Gemeente:
Goes
Plannaam:
Goes Zuid
Status:
Vastgesteld
Status Datum:
16-01-2013

Artikel 3 Bedrijf

 

3.1 Bestemmingsomschrijving

 

De voor "Bedrijf" (B) aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. ter plaatse van de aanduiding "specifeke vorm van bedrijf- garagebedrijf" (sb-gb):uitsluitend een kleinschalig garagebedrijf alsmede detailhandel en kantoren als ondergeschikte nevenactiviteit bij de ter plaatse uitgeoefende bedrijfsactiviteiten alsook detailhandelsbedrijven die gericht zijn op de verkoop van auto’s, motorrijwielen, boten, caravans;

  2. ter plaatse van de aanduiding "zend- ontvangstinstallatie" (zo) een zendmast;

  3. ter plaatse van de aanduiding "nutsvoorziening" (nv) nutsvoorzieningen;

  4. het wonen;

  5. verhardingen, groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming, waaronder inbegrepen parkeervoorzieningen en verkeers- en verblijfvoorzieningen;

  6. aan-huis-gebonden beroepen en bedrijven.

 

3.2 Bouwregels

 

Op de gronden mogen, met in achtneming van de op de verbeelding aangegeven aanduidingen, de volgende bouwwerken worden gebouwd:

  1. hoofdgebouwen;

  2. bijbehorende bouwwerken;

  3. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

 

3.2.1 Algemeen

 

    1. Gebouwen mogen uitsluitend binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak worden gebouwd;

    2. de totale oppervlakte van gebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste het met de op de verbeelding aangeven aanduiding “maximum bebouwingspercentage (%)” bebouwingspercentage van het bouwvlak. Indien geen bebouwingspercentage is aangegeven, geldt een bebouwingspercentage van 100% van het bouwvlak;

    3. de afstand van een gebouw tot de zijdelingse perceelsgrens dient ten minste 1.00 meter te bedragen;

    4. de onderlinge afstand van niet-aaneengebouwde gebouwen bedraagt ten minste 1.00 meter;

    5. bij toepassing van hellende dakvlakken, bedraagt de dakhelling ten minste 30 graden en maximaal 55 graden.

 

3.2.2 Maatvoering

 

 

Bouwwerk

Goothoogte

Bouwhoogte

a.

Hoofdgebouwen

Zie de op de verbeelding aangegeven maat

Zie de op de verbeelding aangegeven maat

b.

Bijbehorende bouwwerken

3.20 meter

5.00 meter

c.

Overige bouwwerken geen gebouwen zijnde

-

3.00 meter

d.

Erfafscheidingen grenzend aan het openbaar gebied

-

1.00 meter

e.

Lichtmasten/vlaggenmasten

-

8.00 meter

f.

Overige erfafscheidingen

-

2.00 meter

g.

Nutsvoorzieningen

-

3.00 meter

h.

zendmast ter plaatse van de aanduiding "zend- ontvangstinstallatie" (zo).

 

55.00 meter

 

3.3 Nadere eisen

 

3.3.1 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen, nadere eisen te stellen ten aanzien van:

  1. de situering van bedrijven en bedrijfsuitbreidingen;

  2. de plaatsing van hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken ten opzichte van de perceelsgrens en ten opzichte van elkaar;

  3. de plaatsing en afmeting van bouwwerken geen gebouwen zijnde;

  4. de inrichting van de gronden voor wat betreft de aanleg en profilering van toegangs- en ontsluitingswegen;

  5. het gebruik van de gronden ten behoeve van opslag;

  6. de dakhelling van hellende dakvlakken van gebouwen;

  7. de plaatsing en vormgeving van bouwwerken geen gebouwen zijnde.

 

3.3.2 Voorwaarden

 
De in lid 3.3.1 bedoelde nadere eisen mogen slechts worden gesteld met het doel te voorkomen dat de belangen van derden worden geschaad of afbreuk wordt gedaan aan de doeleinden van het plan en met het oog op de bereikbaarheid van gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde en gronden in verband met calamiteiten.

 

3.4 Afwijken van de bouwregels

 

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde in:

 

3.4.1 Hoofdgebouwen

 

  1. Lid 3.2.1 sub c voor het verkleinen van de zijdelingse afstand tot de perceelsgrens, mits de bereikbaarheid van de achtererven niet wordt belemmerd;

  2. lid 3.2.2 sub a voor het vergroten van de bouwhoogte, mits deze niet meer dan 2.00 meter bedraagt en indien de afstand van deze gebouwen tot de zijdelingse perceelgrens ten minste gelijk is aan de overschrijding van de ten hoogste toegestane hoogte van de dakvoet.

 

3.4.2 Bouwwerken geen gebouwen zijnde

 

  1. lid 3.2.2 sub c mits deze maat met ten hoogste 1.00 meter zal worden overschreden.

 

3.4.3 Voorwaarden

 

Er mag slechts worden afgeweken zoals bedoeld in lid 3.4.1 en 3.4.2 op voorwaarde dat:

  1. het samenhangend straat- en bebouwingsbeeld en de (verkeers)veiligheid niet worden aangetast;

  2. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.

 

3.5 Specifieke gebruiksregels

 

      1. Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend:

      1. het gebruiken van de gronden voor opslag van goederen, waaronder begrepen puin ter plaatse van onbebouwde gronden tot een gezamenlijke hoogte van meer dan 6.00 meter;

      1. per 100m2 bedrijfsvloeroppervlak is minimaal één parkeerplaats aanwezig;

      2. vuurwerkbedrijven zijn niet toegestaan;

      3. Wgh- inrichtingen zijn niet toegestaan.

 

3.6 Afwijken van de gebruiksregels

 

3.6.1 Afwijken

 

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde in:

  1. lid 3.1 voor de uitoefening van een bedrijfsactiviteit die afwijkt van de functieaanduiding, mits deze activiteit naar haar aard en invloed op de omgeving kan worden gelijkgesteld met een krachtens lid 1 ter plaatse toegelaten bedrijfsactiviteiten.

 

3.6.2 Voorwaarden

 

Er mag slechts worden afgeweken zoals bedoeld in lid 3.6.1 op voorwaarde dat:

  1. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast;

  2. het samenhangend straat- en bebouwingsbeeld en de (verkeers)veiligheid niet worden aangetast;

  3. daardoor niet onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.

 

3.7 Wijzigingsbevoegdheid

 

3.7.1 Wijzigingsbevoegdheid

 

    1. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken te vergroten, met dien verstande dat:

      1. het bouwvlak met ten hoogste met 100% wordt vergroot;

      2. De vergroting van het bouwvlak mag niet plaatsvinden vóór de op de verbeelding aangegeven gevellijn.

      3. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig mogen worden aangetast;

      4. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de in de omgeving én ter plekke aanwezige architectonische, cultuurhistorische en/of archeologische waarden;

    2. burgemeester en wethouders zijn bevoegd de van deze regels deel uitmakende Staat van Bedrijfsactiviteiten te wijzigen in die zin, dat de categorie -indeling van bedrijfsactiviteiten kan worden gewijzigd indien en voor zover een wijziging van de belasting van de desbetreffende typen van bedrijven op het milieu als gevolg van technologische ontwikkelingen daartoe aanleiding geeft;

    3. burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming te wijzigen in die zin, dat een bedrijfsfunctie wordt toegestaan indien en voor zover de belasting van het desbetreffende type bedrijf op het milieu als gevolg van technologische ontwikkelingen niet die van het tot dan toe bestaande bedrijf overschrijdt.

 

3.7.2 Procedureregel

 

Bij het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid als bedoeld in lid 3.7.1 zijn de algemene procedureregels van artikel 20 van toepassing.