Gemeente:
Goes
Plannaam:
Beheersplan s- Heer Arendskerke- Eindewege
Status:
Vastgesteld
Status Datum:
23-04-2012

Artikel 5 Bedrijventerrein

 

 

5.1 Bestemmingsomschrijving

 

De voor ‘Bedrijventerrein’ (BT) aangewezen gronden zijn bestemd voor het uitoefenen van:

  1. ter plaatse van de nadere aanduiding 'bedrijf tot en met de categorie 2': bedrijfsmatige activiteiten voor zover deze voorkomen in de categorieën 1 en 2 van de bij dit artikel behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten;

  2. ter plaatse van de nadere aanduiding 'bedrijf tot en met de categorie 3.1':: bedrijfsmatige activiteiten voor zover deze voorkomen in de categorieën 1, 2 en 3.1 van de bij dit artikel behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten;

  3. ter plaatse van de nadere aanduiding 'bedrijf tot en met de categorie 3.2':: bedrijfsmatige activiteiten voor zover deze voorkomen in de categorieën 1, 2, 3.1 en 3.2 van de bij dit artikel behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten;

  4. ter plaatse van de nadere aanduiding 'bedrijf tot en met de categorie 4.1':: bedrijfsmatige activiteiten voor zover deze voorkomen in de categorieën 1, 2, 3.1, 3.2 en 4.1 van de bij dit artikel behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten;

  5. ter plaatse van de nadere aanduiding 'bedrijf tot en met de categorie 4.2':: bedrijfsmatige activiteiten voor zover deze voorkomen in de categorieën 1, 2, 3.1, 3.2, 4.1 en 4.2 van de bij dit artikel behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten;

  6. ter plaatse van de aanduiding "opslag" (op):uitsluitend een voorziening ten behoeve van opslag;

  7. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf- garagebedrijf/autodemontagebedrijf" (sb-gbad) een autobedrijf en/of autodemontagebedrijf;

  8. ter plaatse van een bedrijfswoning het wonen;

  9. webshops;

  10. groenvoorzieningen, interne ontsluitingswegen, waterhuishoudkundige voorzieningen en parkeervoorzieningen;

  11. geluidswerendevoorzieningen;

  12. productiegebonden detailhandel en kantoor als ondergeschikte nevenactiviteit;

  13. bij de bestemming behorende erven en tuinen;

  14. andere, bij de bestemming behorende voorzieningen, zoals laad- en losvoorzieningen;

  15. aan de bestemming ondergeschikte nutsvoorzieningen.

 

5.2 Bouwregels

 

Op de gronden mogen, met in achtneming van de op de verbeelding aangegeven aanduidingen, de volgende bouwwerken worden gebouwd:

  1. hoofdgebouwen;

  2. bijbehorende bouwwerken;

  3. bouwwerken, geen gebouwen zijnde;

  4. per bouwperceel een bedrijfswoning.

 

5.2.1 Algemeen

 

  1. Gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming en binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak worden gebouwd;

  2. het bebouwde oppervlak mag niet meer bedragen dan het op de verbeelding aangegeven bebouwingspercentage ten aanzien van de totale oppervlakte van het bouwvlak en het bijbehorende erf;

  3. de afstand van een gebouw tot de zijdelingse perceelsgrens dient ten minste 3.00 meter te bedragen;

  4. binnen de 57dB (A)- contourspoorweglawaai (55 dB Lden) mogen slechts bedrijfswoningen worden opgericht indien geluidswerende voorzieningen zijn gerealiseerd, waardoor de geluidsbelasting van 57dB(A) (55 dB Lden) op de gevels van die woningen niet wordt overschreden.

 

 

5.2.2 Maatvoering

 

 

Bouwwerk

Maximale goothoogte

maximale bouwhoogte

Maximale inhoud

Maximale oppervlakte

a.

Hoofdgebouwen

 

Zie op de verbeelding aangegeven hoogte

 

Zie op de verbeelding aangegeven hoogte

-

-

b.

Bijbehorende bouwwerken

 

ter plaatse van de aanduiding 2:

6.00 meter

 

ter plaatse van de aanduidingen 3.1, 3.2:

7.00 meter

 

ter plaatse van de aanduidingen 4.1, 4.2:

8.00 meter

ter plaatse van de aanduiding 2:

10.00 meter

 

ter plaatse van de aanduidingen 3.1, 3.2: 12.00 meter

 

ter plaatse van de aanduidingen 4.1, 4.2: 14.00 meter

-

-

c.

Bouwwerken geen gebouwen zijnde

 

-

 

5.00 meter

 

Erf- en terreinafscheidingen: 2.00 meter

 

Vlaggenmasten:

14.00 meter

 

Geluidswerende

voorzieningen:

10.00 meter

-

40m2 per bouwperceel

d.

Bedrijfswoning

 

6.00 meter

 

9.00 meter

750 m³

-

 

5.3 Nadere eisen

 

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van:

  1. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;

  2. een goede woonsituatie;

  3. de verkeersveiligheid;

  4. de sociale veiligheid;

  5. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bebouwing.

 

5.4 Afwijken van de bouwregels

 

5.4.1 Afwijken

 

Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van:

  1. het bepaalde in sublid 5.2.1, onder a, tot ten hoogste 5.00 meter buiten het op de verbeelding aangegeven bouwvlak;

  2. het bepaalde in sublid 5.2.2, onder a, tot ten hoogste 20% van de op de verbeelding aangegeven goot- en bouwhoogte;

  3. het bepaalde in sublid 5.2.1, onder b tot ten hoogste 85%, indien is aangetoond, dat in de parkeerbehoefte van het desbetreffende bedrijf op het eigen terrein kan worden voorzien;

  4. het bepaalde in sublid 5.2.2, onder c, bouwwerken geen gebouwen zijnde, tot ten hoogste 20% van de genoemde maximale bouwhoogten.

 

5.5 Specifieke gebruiksregels

 

 

5.5.1 Strijdig gebruik

Tot een gebruik strijdig met de bestemming wordt in ieder geval gerekend:

  1. wonen, met uitzondering ter plaatste van een bedrijfswoning;

  2. detailhandel, met uitzondering van productiegebonden detailhandel;

  3. zelfstandige kantoren;

  4. opslag van materialen en goederen, hoger dan 1.50 meter, vòòr de naar de weg gekeerde gevel(s) van de gebouwen;

  5. opslag van consumentenvuurwerk;

  6. seksinrichtingen en prostitutie.

  7. bedrijven, die voorkomen in een hogere categorie dan toegestaan in lid 5.1, of bedrijven, die niet voorkomen in de bij deze voorschriften behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten.

 

5.6 Afwijken van de gebruiksregels

 

 

5.6.1 Afwijken

Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van:

  1. het bepaalde in sublid 5.5.1, onder g:

- teneinde bedrijven toe te laten, die voorkomen uit ten hoogste één categorie hoger dan genoemd in lid 5.1, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werk- of productiewijze of bijzondere verschijningsvorm alsmede getoetst aan de aangegeven maatgevende milieuaspecten) geacht kan worden te behoren tot de volgens lid 5.1, toegelaten categorieën van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat risicovolle inrichtingen en vuurwerkbedrijven niet zijn toegestaan;

- teneinde bedrijven toe te laten, die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn genoemd, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werk- of productiewijze of bijzondere verschijningsvorm alsmede getoetst aan de aangegeven maatgevende milieuaspecten) geacht kan worden te behoren tot de toegelaten categorieën van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, met dien verstande, dat risicovolle inrichtingen en vuurwerkbedrijven niet zijn toegestaan.