.5. wordt slecvhts verleend indien daardoor de belangen in verband met de leiding niet worden geschaad.

 

9.4.3 Uitzonderingen op het verbod

Het onder 9.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden

  1. die verband houden met de aanleg van de betreffende ondergrondse leiding;

  2. die reeds in uitvoering zijn op het momeent van het van kracht worden van het plan;

  3. die het normale onderhoud ten aanzien van de verbinding en de belemmerde strook of ten aanzien van de functies van de andere voorkomende bestemmingen betreffen.

 

9.4.4 Adviesprocedure vergunning

Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 9.5 wordt door burgemeester en wethouders schriftelijk advies ingewonnen bij de leidingbeheerder.

 

 

Artikel 10 Leiding-Gas (L-G)

 

10.1 Bestemmingsomschrijving

De voor “Leiding-Gas” aangewezen gronden zijn ter plaatse en binnen een afstand van 4 meter aan weerszijden van de aanduiding, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van een gasleiding en de belangen van de gasleiding bestaande uit een ongestoorde nuts- en energievoorziening en de veiligheid.

 

10.2 Bouwregels

Op de in lid 10.1 bedoelde gronden zijn bouwwerken ten behoeve van de overige voor deze gronden geldende regels niet toegestaan, met uitzondering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals meet- en regelkasten, die noodzakelijk zijn voor een doelmatig beheer van de aangegeven leiding.

 

10.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 10.2 ten behoeve van bouwwerken, met inachtneming van de volgende voorwaarden:

  1. de veiligheid met betrekking tot de gasleiding niet wordt geschaad en geen kwetsbare objecten worden toegelaten;

  2. vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de beheerder van de betrokken leidingen omtrent het onder in lid a gestelde.

 

10.4 Omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden

 

10.4.1 werken en werkzaamheden

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning (omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerk zijnde en werkzaamheden) de volgende andere werken en/of werkzaamheden uit te voeren:

  1. het aanleggen of verharden van wegen, rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;

  2. het uitvoeren van graafwerkzaamheden;

  3. het uitvoeren van heiwerken of het anderszins indringen van voorwerpen;

  4. het aanbrengen van diepwortelende beplanting en/of bomen;

  5. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging;

  6. het vellen of rooien van houtgewas;

  7. het graven van sloten en het leggen van (drainage)leidingen;

  8. het ontginnen, ontgronden, bodemverlagen of afgraven, ophogen en/of legaliseren.

 

10.4.2 toelaatbaarheid

Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 10.5.1 mag alleen en moet worden geweigerd indien door het uitvoeren van de andere-werken, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredig afbreuk wordt gedaan aan de mogelijkheid van een adequaat beheer of de veiligheid van de ondergrondse leidingen en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende tegemoet kan worden gekomen.

 

10.4.3 uitzonderingen op artikel 10.5.1

Het onder 10.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op:

  1. andere-werken die het normale onderhoud en beheer betreffen;

  2. andere-werken die in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan en uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde of verleende vergunning.

 

10.4.4 adviesprocedure werken en werkzaamheden

Een omgevingsvergunning wordt niet eerder verleend dan nadat advies is verkregen van de leidingbeheerder.

 

Artikel 11 Waarde-Archeologie (WR-A)

 

11.1 Bestemmingsomschrijving

De voor “Waarde-Archeologie” aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor behoud van de aan deze gronden eigen zijnde archeologische waarde.

 

11.2 Bouwregels

Op de in lid 111. bedoelde gronden zijn bouwwerken ten behoeve van de overige voor deze gronden geldende regels toegestaan met dien verstande dat:

  1. de grondoppervlakte van de bouwwerken niet meer bedraagt dan 100 m² en waarbij de grondwerkzaamheden niet dieper worden uitgevoerd dan 0,5 m ten opzichte van het maaiveld;

  2. bovengrondese verbouw van bestaande gebouwen en nieuwbouw van gebouwen is toegestaan.

 

11.3 Omgevingsvergunning voor werken, geen gebouwen zijnde en werkzaamheden

 

11.3.1 werken en werkzaamheden

Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerk zijnde en werkzaamheden) de volgende andere werken en / of werkzaamheden uit te voeren of te doen uitvoeren dieper dan 0,5 m en over een oppervlakte groter dan 100 m²::

  1. het ophogen, egaliseren en ontginnen van gronden;

  2. het bodem verlagen of afgraven van gronden;

  3. het aanleggen van boomgaarden;

  4. het bebossen van gronden;

  5. het aanleggen of verharden van wegen, rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;

  6. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie, of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur (voorzover geen bouwwerken zijnde);

  7. het graven of dempen van sloten, watergangen en vijvers.

 

11.3.2 toelaatbaarheid

Een vergunning als bedoeld in lid 11.3. is slechts toelaatbaar indien door de werken of werkzaamheden de archeologische waarde van de gronden niet in onevenredige mate wordt aangetast, dan wel de mogelijkheden voor behoud van die waarde niet onevenredig wordt verkleind.

 

11.3.3 uitzonderingen op artikel 11.3.1

Het in lid 11.3.1 genoemde verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden welke uit een oogpunt van het te beschermen archeologische waarde van ondergeschikte betekenis zijn. Hieronder worden in ieder geval werken of werkzaamheden bedoeld die niet dieper worden uitgevoerd dan 0,5 m en een oppervlakte kleiner dan 100 m2 betreffen.

 

11.3.4 adviesprocedure werken en werkzaamheden

Alvorens te beslissen omtrent een vergunning als bedoeld in lid 11.3. wordt door burgemeester en wethouders schriftelijk advies ingewonnen bij de stadsarcheoloog van de gemeente Bergen op Zoom.

 

11.4 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, na overleg met de stadsarcheoloog van de gemeente Bergen op Zoom, de in lid 11.1 bedoelde bestemming te laten vervallen indien uit onderzoek is gebleken dat, hetzij door archivering van de aanwezige waarden, het zij anderszins, geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn die handhaving van de bestemming rechtvaardigen.

 

 

Hoofdstuk 3 Algemene regels

 

Artikel 12 Anti-dubbeltelregel

 

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

 

Artikel 13 Algemene aanduidingsregels

 

13.1 Geluidzone - industrie

De gronden ter plaatse van de aanduiding "geluidzone-industrie" zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en instandhouding van de geluidsruimte in verband me de nabijheid van een inrichting als bedoeld in artikel 53 van de Wet Geluidhinder.

 

13.1.1 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen in die zin dat de gebiedsaanduiding "geluidzone-industrie" opgeheven of veranderd wordt indien de bron van de geluidszone is opgehouden te bestaan danwel het gebied voor geluidshinderlijke bedrijven is aangepast.

 

13.2 Veiligheidszone- bevi

 

13.2.1 Bouwregels

 

Op de gronden, ter plaatse van de aanduiding “veiligheidszone-bevi”, zijn geen beperkt kwetsbare objecten en kwetsbare objecten toegestaan.

 

13.2.2 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 13.2.1 ten behoeve van bouwwerken als bedoeld in lid 13.3.1 met inachtneming van de volgende voorwaarden:

a. het bouwwerk brengt enkel een beperkte toename van de normering van het groepsrisico met zich mee;

b. vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de milieudeskundige over het onder in lid a gestelde.

 

13.2.3 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in lid 13.2 bedoelde aanduiding te laten vervallen indien uit milieu onderzoek is gebleken dat er geen sprake meer is van een veiligheidszone- bevi, danwel dat de hinder veroorzakende activiteiten zijn gestaakt.

 

Artikel 14 Algemene bouwregels

 

14.1 Bescherming van het plan

Geen bouwwerk mag worden opgericht, indien hierdoor op enig terrein of bouwperceel een toestand zou ontstaan waardoor aan deze regels niet langer meer zou worden voldaan, dan wel een reeds bestaande afwijking van deze regels zou worden vergroot.

 

14.2 Bestaande afstanden en andere maten

 

14.2.1 Afstanden

Indien afstanden tot, en hoogten, inhoud, aantallen en / of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtnemin van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk II is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden.

 

14.2.2 Hoogten, inhoud, aantallen en of oppervlakten

In die gevallen dat afstanden tot, en hoogten, inhoud, aantallen en / of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk II is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden.

 

14.2.3 (Her)oprichting

In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in 14.2.1 en 14.2.2 uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats.

 

14.3 Overschrijding bouwgrenzen

De bouwgrenzen, al dan niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen in afwijking van aanduidingsgrenzen, maatvoeringsaanduidingen en bestemmingsregels worden overschreden door:

  1. tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken, mits de overschrijding niet meer dan 2,5 m. bedraagt;

  2. tot gebouwen behorende erkers en serres, mits de overschrijding niet meer dan 2,5 m. bedraagt;

  3. andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer dan 1,5 m. bedraagt;

  4. antennes, kunstwerken, lichtmasten, reclamepalen, vlaggenmasten tot een bouwhoogte van 10 m..

 

14.4 Percentages

Een in een maatvoeringsaanduiding aangegeven percentage geeft aan hoeveel van het bouwperceel ten hoogste mag worden bebouwd met gebouwen en overkappingen. Bij het ontbreken van een percentage mag het bouwvlak volledig worden bebouwd, tenzij in hoofdstuk 2 anders is geregeld.

 

Artikel 15 Algemene afwijkingsregels

 

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels van het plan voor:

  1. de bouw ten dienste van het openbaar nut van:

  1. een niet voor bewoning bestemde gebouwen ten dienste van het openbaar nut waarbij de inhoud ten hoogste 75 m3 en de goothoogte ten hoogste 2,25 m. mag bedragen, gasdrukregel- en gasdrukmeetstations uitgezonderd;

  2. andere bouwwerken, zoals standbeelden, uitingen van kunst en dergelijk tot een maximale hoogte van 10 m;

Bij de beoordeling van de toelaatbaarheid van de omgevingsvergunning dient voor het bepaalde onder lid 1 en 2 in de belangenafweging eveneens te worden gelet op de effecten met betrekking tot de verkeersveiligheid (voldoende ruimte voor voetgangers en/of bedienend verkeer);

  1. het in geringe mate aanpassen van het plan, zoals een bouwgrens, indien bij de definitieve uitmeting of verkaveling blijkt, dat deze aanpassing in het belang van een juiste verwerkelijking van het plan redelijk gewenst of noodzakelijk is, met dien verstande dat de grenzen met niet meer dan 2 m. mogen worden verschoven;

  2. het afwijken van de voorgeschreven maatvoeringen voor bouwwerken, indien in verband met ingekomen bouwplannen deze afwijkingen nodig zijn, waarbij van de maatvoeringen met ten hoogste 10% mag worden afgeweken; met betrekking tot deze afwijking geldt, dat:

  1. geen onevenredige afbreuk mag worden gedaan aan de stedenbouwkundige hoofdopzet;

  2. die afwijking slechts mag worden toegepast op primaire bouwnormen (normen welke "als recht" zijn toegestaan); cumulatieve toepassing van deze bepaling op een eerder verleende afwijking ten opzichte van de bouwnorm is niet toegestaan;

  1. het oprichten van andere bouwwerken voor telecommunicatiedoeleinden:

  1. met een hoogte van ten hoogste 40 m;

  2. met een hoogte van ten hoogste 10 m. meer dan de toegestane hoogte van bouwwerken indien het bouwwerk op een gebouw wordt geplaatst;

op voorwaarde dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de stedenbouwkundige hoofdopzet ter plaatse. Bij het verlenen van afwijking kunnen door burgemeester en wethouders voorwaarden en/of (nadere) eisen worden gesteld aan:

  • de stedenbouwkundige inpassing;

  • de combinatie van aanbieders van telecomdiensten op masten;

  1. het oprichten van andere bouwwerken van geringe oppervlakte, zoals antenne-installaties, vlaggenmasten en verlichtingsarmaturen, tot een bouwhoogte van 15 m.

 

Artikel 16 Algemene wijzigingsregels

 

16.1 Algemene afwijkingsregels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, indien de wijziging betrekking heeft op:

  1. het oprichten van transformatorhuisjes, gemaalgebouwtjes en andere nutsgebouwtjes met een inhoud van ten hoogste 150 m³ en een goothoogte van ten hoogste 3 m, welke in het kader van de nutsvoorzieningen nodig zijn, zulks voor zover deze op grond van artikel 16.1 onder a1, niet kunnen worden gebouwd;

  2. een enigszins andere situering en / of begrenzing van de bestemmingsgrenzen, bestemmingsvlakken, bouwpercelen, dan wel bouwvlakken, indien bij de uitvoering van het plan mocht blijken, dat verschuivingen in verband met ingekomen bouwaanvragen nodig zijn ter uitvoering van een bouwplan, mits de oppervlakte van het betreffende bouwperceel, dan wel bouwvlak niet meer dan 10% zal worden gewijzigd;

  3. het wijzigen van het plan in dier voege dat bouwwerken welke op grond van nader onderzoek, cultuurhistorische waarde bezitten waarbij handhaving, versterking en/of herstel van die waarde gerechtvaardigd wordt geacht, op de verbeelding, of anderszins worden voorzien van de aanduiding “monument”; voor de hier bedoelde bebouwing geldt alsdan dat de op het tijdstip van het wijzigingsbesluit bestaande grondoppervlakte, goothoogte, dakhelling en/of hoogte niet mag worden gewijzigd, behoudens afwijking;

  4. het afwijken van de voorgeschreven maatvoeringen voor bouwwerken, indien in verband met ingekomen bouwplannen deze wijzigingen nodig zijn, waarbij van de maatvoeringen met ten hoogste 30% mag worden afgeweken, op voorwaarde, dat geen onevenredige afbreuk mag worden gedaan aan de stedenbouwkundige hoofdopzet; de wijzigingsbevoegdheid slechts mag worden toegepast op primaire bouwnormen (normen welke "als recht" zijn toegestaan); cumulatieve toepassing van deze bepaling op een eerder verleende afwijking en / of wijzigingsregel ten aanzien van de bouwnorm is niet toegestaan.

 

16.2 Specifieke wijzigingsregels

 

16.2.1 Wijzigingsbevoegdheid wijzigingsgebied 1

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ter plaatse van de aanduiding "wro-zone-wijzigingsgebied 1" te wijzigen in de bestemming "bedrijven tot en met categorie 3" met inachtneming van de volgende voorwaarden:

  1. aangetoond dient te worden dat wijziging geen belemmeringen oplevert voor de naastgelegen bestemmingen;

  2. wijziging dient in overeenstemming te zijn met een goede ruimtelijke ordening;

  3. ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's moet in voldoende mate worden voorzien in relatie tot de planwijziging en de aanwezige parkeercapaciteit in de omgeving;

 

16.2.2 Wijzigingsbevoegdheid wijzigingsgebied 2

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ter plaatse van de aanduiding “wro-zone-wijzigingsgebied 2” de bestemming te wijzigen door de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf- bedrijfswoning 1" toe te voegen met inachtneming van de volgende voorwaarden:

  1. aangetoond dient te worden dat wijziging geen belemmering oplevert voor de naastgelegen bestemmingen;

  2. wijziging dient in overeenstemming te zijn met een goede ruimtelijke ordening;

  3. ten behoeve van het stallen en parkeren van auto's moet in voldoende mate worden voorzien in relatie tot de planwijziging en de aanwezige parkeercapaciteit in de omgeving.

 

 

16.2.3 Wijzigingsbevoegdheid wijzigingsgebied 3

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ter plaatse van de aanduiding "wro-zone-wijzigingsgebied 3" de bestemming te wijzigen door de aanduiding "specifieke vorm van horeca- joblodge" toe te voegen met inachtneming van de volgende voorwaarden:

  1. het betreft een kleinschalige huisvestingsvorm;

  2. de gebruiksoppervlakte is minimaal 12 m2 per persoon;

  3. er is een gemeenschappelijke ontmoetingsruimte voor dagverblijf en ontspanning;

  4. ten behoeve van het stallen en parkeren van auto's moet in voldoende mate worden voorzien in relatie tot de planwijziging en de aanwezige parkeercapaciteit in de omgeving.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

 

Artikel 17 Overgangsrecht

 

17.1 Overgangsrecht bouwwerken

  1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor bouwen en afwijkt van het plan, mag, mits de afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,

  1. gedeeltelijk worden vernieuwd en veranderd;

  2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd en veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk teniet is gegaan.

  1. het bevoegd gezag kan eenmalig bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in aritkel 17.1 onder a, sub 1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk met 10%;

  2. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsregeling van het plan.

 

17.2 Overgangsrecht gebruik

  1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan / inpassingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

  2. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdig gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

  3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

  4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsregeling van dat plan.

 

Artikel 18 Slotregel

Deze regels kunnen worden aangehaald als: "Regels van het bestemmingsplan "Geertruidapolder" van de gemeente Bergen op Zoom.