direct naar inhoud van 3.2 Provinciaal beleid
Plan: Bedrijventerreinen
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0733.BpBdrterreinen-VO01

3.2 Provinciaal beleid

3.2.1 Structuurvisie Gelderland 2005

Het Streekplan Gelderland 2005 is door Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld op 29 juni 2005. Een streekplan geeft de beleidskaders aan voor de ruimtelijke ontwikkelingen in de komende 10 jaar. Met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening per 1 juli 2008 heeft het Streekplan Gelderland 2005 de status van een structuurvisie gekregen. In 2011 is de Ruimtelijke verordening van kracht geworden. De inhoud van het streekplan blijft voor de provincie de basis voor haar eigen optreden in de ruimtelijke ordening.
Het streekplan is er op gericht de verschillende functies in regionaal verband een zodanige plek te geven dat de ruimtelijke kwaliteiten worden versterkt en er zuinig en zorgvuldig met de ruimte wordt omgegaan.

De hoofddoelstelling van het Gelders ruimtelijk beleid voor de periode 2005-2015 is om de ruimtebehoefte zorgvuldig in regionaal verband te accommoderen en te bevorderen op een zodanige manier dat publieke (rijk, provincie, gemeenten, waterschappen) en private partijen de benodigde ruimte vinden. Dit op een wijze die meervoudig ruimtegebruik stimuleert, duurzaam is en de regionale verscheidenheid versterkt, en die gebruik maakt van de aanwezige identiteiten en ruimtelijke kenmerken.

Hierbij hanteert de provincie de volgende subdoelen als uitwerking van de hoofddoelstelling:

  • sterke stedelijke netwerken en regionale centra bevorderen;
  • versterken van de economische kracht en de concurrentiepositie van Gelderland;
  • bevorderen van een duurzame toeristische-recreatieve sector in Gelderland met een bovengemiddelde groei;
  • de vitaliteit van het landelijk gebied en de leefbaarheid van daarin aanwezige kernen versterken;
  • de waardevolle landschappen verbeteren en de Ecologische Hoofdstructuur realiseren;
  • de watersystemen veilig en duurzaam afstemmen op de veranderende water aan- en afvoer en de benodigde waterkwaliteit;
  • een gezonde en veilige milieu(basis)kwaliteit bewerkstelligen;
  • met ruimtelijk beleid bijdragen aan de verbetering van de bereikbaarheid van en in de provincie;
  • bijdragen aan een evenwichtige regionaal gedifferentieerde ruimtelijke ontwikkeling, door de cultuurhistorische identiteiten en ruimtelijke kenmerken als inspiratiebron te hanteren in de ruimtelijke planning.

Bebouwd gebied
Volgens de beleidskaart ruimtelijke structuur van het Streekplan Gelderland 2005 zijn de bedrijventerrein aangemerkt als 'bebouwd gebied'. Ten aanzien van bebouwd gebied is bepaald dat eventuele stedelijke ontwikkelingen in eerste instantie hierbinnen plaatsvinden. Het accent van de provinciale beleidsambities ligt op de vernieuwing en het beheer en onderhoud van bestaand bebouwd gebied. Hiervoor zijn nodig:

  • een verhoging van de kwaliteit van de leefomgeving en openbare ruimte door fysieke aanpassingen,
  • het oplossen en voorkomen van milieuproblemen en –knelpunten door een duurzame planontwikkeling.

Voor de vernieuwing van het bestaand bebouwd gebied wil de provincie dat in de streekplanperiode:

  • de samenwerkende gemeenten hun ambitie voor herstructurering en intensivering (inbreiding) van bestaand bebouwd gebied vastleggen,
  • de samenwerkende gemeenten hun ambitie voor revitalisering van het huidige areaal aan bedrijventerrein vastleggen.

Bij transformaties (functieverandering van plekken) in bestaand bebouwd gebied gelden de volgende aanknopingspunten:

  • bij gunstige openbaar vervoer-locaties: passende publieksfuncties;
  • bij gunstige weglocaties: gemengde of specifieke (werk)functies (met goede wegontsluiting) hinderlijke/verouderde werkfuncties in de woonomgeving transformeren naar woonfuncties.

Doorwerking in het bestemmingsplan Bedrijventerreinen
Voorliggend bestemmingsplan legt in hoofdzaak de bestaande ruimtelijke situatie vast op de bedrijventerreinen. Het bestemmingsplan maakt geen ontwikkelingen mogelijk waarmee ingespeeld dient te worden op de provinciale ambities en uitgangspunten. De uitgangspunten uit de structuurvisie zijn dan ook niet relevant voor dit bestemmingsplan.

Structuurvisie bedrijventerrein en werklocaties
Met het oog op bedrijventerreinen in de provincie Gelderland hebben provinciale staten in aansluiting op het Streekplan uit 2005, op 30 juni 2010 de Structuurvisie Bedrijventerreinen en Werklocaties vastgesteld. Deze structuurvisie vervangt het bedrijventerreinenbeleid uit het Streekplan Gelderland 2005.

De structuurvisie Bedrijventerreinen en Werklocaties is een aanpassing van het structuurvisiebeleid als gevolg van de volgende ontwikkelingen:

  • toekomstprognoses wijzen erop dat na 2020 de vraag naar bedrijventerreinen sterk afneemt. Vanaf 2025 is er zelfs sprake van krimp.
  • maatschappelijk is er weerstand tegen de verrommeling van het landschap ontstaan. Dit vertaalt zich in de vraag naar meer regie van de provincie op het (her)ontwikkelen van de juiste kwaliteit bedrijventerrein op de juiste plek.

Uitgangspunt van het nieuwe beleid is dat er eerst optimaal gebruik wordt gemaakt van bestaande bedrijventerreinen voordat nieuwe terreinen worden ontwikkeld. Voldoende ruimte voor bedrijvigheid blijft een beleidsuitgangspunt, maar overschot aan bedrijventerrein moet worden voorkomen. Verder vraagt de provincie Gelderland aan de gemeenten om extra aandacht te besteden aan kwalitatieve aspecten, zoals een goede ruimtelijke inpassing, een zorgvuldige vormgeving en een zo laag mogelijke milieubelasting.

Doorwerking in het bestemmingsplan Bedrijventerreinen
Voorliggend bestemmingsplan legt de actuele situatie vast op de bedrijventerreinen. Het bestemmingsplan is een voortzetting van het geldende planologische regime en sluit indien nodig aan bij de uitgangspunten van de provincie.

3.2.2 Provinciaal herstructureringsprogramma bedrijventerreinen 2009-2013

Herstructurering kost veel geld. De kosten voor herstructurering zijn vaak te groot om lokaal te dragen. Regionale samenwerking is daarom het sleutelbegrip. Bedrijventerreinen moeten in een regionale context worden bezien én gefinancierd. In het Provinciaal Herstructureringsprogramma (PHP) 2009-2013 is een inventarisatie opgenomen van herstructureringsprojecten die gemeenten tot en met 2013 willen uitvoeren. De projectenlijst in het PHP is voor de provincie een voorwaarde voor een eventuele provinciale ondersteuning in kennis en/of geld.

Vanuit het herstructureringsprogramma bedrijventerreinen kan de provincie voorzien in ondersteuning middels het zogenoemde Aanjaagteam herstructurering (A-team). Dit is een klein team met vastgoeddeskundigen dat snel inzetbaar is om gemeenteambtenaren te helpen om herstructurering vlot te trekken en slimmer te organiseren.

Voorwaarde voor inzet van het A-team is opname van het bedrijventerrein in het PHP. Het A-team gaat als volgt te werk:

  • Snelle scan van problematiek (binnen zes weken)
  • Onafhankelijke vastgoedanalyse van bedrijventerreinen
  • Analyse van waarde publieke ruimte door ogen van ondernemers en vastgoedeigenaren
  • Onafhankelijk en deskundig advies over optimale benutting ruimte
  • Versnelling in planvorming
  • Onafhankelijke en deskundige procesregisseur bij intergemeentelijke samenwerking

Doorwerking in het bestemmingsplan Bedrijventerreinen
In het PHP is voor de gemeente Lingewaal alleen het bedrijventerrein De Oven in Asperen opgenomen met 9 ha bedrijventerrein. Dit bedrijventerrein zou op langere termijn geherstructureerd moeten worden. Voor de bedrijventerreinen die deel uitmaken van dit bestemmingsplan heeft het provinciale beleid aangaande herstructurering geen doorwerking. Het Provinciaal herstructureringsprogramma bedrijventerreinen 2009-2013 is dan ook niet van toepassing op dit bestemmingsplan.

3.2.3 Ruimtelijke Verordening Gelderland

Onder de Wro heeft de provincie geen bemoeienis meer met lokale belangen. Gemeenten worden vrij gelaten de lokale aspecten naar eigen inzicht te regelen. In het verleden diende ieder bestemmingsplan door Gedeputeerde Staten te worden goedgekeurd. Onder de Wro is het instrument van de goedkeuring komen te vervallen en heeft deze plaats gemaakt voor algemene regels (ruimtelijke verordening). Gemeenten dienen deze algemene regels weliswaar in hun bestemmingsplannen te verwerken, maar behouden enige vrijheid in de wijze waarop zij dit doen. Deze algemene regels betreffen alleen onderwerpen met een duidelijk provinciaal c.q. nationaal belang.

Gedeputeerde staten van provincie Gelderland hebben op 3 november 2009 het ontwerp van de Ruimtelijke Verordening Gelderland vastgesteld. De volgende onderwerpen zijn hierin opgenomen:

  • verstedelijking;
  • wonen;
  • detailhandel;
  • recreatiewoningen en -parken;
  • glastuinbouw;
  • waterwingebied;
  • grondwaterbeschermingsgebied;
  • oppervlaktewater voor drinkwatervoorziening;
  • Ecologische Hoofdstructuur (EHS);
  • waardevol open gebied;
  • Nationale landschappen.

Doorwerking in het bestemmingsplan Bedrijventerreinen
De ruimtelijke verordening Gelderland spreekt zich niet specifiek uit over bedrijventerreinen. Het feit dat alle bedrijventerreinen omringd worden door gronden met de status van Nationaal Landschap of EHS maakt het dat deze twee aspecten relevant zijn voor dit bestemmingsplan.

De nationale landschappen in de omgeving van het plangebied betreffen de Nieuwe Hollandse Waterlinie, Rivierenland en het Groene Hart. Voor het plangebied heeft de ligging nabij deze nationale landschappen geen directe consequenties aangezien er geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. De kernkwaliteiten van de nationale landschappen worden als gevolg van dit bestemmingsplan dan ook niet negatief beinvloed.

Het plangebied grenst volgens de provinciale ruimtelijke verordening aan een zone die behoort tot de EHS. Gelet op het feit dat het plangebied zelf geen deel uitmaakt van de EHS en ook geen grootschalige ontwikkelingen mogelijk maakt, vormt de ligging nabij de EHS dan ook geen belemmering voor de ontwikkeling van het plan.

Eerste herziening Ruimtelijke Verordening Gelderland
Om te voldoen aan de Spoedwet Wro hebben Gedeputeerde Staten van provincie Gelderland op 20 december de eerste herziening van de Ruimtelijke Verordening vastgesteld. Met deze herziening heeft de provincie gezorgd voor een doorwerking van de Structuurvisie bedrijventerreinen en werklocaties in de verordening.

De vertaling van de Structuurvisie bedrijventerreinen en werklocaties in de verordening heeft met name betrekking op ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen en werklocaties. Daarnaast worden voorwaarden gesteld aan kadegebonden bedrijvigheid, vestiging van biomassavergistingsinstallaties op bedrijventerreinen en zelfstandige kantoorvestigingen.

Doorwerking in het bestemmingsplan Bedrijventerreinen
Dit bestemmingsplan heeft een conserverend karakter en staat daarom geen nieuwvestiging van biomassavergistingsinstallaties of zelfstandige kantoren toe. Op deze onderwerpen sluit het bestemmingsplan aan bij de provinciale verordening. In dit bestemmingsplan wordt de mogelijkheid geboden om zowel kadegebonden bedrijvigheid als reguliere bedrijvigheid op het buitendijkse deel van Waaloever toe te staan. Hiermee wordt aangesloten bij het uitgangspunt van de provincie.

3.2.4 Waterplan Gelderland 2009-2015

Het Waterplan Gelderland is de opvolger van het derde Waterhuishoudingsplan (WHP3). Het beleid uit WHP3 wordt grotendeels voortgezet. Het Waterplan Gelderland is tegelijk opgesteld met de water(beheer)plannen van het Rijk en de waterschappen. In onderlinge samenwerking zijn de plannen zo goed mogelijk op elkaar afgestemd.

In het plan staan de doelen voor het waterbeheer, de maatregelen die daarvoor nodig zijn en wie ze gaat uitvoeren. Voor oppervlaktewaterkwaliteit, hoogwaterbescherming, regionale wateroverlast, watertekort en waterbodems gelden provinciebrede doelen.

Voor de realisatie van bepaalde waterdoelen zijn ruimtelijke maatregelen nodig. Hiervoor krijgt het Waterplan Gelderland op basis van de nieuwe Waterwet de status van structuurvisie. In het Waterplan Gelderland is beschreven welke instrumenten uit de Wet ruimtelijke ordening de provincie wil inzetten.

Doorwerking in het bestemmingsplan Bedrijventerreinen
Voor dit bestemmingsplan is een waterparagraaf opgenomen in paragraaf 4.8. Hierin is opgenomen welke waterhuishoudkundige thema's relevant zijn voor het plangebied en op welke manier daarmee wordt om gegaan. Zie ook paragraaf 3.1.3.